Skip to main content

Full text of "Journaal, 1591-1602: Uitg. op last van het departement van Oorlog, met in leiding en ..."

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 




Over dit boek 

Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat 
doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. 

Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke 
domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteur srechttermijn is verlopen. Het kan per land 
verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van 
geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. 

Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de 
lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. 

Richtlijnen voor gebruik 

Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken 
uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven 
leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op 
automatisch zoeken. 

Verder vragen we u het volgende: 

+ Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door 
individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. 

+ Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek 
doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelhe- 
den tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien 
hiermee van dienst zijn. 

+ Laat de eigendomsverklaring staan Het "watermerk" van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het 
project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. 

+ Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er 
niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is 
voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval 
met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het 
eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. 

Informatie over Zoeken naar boeken met Google 

Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit 
allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en ui tgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken 



op het web via http: //books .google . com 





I 



) 

c- 



\ 



^^ \J u c 



\ 



f' 



ARCHIEVEN 



NEDERLANDSCHE KRIJGSWEZEN. 



JOURNAAL VAN ANTHONIS DUYCK. 



GEDRUKT BIJ GEBK. GILNTA I> ALBANI. 



JOURNAAL 



ANTHONIS DÜYCK, 

ADYOKAAT-FISKAAL VAN DEM RAAD VAN STATfi. 



(1591—1602) 



DITGEGBVBN OP LAST VAN HET DEPARTEMENT VAN OORLOG, 



HET INLEIDING EN AANTEEKENINGEN 



LODEWIJK MULDER, 

Li. 

KAPITEIM SJSR INFANTBRIR. 



EERSTE UEEL. 



'S6BAVENHA6K, i ARNHEM. 

MARTINUS MJHOFF. I D. A. THIEHE. 

186 2. 

P 



VOORREDE. 



lü de zilÜDg van den 8sten Maart 1858 van de Afdeeling Letterkunde 
der Koninklijke Akademie v^n Wetenschappen werd door den Kolonel Knoop 
eeo voorstel gedaan, waarvan de strekking was, door een onderzoek in 
het Rijks Archief en in andere verzamelingen stukken en oorkonden voor 
de Nederlandsdie krijgsgeschiedenis op te sporen, om daarvan later de be- 
langrijkste en der algemeene aandacht waardigste in het licht te geveü. 
Dat denkbeeld verwierf algemeenen bijval en nog in dezelfde vergadering 
werden twee leden, de heeren Bosscha en Bakhuizen van den Brink 
uitgenoodigd, omtrent dit onderwerp een rapport uit te brengen. 

Dit rapport ' werd in de zitting van den 14den Junij daaraanvolgende 
gelezen , en wanneer er nog eenige twijfel had kunnen bestaan omtrent de 
waarschijnlijkheid, dat het opsporen, onderzoeken en uitgeven van tot dus- 
verre ongekende of ongebruikte bronnen voor de Nederlandsche krijgsge- 
schiedenis tot gewigtige resultaten zou leiden, die waarschijnlijkheid is door 
dat veelomvattend en met grondige kennis van zaken opgemaakt verslag 



^ Tlci is te vinden in de Verslagen en Medcdeelingen der Koninkiyke Akademie van Weten- 
schappen, CD daarnit met eenige aanteekeningen overgenomen in den l^lilitaire SpccUtor, III Serie, 
3de dfid, bl. 527 en volgg. 



VI VOORREDE. 

tot volkomen zekerheid geworden. Daaruit toch bleek bet, welk een groot 
aantal dier bescheiden in de verschillende archieven en bijzondere verzame- 
lingen grootendeels nog ongebruikt aanwezig zijn, en hoeveel onschatbare 
bouwstoffen daar verborgen liggen, die, kritisch onderzocht, geschift en 
geordend, het eenige middel zijn om de Nederlandsche krijgsgeschiedenis 
te brengen op de hoogte van onzen tijd, welke teregt de historische weten- 
schap in de eerste plaats gebaat acht door grondige bronnenstudie. 

De Akademie vereenigde zich met de conclusiën van het rapport, waarbij 
onder anderen de overtuiging uitgesproken werd van het hooge gewigt om 
den voorraad van belangrijke bouwstoffen voor onze krijgsgeschiedenis nader 
te onderzoeken en, zoo verre noodig, bekend te maken, terwijl tevens tot 
bereiking van dat doel, hetwelk boven de middelen en krachten der Aka- 
demie lag, de wenschelijkheid werd uitgesproken, dat aan het Departement 
van Oorlog een historische afdeeling wierd ingerigt, zoo ak die te Parijs 
bij het Dépót gënéral de la guerre bestaat. 

Een en ander ter kennis van Z. Exc. den Minister van Binnenlandsche 
Zaken gebragt, en door dezen aan zijnen ambtgenoot van Oorlog, den 
Generaal Majoor van Meurs, medegedeeld, had ten gevolge, dat door 
laatstgenoemde het onderwerp in overweging werd genomen, en tevens 
het noodige werd voorbereid om zooveel mogelijk aan het voorstel der 
Akademie gevolg te geven. Na zijne aftreding werd de zaak door zijnen 
opvolger, den Kolonel Jhr. de Gasembroot tot rijpheid gebragt en aan 
Z. M. den Koning voorgedragen, waarop door Hoogstdenzelven werd be- 
paald, dat ter bevordering van het doel, door de Koninklijke Akademie 
beoogd, aanvankelijk zou worden overgegaan tot de uitgave van het Jour- 
naal van Anthony Duyck, hetwelk zich in handschrift op de Koninklijke 
Bibliotheek te 'sGravenhage bevindt, omtrent welk geschrift de heeren 
Bosscha en Bakhuizen van den Brink in hun Verslag aan de Akademie den 
wensch reeds hadden geuit, «dat mogt, op welk eene wijze dan ook, aan 
het plan uitvoering worden gegeven, de proefneming werd begonnen met 
dit belangrijk handschrifl. van Maurits vriend en krijgsmakker » . 

Dat dit Journaal, zelfs zonder een meer uitvoerig onderzoek, door de 



VOORREDE. VII 

beide verslaggevers een belangrijk handschrift mogt genoemd worden, kan 
reeds a priori worden afgeleid uit den naam des schrijvers en het ambt 
van Advokaat Fiskaal van den Raad van State, hetwelk hij bekleedde in 
de dagen, over welke zijne aanteekeningen loopen, terwijl de gewigtige 
betrekkingen, tot welke hij later geroepen werd, en de plaats, welke hij in 
de gesciiiedenis inneemt, een waarborg opleveren voor zijne veelomvattende 
kennis en de juistheid van zijn oordeel. 

Antbony Duyck, afkomstig uit een aanzienlijk HoUandsch geslacht, 
welks stamouders waren Gijsen Duyck, die tussclien 1350 en 1370 leefde, 
en een Vrouwe van der Mark, * was een zoon van Gijsbert Duyck, Heer 
van Oud Karspel en in 1580 Schout te Hoorn; zijn geboortejaar schijnt 
lusschen het jaar 1S60 en 1S70 gesteld te moeten worden. 

Na in de regten te hebben gestudeerd werd hij den 4den October 1S89 
tot Advokaat-Fiskaal van den Raad van State benoemd % in welke be- 
trekking hij verpligt was het leger te velde te volgen, waardoor hij dus in 
staat was gesteld tot het maken van belangrijke aanteekeningen, en bij 
zijnen naam op den titel zijns werks kon voegen, dat hij «in meest alle 
de belegeringen present geweest is ende sulcx daegelijcx geannoteert heeft». 
Den Sisten Mei 1603 werd hij, na het overlijden van Johan de Rechtere, 
uit een drietal — Antbony Duyck , Harman Verbies en Dirck van Berckel — 
dat door de Staten van Holland aan Prins Maurits was aangeboden, 
door dezen tot GrifTier van den Hove van Holland gekozen, welke be- 
trekking hem evenwel niet verhinderde ook in dat jaar (het laatste waar- 
over zijn Journaal loopt) het leger te velde te volgen, daar de Penning- 
meester van de Griffie, Jacob Heerman, op Duycks verzoek, bij acte van 
het Hof van den 4dcn Junij 1603 geaulhoriseerd werd, om gedurende zijne 
afwezigheid de Raadkamer te bedienen. 

Den Oden November 1618 werd hij met den lieer van S wielen uit de 



* Het wipen vaa het geslacht Duyck is een veld vaa goud , beladen met drie Dnyckcn (gauzcn) 
Tan sabel en een zail van keel (Balen, beschrijving van Dordrecht, II, bl. 1049). 

> Commiarieboek van den Raad van State van 1588-^1691, bl. 41. (Ktjks Archief, M. 8.) 



VIII VOORREDE. 

edelen, en Hugo Muys van Holy uit Dordrecht, Reinier Pauw, Burgemeester 
van Amsterdam, en Bruninck, Secretaris van Enkhuizen, door de Staten 
van Holland aangesteld tot het onderzoek in de zaak van Oldenbamevelt, 
de Groot en Hogerbeets. Deze opdragt, tegen welke hij herhaaldelijk pro- 
testeerde, werd hem gegeven «mits den Fiscaal Kinschot den Heer Advo- 
caet bestaet in maeghschap» en kort daarna werd hij met Laurens Sylla 
uit Gelderland en Pieter van Leeuwen uit utrecht, Fiskaal bij de gede- 
legeerde regters. Na afloop van het regtsgeding werd hij, bij het overlijden 
van Mr. Francois Vranck, tot Raadsheer in den Hoogen Raad van Appel 
der landen van Holland en Zeeland bevorderd (Resol. van de Staten van 
Holland, 4 Oct. 1619), en den 33slen Januarij 1631, bij keuze uit het 
drietal: Duyck, de Wit en Pauw, tot Raadpensionaris van Holland aan- 
gesteld. Hij was de eerste Raadpensionaris, die als gewoon lid ter Verga- 
dering der Staten-Generaal werd gelastigd (Resol. van de Staten van Holl. , 
9 Maart — 8 April 1691), en bleef zijne gewigtige betrekking bekleeden tot 
aan zijnen dood, die den loden September 1629 voorviel. Hij was twee- 
maal gehuwd geweest ; zijne eerste vrouw , Elisabeth de Michely , schonk hem 
drie dochters, Kornelia, Maria en Anna, waarvan de eerste met Kornelis 
van Westreenen en de tweede met Pieter van Leeuwen de Leydis huwde. 

Het door Duyck nagelaten Journaal is in zeven boeken verdeeld, die het 
tijdvak van 1891 tot en met 1602 omvatten. Zes van die boeken evenwel 
zijn slechts voorhanden, daar het vierde, hetwelk de jaren 1S98 en 1599 
behelst, verloren is gegaan, en reeds ontbrak toen het manuscript door 
de Koninklijke Bibliotheek, aan welke het thans nog behoort, werd aan- 
gekocht. Herhaalde pogingen om dit ontbrekende gedeelte op te sporen 
zijn vruchteloos gebleven, doch daar de mogelijkheid nog immer bestaat, 
dat het hier of daar aanwezig is, nemen wij deze gelegenheid waar 
om een dringend beroep te doen op allen, die in onzen arbeid belang 
mogten stellen , ten einde in de archieven of andere verzamelingen , welke 
binnen hun bereik liggen, eenige nasporingen te doen, die welligt bet 
vermiste vierde boek aan het licht zouden kunnen brengen. Daar het moge- 



VOORREDE. IX 

lijk ware, dat de titel of andere oniDiddellijke kcnteekenen ontbraken, 
hebben wij een iacsimile van eene bladzijde uit het eerste boek hierachter 
gevoegd. Het origineel, met uitzondering van het laatste gedeelte van het 
zesde en het geheele zevende boek, is met hetzelfde geregelde schrift door 
Dayck eigenhandig geschreven, zoo als ons uit de vergelijking met oor- 
spronkelijke stukken op het Rijks- Archief gebleken is. Het heeft behoord 
tot de verzameling van manuscripten en boeken van Jan de Witt ^ , en 
volgens Wagenaar (XI deel, bl. ilS) berustte het in het midden der vorige 
eeuw onder den heer Pieter Rendorp, Burgemeester van Amsterdam ^ 
Later is het overgegaan in de bibliotheek van den heer Jan Schouten te 
Dordrecht, en kwam in 1833 door aankoop in de Koninklijke Bibliotheek 
te *sGravenbage. 

Wat nu eindelijk den inhoud van het Journaal aangaat, Duyck zelfheeft 
het gekarakteriseerd, door op zijn titel te vermelden, dat het «meestal 
niet dan de naeckte effecten van de notabelste geschiedenissen» inhoudt. 
De stijl verheft zich slechts zeer zelden boven den gewonen kronijkstijl van 
die dagen, maar is helder en duidelijk. Het is in den regel de naauw- 
lettende toeschouwer, die spreekt, die verhaalt wat hij gezien en bijgewoond 
beeft, maar die ook menigmaal zijne eigene opmerkingen en oordeelvel- 
lingen in zijn verhaal vlecht, en dikwijk kort en krachtig zijne goed- en 
afkeuring op niet dubbelzinnige wijze te kennen geefl. Maar die beschou- 
wingen zijn hier nevenzaak, en te vergeefs zou men bij hem dat navor- 
schend doordringen in het innerlijk wezen der gebeurtenissen, dat bloot- 
leggen van de verborgenste beweegredenen en drijfveeren der handelende 
personen, dat schilderen van karakters en zeden zoeken, waardoor vele 
andere gedenkschriften niet alleen tot zulke schatbare bijdragen voor de 



* In den Catalogus dier verzameling (Dordrecht 1701) komt het Joarnaal in zeven boeken voor 
op pag. 68, onder N*. 124, 4to. 

* Onder de handschriften der Bibliotheca Rendorpiana, the entire lihrary of the late learned 
John Bendorp of Marqacttc and Amsterdam , die den 28jten Fcbruar\j 1825 en volgende dagen door 
Sothcby te Londen werd verkocht, wordt niets gevonden, dat aan ecu godcelto van Duycks Jour- 
naal kan doen denken. 



X VOORREDE. 

intieme kennis van lang vervlogen tijdperken, maar ook tot eene onder- 
houdende en ook voor het algemeen steeds belangwekkende lektuur ge- 
stempeld worden. Doch dat gemis wordt bij hem grootelijks opgewogen 
door den overvloed van détails ^ welke hij mededeelt , waartoe ook de vorm 
van zijn werk, dat nagenoeg onafgebroken van dag tot dag de gebeurte- 
nissen wedergeeft, noodzakelijk aanleiding gaf. 

Voor de krijgsgeschiedenis , en vooral ook voor de geschiedenis van het 
krijgswezen, bevatten zijne aanteekeningen eene rijke schat van wetens- 
waardige bijzonderheden. Nu eens betreffen zij de zamenstelling en de 
sterkte van het leger der Republiek in die dagen, of geven eene gedetail- 
leerde beschrijving van opstellingen voor het gevecht of indeelingen voor 
l)elangrijke marschen: dan weder zijn het omstandige relazen der voor- 
naamste gevechten, als dat aan de Lippe in 1596, den strijd bij Turnhout 
en vooral den slag bij Nieuwpoort, waarvan de beschrijving die van alle 
andere gelijktijdige schrijvers in uitvoerigheid en naauwkeurigheid verre 
achter zich laat, en ook door Prins Maurits zei ven ab de beste werd ge- 
roemd. Maar vooral voor de geschiedenis van den vestingoorlog in dat 
tijdperk vinden wij hier eene menigte gegevens. Dag voor dag wordt alles 
medegedeeld, voet voor voet wordt de voortgang der aan vakwerken ge- 
volgd in de merkwaardige belegeringen van Steenwijk, Coeverden, Geer- 
truidenberg, Groningen, Grol, Grave, enz. Wanneer wij dan ook in Duyck's 
Journaal eene menigte bijzonderheden aantreffen, die voor de geschiedenis 
van zijnen tijd in het algemeen van veel belang zijn, is het toch hoofd- 
zakelijk uit een krijgs-historisch oogpunt, dat er het meeste gewigt aan 
moet worden toegekend, daar het juist op dat terrein zeer veel aanvult, 
wat uit den aard der zaak , zelfs bij onze meest uitvoerige gelijktijdige 
schrijvers, minder gedetailleerd gevonden wordt. 

Of het Journaal reeds vroeger door onze geschiedschrijvers is geraadpleegd 
geworden, is eene vraag, die moeijelijk met zekerheid kan l)cantwoord 
worden. Wagenaar (Vad. Hist., XII, bl. 112) zegt, dat Bor zich, zoo ver 
hij gaat, heeft kunnen bedienen van de gedenkschriften der krijgsl)edrijven 
van Maurits door den Raadpensionaris A. Duyck. Eene oplettende ver- 



VOORREDE. XI 

gelijking van onderscheideDe gedeelten van Bor's geschriften met het dag- 
boek van Duyck stelt het buiten eenigen twijfel, dat beiden met elkander 
in belrekking geweest zijn; er zijn zelfs bij Bor geheele volzinnen, waarin 
nagenoeg letterlijk de woorden van Duyck gebezigd worden. En toch is 
er, in weerwil van Wagenaar's verzekering, eenigen twijfel bij ons gerezen, 
of hij werkelijk bij het zamenstellen van zijn geschiedverhaal het Journaal 
beeft geraadpleegd. Hij haalt namelijk nu en dan brieven aan, door Duyck 
uil het ieger geschreven (bijv. in het XXXII boek, bl. 42 en 46, in het 
XXXV boek, bl. 482, in het XXXVI boek, bl. 85), die hem minder vol- 
ledige berigten geven dan hij in het Journaal had kunnen vinden, terwijl 
bij op meer dan ééne plaats, waar hij nagenoeg de eigen woorden van 
Duyck bezigt, uit gelijktijdige brieven van andere personen nadere bijzon- 
derheden laat volgen, welke even goed in het Journaal staan opgeteekend. 
Het komt ons daarom veeleer waarschijnlijk voor, dat hij in de gelegenheid 
k geweest, bijzondere aanteekeningen van Duyck te raadplegen. 'Dit ver- 
moeden krijgt te meer grond, wanneer men zich herinnert, dat uit een 
brief van Hooft, van deli 19den December 1651, aan Gerard van Zanten 
geschreven % kan afgeleid worden, dat Duyck bij uitersten wil beperkende 
bepalingen omtrent de uitgave van zijne gedenkschriften had gemaakt. 
«tGeen UEd. ,» zegt Hooft, «van d'uiterste wille des Heeren Duiks ver- 
meldt, drijft mij wel tot de vreeze, nocht niet tol wanhoop toe. 't Is niet 
nieuws, dat zoodane persoonadje hunne gedenkenissen verbieden met hun 
lijk uit te gaan; maar zelden dat zij die ter eeuwige duisternis verwijzen. 
Zijn Ed. zal misschien haare gevankenis aan eenig getal van jaaren ge- 
bonden hebben , die af konnen loopen , eer zij mij te staade zullen koomen. 
Niettemin zoo UEd. achter den slag van Vlaanderen, zoö bescheidelijk , 
zelfs naa 's Veldtheeren oordeel beschreeven, oft eenige andere stukken 
derzelve weet te raaken, zal achten dat ik mijn geluk en UEd. vriendt- 
schap te danken heb: gemerckt d'onzeekerheidt van 't geheel te ver- 
werven. » 



> ]Iooft'8 brieven, N*. 314, bl. 251. 



XII V o o R R K D E. 

Het is dus niet wel aan te nemen, dat Duyck zijne aanteekeningen, 
waarin dan ook een tal van oordeelvellingen voorkomen , die menigen tijd- 
genoot niet aangenaam konden zijn, gedurende zijn leven ter inzage, ten 
minste zeker niet tot gebruik, zou hebben afgestaan. 

De bewering van enkele schrijvers, dat van Meteren het journaal als 
bouwstof voor zijn geschiedverhaal gebezigd zou hebben, berust, zoo ver 
wij weten, alleen op ééne plaats uit diens voorrede, waarin hij zegt: «Wij 
hebben mede behulp gehad van de Memoricn van Heer Jacques de Grijze, 
geweest Generael van de Vivres, van Mr. Anthonis Duyck, geweest Fiscael 
van de Generaliteyt en van andere meer goede Heeren en vrienden, die 
wij ten hoogsten daerover te daneken hebben.» Uier staat evenwel niet 
anders te lezen, dan dat van Meteren, behalve van de memoriën van de 
Grijze, die overleden was, nog hulp gehad heeft van Duyck en andere 
heeren en vrienden. 

Wij gelooven dus, dat het getal jaren, waaraan de «gevankenis dezer 
gedcnkenissen » gebonden was, nu eerst is afgeloopen, en achten, dat met 
den inhoud van dit journaal een nieuwe en rijke bron van wetenswaardige 
bijzonderheden, deels voor de staatkundige, maar bovenal voor de krijgs- 
kundige geschiedenis van de laatste jaren der 16de en de eerste der 17de 
eeuw geopend is. 

Het lag in den aard van onzen arbeid, dat het krijgshistorisch element 
op den voorgrond moest treden, zoowel bij de keuze der aanteekeningen , 
welke wij hier en daar aan den oorspronkelijkcn tekst hebben toegevoegd , 
als bij de behandeling der Inleiding, welke wij aan het journaal hebben 
doen voorafgaan. In deze laatste hebben wij den toestand, waarin het 
land zich bij het Ix^gin van den offensieven oorlog in 1591 bevond, in 
korte trekken geschetst, de redenen, zoowel van straicgischen als van 
politieken aard, die op het plan van den veldtogt van dat jaar invloed 
hebben jjitgeoefend , nagegaan, en eindelijk een ovcrzigt gegeven van de 
inrigting van het leger der Republiek op dat tijdstip 

Ten slotte blijft ons nog de aangename vcrpligling over , onzen dank te 
betuigen voor de belangslcllcndc ondersteuning, welke wij van verschillende 



VOORRED i:. xm 

zijden bij onzen arbeid hebben mogen ondervinden. Niet alleen aan den 
Rijks- Arehivaris, den heer Bakhuizen van den Brink, van wien de heer 
van Deventer het onlangs in zijne voorrede der « Gedenkstukken van 01- 
denbarnevelt » met zooveel Avaarheid getuigde: «dat het zijn welverdiende, 
maar zeker niet ligt te verkrijgen roem is, dat hij zijnen naam aan alle 
belangrijke geschriften onzer dagen over de geschiedenis des vaderlands 
verbonden heeft » , zijn >vij groeten dank verschuldigd voor de onvermoeide 
welwillendheid, waarmede hij ons steeds met raad en daad heeft bijge- 
staan en voorgelicht bij onze werkzaamheden aan het Rijks- Archief, maar 
ook aan den heer Groen van Prinsterer, die ons met de meeste voorko- 
mendheid tot het raadplegen van eene menigte stukken uit het Archief 
van Zijne Majesteit in staat stelde. Menige opheldering hadden wij ove- 
rigens te danken aan de bereidwilligheid, waarmede de heer van Deventer 
het eerlang uit te geven tweede deel van zijne Gedenkschriften van Johan 
van Oldenbarnevelt ter onzer beschikking stelde, aan de mededeelingen 
van eenige stedelijke Archivarissen , die wij herhaaldelijk en nimmer te ver- 
geef raadpleegden, en eindelijk — om de woorden van van Meteren tot 
de onze te maken — « aen andere meer goede Heeren en vrienden , die 
wij ten hoogsten daerover te dancken hebben » . Ook bij de bewerking 
van het vervolg dezer uitgave, die nog uit twee deelen, ongeveer van ge- 
lijken omvang als dit eerste, bestaan zal, blijven wij ons voortdurend bij 
hen aanbevelen. 



INHOUD VAN HET EERSTE DEEL. 



Inleiding Blz. I— CXXIV. 

EERSTE BOE E. 

S 

Corte ?oorreeden , Bk. 1. 

1591. — Van de belegeringe van Zuiphen (24 Mei — 31 Mei) » 6. 

Van de belegeringe van Deventer (31 Mei — 18 Junij) ... » 14. 
Van de belegeringe van Groeningc ende de schantsen daeron- 

trent (20 Junij — 12 Julij) » 25. 

Van tvertreck van lleger naer de Betuwe (13 Julij — 23 Augustus) » 35. 

Van den tocht in tlant van Waes in Vlaenderen (14 Sept. — 5 Oct.) » 48. 

Van de belegeringe van Nieumegen (9 Oclober — 31 October) . » 58. 

Anno 1592 (1 Januarij — 15 April) ,, 68. 

Van tbeleg van Steenwijck (1 Mei — 19 Julij) » 72. 

Van tbeleg van Coevoerden (20 Julij — 26 September) ... » 106. 

Tocht naer den Rijn (27 September — 22 Oclober) . . . . »» 141. 

Andere geschiedenissen (27 October — 24 December) .... » 148. 

Anno 1593 (1 Januarij — 18 Maart) » 161. 

Geertruidenberch (21 Maart — 30 Junij) » 164. 

Van den tocht naer de Bommelerwaert (1 Julij — 23 Julij). . » 246. 
Van den tocht in Vlaenderen, geduyrende men in de Bomme- 

lerweert lach (24 Julij — 17 Augustus) » 257. 

Van den tocht in Overijssel ende Groeningerlant , geduyrende 

men in de Bommeler weert lach (18 Augustus — 29 October) » 274. 



XVI 

Van den tocht naer Lymburch, geduyrende men in Groeninger- 

lant lach (30 Oclober — 18 November) Blz. 997. 

Van den tocht naer Brugge in Vlacnderen (16 Nov. — 27 Nov.) « 502. 

Diverse andere considerable geschiedenissen (NovemlKïr en 

Hocember) » 506. 

frtjlagen tot het eerste boek » 513. 

Taefele van desen journael (1891 , 1892 en 1893) « 527. 



TWEEDE BOEK. 

1894 (1 Januarij — 18 Februarij) » 559. 

Van den aenslach op s'Hartogenbosch (28 Februarij — 10 Maart) « 580. 

Van den aenslach op Maestricht (11 Maart — 51 Maart). . . » 584. 

Tocht om de Duytsen te bejegenen (3 April — 28 April) . . » 567. 

Van t'ontset van Coevoerden (26 April — 17 Mei) « 573. 

Van tbeleg van Groeningen (18 Mei — 28 Augustus) .... » 594. 

Andere geschiedenissen (Augustus en September) » 474. 

Tocht in tlant van Zutphen beraemt om Grolle te belegeren, 

sonder vrucht affgeloopen (2 October — 18 October) ... » 482. 

Van den intocht naer Vranckrijck ofte Sedan (16 Oct. — 51 Dec.) » 489. 

t'Jaer 1898 (1 Januarij — 1 Februarij) » 817. 

Van Hoeye (2 Februarij — 12 April) » 825. 

Van de veranderinge tot Eemden (15 April — 27 Junij) . , . » 561. 

Van den tocht naer tlant van Zutphen (1 Julij — 15 Julij). . » 608. 

Van de belegeringe van GroU (14 Julij -^ 27 Julij) » 612. 

tXeger te Silvolden (28 Julij — 17 Augustus) » 625. 

t'Leger tot Bisselich (18 Augustus — 24 October) » 640. 

t'Huys te Weert belegert (28 October — 29 October) .... » 686. 

Andere geschiedenissen (50 October — 51 December) .... » 690. 

Bijlagen tot het tweede boek » 711. 

Index ofte taefele des tweden boecks deses journaels .... » 728. 



INLEIDING. 



In het jaar 1591 , met hetwelk het Journaal van Anthony Dujck 
eenen aanvang neemt, begint de groote omkeering in de oorlogvoe- 
ring van de Nederlandsche gewesten tegen Spanje, waarvan enkele 
op zich zelf staande krijgsbedrijven in het vorige jaar, als de ver- 
rassing van Breda, de togt van Maurits door Noord-Brabant , de 
welgelukte ondernemingen van Graaf Willem Lodewijk in Groningen , 
enz., als de voorloopers kunnen aangemerkt worden. 

Het oflEensieve element, het krachtigste, ja het eenige, dat op 
den langen duur tot het einddoel van iederen oorlog leiden kan , 
had in den laatsten tijd, ten gevolge van onderscheidene zamen- 
werkende oorzaken, aan den roemrijken worstelstrijd ontbroken. 
Alleen de eerste jaren van den opstand waren er door gekenmerkt 
geweest, toen Willem van Oranje, na alle passieve middelen van 
verzet tegen de dwingelandij te hebben uitgeput, in 15G8 het zwaard 
had aangegord en den aanval begonnen, die in het bij Daelhem en 
Jemmingen vergoten bloed gedeeltelijk werd gesmoord en daarna 
geheel afstuitte op de angstige werkeloosheid der landzaten en de 
koel berekenende passiviteit van Al va, die eindelijk den Prins, 
nagenoeg zonder slag of stoot, tot het afdanken van zijn leger dwong. 

Dat het karakter van dien krijg van Oranje's zijde offensief zijn 
moest, lag in den aard der zaak; daar waar niets te verdedigen 
viel, waar het geheele land door de Spaansche troepen was bezet, 
was het eerste vereischte, dat de opstand een terrein vond, waarop 



II 

hij zich kon vastzetten, eene wijkplaats voor hen, die openlijk de 
zaak der vrijheid omhelsden. Toen die eerste poging mislukt was, 
duurde het ongeveer vier jaren , voor dat het offensieve weder werd 
hervat. Wel was het heldenfeit van Herman de Ruyter in 1570 
eene kloeke, maar hopelooze en op zich zelf staande poging om er 
toe over te gaan ; — wel voerden de watergeuzen hun woesten krijg 
op den Oceaan; maar de tijd was nog niet daar, het gevoel van 
eigen kracht, dat noodzakelijk vereischte voor een aan vallenden 
oorlog, was nog niet ontwaakt bij het volk, dat door de ijzeren 
vuist van Alva werd ter neer gebogen. Dat gevoel van kracht 
werd eerst opgewekt toen de stoute aanval op den Briel was gelukt , 
en eene menigte steden in de noordelijke gewesten het juk hadden 
afgeschud. Toen nam het verzet tegen Spanje terstond zijn offensief 
karakter weder aan: Lodewijk van Nassau greep met welberaamde 
stoutheid den vijand aan in het hart zijner provinciën, en ontwel- 
digde hem Bergen, de belangrijke vesting, die bij de gunstige 
vooruitzigten op ondersteuning, welke Catharina de Medicis zoo 
verraderlijk had voorgespiegeld , zulke gewigtige strategische diensten 
had kunnen bewijzen. De Zeeuwsche vloot onder Ewout Pietersz 
Worst stevende het zeegat uit en veroverde bijna de geheele Lissa- 
bonsche koopvaardijvloot, die met Medina Celi herwaarts was geko- 
men, en Oranje rukte weder met een nieuw geworven leger over 
de Oostelijke grenzen het land binnen. Doch ten tweedenmale 
mislukte die poging; de gruwelijke Bartholomeusmoord , en het 
standvastig beleid, waarmede Alva ook nu den slag ontweek, ver- 
ijdelden iedere hoop op een goeden uitslag. Ten tweedenmale 
genoodzaakt zijn leger af te danken en van den aanval af te zien , 
begaf zich Willem van Oranje naar Holland, vast besloten om daar 
voor de zaak der vrijheid te strijden tot dat hij er den dood gevon- 
den zou hebben *). 



1) ArEstant resolu de partir vers Hollande et Zélande pour maintenir les affaires 
par dela tant que possible sera, ayant délibérd de faire illecq ma s^pulture. # 
(Brief van Willem van Oranje aan zijnen broeder Jan van Nassau, van den ISden 
October 1572. — Groen van Frinsterer , Archives de la Maison d'Orange , IV, pag. 4.) 



Dat besluit om zich liever tot den laatsten snik te verdedigen 
dan zich aan den Spaanschen tiran over te geven, verleende van 
toen af een blijvend defensief karakter aan de wanhopige worsteling. 
Wel geschiedden er nu en dan enkele, als op zich zelf staande 
offensieve operatiën, als in 1573 de verovering van Rammekens door 
de Zeeuwen, de inneming van Geertruidenberg enz.; wel was de 
Prins van Oranje, zoo als uit onderscheidene plaatsen van zijne 
brieven blijkt, zelf te goed krijgskundige om niet alle middelen te 
beproeven tot het bijeenbrengen van een leger, waarmede hij weder 
aanvallend zou kunnen optreden ^), maar tot een werkelijken aan- 
vallenden oorlog kwam het niet meer. 

De onderneming van Lodewijk van Nassau, in 1574, die met 
den bloedigen nederlaag op de Mookerheide eindigde, moet veeleer 
beschouwd worden als een aanvoer van hulptroepen dan als eene 
direct offensieve handeling, hoezeer het welgelukken daarvan onge- 
twijfeld tot het aannemen van een meer krachtig oorlogsplan zou 
hebben geleid. Alleen de welgeslaagde onderneniingen van Rennen- 
berg, in 1578, die een groot gedeelte van de noordelijke en ooste- 
lijke gewesten aan de zijde van den Prins bragten, kunnen nog als 
een tijdelijke overgang tot den aanvallenden krijg worden aan- 
gemerkt. 

De hier behaalde voordeden gingen echter weldra ten gevolge van 
Rennenberg's overgang naar de Spaansche zijde weder verloren. En 
in de volgende jaren werd de mogelijkheid tot het voeren van eenen 
minder passieven oorlog al kleiner en kleiner. Niet dan met de 
uiterste inspanning kon Willem van Oranje in den laatsten tijd zijns 
levens het gestadige verval van de zaak der vrijheid tegenhouden, 
en toen na zijnen dood de Koningin van Engeland, wel is waar 
een aanzienlijk aantal hulptroepen maar met hen ook den Graaf 
van Leicester naar deze gewesten zond, wiens gemis aan krijgskun- 



1) ^ Je suis icy, Af schryft hij onder anderen den lOden Augustus 1B73 aan «ijnen 
broeder Lodewijk van Nassau, #rendant toute la peine du monde pour trouver 
ai^nt a fin de pouvoir remectre noz gens en ordre et dresser nouveau ctimp. — 
(Groen van Prinsterer, Arch. IV, pag. 181.) 



IV 

dige bekwaamheden geene grobtsche opvatting van eene meer ener- 
gieke oorlogvoering toeliet , beletten nog buitendien de binnenlandsche 
verwikkelingen en het wederkeerig wantrouwen tusschen den Engel- 
schen Landvoogd en de Staten, dat men van de verdediging tot 
den aanval overging, waartoe men anders met het oog op de aan- 
wezige strijdkrachten wel had kunnen besluiten. 

De verovering van Axel door Maurits in 158G was een gelukkig 
uitgevoerde coup de main, die kracht gaf aan de stelling der 
Staatsche en Engelsche troepen, welke zich in Sluis en Ostende 
bevonden , maar bleef een op zich zelf staand feit , dat volstrekt niet 
in verband stond met eenig meer uitgebreid offensief oorlogsplan. Even- 
eens kan men de verovering van Doesburg en de mislukte aanslag 
op Zutphen in dat zelfde jaar niet anders beschouwen dan als eene 
poging om Parma te dwingen het beleg van Rijnberk op te breken. 

Leicester vertrok en de republiek der Vereenigde Nederlanden 
werd gegrondvest. Fier vertrouwende op de toekomst, besloten de 
Staten de tweemaal mislukte poging om de heerschappij aan een vreemd 
Vorst op te dragen , niet te herhalen. Het gevoel van eigen kracht 
was eindelijk sterk genoeg geworden om daarin een voldoenden steun 
te vinden voor hunne staatkundige zelfstandigheid. Wel konden zij 
de vreemde hulp nog niet ontberen, maar die hulp zou hun voort- 
aan gebragt worden door bondgenooten , die met hen een en 
hetzelfde belang hadden in den strijd; zij zou niet meer de prijs 
zijn, waarvoor bij gunstigen uitslag hunne onafhankelijkheid zou 
worden verkocht. Wel had de oneenigheid tusschen Leicester en de 
Staten Koningin Elisabeth van de Nederlanden vervreemd, zoodat 
zij met ernst over den vrede met Spanje begon te onderhandelen , 
die, wanneer hij tot stand ware gekomen, den ondergang van de 
republiek genoegzaam zeker ten gevolge zou hebben gehad; maar 
de kwalijk berekende aanslag van Philips tegen Engeland, die met 
de vernietiging van zijne trotsche Armada eindigde, had de beide 
Staten weder in het gemeenschappelijk gevaar en in den gemeen- 
schappelijken zegepraal vereenigd, en naauwer dan ooit den band 
toegehaald, die bij het traktaat van 1585 was gelegd. Zoolang 
Elisabeth leefde was de republiek van haren bijstand verzekerd. 



De meerdere vrijheid van handelen, die de Staten ten gevolge 
van het vertrek van den Engelschen Landvoogd verkregen, werd 
door hen op eene uitmuntende wijze gebruikt om het leger op 
eenen beteren voet te brengen. De uitbreiding door Leicester 
aan de strijdkrachten gegeven, stond niet in verhouding tot de 
geldmiddelen, waarover het land te beschikken had; wanbetaling en 
muiterij waren er het gevolg van, en het leger, veel talrijker op 
het papier dan in de werkelijkheid , was bovendien door de misbrui- 
ken, die uit gebrekkige betaling der soldij voortvloeiden, voor een 
groot gedeelte gedemoraliseerd. Het waren niet alleen de vijanden 
van den Landvoogd , die hem dien hoogstnadeeligen stand van zaken 
verweten, en wier verklaringen in dien tijd van wederzij dsche 
beschuldigingen welligt minder vertrouwen zouden verdienen , maar 
zelfs zijne vrienden zeiden het hem in ronde woorden. In eene 
memorie, welke eene reeks van raadgevingen aan Leicester bij zijne 
voorgenomen terugkomst in de Nederlanden bevat 0> komen de 
volgende opmerkelijke regels voor: 

ijrFault que S. E. accomplisse Ie traitté entre Sa Ma^^ et les 
Estats, et qu'il évite Ie blasme que Ton luy a donné l'an passé 
que les forces de Sa Ma*^ tant de pied que de cheval n'ont esté a 
beaucoup prés complettes, que Ton n'a point fait les monstres deue- 
ment et avec l'assistance d'un commissaire de la part des dits Estas , 
et que les dites trouppes Angloises ont esté cincq ou six mois entiers 
sans aucun prest ou paiement; chose qui a cuidé causer une grande 
altération en eet Estat. // En verder : 

rCe qui a fait perdre a S. E. la bonne opinion et volonté des 
soldats de pardega a esté la faulte de paiement. Car, ayans espéré 
que Ia venue de S. E. les rendroit contens et satisfaits, il est certain 
qu'ilz ont esté tous plus mal payez cette dernière année que en 
plusieors années précédentes; ores que les Estas ayent fourny deux 
fois autant d'argent que les années passées, n'ayans les dits soldatz 



1) Dit stuk berust in handschrift in de Correspondance de Hollande, in de 
Archives étrangères te Parijs, en is opgenomen in Groen van Prinsterer, Archives, 
8de serie, I, pag. 61. 



VI 

tant es garnisons qu'en la campagne repu plus de deux mois ou 
trois tout au plus de paie en un an. Et tient on icy pour miracle 
qu'il ne s'est vendu et perdu davantage de places a cette occasion, 
car on les a mis en grand hazard. // 

Eene wijze spaarzaamheid verving nu de noodlottige ordeloosheid ; 
de overtollige troepen werden afgedankt, maar daarentegen werd 
zooveel mogelijk gewaakt voor eene rigtige betaling der manschap- 
pen, die men in dienst hield, en wanneer er ook al tengevolge van 
de ondoeltreffende inrigting der militaire administratie, nog mis- 
bruiken plaats grepen, zoo als wij later bij eene nadere beschouwing 
van het leger zullen vermelden, hadden toch de verstandige maat- 
regelen door de regering genomen al zeer spoedig den weldadigsten 
invloed op de deugdelijkheid van de strijdkrachten ') , waardoor 
eenige jaren later de overgang tot eene meer krachtige oorlogvoe- 
ring mogelijk werd. 

Behalve de bovengemelde oorzaken, die de republiek in staat 
stelden, eindelijk eene ofiFensieve houding tegenover Spanje aan te 
nemen, was er nog eene hoogstgewigtige, die alle andere in belang 
verre overtrof, — het was de verkeerde staatkunde van Philips II, 
die hem aandreef, zich in den burgeroorlog in Frankrijk te mengen. 

Naauwelijks had Jacques Clement Koning Hendrik III van het 
leven beroofd, of de Spaansche Koning besloot, zich met kracht 
tegen de troonsbeklimming van Hendrik van Navarre te verzetten , 
en verbond zich naauwer met de Ligue, met het geheim oogmerk 
om de kroon van Frankrijk aan zijne dochter Isabella te bezorgen, 
en daardoor, wanneer dat rijk tot een vasalstaat van Spanje zou 
zijn gemaakt, het groote doel van zijn leven, de vernietiging der 



1) K Er ist Gott lob itzo in dissen Provintzien einigkeit und gutte ordnung und 
disciplin uiider dem kriegszvolck und sie bekommen richtig alle 48 tag einen 
monats bezahlungh, aber in Frieszlandt gehet es noch richtiger zu, und sunderlich 
mit den durchzüghen, dan was diesel be ach gescheen mogen hat es die gelegenheit, 
das ein hausraan sich nicht eines stübers schaden darf von Iren soldaten besorgen 
und ein jeder soldat mosz sich selbst proviandieren und die proviandt vür etzliche 
tagh mit sich tragen oder die Souttelars folgen Ihnen. « (Brief van G. Frinck 
aan Jan den Oude, Graaf van Nassau, van den 13 Nov. 1590. — Arch. van Z. M.) 



VII 



ketterij en de herstelling der Katholijke Kerk in Europa, te berei- 
ken of ten minste veel naderbij te komen. 

Te vergeefs wezen verscheiden zijner Raadslieden , wier oordeel 
niet, als het zijne, door een alles overheerschend fanatisme beneveld 
wras, hem op het gevaar, dat uit eene dergelijke uitbreiding zijner 
ondernemingen , uit eene zoo verderfelijke versnippering van krachten 
zou geboren worden. ïe vergeefs putte de Hertog van Parma al 
zijne overredingskracht uit, om hem van zijne noodlottige plannen 
te doen afzien. Te vergeefs stelde hij hem voor, dat de verovering 
der Nederlanden, tot welke de omstandigheden thans gunstiger 
waren dan ooit , eene rijke bron zou openen om daarna met dubbele 
kracht in Frankrijk op te treden. Tot in de laatste jaren toe was 
het voordeel van de oorlogskans in de Nederlanden aan de Spaan - 
sche zijde geweest, en de wederzijdsche toestand der strijdende 
partijen was werkelijk van dien aard, dat wanneer Philips slechts 
een gedeelte van de schatten, die hij later aan het najagen van zijn 
doel in Frankrijk verspilde, aan den krijg in deze gewesten had 
besteed , de uitslag bijna niet twijfelachtig ware geweest. 

In het noorden werd Friesland bedreigd door Verdugo, die 
Groningen en het oostelijke gedeelte van het land in zijn bezit 
had; — de IJsselvestingen waren in handen van de Spanjaarden , 
en van daaruit kon de openliggende provincie Utrecht met goed 
gevolg worden aangetast; — Geertruidenberg , juist te regter tijd 
door het verraad der muitende bezetting in Parma's handen gele- 
verd, dreigde den handel op de HoUandsche stroomen te belem- 
meren, en werd door velen als de sleutel van Holland aangemerkt. 
Parma gevoelde het , dat één krachtige stoot een einde aan den 
oorlog kon maken, dat hij nog slechts ééne krachtige ondersteuning 
aan manschap en geld noodig had om de kroon te zetten op zijn 
werk, om den opstand, dien hij gedurende eene reeks van jaren 
met meesterlijk beleid had bestreden en eindelijk uit de zeventien 
gewesten tot binnen den omtrek van vier kleine provinciën had 
teruggedrongen, met éénen slag te vernietigen. Maar gelukkig 
voor de Nederlandsche vrijheid stuitten al zijne drangredenen af op 
de onverzettelijkheid van Philips, die veeleer op het welslagen zijner 



VIII 

onderneiniiigen in Frankrijk de hoop op eene later gemakkelijker 
uit te voeren onderwerping zijner oproerige onderdanen bouwde. 

Parma moest gehoorzamen en zijne benden, die zoo dringend 
gevorderd werden om in de Nederlanden het veroverde te behouden, 
naar Frankrijk voeren om de Ligue tegen Hendrik van Navarre te 
ondersteunen, die na den zegepraal bij Ivry met een leger van 
20,000 man het beleg voor Parijs had geslagen. Het keerpunt in 
de geschiedenis van het eenmaal zoo magtige Spanje was bereikt: 
van dien oogenblik af ging het zijn steeds toenemend verval te 
gemoet. 

Deze loop der omstandigheden bragt Hendrik IV in naauwere 
ranrakin^j met de Republiek. Het was voor hem van het grootste 
belang, dat de Spaansche strijdkrachten zooveel mogelijk in de 
Nederlanden werden bezig gehouden, en Parma daardoor werd 
gedwongen, een groot gedeelte van zijne magt tot beveiliging der 
sterkten in deze gewesten af te zonderen , of wel zijne finantiën , 
die zich toch reeds in een zeer ongunstigen toestand bevonden *) , 
nog meer te verzwakken door het aanwerven van nieuwe ligtingen. 
Geen wonder dan ook, dat Hendrik van Navarre, weldra onder- 
vond, en ook erkende, van welk een groot gewigt de stoute en 
met zooveel geluk bekroonde ondernemingen van Maurits voor hem 
waren *). Aan den anderen kant was de inval van Parma in 
Frankrijk en de afleiding, welke daardoor voor de Republiek ont- 



1) A^ Want het schijnt, dat sedert d'administratie van de financiën Parma ont- 
nomen is, dat zijn Ex*^*® des lants saecken so zeer hem nijet aentreckt, renvoijerende 
ende aenwijsende al wat geldtsaecken belangt aen zeeckere Spaensche Heeren 
daertoe verordonneert, twelck veroirsaeckt eene grootc jalousie tusschen hunlie- 
den.* (Brief van Buijs uit Emden aan de Staten Generaal, van den 7den Juuij 
1591. — Rijks archief. M. S.) 

2) f Et ne reputons aussi a petite obligation Tintention que vous avez en vos 
entreprinses de donner autant de soulagement et relasche a nos affaires des efTorts 
plus grands et plus prompts que l'ennemy que vous tenez par ce raoien occuppé 
pourroit saus cela faire contre nous dout nous vous remercions bien affectueusenient , 
etc. (Brief van Hendrik IV aan de Staten Generaal, van den 6den Junij 1591. — 
Bijks Archief. M. S.) 



IX 

stond, voor den Franschen Koning eene gereede aanleiding om bij 
haar op krachtige ondersteuning aan te dringen. Hij bragt den 
Staten het groote gewigt van het oogenblik onder het oog, en ver- 
maande hen , zich niet aan rust en verademing over te geven , maar 
nu in vereeniging met Frankrijk eene krachtige poging te wagen. 
ZiJD ambassadeur de Buzanval , verzuimde dan ook niet , hen op 
het groote voordeel te wijzen, dat et voor hen uit zou voortvloeijen 
wanneer de Hertog van Parma uit de Nederlanden zou worden 
getrokken, waardoor hun niet alleen groote sommen gelds zouden 
worden gespaard, maar ook de gelegenheid geopend om hunne 
grenzen uit te breiden '): Hij eindigde zijne uitvoerige rede met 
het ter leen vragen van 100,000 gulden om door den Vicomte de 
Turenne gebruikt te worden tot het werven van troepen in Duitsch- 
land, welke troepen, zoo als Buzanval verzekerde, ook, wanneer 
zich de gelegenheid mogt voordoen om er den vijand hier te lande 
een gewigtig nadeel mede toe te brengen, ter beschikking van de 
Republiek zouden worden gesteld ^). De Fransche Koning liet het 
daarbij aan geene beloften van wederkeerige hulp in toekomende dagen 
ontbreken ^). 

De aanvrage om geldelijke ondersteuning werd kort daarna ge- 
volgd door een verzoek van Hendrik IV om bijgestaan te worden 



1) Sede van de Buzanval, gehouden in de vergadering van de Staten Generaal 
van den 26steu Januarij 1591. (In de verzameling der ingekomen brieven van 
dat jaar, op het Bijks archief. M. S.) 

2) " öue si quelque belle occasion se presente pour Ie bien et l'avantage de 
vos affaires, il ne faut point doubter que Monsieur Ie Yiconte de Turenne ne soit 
bien aise d^ apporter Tauctorité quHl aura en lad. armee, pour faire un bon service 
a eest Estat, auquel il a tousjours eu une singuliere inclination. 

Et croiez, Messieurs, que ce vous sera une tres grande commodité, 

d'avoir comme en vostre disposition un armee qui aura cousté quatre ou cincq 
cents mille escus a lever et faire marcher. «^ (ld.) 

3) wBe Vicomte de Turenne verklaarde namens den Koning in eene aanspraak, 
gehouden in de vergadering der Staten Generaal van den 5den Januarij 1591, 
*dat zoe wanneer Zijne Ma* den Staet van Vranckrijk zal hebben gebrocht 
in goeden staet dat dezelve Zijne Ma* alles voer deze landen zal doen ende helpen 
procureren wes hem eenichssints mogelijck zal zijn. ff 



met zes van de beste oorlogschepen , ten einde daarmede de kusten 
van Bretagne te beschermen *). 

Zoowel aan het een als aan het ander werd door de Staten vol- 
daan , en te gelijk met de toebereidselen , welke gemaakt werden 
om in den zomer van 1591 een krachtige poging te doen ter 
verdrijving van den vijand uit haar eigen gebied, rustte de kleine 
republiek oorlogschepen uit en zonderde eene aanzienlijke somme 
gelds van hare penningen af om een vreemden vorst bij de verove- 
ring van zijn rijk te ondersteunen. 

Opmerkelijk is het, te zien hoe hare verhouding tot de naburige 
mogendheden in de laatste jaren was gewijzigd geworden. Hoe 
kort nog slechts was het geleden, dat zij, zonder vertrouwen op 
eigen kracht, angstig rondziende naar vreemde hulp bij den immer 
stijgenden nood, geene redding meende te kunnen vinden, dan 
door haar onafhankelijk volksbestaan in de waagschaal te stellen en 
de heerschappij over het nog niet geheel vrijgevochten land in ruil 
aan te bieden voor tijdigen bijstand. Hoe pijnlijk het viel, dat 
offer te brengen, bewijst de worsteling, die er volgde toen reeds 
de zoo noode toegestane inmenging van den Engelschen Landvoogd 
in het binnenlandsch bestuur, den fleren Staten zoo zwaar te dragen 
viel zoodra het bewustzijn van eigen kracht meer en meer begon te 
ontwaken. Maar het dreigende gevaar scheen toen door geen ander 
redmiddel te kunnen worden afgewend. Thans evenwel zien wij de 
vereenigde gewesten hunne plaats in Europa innemen als een zelf- 
standige Staat, die in de overige mogendheden wel bondgenooten 
maar geen beschermers meer ziet. Wel moest de ligtgeraakte 
politiek der Engelsche Koningin nog worden ontzien, en had de 
aanzienlijke hulp , die zij de republiek bleef verleenen , ten gevolge , 
dat zij invloed bleef uitoefenen op de plannen , die beraamd werden ; 



1) Zie den brief van Hendrik IV aan de Staten Generaal van den 4den Januarij 
1591 ; — den brief van de Taffin van den 15den Februarij 1591; beide in de verzame- 
ling van ingekomen brieven op het Rijks Archief. Verder een ongedateerden brief van 
de Taffin in het //Register der brieven ingekomen uit diversche plaatsen a' , 1591, bl. 
146 en volgg. Eijks Archief. M. S. 



XI 



maar meer dan eens zien wij de Staten zich ernstig kanten tegen 
haren wil, wanneer zij oordeelen dat het welzijn van het land 
zoodanig verzet vordert. 

Toen in het begin van 1591 besloten was tot het doen van eene 
krachtige poging om den Spanjaard van het Nederlandsch grondge- 
bied te verdrijven, en men reeds was begonnen o vertegaan tot het 
maken van de noodige toebereidselen voor den aanstaanden veldtogt, 
ontvingen de Generale Staten den Isten Februarij onverwachts een 
brief van hunne gedeputeerden in Engeland, waarin hun gemeld 
werd , dat eerlang de Generaal Norris naar 's Gravenhage zou komen 
om namens Hare Majesteit een deel van het Engelsche hulpkorps 
hier te lande op te vorderen om met de troepen van den Vicomte 
de Turenne naar Bretagne te worden gezonden ter ondersteuning 
van Hendrik IV ^). Dat berigt klonk hun als een donderslag in 
de ooren. Zij schreven onverwijld aan hunne gezanten, dat die 
tijding hen ten hoogste verontrustte; dat door het vertrek van de 
Engelsche hulptroepen al de plannen zouden vernietigd worden, die 
men bij het openen van den veldtogt meende uit te voeren, en 
droegen hun dus den last op, //dat zij met alle middelen ende 
wegen daertoe zullen sien te trachten dat des voersz. Norreys over- 
compste alhier wordde gebroken, gebruyckende daerinne alle 
mogelijcke dexteriteyt, die zij zullen weeten te advizeren, opdat 
daerdoere die voersz. inconvenienten goets tijts mogen voergecommen 
wordden// ^). 

Die brief kwam evenwel te laat. 

Vijf dagen daarna (6 Februarij) verscheen Norris reeds in de 
vergadering van Hunne Hoogmogenden , en deelde mondeling en 
schriftelijk het verlangen van de Koningin mede, dat onmiddellijk 
3000 man Engelsche hulptroepen naar Bretagne zouden worden ge- 
zonden om voor den tijd van drie maanden in dienst van Hendrik IV 
te worden gebruikt ^). 



1) Resolutien der St. Gen., 1 Feb. 1591. 

2) ld. 

3) Points et articles que Ie Sieur General Nourys a proposé de la part de Sa Ma" 
dWngleterre ie 6 jour de febvrier 1591. (Res. der St. Gen. — Zitting van dien dag.) 



XII 

Den volgenden morgen werd eene breedvoerige beraadslaging over 
deze netelige zaak gehouden, en eindelijk //goetgevonden om ver- 
scheyden wichtige consideratien , datmen denselven (Noms) zal 
sien te geven contentement met een eerlijck wellevent refus. // 

In overleg met den Raad van State werd hierop besloten, uit de 
verschillende aangevoerde redenen een antwoord aan Elisabeth te 
ontwerpen, maar eerst nog, als eene laatste poging, door eene 
commissie van vijf leden eene conferentie te doen houden met den 
Generaal Norris '). Deze commissie bragt den volgenden morgen 
een verslag van haar onderhoud uit , waarvan de inhoud wel te 
voorzien was geweest, waïu-op //int langhe gediscoureert ende 
gecommuniceert is opte antwoorde haere Ma' te geven opte propo- 
sitie bijden voersz. Generael Nourreys gedaeu ende geresolveert te 
persisteren bijde voergaende genomen resolutie, te weeten, dat 
men haere Ma' zal bejegenen met eene antwoorde negatyff// '). 

Twee dagen daarna werd de brief gearresteerd , en den volgenden 
dag aan Norris , die in de vergadering verscheen , voorgelezen , waarop 
hij een geschrift overhandigde , uit welks toon en strekking niet on- 
duidelijk blijkt, welke houding de trotsche Koningin meende te 
kunnen aannemen tegenover hare vroegere beschermelingen, zelfs 
wanneer het eene handeling betrof lijnregt in strijd met de bepalingen 
van het onderling gesloten traktaat. 

//Sa Majesté,// zegt Norris, //m'a commandé de vous donner a 
cognoistre tout plattement , que vous ne debvez ny pouvez en raison 
refuser quelle aye ses subjets a sou commandement et pour ce m'a 
expressement enjoinct vous dire quelle ma donné charge ensemble a tous 
Gouverneurs , Capitaines et Commandeurs de sa nation pardecha selon 
son bon plaisir quelle leur a faict aussy entendre de mener les trois 
mille soldats jusques aux lieux propres pour incontinent embarquer // ^). 

Te gelijkertijd zond hij eene kennisgeving aan den Raad van State , 



1) Rfts. der St. Gen. 8 Februarij 1591. 

2) ld. 9 February 1591. 

3) ld. 13 Febr. 1591. 



xm 

dat hij naar de onderscheidene plaatsen, waar Engelschen in gar- 
nijEoen waren , de noodige orders had afgezonden om de troepen 
terstond te doen marcheren. Hiertegen werd in eene gezamenlijke 
zitting van de Staten Generaal en den Raad van State geprotesteerd/ 
en dit protest medegedeeld aan de verschillende engelsche autori* 
teiten en hooge bevelhebbers hier te lande , v met expresse verklaring 
dat de Staten verstaan , dat aan den Generaal van het secours , de 
Gouverneurs van de steden en kapiteinen over het voorsz. volk 
commanderende, bevel zal worden gezonden, dat zij op den eed, 
waarmede zij de Vereenigde Nederlanden verpligt zijn, uit haar gar- 
nizoen niet zullen vertrekken of gedoogen dat hunne soldaten ver- 
trekken zonder expres bevel van de Staten of van den Raad van 
State, na dato te depescheren. u Aan verscheidene andere Vesting- 
Kommandanten , als die van Breda, Bergen op Zoom, Arnhem, 
enz., werd uit voorzorg ook geschreven, evenwel zonder van de 
gerezen kwestie tusschen de Staten en Engeland melding te maken. 
Hun werd alleen te kennen gegeven //dat alzoo daar zekere ex- 
ploicten voorhanden zijn, dat men goedgevonden heeft, hen daarvan 
te adverteren, met begeeren, henlieden niettemin zulks expresselijk 
ordonnerende , dat ze niet gedogen , dat eenig krijgsvolk uit dezelve 
steden wierde geligt tenzij dan hun blijke van de ordonnantie van 
dezen Raade, // en indien hun dienaangaande eenig bevel mogt worden 
gegeven, dat zij daarvan copij aan den Raad moesten overzenden, 
en niettemin geen volk mogten laten vertrekken zonder expres bevel 
daarop van den Raad te ontvangen ^). Tezelfder tijde werd de 
monster-commissaris Claes de Wael gecommitteerd om zich onver- 
wijld naar Arnhem te begeven, en onder voorwendsel van het gar- 
nizoen daar ter stede te monsteren, in het geheim correspondentie 
te houden binnen Doesburg om naauwkeurig te weten te komen, 
m hoeverre de Engelsche troepen , welke de bezetting van die vesting 
uitmaakten, gevolg zouden geven aan het bevel tot vertrek, hun 
van wege den Generaal Norris gegeven^). Eveneens werd aan den 



1) Resolutiëa van den Eaad van State, 16 Feb. 1591. 

2) fiesol. St. Gen. 18 Febr. 1591. 



XIV 

Kanselier en de Raden van Gelderland geschreven , dat zij de Engel- 
sche troepen in hunne provincie, welke in weerwil der aan hen ge- 
rigte aanschrijving hunne garnizoenen mogten willen verlaten, met 
geene vivres of schepen zouden bijstaan ^). 

Intusschen bleef Norris bij den hem gegeven last, en zond aan 
verscheiden Engelsche kompagniën , als te Bergen op Zoom , te Breda 
enz. , order naar Zeeland te trekken ■) ; maar *daar de bevelhebbers 
dier vestingen daarvan tijdig mededeeling deden aan den Raad van 
State , werd bepaaldelijk gelast , geene Engelschen te doen vertrekken 
voor dat men antwoord van de Koningin zou hebben ontvangen. 
Toen de Commies van de Tresorie van Hare Majesteit de betaling 
der * hulptroepen schorste, drong de Raad van State bij hem aan, 
dat hij in afwachting van dat antwoord de soldij zou blijven uit- 
betalen, en lieten inmiddels aan de Engelsche troepen vivres uit 
'slands magazijnen uitdeden. 

Door al deze maatregelen wist men Je zaken voorloopig gaande 
te houden, tot dat eindelijk het antwoord van Koningin Elisabeth 
ontvangen en den 18den Maart in de vergadering van H. H. 
Mogenden door den Generaal Norris medegedeeld werd. Hierbij 
verklaarde de Koningin , dat zij van gedachte veranderd was bij het 
vernemen van de bezwaren door de Staten Generaal geopperd, en 
van het algemeene misnoegen dat haar besluit in de Republiek ver- 
wekt had^). Zij wilde daarom alleen een klein getal oude soldaten 
uit de Nederlanden naar Bretagne zenden, maar die te gelijkertijd 
door een zelfde aantal nieuwe troepen doen vervangen // pour assopir 
Ie dit mescontentement et jalousie du peuple. u 

Hierdoor volkomen tevreden gesteld, verklaarden de Staten, dat 



1) Kesol. van den Kaad van State, 18 Febr. 1591. 

2) ld., 22 en 23 Febr. 1591. 

3) ü'Et estant Sa Ma** informée que ceste sienne résolution pourroit estre préju- 
diciable aux desseings et préparations desdits Estats (desja fort advancez pour faire 
la guerre aux Espagnols) et au grand mescontentement du peuple, Ie bon plaisir de 
Sa Ma'* porte expressement de changer ceste opinion. «^ (Res. der St. Gen., 18 
Maart 1591.) 



XV 

rij de twintig vendelen Engelschen , welke zij daartoe reeds bestemd 
hadden , te velde zouden gebruiken , en er in toestemden , dat uit 
de overige hulptroepen en uit de bezetting der pandsteden tien 
vendelen naar Frankrijk werden gezonden , // zoo wanneer , n voegden 
zij er evenwel bij, //als binnen deze landen daarentegen andere tien 
nieuwe compagnien Engelschen, wel toegerust en gewapend, zullen 
wezen gearriveerd// »). 

Men ziet uit dit enkele voorbeeld, dat de Staten, hoezeer bij het 
uitvoeren hunner ondernemingen natuurlijk in zekere mate afhankelijk 
van de Engelsche hulp, zich evenwel niet lijdelijk aan de willekeur 
van Elisabeth onderwierpen, en dat, ook al mogt aan hun verzet 
den vorm gegeven worden van eene poging om haar // te geven 
contentement met een eerlijck welleevent refus// zij toch standvastig 
bleven, en met ernst en klem hun goed regt wisten te handhaven. 
De naauwe verbinding tusschen hen en den Koning van Frankrijk 
was trouwens ook eene van de redenen , die de scherpziende Koningin 
tot het onderhouden der vriendschappelijke betrekkingen met de 
Republiek mag bewogen hebben. 

Deze zag zich alzoo in het bezit van twee bondgenooten , die haar 
beide, hoezeer dan ook op verschillende wijze, nuttig waren. De 
^ne, Engeland, versterkte hare krijgsmagt door een aanzienlijk 
hulpkorps; de andere, Frankrijk, kostte haar wel is waar opoflFe- 
ringen in geld, in strijdkrachten te water en eerlang ook in land- 
troepen, maar verzwakte daarentegen den vijand in veel grootere 
mate door hem te dwingen zijne beste troepen tot ondersteuning 
der Ligue over de grenzen te zenden. 

Door dit alles was de verhouding tusschen de strijdkrachten, die 
elkander in het jaar 1591 op het oorlogstooneel in de Nederlanden 
tegenover zouden staan, aanzienlijk gewijzigd. De schaal, die zoo 
vde jaren naar de zijde van Spanje had overgeheld, was eindelijk 
in evenwigt gekomen, en toen Maurits van Oranje er het volle ge- 
wigt van zijn krijgsmansgenie in wierp, sloeg zij bepaaldelijk naar 
de Staatsche zijde over. 



1) Ee9.der St.Gen. 19 Maart 1591.— Zie den brief aan Elisabeth, id. 24 Maart 15 91. 



XVI 

Zoo ooit, dan was nu het oogenblik gekomen om het systema 
van defensieve oorlogvoering te laten varen, dat men zoo lang, 
eigenlijk reeds te lang, had gevolgd. Gelukkig kwamen de Staten 
in het laatst van het jaar 1590 tot het juiste inzigt, dat voortaan 
in den offensieven krijg hun behoud en de mogelijkheid tot het winnen 
eener duurzame onafhankelijkheid gelegen was. Aan Graaf Willem 
Lodewijk van Nassau komt de eer toe, hen tot dat juiste inzigt 
te hebben gebragt. Reeds in het jaar 1589, zoodra Philips zich 
met meer kracht in de aangelegenheden van Frankrijk begon te 
mengen , had zijn scherpe blik het opgemerkt , hoe gunstig die om- 
standigheid was om de krijgskans ten voordeele van de Nederlanden 
te doen keeren , en had hij er met klem op aangedrongen , dat men 
terstond tot het offensieve zou overgaan. Hij reisde opzettelijk naar 
'sGravenhage om de Staten daartoe te bewegen. Met kracht van 
redenen betoogde hij , hoe de ondergang van de Armada, de schatten , 
die de Koning van Spanje aan den oorlog in Frankrijk verspilde, 
de oneenigheid tusschen de Spaansche raden en Parma, de muiterij 
van het vijandelijke krijgsvolk, de verwarring en het verval hunner 
tucht, het zekere vooruitzigt openden op een grooten ommekeer ia 
den toestand des vijands^). Hij toonde aan, dat men, goede orde 
op alles stellende, gemakkelijk tienduizend voetknechten en vijftien- 
honderd paarden te velde kon brengen, die, wanneer zij goed 
werden aangevoerd, en wanneer behoorlijk partij werd getrokken 
van de groote kracht, die in de communicatie langs de rivieren en 
waterwegen gelegen was, voldoende zouden wezen om zonder dat 
men een veldslag behoefde te wagen , alle riviersteden , als Deventer , 
Zutphen, Nijmegen, Grave, Venlo, Roermond, Groningen, achter- 
eenvolgens aan den vijand te ontweldigen, //welcke Riviersteden 
erovert zijnde , mosten alle die cleyne Landt-steden daeromtrent , als 
missende haer wortel ende voetsel van selfs vergaen. // Doordrongen 
van het ware strategische beginsel, dat versnippering van strijd- 
krachten op den duur tot verderf moet leiden, wees hij op het 



1) Van Keyd, Oorspronck ende voortganek van de Nederlantsche Oorloghen, 
VIII, bl. 284, 2« editie. 



XVII 

groote voordeel , dat men ook voor de verdediging winnen zou door 
de verovering dier sterkten, die nu, op welk gedeelte van het oor- 
logstooneel de krijg ook gevoerd werd, altijd met gevaren in den 
rog dreigden , en tot nadeelige detacheringen van troepen dwongen. 

Na die verovering daarentegen kon het land //met veel minder 
moeyte ende sorghe verdedight ende beschermt worden, dewijl men 
aeneener syde alleen mett'samen gevoechder macht dat hooft bieden, 
eode sich van achteren niet soude te vreesen hebben, u 

In weerwil van al de bondige redenen, die hij aanvoerde, had 
hij de Staten echter toen nog niet kunnen overtuigen. De meening 
dat men geen offensieven oorlog kon voeren, de herinnering dat 
men daarin vroeger altijd ongelukkig was geweest, was te diep in- 
geworteld om op eens te worden uitgeroeid. 

Waarom zou de Republiek de dagen van rust, die de vijand 
haar gunde, niet tot haar voordeel gebruiken door hare zaken te 
regelen en de noodige sterkten te bouwen , die voor de verdere ver- 
dediging vereischt werden? 

Waarom zou zij door het opzoeken van den vijand, die haar met 
rast liet, den slapenden hond wekken, en zich den krijg, die nu 
tijdelijk van haar was afgeweerd, weder op den hals halen? Deze 
en dergelijke redeneringen golden meer dan de juiste inzigten van 
Willem Lodewijk, die evenwel niet ophield alle middelen aan te 
wenden om zijne vaste overtuiging ingang te doen vinden, en wiens 
gevoelen door Maurits, die intusschen meer en meer op den voor- 
grond begon te treden, in alle opzigten gedeeld werd. Het wel- 
slagen der kleine, op zich zelf staande aanvallende operatiën zoowel 
in Brabant als in Groningen, in het jaar 1590 uitgevoerd, bragt 
eindelijk het zijne bij om de oogen geheel te openen, en het voor- 
nemen tot den later met zoo schitterenden uitslag bekroonden offen- 
sieven oorlog werd door de Staten in het laatst van 1590 opgevat. 

Hoedanig was het strategische plan tot den veldtogt van 1591 , 
en welke omstandigheden hebben op het vaststellen daarvan invloed 
uitgeoefend ? 

Bij de beantwoording dier vragen is het in de eerste plaats 

II. 



1 



XVIII 

noodig, een blik te slaan op het oorlogstooneel en na te gaan, 
welke gedeelten daarvan door de wederzijdsche partijen bezet waren. 

De provinciën Holland, Zeeland, Utrecht en Friesland waren 
geheel in de magt der Staten, met uitzondering alleen van de 
vesting Geertruidenberg , die toenmaals tot Holland behoorde. 

De Spanjaarden waren meester van Groningen en de Ommelanden , 
behalve eenige versterkte plaatsen als Soltkamp, de schans te Reide 
enz., die in het vorige jaar door Willem Lodewijk veroverd waren. 
De vestingen Groningen en Delfzijl waren hier de gewigtigste punten. 

Drenthe was eveneens geheel in 'svijands handen en werd op 
contributie gesteld door het garnizoen van Coeverden. In Overijssel 
waren de Spanjaarden meester van het oostelijk gedeelte en van de 
gewigtige vesting Steenwijk, die Frieslands Zuider-frontier voort- 
durend bedreigde; Zwol en Kampen met de omliggende landstreek 
waren in het bezit der Staten. Van daar af maakte de IJssel on- 
geveer de grensscheiding uit tusschen de door de verschillende partijen 
bezette streken; Hattem, Elburg en de zuidelijker gelegen Veluwe 
waren Staatsch; de vestingen Deventer en Zutphen en het oostelijk 
gelegen land met Oldenzeel, Grol, Breevoort enz., Spaansch. Does- 
burg, Deutinchem, 'sHeerenberg en de schans bij 's Graven weert 
(later de Schenkenschans genoemd) waren de verst vooruitgelegen 
punten door de Nederlanders aan hunne oostelijke grens bezet. Op 
het zuidelijk frontier was de vijand meester van Nijmegen, waar- 
tegenover Maurits in 1590 de schans Knodsenburg op den regter 
Waaloever gebouwd had, en in Brabant van de vestingen Grave 
en 's Hertogenbosch , en van het geheel meer zuidelijk gelegen land. 
In het westelijke gedeelte dier provincie waren Breda, Bergen op 
Zoom, Willemstad, Steenbergen, Zevenbergen, de schansen bij 
Ter Heide en Roosendaal enz., in Staatsche handen. 

Uit dit overzigt blijkt, dat men in drie verschillende rigtingen 
aanvallend kon te werk gaan: zuidwaarts ter verovering van Geer- 
truidenberg, 's Hertogenbosch en Grave, om later naar Venlo en 
Maastricht door te dringen ; — oostwaarts , waar de inname van 
Zutphen en Deventer den IJssel vrij zoii maken, en het bezit van 
Breevoort, Grol, Oldenzaal enz., Gelderland en Overijssel van den 



XIX 

vijand zou bevrijden en hem tevens de communicatie met zijne 
strijdkrachten in het noorden bezwaarlijker maken; — en eindelijk 
noordwaarts , waar door de vermeestering van Groningen en Delfzijl 
niet alleen Friesland van een voortdurend dreigend gevaar zou 
worden verlost, maar tevens eene nieuwe en rijke provincie aan de 
Unie zou worden toegevoegd. 

Van deze drie operatiën was zeker de eerste de minst verkieslijke. 
Wat er voor pleitte, was dat de verovering van 's Hertogenbosch 
en Geertruidenberg de geheele provincie Brabant zou vrijwaren voor 
de strooptogten van den vijand , die thans uit die sterk bevestigde 
plaatsen het platte land op contributie stelde en het op den duur te 
gronde dreigde te rigten , en dat laatstgenoemde vesting in de handen 
der Spanjaarden velen een voortdurend dreigend gevaar toescheen voor 
de provincie Holland , waarvan zij Geertruidenberg de sleutel noem- 
den ^). Dit laatste kan men evenwel slechts zeer voorwaardelijk 
aannemen; zoo lang de Hollanders meester op het water bleven, 
was het gevaar van die zijde niet zeer dreigend. Willem Lodewijk 
van Nassau hechtte dan ook uit het oogpunt van de verdediging 
niet zooveel gewigt aan het bezit van Geertruidenberg, zoo als blijkt 
uit den brief, dien hij den 23sten April 1589 aan zijnen vader 
schreef, en waarin hij hem het verlies der stad berigtte. «^Esz hatt 
der feindt , v zegt hij , // viel damit gewunnen , dieweil er schier 
gantz Brabant hiemit befreyt und sich kheines überfals und streuffens 
des orts zu besorgen, und ist zwar diser vortheil des feindts 
gröszer als der schade den die lande darbei leiden, sintemal mit 
ettlicher orlogsschiffen wol zu wehren ist das der feindt ausz 
Gertrudenberg khein auszfalle in Holland t thun khan// '). 

Veeleer kon men Geertruidenberg, wanneer het in handen der 
Staatschen was, een uitmuntend bruggenhoofd aan de overzijde van 



1) Zelfs Farma had het zoo beschouwd, of althans zoo doen voorkomen in den 
brief, dien hij aan den Koning schreef, nadat de muitende bezetting hem de stad 
ovargeleverd had. «^ Enfin, « zegt Strada, ffü escrivit au Kol k nouvelle de cette 
Tictoire, et luy mauda que lea portes de la Hollande estoieut ouvertes.^r 

2) Groen van Prinsterer, Archives, 2de Serie, I, pag. 96. 



XX 

het Hollands Diep noemen, en dan kon het als de sleutel van 
Brabant worden aangemerkt. Bij een aanvallenden oorlog naar die 
zijde zou dan ook de vermeestering van dit gewigtige punt eene 
der eerste operatiën moeten zijn. Er waren evenwel overwegende 
redenen om voor het oogenblik nog niet daartoe over te gaan. 

Vooreerst werd de Republiek in het oosten en noorden veel meer 
bedreigd dan in het zuiden. Reeds in April 1585 had de stoute 
strooptogt van den Spaanschen overste de Tassis in de Veluwe en 
Gooiland doen zien hoe gevaarlijk de nabuurschap van de vijandelijke 
garnizoenen in de IJsselvestingen voor Utrecht en Holland worden 
kon. Met een aanzienlijken buit en vele gevangenen was hij, na 
verscheidene dorpen te hebben geplunderd , in Zutphen teruggekeerd , 
en toen hij , twee maanden later op nieuw te velde verschenen , den 
Staatschen een nederlaag bij Amerongen had toegebragt, was ieder 
oogenblik een aanval op Holland te duchten, die wanneer de 
Spaansche strijdmagt sterker geweest ware, in weerwil van de 
uitmuntende verdedigingsmaatregelen van Maarten Schenk , veel kans 
van slagen zou hebben gehad. 

Ook nu nog stroopte de vijand tot in de voorsteden van Utrecht, 
brandschatte de dorpen van het Sticht ^ en hield de kleine grens- 
steden in voortdurende onrust. 

Eveneens was de toestand van Friesland altijd zorgwekkend, en 
wanneer het den vijand eenmaal ernst werd, en hij, in plaats van 
zijne krachten elders te verspillen, ze in het noorden bijeentrok. 



1) «'W'ij konnen U.E. nyet verlialden hoe dat den vyant vuyt Deventer ende 
Zutphen in groot getell seer dyckwyls in Venendael syn benachtende, ende by 
eenige inwoonders vant selve aldair gelogeert ende opgehouden worden, waeromme 
8y aen verscheyden partyen dagelicx syn leggende in onse jurisdictie, soo Achter- 
berch , inde Grebbe , ende omtrent onser stede , ende onse ondersaten ende passanten , 
die sy becommen connen , vangen , mitsgaders * onse ondersaten de peerden vuyte 
ploegen ende meswagens nemen, alsoo dat derhalven die meeste landen in onse 
vryheyt desert ende ongebout moeten blyven leggen. ^ (Brief van den Schout, 
Burgemeesters en Schepenen der stad Ilhenen aan de Staten van Utrecht, van 
den Isten November 1588. — Provinciaal Arch. van Utrecht.) — Zie ook Bor, 
XXVn, bl. 497. 



XXI 

dan liep dat gewest, hoezeer overigens sterk door het water, bij 
mezend weder of in zeer drooge zomers groot gevaar. ^ 

Gelukkig dat Parma, gedwongen tot het maken van toebereidselen 
voor zijnen togt naar Frankrijk, niet in staat was Verdugo behoor- 
lijk te ondersteunen. 

Behalve de noodzakelijkheid om de meest bedreigde grenzen het 
eerst te beveiligen, wierp de omstandigheid, dat Parma veel spoe- 
diger het zuidelijk frontier ter hulpe kon snellen, een groot gewigt 
in de schaal. Geertruidenberg en 's Hertogenbosch zouden niet te ver- 
meesteren zijn dan na eene langdurige belegering , die den vijand ge- 
noeg tijd zou laten , om met overmagt tot ontzet te komen opdagen. De 
IJsselvestingen zou men daarentegen hoogst waarschijnlijk in evenveel 
dagen kunnen bemagtigen als tot het beleg der Brabantsche steden 
weken zouden gevorderd worden, terwijl de groote afstand, waarop 
Groningen en Delfzijl van des vijands hoofdmagt verwijderd waren, 
de mogelijkheid kon doen veronderstellen, zich van die plaatsen 
meester te maken voor dat de noodige troepen tot ontzet kouden 
aangekomen zijn. Dit was dan ook een van de redenen , die Willem 
Lodewijk aanvoerde toen hij den raad gaf om met het beleg van 
Groningen te beginnen ^). 

Het waren voornamelijk de Staten van Friesland, die herhaaldelijk 
ra zelfs met bedreiging van hunne troepen tot geene andere onder- 
neming te zullen doen medewerken, op de verplaatsing van het 
oorlogstooneel naar het noorden aandrongen. Reeds den 2den Mei 
1590 schreef Maurits aan de Staten Generaal, dat het besluit 
genomen was, in Gelderland offensief te werk te gaan, //waartoe 
de welgeboren onze beminde neef en broeder Willem Lodewijk van 
Nassau, Grouverneur in Vriesland en Ommelanden, terugstellende 
het particulier gevaar zijns gouvernements ende de groote swarig- 
heeden, dewelke bij de Staten aldaar van wegen des vijands onlanks 



1) «'Badende van Groeningen te beginnen, ghemerckt dat aldaer het meeste 

profijt ware , den lichsten arbeydt , ende de meeste seeckerheydt om dat 

dese stadt t' alderwytate vanden vyandt ghelegen, ende zijn ontset nergens min te 
vreesen is. ir — Van Keyd, VIII, bl. 286. 



XXII 

gedanen ende apparenten nieuwen inval gemouveert werden , belooft 
ende toe^ezeyt heeft ons met een goet getal crijgskneghten van Sijn 
L. Regiment voor Deventer ende Zutphen bij te staan, mits dat 
wij, de voorn, werken met de hulpe Gods gelukkelijk volbragt 
zijnde, met het geheele leger, geschut ende andere noodige zaken 
zijn L. ende de Staten van Vriesland wederom binnen hare Provin- 
ciën te hulpe komen zouden, zoo mogen wij UEd. niet verbergen 
dat den welgemelden onzen neve ende broeder, al nogh dezelve 
Resolutie naar te komen willigh zijnde, van ons naerder verzeeke- 
ringh, nopende de réciproque hulpe begeert heeft, zonder dewelcke 
Sijn L. zegt, de Staten van Vrieslant geenzints te zullen kunnen 
persuadeeren om krijgsvolk uit hare provincie te laten volgen , 
waarop wij Sijn L. onder onze handt ende zegel een acte toegestelt 
hebben, omme de voorn. Staten van Vrieslant te mogen verthoonen, 
ende daarmede hunluyden contentement te geven v ^). 

Friesland bleef herhaaldelijk op ditzelfde punt aandringen. Toen 
Zutphen den 30 Mei 1591 veroverd was, en men in den krijgsraad 
tot het beleg van Deventer besloot, moest zijne Excellentie en de 
gecommitteerden van de Staten Generaal niet alleen mondeling 
maar ook schriftelijk de belofte afleggen , // dat Deventer verovert en 
ingenomen zijnde, sijn Excellentie het leger soude brengen voor 
Groeningen en in de Ommelanden, sonder welke beloften die van 
Vriesland het volk onder haer repartitie staende , van de belegeringe 
wilde laten vertrecken// ^). 

Zelfs b 3 willigden de Staten van Friesland in September van 
datzelfde jaar in de extraordinaire quote van / 200,000 alleen op 
voorwaarde , dat // de victoriën voortgezet zouden worden aan de 
oostzijde van den Rijn// ^). 



1) Register van brieven, ingekomen uit diversclie plaatsen in het jaar 1590 , 
bl. 148 verso. — Kijks Arcliief M. S. 

2) Bor, XXVIII, bl. 563. 

3) Merkwaardig is een brief den 16den Augustus 1591 door de Gedeputeerde 
Staten van Friesland aan de Staten Generaal geschreven , waarin zij de beschuldiging 
afwerpen, dat zij alleen het belang hunner provincie op het oog hebben, en aan- 
toonen van hoe veel gewigt, de verovering van Steenwijk en Coevorden voor de 



XXIJI 

Er waren dus genoeg redenen , zoo van staatkundigen als van 
militairen aard, om Groningen tot het hoofdobject van den aan- 
staanden offensieven veldtogt te maken, en uit den loop der 
krijgsverrigtingen blijkt ook, dat men het werkelijk als zoodanig 
beschouwde. 

De vesting is in den zomer van 1591 op het punt geweest van 
belegerd te worden, en wanneer niet het onverwachte oprukken 
van Parma naar de zijde van de Betuwe Maurits had doen besluiten 
zijn l^er in allerijl uit het noorden des lands terug te voeren, dan 
wnie ongetwijfeld Groningen toen reeds aan de Unie toegevoegd, 
hetgeen nu eerst drie jaren later plaals had. 

De reden, waarom men evenwel niet, zoo als velen en vooral 
de Staten van Friesland verlangden, en zoo als Graaf Willem 
Lodewijk had voorgesteld, terstond met den aanval op Groningen 
begon , maar den veldtogt met de belegering der IJsselsteden 
opende, laat zich met vrij groote waarschijnlijkheid uit de omstan- 
digheden opmaken. 

In de eerste plaats zou men, door Zutphen en Deventer in 
handen van den vijand te laten, twee gewigtige punten in den rug 
van het noordwaarts rukkende leger laten liggen, die hetzij aan 
Verdugo, hetzij aan Parma gelegenheid zouden geven, gebruik te 
maken van de afwezigheid van Maurits om in korten tijd met alle 
strijdkrachten, waarover zij te beschikken hadden, over den IJssel 
te deboucheren en de Republiek aan hare meest kwetsbare zijde te 
bedreigen. De verovering dier vestingen daarentegen gaf eene 
groote kracht aan het oostelijk frontier, bragt den TJssel, eene 
boogstgewigtige verdedigingslinie, in handen van de Staatschen, en 
breidde hun gebied uit tot aan Bree voort, Grol en Oldenzaal, 
die nog in het bezit waren van Parma, maar nagenoeg op de 



geheele Unie wezen zou. — (Register van brieven, ingekomen uit div. plaatsen 
1591, bl. 406 en volgg.) 

Zie ook de Brieven van de Ged. Staten van Friesland van den 23sten Aug. ei 
9den September 1591 , en de Besol. van de St. Gen. van den Uden en 17deu 
Sept. 1591. 



XXIV 

grenzen van Duitschland lagen. Bovendien was de verovering van 
Zutphen en Deventer in verschillende opzigten eene zeer gewenschte 
voorbereiding tot het beleg van Groningen. Daardoor toch zou in 
de eerste plaats de vaart op den IJssel vrij worden, en een nieuwe 
waterweg worden verkregen voor den toevoer van geschut, munitie 
en andere legerbehoeften uit de magazijnen te Delft en te Dordrecht. 
Dat dit voordeel vooral in die dagen niet gering was te achten, 
valt in het oog wanneer men bedenkt, dat alleen voor de bespan- 
ning van 15 stukken geschut (4 heele en S halve kartouwen en 3 
veldstukken) met de daarbij behoorende voertuigen niet minder dan 
490 paarden noodig waren ^), en dat het transport van een 
belegeringstrein , welke vereischt werd om 50 a 60 stukken in 
batterij te brengen, tot zware kosten leidde, die aanzienlijk 
verminderd werden, wanneer dat transport geheel te water geschie- 
den kon. 

In de tweede plaats was er met het oog op de technische 
oefening, zoowel van de officieren als van de manschappen, een 
groot voordeel in gelegen, dat men een aanvang maakte met het 
belegeren van eenige kleinere vestingen. Den schansarbeid door de 
soldaten te doen uitvoeren, was eene nieuwe, bij alle legers van 
Europa ongekende maatregel, tot welks invoering al de energie 
van Maurits en van Willem Lodewijk gevorderd werd. Het voor- 
oordeel, dat het voor den krijgsman vernederend was, het werk te 
verrigten, dat overal elders door gepreste boeren en gehuurde 
schansdelvers werd uitgevoerd, moest nog worden uitgeroeid, en 
teregt had de Friesche Stadhouder, toen hij op het voeren van den 
offensieven oorlog aandrong, gezegd: ^/voor al raosten die soldaten 
met liberale betalinghe totten arbeydt willich ghemaeckt , ende 
uytten ingewortelden irdom gebracht werden, van sich te schamen 
des schansens ende gravens. Welk punct gewonnen zijnde, souden 
dese landen in haren krijgh altoos vast en seker gacn. » Die 
overtuiging was toen, zelfs bij de hpogere krijgsbe vel hebbers, op 
verre na niet algemeen, en de uitmuntende resultaten in de eerste 



1) Stevin, Caetrametatio , bl. 21. 



XXV 

belegeringen verkregen, waren noodzakelijk om de soldaten later bij 
de zoo moeijelijke belegering van Steenwijk ongevoelig te maken 
voor de schampere woorden van den vijand, die hun herhaaldelijk 
honend van de wallen toeriep //dat sij sich selfs van krijghsluyden 
tot boeren maeckten, ende in plaetse van spiessen de schappen 
ghebruyckten // ^). 

Eindelijk was er nog eene omstandigheid , welke , naar het ons 
voorkomt, grooten invloed had op het besluit om den oorlog in 
Gelderland te voeren. 

Door den dood van Graaf Adolf van Nieuwenaar en Meurs in 
1589, waren de gouvernementen van Overijssel, Utrecht en Gel- 
derland, waar hij Stadhouder was, opengevallen. De Staten van 
Holland ijverden zeer voor de verkiezing van Maurils voor die 
betrekking , en het was vooral Oldenbarnevelt , die door voortdurende 
onderhandelingen, de zwarigheden zocht te overwinnen, die door 
de Staten dier gewesten tegen de benoeming van den Prins gemaakt 
werden. En nu verklaart Oldenbarnevelt in zijn verhoor op den 
loden November 1G18, dat door hem aan de gedeputeerden dier 
provinciën // vertoond was , dat nademaal diertijd de steden Nijme- 
gen, Zutphen, Deventer en Steenwijk in handen van de Spanjaarden 
waren en daardoor alle de dorpen van de voorz. drie provinciën en 
een groot deel van de dorpen van Holland onder haar geweld en 
contributie hadden, dat zij wilden overleggen, dat, om henl. van 
dezelve zwarigheid bij 't veroveren van de voorz. steden te verlossen, 
noodig waren de magt en middelen van Holland en West- Vriesland 
die daartoe met meerder apparentie gebruikt zouden kunnen worden, 
indien de voorz. drie gouvernementen aan Z. Exc. werden gecon- 
fereerd; belovende daartoe te doen alle mogelijke officiën; zoo is bij 
henl. eindelijk daarin bewilligd onder beloften, die hij op hare 
instantie bij kennis en believen als boven// (van Zijne Excellentie 
en van de Staten van Holland en West-Friesland) //deed, van 
henl. en gedeputeerden van hare steden bij Z. Exc, hoogged. 
Heeren Staten van Holland en West- Vriesland en andere Collegien, 



1) Van Eeyd, IX, bl. 313. 



XXVI 

daarbij hij onvermetelijk diertijd goed crediet had, alle mogelijke 
addres te doen, gelijk hij henl. toezeide. Daarop// (laat hij er 
onmiddellijk op volgen) //in den jare 1590 de voorz. gouvernemen- 
ten successivelijk geconfereerd zijnde aan Z. Prins. Ëxc, en in 
den jare 1591 en 1592 gevolgd is de verovering van de steden van 
Zutphen, Deventer, Nijmegen, Steenwijk en Coe verden. // 

Uit deze woorden kan gereedelijk worden afgeleid, dat het uitzigt 
door Oldenbamevelt uit naam van de Staten van Holland aan die 
van Gelderland geopend, dat hunne provincie van den drukkenden 
oorlogslast zou bevrijd worden, niet alleen invloed had op de 
benoeming van den Prins van Oranje tot Stadhouder, maar dat 
ook die belofte in rekening was gebragt, toen bij het opmaken van 
het plan tot den aanstaanden veldtogt, bepaald werd, dat men met 
de belegering der IJsselsteden zou beginnen. 

Na deze beschouwingen over het plan tot den veldtogt, die de 
schitterende reeks van Maurits krijgsbedrijven zou openen, zal 
het niet ondienstig zijn, een blik te werpen op de inrigting van 
het leger, dat hij onder zijne bevelen had, en de zamenstelling 
van het werktuig te doen kennen, dat in zijne magtige hand tot 
bevrijding van het vaderland zou gebruikt worden. 



HET LEGERBEHEER L^ HET ALGEMEEN. 

Na den dood van Willem van Oranje was de regering opgedragen 
geworden aan zijnen zoon Maurits en den Raad van State bij 
provisie gecommitteerd. 

Het bestuur der oorlogszaken behoorde in de omstandigheden, 
waarin zich het land toen bevond, natuurlijk tot de voornaapaste 
bemoeijingen van de leden van dat coUegie, en dit gedeelte van 
hunnen buitendien zeer uitgebreiden werkkring hebben wij hoofd- 
zakelijk op het oog bij de volgende beschouwingen, die ten doel 
hebben in breede trekken aan te toonen, tengevolge van welke 
omstandigheden het gezag over het krijgswezen , dat bij de instructie 



XXVII 



van den 18den Augustus 1584 aan den Raad van State was opge- 
dragen, langzamerhand verminderd en in andere handen over- 



gegaan is. 



In die instructie ^) was onder anderen bepaald, dat aan den Raad 
van State //het werven en afdanken van het krijgsvolk en het 
begeven der krijgsambten bleef opgedragen ; dat de Raad het opper- 
toezigt zou hebben over den krijg te water en de bevoegdheid , 
collegiën ter admiraliteit op te rigten en zee-oversten te kiezen, en 
voorts moest zorg dragen, dat de krijgsbevelhebbers en soldaten 
den eed van getrouwheid aan de vereenigde gewesten aflegden. // 

Die Raad van State van 1584 was uit zijnen aard het uitvoerend 
bewind, het eigenlijk gezegd regerend ligchaam in de Unie, het- 
welk de Staten Generaal, de vertegenwoordigers des volks, ter 
beraadslaging bijeenriep, terwijl deze, als tweede staatsmagt, door 
hun toezigt het tegenwigt vormden. 

Maar niet lang bleef de juiste verhouding tusschen die beide 
staatsmagten bestaan, want de Raad van State droeg reeds bij zijn 
optreden de kiem van toekomstige kwijning in den boezem. Voor- 
loopig slechts voor drie maanden ingesteld, omdat men te dier tijde 
nog het voornemen had, de heerschappij over deze gewesten aan 
Frankrijk op te dragen, en later verscheidene malen verlengd, was 
eene zoodanige inrigting niet geschikt om het aanzien van het 
hoogste regeringsligchaam bij het volk te bevorderen. 

Beperkt door hunne instructie, belemmerd door geldgebrek, en 
vaak buiten magte zich te doen gehoorzamen, waren de raadsleden 
slechts met groote moeite te bewegen, hun ambt te blijven 
waarnemen. 

In 1586 werd ingevolge de overeenkoi^st met Koningin Elisabeth 
de regering over de geünieerde provinciën, en daarbij tevens het 
opperbestuur over de krijgszaken aan Leicester opgedragen. De 
Raad van State als hoogste regeringsligchaam kwam daardoor 
natuurlijk te vervallen, doch nevens den Landvoogd werd een 



1) SHngelandt, Staatk. Geschr., I, bl. 268—291. 



xxvm 

nieuw collegie opgerigt, onder denzelfden naam doch met veel 
beperkter werkkring, en nagenoeg zonder gezag, daar het door 
Leicester alleen als adviserend ligchaam werd aangemerkt ^). 

Hierdoor was Leicester met genoegzaam onbeperkte magt over 
het krijgsvolk bekleed, en het is genoeg bekend, welke treurige 
gevolgen de oorlogvoering zoowel van zijne onbekwaamheid als van 
de meer en meer toenemende oneenigheid tusschen hem en de Al- 
gemeene Staten ondervond. 

Het krijgsvolk werd in weerwil van de bijna ondragelijke oorlogs- 
lasten, welke den ingezetenen waren opgelegd, slecht betaald; 
ontevredenheid, muiterij en desertie namen hand over hand toe; 
belangrijke sterkten gingen verloren; de vijand drong al dieper het 
land in. Toen eindelijk, tijdens de afwezigheid van Leicester, het 
verraad van Stanley en York, die de stad Deventer en de groote 
schans bij Zutphen den Spanjaard in handen speelden, de kroon 
zette op dien noodlottigen toestand, begrepen de Staten van Hol- 
land, en door hunnen invloed ook de Staten Generaal, met meer 
juistheid van oordeel dan wettigheid, dat alleen krachtige maat- 
regelen, waardoor het gezag over het leger geheel aan de Engelsche 
partij werd onttrokken, hier uitkomst konden geven. 

Toen begon die belangrijke overgangsperiode in de geschiedenis 
van ons vaderland, waarbij langzamerhand het evenwigt tusschen 



1) In het verbaal van de Communicatie, gehouden tusschen den Graaf van 
Leicester, geassisteerd door eenige Engelsche Heeren, en de Afgevaardigden der 
Staten Generaal op den 17den Januarij 1586, opgenomen op dien datum in het 
Depêche-boek der St. Gen., leest men onder anderen de volgende zinsnede, 
waaruit blijkt, dat de Eaad vaii State voortaaa alleen adviseren, en niet, zooals tot 
nu toe het geval geweest was, ook beslissen zou: 

/r Waarop bij Milord North gevraagd zijnde of Z. Exc. (Leicester) de materiën, 
in deliberatie van den Eaad gelegd, zoude concluderen naar de meerderheid van 
stemmen of opiniën, dan niet, is geantwoord, dat de voorz. instructie den eersten 
maal zulks was geconcipieerd, maar dat de Gen. Staten namaals goedgevonden 
hadden, dat Z. Exc. gehoord de opiniën en advizen van de Raden present zijnde, 
zoude uit alle dezelve resolveren en concluderen zoo Z. Exc. zoude verstaan te 
dienen en te strekken ten meesten dienste, profijt en welvaren der voorz. landen. ^r 



XXIX 

de twee groote Staatsmagten : Hooge Overigheid en Nationale Ver- 
t^enwoordiging , verbroken werd, en die met de volkomen oplossing 
van de eene in de andere eindigde, toen na het definitieve vertrek 
van Leicester en zijnen kort daarop gevolgden dood de Algemeene 
Staten zich als het hoogste regeringsligchaam aan het hoofd van de 
Republiek stelden. 

De hoogste Overigheid, in vroegere eeuwen onbeperkt door de 
landsheeren uitgeoefend, langzamerhand ten gevolge van periodieke 
bijeenkomsten der Staten van haar streng autokratisch karakter 
vervallen, door den wil der natie onder zekere beperkingen aan 
Willem van Oranje opgedragen, onder het bestuur van Anjou en 
Leicester volgens internationale verdragen geregeld, was eindelijk, 
toen men besloot geen nieuwen Landvoogd meer aan te stellen, 
geheel verplaatst naar den boezem der Staten Generaal. In de 
vergaderzaal van Hunne Hoogmogenden zetelden voortaan het 
souverein gezag en de volksvertegenwoordiging — in de beperkte 
beteekenis, welke men in die dagen aan dat woord hechten mag — 
in één ligchaam te zamengesmolten. 

Dat ligchaam nu droeg een gedeelte van zijn werkkring, de 
uitvoerende magt, — voor zoover aanging de algemeene verdediging 
des lands en het beheer over de daartoe strekkende geldmiddelen, — 
over aan den Raad van State, die, na den afstand van Leicester, 
bij het plakkaat van den 12den April 1588 werd ingesteld ^), en 
eene instructie ontving, op den zelfden datum gearresteerd, doch 
eerst den 22sten Junij daaraanvolgende in werking gebragt, waarin 
zijne magt en bevoegdheid omschreven waren. 

Het ligt buiten ons bestek, in nadere bijzonderheden te treden 
aangaande de algemeene beginselen van bestuur, in dit merk- 
waardige stuk nedergelegd: alleen datgene, wat meer bepaaldelijk 
op het krijgswezen betrekking heeft, willen wij kortelijk bespreken, 
want het was onder de werking der bepalingen in deze instructie 
vervat, dat Maurits optrad aan het hoofd van het leger. 



1) Groot Placcaetboek, I, bl. 49. 



XXX 

De voornaamste daarvan zijn de volgende •) : 

«f Den voorschreven Raidt sal nemen goet regardt, ten eynde de 
lianden ende Vereenichde Provinciën, Steden ende Leden vandien, 
metten Gouverneurs ende Crijchsoversten derselver gestelt ende ge- 
houden wordden in goede eendracht. (Art. 5.) 

«^Ende sal denselven Raidt disponeren inde saicken 

vander oorloge ende over het Volck van Oorloge, in dienste vande 
Landen soo tot laste van hare Ma^ als den Lande wesende, doende 
hare bevelen volbringen deur den voorschreven Gouverneur Generael 
van haere Ma'' secours , den Gouverneurs vande Provinciën , den 
Admirael ende andere Officieren elcx in hun regardt. (Art. 6.) 

//Sonder dat syluyden yet sullen mogen doen oft attenteren, 
dat soude mogen strecken tot prejudicie vande Privilegiën , Rechten , 
Vryheden, Tractaten, Contracten, Ordonnan tien, Statuy ten. Decreten 
en Usancien derselver Landen int generael , oft van eenige Provin- 
ciën, Steden oft Leden van dyen int particulier. (Art. 7.) 

// De voors. Raidt sal bevorderen , dat de generale middelen tot 
gemeene defensie van den Lande eenpaerlyck ende int gemeen over 
alle de Vereenichde Provinciën geconsen teert , ende noch te consen- 
teren, ende tot hare dispositie byde consenten vande Provinciën te 
stellen wel ende eenpaerlyck aloinme wordden geheven enz. (Art. 8.) 

// De penningen procederende vande voorsz. geconsenteerde middelen 
ende andere consenten, sullen beheert ende geemployeert wordden 
tot betalinge vanden Volcke van Oorloge, ende andere behouften 
vander Oorloge, in conformite vande Consenten vande respective 
Provinciën , oft sulcx , als int generael byde Provinciën sal wordden 
geordonneert tot meesten profiyte vanden Lande , ende vooral sal 
ordre op de monsteringen ende discipline militaire over het volck 



1) Wij volgen hier letterlijk den tekst uit het Instructieboek van den Eaad van 
State van 1588 — 1702 op het Rijksarchief, overeenkomende, wat de indeeling der 
artikelen betreft, met dien, welke gevonden wordt bij Bor in het bijvoegsel van de 
Auth. Stukken achter D. III, bl. 3, 4, die ook door Kluit beweerd wordt de echte 
te zijn, en zeer afwijkt van den verminkten tekst in het Groot Placcaetboek. — 
Vergelijk Kluit, Hist. der Holl. Staatsregering , III, bl. 6 en volgg. 



XXXI 

van oorloge gestelt worddeu, ende dat die betaelt mogen wordden 
hooft voor hooft voor soe veel doenlyck sal wesen. (Art. 11.) 

ff Die Raden van State sullen gehouden wesen over te leveren 
aende Generale Staten, ende de Staten van elcke Provincie perti- 
nente Staet van drye maenden te drye maenden , vande lasten vander 
Oorloge ende het innecommen vande middelen daertoe te consen- 
teren ende den employ vandyen. (Art. 16.) 

/f Sullen besorgen dat alle Gouverneurs, Admiraels, Generaels, 
Oversten, Ritm eesteren, Capiteynen ende alle het volck van oorloge 
te Water ende te Landen, sullen beloven en sweeren de Staten 
vande Vereenichde Nederlanden, die byde Unie ende hanthoudinge 
vande gereformeerde Religie sullen blyven , eensamentlyck de Staten 
vande Provinciën ende Magistraten vande Steden daerinne syluyden 
gebruyckt, ende tot wiens laste ofte repartitie sy betaelt sullen wordden, 
gehouw ende getrouw te wesen , denselven getrouwelyck te dyenen , 
ende dat syluyden den voornoemden Staten Generael ende oock den 
Staten vande particuliere Provinciën elcx in syn regardt sullen obe- 
dieren enz. (Art. 18.) 

ir Ende verstaen de Staten Generael voornt. , dat tot conservatie 
van het recht vande Vereenichde Landen int Generael, ende particu- 
lier, syluyden van hen mit dese Instructie oft insteUinge van Re- 
giexinge ofte Raidt van State , nyet en abdiceren het recht ende de 
macht, omme byden Staten Generael ende den Staten vande Pro- 
vinciën int particulier, elcx soo veel hen aengaet, by tyde van noodt 
oft als de Saicken vanden Lande sulcx sullen vereysschen , selffs 
ordre tot dienste vanden Lande inde saicken by henluyden ter dis- 
positie vanden voorsz. Kaidt gestelt, te mogen stellen ende execu- 
teren by directie vande saicken vander Oorloghe te Water ende te 
Lande, mit alle t'gene daer aen cleeft, ende namentlyck mede het 
doen vande monsteringen, houden vande discipline militaire, straffe 
van alle excessen, ende in alle andere saicken; verstaen oock dat alle 
saicken , den Staet , Policie en Justicie vande voorsz. Landen , 
Steden ende Leden vandien int Generael ende particulier aengaende, 
ter dispositie vanden Raidt nyet expresselyck gestelt, sullen blyven 



xxxn 

ter dispositie van de Staten Generael, 4en Staten vande particuliere 
Provinciën, den Magistraeteu vande Steden ende andere wettelycke 
overicheyden , elcx in haer regardt. ^/ (Art. 3:2.) 

Dat was alzoo met betrekking tot het krijgswezen de werkkring, 
voorgeschreven aan het hooge regeringscollegie, dat de uitvoerende 
magt in oorlogszaken in handen had ; — een hoogst gewigtige vfr'erk- 
kring inderdaad, maar die al zeer spoedig begon te verkleinen en 
binnen al naauwer en naauwer omtrek beperkt te worden. 

Reeds door de bepalingen in het 7de Artikel werden eene menigte 
struikelblokken op den weg van het militair bestuur geworpen, welks 
gang daardoor noodzakelijker wijze zeer belemrnerd moest worden. 

Het was, aan den eenen kant, zeer natuurlijk, dat gewesten en 
steden, die nog altijd in een gevaarlijken strijd tegen de dwing- 
landij gewikkeld waren, die goed en bloed hadden opgeofferd en 
nog verder wilden opofferen tot handhaving der pas verworven vrijheid , 
met ijverzuchtige bezorgdheid aan de regering, aan welks gezag zij 
zich onderwierpen, de handhaving harer regten en privilegiën tot 
eene voorwaarde stelden. Doch wanneer aan den anderen kant aan 
het oorlogsbestuur , dat vóór alles aan eenheid en aan eene krachtige 
en snelle handeling behoefte heeft, dat soms zelfs in buitengewone 
gevallen ook buitengewone maatregelen moet durven nemen, ja, dat 
zich , als het den ondergang of het behoud van het land geldt , moet 
durven stellen boven de wet; — wanneer aan dat bestuur, in om- 
standigheden, die overal elders eene dictatoriale magt in het leven 
zouden geroepen hebben, wordt voorgeschreven zich met angst- 
valligheid te moeten houden aan de privilegiën , statuten en decreten 
niet alleen, maar zelfs aan de Usantiën van iedere stad in het bij- 
zonder, dan moet het ons niet verwonderen, dat de gang van een 
ligchaam, dat aan alle kanten zooveel wrijving ondervond, ver- 
traagd en soms geheel en al gestuit werd. 

Daarenboven, de Raad van State was niet bij magte zich te 
allen tijde te doen gehoorzamen, en had geen middelen genoeg in 
handen, om zijn gezag te doen eerbiedigen. Was het dus niet 
natuurlijk, dat het leger, dat Maurits zelf, die gevoelde hoe los 



xxxm 

die bodem was, elders een steunpunt zocht voor den hefboom, 
dien hij met zoo krachtige hand in beweging bragt? In zich zelven 
kon hij dat steunpunt niet vinden; want hij, de dienaar der Staten, 
kon er in de toenmalige omstandigheden niet aan denken, zich 
eigendunkelijk boven hunnen wil te verheffen, en het lag dus in 
den aard der zaak, dat hij steun moest zoeken daar, waar de 
grootste sterkte van de Republiek te vinden was, in de vergadering 
der Algemeene Staten, die op hunne beurt hunne grootste kracht 
ODÜeenden aan de Staten van Holland, het magtige gewest, dat 
door zijn nooit verflaauwden ijver voor de zaak der vrijheid, door 
de bekwaamheid zijher staatslieden en vooral door het opbrengen 
van meer dan de helft der oorlogskosten, zulk een overwegenden 
invloed op de geheele Republiek uitoefende. 

Het hierboven aangehaalde artikel 43 van de Instructie voor 
den Raad van State gaf tot die verplaatsing van magt eene gereede 
aanleiding. Niet alleen al a^ hetgeen niet expresselijk ter dispositie 
van den Raad gesteld was // zou ter dispositie van de Staten Gene- 
raal, van de Gewestelijke Staten en de andere Overheden blijyen, 
maar de Staten behielden ook aan zich het regt om //in tijden van 
nood, of als de toestand van het land zulks mogt vereischen//, 
zelf order te stellen in de zaken , die ter beschikking van den Raad 
van State stonden. 

Dat was de opzettelijk aangebragte kloof, waardoor dat slecht 
Eamengestelde ligchaam uiteen moest vallen, zoodra het den Staten 
Generaal behagen zou, er de wigge hunner eigendunkelijke magts- 
venneerdering tusschen te slaan. 

En dat gebeurde al zeer spoedig, zoodat de raadsheer Bodley, 
een der Engelsche leden, die volgens het tractaat met Elisabeth 
daarin zitting hadden, reeds in het volgende jaar bij de Staten 
Generaal eene klagte indiende, waarbij hij beweerde, dat het 
niet aan de Staten stond, om als op zich zelf staande Souve- 
reinen de magt van den Raad te beperken, en verklaarde, 
dat de Raad van State, in plaats van een regerend ligchaam 
te zijn, inderdaad tot de grootste onbeduidendheid was terug- 



XXXIV 

gebragt ^). Wij mogen hierbij niet onopgemerkt laten, dat juist 
de omstandigheid, dat twee Engelschen zitting hadden in den Raad 
van State, en het aandeel, dat de Gouverneur-Generaal van de 
Engelsche hulptroepen aan de regering had ^) , voor de Staten eene 
reden te meer was om de magt van dat ligchaam zooveel mogelijk 
te verminderen. 

Om bij de leiding der oorlogszaken dadelijken invloed te kunnen 
uitoefenen zonder den gang daarvan te vertragen , was de Raad van 
State of ten minste een gedeelte zijner leden gewoon mede te velde 
te trekken ^) , en om dezelfde reden besloten ook de Algemeene 
Staten, afgevaardigden uit hun midden, en wel voor elke provincie 
één, naar het leger te zenden, //om met Zijne Exc'% die heeren 
Crijchsoversten int leger wesende ende de Raden van State de saken 
van den oorloge te helpen beleyden, ende op alles te resolveren 
nade occurentien ende gelegenheden, gelijk zij ten meesten dienste 
van den lande sullen bevinden te behoiren// ^). 



1) iB' .... et par aussy faire du Receveur général seulement une cifre, et des 
Conseülers Solliciteur». if (fiesol. St. Gen. 21 Maart 1589.) — Zie over het begin 
der oneenigheden tusschen de Algemeene Staten en den Baad van State, v. d. Kenip. 
Maurits van Nassau, I, bl. 297—305. 

2) Groot Placcaetboek , I, bl. 49. 

8) In 1588 ging de gelieelc Baad bij het naderen van de Spaanscbe Armada 
naar Zeeland, om nader bij het gevaar te zijn. 

4) Resol. der St. Gen. 20 Mei 1591. — Doch niet alleen de Algemeene 
Staten, maar ook die van Holland zonden hunne afgevaardigden in het leger. Zoo 
lezen wij in de Eesolutiën van de Staten van Holland van den 2den Februarij 1590: 

/^Ende opdat syn voorn. Exc. altydt met raedt en advis van eenige vande Staten 
voorn, mach worden geassisteert , soo syn hem op alle reysen tot noch toe eenige 
Gecommitteerden van de Staten bygevoeght geweest , ende syn alsuu vier gecommit- 
teert die voor een jaer gestadigh syn Excell. als Kaden vjtnde voorsz. Landen 
(Holland en Westfriesland) alomme daer 't den dienst van den Lande vereyscht, 
sullen bywesen , om met goede ordre ende kennisse der voorsz. saecken ende andere , 
't voorsz. Gouvernement aangaeude, te beleyden^. Zij voerden den naam van 
* Gecommitteerde Eaden van de Staten nevens zijne Excellentie /r. (Kluit, Gesch, 
der Holl. Staatsreg. , lU, bl. 16.) — Men ziet, hier is alleen sprake van #met 



Die afgevaardigden kregen later den naam van Gedeputeerden te 
Velde if '). 

Kort daarna werd aan Maurits en Willem Lodewijk eene meer 
beslissende stem gegeven in de deliberatiën over de tegen den 
vijand te nemen maatregelen ^). 



raedt ende adns te assisteren ^ , terwijl de gedeputeerden van Hunne Hoogmogenden 
in kst hebben , mede » op alles te resolveren v ; doch bij den grooten invloed van 
de provincie Holland kan het wel aan geen twijfel onderhevig zijn, dat meermalen 
het advies van hare afgevaardigden zwaarder gewogen zal hebben dan de resolutie 
van die der Staten Generaal. 

1) Het zenden van Gecommitteerden uit de regering, om den Veldheer ter zijde 
te staan, hetzij alleen om te adviseren, of wel om ook binnen zekere grenzen te 
beslissen, was in deze gewesten niet nieuw. Reeds meer dan eene eeuw vroeger 
vinden wij er de sporen van. In eene vroedschaps-resolutie der stad Leiden van 
den 26sten October 1481 lezen wij: 

#Alsoe myn heer die stedehouder begheert te hebben wt elke stede twie mannen 
of ten minste ene man, die desen tyt van de oirloge durende, by hem hebben 
sal, om die oncosten te zien ende te horen, ende raets mit hem te nemen in allen 
saken den oirloge angaende etc. Hierop is ouerdragen dat myn heer die stede- 
houder selve wt elke stede nemen sel enen man, die hem duact in der saken best 
dienende en bequam wesende/y, 

In eene dergelijke resolutie van den 2den November 1489 wordt gezegd: 

*Alsoe den hertoge van Sassen in den reysen, die hy doet in de jegenwoirdigen 
oirioge, niet reysen en wil, sonder by hem te hebben wt elke stede enen burger- 
meester ende ene van der vroescap, die hebben sullen volcomen macht ende last 
te doen mitte andren steden, sonder enich vorder beraet dairop te halen, want 
solcke saken dickwylen haeste hebben, daeromme men geen beraet hebben noch 
balen ende mach etc. 

ir Hierop is by den gerechte ende vroescap ouerdragen, ende gestemmet, dat 
dieghene, die dair van der atedewegen toegevoicht ende geschiet worden, also 
Jacob Heerman, Willem Heerman Buekelsz, doen sallen in alle saken by den 
meeredeel van den andre grooten steden, die dair wesen sullen i^. 

2) ff 'Ende aangesien doorloge moet gevoert wordden uitter oogen nade gelegent- 
beid der zaecken de dagelij cxsche ad verten tien van des vijand s voernemen ende 
andere occurentien, dat d' Heeren Staten voor den lande dienstelijck ende noodich 
geacht hebben te resolveren, Zijne Ex-^®. ende den Welgeboren Grave Wilhem 
Grave van Nassau (als hebbende de Gouvernementen respectieve van de geünieerde 
provintien) te auctoriseeren gelijck dezelve geauctorizeert wordden, mits dezen voer 



XXXVI 



Het gevolg van een en ander was , dat de Raad van State steeds 
lager afdaalde van het standpunt, waarop hij in den beginne was 
geplaatst, en ten laatste genoodzaakt was, zich in de meeste zaken 
te voegen naar den Souvereinen wil van de Staten Generaal. Het 
zou niet nioeijelijk zijn, daarvan eene menigte voorbeelden aan te 
halen. Een enkel slechts moge hier volstaan, om te doen zien, hoe 
spoedig het vijfde artikel van de instructie voor de leden van den 
Raad, waarbij hun magt werd gegeven om te beschikken over het 
volk van oorloge, en hunne bevelen te doen volbrengen door de 
krijgsbevelhebbers elk voor zoo veel hen aanging, niet veel meer 
dan eene doode letter was geworden. 

In den zomer van het jaar 1591 verzocht Heraugière, Gouverneur 
van Breda, commissie tot het oprigten van eene kompagnie van 
vijftig ruiters, om de kooplieden en het platte land tegen het stroo- 
pen van den vijand te beschermen *) , welke commissie hem door 
den Raad van State werd verleend. Toen evenwel Maurits hiervan 
werd verwittigd, verzette hij zich ten sterkste daartegen, op grond 
dat daardoor het moreel van de kavallerie, die in haar geheel bij 
het leger te velde was ingedeeld, zou lijden, daar de ruiters isr zon- 
der tvs^ijfel liever dienst zouden nemen bij een vendel dat in eene 
vesting in garnizoen lag en op hasard en buit rijden dan met onge- 
mak en kosten het leger volgen // *). Gehoor gevende aan het ver- 
langen van den Prins, rigtte de Raad van State in dien geest een 
schrijven tot Heraugière, hetwelk aan Hunne Hoogmogenden werd 



2oe veele des noot zy , om mette Heeren Raeden van State , Gedeputeerden van de 
provinciën ende d' Heeren Crychso versten int leger wezende opte zaecken van den 
Oorloghe zoe wel aengaende dexploicten daermcde men aireede doende is, als alle 
andere die na de voorsz. advertentien ende occurentien voirder zouden moegen ofte 
dienen voergenoraen te wordden, te disponeren gelijck dezelve ten meesten dienste 
ende verzekertheid van den lande zullen bevinden te behooren n, (Resol. St. Gen. 
5 Junij 1591.) 

1) Register van brieven, ingekomen uit diversche plaetsen. (1591, bl. 152 verso.) 
Rijks Arch. M. S. 

2) Jd. , bl. 332 verso. 



XXXVII 

toegezonden , met verzoek om het aan dien bevelhebber te doen 
toekomen en tevens de verleende commissie buiten effect te stellen 
onder vermelding der redenen, welke daartoe hadden geleid. De 
Staten Generaal evenwel verklaarden , noch het een noch het ander te 
willen doen , en dat zij , // om consideratiën , die verre prevaleren de 
redenen in den brief van den Raad aangetogen, die men Zijne 
Exc'^^** en hun E. bij hunne terugkomst nader zou doen verstaan , 
hadden goedgevonden de voorschreven kompagnie niet te laten cas- 
seeren, maar daarentegen de brief van den Raad aan voornoemden 
Gouverneur op te houden v ^). 

In plaats van zich met kracht tegen deze aanmatiging van gezag 
te verzetten, en te eischen dat aan het op geldige gronden genomen 
besluit gevolg werd gegeven, antwoordde de Raad van State eenige 
dagen later eenvoudig: 

e Voor soo vele aengaet die commissie die gedepescheert is op den 
Gouverneur van Breda tot lichtinge van vyftich carabyn ruyteren, 
wij hadden seer geerne gesien, dat Uw E. omme den redenen bij 
onsen voorgaenden verhaelt (de welcke naer ernstige communicatie 
met Syn Ex*''*' tot der Landen meesten dienst goet gevonden waren) 
mede voor raetsaem geacht souden hebben, dat deselve commissie 
soude werden gerevoceert. Dan soo Uw E. sulcx anders syn ver- 
staende, sullen wy Syn Ex""^® tselve aen doen dienen enz.// ^). 

Verder vinden wij van deze zaak geene melding gemaakt. Alleen 
büjkt het, dat Heraugière de verlangde kompagnie ruiterij werkelijk 
opgerigt heeft, daar hij drie maanden later vergunning verzocht, 
haar tot op honderd hoofden te versterken ^). 

Zoo als dan ook niet te verwonderen is, begonnen de Staten 
Generaal meer en meer den Raad van State slechts als de werktui- 
gelijke uitvoerders hunner bevelen te beschouwen, en dat zij einde- 
üjk zelfs, geheel buiten den Raad om, de gewigtigste beschikkingen 



1) Eesol. der St. Gen., 15 Julij 1591. 

2) Missive van den Kaad v. St. van den 23 Julij 1591, in de lias ingekomen 
brieven van dat jaar. — Rijks Arch. M. S. 

3) Eesol. der St. Gen., 25 October 1591. 



XXXVIII 

omtrent het krijgswezen namen, moge uit het volgende blijken: 

Na de verovering van Groningen in Julij 1594 was tengevolge 
van het ongunstige regenachtige wieder besloten , het leger uiteen te 
doen gaan en het gedeeltelijk te ontbinden, gedeeltelijk in de gar- 
nizoenen te leggen. Toen echter twee maanden later de weersge- 
steldheid aanmerkelijk verbeterd was, en de Aartshertog Ernst zijne 
krachten voornamelijk ter ondersteuning van den Hertog van Mayenne 
naar Frankrijk wendde, veranderden de Algemeene Staten, op sterk 
aandringen van Maurits en van den Raad van State, van gevoelen, 
en besloten tot een togt naar het graafschap Zutphen. De Prins 
verklaarde zich daartoe bereid, doch, zegt Duyck, r/wel wetende, 
dat men van meyninge was, ende belooft hadde volck naar Vranck- 
ryck te senden , verclaerde vuytdfuckelijk , niet te konnen te velde 
gaen, soe men tbelooffde volck naer Vranckryck gedacht te senden 
ende dat hy syne eere ende reputatie met soe weynich volcx niet 
en wilde hasarderen ofte de saecke in pericule stellen van met schan- 
den te moeten afftrekken. Oick in gevalle men evenwel voorts 
ginck ende naederhant als tleger ergens leggen soude, tvolck vuyttet 
leger soude meynen op te ontbieden om naer Vranckryck te gaen, 
dat hy se niet en soude laten wechtrecken. Op alle desen werde 
Syn Ex°*^ gecon ten teert // '). 

Dientengevolge vaardigde de Prins op den 30sten September en 
den Isten October de noodige bevelen uit om het krijgsvolk en het 
geschut den Ssten October te Doesburg en Arnhem bijeen te brengen. 

Den volgenden dag kwam een edelman van den Hertog van Bouil- 
lon te 's Gravenhage aan met brieven van den Koning van Frank- 
rijk, waarin deze er op aandrong,, dat de Republiek terstond de 
beloofde hulptroepen naar Frankrijk zou afzenden. 

Den 3den October werden die brieven in de Staten Generaal ge- 
opend, en terstond daarop besloten, dat men aan het daarin uitge- 
drukt verlangen zou voldoen. Van deze resolutie werd noch aan 
den Raad van State noch aan den Prins kennis gegeven, zoodat 
deze den 4den October zijne garde naar Rotterdam zond om van 



1) Journael van Duyck, II Boek, 24 Sept. 1594. 



XXXIX 

daar de Lek op te varen, waarheen reeds drie en twintig stukken 
geschut en al de munitie waren gezonden. 

Den 5den October vertrok hij zelf vroegtijdig uit 's Gravenhage , 
kwam des avonds, zonder iets van het twee dagen te voren genomen 
besluit te weten, te Utrecht aan, en werd den 6den October gevolgd 
door den Raad van State, die er even onkundig van was. 

Kerst den Ssten October toen bijna het geheele leger te Arnhem 
en de schepen met geschut en munitie voor Doesburg verzameld 
waren, kreeg de Prins kennis van de zaak door den Franschen 
Gezant, die om haar te bespoedigen in persoon tot hem kwam, en 
de brieven van de Staten Generaal medebragt, waarin gelast werd, 
ssonder verwijl 24 vendelen voetknechten en 5 vanen ruiters naar 
Frankrijk te zenden. 

Maurits, niet zonder reden verontwaardigd over deze handelwijze, 
verklaarde eerst met den Raad van State te willen delibereeren 
over hetgeen hem te doen stond, doch de uitkomst daarvan liet 
zich ligtelijk voorzien, te meer daar het hier eene zaak van bijzon- 
der belang gold, waarbij welligt de zoo hoogst gewigtige alliantie 
met Hendrik IV op het spel kon worden gezet. Men gaf alzoo 
toe, maar de Prins weigerde volstrekt met het te geringe overschot 
van het krijgsvolk te velde te trekken. Eenige dagen verliepen nog 
met overleggingen, daar de Raad van State nog altijd hoop scheen 
te hebben dat de Prins van meening zou veranderen; doch toen 
ook Graaf Willem Lodewijk van Nassau, die middelerwijl was aan- 
gekomen, van hetzelfde gevoelen bleek te zijn, en het verzoek om, 
bij de weigering van Maurits, iets met de troepen te ondernemen 
ronduit afsloeg , werd den 1 8den October besloten , de troepen , 
welke niet voor den togt naar Frankrijk benoodigd waren, weder 
naar hunne garnizoenen te zenden , het geschut weder in te schepen , 
en den verzamelden voorraad in de steden te verkoopen. 

Hoe de Raad van State over deze handelwijze van de Staten 
Generaal dacht, laat zich afleiden uit de volgende woorden, waar- 
mede Duyck, die fiscaal van den Raad was, zijn relaas van het 
hierboven vermelde besluit: 

i^Ende hiermede//, zegt hij, //liep te niet de voornoemde tocht 



XL 

in tlant te Zatphen gedestineert , alleenlijck omdat de Staeten 
Gerierael al te souvereinelijck dese saecke hadden willen dryven 
sonder kennisse van Syn Ex''^® ende den Raedt van Staete, alsoff 
dselve dienaers van een monarche (van denwelcken alles dependeert) 
geweest ende niet mette Staeten Generael eedplichtige waeren die 
een saecke met henil. dreven , twelcke daeromme tot groot bederff 
van den ingesetenen van de Veluwe ende Betuwe (door tcrygsvolck 
vuytgeteert zijnde) ende tot excessive oosten van den Generaliteyt 
quaelijcken aflFgeloopen is, die hiermede aen extraordinaris oncosten 
van waegen , peert , sceepsvrachten ende anders wel hondert duysent 
gulden sal moeten betaelen sonder eenige vrucht daeraff te trecken , 
alsoff men tzelve geit met voorbedachten raede in twaeter wierp, 
alle welcke costen men meest hadde konnen verhoeden, soa de 
Staeten Generael belieft hadden, haer meyninge in den Haege aan 
Syne Ex''*® ende de Raeden van Staete voor heur vertreck te open- 
baeren. Hiervuyt kan men sien wattet is al te absoluyt te willen 
handelen in een populaire regieringe, daer veelen kennisse van den 
beleydinge van den saecke behoiren te hebben, ende daer men 
geen middel en heeft de contraventeurs (als het groote heeren ofte 
coUegien syn) te straffen // ^). 

Uit een en ander blijkt, dat de Raad van State niet bij magte 
was, zich tegen de meer en meer aangroeijende autoriteit van de 
Staten Generaal te verzetten, en nog beperkter werd hun invloed 
toen Maurits zich langzamerhand meer op de Staten en hunne 
afgevaardigden begon te steunen. Een merkwaardig voorbeeld daar- 
van vinden wij reeds in het volgende jaar, toen na het noodlottige 
gevecht aan de Lippe, beraadslaagd moest worden wat men verder 
met het leger zou ondernemen. 

l/De gedeputeerden van den Staeten Generael,// zegt Duyck, 
//begonsten met Syne Ex^'® ende den Graeff Willem te besongieren 
op den staet van 't leger , sonder den Raet van Staete daer bij te 
roupen, niettegenstaande die hier in tleger was, twelcke,// voegt 
hij er verontwaardigd bij, //geene cleyne verachtinge van den Raet 



1) Journael van Duyck, II Boek, 13 October 1594. 



XLI 

is ende een al te souvereyne maniere van doen van gedeputeerden, 
dewyie den raet soe wel een lit van den regieringe van tlant is als 
syluyden// *). 

Men ziet tot welk een laag peil het begrip van de magt van het 
eigenlijk uitvoerend bewind reeds was afgedaald. 

Eenige jaren later zegt Duyck het in zijn Journaal met ronde 
woorden , toen de Prins met betrekking tot het herstellen der ves- 
tingwerken van het veroverde Lingen maatregelen nam, die in 
strijd waren met het gevoelen van den Raad: //dat het geschiedde 
ten onwille van den Gedeputeerden van den Rade, die nochtans 
niet vlackelijk daertegen en dorsten seggen ende anders oick by 
Sjm Ex"^^® weynich geacht waren , omdat se op meest geene poincten 
naer exigentie van den saken en wilden resolveren, daartegen sy in 
tparticulier wel claechden, maer voor de cop en dorstet niemant 
seggen o ^). 

Doch niet alleen de Algemeene Staten, maar ook de gewestelijke 
en vooral die van Holland grepen nu en dan regtstreeks in het 
oorlogsbestuur in, en traden daarbij ongeroepen binnen den werk- 
kring, die voor den Raad van State was afgebakend. Allerbelangrijkst 
voor de kennis van de wijze, waarop de Staten van Holland de in- 
structie voor den Raad van State uitlegden , is het antwoord dat zij 
den Isten Februarij 1590 aan den Graaf van Hohenlo gaven, op 
zijn verzoek voxa te hebben verklaringe in wat qualiteyt by hem 
den Landen vorder diensten gedaen sullen mogen worden//. 

Daarin ^) lezen wij onder anderen , dat wel is waar aan den Raad 
van State » de generale dispositie // over de krijgszaken verblijft , 
maar dat hij zijne resolutien // moet adresseren ende doen executeren 
aen ende door de Gouverneiu's van de respective Provinciën, elx in 
haer Gouvernementen inder voegen dat op hare Resolutien of be- 
velen noch andersints geen Volck van Oorlogh uyt of in de Landen 
of Steden en Sterckten van Hollandt ende West- Vriesland geleyt of 



1) Journael van Duyck, Il Boek, 7 September 1595. 

2) Td., m Boek, 13 Nov. 1697. 

3) Zie de Ees. v. d. Staten v. Holland, 2 Febr. 1590. 



XLII 



geKcht en wordt , of marcheert , ten zy hen 't selve by Syn ExcelL 
als Gouverneur en Capiteyn Generael van de voorsz. Landen , of by 
de Gecommitteerde Raden van de Staten van HoUandt ^) op den 
name ende van wege Syn Excell. by Patenten bevolen worde, ende 
blijft Syn Excell. ende de Gecommitteerde Raden van de Staten 
van Hollandt vry, om in gevalle sy hen in eenige bevelen vanden 
voorsz. Rade van State bezwaert bevinden, deselve te verthoonen, 
ende daerop redres te verwachten; ende insgelycx blijft syn Excell, 
vry op sjm ordinaris authoriteyt als Gouverneur ende Capiteyn 
Generael der voorsz. Landen, met advis vande Gecommitteerde 
Raden vande Staten voorn., of ingevalle by absentie van de selve 
Gecommitteerde Raden haer advis te versoecken niet gelegen ') is , 
sonder advis derselve het Volck van Oorlogh inde voorsz. Landen , 
Steden ende Sterckten van dien selfs te veranderen , ende tot af- 
breuck van de gemene Vyanden, ende dienst der Landen te ghe- 
bruycken , daer van in sulcken gevalle , Syn Excell. den Rade 
adverteert tot houdinge van goede correspondentie //• 

Hieruit blijkt, hoe naijverig de Staten van Holland voor hunne 
provinciale Souvereiniteit waakten. De Raad van State — het 
regeringsligchaam dat belast was met de uitvoerende magt in al 
hetgeen de defensie aanging — mogt geen krijgsvolk in of uit de 
provincie doen trekken zonder patenten van Zijne Excellentie, niet 
als aanvoerder van het leger, maar als Gouverneur en Kapitein 
Generaal van Holland en West-Friesland. Hij daarentegen mogt, 
in dezelfde kwaliteit, het krijgsvolk in Holland en West-Friesland op 
eigen gezag doen marcheren; indien er gelegenheid toe was, moest 
hij het advies van de Gecommitteerde Raden van de Staten van 
Holland inwinnen; aan den Raad van State behoeft hij volgens hen 
slechts berigt te geven om de goede verstandhouding te bewaren. 

Tot een bewijs hoe de Staten van Holland zich langzamerhand 
ook in het administratieve gedeelte van het legerbeheer mengden , 
moge de aanhaling van een enkel feit onder velen volstaan. 



1) Zie biervoren, bladz. xxxiv, in de 4de aanteekening. 

2) Mogelijk. 



xiiin 

In December van het jaar 1596 zonden zij aan den Raad van 
State eene opgave van 56,000 gulden, die zij verklaarden, af en 
toe aan het regiment van Vere te hebben verstrekt, en verzochten 
teruggave van die gelden. Die onverwachte aanvraag verwekte bij 
den Raad , die dat regiment altijd ten volle betaald had , niet 
weinig verbaasdheid en bekommering; niet alleen, zegt Duyck, //om 
de cleyne correspondentie wille by die van Hollant daerinne met 
haer gehouden , datse in eéne plaetse wesende , van heml. niet 
eens en hadden gevoerdert , hoe het mette Engelschen stonde , als 
omdat se bevreesden so men dese penninghen souden moeten corten, 
als die van Hollant versochten , dat tselve regement ganschelijck 
soude moeten verloopen , ofte ten minste so verswacken , datmen 
desen somer daeraf geen groote dienste en soude trekken (tot 
grooten ondienst van den landen, omdat men achte dattet tbeste 
r^ement was om voor den viant te mogen gebruycken) u ^). 

Ook aan de bevelen van den Raad van State met betrekking tot 
het in dienst houden of afdanken van het krijgsvolk stoorden zich 
de gewestelijke Staten vaak niet. 

Toen in Maart 1594 de ritmeester Patrick Bruce gestorven was, 
en men aan een der Schotsche krijgsoversten zijne kompagnie 
meende te geven , wilde geen dezer haar aanvaarden op de voor- 
waarden waarop Bruce haar gekommandeerd had. De Raad van 
State besloot eene nadere beslissing van de Staten Generaal af te 
wachten en inmiddels de kompagnie in dienst te houden , en schreef 
te dien einde aan de Staten van Zeeland, haar voorloopig eene 
maand soldij uit te betalen in mindering van de quote der provincie. 
In plaats van daaraan gevolg te geven , deden de Staten van Zeeland 
onmiddellijk de ruiters inschepen en zonden ze naar Rotterdam, 
waardoor de Raad van State genoodzaakt was, de vaan, die een 
der schoonste was van het leger, te ontbinden en de ruiters onder 
andere kompagniën te verdeelen ^). 

Zoo ontbonden de Staten van Holland in Maart 1597 op eigen 



1) Journael van Duyck, Hl Boek, 3 December 1596. 

2) ld., n Boek, 3 Februarij 1694. 



XLIV 



autoriteit de kompagnie van den Kapitein Obbershuysen , if twelcke // , 
zegt Duyck, //bij den Raede van State niet ten besten en werde 
genomen, omdat hy syn commissie niet van de Staten van HoUant 
int particulier maar van de Generaliteyt hadde ontfangen, ende 
screven daerover een brief aan die van HoUant van den II Aprilis, 
houdende datse wel verhoopt hadden dat sy sulcken innebreuck in 
de gemeyne auctoriteyt niet en souden gedaen hebben, dewyle .sy 
wel wisten hoe ongaarne men suicke particuliere cassatien ende 
aennemingen van anderen hadde verstaen; hoeseer tselve de Gene- 
raliteyt altijts tegen de borst was geweest, ende wat eyntelijck 
daervuyt soude syn te verwachten , ende vermaenden heur daerom 
dat gelycke saken particulierlijck niet meer en mogten voorgenomen 
worden, maer ter contrarie datse met heur de publycke auctoriteyt 
wilden helpen mainteneren// ^). 

Meermalen deden ook de gewestelijke Staten hun gezag gelden , 
daar waar de beoordeeling van de wijze, waarop de troepen moesten 
gebruikt worden, geheel aan den bevelhebber van het leger behoorde 
te worden overgelaten. Zoo verklaart bijv. Duyck, na een uitvoerig 
verhaal te hebben gegeven van het beleg van Hulst in 1596, dat 
tot het verlies der om die vesting gelegen landstreek voor een groot 
deel heeft bijgedragen //dat om der huysluyden appelen en kerssen 
te conserveren de Staten van Zeelant niet en wilden gedogen dat 
men in tlant van Hulst tusschen de Moervaert en de Spitsenborch 
eenich volck logeerde // ?) ; hetwelk ten gevolge had , dat een der 
gewigtigste posten buiten de vesting, door de overmagt van den 
vijand aangevallen, niet bij tijds ondersteund kon worden en ver- 
loren ging, hetgeen later het verlies van de stad na zich sleepte. 

9 Bovendien // , lezen wij verder , // hadde Syn Ex'' ^ in tlant van 
Hulst doen commen 50 ruyters om de wacht te houden, maer 
omdat se den boeren te veel stroys costen, mosten die mede 
wederom vertrecken , ende om de boeren op geen coste te brengen , 



1) Joumael van Duyck, III Boek, 30 Maart 1B97. 

2) ld., ld., 8 Julij 1596. 



XLV 



werde belet dat de boeren met peerden selfs wacht souden houden 
ende daeraflf betaelt worden// ^). 

Dat ook de oude privilegiën der steden omtrent het innemen van 
garnizoen groote zwarigheden moesten opleveren, daar de Raad van 
State door het fide Artikel zijner instructie gehouden was, al de 
r^ten , vrijheden en usantiën te eerbiedigen , behoeft wel niet nader 
te worden betbogd, en evenmin dat daardoor eene inmenging van 
het burgerbestuur der vestingen in de regeling der krijgszaken 
ontstond, die de nadeeligste gevolgen kon na zich slepen. Ook 
hierin was de Raad van State niet bij magte te voorzien, zoo als 
onder anderen bleek toen de regering van Wageningen in April 
1591 bepaaldelijk weigerde het garnizoen in te nemen, dat voor die 
stad bestemd was. De Raad, hoezeer uitdrukkehjk verklarende, die 
weigering voor eene minachting van zijn gezag te houden, berustte 
er in, en gaf den Prins last, de aangewezen troepen niet naar 
Wageningen te zenden, daar men het ongeraden vond, de gehoor- 
zaamheid aan de bevelen van de landsregering met geweld af te 
dwingen ^). 

Dergelijke voorbeelden zijn niet zeldzaam, doch werden gelukkiger 
wijze zoowel aan des vijands zijde gevonden als aan die der Staten ^). 



1) Jonrnael van Duyck, lU Boek, 8 Julij 1596. 

2) 'Den Joneker Brienen binnenstaende is hem verklaert dat den Baede de 
weygeringe by die van Wageningen gedaen by hare brieven, van de Compagnie 
nryteren van den Heer Sidney in te nemen, niet en kunnen ten besten verstaen, 
synde een verachting van de authoriteyt derselve, dan dat nogtans den voorsz. 
Baede als noch het dnerby souden laten rusten 

*Syn Excellentie te adverteren, dat sy van Wageningen persisteren in weygeringe 
van de Compagnie ruyteren van den Heer Sidney in te nemen, sulcx dat deselve 
sai voor als noch mogen blyven daer deselve is, dewyle niet geraedsaem gevonden 
wordt met andere middelen tegens die van Wageningen te voorsien//. (Besol. van 
den Baad van State, 17 April 1591.) 

3J Toen in het jaar 1591 Verdugo bij de nadering van het Staatsche leger 
meerder bezetting in Groningen wilde leggen, werd hem dit door den tegenstand 
der Stedelijke Begering belet, en zelfs Parma gaf in datzelfde jaar zijn voornemen 
om het garnizoen van Nijmegen te versterken, om dezelfde reden op. 



XLVI 

Hoe de provinciën op het algemeen plan van den veldtogt vaak 
een overwegenden invloed uitoefenden , hebben wij hierboven vooral 
uit het voorbeeld van Friesland gezien. 

Bij de aanstelling der officieren eindelijk, was dit eveneens het 
geval. Het was nog wel niet de tijd, dat iedere provincie de 
bevelhebbers benoemde bij het onderdeel van het leger, hetwelk 
ter harer repartitie stond, eene bepaling, die eerst in 1651 werd 
ingevoerd, maar toch was aan de gewestelijke Staten in dit opzigt 
eene vrij groote magt gegeven, daar zij regt hadden tot het aan- 
stellen van den Kapitein -Generaal en van de bevelhebbers der ves- 
tingen in hun gebied gelegen , en tevens bij het openvallen van 
Kapiteins- en Luitenantsplaatsen aan den Stadhouder eenige perso- 
nen voordroegen, waaruit deze eene keuze deed. 

De commissiën evenwel, met uitzondering van die voor de hooge 
ki'ijsbevelhebbers , werden door den Raad van State uitgegeven , hoe- 
zeer zij gesteld waren op naam van de Staten-Generaal , //bij deli- 
beratie van den Raad van State// ^). 

In den eed van getrouwheid , dien de soldaten zoowel als de be- 
velhebbers moesten afleggen, werd ook wel bepaaldelijk de provincie 
genoemd ter welker repartitie zij stonden. Die eed luidde, bijv. 
voor de Provincie Holland , als volgt ^) : 

f/Wy beloven ende sweeren den Staten Generael van de Ver- 
eenichde Nederlanden die byde Unie ende handthoudinge vande 
Gereformeerde Religie sullen blyven, ende namentlyck die Ridder- 
schap Edelen ende Regenten vande steden der Graeffschap ende 
Landen van Hollandt ende West Vrieslant representerende die Staten 



1) Enkele Commissiën werden regtstreeks door den Eaad van State verleend. 
Deze zijn evenwel slechts weinig in getal en voor meer ondergeschikte betrekkingen. 
In het Commissieboek van den Eaad van State (Rijks Arch.) van 1688 — 1591 
vinden wij onder vele honderde Commissiën hoogstens een vijf en twintigtal, die 
onmiddellijk op naam van den Eaad van State gegeven zijn, en deze behelzen 
alleen aanstellingen tot Conducteur, Meester mineur, Constabel enz. 

2) Eedt van den Volcke van Oorloghe te Lande mutates mutandis gearresteert 
den eersten Juny 1588. (Eedtboeck van 1582 — 1675. Eijks Arch.) 



XL VII 

vanden selven Lande, mitsgaders die Staten vande andere provin- 
ciën, daerinne wy gebruyckt sullen worden, ende oock de Regenten 
vande steden soe binnen de provincie van Hollandt ende West Vries- 
landt als daer buyten daerinne wy in garnisoen gelegt sullen worden 
gebouw ende getrouw te wesen //. 

Uit al het voorgaande blijkt , dat het opperbestuür over het leger , 
al ondervond het dan ook van verscheiden kanten belemmeringen , 
die nu en dan een vrij storenden invloed op de geregelde werking 
van het geheel uitoefenden, op het oogenblik dat de gedenkwaardige 
veldtogten van Maurits een aanvang namen , nagenoeg in zijn ge- 
heelen omvang berustte bij de Staten Generaal, en dat de wettelijke 
bepaling , volgens welke de Raad van State oorspronkelijk met dat 
gezag was bekleed geworden, in den loop der voorafgegane vier 
jaren meer en meer ter zijde geschoven en eindelijk geheel en al op 
den achtergrond gesteld was. Daar waar de Raad niet slechts 
adviserend, maar ook beshssend optrad, geschiedde het als het ware 
op mandaat van Hunne Hoog Mogenden. 

Wanneer nu de vraag rijst, of een zoodanig verplaatsen van het 
oppergezag voordeelig was voor het beleid der oorlogszaken, dan 
aarzelen wij niet, die toestemmend te beantwoorden. 

Het is eene onmiskenbare waarheid, dat het zooveel mogelijk 
concentreren van het oppergezag een der beste waarborgen voor het 
welslagen van krijgsoperatiën is, en dat het verleenen der meest 
uitgebreide volraagt aan den legeraanvoerder, ook al wordt daardoor 
eene groote verantwoordelijkheid op zijne schouders geladen, den 
man van genie oneindig minder drukt dan het looden wigt der 
beperkende voorschriften door toegevoegde raden of gedeputeerden 
te velde gegeven. Het lag evenwel geheel buiten de rigting van 
het pas opgekomen republikeinsche bewind om zoodanige magt in 
de handen van zijn Kapitein-Generaal neder te leggen, en in zoo 
verre kon het zeker vrij onverschillig heeten, of hij die magt deelde 
met den Raad van State of met afgevaardigden uit de Staten Gene- 
raal. Maar toen het hoogste gezag in den Staat zich langzamerhand 
meer en meer in den boezem van het laatste ligchaam terugtrok. 



XLYllI 

was het van veel meer belang , dat Maurits daar zijn steun zocht , 
dan dat hij, toegevende aan de overigens niet ongegronde gevoelig- 
heid van den Raad van State, zich afwendde van hen, die feitelijk 
de magt in handen hadden , en die , door het al of niet toestaan der 
benoodigde gelden , beschikten over de zenuw der oorlogsvoering. 



INWENDIG ZAMENSTEL VAN HET LEGER. 

Be Infanterie. 

De Infanterie van het Staatsche leger was ingedeeld in vendels 
of kompagnieën , die van verschillende sterkte waren, hoezeer voor 
de normale formatie der nieuw opterigten kompagnieën in het tijd- 
perk toen Maurits zijne veldtogten begon, 113 man schijnt aange- 
nomen te zijn. Immers de commissiën, die na het vertrek van 
Leicester en het invoeren der noodige bezuinigingen aan de Kapiteins 
der infanterie gegeven werden , luidden alle , op weinige uitzonderingen 
na, op vendels van 113 man, waaronder het kader begrepen was. 
Zoodanige kompagnie was zamengesteld als volgt: 

Een Kapitein, \ 

Een Luitenant, | ieder met hun jongen. 

Een Vendrig, ) 

Twee Sergeanten , 

Twee Tromslagers, 

Een Pijper, 

Drie Korporaals, 

Een Fourier of Klerk, 

Een Chirurgijn, 

Achttien Muskettiers, 

Vier en twintig Spiessen met korsseletten , 

Zes Hellebardiers , 

Drie Rondassiers edellieden. 

Zes en veertig Harquebusiers. 



XMX 

De dertien eerstgenoemden werden officieren genoemd. 

De Kapitein of Hopman was het hoofd der kompagnie, hoewel 
iiij niet altijd in den strikten zin des woords haar aanvoerder kon 
genoemd worden. Verscheidene bevelhebbers van kompagnieën toch 
bekleedden andere, hoogere betrekkingen in het leger, en het bevel 
over een vendel voetvolk of eene vaan ruiterij werd hun alleen ge- 
geven opdat zij het geldelijke voordeel, dat daaraan verbonden was, 
souden genieten. 

Op den Kapitein volgde de Luitenant , die , zoo als de naam aan- 
duidt, zijn plaatsvervanger was en gedurende zijne afwezigheid het 
bevel voerde. 

Bij elke kompagnie was een vaandel, dat aan den Vendrig was 
toevertrouwd, en het eigendom was van den Staat O- Bjj h^t ont- 
binden (casseeren) eener kompagnie werden de vaandels met eene 
zekere plegtigheid van de stangen gescheurd en de stangen zelve 
gebroken ^). 

Ten opzigte van de Tromslagers schijnt reeds toen in het leger 
van Maurits dezelfde verkeerde gewoonte te zijn aangenomen als 
later bij de meeste legers het geval was, namelijk dat men daar- 
voor de minder goed physiek ontwikkelde manschappen bestemde. 
Wij lezen toch in een voorstel tot verbetering van het krijgswezen 



(1) Als historische bijzonderheid mogen wij hierbij voegen, dat de uniformiteit, 
die ten tijde van Maurits in zoo vele onderdeelen van het krijgswezen werd inge- 
voerd, zich toen ook tot de vaandels der kompagnieën heeft uitgestrekt. Boor den 
Baad van State werd namelijk den 4den April 1591 besloten , » dat in de nieuwe 
T&endels sal gestelt worden die Leeuwe in conformiteit soo die int cachet van den 
Baede werde gebruykt, doende den Leeuwe stellen in coulear den regten Leeuwen 
8oe naer mogelijck gelijck. # Ben volgenden dag werd deze laatste bepaling echter 
gewijzigd en in de plaats van de kleur der natuurlijke leeuwen werd goedgevonden , 
'dat denselven sal syn van roode couleur, dewyle meest van de provintien sulcx 
bebben in haer wapenen. ' 

Sedert dien tijd voerden de Staatsche vaandels en ook die van de Schotsche 
kompagnieën in dienst van de Vereenigde Nederlanden den rooden leeuw. 

2) Eeue beschrijving van het ontbinden van eenige kompagnieën en het scheuren 
der vaandels vindt men in het II Boek van het Journael van Buyck, den 6den 
Augustus 1594. 

IV. 



dat in het jaar 1618 gedaan werd: //Dat de Compaignien sullen 
moeten versien wesen van bequame trom slagers hebbende den ouder- 
dom van ten minsten van achthien jaren , versien met goede trom- 
men, alsoo men bevindt dat by veele capiteynen daertoe onbequaeme 
ende oock jongers worden gebruyckt//. 

De Fourier of Klerk was den Kapitein of zijnen Luitenant 
behulpzaam in het voeren van de administratie zijner kompagnie, 
terwijl de werkzaamheden van den dertienden Officier, den Chirur- 
gijn, van zelve worden aangeduid. Wij komen later op de genees- 
kundige dienst, zoo als zij in dien tijd bij het leger bestond, terug. 

Eene geregelde onderverdeeling, zoo als in lateren tijd plaats had, 
in sectiën en escouades, schijnt in die dagen nog niet bestaan te 
hebben. Alleen vinden wij eene enkele maal van //korporaalschap- 
pen// als onderdeden van een vendel gewag gemaakt ^). Dat aan 
de Sergeanten ieder afzonderlijk een gedeelte der kompagnie ter 
surveillance was aangewezen, is evenwel waarschijnlijk, hoewel het 
ons nergens gebleken is. De betrekking van Korporaal was — 
ten minste bij de Engelsche hulptroepen hier te lande — slechts 
tijdelijk; hunne benoeming schijnt eenigermate van de soldaten 
afhankelijk te zijn geweest, daar wij in het lüde artikel van de 
// Instructiën voor de Officiers van de monsteringe van het krygsvolck 
ten laste van Hare Majesteit van den Isten Februarij 1586// lezen: 
//De Corporaels van elcke Compagnie sullen verandert worden alle 
maenden, ende vernieuwt bij consent van de Compagnie ofte een 
deel van dien// ^). 

Zoo als uit het bovenstaande blijkt , was de organisatie der Infan- 
terie zeer eenvoudig. De kompagnie of het Vendel was de adminis- 
tratieve, en in zeker opzigt ook de taktische eenheid. Uit de 
tijdelijke zamen voeging van eenige kompagnieën ontstond een regiment, 
waarover een // Colonel n of // Overste Colonel // het bevel voerde. 



1) SI Den 23 May (1585) ben iek met derde halfT corporaelschap in de stadt 
Sloten getogen, latende die reste, onder tgebiedt van mynen Lieutenant in de 
Lemmer*. (Van Vervou, Eenige gedenkw. geschiedenissen, bl. 31.) 

2) Groot Placcaetboek, n,.bL 241. 



LI 

Toor zoodanig regiment was evenwel geene bepaalde organisatie 
aangegeven; nu eens vinden wij regimenten van 7, dan weder van 
20 kompagnieën ^). Het doel, waartoe eenige Vendels onder één 
hoofd gesteld werden, regelde de sterkte, die men aan zoodanig 
regiment gaf. De waardigheid van Kolonel of Overste-Kolonel 
werd dus gegeven aan hem, dien men met het bevel over een 
onderdeel van het leger, dat uit verscheidene kompagnieën was zamen- 
gesteld, belasten wilde, zonder dat de sterkte van dat onderdeel 
altijd bepaald was aangegeven. Gewoonlijk was de Kolonel ook 
Kapitein over een Vendel, dat alsdan den naam droeg van de 
Compagnie-Colonelle, waarover de Luitenant het speciaal bevel 
voerde. Aan sommige Kolonels werd het bevel gegeven over Infan- 
terie en Kavalerie. Zoo kreeg bijv. Floris van Brederode bij zijne 
aanstelling tot Overste-Colonel het kommando //over het krygsvolck, 
soowel te paard als te voet, tsij met heele of halve vanen en 
vendelen, minder of meer getal, sulcx als de noot van den lande 
vereischen sal// ^). 

Het voetvolk werd blijkens de bovenstaande formatie , verdeeld in 
muskettiers , harquebusiers, piekeniers, hellebardiers en rondassiers. 
Het opmerkelijkste bij die indeeling, en waarbij ook de geschiedenis 
der taktiek het meeste belang heeft, is de verhouding tusschen de 
vuurwapenen en de pieken, opmerkelijk daarom, omdat het blijkt, 
dat Maurits langzamerhand de eerste in verhouding tot de laatste 
vermeerderde. 

Het is bekend, dat zelfs nog lang nadat de draagbare vuurwa- 
penen in gebruik waren gekomen, verreweg het grootste gedeelte 
der voetknechten met pieken gewapend was, en dat deze ook later 
bij de uropesche legers niet zijn afgeschaft dan nadat men de 
bajonet behoorlijk op het geweer had leeren bevestigen om zoodoende 



1) Den 7deii April 1586 werd Sire Philippe de Sidaey, benoemd tot » Chef et 
Gdonel d'ung regiment de vingt compaignies » \ aaderen , als Jehan PIroa (11 Maart 
1586), de Ueeren van Lokeren (10 Sept. 1686) enz., kregen regimenten van 10 
rendelen. (Commissieboek van den Gouverneur, Graaf van Leicester. — Bijks Arch.) 

2) CommiBsieb. van den Raad van State van 158 8—1591 , bl. 103 , verso. B^jks Arch. 



Lil 

den infanterist zoowel voor het gevecht met de blanke wapenen als 
voor het vuurgevecht geschikt te maken. Zoo lang dit niet het 
geval was, kon aan eene afschaffing van de piekeniers niet gedacht 
worden, daar het rappier, waarmede ieder voetknecht gewapend 
werd, niet voldoende was om bij de toenmalige vechtwijze de piek 
te vervangen. 

Maurits zag evenwel het groote voordeel in, dat van het vuur- 
gevecht te trekken was , en bij de vendels voetknechten , die de 
hoofdsterkte van zijn leger uitmaakten, vinden wij dan ook aan 
de musketten en roeren al zeer spoedig een groot overwigt boven 
de spiessen gegeven. 

Bij eene kompagnie van 113 man bevonden zich, zoo als boven 
gezegd is 64 vuurwapens tegen 30 spiessen en hellebaarden. 

Eene kompagnie van 150 man telde 82 man met vuurwapenen 
en 49 met spiessen en hellebaarden gewapend ^). 

Bij kompagniën, welker sterkte hiervan afweek, vinden wij onge- 
veer dezelfde verhouding, als: 

Op eene sterkte van 130 man, 60 vuurwapenen en 89 spiessen 
en hellebaarden ^); 

Op eene sterkte van 180 man, 105 vuurwapenen en 56 spiessen 
en hellebaarden ^); 

Op eene sterkte van 200 man, 117 vuurwapenen en 64 spiesseu 
en hellebaarden *); 

Op eene sterkte van 300 man, 152 vuurwapenen en 120 spiessen 
en hellebaarden ^). 

Wanneer men de hieronder in de aanteekeningen aangehaalde 
datums met elkander vergelijkt, bespeurt men, dat de verhouding 
van de vuurwapenen tot de pieken, die in Januarij 1589 oDgeveer 
als 1 tot 0,79 stond, reeds kort daarop toen Maurits invloed op de 



1) 


Commissieboek van deu Baad 


van 


State, 


8 Maart 1691 


2) 


ld. 


18 


AprQ 1590. 








3) 


ld. 


21 


April 1589. 








4) 


ld. 


23 


Junij 1589. 








B) 


ld. 


21 


Jannarij 1589. 









LIU 



fegerorganisatie begon uit te oefenen, zeer ten voordeele van de 
eersten gewijzigd werd, en in Maart 1591 reeds in de verhouding 
?an 1 tot 0,47 veranderd was. 

De vuurwapenen der infanterie waren het musket en de harque- 
buse of haakbas (zoo genoemd omdat zij in den beginne voor aan 
den loop van een haak voorzien was tot steun bij het vuren). Dit 
laatste wapen werd veelal //vuurroer// of //roer//, en de harque- 
busiers dikwijls eenvoudig //schutten// genoemd. 

Het musket ^ was een lang, zwaar en daardoor niet gemakkelijk 
te behandelen wapen; het moest wanneer het afgeschoten zou worden , 



1) Het is hier de plaats niet om ia nadere bijzonderheden omtrent de verschil- 
lende vuurwapenen enz. af te dalen. Alleen zij hier opgemerkt, dat het eene dwaling 
is, wanneer verscheidene schrijvers op het gezag van Strada en Brantome, de 
invoering van het musket, als vuurwapen voor de infanterie te velde, aan Al va 
toeschrijven. 

Strada zegt, na de zamenstelling van het leger des Hertogs, dat naar de Neder- 
landen trok, opgegeven te hebben: 

#Le front de chaque compagnie estoit couvert par une invention nouvelle de 
quinze soldats , qui marchoient devant les autres , armez de mousquets et de four- 
chettes peur appuyer Ie mousquet en tirant, car on ne se servoit auparavent de ces 
sortes dWmes, comme estant trop pesantes, que sur les murailles des villes, d'oü 
encore on ne pouvoit les tirer qu' aprea les avoir posées sur des cavaliers^. (His- 
toire de la guerre des Pays-Bas, traduite par P. du Rieu, Tom. I, liv. VI, pag. 409). 

Strada was hier verkeerd ingelicht, of wel hij bedoelt met //une invention nouvelle » 
de indeeling van vijftien muskettiers ))ij elke kompagnie, dat werkelijk door Alva 
bet eerst gedaan werd ; vroeger waren de muskettiers in afzonderlijke kompagnieën 
Tereenigd. — Hoyer, die de M^m. de Bellay, Liv. XI, pag. 66 aanhaalt, zegt, 
dat Karel V de musketten in 1621 voor het eerst bij zijn leger te velde zou gebruikt 
hebben. Dat zware draagbare vuurwapens , die bij het afvuren op een vork gelegd 
verden, van veel ouder dagteekening zijn, blijkt uit het Trattato deUa Militia da 
ürsns de Ursinus, hetwelk in 1477 het licht zag, en waaruit L. Napoleon (Etudes 
sur Ie passé et l'avenir de Tartillerie, I, pag. 94) de volgende regels overneemt: 
' Parmi les six mille fantassins , il y a . . . . cinq cents arquebusiers (scopetêieri) , 
dont un certain nombre porte une petite cerbatane qui tient Ie milieu entre Tescopette 
et la cerbatane, et qu^on place sur une fourchette pour tirer. Quand on est loin 
de rennemi on peut la placer sur la voiture. ^ De musketten zijn bij het Neder- 
kudsche leger langzamerhand meer handelbaar gemaakt, en hebben reeds lang voor 
de afschaflSng der pieken de vuurroeren geheel verdrongen. 



IiIV 

op een ijzeren gaffel of furquet worden gelegd, dien de soldaat te 
dien einde bij zich droeg en vóór zich in den grond plantte, en 
schoot een kogel van 12 in het pond. De harquebuse of het roer 
was veel kleiner en ligter, werd uit de hand a%eschoten en schoot 
een kogel van 24 in het pond. Beide vuurwapenen waren van 
lontsloten voorzien. 

De manschappen moesten hun kruid en lood in het eerst zelve 
aanschaffen ; bij de Engelsche hulptroepen werd daarvoor een gulden 
per man in de maand van de soldij ingehouden '). Later werd 
hierin eene zeer wenscheHjke verandering gebragt, en werd de 
munitie door de Artillerie geleverd; de vendrigs der kompagnieën 
namen haar in ontvangst ten bedrage van 30 pond kruid en lonten 
in de 48 dagen voor eene voltallige kompagnie van 150 man, en 
deelden haar uit aan de manschappen '), van wier soldij de kosten 
naderhand werden afgetrokken. 

Deze inrigting was noodzakelijk, zoowel om te zorgen, dat de 
munitie altijd bij de kompagnie voorhanden was, als om de verkwis- 
ting te voorkomen, die tot groote en nuttelooze kosten leidde. 

De spiessen of pieken, waarmede een gedeelte der Infanterie 
gewapend was, hadden eene lengte van ten minste 18 voeten; 
bovendien droegen de piekeniers, even als de hellebardiers, welke 



1) f En daar de harquebosiers ordinariB tegenwoordelyck hebben 10 gl. ter maand, 
sal een gulden voor elke harqaebusier of roerdrager hem geemployeert werden in 
Bof poeder, hem dienende in de dagen van syne excercitie boven syne wachten.' 
(Inrtructie van 1 Februarij 1586. — Gr. Placcaetboek , II, bl. 239.) 

2) # Item la fine pouldre pour les pietons se distribuera par poix i leurs ensingnes 
et seront les Gapitaines des dits pietons tenuz envoier vers Ie Capitaine General 
pour avoir ordonnances audit maitre (de rartillerie) ou Lieutenant, eu son absence 
coDtrerolleur et commis , pour leur en fiimir selon ladite ordonnance , et lesdits de 
rartillerie marqueront Ie jour de la delivrance et y tiendront Ie respect qu'il convient. 
Daoltant que les pietons sont fort desraisonables et eschillent beaucoup de pouldre 
flans befoing#. (Instmction et ordonnance advisée faicte et conclute par son Ex**. 
par ladvis de ses consaulx d'estat et des finances sur la conduicte des Maistres et 
Officiers de son artillerie tant en temps de paix que de guerre. — 20 Aug. 1586. — 
In het Instructieboek 1586—1588 op het Rijks Archief, M. S.) 



IiV 

laatste slechts in zeer kleinen getale bij de vendels ingedeeld waren, 
eeo rappier of zwaard. 

Bij elk vendel voetknechten bevonden zich zoogenaamde rondas* 
siers, die een schild of rondas droegen en wijders met een hellebaard 
gewapend waren. Deze rondassiers waren door Maurits ingevoerd 
en bij de organisatie van 1589 was hun aantal op drie per kom- 
pagnie bepaald O- Waarschijnlijk waren zij tot persoonlijke bescher- 
ming van den aanvoerder of van het vaandel en vinden wij er 
daarom altijd bij iedere kompagnie slechts drie, hoe groot de sterkte 
moge wezen. 

Dat wij aan deze of eene soortgelijke bestemming mogen denken, 
Iaat zich ook daaruit afleiden, dat de betrekking van rondassier, 
ten minste oorspronkelijk, alleen aan edellieden gegeven werd. 

Overigens werden de rondassen door Maurits veel gebruikt bij de 
belegeringen om er zich zoowel in de loopgraven als op de wallen 
der vesting bij het bespieden van den vijand mede te dekken; zij 
waren dan van een vizier voorzien. Bij het beleg van Groningen in 
1594 had hij er het leven aan te danken, toen bij het bezigtigen van 
het ravelijn bij de Oosterpoort een kogel op het rondas afstuitte. Toen 
de Graaf van Solms in 1595 binnen Hulst belegerd werd, verzocht 
hij onder anderen in een brief van den 26 Julij , u dat men hem 
doch geit wilde seynden met 30 of 40 scheutvreye rondassen ende 
heimetten ende waert mogelijck de rondasse van Syn Ex^*^// ^). 



1) Hoezeer de iadeeling van rondassiers bij de kompagniecn tot de veelvuldige 
wijzigingen behoorde, die Maurits bij zijn leger invoerde, stellen sommige schrijvers 
het ten onregte voor , dat wij hier aan eene eigenlijk gezegde uitvinding van Maurits 
te denken hebben , die haren oorsprong verschuldigd was aan zijne studiën over de 
krqgskunst der oude volken. Bij de Duitsche legers toch droegen de bevelhebbers 
ook somtijds kleine schilden of tartschen. (Georg von Frundsberg, Kriegsthaten , 
fdio 165), en bij de Spanjaarden, Franschen en Italianen waren de piekeniers door- 
gaans van kleine ronde schilden (rondelles) voorzien, terwijl de officieren er 
nch nog tot het einde der zestiende eeuw van bedienden. (Mémoires de Bellay, 
Liv. Vn, p. 398.) Ook een gedeelte der Duitsche landsknechten, die met helle- 
baarden of slagzwaarden gewapend waren , droegen rondassen of kleine ronde schil- 
den aan een riem om den hals. (lioyer, Gesch. der Kriegskunst, I, bl. 236.) 

2) Joomael van Duyck, III Boek, 26 Julij 1596. 



Het blijkt dat de Prins er ook aan gedacht heeft, een grooter 
gedeelte van het leger met schilden te wapenen, hoewel dit plan 
niet tot uitvoering gekomen is. ^). De rondassen zijn voortdurend 
bij het leger van Maurits in gebruik gebleven; immers in de Reso- 
lutiën der Staten Generaal van den 8sten Junij 1611 wordt gemeld: 
//Is Jacob Dircxz. de Swart, custodiemaker alhier in den Hage, opt 
serieuse recommandatie van Zyn Excell. geaccordeert octroy, omme 
voor den tyt van vyff jaren naestcommende, alleene in de ver- 
eenichde provinciën te mogen maecken sekere soo ronde als lang- 
werpige targiën by hem geinventeert. // 

Be KaTalerie. 

De Kavalerie van het Staatsche leger was verdeeld in twee soorten : 
lanciers en carabiniers, welke laatste ook harquebusiers of //ruyteren 
vierroers voerende// genoemd werden. 

Zij was ingedeeld in vanen of escadrons, die tot het jaar 1591 
van zeer ongelijke sterkte wareu, daar Commissiën uitgegeven wer- 
den vóór 60, 75, 80, 90, 100 en 150 man '). In den regel was 
elke vaan uit ééne soort van ruiterij zamengesteld; slechts bij uit- 
zondering vindt men bij eene vaan zoo wel lanciers als harquebusiers 
ingedeeld '). 



1) K Syn Ex^^' had de overlange eenige groote scliildeii ofte targes laeten maak en , 
op de Komeynsclie faecoen, om te sien off men daer mede een* bate illon piecken 
soude konnen breecken, dVelc hy tot meermaelen in den Haege kadde doen 
besoucken (beproeoen) ende bevonden tot dien eynde van goede effecte te wesen , 
waeromme hy dselve mede op desen dach in tleger onder de Engelsen dede besoucken , 
die wel met piecke vechten , ende bevont tselve mede alsoe , omdat de targes door 
alle de piecken doordrongen «r. (Journael van Duyck, II Boek, 6 Aug. 1595.) 

# De Schotten versochten onder den heuren eens de targes a la romeine 

gemaeckt ende bevonden dselve van sonderlinge cracht om een bataillon piecken te 
breecken'. (ld. 27 Augastus 1595.) 

2) Zie onderscheidene aanstellingen in het Comraissieboek van Leicester en van 
den Baad van State. (Kijks Archief.) 

8) Commission pour Ie Capitaine Johan Balford ....... une Compagnie de 

cent chevaulx asschavoir Cincquante Lanciers et Cinquante Harquebousiers ^ . (Gom-' 
iwsieboek v»n Leiceeteri bl. 10.) 



Reeds in Augustus 1590 verzocht de Prins aan den Raad van 
State, dat men de kompagnieën ruiterij op 100 man zou brengen, 
met uitzondering van die, welke 150 man telden en dezelfde sterkte 
ïouden behouden ^). 

In Januarij 1591 werd met het oog op den te ondernemen veld- 
togt besloten, alle kompagnieën 120 ruiters sterk te maken ^), met 
uitzondering van twee, die op de sterkte van 150 man zouden 
blijven. De geheele Kavalerie, die toen — immers op het papier — 
1290 paarden sterk was, werd daardoor gebragt op 1620 paarden, 
verdeeld in 13 kompagnieën, namelijk die van Prins Maurits, 
van den Prins van Espinoy , van Barchon , Dubois , Kinsky , Paulus 
Bacx, Etmont, Lespini, Marcelis Bacx, Potlis, den Graaf van 
Valckensteyn , Sleijer en Balen. 

De beide laatsten waren zoogenaamde vanen Duitsche ruiters ^) 
van 150 man. 

Kort daarna besloot ook de Raad van State, dat men de Koningin 
van Engeland zou verzoeken, de vier kompagnieën ruiterij van de 
hulptroepen, — namelijk die van Sidney, Vere, Parker en Pauli — 
eveneens tot op 120 paarden te versterken. 

Evenmin als bij de Infanterie bestonden er bij de Kavalerie ten 
tijde van Maurits regimenten. Uit eene missive, door Hunne Hoog 
Mogenden in het jaar 1671 aan de Staten van Friesland geschre- 
ven *) , blijkt , dat er van het begin van den oorlog met Spanje tot 
het jaar 1635 of daaromtrent geen vaste geformeerde regimenten 
kavalerie in dienst van den Staat geweest zijn , dat ook toen ver- 
scheidene provinciën zich nog tegen de invoering daarvan bleven 



1) Besol. van den Eaad van State, 14 Augustus 1590. 

2) Kesol. van de St. Gen., 21 Januarij 1591. 

3) Zie over de Duitsche ruiters, v. Hoyer, Gesch. der Kriegskunst , I , bl. 292. — 
Een uitvoerige beschrijving van hunne zeer karakteristieke vechtwijze wordt gevonden 
b : La vraye et entiere histoire des troubles et choses memorables avenues en tant en 
France qu'en Flandres, et pays circonvoisins, depuis Tan 1562, liv. IX, pag. 273, verso. 

4) Deze missive is in haar geheel geïnsereerd in de notulen van de Staten 
Generaal, van den 26sten Maart 1671. 



LVIII 

verzetten 9 en dat zij eerst tegen het einde van den oorlog bepaal- 
delijk zijn opgerigt. 

Evenwel blijkt het^ dat er door Maurits na en dan tijdelijk 
regimenten Kavalerie geformeerd werden, waarover alsdan aan eea 
'der Ritmeesters het bevel werd gegeven^). Vóór dien tijd vinden 
wij ook bij de Nederlandsche Kavallerie melding gemaakt van 
hoogere rangen dan die van Ritmeester. Zoo werd bijv. George 
Everard Graaf tot Solms, den 27sten Februarij 1586 benoemd tot 
Overste en Colonel over o vyf kompagnien ligte peerden // ^) , terwijl 
in een brief van Maurits aan de Staten Generaal van den 6den 
April 1591 wordt gezegd, dat de Barchon //Luitenant Colonnel van 
den peerdevolcke is geweest ^). // 

Het kader bij eene vaan ruiterij, hetwelk door de Ritmeesters 
benoemd werd ^), bestond uit: 

Een Luitenant, 
Een CJomet, 
Een Kwartiermeester, 
Twee Trompetters, 
Een Fourier, 
Een Hoefsmid. 
De bewapening der Kavalerie bestond voor de Lanciers, behalve 
de lans, uit een rappier en ten minste één nkovt roer;// voor de 
Karabiniers uit een rappier en een // lang of een kort roer. // Spoedig 
evenwel kwam hierin verandering. Het taktische gebruik, hetwelk 
men in die dagen van de Kavalerie maakte, wier grootste kracht 



1) Jouraael van Duyck, VII Boek, 17 Junij 1602. — Wanneer wij overigens nu 
en dan (bijv. in het Journael van Duyck, Il Boek, 4 en 20 Mei 1594 lezen van een » batail- 
Ion ir ruiters, dan komt dat woord daar in dezelfde beteekenis als ^ regiment «^ voor, 
en dient alleen om de tijdelijke vereeniging van eenige kompagnieën aan te duiden. 

2) Commissieboek van Leic., bl. 16, verso. 

3) Verzameling van bij de St. Gren. ingekomen brieven , 1591. (Rijks Archief.) 

4) #En luy donnans plain pouvoir, authorité et mandement especial de la pour- 
veoir, d'ung lieutenant, comette et aultres officiers*', luidde het in de commissiën 
voor de ritmeesters der kompagnieën Kavalerie. (Commissieboek van Leic. passim. 
Kijks Arch.) 



LÏX 

niet zoo als tegenwoordig in de snelheid van beweging en den schok 
gezocht werd, daar de aanval hoogstens in den draf geschiedde, 
bragt mede, dat het schietgeweer langzamerhand de lans verdrong. 
Nadat herhaaldelijk de gewigtige uitkomsten waren gebleken, die 
met de vuurwapenen te verkrijgen waren, werd den 3den Januarij 
1597 eene geheel nieuwe bewapening voor de Kavalerie vastgesteld, 
waarbij de lansen afgeschaft en, behalve het rappier, alleen de kara- 
bijnen of lange roers en pistolen of korte roers bij behouden werden. 
De loop van de eersten moest minstens drie groote mans voeten lang 
zijn; de laatsten hadden een loop van 20 rijnlandsche roeduimen 
lengte, die geboord was op een kaliber van een kogel van 30 in het 
pond, terwijl de kogel zelf -3^^ pond woog, of, zoo als men het 
noemde, zij moesten een kogel schieten van 32 rollende en 30 
sluitende in het pond. Beide vuurwapenen waren van radsloten 
voorzien. Twee jaren later werden er nog eenige minder belangrijke 
wijzigingen in de bewapening en uitrusting der Kavalerie gebragt ^). 

De Artillerie. 

Voor de Artillerie bij het leger der Staten bestond geene zoo ge- 
regelde organisatie als voor de Infanterie en de Kavalerie. De reden 
hiervan lag in de eigenaardigheid van het wapen, dat zich in ver- 
gelijking met de andere, eerst kortelings had ontwikkeld, en in den 
aanvang geheel den vorm en de inrigting had van een gilde, hetwelk 
onder de bescherming van de Heilige Barbara in onderscheidene 
steden werd opgerigt, waaruit zich langzamerhand eene stedelijke 
Artillerie ontwikkelde, die onder de leiding der busmeesters, zoo 
als de gildebroeders genoemd werden, in het geheim aan de vol- 
making hunner kunst arbeidden, en weldra een krachtig element 
van verdediging vormden in den tijd toen iedere stad voor een 
groot gedeelte voor hare eigene veiligheid had te zorgen. 



1) Zie de Ordre op de wapening van de compagnien Bayteren Curassiers, 
voerende de korte roers, en die voor de compagnien Kuyteren Harquebousiers , 
beide van den 6den Februarij 1599. (Groot Placcaetboek , II, bl. 249 en 253.) 



LX 

Al zeer spoedig evenwel namen ook de landsregeringen het nieuwe 
krachtige oorlogswapen in handen, en vermeerderde het geschat in 
alle rijken naarmate men het belang daarvan meer en meer begon 
te erkennen. Ook de Staten van Holland bleven hierin niet achterlijk ^ 
en zoo kon Willem van Oranje in de laatste dagen van zijn leven 
reeds over een vrij aanzienlijk materieel beschikken, dat in de 
magazijnen van Holland te Delft voorhanden was, terwijl te *sHage, 
Enkhuizen en Rotterdam geschutgieterijen , te Amsterdam, Pur- 
merend, Monnikendam en elders buskruidmolens waren opgerigt. 

Eene eigenlijke Veld-Artillerie , als integrerend deel van het veld- 
leger, bestond evenwel niet, en is eerst in veel later tijd ingevoerd. 
Het aantal stukken en het materieel, dat noodig werd geoordeeld ^), 
werd bij een op handen zijnde veldtogt vastgesteld en in gereedheid 
gebragt ^); de noodige Kanonniers of Constabels werden ter tijde- 



1) Het eigenlijk veldgeschut was gewoonlijk slechts in zeer geringen getale bij 
het leger aanwezig. Één stuk op de duizend man werd voor rijkelijk gehouden. 
Bij Turnhout had Maurits vier stukken en bij Nieuwpoort niet meer dan zes. — Op 
den logt, dien hij in 1602 naar de Zuidelijtce Nederlanden ondernam, om Ostende 
te ontzetten , voerde hij met een leger van 18942 man , 12 halve kanons en drie 
kleine metalen stukjes mede. (Joumael van Duyck, VII Boek, 21 Junij 1602.) 

2) if Item Ton fera ung estat d'aultant de pieces d'artillerie grosses et petites que 
Son £x^*. ordonnera et voudra estre menées aux champs avecq aussy la quantité de 
pouldre, nombre de balies, picques, lances, demi lances, harnas, picques pales, 
hoyaulx et aultre munition servant au train de lad. artillerie , avecq aussy Ie nombre 
des gentilhommes, conducteurs a cheval et a pied, qui auront chascun la garde et 
conduicte de la munition, comme sera cy apres declaire avec aussy les canoniers et 
aultres servans a icelle artillerie, les pionniers, chevaulx tant limoniers que roUiers. 
Le quel estat sera signe de Sad. Ex'**, et desd*'. finances , etc. (Instruction et 
ordonnance advisee etc, pag. 63.) 

Somtijds werd ook het geschut geleend van de steden , welke nog altijd hare 
eigene artillerie hadden, waarover de Staten en de Prins niet konden beschikken. 
Bij de verovering der steden bleef haar geschut in den regel haar eigendom, terwijl 
dat van den vijand door de Generaliteit in bezit werd genomen. Bit was bijv. het 
geval met Nijmegen in 1592. » In de stadt » , zegt Duyck , # werde bevonden een 
dubble Canon, drie halve Canons, een slange ende XXI cleyne stucken alles van 
metael, ende noch 11 ofte 12 cleyne ysere stucken, ende omtrent 8000 pont pulvers, 



LXI 

ljp[e aanvalling van die , welke in vaste dienst waren , aangenomen ^ 
nadat omtrent hunne bekwaamheid het advies van den Generaal 
der Artillerie was ingewonnen. 

Deze Gonstabels ontvingen hunne Commissie regtstreeks van den 
Raad van State, somtijds alleen voor den tijd, dat de troepen 
werkelijk te velde waren *), en in sommige gevallen luidde hunne 
aanstelling tot Constabel in eene of andere vesting. Hun tractement 
bedroeg 10, 16 of 20 gulden per maand. 

Aan het bevel over het geschut was reeds vroeg door de vorsten 
eene onderscheiding verbonden, welke bij voorkeur aan edellieden 
werd toegekend, hetgeen aanleiding gaf om aan hen, ook al viel 
later de keuze niet uitsluitend meer op adellijke personen, de be- 
naming te geven van Edelluyden van het geschut of der Artillerie, 
die hier te lande tot het laatst der zeventiende eeuw in gebruik bleef. 



toecommende de stadt, soe sij seyden o, — 25 Octobris . . . werden de drie halve 
eanons in de stadt gevonden, daer vuyt genomen ende byde batterie van de Gene- 
nliteyt gevoncht, om redenen dat dselve by den Prince van Parma daer gelaeten 
mren , ende de stadt niet thoe en quaemen /r. (Jonrn. van Duyck, I Boek, 22 en 25 
Oct. 1592.) Den Ssten Julij 1599 vroeg Maurits aan de stad Utrecht vier stukken 
geschat voor acht of tien dagen te leen om ten dienste van het land gebruikt te 
worden, elk voorzien van 300 kogels en het benoodigde buskruid. (Dodt van 
Flensborg, Archief voor kerk. en ^ereldl. gesch. , Vu, bl. 320). Twee dagen 
later Terzocht de Prins in een schrijven uit Bommel om ten minste twee kartouwen 
met affuiten, gereedschap, 300 scherp en kruid, met den meest rhogelijken spoed 
tegen recepis van den Controleur van der Does te willen afgeven (ld. bl. 321.) 

1) In de aanstellingen der kanonniers luidde het: 

#Die Kaden van State der Vereenichde Nederlanden noodich bevindende noch 
enighe goede Canoniers aen te nemen , omme tot dienste van den Lande in den 
L^her gebmyckt te wordden , ende geinformeert zijnde vande . ervarentheyt ende 

bequaemheyt van daerop gezien hebbende het advys van den heere 

Tan Famars, Generael van de Artillerye, hebben « denzelven gecommitteert ende 
geanthoriseert, committeeren ende authoriseeren by dezen omme sich als canon ier 
in den Legher te laten gebruycken, daer ende zoo hem ten dienste van den Lande 
geordonneert zal worden. Op een tractement van twintich ponden van veertich 
grooten vlaems tstuk ter maent, zoo langhe hy in den Legher te velde zal wezen, 
ende nyet langher, enz. (Commissieboek van den Baad van State, bl. 139 verso, e. a.) 



Lxn 

Het opperbestuiir over het geschut eü al wat daartoe behoorde 
werd gegeven aan een Meester Generaal der Artillerie, een titel, 
waarvan de herinnering nog is blijven voortleven in de benaming 
van Grootmeester der Artillerie, die tot in onzen tijd is blijven 
bestaan. 

Ten tijde van Maurits was de benaming Generaal der Artillerie 
in gebruik. Volgens de instructie van den Sisten Maart 1599 *) 
had hij de //superintendentie, opsicht ende gesach over het grof 
geschut met syne equipage , materialen , instrumenten ende munitien 
van oorloge // , mitsgaders over de oflBicieren , handwerkers , pionniers 
en arbeiders; over de ponten, trek- en lamoenpaarden ; over de 
constabels en kanonniers en in 't algemeen over het geheele personeel 
der Artillerie. Hij moest uitvoerige registers aanhouden van al het 
personeel en materieel, en deelde met voorweten van den Raad van 
State de constabels en kanonniers in de grenssteden en garnizoenen 
in, waar zij naar zijn oordeel de meeste diensten zouden kunnen 
bewijzen. 

Bij het aannemen van nieuwe kanonniers werd zijn advies inge- 
roepen en was hij verpligt hen eerst // wel ende scherpelick te exa- 
mineren op hare wetenschap ende ervarentheyt/y. Hij moest de 
noodige maatregelen nemen , wanneer er geschut moest marcheren , 
dat zulks met den meesten spoed geschiedde en dat het behoorlijk 
geconvoijeert werd, omtrent welk laatste punt hij in overleg moest 
treden met den Kapitein Generaal. Bij belegeringen was het zoeken 
van de emplacementen voor de batterijen even als het aanleggen 
of het aanbesteden daarvan aan zijne zorg opgedragen , en bleef hij , 
wanneer het vuur tegen de vesting geopend was, het algemeene 
toezigt daarover houden. Was de vesting veroverd, dan zorgde hij 
voor het in bewaring nemen van het aanwezige artillerie-materieel 
en bij het opbreken van het leger gaf hij de noodige bevelen tot 
het opladen of inschepefl van al wat tot de Artillerie behoorde. 
Hij was bovendien verpligt, eens in het jaar de frontiersteden , 
vestingen en forten te inspecteren, om te zien of de Artillerie en 



1) Groot Placcaetboek , ü, bl. 328. 



LXIII 

de munitie zich in behoorlijken staat bevonden; tot de noodige 
krstellingen moest hij last geven en daarvan bij zijne terugkomst 
eene beknopte opgave doen. 

Het was van oudsher, ook hier te lande , gebruikelijk, dat de 
klokken van de veroverde vestingen gegeven werden aan den Gene- 
raal der Artillerie , welke gewoonte evenwel in het laatst der 1 6de 
eeuw werd afgeschaft. De Heer van Famars deed nog in 1591 zijn 
vermeend regt op de klokken en de aangebroken tonnen buskruid 
in een rekwest aan de Staten Generaal gelden ^ ; maar zijn verzoek 
werd afgewezen mét betuiging van den Raad van State aan de Staten 
Generaal, die het rekwest om advies gezonden hadden //dat men 
niet en weet te spreecken van eenige ordonnantie militair 't synen 
propooste dienende //''). 

In de instructie voor den Generaal der Artillerie van den Sisten 

Maart 1599 staat uitdrukkelijk in Artikel 14: // sonder dat 

de Meester Generael aen alsulck Geschut // (uit de veroverde plaat- 
sen) Il al waer 't ghebroocken ofte geborsten , wapenen , materialen , 
ofte oock eenige kloeken , 't zij groot ofte klejm , yetwes voor hem 
selven sal hebben te pretenderen , onder deksel van emolumenten , 
ofte andersins in wat manieren het zy // ^). 

De betrekking van Generaal der Artillerie werd eigenlijk slechts 
alleen vervuld gedurende den tijd, dat het veldleger op de been 
was. Van exercitiën, zoo als bij de overige wapens plaats hadden, 
van proefnemingen, die aan zijne leiding zouden toevertrouwd zijn, 
vinden wij geen spoor. Hoogstens moest hij de nieuw aan te nemen 
kanonniers examineren, doch wat van zoodanig examen te wachten 
was^ laat zich afleiden uit de bijvoeging, dat hij //is 't noot, hen- 



1) f Die Heeren van Ceenenbnrg ende Pauli instaende , geven aen , dat die 
Heere van Famars aen Syne Ex^^ . versoekt ende pretendeert groote gerechticheden ; 
als Generael van tgescbnt, soo van syne gedaene diensten voor de ingenomen plaetsen 
als voor toekomende, namentlyck de doeken, ook die tonnen van Pulvers die 
opgeslagen syn ende andersints /i^. (EesoL van den Baad van State, 12 Maart 1591.) 

2) Besol. der St. Gen., 6 April 1591. 

3) Gr. Placcaetboek , II, 1. 328. 



LXIV 



luyden een proeve met een grof stuck zal laten doen, omme geen 
onbequame aen te nemen //. 

Om den Generaal der Artillerie bij zijne afwezigheid te vervangen , 
werd bij het begin van den veldtogt gewoonlijk een Luitenant der 
Artillerie aangesteld '). 

De Artillerie bleef, ook na hare meer bepaalde vereeniging met 
het overige gedeelte van het leger , haar karakter van gilde behouden : 
de wetenschap, later in de zoogenaamde constabel-boekjes neer- 
gelegd, werd door den meester aan de gezellen en leerlingen onder- 
wezen. Even als de smids-, timmermans-, wagenmakers-, lijn- 
draaijers-, kuipers-, mandemakers- en andere gilden hunne werklieden 
aajQ de Artillerie leverden wanneer er een veldtogt op handen was, 
zoo werden ook de buitengewone constabels voor dien tijd aange- 
nomen en na het eindigen van den veldtogt weder ontslagen. 

De gewigtigste betrekking na die van den Generaal en zijnen 
Luitenant, was die van Contrerolleur van het geschut, die met het 
opperste toezigt over en de verantwoording van het artillerie-materieel 
belast was, een naamlijst van al de kanonniers te velde moest aan- 
houden, en wat het administratieve gedeelte betreft, nagenoeg de- 
zelfde instructie had als de Generaal der Artillerie ^). Hij hield de 
algemeene registers van het materieel van den lande, waartoe de 



1) tf Comme ainsi soit que pour la deffense des provinces unies et pour faire 
teste a leunemy, avons trouvé expediënt de dresser en ceste premiere saison ung 
camp et qu'a ceste cause soit besoing de commettre quelque personne idoine et 
qualifiée a l'estat de lieutenant de l'artillerie , scavoir faisons que ce considéré et 
pour Ie bon rapport qui nous a esté faict de Tartillerie, Avons, ladvis de ceulx du 
conseil d'estat, ensemble par Tadvis de messire Charles de Levin , Seigneur de 
Famars, M". General de la dicte artillerie, Icelluy Nicolas Pluncquet commis et 
establi , commettons et establissons par ceste au dict estat de Lieutenant , En luy 
donnant plain pouvoir authorité et mandement especial pour en absence du dict 
M". General deservir ledict Estat, vacquer et entendre au faict et conduicte dicelle 
artillerie, Ie tout suivant Tlnstruction ce dressée ou que Ion pourra dresser cy apres 
etc. #. (Commissieboek van Leic, bl. 28 verso.) 

2) Zie de Commissie voor Jan Pauli als « Contrerolleur van tgroff geschut ende 
wes voirts den treyn desselffs aengaet*', (Commissieboek van den Raad van State, 
van 1588—1591, bl. 138.) 



LXV 

Commiesen Stapeliers van de magazijnen te Dordrecht en te Delft ^) 
en alle andere Commiesen van amunitie hem de vereischte opgaven 
moesten doen. Hij had een tractement van 30 gulden in de maand. 
Bij het leger te velde bevonden zich steeds twee Commiesen, waarvan 
de eene — de Commies van de Artillerie — al het. grof geschut met 
wat daartoe behoorde , en de andere — de Commies van amunitie — 
het kruid en lood en de lonten voor de Infanterie en Kavalerie , de 
draagbare wapenen, gereedschappen, het hout- en ijzerwerk, de 
stormbruggen enz. onder zijne bewaring had ^). 

Zij namen een zeker aantal Conducteurs aan, die gedeeltelijk 
bereden waren , wier dienst bestond in het overbrengen der munitiën 
naar de plaatsen, waar zij noodig waren, als de batterijen, de loop- 
graven , enz. , terwijl overigens aan ieder hunner het toezigt gegeven 
was over een onderdeel van den voorraad materieel, die mede te 
velde genomen werd ^). De werkmeesters moesten de benoodigde 
gereedschappen bij hen ontvangen en weder inleveren. 

De edellieden van het geschut voerden het bevel over een of 
meer stukken, zoo te velde als bij belegeringen. Zij werden tegen 
het openen van den veldtogt gewoonlijk ten getale van twintig 
beschreven *). 

De Kanonniers of Constabels ^) waren bestemd voor de eigenlijke 



1) Zie de instructie voor den Commies-Stapelier van de magazijnen van ammu- 
nitien tot Delft, en de commissie voor Huyck Cornelisz. van 's Gravesande. (Com- 
missieboek van den Raad van State van 1588 — 1591, bl. 70.) 

2) Zie de commissie voor IJsbrand van der Does, als Commies van amma- 
niticn. (ld., bl. 137.) 

3) M Si comme Tun des cuvelliers aura la pouldre en garde , ung aultre les 
bouUetz , ung aultre les picques , hallebardes , lances , corseletz , harcquebutes , 
mebclies et aultres choses y servans, ung aultre les picques pales, hoyaulx, congnees, 
ferremens, et ainsy en avant selon qu'il y aura beaucoup de munition, et que Ie 
train est grand », (Instruction et ordonnance advisée etc. , uit het Instructieboek 
1586—1588, bl. 61 verso. Rijks Arch. M. S.) 

4) Militaris instructien en ordonnantien , bl. 21, op het Rijks Archief. M. S. 

5) De woorden konstabel en kanonuier worden meestal willekeurig voor dezelfde 
betrekking gebezigd. Aanvankelijk evenwel schijnen de konstabels eene soort van 
onderofficieren geweest te zijn, en zelfs in den tijd, dat het onderscheid niet meer 

V. 



LXVl 

bediening van de stukken. Zij waren of permanent in dienst 
(Ordinaris Canoniers) en dan in de vestingen en forten in garnizoen , 
of wel zij werden voor den tijd van een veldtogt of belegering aan- 
genomen (extra-ordinaris). In beide gevallen ontvingen zij even 
als de Officieren eene afzonderlijke Commissie. Tot de dienst op- 
geroepen, moesten zij zich voorzien van een telstok,, lontstok, 
kruidhoorn, ruimnaald en passer '). Aan hun hoofd was gesteld 
een zoogenaamde Veld-Constabel ^). 

Waarschijnlijk is deze Veld-Constabel dezelfde, die elders Meester 
Constabel genoemd wordt, met het opzigt over de anderen belast 
was, en dagelijks de batterijen moest langs rijden. Hij hield eene 
lijst aan, waarop al de kanonniers, die men in dienst had, nomi- 
natief vermeld stonden, opdat hij altijd den Generaal zou kunnen 
inlichten, waar de beste Kanonniers te vinden waren. 

Men rekende in den regel op ieder stuk geschut twee Kanonniers ^) , 
terwijl de verdere bediening bestond uit handlangers , die gewoonlijk 



algemeen in acht genomen werd, vinden wij hier en daar de constabels en kanon- 
niers nog afzonderlijk genoemd. Zoo werden er in September 1591 tot bediening 
van acht stukken geschut, die ter ondersteuning Tan Hendrik ÏV naar Frankrijk 
gezonden werden , gedeputeerd : eene commissie voor n Claes Beeckman als con- 
nestabel a , en voorts commissiën n voor de canonniers tot negentien in getale 0» 
(Res. St. Gen., 7 Sept. 1591.) 

1) Groot Placcaetboek, II, bl. 337. 

2) irEnde opdat alles met beter ordre geschieden, sal de Yeldt-Constabel op 
alle canoniers van 't Leger particuliere opsicht hebben , ende op yeders goet devoir # 
enz. (Groot Placcaetboek, bl. 838.) 

3) a Item les gentilhommes de TArtillerie seront soubz Ie Maitre , en son absence 
soubz Ie Lieutenant, et auront Ie soing et conduite des pieces d'ArtiUeries ainsy 
que led. Maitre et en son absence Ie Lieutenant leur ordonnera avecq les canno- 
niers ordonnez a scavoir pour chascune piece deux 9. (Instniction et ordonnance 
advis^e, pag. 63 verso.) 

In 1699 werd bepaald, dat bij ieder sluk in batterij twee of drie kanonniers zouden 
gesteld worden , en zoo veel timmerlieden , bootsgezellen en arbeiders » om tzelve te 
leenden, keeren en handelen als van noode zal wezen /y. (Groot Placcaetboek, II, 
bl. 828. — Zie ook de Instructie voor de bootsgezellen van 't geschut, id., bl. 342.) 



LXVil 

mt het scheepsvolk genomen weerden en bootsgezellen van 't geschat 
verden genoemd ^). 

Wanneer het leger te velde ging werd nog bovendien het vol- 
gende personeel bij de Artillerie aangenomen: 

Twee meester timmerlieden, elk met 30 è 36 of meer goede 
timmeigezellen , ieder met zijn gereedschap ^); 

Twee meester Smids met twee knechten; 

Twee Wiehnakers met ieder een knecht; 

Een Kuiper; 

Een Schanskorfmaker met een knecht; 

Een Rijswerker; 

Een Lijndraaijer of Gareelmaker; 

Drie of vier hamiqueurs of affuitsmeerders , die belast waren om, 
zoowel op marsch als anders, altijd bij het gesehut te zijn om 
het oog te houden op alle touwwerk, haamknuppels en ander tuig 
van de trekpaarden, het zoo noodig te repareren en de assen en 
raderen goed gesmeerd te houden. 

In het laatst van 1591 werden op verzoek van Hendrik IV ^) 



1) ' Tot het geschut te bewegen en te stellen hebben sy (de Staten) kloeck schips- 
Yolck uitgekoren, die sy daertoe specialijcken deden aennemen en onderhouden, 
benndende dat yolck seer bequaem ende gheschickt om het geschut in de schepen 
te laden, weder te lossen, planten, vervoeren, en dat zéitde metter handt, bij 
gebreck van paerden, in noodt treckende over alle Dijeken en Morassen: Item 
dat te planten ende afteschieten, en voorts alles wat tot het geschut behoort, met 
ecne wonderlijcke behendigheyt/r. (Van Meteren, Hist. der Nederl., XVI, bl. 295. — 
Editie van 1663.) 

Voor den veldtogt van 1591 werden 500 bootsgezellen aangenomen ^omme b\j 
't geschat te gebniycken #. (Joumael van Duyck, in de inleiding van Hjaar 1593.) 

2) De meester timmerman voerde het bevel over al de timmerlieden en hunne 
knechts, had het opzigt over het werk, dat door hen gedaan werd, en deed verant- 
voordbg van de materialen en het gereedschap. (Zie het Commissieboek van het 
Baad van State van 1588—1591, bl. 50.) 

3) >rExhibé a Tassemblee de messieurs les etats generaux par Ie sleur ambassa- 
deur de France, de Bueanval, Ie 28 de Juin 1591 #. (Register van ingekomen 
brieven, bl. 236 verso. — Rijks Archief.) 



LXVIIt 

vier heele en vier halve kartouwen naar Frankrijk gezonden om ge- 
bruikt te worden bij het beleg van Rouaan. 

Daarbij waren ingedeeld: //een edelman met een substituut om 
te kommanderen , een commis met 5 conducteurs , een M' tjmmerman 
met 4 andere goede werklieden, 2 harnacqueurs , een cujper en 
16 canonniers//. Verder werden medegenomen: //boven d'ordinans 
affuten, 2 aflFuten voor heele en 2 affuten voor halve cartouwen, 
2 paar raders tot heele en 2 paar raders tot halve cartouwen; 
64000 pond kruid voor 4000 schoten, 4000 kanonkogels en 16000 
pond lonten//. De kosten waren geraamd op 50000 gulden '). 

Later werden behalve het hier boven vermelde personeel nog aan 
de Artillerie toegevoegd vier of vijf petardiers, die in een daartoe 
aangewezen huis buiten den Haag hunne petarden moesten maken 
en daarmede het leger te velde volgen ^). 

Bovendien had de Generaal der Artillerie onder zijne bevelen eene 
of meer kompagnieën pionniers — ook esplanadeurs genoemd — *) 
ieder ter sterkte van een kapitein, een luitenant, twee korporaals, 
een tamboer en 50 man in gewone dienst, die wanneer het leger 
te velde was met nog 30 gravers vermeerderd werden, en vooral 
bij het transport te lande van het geschut en de ^voertuigen tot 
verbetering der wegen als anderzins werden gebruikt. Na den veld- 
togt van 1591 vooral werd door den Raad van State op de ver- 
meerdering van pionniers aangedrongen, ifdie welcke in de voer- 
gaende tochten grootelycx van doene zyn geweest ende voertaene 
niet gemist en zullen kunnen wordden // *). 



1) Resolutiën der Staten Generaal, 1 en 9 Augustus 1591. 

2) Eene uitvoerige beschrijving der toenmalige petarden vindt men bij Strada» 
Hist. de Ia guerre des Pays Bas, II, pag. 746. 

3) Item les pionniers qui seront retenuz en service en TArtillerie seront parti- 
culierement soubz la charge du M"*. d'Icelle. (Instruction et ordonnance advisée.) 
In Julij 1586 werd Jan Duyck aangesteld tot Overste en Colonel van alle de 
Nederlandsche pionniers. (Commissieboek van Leic. , bl. 85.) 

4) Eesolutie der Staten Generaal, 5 November 1591. — Eegister van ingekomen 
brieven, bl. 495 verso. 



LXIX 

Tot het transport te water werden gewoonlijk vijf of zes scheeps- 
kapiteinen met hunne ponten en pleiten aangenomen. 

Zg bleven, ieder met ongeveer 70 a 80 man van hun bootsvolk, 
altijd bij het geschut. 

Ben provoost van de Artillerie had het opzigt over de schepen 
en moest in het bijzonder er voor waken, dat geen materieel werd 
ontvreemd. Eindelijk was bij de Artillerie te velde een Chirurgijn 
ingedeeld *). 

Dat een Veldheer als Maurits bij de bijzondere gesteldheid van 
het oorlogstooneel , waarop hij werkzaam was, eene bijzondere zorg 
aan het ponton wezen wijdde, behoeft wel niet gezegd te worden^). 

Het opzigt over dit belangrijk gedeelte van het legermaterieel was 
opgedragen aan eenen Brugmeester , die al de ponten voor het grof 
geschut, de schepen, aken, schuiten van de schipbrug, de zeilen, 
kabels, touwen, enz., onder zijne bewaring had ^). Bovendien was 
er een bijzondere Commies of Opziener van de schepen aangesteld. 

Ook voor bruggen, die bij belegeringen tot het overtrekken der 
grachten moesten dienen, werd het noodige materieel medegevoerd. 
Herhaaldelijk vinden wij bewijzen , hoe Maurits ook hierin gewigtige 



1) De dienst?errigtingen voor de onderscheidene aan het wapen der Artillerie 
verbonden personen worden aangegeven in de # Instructie voor de gemeene officieren 
van den train van de Artillerye //. (Groot Plaecaetboek , II, bl. 333.) 

2) fZ. Exc. heeft aan de Staten van Holland sonderling gerecommandeerd om 
eeoe schipbrug te maken. Die hebben Cornelis Maas belast een specificatie te 
maken van H geen daartoe noodig zou zijnx^. (Eesolutie van den Baad van State, 
16 November 1590.) 

In het meermalen aangehaalde manuscript: Militaris instructien en ordonnantien 
enz., komt op bl. 20 verso voor eene ^Lijste van behoeften bij Zijn Ex***, in 
Hjaer 1605 noodigh bevonden om een vloth te maecken over een rivier van 2000 
voeten breet, die de twee leste jaeren mede te velde hebben geweest, ende bij 
Schenkenschans over de Wael en Eijn gelyck zijn geslaegen^^ en op eene «rGene- 
nele Lijst van de materialen ende behouHen desen aengaende, soo men ordinaris 
plach te velde te nemen, (bl. 17') worden vermeld: #6 Biese bruggen van vijfftich 
stadeen, yder stuck lanck 10 voet, breet 6 voet*. 

3) Zie de Instructie van den Brugmeester van den 31sten Maart 1699. (Groot 
Plaecaetboek, H, bl. 354.) 



I«XX 

verbeteringen trachtte in te voeren en te dien einde vele proef- 
nemingen liet doen ^). 

Wanneer men d» oorsprong en de ontwikkeling der Artillerie 
in aanmerking neemt, dan is het zeer natuurlijk, dat er eene groote 
verscheidenheid van geschutsoorten bestond, die zoowel in kaliber 
ais in zwaarte, lengte en uitwerking verschilden. De nadeel^i, die 
daaruit voor de praktijk ontstonden, waren dan ook te gewigtig, 
om niet tot vereenvoudiging te leiden. Hoewel wij er nergens de 
onmiddellijke bewijzen voor gevonden hebben , is het toch mear dan 
waarschijnlijk, dat de krachtige organiserende geest van Maurits 
ook op dit veld werkzaam geweest is , en dat hij in dit even als in 
de overige onderdeden van de leger-inrigting , eene regelmatigheid 
in het leven heeft geroepen, die vroeger niet bestond. 

Immers terwijl wij in zijnen tijd nog gewag gemaakt vinden van 
eene menigte verschillende kalibers, als van 48, 36, 24, 18, 12, 
10, 7, 6 pond enz., treffen wij in het leger, waarmede hij zijne 
vddtogten in 1591 begon, slechts drie soorten van geschut aan, 
namelijk : 

de heele kartouw (of het heele kanon) van acht en veertig pond; 

de halve kartouw (of het halve kanon) van vier en twintig pond; 

bet veldstuk van 12 pond. 

De beide eerste geschutsoorten werden stukken van batterie (be- 
legeringsgeschut) genoemd ^). 

Als uitzondering vinden wij nu en dan melding gemaakt van 
Valkonetten (ligtere veldstukken van zes pond) ; van drielingen , ook 



1) Zie over de proeven met stonnbruggen van kurk het Journael van Dayck , 
III Boek, 12 en 18 JuUj, 6 en 8 October 1597. 

8) #Stenwick ist mitt ganz und halben Carthaunen beschossen worden, welche 
fast nf der al te manier gemacht gewesen , welche sie alhier beeser als Kürtze und 
leichte stück m veltt oder ein orth zu beschisen halten, diewyll sie nicht weitt 
zurüok lauffen, auch besaer zwisch den schantzkorben und durch die brustwehren 
(wie ich selbste mit Vleischz darauf achtung geliabt und gesehn) können gebrauchtt 
werden #. (Brief van Jan de Jonge , Graaf van Nassau , aan zijnen vader Graaf 
Jan de Oude; — zonder datum, maar ontvangen te Dillenburg, den 25s(en Julij 
1692. Archief van Z. M.) 



LXXI 

wel fransche kartouwen genoemd, die 36 pond ijzer schoten en 
meest tot bewapening der vestingen dienden , daar zij te zwaar waren 
cm te velde te worden medegevoerd en te ligt om bres te schieten; 
fan ISponders, die gewoonlijk voor scheepsgeschut dienden, en een 
enkele keer ook van lüponders, die ook tot het veldgeschut werden 
gerekend. Met uitzondering van de drielingen waren alle deze 
stukken van brons. 

Behalve deze kanons gebruikte Maurits bij zijne belegeringen ook 
mortieren. 

De heele kartouw (48ponder) was geboord op een kaliber van 
52 pond; de lengte was 1]-| Mechelsche of 10\^^ Rijnlandsche 
voeten*); het gewigt 150 maal de kogelzwaarte (7000 a 7200 pond). 
De gewone lading bedroeg 20 pond kruid, waarmede men de vol- 
gende uitkomsten verkreeg: 

het kernschot (in 't poyn-blanck) 250 geometrische passen 

# vizierschot (horisontaal met de spijs) 500 // // 

onder 45 graden 2913 // // 

(Iedere geometrische pas van 5 geometrische voeten). 

Men rekende dat een heel kanon in 12 uren tijds 100 of ten 
minste 80 schoten kon doen, waarbij het elke 10 of 12 schoten met 
natte haren kleeden werd afgekoeld. 

Het was bespannen met 31 paarden (15 span en een lamoenpaard). 

De halve kartouw (24ponder) was geboord op een kaliber van 
28 pond; de lengte was 10 J Mechelsche (9|Jf Rijnlandsche) voe- 
ten; het gewigt omtrent 190 maal de kogelzwaarte (4500 pond). 

De gewone lading bedroeg 12 pond kruid, waarmede de volgende 
uitkomsten werden verkregen : 

het kemschot op 200 passen; 
// vizierschot // 400 » 
onder 45° 2585 // 

De halve kartouw werd bespannen met 23 paarden (11 span en 
een lamoenpaard) ^). 



1) De Mechelsche voet was y% Bijnlandsche. 

2) Somtijds waren de halve kartouwen met veel minder paarden bespannen. Bij 



LXXII 

De veldstukken (12ponders) waren geboord op 14 pond; hanne 
lengte bedroeg 8| Mechelsche (7^^ Rijnlandsche) voeten; hiin 
gewigt was 266 maal de kogelzwaarte (8200 pond). 

De uitkomsten van het vuur met de gewone lading waren: 
het kernschot op 150 passen; 
// vizierschot // 800 n 
onder 45» 1900 // 

Het veldstuk werd met 11 paarden (5 span en een lamoenpaard) 
bespannen. 

De valkonet, (6ponder op een kaliber van 7 pond geboord) woog 
2100 pond, dus ongeveer de helft van het gewigt der halve kartouw. 
Daar zij bijna even lang was als deze (10 Mechelsche voeten), 
moet zij aanmerkelijk minder ijzerdikte gehad hebben. Haar kern- 
en vizierschot (met eene lading van 4 pond) was gelijk aan die 
van de halve kartouw. Zij was met 7 paarden bespannen. 

Uit de mortieren werden granaten van 100 pond, groote brand- 
kogels en steenen geworpen 0> ^^i* de afstand welke men bereikte , 
bedroeg geen 600 pas *). De bommen werden, wel is waar, nog 
niet veelvuldig gebruikt, maar waren toch reeds sedert ongeveer 
eene eeuw bekend ^). Dat men de buizen temperde naar gelang 
van den te bereiken afstand, blijkt uit hetgeen Duyck den 28sten 
Augustus 1592 bij gelegenheid van het beleg van Koeverden schrijft: 
//Men schoot desen dach eenige vierballen, doch sonder effect. 



het beschrijven van den marsch van Maurits naar Bislich in 1595 , zegt Duyck: 
«rHiemaer volchde 't geschut ende alle de carroye, hebbende elcke halve canon 
806 15 als 17 peerden ende de veltstukken 11 peerden at. (Journael, 26 Aug. 1595.) 

1) «rDes nachts werden (bij het beleg van Groningen) mede geplant beoosten 
den heerwech 2 mortierstucken om vierwerck ende grauaeden ende oock steenen in 
de stadt te doen werpen en de begonstet mette moiüeren noch dien nacht keyen 
in de stadt te schieten^. (Journael van Duyck, II Boek, 20 Junij 1594.) 

2) Delprat, Verband, over de vorderingen in den aanval en de verdediging 
der sterke plaatsen. 

3) Zie Hoyer, Gesch. der Kriegsk., I, bl. 262, waar hij de onjuiste opgave 
van Strada — ook bij verscheidene onzer schrijvers gevolgd — dat de uitvinding 
door een burger van Venlo zou gedaan zijn, verbetert. 



LXXIII 

eensdeels omdat men meent, dat de ballen niet wel getempert en 
syn, overmits dselve al te vrouch branden ende dickwils geconsu- 
meert syn eerse nedercommen ende eensdeels omdat den M' geen 
propositie en hielt om die te werpen, d'eene reyse die te corte 
werpende, ende d'andere reyse over//. 

In 1602 schoot de bezetting van Ostende uit hare kanons kar- 
tetsen van musketkogels in sterk zeildoek gewikkeld. Ook vinden 
wij nu en dan melding gemaakt van vuurpijlen, die echter aan- 
vankelijk niet bijzonder schijnen voldaan te hebben *). Later even- 
wel kwam hierin eenige verbetering, daar de fachinendammen en 
borstweringen der Spanjaarden voor Ostende door vuurpijlen in 
brand geschoten werden ^). 

De inrigting der affuiten en van het verdere artiUerie-materieel 
was een onderwerp van Maurits bijzondere zorg, en terwijl men 
nog in het jaar 1590 het veroverde geschut tot model nam ^), vin- 
den wij later vele gewigtige verbeteringen als het resultaat van de 
verkregen ondervinding en van zorgvuldige proefnemingen aangebragt. 
Zoo liet de Prins de affuiten van kistjes voorzien, bevattende 6 
kardoezen , G kogels , een buskruidmaat en een kruidhoorn. Tusschen 
de zij wangen van het affuit werd eene kist aangebragt, waarin twee 
spaden, eene groote en eene kleine bijl, een houweel, een koevoet, 
een stelhout en een lontstok. 

De paarden, welke tot bespanning van het geschut en de andere 
voertuigen noodig waren , werden slechts voor den tijd dat de 
veldtogt duurde in dienst genomen , en zoodra het leger uit elkander 
ging, weder afgedankt. De zorg daarvoor was opgedragen aan een 
commies van de togtpaarden die 20 of 30 conducteurs onder zijne 
bevelen had. 



1) Joamaal van Duyck, I Boek, 21 Junij 1593. 

2) Diego Uffano Trattato della artilleria y uso d'ella, Braxellas 1613, IIÏ, cap. 23. 

3) Duyck zegt in de if corte voorrede n van zijn Journael , dat de Staten » de 
maniere ofte faetsoen niet en hadden, daernaer men alle afFuyten ende andere 
gerectschap maeken mostte, 't welcke liaerc werckluyden vuyt dese veroverden 
affuyten lichtelijcken geleert hebben -r. 



LXXIV 

Deze require^den de benoodigde paarden , die dus eigenlijk slechts 
voor onbepaalden tijd gehuurd werden. De eigenaars waren verpligt , 
bij ieder span paarden een knecht te leveren en er twee gareelen 
en twee paar strengen bij te voegen. Wanneer deze laatsten ont- 
braken, werden zij door het land verstrekt en van de huurprijs 
gekort. Alleen het tuig van de lamoenpaarden, dat omtrent 40 
gulden kostte, behoefde om den hoogen prijs niet geleverd te worden. 
Om te voorkomen, dat de paarden voor andere einden, als tot 
bespanning der zoetelaarswagens enz., werden gebruikt, werden zij 
met een braudteeken, waar een kanon op stond, gebrand. 

Op dezelfde wijze als de paarden werden de noodige wagens door 
den Wagenmeester in dienst genomen ^). Buitendien werden er 
somtijds paarden ten gebruike van het leger aangekocht ^). 

Ingenieurs en lUneurs. 

De werkzaamheden, welke bij een leger te velde in onzen tijd 
aan de Genie, als een op zich zelf staand gedeelte van het leger 
worden opgedragen, stonden in den tijd van Maurits onder het 
algemeen toezigt der Artillerie. De aanleg daarentegen van nieuwe 
fortificatiewerken , zoowel vestingen als forten, en het onderhoud der 
reeds bestaande, werd door den Raad van State of den Opper- 
bevelhebber van het leger opgedragen aan Ingenieurs, die den titel 



1) if ende resolveerde men den 24 Sepiembris, dat men den 8 Octobris 

mettet leger tot Doesborch sonde wesen, daer men eer niet commen en konde 
omdat men waegens ende treckpeerden met meenichte soude moeten hebben, die 
soe op een stont niet te becommen en waeren, i?vaeromme men den 26sten myt 
sondt den Waegenmeester Claes de Wael om te huyren tgetale van 500 waegens 
ende last gaff om aen te nemen 400 treckpeerden om daermede 22 ofte 23 stucken 
geschuts te lande te moegen voeren, daer men die begeeren souden. (Jomrnael 
van Duyck, II Boek, 28 Sept. 1594.) 

2) i^Is goetgevonden dat men door den Commis Moyal aen handen van den 
voorsz. de Jongh sal doen tellen 250 ponden omme daermede twaelft arbeytspeerden 
te koopen^. (BesoL v. d. Baad van State, 20 Augustus 1590.) 



liXXV 

voerden van Meester Ingenieur, ook wel Fortificatie-meester of 
Ingeniaris ordinaris genoemd '). 

Eene andere betrekking, die dikwijls met die van Ingenieur werd 
vereenigd, was die van Meester- mineur , ook wel Kapitein van de 
Mineurs genaamd, aan wien alle werkzaamheden tot den mijnen- 
ooriog behoorende, zoowel bij de verdediging als bij den aanval 
van vestingen opgedragen werden ^). 



1) Zie de commissie, den 21stea Julij 1588 gegeven aan M'. Pieter Timmer- 
mans , als Ingeniaris ordinaris , » omme soe dikwils hem sulcx geordonneert sal worden 
sich te laten vinden in alle steden, casteelen ende schantzen om aldaer te visiteren 
de fortificatien , ende opt onderhout derselver ende oock om nieuwe te maeken allen 
goet advys te gheven ende de selve in werck te stellen ende te vorderen soe hem 
salcx belaat wordt. Oock den crychsoversten tallen tyde te dyenen met syn goet 
advys ende vernuftheyt tzy in vuyrwercken oft andere handwercken ende behendic- 
heden des hy sich is verstaende a. Zijn tractement was 40 gl. in de maand. (Com- 
missieboek van Leic. , bl. 17 verso.) Ten tijde van Maurits' eerste veldtogten had 
de Bepubliek nog den uitstekenden Adriaan Anthonieszoon in dienst, die eerst door 
Prins Willem I aangesteld als Ingenieur en Baad der fortificatien, naderhand den 
titel voerde vaji Sterkte-bouwmeester der Vereenigde Nederlanden en de ontwerpen 
gemaakt heeft van de meeste sterkten in zijnen tijd aangelegd, als bijv. van de 
Boortangerschans , de Bellingwolderschans , de Schenkenschans, Enkhuizen, Lingen, 
Hariingen, enz. (Vriemoet Athenae Frisiacae, pag. 98.) Hij was een uitstekend 
wis- en sterrekundige , die groote diensten bewees bij het beleg van zijne vader- 
stad Alkmaar, waar hij de betrekking van Schepen en daarna verscheiden jaren 
die van Burgemeester bekleedde (Boomkamp, Alkmaar en deszelfs geschiedenissen). 
Vijf en veertig jaren later werd hij door Maurits weder in de Vroedschap dier stad 
aangesteld. jfBrandt, Historie der Beform., II, bl. 858.) 

2) 'Bobert etc. Comme pour Tadvancement de notre service avons trouvé con- 
venir d^'avoir quelques mineurs pour besoigner en terre , tant en villes assiegées 
que siegement d'icelles, scavoir faisons que pour Ie bon rapport que faict nous a 
esté de la personne de Adrien de la Croix et de son idoineté et experience au faict 
des mines, mesmes d'avoir esté encloz en la ville de Maestricht et y avoir faict 
preuve de son art. L^avons commis et retenu, commectons et retenons par cestes 
pour M' mineur avec aucthorisation pour tant mieux effectuer sa dicte charge lever 
trente mineurs pour servir en dessoubz luy au traictement asschavoir pour sa per- 
soDDO a Tadvenant de cincquante livres de XL gr. pour-le dict de la Croix et pour 
les aultres trente mineurs dixhuict semblables livres Ie tout par mois , et en besoignant 
aux mines auront augmentation jusques trente livres par mois dont ils seront tenuz 



LXXVI 

Hij voerde het bevel over het Korps Mineurs, dat onder het 
opzigt stond van den Controleur van het geschut *), en waarbij 
sedert oudsher gewoonlijk Luikerwalen werden in dienst gesteld , 
wier aantal naar gelang van de behoefte vermeerderd of vermin- 
derd werd. 

Het traktement van ieder mineur was achttien gulden , en wan- 
neer hij in de mijnen werkte werd het hem berekend tegen dertig 
gulden in de maand. 

De loopgravenarbeid bij belegeringen behoorde geheel en al tot 
den werkkring van den Generaal der artillerie ^). 

Zoo als reeds vroeger gezegd is, voerde Maurits, daartoe voor- 
namelijk aangespoord door Willem Lodewijk, bij zijn leger de 
gewoonte in om den schansarbeid door zijne soldaten te doen ver- 
rigten. Voor het opwerpen der circumvallatie- en contravallatie- 
liniën, iets dat tot hunne eigene veiligheid en bescherming tegen 
den vijand diende , werd hun geen afzonderlijke betaling gegeven , 
doch het delven der loopgraven en gallerijen, het opwerpen van 
batterijen, schansen, katten, in één woord, al wat tot de eigenlijk 
gezegde belegering behoorde, geschiedde tegen daggeld, tenzij er 
afzonderlijk pionniers voor dat werk aangenomen waren, of wel. 



d'apporter rectilication du genend de rartülerie ou son L'^ des jours par eulx ouvrez 
auxdits mines ensemble passer monstre soubz rolle endroict leur gaiges susd** par 
devant Ie commissaire des monstres de Tartillerie sy aulcun y at, sinon par ledit 
general ou lieutenant comme dict est^^ etc. (Commissie voor André de la Croix, 
van den 2den Julij 1586 in het Commissieboek van Leicester, bl. 51 verso.) Op 
den Staat van Oorlog van 1588 en 1589 (Eijks Archief) komt Andries de la Croix 
voor als Kapitein van 31 mineurs. 

1) #De heeren Staten hebben noch in ordinaris dienst een Comp^ mineurs 
sterck dertich persoonen, welcke den Controlleur van de artillerie bevolen wort int 
leger synde te monsteren, ende opsicht te nemen off sy oock conform de rollen 
endelysten van betaelin ge sterck syn^. (Militaris instructiën en ordonnantiën , bl. 24.) 

2) ffJtem led. M' et soubz luy Ie Lieutenant et Prevost de Tartillerie conduiront 
les trenchiez avecq Ie M' des trenchies et aultres officiers, et feront les approches 
aux ville chasteaux et places et ordonneront les bateries ainsy que par Ie Capp"* 
general, aura esté command<^«r. (Instruction et ordonnance advisée. Instructieboek 
van 1586—1588, bl. 63 verso.) 



LXXVII 

het werd aanbesteed aan aannemers, die dan op hunne beurt de 
irerklieden moesten betalen O- 1^6 soldaten, tot het werk gekom- 
mandeerd^ ontvingen boven hunne soldij, het voor dien tijd zeer 
aanzienlijke daggeld van 10 a 15 stuivers ^). Wanneer men digt 
bij de vesting kwam, en het graven dus zeer gevaarlijk werd, 
werden de approches dikwijls bij de roede aanbesteed ^). 

Dat aanbesteden van den loopgravenarbeid bleef nog in gebruik 
lang nadat de Stadhouder zijne troepen er aan gewend had, tot 
den schansarbeid gekommandeerd te worden. De bezwaren , daaraan 
verbonden, bleven echter daarom niet onopgemerkt, want, zoo als 
Duyck bij het beschrijven der belegeriugs werken voor Oldenzaal 
2^ *) : // omdat d' aennemers van alsulcke wercken dickwils veel 
willen winnen ende daerom de werckers weynich geven, die dan 
geen groot gevaer willen staen, blyven sulcke periculeuse wercken 
dickwils onvolmaeckt als in desen geschiede, want omdat van den 
Stadt seer geschooten worde, liepen de werckers wech ende de 
korven bleven ongevult //. 



1) Groot Placcaetboek, TI, bl. 343. 

2) Orlers, Oorlochsdaden van Maurits, bl. 143. — Volgens de Militaris In- 
Btnictiên en ordonnantiën , bl. 36, kregen de werkers (soldaten) 10 en de comman- 
derenden, #mit8 dat sy de soldaten aeudryven ende selfs medewerken 20 stuyvers 
daegs. Dan op dangereuze ende perykeloose plaetsen geefl men somwylen meer 
doch met consideratie betselve getrocken wort in consequentie a^. 

8) Joumael van Duyck, Il Boek, 19 Julij 1595. — Op de onmiddellijk volgende 
datums vindt men verscheidene opgaven vermeld van de prijzen, waarvoor de be- 
legeringswerken werden aanbesteed, als bij voorbeeld: 

Voor eene batterij van 10 stukken, binnen eenen dag op te werpen, 350 gl.; 

Voor een tranchee, om de beide legers buiten de stad (Grol) te vereenigen, 
38 stuivers de roede ; 

Voor eene gallerij door de gracht, in vier dagen te voltooijen, 1400 gl. 

Elders (6 Julij 1596) vinden wij in Breda aanbesteed het opwerpen van eene 
halve maan met voorliggende gracht ter breedte van 30 voet en ter diepte van 
^ voet beneden den waterspiegel tegen 18 gl. de roede; 

6 Augustus 1596 het opwerpen van het fort van Neuzen, hebbende volgens het 
bestek een walgang van 600 roeden, 42000 gl. 

4) Journael, UI Boek, 21 October 1597. 



LXXVIIl 

De aanbesteding der werken geschiedde door eenen Controlleiir 
van fortificatiën , terwijl het opzigt over den batterijbouw opgedragen 
was aan twee batterij meesters, ook Conducteurs van de batterijen 
genoemd. 

Aan eene eigenUjke opleiding van Ingenieurs werd in den tijd 
vóór Maurits niet gedacht, daar men tot het vervullen dier betrek- 
king eenvoudig zoodanige personen uitzocht, die men daarvoor 
geschikt oordeelde , gewoonlijk wiskunstenaars of bouwkundigen , 
die zich door eigen studie met de militaire fortificatie hadden ver- 
trouwd gemaakt. De Prins evenwel wijdde ook hieraan bijzondere 
zorg; hij liet de toekomende ingenieurs bijzonder onderwijs geven 
aan de Universiteit te Leiden en zond ten dien einde in Januarij 
1600 aan de Curatoren eene instructie, die hij door Simon Stevin 
had doen opmaken, en waarin zoowel het theoretische als het 
praktische onderwijs geregeld werd ^). 

Nadat in dit stuk eerst de bepalingen zijn opgenomen omtrent 
de uitgebreidheid aan het onderwijs in de wiskunde en het land- 
meten te geven, luidt het verder: 

//Hierin genoeg ervaren wesende sullen bequaem syn om tot de 
fortificatie ofte sterk-bouwinge te komen, waertoe bereid sullen 
worden houten ofte aerde botsen ') van schanssen ende bolwercken , 
ende daermede geleerd hebbende de eigen namen, soo sal het 
trecken van plannen ofte grondteekeningen van steden haer luiden 
ligt vallen, 'twelk men hun van steden ook dadelyk sal doen te 
werk stellen. 

Sy sullen ook tekenen op 't papier den omtrek van schanssen ofte 
steden met vier ende meer bolwerken, waar af men alsdan hen 
luiden de maten sal geven, ende sullen daarna sulcke sterkten op 
't veld tekenen met bakens. 



1) Instelling en Instructie van en voor een Lector of Leezer in de Duitsche 
taaie om de telkonsten en 't landmeeten ten dienste der Ingenieurs, en Vesting- 
bouwkunde op de Universiteit te Leyden te leeren. (Extract uit de Kesolutiën 
van Curateuren en Burgemeesteren den 10 Januarij 1600. — Van Mieris, Hand- 
vesten enz. van Leyden, bl. 526.) 

2) Nabootnngen. 



LXXXX 

Dusverre gekomen zynde, sullen mogen in de somer trecken na 
't leger , ofte ter plaetse daar sterckten gebouwd werden , 't welk 
den genen best gelegen sal zyn , die als soldaten , in dienst wesende , 
dan te velde moeten komen , ende sien daer de saken selfs^ ja 
helpen die met er daet bevorderen. 

Ende daertoe gekomen wesende , dat sy 't land alsoo oorbaren 
dienst konnen doen , sullen henluiden , die willen , des winters tot 
Leyden mogen oefenen , als voren geseid is , in diepsinniger stoflFen , 
die daer geleerd sullen werden, om tot alle saken, de Ingenieurs 
ontmoetende, nog vaster ende volkomelijcker voorsien te wesen. 

De lessen van telling ende meting op papier sullen een half uur 
lang gedaen werden in 't gemeen , 't ander half uur sal volbragt 
werden met elek een in 't bysonder te beantwoorden ende onder- 
wysen van 't geene sy vragen ende uit de gemeene lessen niet 
verstaen hebben. 

Ende, want degenen die dadelyk met Ingenieurshandel omgaen, 
met malkander geen latyn en spreken , of immers seer selden , maar 
dat men in elk land des lantsspraak gebruikt; soo en sullen desen 
lessen niet in 't Latyn , Franpois of andere tale gedaen werden , 
maar alleenlijck in 't Duits. 

Men verstaet ook, dat alle diegeenen die tot 't leeren deser konst 
van Ingenieurs toegelaten werden, eerst sullen beloven ende sweren 
aen den vyand deser landen daermede geen dienst te doen v. 

Op voormelden datum (10 Januarij 1600) werd de bekende 
Ludolf van Keulen tot leeraar in de wiskunde aan de Universiteit 
te Leiden aangesteld. 

Geneeskundige dienst. 

De militaire geneeskundige dienst liet in die dagen veel te wen- 
schen over, hoewel ook hier, even als in de overige onderdeden 
van het krijgswezen, verbetering merkbaar was. 

Voor de gewone dienst bij het leger te velde was, zoo als reeds 
boven gezegd is, bij ieder vendel voetknechten en bij de Artillerie 
een zoogenaamde Chirurgijn aangesteld. Wanneer wij evenwel de 



LXXX 

bekwaamheid van deze Chirurgijns, die ook meermalen onder den 
naam van barbiers voorkomen , afmeten naar het aanzien , waarin zij 
stonden , dan was zij voorzeker maar zeer gering. Niet alleen toch , 
dat zij bij de vermelding van het kader, dat tot de kompagnieën 
behoorde, onder de korporaals en tamboers gerangschikt werden, 
maar hunne gagie bedroeg ook niet meer dan 12 gl. in de maand, 
terwijl die van de korporaals 16 gl. was. 

De Meester-Chirurgijns daarentegen stonden in alle opzigten op 
veel hooger trap, en werden rijkelijk bezoldigd '). Hun aantal was 
zeer gering, te oordeelen naar de weinige commissiën, die wij van 
hen vinden opgeteekend. Bovendien is dit ook af te leiden uit de 
omstandigheid, dat zelfs nog op den 12den Maart 1591, dus zeer 
kort voor dat het leger te velde ging, door de heeren van Keenen- 
burg en Pauli in den Raad van State werd te kennen gegeven , 
// dat Syne Excellentie wel goedt ende noodigh soude vinden , dat 
een medecyn tot 's Lands gagiën aengenomen werde , om in den 
Leger onder het Crys-volck te dienen , ende dat Doctor Augustinus 
Strobanus daertoe soude mogen aengenomen worden ff ^). 



1) «'Volcht noch int leger een Doctor in de Medecyne die ordinaris by 
Syn Ex"'* is, ende houd des swinters zyn residentie in den Haege, plach ordinaris 
ter maent te hebben hondert guldens ende in de leste jaeren heeft hy niet meer 
gehadt als vyflich guldens, ende te velde zynde noch hondert guldens ende all ten 
twee en dertig dagen en deffroyement van wagen en scheepsvrachten ende de tafel 
van Zyn Ex«'*. 

i'Item syn noch in dienst drie chirurgyns, die gehouden zyn, het leger te volgen 
ende haer te vernoegen, waar sy gesonden worden, tsy in belegerde plaetsen ofte 
elders, ende zyn dese gehouden, tot haeren coste medetenemen medicamenten voor 
't gehecle leger tot dry verbanden buyten costen van gequeste, hebbende yder 
sjaers 800 guldens, boven defroyeraenten van wagens en scheepsvrachten, ende de 
vr^e tafel te velde zynde by de Edelluyden van Syn Ex'"//. (Militaris Instructiën 
en Ordonnantiën , bl. 46.) 

2) Op den Staat van Oorlog van 1595 wordt Strobanus /s'Doctoor in de mede- 
cyne^ vermeld met een tractement van 150 gl. in de maand, wanneer hij in het 
leger was en eenen apotheker hield; — buiten het leger trok hij slechts 50 gl. 
(Resol. van den Raad van State, 12 Maart 1591.) 



LXXXt 

In het Commissieboek van den Raad van State ^) vinden wij ook 
het bewijs, dat er in het jaar 1588 eene betrekking werd ingesteld, 
die eenige overeenkomst had met die van Inspecteur van de genees- 
kundige dienst in onzen tijd. Immers in de commissie, waarbij 
M^ Adriaen van de Spiegel ^) tot Meester-Chirurgijn wordt benoemd, 
lezen wij niet alleen, dat hem uitdrukkelijk belast wordt, //opsicht 
ende sorge te draghen over allen den gequetsten ende crancken 
soldaten ende bootsvolck in slandts dienste wezende zoo te water 
als te lande , dieselve te visiteren ende nae syne goede experientie 
met Gods hulp te cureren // , maar daarenboven : // oyck de goede 
opsicht te hebben over de andere Chirurgiens onder onzen Com- 
pagnien te water ende te lande dienende, ten eynde sy hun totten 
gequetsten ende crancken ernstelick quyten ende dezelve nyet en 
versuymen //. Deze Adriaen van de Spiegel had een tractement van 
slechts honderd gulden in de maand, //waerop hij gehouden wordt 
alle medicamenten ende wat daer aen is clevende op zijn eigen 
costen te besorgen , ende oyck twee geschikte dienaers t* onderhou- 
den//. Natuurlijk moeten hier onder «alle medicamenten// alleen 
die verstaan worden, welke hij persoonlijk in zijne eigene praktijk 
noodig had, zoo als dan ook eene dergelijke bepaling in de com- 
missiên van ieder der meester-chirurgijns voorkomt. De medicijnen 
enz. , welke zij en ook de chirurgijns van de kompagnieën behoefden , 
werden door den Apotheker bij het leger te velde medegevoerd ^), 



1) BI. 60 verso. 

2) Adriaan van de Spiegel had reeds gedurende bet beleg van Antwerpen als 
Chirurgijn van het leger gediend. Bij de komst van Leicester was zijne Commissie 
opgehouden. Hij is daarna Chirurgijn van den Graaf van Hohenlo geweest (Bor, 
XXI, pag. 752) eiv overleed in 1617. 

3) ^Eenen Apothecaris is mede gehouden het leger te volgen met een winckel 
gestoffèert volgens de lyste daervan gemaeckt tusschen hem en de Heeren Staten 
ende versiet dezen Apothecaris alle frontiersteden van alle medicamenten , ende heeft 
desen geen tractement, dan alleenlycken defroyement van scheeps- en wagen- 
vrachten , ende de vryheit dat nimant in 't quartier van' Syn Ex'^ eenige speceryen 
mach vercoopen dan hy aUeen//. (Milit. Instr. en Ordonn. bl. 46.) Hierna laat 
de schrijver eene uitvoerige lijst volgen van hetgeen de Apotheker verpligt was te 
velde mede te nemen. 

VI. 



LXXXII 

Eigenlijke militaire hospitalen bestonden er toen ter tijde nog 
niet; alleen vinden wij ergens melding gemaakt van eene ambulance 
bij het leger te velde O- Van oudsher was het gebruik, dat wan- 
neer er eenig gevecht was geleverd, de gekwetste soldaten in de 
nabijgelegen steden werden opgenomen en verpleegd door de stads- 
chirurgijns, die daartoe op de tractementen , welke zij van de 
stedelijke regeringen trokken , verpligt waren , en hoogstens nog eene 
kleine vergoeding van de manschappen daarvoor konden vorderen ^). 

Dat dit dikwijls aanleiding tot afpersingen gaf, blijkt niet alleen 
uit den hieronder aangehaalden brief, maar ook uit eenen dergelij- 
ken van eenigzins lateren datum, insgelijks uit het archief van 
Wijk bij Duurstede afkomstig ^) , waarbij de Raad van State zich 
beklaagt, dat twee chirurgijns aldaar de paarden en de wapenen 
van gekwetste ruiters, die zij onder hunne behandeling hadden, 
aangehouden en als pand voor de door hen gevorderde betaling in 
beslag genomen hadden. //Is derhalve//, zegt de Raad, //alsnoch 
onse ernstige meyninge, by UL. ordre gestelt worde, dat de arme 
soldaten niet beschat ofte verongelijkt, noch heur peerden gearres- 
teert en worden tot slants groot achterdeel. Maer begeeren UL. 
hun authoriteyt interponeren , dat de chirurgijns met redelicken 
sallaris hun sullen laten genoegen , d' welck aen der soldaten gagiën 
allencxkens soude mogen gevonden ende ingehouden worden //. 

Sedert den tijd van Maurits zijn ruim twee eeuwen verloopen 



1) In het akkoord omtrent het vrijlaten en loskoopen der wederzijdsche ge- 
vangenen in 1602 met den Aartshertog Albertus gesloten , wordt gesproken van ' alle 
de Officiers van 't gasthuis des legers », (Jouruael van Duyck , VII Boek , 14 Mei 1602.) 

2) ir£nde want buyten alle goede oude gewoente, maniere van doene ende alle 
redelicheyt is , een goede soldaet in zynen buydel te slaen , dye in zyn lichaem smarte 
genoech geleden heeft, zoe men oyck in alle voorgaende oorloghen altijt gesien 
heeft , dat de gequetste werden in den naest gelegen steden gebracht alwaer deselve 
by de stadtchirurgijns op de gagie dye zy van de selve steden ontfangen, ende op 
eenighe extraordinaire vergeldinghe plegen gecureert te worden *'. (Brief vanden Kaad 
van State aan de regering van Wijk bij Duurstede , van den 7den Augustus 1585, 
opgenomen in de Kronijk van het Hist. Genoots. te Utrecht, III Serie , 4de deel, bl. 34.) 

8) ld., bl. 35. 



foordat de geneeskundige dienst de plaats innam, waarop zij 
billijkerwijze in het welbegrepen belang van het leger aanspraak 
wo^ maken. 

Eenlge andere betrekkingen h^ het leger. 

De hoogste waardigheid was die van Kapitein-Generaal, de eigen- 
lijke Opperbevelhebber van de krijgsmagt. Deze betrekking was 
van de vroegste tijden af verbonden aan die van Stadhouder; de 
plaatsbekleeder van den Vorst was in het gewest, waarover hem 
het bestuur was gegeven, uit den aard der zaak tevens bevelhebber 
van de troepen. Na de vestiging der Republiek bleef ook deze 
inrigting even als zoo vele anderen regtens bestaan , en dientengevolge 
was Maurits van Oranje aanvankelijk slechts Kapitein-Generaal van 
Holland en Zeeland; later werd hij het van Gelderland en Utrecht 
enz., naar gelang ook deze gewesten hem tot hunnen Stadhouder 
benoemden ^). Hoezeer hij in de werkelijkheid als Opperbevel- 
hebber van het leger der Kepubliek optrad, is hetn echter nimmer, 
even als later aan Frederik Hendrik en zijne opvolgers, eene aan- 
stelling als Kapitein-Generaal van de Unie gegeven. 

Op den Kapitein-Generaal volgde onmiddellijk in rang zijn plaats- 
vervanger, die den titel van Luitenant-Generaal, of ook wel dien 
van Overste-Luitenant voerde ^) ; terwijl ook nog in enkele gevallen 
de rang van Veldmaarschalk gegeven werd, eene betrekking, waaraan 
het opperbevel over het krijgsvolk verbonden was , en de authorisatie 
om het tegen den vijand te gebruiken, //met voorweten, corres- 
pondentie ende Consent van de Heeren Gouverneurs der respective 
Provinciën// ^). 



1) Den 19deü Julij 1588 werd Maurits ook aangesteld tot Kapitein-Oeneraal van 
Brabant en Vlaanderen . (Comraissieboek van den Raad van State van 1 588 — 1591 , bl. 45 .) 

2) Zie de Commissie voor Joban Philips, Graaf tot Valckesteyn, tot Overste- 
Lmtenant van den Graaf van Nieuwenaar in het kwartier van Zutphen, van den 
loden Maart 1589. (ld., bl. 71.) 

3) Zie de Commissie voor Joost de Zoete , Heer van Yillers , tot Veldmaarschalk 



LXXXIV 

Het bevel over de vestingen werd gegeven aan Gouverneurs. Zij 
voerden het kommando over het garnizoen , waren verpligt de vrij- 
heden , regten en privilegiën der ingezetenen te beschermen , de 
ordonnantiën op het stuk van den krijgshandel en andere zaken tot 
de gemeene welvaart dienende , scherpelijk te onderhouden , en over 
alle voorvallende zaken met de Staten Generaal te corresponderen. 
Zij mogten geen krijgsvolk in of uit de hun toevertrouwde sterkte 
laten trekken, dan met goedvinden van Hunne Hoogmogenden en 
met patenten van Zijne Excellentie *). 

De kommandanten der forten voerden den titel van Hoofd- en 
Superintendent. 

De Gouverneur eener vesting werd hoofdzakelijk in zijne werk- 
zaamheden ondersteund door een Wachtmeester, wiens betrekking 
het best vergeleken kan worden met die van de plaatselijke kom- 
mandanten van onzen tijd. Hij was verpligt altijd in persoon bij 
het openen en sluiten der poorten tegenwoordig te zijn , de wachten 
te stellen, //de loose of het woord//, te ontvangen van den Gouver- 
neur en het aan de officieren die de wacht hadden , mede te deelen 
en voorts goede discipline onder het krijgsvolk te doen onderhouden , 
en voor het bewaren van vrede en eendragt tusschen militairen en 
burgers te waken. Hij moest het opzigt houden over de wallen, de 
grachten, het geschut enz., en van al wat daaraan mogt ontbreken 
kennis geven aan den Gouverneur. Een dadelijk kommando over 
de troepeu had hij in zijne hoedanigheid van Wachtmeester niet ^). 

In belangrijke vestingen hadden deze AVachtmeesters den rang van 
Sergeant-Majoor, die ongeveer gelijk was aan dien van Generaal- 
Majoor in onze dagen, en zoo vinden wij dan ook herhaaldelijk 



van de Vereenigde Provinciën van den 9den Augustus 1588. (ld., bl. 21.) — Na 
ziijnen kort daarop gevolgden dood is evenwel de betrekking van Veldmaarschalk 
voorloopig niet meer vervuld. 

1) Zie onder anderen de Commissie voor Charles de Heraugière , als Gouverneur 
van 't Slot en de Stad Breda van den 26sten Maart 1590. (ld., bl. 125 verso.) 

2) De instructie voor de wachtmeesters, van den 9den December 1593, is te 
vinden in het Eeceuil van Piaccaten rakende den Oorlog, I deel, N°. 21. 



LXXXV 

gevrag gemaakt van den Sergeant-Majoor van deze of gene vesting ^). 
JBij het leger te velde was ook een Sergeant-Majoor of Wacht- 
meester-Generaal aangesteld , w^ien opgedragen was // te houden en 
bij het krijgsvolk, zoo te paard als te voet te velde wezende, te 
doen houden alle goede wacht en wake, zoo bij dag als bij nachl, 
zoo de tijd en gelegenheid vereischen zal// -). Hij was belast met het 
opstellen der wachten, het uitzenden van verkenningen naar de zijde 
van den vijand, het inwinnen van berigten, in één woord, met alles 
wat op de veiligheidsdienst in de legerkampen betrekking had ^). 
* De dislocatie van het leger was opgedragen aan een Kwartier- 
meester ^), die in overleg met den Opperbevelhebber, aan de 
verschillende troepenafdeelingen van het leger te velde hare kwar- 
tieren moest aanwijzen. 



1) Zie de Commissie voor den Kapitein Lambert Charles, als Sergeant-Major 
Tan het Slot en de Stad Breda, van den 26sten Maart 1590. (Commissieboek van 
den Kaad van State van 1588—1591, bl. 126 verso.) 

2) Zie de Commissie voor Adrien Plouchart, gezegd Cressonnière , als Sergeant- 
Major of Wachtmeester Generaal van het leger, van den 21sten November 1591. 
(ld., bl. 122 verso.) 

3) irEobert, Conté de Leicester etc scavoir faisons qne pour la bonne 

oognoissance qne nous avons de la personne de Thomas Clieston et de ses leaulté, 
experience et bonne diligence, luy avons establi, ordonné et commis, establissons 
OTdonnons et commectons par ces presentes en Testat de Capitaine et Chef d'es- 
coutte et de guet, dict en anglois Schoutmeester, lui donnant plein pouvoir autho- 
rité et mandement especial d'Jcelluy estat doresnavant tenir et desservir, poser et 
asseurer les Corps des gardes du camp pour meilleure asseurance dicelluy en tel 
nombre et endroict que conviendra et luy sera ordonnë par Ie general ou mareschal 
da Camp , avoir bon soing que par les gens de guerre soit tenu bon guet et garde 
tant de jour que de nuict, poser et mectre lesd. Corps des gardes et sentinelles 
a cheval, recepvoir Ie mot de guet du dict general ou mareschal de Camp et apres 
la distribuer a ceulx qui seront des gardes qu'il appertiendra , porter bon soing et 
vigilance que Ie general ou mareschal de Camp soit adverti de toutes entreprinses 
embuscades et inteliigences qu^il descouvrira de Tennemy tant aux advenues du 
Camp que ailleurs-', etc. (Commissieboek van Leic. , bl. 48.) 

4) Zie de Commissie voor Seino van Dort, Heer van Dort, als Kwartiermeester, 
van den 4den Mei 1590. (Commissieboek van den Raad van State van 1588 — 1591, 
bl. 119 verso.) 



LX3CXVI 

De Advocaat-fiscaal van den Raad van State was belast mét het 
onderhouden van de plakkaten en ordonnantiën //mitsgaders om 
der gemeene saecke gerechticheid in 'slandts saecken onder den 
Raede van State der Vereenichde Nederlanden ressorterende voor te 
staan, te sustineren, ende te defenderen //. 

Als zoodanig was hij ook de voornaamste regterlijke beambte voor 
de krijgsmagt, en //gehouden de Veldoversten ende Maerschalck van 
den legber als fiscael te assisteren, de aenclachten helpen formeren^ 
ende de saecken te instrueren, totter sentie excluz// ^). 

Het in hechtenis nemen en bewaren van de beschuldigden en 
het executeren der veroordeelden was opgedragen aan den Generaal 
geweldige provoost over al het krijgsvolk te voet en te paard ^) , 
die in alles wat zijn ambt betrof, in overleg trad met den Auditeur- 
Generaal ^), en wien tot uitvoering zijner bevelen een zeker aantal 
beredene en onberedene geregtsdienaars was toegevoegd *). 

Bovendien waren er, tot handhaving der militaire justitie in de 
verschillende gedeelten van de Republiek, Auditeurs-Militair aange- 
steld ^) , en bij de onderscheidene afdeelingen van het leger afzon- 



1) Zie de Cbmmissie voor Antbonis Duyck als advocaat fiscaal van den Baad 
van State. (Commissieboek van den Eaad van State van 1588 — 1591, bl. 41.) 

2) Zijne uitvoerige instructie is te vinden in het Commissieboek van Leicester» 
bl. 73 verso. 

3) ld., art. 6 der Instructie, bl. 73' verso. 

4) De Eaad van State schreef den 14den Augustus 1590 aan de Staten der 

gewesten onder anderen: /r ende dewijien den soldaten dagelijckx loopen 

moescoppen uyt het leger, den huysluyden groeten overlast aendoende, dat Sijn 
Excellentie soude goedt vinden dat den Generaal Provoost mogte met twaelff 
dienders, als ses te peerde en ses te voete, werden versterckt. (Besol. van den 
Eaad van State, 14 Augustus 1590.) 

5) Aan deze schijnt, wanneer hun regtsgebied zich over eene of. meer grens- 
vestingen met de omliggende landstreek uitstrekte, den naam van Commissaris in 
de frontierplaatsen gegeven te zijn. Immers de instructie voor den Auditeur militair 
binnen Bergen op Zoom, Ambrosius Martini (Commissieboek van den Eaad van 
State van 1588 — 1591, bl. 62 verso) is volkomen gelijkluidend met die voor den 
Commissaris in de frontierplaatsen van de Meijerij van den Bosch, Verreyck. (ld., 
bl. 116 verso.) 



LXXXVII 



derlijke provoosten, die hunne rapporten aan den Provoost-Generaal 
moesten inleveren. Eindelijk vinden wij nog melding gemaakt van 
de aanstelling van een Gerichtseholte over het krijgsvolk in het 
Vorstendom Gelder, Graafschap Zutphen en de stad, steden en 
landen van Utrecht, wiens betrekking ongeveer dezelfde schijnt 
geweest te zijn als die van Auditeur-Militair. 

Hem was opgedragen om // Clage ende antwoort rede ende weder- 
rede aen te hooren, een yegelicken sonder aensien van persoonen 
den rijcken als den armen, ende den armen als den rijcken, 
goet cort ende onvertogen recht te laten wedervaren ende voorts 
alles te doen wat eenen oprechten ende vromen Gerichtseholte schul- 
dich is ende behoort te doen , volgende den inhoud der Keyserlicke 
Malefizrechten ende hercomen , mitsgaders alzulcke placcaten , ordon- 
nantien ende acten gemaeckt op de krijchsdiscipline 't stuck van 
sauvegarden ende dergelicke tenderende tegens de foulen, ongere- 
geltheden ende andere disordren van de soldaten// ^). 

De militaire regtspleging eindelijk was opgedragen aan krijgs- 
raden, die niet uit een bepaald aantal personen waren zamengesteld, 
maar waartoe alle //presente Capiteynen, Lieutenantenen Vaandrigsi', 
onder het voorzitterschap van den kommanderenden OflScier werden 
bijeengeroepen ^). 

De Artillerie-OflScieren werden niet tot leden van eenigen krijgs- 
raad gekommandeerd , tenzij de aangeklaagde een artillerist was, 
als wanneer de krijgsraad uitsluitend uit Artillerie-Officieren bestond ^). 

Overigens was de Raad van State de opperste militaire regter, 
hoezeer Maurits den zoogenaamden Hoogen Krijgsraad — oorspron- 
kelijk niets anders dan een krijgsraad te velde — tot een permanente 
regtbank gemaakt schijnt te hebben. 



1) Cominissieboek van den Baad van State van 1588 — 1591, bl. 62. 

2) Zie Art. 65 van den Articulbrief van 1590. 

3) Dit blijkt uit de Order van den SOsten October 1752, waarin wij lezen: 
'Aangezien d'Artillerie Bediendens in de Garnisoenen door het gering getal hunner 
Officieren, geen particulieren krijgsraad kunnen formeeren, gelijk voor dezen in 
het Veld, zoo zal voortaan in de garnisoenen een Officier van d* Artillerie bij de te 
hoodeue krijgsraden worden gecommandeert ^^^ , enz. 



]. XXX VIII 

Aan dezen Hoogen Krijgsraad werd van de vonnissen , door de 
krijgsraden gewezen, geappelleerd, en zulks niettegenstaande men 
ook aan den Raad van State appelleerde ^), eene onregelmatigheid, 
die nog lang daarna schijnt voortgeduurd te hebben. In geval van 
gemeene delicten werden de informatiën en de krijgsraad door 
magistraatspersonen bijgewoond ^). 

Wat ten slotte de aanstelling betreft tot de verschillende hier 
boven omschreven betrekkingen bij het leger, deze ging, zoo als 
vroeger gezegd is , in het algemeen van den Raad van State 
uit, behoudens het regt van de Provinciale Staten om enkele be- 
noemingen zelf te doen , en tot anderen eene voordragt van eenige 
geschikte personen op te maken. ^ 

In het jaar 1618 werd er eene regeling omtrent het aanstellen 
van de Kapiteins en mindere Officieren door de Staten Generaal 
vastgesteld, waarin onder anderen het volgende voorkomt ^). 

//Dat eenige Ritmeesterschappen van de Inlandtsche natie ver- 
vallen wesende, de respective betaelende provinciën nomineren sullen 
drye persoonen tot elck vacerende compaignie, wel lettende op der- 
selver personen bequaemheyt , boven dewelcke oock noch de Lieutenant 
ende Cornette derselver Comp'® voor genomineert sullen gehouden 
worden, vuyt welcke vijfF persoonen de Heeren Stadthouders res- 
pective eenen tot Ritmeester sullen kiesen. 



1) Rapport der CJommissie van Mil. Wetgeving, 8 April 1807. — Zie Vreede, 
Ontwerpen van strafwetten en regtspleging, 1ste stuk, bl. 19. 

2) Van Hasselt, De Judicio Militari, I, pag. 26. 

8) Ordre by Zyne Ex ^' , Zyne G. Graeff Willem Lodewijck van Nassau , Stadt- 
houder enz, de Heere Prince Henrick Fred. van Nassau enz. ende den Raedt van 
State, volgens de resolutie der Ho, Mo. Heeren Staten Generael vanden 2 May 1616 
geraempt, om deser landen Crycbsvolck, soo te peerde als te voete, tot derselver 
landen dienst bequaemer te maecken ende te houden, als tselve tot noch toe is 
geweest. (Resol. St. Gen., 6 Deo. 1618.) In dit stuk vindt nien onder anderen 
de volgende opmerkelijke bepaling: 

f Dht voortaen geene vercoopingen oft oversettingen van Capiteyuschappen oft 
andere Crychs-Oflicieren en zullen meer mogen toegelaten worden, ten waere met 
goede kennisse vau sakenü". 



LXXXIX 

ffOock de Ritmeesterschappen te velde vervallende, sullen bij de 
respective Heeren Stadtholders datelijck gegeven worden, soo als 
tot noch toe. 

¥ Ende belangende de vuytheemsche Compaignien , zullen dezelve 
vergeven worden bij de voorsz. Heeren Stadthouders , met ad vis 
vanden Heere Prince Henrick als Generael vande Cavaillerie. 

.'/ Des sal int confereren vande Ritmeester oft Capiteynschappen 
emstelick ende voornementlick gelet worden opte gene die deur 
heure goede diensten ende cloecke daden heur recommandabel ge- 
maeckt hebben. Ende en sullen oock geen Ritmeesters oft Capi- 
teynen gestelt worden , dan die ten minsten vier Jaeren tlandt ge- 
dient hebben. Ende belangende de Lieutenanten , Cornetten ende 
Vendrichs, dat dezelve sullen moeten gedient hebben drie jaeren, 
overal in gelijckheyt van bequaemheyt de ingeborene vant landt 
prefererende. 

v Wat aengaet de Lieutenanten , Cornetten ende andere ofl5cieren , 
dat deselve gestelt sullen worden bijden Heere Prince Henrick, zoo 
wel als gelijcke authoriteyt wordt toegestaen den Colonels vande 
Regimenten der vuytheemsche natiën//. 

Bij de Infanterie werden dezelfde bepalingen gemaakt omtrent 
het vervullen der opengevallen kapiteinsplaatsen ; bij de vreemde 
kompagnieën Infanterie moest door den Stadhouder het advies van 
de Colonels ingewonnen worden. 

Tot het aanvullen der Luitenants- en Vendrigsplaatsen moest de 
betalende provincie den Kapitein der kompagnie ontbieden , die den 
persoon noemde, wien hij voor die betrekking het geschiktst oor- 
deelde, hetzij uit zijne kompagnie of uit eene andere; daarop droeg 
de provincie een drietal personen en daarenboven , als het een 
Luitenantsplaats was, ook den Vendrig, aan den Stadhouder voor, 
die daaruit eene keus deed ^). Men moest ten minste vier jaren 
gediend hebben om tot Kapitein en drie jaren om tot Luitenant 
of Vendrig te worden aangesteld. 



1) Dit was tot dien tijd toe reeds gebruikelijk geweest. — Zie Eesol. van de 
.Staten v. HoU., 9 Nov. 1618. 



xc 

In de vreemde kompagnieën werden de Luitenants en Vendrigs 
aangesteld door de kolonels op advies van de Kapiteins en met 
//goede kennissen/ van de Stadhouders. 

De aanstelling tot alle andere lagere rangen verbleef aan de 
Kapiteins. 

Het stelsel, dat de onderscheidene provinciën de bevelhebbers 
over het krijgsvolk , dat ten hare repartitie stond , zouden aanstellen , 
is eerst in 1651 aangenomen. 

In dezelfde ^Ordre// van het jaar 1618 komt ook een voorstel 
voor tot het pensioneeren van oude en voor de dienst ongeschikt 

geworden krijgslieden, namelijk: //Dat de Ruyteren die 

bevonden sijn .... mits heuren ouderdom ende verlempheyt totten 
dadelijcken landtsdienst onbequaem te sijn, sullen afPgedanckt, ende 
weder andere bequaeme inde plaetse aengenomen worden , ende 
datmen deselve on bequaeme sal toeleggen eene paye van 14 ofte 
ten minsten 12 gl. ten 42 dagen, ende dit alles voor desereyse, 
sonder naemaels getrocken te mogen worden in consequentie. 

ff Datmen de OflScieren die insgelijcx deur ouderdom ende ver- 
mincktheyt onbequaem syn , mede soude mogen licentieren , mits 
deselve toeleggende een redelijck onderhout, als eenen Lieutenant 50, 
eenen Cornet 40, eenen quartiermeester 30 ende elcken Corporael 
16 gulden ten 42 dagen//. 



FINANTIEEL BEHEER, BETALING, MONSTERING EN 
VERPLEGING DER TROEPEN. 

Artikel 5 van de Unie van Utrecht bepaalde, dat de kosten voor 
den oorlog gevonden zouden worden uit accijnsen, op eenparigen 
voet in al de vereenigde gewesten te heffen. Door die bepaling 
zou, wanneer zij ware nagekomen, eene algemeene schatkist in het 
leven zijn geroepen, waaraan alle gemeenten des lands op dezelfde 
wijze zouden hebben bijgedragen, en waaruit alle uitgaven, die de 
Unie betroffen en niet van bijzonderen of provincialen aard waren , 
konden bestreden worden. Het is duidelijk welke regelmatigheid 
in het betalen der soldijen en der verdere oorlogslasten daaruit zou 



XCI 

Toortgevloeid zijn. Ongelukkigerwijze echter stuitte de uitvoering 
YW, dien maatregel af op de zucht tot zelfstandigheid, die de afzon- 
derlijke gewesten bezielde. Tot in het kleingeestige naijverig op het 
regt om hare zaken van inwendig bestuur zelf en zonder inmenging 
der Staten Generaal te regelen , verkozen de Provinciale Staten zelve 
de wijze van heffing der belastingen binnen hun grondgebied naar 
goeddunken vast te stellen, en het gevolg hiervan was, dat reeds 
in 15S3 het zoogenaamde stelsel der quoten in het leven geroepen 
werd. Daarbij werd bepaald, dat men het aandeel, hetwelk ieder 
gewest in de algemeene uitgaven zou te dragen hebben, volgens 
een zooveel mogelijk billijken maatstaf zou vaststellen, terwijl het 
overigens aan de Provinciale Staten zou worden overgelaten op hoe- 
danige wijze zij de gelden tot voldoening van hun aandeel of quote 
bijeenbragten. Behalve de moeijelijkheden , die jaarlijks bij het 
vaststellen eener billijke percentsgewijze verdeeling der lasten opre- 
zen, ontstond nog telkens de groote zwarigheid, dat de onwillige 
provinciën of zij , die hare financiën minder goed beheerden of door 
den druk der tijden buiten staat waren , de gevorderde sommen op 
te brengen, den last des oorlogs voor een veel grooter aandeel dan 
bepaald was , op de schouders legden van de overigen , die , wanneer 
zij de algemeene zaak geen nadeel wilden zien lijden, genoodzaakt 
waren bij te springen en tot hunne eigene schade in de behoeften 
van het oogenblik te voorzien. Het behoeft wel niet gezegd te 
worden, dat het gewoonlijk de provincie Holland was, die daarvan 
de grootste bezwaren ondervond, hoezeer het wettig aandeel, dat 
zij in de lasten droeg, reeds grooter was, dan dat van alle andere 
gewesten te zamen ^). Die verkeerde stand van zaken legde den 
grond tot het aannemen van een nieuw beginsel, dat hoezeer in de 
theorie op billijkheid gegrond, in de praktijk hoogst nadeelige ge- 
volgen gehad heeft. Men besloot namelijk, voortaan aan iedere 
provincie een gedeelte van het krijgsvolk ter betaling toe te wijzen, 
ongeveer in verhouding van het percentsgewijze aandeel, dat zij in 



1) In 3600 klom het reeds tot vier en een hidf millioen guldens, behalve de 
bijzondere provinciale uitgaven, die ongeveer anderhalf millioen vorderden. 



XCII 

de algemeene uitgaven te dragen had. De som , welke de provincie 
alzoo jaarlijks uitbetaalde aan het krijgsvolk , dat , zoo men het 
noemde, ter harer repartitie stond, werd in mindering van hare 
quote gebragt. Het groote nadeel, dat daaruit ontstond, was, dat 
langzamerhand de gewestelijke Staten de vendelen, die door hen 
betaald werden, begonnen te beschouwen als hun eigen krijgsvolk^ 
waarover zij als » betaalsheeren // te gebieden hadden O- 

Wij zagen het reeds hoe de Staten van Friesland in 1591 wei- 
gerden, de troepen, welke ter hunner repartatie stonden, naar het 
leger te velde te zenden, indien het plan tot den veldtogt nie* 
volgens hunne begeerte werd opgemaakt -). De noodlottige gevol- 
gen, die uit deze onjuiste voorstelling bij binnenlandsche oneenig- 
heden konden voortspruiten, en die bij voorbeeld, in 1618 en na den 
Munsterschen vrede zijn ontstaan, zijn genoegzaam bekend. 

In het jaar 1591 geschiedde de verdeeling van de quoten der 
verschillende provinciën op de volgende wijze: Van elke 100,000 gl. 
werden betaald door 



Holland 64251 gl. 


8 st. 


Zeeland 15812 n 


13 tt 


Friesland 13290 » 


12 // 8 den. 


Utrecht 6645 h 


6 «- 4 K 



Een enkel voorbeeld uit velen moge hier den aard van de moeije- 
lijkheden leeren kennen, die bij de verdeeling der quoten ontstaan kon. 

Tot het jaar 158fi was bepaald, dat van elke honderd duizend 
gulden, die door Holland en Zeeland, op welke toen de grootste 
last van den oorlog drukte, werden opgebragt, 83ÜÜ9 door Holland 
en 17000 door Zeeland zouden worden bijgedragen; dat verder de 
quote van Friesland een vijfde en die van Utrecht een tiende ge- 
deelte van die van Holland zou bedragen. Het aandeel, dat die 



1) Somwijlen waren er enkele gedeelten van het leger, als nieuw opgerigte 
vendelen enz. , die nog niet ter betaling aan eenige provincie waren toegewezen. 
De soldij van deze zoogenaamde «^ ongerepartieerde troepen// werd tijdelijk uit de 
kas van de Oeneraliteit voldaan. 

2) £1. XXXII. 



3 st. 


4 den 


17 tt 


8 tt 


12' r 


8 // 


6 // 


4 // 



XCIII 

vier provinciën alzoo aan eene opbrengst van 100000 gulden hadden 
te leveren was: 

Holland 66453 gl. 

Zeeland 13610 // 

Friesland 13290 // 

Utrecht 6645 // 
In 1586 evenwel kwam door bemiddeling van Leicester eene 
overeenkomst tusschen Holland en Zeeland tot stand, waarbij de 
verhouding tusschen de quoten dier gewesten, in plaats van 83 en 
17, veranderd werd in 80| en 19| ten honderd. Zeeland evenwel 
bleef voortdurend ontevreden met deze schikking, en verlangde 
telkens de zaken op den vorigen voet teruggebragt te zien, en dus 
i\ percent minder te betalen, hetgeen op eene som, die door de 
buitengewone oorlogskosten al hooger en hooger klom en eens zelfs 
tot 4 millioen was gestegen , geen onaanzienlijk verschil maakte. Hol- 
land daarentegen beweerde de billijkheid van de nieuwe verdeeling, 
en voerde als grond aan, dat Zeeland in 1586 de inkomsten van het 
land van Schouwen trok , hetgeen vroeger , als onlangs bij de Unie 
gevoegd, voor eenige jaren van belastingen was vrijgesteld geweest , en 
dat het land van Goes, hoezeer nog geen belastingen opbrengende, 
toch sedert geheel was vrij geworden. Hoe het zij , die vermindering 
van belasting voor Holland ten koste van Zeeland gaf ieder jaar 
aanleiding tot oneenigheden , die gewoonlijk slechts door ernstige 
tusschenkomst van den Stadhouder konden worden bijgelegd. 
De verdeeling der quoten was , tengevolge dier bepaling , als volgt : 

HoUand 64251 gl. 8 st. 

Zeeland 15812 // 13 t, 

Friesland 13290 // 12 ^/ 8 den. 

Utrecht 6645 tf 6 // 4 // 
Maar nu maakten de Staten van Friesland en die van Utrecht 
ook van hunne zijde zwarigheid door de ongerijmde opmerking , 
dat zij op die wijze meer zouden moeten betalen dan bepaald was 
geworden, daar hun aandeel slechts een vijfde en een tiende van 
dat van Holland behoefde te bedragen. Het spreekt evenwel van 
zelf , dat Holland en Zeeland zich bleven verzetten tegen de onbillijke 



XCIV 

bewering der beide andere gewesten , wier bijdrage door de bovenver- 
melde onderlinge schikking volstrekt niet verhoogd was geworden. 

Welke nadeelige gevolgen echter, zoowel het stelsel der quoten 
als dat der repartitie van het krijgsvolk ook met betrekking tot het 
geregeld geldelijk beheer van den staat en tot de onderlinge een- 
dragt ook moge gehad hebben, op de finantieële belangen van het 
leger zelve kan men niet zeggen , dat het ongunstig gewerkt heeft. 
Integendeel, nu de Raad van State bij het indienen van zijne jaar- 
lijksche begrooting of // Staat van Oorlog // ^) aan ieder gewest de 
troepen aanwees, voor wier bezoldiging het te zorgen had, nu ieder 
bevelhebber bepaaldelijk wist van wien hij de hem verschuldigde 
gelden kon vorderen, was de controle gemakkelijker gemaakt, en 
wanneer eenig onderdeel van het leger niet behoorlijk en te regter 
tijde betaald werd, dan was het meer in het oogvallend, wie voor 
die wanbetaling aansprakelijk was, dan het geweest zou zijn, wan- 
neer de lasten door een algemeen fonds werden gedragen , en de 
schuld van een daarin ontstaand te kort, van de eene op de andere 
provincie geladen werd. 

Wanneer wij hier en daar van de » betaling der troepen n hebben 
gesproken , is die uitdrukking eigenlijk in eenen letterlijken zin min 
juist te noemen. De //troepen// toch werden niet door den staat 
betaald, maar //de bevelhebbers//. En daarin ligt een groot ver- 
schil tusschen de legerinrigting van onzen tijd en die van vroeger 
eeuwen, welke, wel is waar, de militaire administratie veel eenvou- 
diger maakte, maar daarentegen eene ruime poort voor eene menigte 
misbruiken van allerlei aard openstelde. 

De regering gaf aan hen , die zij als bevelhebbers aanstelde , de 
noodige gelden tot aanwerving en onderhoud van een bepaald getal 
manschappen, schreef voor hoe groot de soldijen voor de onder- 
scheidene graden moesten zijn , en telde maandelijks aan de ritmees- 



1) Eerst sedert het jaar 1658 werden er geregeld jaarlijksche Staten van Oorlog 
overgelegd , terwyl men zich voor dien tijd gewoonlijk met de veroieuwing van vroe- 
ger ingediende behielp. Zoo werden er van 15 9 B tot 1621 slechts 13 Staten van 
Oorlog ingeleverd. (Besol. der Staten Generaal van den 16den Dec. 1644.) 



\ 



xcv 

ters en kapiteinen de gelden uit, waarop zij naar gelang der wer- 
kelijke sterkte hunner kompagnieën aanspraak konden maken, van 
welk bedrag evenwel ten voordeele van den staat de zesde penning 
(zes percent) gekort werd *). Met de verdere inwendige administratie 
der kompagnieën bemoeide zij zich in zoo verre, dat zij zich door 
maandelijksche monsteringen trachtte te overtuigen, of het aantal 
troepen, waarvoor zij betaling gaf, werkelijk aanwezig was, en dat 
sij gevolg gaf aan de, trouwens niet zeer zeldzame klagten van man- 
schappen, die niet behoorlijk door hunne kapiteinen werden betaald. 

Dat eene zoodanige inrigting aanleiding gaf tot menigvuldige 
bedriegerijen , die bij de toenmalige inrigting der administratie 
moeijelijk of in het geheel niet te keeren waren, ligt in den aard 
der zaak , en hoezeer de bepalingen op het stuk van de monsteringen , 
zoo als wij zien zullen , met de meeste strengheid daartegen trachtten 
te waken, leveren de bescheiden van die dagen ons ontelbare 
bewijzen van de nadeelen , die de staat ondervond tengevolge van 
eene oneerlijkheid, die, als het ware door de overgeleverde usantiën 
gewettigd, door velen minder werd beschouwd als een bedrog dan 
wel als een stilzwijgend erkend voordeel, aan hunne charge verbonden. 

Een der meest gebruikelijke middelen om het ontbrekende in de 
kompagnieën bij de monsteringen bedekt te houden , bestond daarin , 
dat de kapiteinen voor dien dag zoogenaamde passevolanten in de 
gelederen stelden , die van rusting en wapenen voorzien , en als 
soldaten bij het vendel dienende, opgegeven werden, eene handel- 
wgze, die ten strengste verboden was. 

Zoo was bijv. in 1587 bepaald, dat de oversten, kapiteinen of 
bevelhebbers //zich ook niet mogen behelpen met het ontleenen van 
soldaten uit andere vendelen, passevolanten, burgers, soetelaars, 
vrijbuiters of anderen, niet wezende in vaste dienst van hare ven- 
delen^ noch doende dagelijksche dienst, op pene 

dat de Capiteinen als de passe-volanten gestraft zullen worden met 
Capitale punitie ^). Later werden nog veel strenger bepalingen 



1) Jonrnael van Duyck, TI Boek, 16 Februarij 1594. 

2) P]ac€aet ende ordonnantie op de monsteringe enz. van 10 Jannarij 1587. 



XCVI 

hieromtrent gemaakt en vastgesteld^ dat de passé volanten, /rde 
eerste reyse openbaerlijk strengelijck ghegeeselt ende voor de tweede 
reyse mette koorde ter doot gestraft// zullen worden i)« 

In weerwil daarvan behoort het volstrekt niet tot de zeldzaam- 
heden , wanneer wij bij voorbeeld bij den Raad van State eene aan- 
klagt zien indienen tegen zekeren Kapitein van den Eynde, be- 
schuldigd, dat hij voor 70 koppen vivres en munitie had ontvangen, 
en maar 39 soldaten onder de wapens had gehad, terwijl al de 
overigen passé volanten waren -). Evenzoo wordt de Kapitein van 
de mineurs, Andries de la Croix aangeklaagd, dat hij maar 12 
mineurs van de 30, welke hij volgens zijne Commissie onder de 
wapens moest hebben, werkelijk in dienst had, maar zich door 
middel van passevolanten de soldij der overigen liet uitkeeren, en 
bovendien zijne manschappen niet betaalde ^). 

Wij vinden niet of aan deze oflBcieele aanklagt tegen de la Croix 
gevolg is gegeven; zeker is het, dat wij hem nog lang daarna her- 
haalde malen als Kapitein van de mineurs aantreffen *). 

Het schijnt dat de diepe wortel, dien het misbruik sinds zoo 
vele jaren geschoten had, de reden geweest is waarom de Staten 



1) Placcaat op de monstering van den 4den Februarij 1599. 

2) Besolutiën van den Raad van State, Maart 1591. 

8) # Den Fiscael van den Kade, binnen staende, heefl gerapporteert, hoe hij 
de sake vondt van de mineurs, die hun beklagen over hun Capiteyn de la Croix, 
van geen betalinghe te kunnen bekomen, dVelck naer examinatie van de reecke- 
ninge met Jan Willemssen van de penningen aen den schrijver van den Capitain 
betaeld, hij fiscael genoegsaem bevonde soo te sijn, — versochte te verstaen des 
Baeden voórder geliefte , dewijle men alsulcke manieren van doen van den Capiteyn , 
die ook de Landen andersints fraudeerde, soo hij over de twaalf mineurs niet en 
hadde, ende dat d^andere soldaten ende passevelanten waren, niet en behoorde te 
lijden ic. (Besol. van den Raad van State, 31 Januarij 1591.) 

4 Op een hoogduitschen *Staet ende Repartitie van Kriegesvolgk enz. op het 
Rijks Arch. , denkelijk uit de eerste jaren der 17de eeuw, vinden wij onder de 
rubriek: Mynneurs und Arbeitters: ^rAndreas de la Croix, Capt. von 31 Minneurs, 
welcher diesel ve bisz aff die anzahl 12 solte absterben laszeui^. — In 1617 was hij 
de eenige M' Mineur, dien de Staten nog in dienst hadden. (Resol. van de St. 
Gen., 26 Maart 1617.) 



Xcvil 

niet met die strengheid tegen de overtreders te werk gingen, welke 
het gewigt der zaak vereischte. Immers men zou moeijelijk kunnen 
aannemen, dat het eene zaak van weinig bekendheid was, wanneer 
wij den fiscaal van den Raad van State zelf zien schrijven, dat bij 
het beleg van Geertruidenberg in 1593 //alle de Compagnien door 
de giericheit van den Capiteinen soe seer swack waeren dat de 
6(5 kompagnien voetknechten van den eersten aen niet veel stercker 
en waeren geweest dan omtrent 60ü0 man die de Staeten wel tegen 
9000 mosten betalen ^). Zoo was bij de monstering van het leger 
in Gtelderland op den 13den Julij 1595 gebleken, dat er 9960 man 
onder de wapens waren, terwijl er volgens de monsterlij sten onge- 
veer 14000 werden betaald ^). Geen wonder dan ook, dat Duyck 
verklaart, dat de penningen, f/ die voor gestolen namen betaald 
werden, wel 800000 gulden in het jaar bedroegen// "). 

Ook bij de Engelschen bestond niet alleen dit misbruik, maar 
het was bij hen binnen zekere grenzen eene geoorloofde zaak. Dit 
blijkt uit hetgeen in 1 590 gebeurde , toen de Raad van State bezwaar 
maakte om het wettig bestaan van mortepayen *) bij de Engelsche 
hulptroepen te erkennen. Dit bezwaar werd ter kennis gebragt 
van den Engelschen Ambassadeur , die in de vergadering der Staten 
Generaal van den 2Gsten Junij 1590 een geschrift indiende, waarin 
onderscheidene punten, op het Engelsche krijgsvolk hier te lande 
betrekking hebbende, werden besproken, en waarin omtrent de 
hierbedoelde zaak het volgende voorstel namens de Koningin van 
Engeland voorkomt: 

» Secondement que les 1 5 mortes payes en chasque Compaignie 
de 150 testes de son Infanterie et les 10 mortes payes en une Cor- 
nette de 100 lances pour Ie passé que pour Tavenir soyent par vos 



1) Journael van Duyck, I Boek, 25 Junij 1593. 

2) ld., n Boek, 13 Julij 1595. 

3) ld., m Boek, 16 Sept. 1596. 

4) Door # mortepayen isr verstond men ieta anders dan door -r passé volanten #» 
Zij bestonden alleen op het papier en werden boven de werkelijk aanwezige man- 
schappen in rekening gebragt. Het doen monsteren van passevolanten was eene 
bedriegerij ; het ontvangen van soldij voor mortepayen was een geoorloofd misbruik* 

vn. 



\ 



xcvin 



S"'*" approuvez et mises en compte, puisque eest de raDcienne 
discipÜDe de son Royaulme d' Aogleterre , et ce qu'a tousiours esté 
payé par les Roys et Princes, ses Progeniteurs depuis 100 ans a 
leur subjects, quand il a esté question de s'en servir en leur goerres 
propres, et quoi qu'au traieté mesmes mention n'en soit faicte 
en termes expres «^. 

De Staten Generaal konden zich evenwel met dit voorstel niet 
vereenigen, en in hun antwoord op de door Wilkes ingediende 
memorie gaven zij den 16den Julij daaraanvolgende ten opzigte van 
dit punt te kennen, dat zij de bezoldiging, niet alleen van hunne 
eigene troepen maar ook die van de Engelsche, gedurende den 
oorlog meermalen hadden verhoogd , maar dus ook vast vertrouwden , 
dat de vendelen voltallig gemaakt en gehouden zouden worden. Zij 
verklaarden derhalve, dat zij in eene betaling van mortepayen niet 
konden toestemmen, te meer omdat anders de kompagnieën ruiters 
en voetknechten in dienst van den Staat met hetzelfde regt eene 
dergelijke bepaling te hunner gunste zouden kunnen verlangen. 
Zij verzochten dus Hare Majesteit eerbiedig, hierop niet aan te 
dringen , en het misbruik , daar waar het was ingevoerd , af te schaf- 
fen , terwijl zij het tevens voor billijk hielden , dat de servitie- 
gelden, die door de kapiteinen en andere officieren voor mortepayen 
genoten waren , werden gerestitueerd. 

De zaak schijnt voorloopig hierbij gebleven te zijn, ten minste 
wij vinden geene melding gemaakt van eenige definitieve regeling. 
De Staten evenwel bleven bij hunnen eisch volharden, hetgeen 
onder anderen blijkt uit de notulen van den Raad van State van 
den 26sten April 1591, waar wij lezen: 

ff Gesien ende gevisiteert de monsterroUen van de Engelsche kom- 

pagnien is geresolveert daarop te stellen : Den Raede etc. , 

gesien hebbende dese rollen van monsteringe, niettegenstaende die 
mede schijndt geteeckent te wesen bij den Commissaris Godert van 
Berefelt, en konnen nogthans deselve niet voor goedt aennemen, 
bijsonder voor sooveel den absenten ende mortepayen aengaet tegen 
thien op 'thondert, als contrarierende het Tractaet van Engelandt; 
verklarende den voorn. Berefelt van wegen desen Landen geenen last 



xcnt 

gdadt te hebben om 't selve te passeren, ja directelijck tegens 
siJDeD last ende Instructie van monsteringe te sijn //. 

Maar ook wanneer wij het wettige of onwettige van het in reke- 
niog brengen dezer mortepayen daarFaten , is het verbazend te zien 
koe schaamteloos de Engelsche Kapiteins in dat opzigt handelden. 
Dit büjkt onder anderen uit hetgeen in 1588 gebeurde, toen Eli- 
aabeth, bedreigd door de Spaansche Armada, een deel harer hulp- 
troepen uit de Nederlanden terug ontbood. De Staten zagen er 
natuurlijk een groot bezwaar in, hunne krijgsmagt te verminderen 
terwijl Parma met 40000 man te velde was; maar daar zij het 
koge gewigt inzagen, dat er voor de Koningin in gelegen was, 
kre strijdkrachten zooveel mogelijk te versterken , bewilligden zij er 
in, dat drie duizend man infanterie en een gedeelte der ruiterij 
naar Engeland zouden worden gevoerd , mits er twee duizend man 
hier bleven tot bezetting der f ron tiersteden ^). Elisabeth nam met 
dit voorstal genoegen, maar toen het zou worden uitgevoerd, bleek 
het, dat, toen de bedoelde plaatsen met 2000 man bezet waren, 
er nagenoeg niets overbleef, zoodat de Koningin uit deze landen 
geen volk kon ligten. En dit alles niettegenstaande de Engelsche 
Kapiteins, zoo als van Reyd bij deze gelegenheid uitdrukkelijk 
vermeldt v met bedroch ende gheleent volck sich voor vol deden 
monsteren ende betaelen// ^). 

Verschillende middelen werden voorgesteld en beproefd om aan 
dit schadelijke misbruik bij het leger een einde te maken. Daar- 
«ider behoort ook de voorslag van de Staten van Holland om 
Toortaan de manschappen hoofd voor hoofd te betalen , en ten einde 
de kapiteinen schadeloos te stellen voor het verlies , dat zij daardoor 
louden lijden, zouden de kompagnieën op 150 hoofden worden 
gebragt en zou ieder Kapitein boven zijn tractement 15 stuivers 
per man in de maand ontvangen , waardoor zij tevens zouden 



1) Volgens het tractaat moest het Engelsche hulpkorps sterk zijn 5000 voet* 
bechien, 1000 ruiters en 1150 man als bezetting in de pandsteden. 
l) Yan Reyd, III Boek, bl. 269. 



n 



worden ^ngespoord om hunne kompagnieën voltallig te houden '). 

Dit voorstel, hoewel herhaaldelijk in overweging genomen, is 
nooit bij het leger in praktijk gebragt; alleen vonden wij, dat in de 
provincie Holland in Augustus 1596 vijftien vendelen waardgelders 
werden aangenomen, vop de voet om te hebben halve soldie ende 
betaelt te worden hooft voor hooft// ^), en dat wel als eene proef 
om bij welslagen ook zoodanige betaling bij de andere troepen in 
te voeren ^). 

De eenige waarborg tegen het verspillen van 's lands penningen 
was te vinden, behalve in de naauwgezetheid der bevelhebbers, die 
evenwel, zoo als gezegd is, veel te wenschen overliet, in het doen 
van herhaalde monsteringen, om zoo doende de eflTectieve sterkte 
der korpsen na te gaan, waarvan behoorlijk lijsten — monsterrol- 
len — aan den Raad van State werden overgeleverd, volgens welke 
men dan de betalingen regelde. 

Tot het doen dezer monsteringen waren bijzondere Commissarissen 
aangesteld, die volgens hunne instructie ten minste twaalf maal in 
het jaar het onderdeel van het leger , dat aan hunne controle onder- 
worpen was, moesten monsteren. 



1) Bij het 11de Artikel der Instructie voor den Eaad van State, van den 228ten 
April 1588, was reeds bepaald, dat het volk van oorlog betaald zou worden ^er hooft 
voor hooft , voor soo veel doenlyk sal wesen ir. 

2) Journael van Duyck, ITI Boek, 22 Aug^ustus 1596. — Dergelijke waard- 
gelders werden nu en dan aangenomen, wanneer een gedeelte van de garnizoenen 
der steden mobiel gemaakt werd om het leger te velde te versterken. Uit het 
Commissiebock van den Raad van State van 1586 — 1591 (bl. 135) blijkt, dat in 
het jaar 1591 te Leiden 150 , te Rotterdam 113 , te Delft 150 en te Hoorn 150 
waardgelders werden aangenomen. Het is evenwel meer dan waarschijnlijk, dat de 
betaling dier waardgelders hoofd voor hoofd evenmin ooit heeft plaats gehad. 

8) #Ende omdat men 't overgroote bedroch der Capiteynen langs soo meer 
vernam ende datter niet geacht en worde om eer daarinne te konnen remedieren, 
dan 't volk hooft voor hooft te doen betaelen , daeraf men eene preuve wilde doen , 
was mede geresolveert det men de waertgelders specialijck aen nemen soude met die 
voorwaerdem dat men heur volck hooft voor hooft soude betalen om, ingevalle men 
*t selve goet vont, dat men dan de andere Compagnien metter tijt alles daertoe 
mede soude brengen #. (Journael van Duyck, UI Boek, 12 Augustus 1596.) 



Cl 

De bepalingen, welke hun daarbij voorgeschreven waï'en, en die 
gdieel tot de karakteristiek van de legerinrigting dier dagen behoo- 
öD, zijn voornamelijk de volgende ^): 

Wanneer de Commissaris van de monstering den last ontvangen 
liad, om een onderdeel van het krijgsvolk, dat tot zijn district 
iehoorde, te monsteren, moest hij daar onmiddellijk toe overgaan. 
Hij was verpligt den hem opgedragen last strikt geheim te houden , 
m hoogstens een of twee uren voor dat de monstering zou plaats 
kbben mogt hij er den bevelhebber kennis van geven, terwijl het 
km stipt verboden was dat tijdstip daarna te wijzigen. Ten einde 
deze inspectiën altijd op onverwachte tijden zouden plaats hebben, 
WIS dan ook aan de Commissarissen , die over een bepaald garnizoen 
gesteld waren, en die volgens hunne instructie zoo dikwijls het hun 
goeddacht, maar ten minste eenmaal in de maand moesten monste- 
ren, uitdrukkelijk gelast, dat zij het niet op geregelde tijdstippen 
mogten verrigten, maar nu eens iets meer dan iets minder dan 
eene maand tusschen twee monsteringen moesten laten verloopen. 

Op den dag voor de monstering bepaald , werden de burgemees- 
ters der stad door de Commissarissen verzocht, hen bij te staan, 
hetzij in persoon, hetzij door eenige gedeputeerden, die terwijl de 
troepen onder de wapens waren , de zieken en gekwetsten in hunne 
kwartieren opzochten om hunne presentie bij de kompagnie te con- 
stateren, en tevens hielpen nagaan of zich in de gelederen ook 
burgers, vrijbuiters, zoetelaars of dergelijk slag van volk bevonden, 
die, geen dienst doende , toch door de kapiteinen aan den Staat in 
rekening werden gebragt. Gedurende de monstering, die altijd 
's morgens met den dageraad en niet dan in dringende noodzake- 
lijkheid na den middag mogt gehouden worden, hielden de burgers 
de wacht aan de poorten, of wel de poorten werden, zoo als bij 
voorbeeld in de fron tiersteden , zoo lang gesloten gehouden. 



1) Zie de Generale Instractie van de monsteringe van het volck van oorloge , 
wesende in dienst in de geünieerde provinciën van de Nederlanden , ghelijk die 
gccorrigeert ende vermeerdert is, in dato 28 September 1687. (Groot Placcaetboek , 
n, bl. 229 en volgg.) 



CII 

Voor den aanvang der monstering leverde ieder kommandant van 
een vendel aan den Commissaris de rol van de vorige monstering 
over, op welke rol ook vermeld moesten zijn de namen, de ge- 
boorteplaatsen , de qualiteit en de wapenen van degene die op wacht 
waren , en van de zieken en gekwetsten , bij welke laatsten ook het 
huis, waar zij zich bevonden, moest opgegeven zijn. Deze werden 
alsdan op denzelfden tijd dat de monstering plaats greep door de 
gedeputeerden van den magistraat bezocht, terwijl ten opzigte van 
de zieken bijzonder was voorgeschreven , dat ze gezien moesten worden 
in het aangezigt , en dat ze hunne wapens en paarden moesten vertoo- 
nen , opdat // onder het decksel van siecken gheen jongers ofte andere 
haer veynsen ofte simuleeren siecke soldaten te wesen n , terwijl ten 
overvloede den waard van het huis gevraagd moest worden, of zijn 
soldaat of ruiter ziek, gekwetst, //ofte andersins ongevalligh was«^. 

Diezelfde informatie werd ook door de Commissarissen in het geheim 
aan ieder der Sergeanten en andere OflBcieren van de kompagnie 
gedaan , // om te hooren , of sy alle gader uyt eenen monde spreken 9 

Wanneer deze voorzorgen genomen waren, werd het krijgsvolk 
bijeengebragt op eene afgesloten plaats, tot welke niemand toegang 
had , om ook daardoor zooveel mogelijk alle bedrog te voorkomen , 
en zoodra de troep present was, hield de Commissaris eene toe- 
spraak, hoofdzakelijk van den volgenden inhoud: 

//Vrome krijgslieden en broeders! Daar men door lange ondervin- 
ding de schade en de nadeelen heeft leeren kennen, die door het 
bedrog bij de monstering ontstaan , en daar door zoodanige misbruiken 
steden en plaatsen van groot gewigt verloren zijn gegaan en de mid- 
delen en inkomsten van het land nutteloos verbruikt, terwijl het 
tevens de voornaamste oorzaak is , waardoor de brave en arme sol- 
daat (tot groot leedwezen van Zijne Excellentie) slecht betaald wordt, 
al hetwelk gevoegelijk uit den weg geruimd kan worden , indien men 
de voorschreven misbruiken doet ophouden: daarom verzoek, en 
bovendien uit kracht van den last mij gegeven , beveel ik U , zoo allen 
gezamenlijk als ieder in het bijzonder, op den eed, dien gij aan 
Zijne Excellentie en het land gedaan hebt, vrijmoedig te verklaren, 
of er onder U is eenige passevolant, geleende soldaat, burger, zoete- 



cm 

kar , vrijbuiter of andere , die niet in vaste dienst van de kompagnie 
B, geen wacht en togt met U doet, of niet met U ten oorlog trekt, 
want dezulken zijn niet waardig onder kloeke en vrome soldaten 
mede geteld te worden, en dienen nergens toe dan om Ulieden 
te zwaarder te belasten met wacht en schildwacht. Ook doen zij 
ü Uwe eer en goeden naam verliezen, wanneer gij met den vijand 
in aanraking komt en dan door de geringe sterkte Uwer kompagnie 
gedwongen zijt den vijand den rug te keeren en hem het veld te 
laten, terwijl gij anders, wanneer de kompagnie met dappere en 
viome soldaten voltallig was, sterk genoeg zoudt zijn om hem te 
skan, te verjagen en te vernielen, tot groote eer, voordeel en 
reputatie, zoowel van U zelven als vooral ter eere Gods en het 
welzijn van het Vaderland, dat reeds zoovele jaren zoo jammerlijk 
benaauwd wordt. Ik spoor U dus nogmaals aan, mij die personen 
vrijmoedig te ontdekken opdat ze naar behooren gestraft worden. 
Ik gelast ook aan allen die in geen vaste dienst zijn bij deze kom- 
pagnie, noch daaraan verbonden, deze monstering te verlaten op 
straffe van, later gevonden en herkend, zonder eenige genade als 
schelmen te worden gehangen en geworgd//. 

Nadat deze toespraak tot het volk gehouden was, werd in hunne 
tegenwoordigheid en ten aanhoore van de geheele kompagnie aan 
den Kapitein, zijnen Luitenant en den schrijver een eed afgenomen, 
dat al de personen, op de monsterrol vermeld, soldaten waren in 
vaste dienst bij de kompagnie, dat zij er geen van elders ontleend 
of tijdelijk in dienst genomen hadden enz.; eindelijk dat zij op 
geenerlei wijze, middellijk of onmiddellijk bij deze monstering Zijne 
Excellentie, den Staat of iemand anders ter wereld zochten te 
bedriegen. 

Daarop nam de monstering een aanvang. 

Voorzien van de monsterroUen , die volgens een bepaald voorge- 
schreven model waren opgemaakt, gingen de Commissarissen langs 
de gelederen en vroegen aan ieder man zijn «'Christen naem met 
toenaem, die hij in de wandelinge heeft ende meest bekend is//; 
li] zagen daarbij naauwkeurig toe, hoe de soldaten bewapend waren 
en in hoever die wapening overeenkwam met hetgeen in de monster- 



eiv 

rol vermeld stond, eii vroegen hun op hunnen eed af, of de wapenen 
die zij voerden, hun in eigendom toebehoorden. Om te beletten, 
dat soldaten of paarden, die de dienst verlaten hadden, maar zich. 
nog in de plaats ophielden waar de monstering geschiedde, als tot 
de kompagnie behoorende, in het gelid werden gesteld, of ook om 
andere frauden of persoonsverwisselingen te voorkomen, was aan de 
Commissarissen voorgeschreven, dat zij zich zooveel mogelijk met 
het uiterlijk van menschen en paarden moesten bekend maken en 
te dien einde op hunne eigene monsterrol in het geheim aanteekenen 
of de manschappen // eenich lidt-teycken dragen , tzij in 't Aensichte , 
Hooft of andere leden , oock haere statuere , dispositie en ouderdom , 
ten naestenbij die sij mogen hebben, of sij wit of bruyn zijn, met 
swart, blont, root ofte ander Hayr, ende Baert, gehouwt ofte on- 
gehouvvt, groot ofte kleyn, vet ofte mager, ende andere teeckenen 
daer door sij souden konnen oordeelen , of bij aventure in toekomende 
tijden op gelijcke namen andere persoenen hen souden meynen te 
presenteren in monsteringe, om deselve te frauderen ende abuseren //. 
Bij de ruiterij werd daarenboven naauwkeurig aangeteekend de 
hoogte en de vorm van het paard, de staart en het haar en de 
lidteekenen, die het droeg. 

Van den uitslag der monstering , aan welke geen bevelhebber noch 
soldaat zich onttrekken mogt, op straffe van zonder paspoort uit de 
dienst te worden ontslagen, werd verslag gedaan aan den Raad van 
State , die daarna de betaling regelde. Wanneer een Monster- 
Commissaris meer manschappen in rekening bragt dan er werkelijk 
waren, werd hij veroordeeld tot het betalen van eene som, gelijk 
aan viermaal de schade, die de gemeene zaak daardoor leed, en 
verder arbitrairlijk gestraft. 

Dat in weerwil van al deze strenge en tot in de kleinste bijzon- 
derheden uitvoerig voorgeschreven bepalingen de passevolanten toch 
voortdurend bleven bestaan, bewijst wel, hoe diep het misbruik 
was ingedrongen, en maakt het tevens meer dan waarschijnlijk, dat 
de monster-commissarissen zelve het vaak met de kapiteins eens 
waren om bij het in acht nemen van den voorgeschreven vorm toch 
aan dezen de voordeden, die zij door de passevolanten trokken, te 



cv 

doen behouden. Id het jaar 1623, toen het plakkaat op de mon- 
staring van 1599 werd gewijzigd en uitgebreid, werd dan ook 
uitdrukkelijk verboden, dat de commissarissen der monsteringen 
#hun sullen onderstaen eenigerhande giften of te gaven, gratuiteyten 
ofte presenten int minste te nemen oft genieten, directelick noch 
indirectelick , van eenige Colonels, Ritmeesteren , Capiteynen oft 
andere krijghsoflScieren', noch van deselve met maeltijden oft 
defroyementen hem laten tracteren, op pene van daetlijcke cassatie 
voor de Gevers ende Nemers, soowel voor als nae de monsteringe, 
aen den Commissaris selve, ofte aen yemant van den sijnen //. 

Bovendien moet nog in aanmerking worden genomen , dat aan de 
commissarissen van monstering, die de marcherende troepen naar 
hunne nieuwe bestemming moesten geleiden, ten einde er voor te 
waken , u dat die compagnie bescheyden sal wesen ende langhs den 
wech geen schade ofte overlast en doen aan den Huysman, Koop- 
man noch anderen , van wat qualiteyt die sijn // ') , bij het plakkaat 
van 24 Januarij 1590 de last was opgedragen om de vivres gedu- 
rende den marsch tegen recepis te doen leveren , terwijl zij later de 
daarvoor gedane uitgaven moesten verantwoopden. Zij zelve hadden 
er dus een geldelijk belang bij, dat de troep op het papier sterker 
was dan in de werkelijkheid, daar zij den aankoop van vivres naar 
de sterkte konden regelen , en het remboursement volgens de officieele 
monsterüjsten konden vorderen. 

Ter beoordeeling van den geest, welke in dien tijd onder de 
bevelhebbers heerschte met betrekking tot de monsteringen, mogen 
nog de volgende aanteekeningen dienen. Zij zijn genomen uit een 
paket: //Franse missiven van Officieren aan malkander over de 
oorlogsaken van dien tijd, de annis 1601, 2,3, 4«r, gemerkt: jg|, 
Militaria onder Graaf Willem Lodewijk, op het Rijks-Archief. 

Daarin bevinden zich verscheidene vertrouwelijke brieven , die zekere 
Villetart, Luitenant bij eene kompagnie, aan den Kommandant, den 
Kapitein Danchiez, rigt, en waarin hij, alsof het de eerlijkste en 



2) Eesolutie van den 23sten September 1859. (Groot Placcaetboek , II, 
bl. 245.) 



CVI 

natuurlijkste zaak der wereld gold, over de verschillende listen en 
bedriegerijen spreekt, waarmede hij den Monster-Commissaris weet 
te misleiden, als het opgeven van burgers voor soldaten, van een 
gewoon soldaat voor een sergeant, van het gebruik maken van 
soldaten van een ander vendel, ja zelfs van vrouwen, die hij voor 
mannen heeft doen doorgaan, enz. 

In een brief uit Haarlem van den 26sten Julij 1603 schrijft hij: 
//Monsieur, Lors que nous y pensions Ie moyns la monstra est 
survenuee laquelle il ma fallu passer avecq aultant de dilligence que 
vous sauries ymagiuer ayant eu affaire au plus cruel commisaire qui 
se saurait trouver. Car il me fit advertir hier a dix heures du soir 
de son arivee et ne voullant aucunement que je sceusse son logis 
pour Taller visiter et me fit dire seullement que je me teinsent prest 
a sept heures du mattin ce que jay faict ne mestant pas endormy a 
travaille toute la nuict a chercher des hommes pour passer ne trou- 
vant rien que de ces faisseurs de toille , maraus qui nont devant les 
ieulx que une apprension de la corde. Toutefois sella na pas empe- 
Bcher que nous ne soyons passes cent et deux hommes. £t jay faict 
passer aussy un soldat-pour sergent, un de ceulx qui nespere nuUe- 
ment la hallebarde pour aulter tout soupson a ceulx qui la pretante//. 
Eenige maanden later zendt hij de monsterroUen aan zijn Kapitein , 
en in den begeleidenden brief (5 December 1603) uit Husdan 
(Heusden) lezen wij onder anderen: 

// Je ne scay pas monsieur comme quoy vous seres edifie de cette 
monstre , mais je ne pense pas quil se pust fere aultrement que 
nous avons faict et vous diray que dorenavant vienne la monstre 
quant elle poura quelle se fera bonne par un moyen que nous 
avons trouve mais il fauldroit sil vous plaist envoyer de quoy con- 
tenter dix hommes que ont passé qui sont de la Compagnie du 
cap"*piere qui minportunent tous les jours acause de la promesse 
que je leur ay faicte quil seres contant//. 

In een brief van den 28sten November 1603 uit Heusden lezen wij : 

// Monsieur ! Jeusse fort desire de vous escrire tout ce qui ses 

passé ala monstre que Ion nous a fait faire Ie 23 de ce mois ala 

nianiere accoustumee avecq force serimonieL Je en fus adverty 



CVII 

lors que Ie sergent me vient donne lordre il me falust trouver de 
Boveaus moyens pour avoir quelquesuns car ny de la cavallerie ne 

daultres de qiii je en esperes se sont ^) et ma fallu trouver 

aaltres inventions qui nont point mal servy comme vous veres par 
Ie rolle que je vous envoyeray incontinant que je lauray retiray des 
mains du commisaire et vous supplie treshumblement monsieur de 
croire que jy ay apportay tout ce qui ma este au monde posible 
comme naffectionnent rien plus que ce qui conseme lutiilite de 
vostre service nayant peu fere daventage que en fere passer 14 ou 
15 de presant sans ceulx qui sont absent a Culenbour a Tergault 

et a üelfe , un englois a Corguon ^) Pour les aultres officiers 

asavoir Ie prevost et Ie scribe je les ay fait passer par transmutation 
dun sexce a lautre//. 
Den loden Januarij 1604 schrijft hij weder uit Heusden: 
«^Monsieur je suis extremement aize de ce que vous avez este sy 
tost de retour de vostre voyage accause de la commodite que nous 
aurons de passer des absens ala monstre que Ion tient pour certain 
que se fera ceste septmaine. Jestois en toutes les peines du monde 
8y elle fust arivee lors que tout estoit en campagne pour Ie peu 
de moyen quil y ust eu de accomoder les affaires, et mesme que 
ce qui nous estoit Ie plus assure sen alla au mesme temps, asavoir 
la compagnie du cap"** pierre mais ny pour sella je pratiqueray 
toates les inventions qui se pouront trouver et suscite en se mavais 
lieu, pour fere que tout yra bien sy plaist a dieü</. 

Wanneer eenig onderdeel van het leger gemonsterd en de beta- 
ling daarvoor ontvangen was, waren de bevelhebbers der kompag- 
nieën verpligt, binnen acht dagen hunne manschappen in tegen- 
woordigheid van den Monster-Commissaris te betalen ^). Wanneer 
zij, na daartoe aangemaand te zijn, aan deze verpligting niet vol- 
deden, verloren zij eene maand gagie, werden uit hunne betrekking 
ontslagen, uit het leger gebannen en onwaardig verklaard, daarbij 



1) Hier volgen eenige onleesbare woorden. 

2) Kuilenburg, Gouda, Delft en Gorkum. 

3) Resol. van den 28sten September 1589. (Groot Placcaetboek , ü, bl. 245.) 



CVIII 

in het vervolg te dienen ^). De kapiteins, die hunnen manschappen 
minder gaven dan de betaling door de Staten vastgesteld, werden 
eveneens uit hunne betrekking ontslagen ^). De tractementen en 
soldijen werden, zoo het heette, berekend en betaald bij de maand; 
maar door die maand werd in den regel verstaan een tijdvak van 
acht en veertig dagen, ook lange of heerenmaand genoemd, in 
tegenoverstelling van de zoogenaamde korte maand, die twee en 
dertig dagen telde. Deze instelling had haren grond in de bezui- 
nigingen, waartoe men achtereenvolgens had moeten overgaan. In 
het jaar 1576 reeds was men begonnen de maand op 42 dagen te 
stellen ^). Dit werd ongeveer tien jaren lang volgehouden, toen 
een nieuwe bezuinigingsmaatregel noodzakelijk w^rd, en men de 
troepen om de 48 dagen begon te betalen *). Het schijnt evenwel 
dat voor het ontbrekende schuldbrieven werden afgegeven, die vol- 



1) Art. LIX van de Krijgsordonnautiën van Leicester, 14 Februarlj 1586. 
(Groot Placcaetboek, II, bl. 161.) 

2) Art. LXXVT van den Articulbrief ofte ordonnantie op de discipline militaire» 
in dato 13 Aagustus 1590. 

3) M Dat voortaen alle betalingen van Capiteyneu , Officieren ende knechten 
bianen den quartiere van Suyt Hollandt gedaen sal worden op twee ende veertich 
daegen voor een maent gereeckent onder de gewoone BesoldingheAr. (Eesol. der 
Staten van Holland, 19 Junij 1576.) 

4) Van Meteren zegt in zijne Historie enz., XV Boek, bl. 267 verso (uitg. 
van 1663): i/Tehderden hebbende Staten voornoemt*' (in 1588) -'alle die maentlicke 
besoldingen , die van doen voortaen souden vallen , gesteld op 48 dagen voor een 
maent ende de Colonellen , Capiteynen ende ghemeyne soldaten doen sweeren , dat 
sij henlieden mette voorsz. besoldinghen souden hebben te vernoegben. Maer de 
tractementen van de hooge Ampten zijn gestelt, betaelt te worden tegen 32 daghen 
ghereeckent voor een Maendt<'. 

Het is waarschijnlijk op grond van de aangehaalde woorden, dat onze schrijvers 
(en ook Hoyer in zijne Gescbichte der Kriegskunst, I, bl. 280) opgeven, dat de 
betaling om de 48 dagen in het jaar 1588 bij het Staatsche leger is ingevoerd. Die 
bepaling kan toen als algemeene maatregel zijn vastgesteld, maar zeker is het, dat 
er reeds in 1586 door Leicester verscheidene commissiën uitgegeven zijn , waarin 
uitdrukkelijk wordt gemeld, dat de betaling om de 48 dagen zou geschieden. 
(Commissieboek van Leicester, bl. 123 en volgg.) De commissiën van den 4den 
October 1586 zijn de eerste van dien aard, welke wij aangetroffen hebben. 



CIX 



daan zouden worden naarmate 's lands kas het zou veroorlooven. 

Echter werden nog vele betrekkingen, vooral die van hoogere 
bevelhebbers of ambtenaren, als van ouds om de 32 dagen betaald, 
hetgeen dan in de Commissie bepaaldelijk stond uitgedrukt. Bui- 
tendien waren er op den algemeenen regel nog andere uitzonderin- 
gen. Zoo ontvingen bijv. de constabels en kanonniers hunne gagie 
iedere 15 dagen, en betaalden de Staten van Zeeland de voetknech- 
ten, die ter hunner repartitie stonden en in hunne provincie gar- 
nizoen hielden , per maand van 45 dagen , welke meerdere uitgave 
evenwel geheel ten laste van de provincie kwam, daar de Staten 
Generaal haar in mindering harer quote niet meer in rekening 
bragten dan de betaling tegen de maand van 4S dagen. De Staten 
van Zeeland deden dit, zegt Duyck, //meest om redenen dat heur 
volck de geheele winters op de dijeken in tslick mosten leggen, 
daertoe sij weynich volcx souden konnen gekrijgen , indien sij luyden 
die niet beter als die van HoUant en de anderen tracteerden // ^). 

In het begin van 1597 besloten de Staten Generaal alle tracte- 
menten en soldijen van den Isten Mei af te verhoogen, en wel 
door voortaan de lange maand tegen 42 dagen te rekenen ^) hetgeen 
bij de toenmalige sterkte van het leger eene jaarlijksche vermeerde- 
ring van ongeveer 626000 gulden bedroeg '). In verband daarmede 
besloten toen de Staten van Zeeland hunne manschappen om de 
39 dagen te betalen *). 



1) Journael van Duyck, III Boek, 13 Mei 1697. 

2) «ris geordonneert dat men de provintien sal adverteren dat met advis van 
Zijn £x<^*^ ende de Raden van State nae goede deliberatie eyntelijck besloten ende 
geresolveert is, tot beter onderhoudt ende ordre des volcx van oirloge inden dienst 
van den Lande wesende dat de vercorttinge van de maenden totte betaelinge van 
het selve volck van oirloge sal ingaen den eersten Mey naestcommende , zulx dat 
Tan dan voortaan de Provinciën de Gompaignien op haerluyder Eepartitie respecti- 
velijck staende dyen volgende ten XLII dagen zuilen hebben te betaelen een maent 
Boltz, gelijck zij tot noch toe ten achtenveertich dagen gedaen hebben ^er, (Besol. 
der Staten Gen., 2 April 1597.) 

3) Journael van Duyck, III Boek, Januarij 1597. 

4) ld., ld,, 13 Mei 1697. 



ex 

Deze betaling om de 42 dagen is tot het laatst der achttiende eeuw 
bij de Republiek in zwang gebleven ') en is eerst afgeschaft toen 
de thans nog gebruikelijke betaling om de vijf dagen (de halve 
decade) tegelijk met verscheidene andere militaire instellingen van 
de Fransche republiek werd overgenomen. 

De soldij was met de huisvesting het eenige dat de krijgsman 
van den Staat ontving; kleeding, bewapening en verder onderhoud 
moest hij zelf betalen. 

Wanneer de troepen zich in de garnizoenen ophielden werden zij 
in den regel ingekwartierd bij de burgers, die daarvoor van de 
Magistraat eene bepaalde schadeloosstelling ontvingen. Volgens de 
//ordre bij den Raedt van State gestelt op de logeringe van het 
krijghsvolck, ende betalinge van de Logys-gelden in de Frontier- 
steden, in date den lOden November 1595// ^), moest een Rit- 
meester of Kapitein zich vergenoegen met eene kamer en keuken 
en twee bedden; — een Luitenant, Cornet, Vaandrig, Korporaal 
van de ruiterij en Sergeant van het voetvolk met eene kamer en 
een bed, terwijl aan twee soldaten te zamen een bed, en aan vier 
of vijf te zamen eene kamer werd toegewezen. Door de stedelijke 
regering' werd aan hen, die de troepen herbergden, een zoogenaamd 
// Logys-geld iy betaald, waarvan het bedrag voor den tijd van eene 
maand van 32 dagen bij de bovengenoemde ordre bepaald was 
als volgt: 

Voor een Ritmeeester met zijn jongen en 

hunne beide paarden 6 gl. 16 st. 

Voor een Cornet met idem 5 // 16 // 

// // Luitenant met idem . . . . 4 // 16 // 

// ff Korporaal van de ruiterij . . . 2 // 

tf het overige kader en de manschappen 

per hoofd 36 // 



1) Den 3 0ste n Junij 1681 werd vastgesteld dat de onderoflScieren en manschappen 
eiken Maandag zouden betaald worden, waardoor evenwel geene verandering in de 
grootte der tractementen werd gebragt. 

2) Groot Placcaetboek, H, bl. 447. 



cxt 

Wanneer aan deze laatsten evenwel geene stalling werd verstrekt 
werden er slechts 28 stuivers goedgedaan. 
Voor het logijs van het voetvolk ontvingen de burgers: 

Voor een Kapitein 6 gl. 

» ff Luitenant 5 // 

a n Vaandrig 4 // 

o n Sergeant 34 st. 

n tf Korporaal 30 «f 

// het overige kader en de manschappen per hoofd 24 v 
Al deze uitgaven werden bij de Generaliteit in rekening gebragt. 
Tot het houden van eene behoorlijke controle was bepaald, dat 
de Kapiteinen, Luitenanten of Vaandrigs bij het binnentrekken in 
eenig garnizoen hunne laatste authentieke monsterrol aan de Magistraat 
moesten overgeven, en daarna ook kennis geven van de mutatiën^ 
die op het verstrekken van logijs invloed konden hebben. Ieder 
soldaat zocht daarop zijn eigen logijs, zonder dat de Magistraat zich 
daarmede mogt bemoeijen , tenzij de groote menigte der troepen , 
die ingekwartierd moesten worden , eene zoodanige bemoeijing van 
de stedelijke regering noodig maakte. Wanneer de man zijn kwartier 
gekozen had, was hij verpligt daar ten minste eene maand te blijven, 
terwijl den burgers verboden was , op verbeurte van het logijs-geld , 
een soldaat in te nemen , die vóór de expiratie van eene maand zijn 
kwartier had verlaten. Deze bepaling was noodzakelijk om de con- 
trole mogelijk te maken van de zoogenaamde // Quartier-meesters // , 
die door den Magistraat werden aangesteld, //om ten minsten alle 
veerthien dagen in het quartier om te gaen, ende pertinente Lijste 
te maecken van de soldaten die in het quartier geseten, ende speci- 
fice te stellen onder wat Capiteyn sij militeren, heuren Naem, 
Toenaem ende Bij naem, mitsgaders hen teecken of gedaente te ex- 
presseren, ende den naem van den Huyse, Huys-heere ende kamer üf. 
Deze kwartiermeesters hadden overal vrijen toegang, en waren 
verpligt de bedoelde lijst aan den Magistraat over te leveren met de 
recepisse van de gelden, die zij alle twee en dertig dagen voor 
logijs-geld aan de burgers hadden uitbetaald. In weerwil van de 
betrekkelijk geringe sommen, die te goed gedaan werden, schijnt 



CXII 



het dat de burgers gaarne soldaten logeerden; immers eene bepaling 
in de ordre luidt , dat zij , die soldaten innemen of doen vertrekken 
zonder behoorlijke kennisgeving, in een geheel jaar geen soldaten 
op logijs-geld //zullen mogen logeren^/. Het logeren bepaalde zich 
trouwens strikt tot het verleenen van huisvesting, want het wordt 
wel uitdrukkelijk gezegd: //Is oock d'expresse meyninge, dat het 
krijghsvolck , ghenietende als vooren accomodatie ofte Logys-gelden , 
niemand yet meer voordeels sal mogen pretenderen , tzij van Brandt , 
Licht, Olye, Azijn, Sout, Smout, Haver, Hoy, Stroy, noch mogen 
eenich Gras af-mayen, noch eenige andere uytensilen, als Pot, kan 
etc. pretenderen // ^). 

Ook voor de huisgezinnen der officieren en soldaten werden door 
de steden serviesgelden betaald, hetgeen soms, vooral wanneer de 
troepen uitgetrokken waren en hunne vrouwen en kinderen achter- 
lieten, tot groote bezwaren en reclames aanleiding gaf ^). 

Ter betere regeling op het stuk der Serviciën werd in 1595 de 
sterkte van het garnizoen in de verschillende steden door de Staten 
Generaal vastgesteld , en bepaald , dat wanneer Zijne Excellentie en 
de Raad van State oordeelden, dat het noodig was, er meer gar- 
nizoen in te leggen, de steden dat moesten innemen, maar dat de 



1) jr Achterfolgende die ordonnantie bider Hem Rade van State opgerichtett 
angaende die Servisse der Gamisonen , So ist dat Burgermeesteren , Schepenen ende 
Raid lathen wethen alle Burgern ende Inwonderen Dat sy van nhu voortahn oere 
thobilettede Soldaten hett sy tho fosse off tho perde niet mher geholden sinnd 't 
accomodiren dan met huisfestinge en de slaepinghe und sullen van die andere 
extraordinarise servys lasten nae desen dach ontslaegen syn. Waernae sich een 
ieder ten besten sall hebben ter richten. Publicereth den XII April 92 f, (Uit 
het Publicatiënboek der Stad Zutphen 1591—1597; in het Stedelijk Archief aldaar.) 

2) In 1594 klaagden de Gedeputeerden van Gelderland namens de frontiersteden 
dat zij de servitiën voor de vrouwen der Kapiteinen , Officieren en soldaten , die 
naar Frankrijk gezonden waren, betalen moesten, terwijl er andere kompagnieën in de 
plaats waren gekomen , waarvoor ze ook service-gelden gaven » sustinerende tzelve te 
wezen tegen alle reden ende biUicheyt, diewijle die frontiersteden mette vrouwen 
nyet en zijn te bewaren, ende oick buyten denselven vermogen//, waarop door de 
Algemeene Staten besloten werd, dat die serviciën ten laste van de Generaliteit 
zouden komen. (Resol. der Staten Gen., 8 December 1594.) 



cxöi 

serviciën voor dat meerdere, geheel ten laste van de generaliteit 
zouden komen ^). 

Wanneer de troepen zich op marsch bevonden, waren zij onder- 
worpen aan de bepalingen van het plakkaat, dat de Staten van 
Holland en West-Friesland den Gden Maart 1587 hadden uitge- 
vaardigd '). Daarbij was onder anderen het navolgende vastgesteld: 

Geene afdeeling van het leger raogt zich op marsch begeven 
zonder daartoe eene bepaalde order van den Kapitein- Generaal of van 
zijnen Luitenant-Generaal ontvangen te hebben. 

De marschorder — patent genoemd — moest bevatten de opgave 
van de plaats, waarheen de troepen zich moesten begeven, van den weg, 
waarlangs zij moesten trekken, en zooveel mogelijk van den tijd binnen 
welken zij de plaats hunner bestemming konden bereikt hebben. Aan 
iedere stad of plaats , wier na^m niet in het patent stond uitgedrukt , 
was het verboden troepen in te nemen, ja zelfs hun doortogt te ver- 
leenen, terwijl zij in ieder dorp niet langer dan eenen nacht mogten 
blijven. Om de last van het doortrekken der troepen niet te veel op 
enkele gemeenten te doen drukken, was bepaald, dat de dorpen van 
de teerkosten , provianden en scheepsvrachten ^) door hen aan de 
soldaten verstrekt, vergoeding zouden ontvangen van het geheele 
kwartier volgens het tarief van regeringswege opgemaakt *). Aan 
de troepen was ten strengste voorgeschreven , zich // te laten acco- 
moderen ten minste quetse van de ingesetenen // hun niets af te 



1) Eesol. der Staten Gen., van den Isten Augustus 1595. ld., van den ISden 
September daaraanvolgende. 

2) Groot Placcaetboek, II, bl. 145. 

3) De schepen zoowel als de wagens, welke het leger noodig had, werden gere" 
quireerd door den Commies of Opziener van de schepen of den Wagenmeester , 
en uit de kas van de generaliteit betaald. — Somtijds werden voor het begin vau 
een veldtogt de kapiteinea aangeschreven , elk hunne kompaguie te voorzien van 
een wagen of paarden. (Joxu-nael van Duyck , II Boek , bl. 2.) 

4) In de vergadering der Staten Gen. van den 21sten Januarij 1591 werd door 
den Eaad van State voorgesteld eene vaste bepaling te maken omtrent de ir schip-, 
schuyt- ende wagenhueren van wegen de gemeene zaecke//. 

VIII, 



CXIV 

persen of meer te vorderen dan de huisman gewoon was in zijn huis 
te gebruiken ^). Wij hebben hierboven reeds gezegd, dat termeerdere 
regelmatigheid en om de marsch-discipline beter te bewaren, in het 
jaar 1590 bepaald werd, dat voortaan geen troepen ten platte lande 
zouden marcheren dan vergezeld door een Commissaris van mon- 
stering om de vivres tegen recepis aan te koopen en later te ver- 
antwoorden ^). 

Door deze en dergelijke middelen zocht de regering zooveel mogelijk 
den oorlogslast te verligten, welke vooral op de grenslanden drukte, 
die beurtelings van vriend en vijand te lijden hadden. Dien last 
geheel af te wenden was bij den toenmaligen toestand van het krijgs- 
wezen, niet alleen hier te lande maar in geheel Europa, eene vol- 
slagen onmogelijkheid. 

Wel was het aan de uitstekende prg, die de Staten voor de 
betaling van hun leger droegen en vooral aan de krachtige discipline , 
welke door Maurits gehandhaafd werd , te danken , dat hunne troepen 
zich in dit opzigt gunstig onderscheidden van die van andere mogend- 
heden, maar zelfs de strenge wetten, welke zij tegen het rooven 
en plunderen uitvaardigden, en de doodstraf, waarmede een ieder 
bedreigd werd, die op het platte land stroopte, waren niet vol- 
doende om de bewoners te beveiligen tegen den voortdurenden moedwil 
van ruwe krijgslieden, die den oorlog als handwerk dreven en 
alleen door het uitzigt op eene goede soldij en de hoop op rijken 
buit naar het vaandel gelokt werden. 

De grenslanden en die streken, welke in de onmiddellijke nabij- 
heid der door den vijand bezette vestingen gelegen waren, en dus 
aan voortdurende invallen blootstonden , werden te hunner be- 
scherming onder zoogenaamde sauvegarde gesteld, dat is, zij be- 
taalden eene zekere contributie, waarvoor hun ondersteuning tegen 
de strooptogten van het vijandelijk krijgsvolk werd toegezegd. Die 



1) Zie het plakkaat van de Staten Vftn Holland en West Friesland, van deii 
6den Maart 1587. 

2) Id.| van den 24sten Januarij 1590^ 



cxv 

belasting werd door afzonderlijk daartoe aangestelde ontvangers der 
contributiën ingevorderd, wien volgens hunne instructie was voor- 
geschreven, dat zij al degenen, die niet behoorlijk betaalden, met 
dadelijke executie van ruiters en voetvolk tot gehoorzaamheid moesten 
dwingen *). 

Het handhaven der plakkaten op het stuk van de sauvegarden 
was aan de Commissarissen van de frontierplaatsen (bl. lxxxvi, 
Aanteek. 5) opgedragen. De plattelands-bewoners , die zich onder 
sauvegarde van de Staten hadden gesteld , verloren het regt op onder- 
steuning en werden als vijanden behandeld, indien zij den Span- 
jaarden in eenig opzigt dienden ^). 

De bescherming van het platte land bleef echter eene moeijelijke 
taak. De twee volgende artikelen uit het plakkaat van den 27sten 
April 1589 houden de voornaamste maatregelen in, die de Staten 
namen om hierin op de beste wijze te voorzien: 

//Alle Drosten, Landtdrostcn , Casteleynen, Maerschalken , Griet- 
mannen , Schouten ende alle andere Officieren , Justicieren , Gerechten 
ende Ingesetenen vande platte Landen worden gelast, //dat soo 



1) Somtijds werden afzonderlijke bevelhebbers benoemd om de noodige execu- 
iica te doen. Zoo luidt bij voorbeeld de Commissie voor den Kitmeester van Donck , 
die hiertoe in dienst werd genomen , als volgt: 

«'De Staten Generael enz., doen te weten: Dat op het goet rapport ons gedaen 
van de clouckheyt van Jan van Donck, als zedert vele jaeren de wapenen gevoert 
ende diversche officien bedient hebbende, wij tot bevoorderinghe van de executien 
in Brabandt ende namentlick int quartier van 's Hertogen bosch , denselven Donck 
hebben geauthoriseert ende gecommitteert , authoriseren ende committeren bij desen 
terstondt te lichten ende aen te nemen 't getal van vijff en twintich Carabijnen ofte 
ruyters vierroers voerende; Hem gevende volcomen last als Bevelhebber over dezelve 
te commanderen die te voeren ende te beleyden tot dadelicke executie vanden 
Dorpen ende plaatsen, die in gebreecke bevonden zullen worden de betalinghe der 
contributiën , daerop zij in onze Saulvegarde zijn genomen , om dezelve executie aen 
te vanghen, te doen ende te volbrenghen op zulcken voet ordre ende middel van 
executie als hem 't selve van onsentweghen bij onsen ontfanger ende contrerolleur 
derzelver contributiën iu 't voorz. quartier van 's Hertogenbossche zal aangeseyt 
worden, enz. /y. (Commissieboek van den Raad van State van 1588 — 1591, bl. 132.) 

2) Resol. van den Raad van State , van den Ssten April 1591. 



cxvt 

haest sij bij eenige van de naeste Dorpen, Vlecken, Buyrschappen 
ofte Gehuchten, hetzij bij Klock-geslach ofte bij andere manieren 
ter hulpe en assistentie tegen den vijant te komen, versocht ofte 
gesommeert worden , sij tselve terstont sonder eenich vertreck doen , 
op pene als voorsz. is // (dat tegen hen geprocedeert sal worden 
als tegens den Hulpers, Fauteurs enz. Toestanders der gemeene 
vijanden). 

Verder wordt aan alle // Ritmeesteren , Oversten , Capiteynen , 
Lieutenanten , Bevelhebberen , voorts allen ghemeynen soldaten insge- 
lijks gelast om in voorschreven wijze te hulp te snellen, sonder 
eenigh dilay ofte vertreck, met sulcken ghetal van Ruyteren ende 
soldaten als sij versocht sullen worden, ende den noot ende gele- 
gentheyt van hare guarnisoenen ende der saecken sal mogen lijden, 
op pene dat bij gebreecke van dien , ende sij in weygeringe gevon- 
den worden , sij datelijck ghecasseert ofte anders ghecorrigeert suUen 
worden na gelegentheyt der saecken t/ ^). 

Om zooveel mogelijk het stroopen van het eigen krijgsvolk te 
beletten, werd in 1590 bepaald, dat geen krijgsvolk uit de garni- 
zoenen op het platte land mogt trekken, //anders dan om eenig 
exploict van Oorlog te doen en dan ten minste met 50 in 't getal 
in eene troupe , geleid bij een Kapitein , Luitenant of Vendrig ') , 
of om eenig convooi te doen met minder getal, hebbende ten minste 
bij hen een Sergeant met een Pas-cedel of onder schriftelijk be- 
scheidt van haren Overste Capitein of andere kommanderende van 
de plaats van waar ze komen f/. 

Voorts werden de Kapiteins verantwoordelijk gesteld voor de 
excessen van hun volk ^). In Januarij 1591 vonden de Staten van 
Holland het noodig, bij de Staten Generaal aan te dringen om de 
plakkaten tegen de extorsiën en rooverijen van het krijgsvolk te 



1) Groot Placcaetboek , II, bl. 52. 

2) Dit getal werd in het volgende jaar op 25 verminderd, geleid door een 
Kapitein, Luitenant, Yendrig, Sergeant of Korporaal. (Plakkaat van den 26sten Sep- 
tember 1590.) 

3) Groot Placcaetboek, II, bl. 97. 



cxvn 

doen onderhouden en zoo noodig uit te breiden ^) , en in Novem- 
ber van diitzelfde jaar werden de inwoners geauthoriseerd, de soldaten, 
die zonder schriftelijk verlof met minder dan 25 kwamen en hun 
overlast aandeden , aan te tasten , gevangen te nemen en over te 
leveren aan den Raad van State. 

Üe strooperijen ten platten lande waren eene voortdurende bron 
van raoeijelijkheden voor de Staten. Nu eens waren het de klagten, 
die van alle kanten over den moedwil der krijgslieden, het zooge- 
naamde // moescoppen // , roeven en vrijbuiten, bij hen inkwamen, 
en herhaaldelijk eene verscherping der plakkaten op dat stuk noodig 
maakten , dan weder moesten zij hun gezag doen gelden tegenover 
verscheidene gouverneurs en bevelhebbers van sterke plaatsen, die 
op eigen authoriteit contributiën invorderden en niet zelden geheel 
eigendunkelijk zware brandschattingen oplegden met bedreiging van 
alles te vuur en te zwaard te zullen verwoesten. Telken reize ook 
kwamen er klagten in bij de Staten Generaal over de buitensporig- 
heden van het krijgsvolk in de naburige onzijdige grei^slanden , als 
Munster, Westfalen, Lippe, Paderborn enz., gepleegd ^). 

Eene van de redenen , welke tot die vele onwettige handelingen aan- 
leiding gaven, mag, behalve in den woesten aard van het toenmalige 
krijgsvolk, gezocht worden in de kleine soldij, die wel is waar voor 
den enkelen man voldoende kon gerekend worden , doch ontoereikend 
was om in het onderhoud van de zijnen te voorzien ^) , want een 



1) Besol. van de Staten van Holland, 25 Januarij 1591. 

2) Sesol. der Staten Generaal, 13 Mei 1591. 

3) *' Ons volck en dede in deze maend niet veel , maer hielden haer in heur 
gamisoen; van den welcken eenigen merckelijke foelen deden in tlant te Padel- 
boom, Reckelijchuysen, Eavensburch, der Marck ende anderen (hoewel sij neutraelen 
waeren) meest op eeuige gesochte pretexten, doch meest om dat haer gagie soe 
cleyn is dat sij daerop quaelijcken heencoramen konnen , ende daeromme alle jaers 
haer winterteeringe aldaer lia^len moeten , 't welcke voor deselve neutraelen een seer 
harde saecke is, die nietemin mettet doot slaen van den onsen, daerinne de 
Staeien niet en remedieren, veel oirsaecke daer tot gevent, (Journael van Duyck, 
I Boek, December 1593.) 

In December 1600 werd er een nieuw plakkaat tegen de excursiën op neutralen 



CXVIII 

zeer groot gedeelte van de manschappen was gehuwd ^) en het 
aantal vrouwen en kinderen in de garnizoenen of bij het leger te 
velde, steeg tusbchenbeide tot eene ongelooflijke hoogte. Toen 
Maurits den 29stcn Julij 1591, dus na twee maanden in het veld 
te zijn geweest, zijn leger deed monsteren, werd het ruim 8Ü00 
man sterk bevonden, maar in werkelijkheid waren er door den 
groot en nasleep, dien het had, wel 12000 met de zoetelaars, 
vrouwen, jongens, enz. -). 

Zoo als boven gezegd is, was de huisvesting het eenige, wat de 
krijgsman niet van zijne soldij behoefde te betalen. Zijne voeding, 
kleeding en bewapening bleven voor zijne rekening. 

Tn de garnizoenen zorgde de soldaat in den regel zelf voor zijne 
dagelijksche voeding; in vele gevallen, op marsch, te velde, enz.,* 
werden de vivres door de kommandanten der kompagnieën aan 
hunne oiiderhoorigen verstrekt , en de prijs daarvoor van de soldij 
gekort. Wel werd in de vestingen de voorraad in de magazijnen 
opgelegd, dpch deze dienden alleen in geval van nood, bij belege- 
ringen of andere buitengewone omstandigheden. 

De administratie daarover was aan een Ontvanger van de vivres 



bodem uitgevaardigd. Maar velen meenden, zoo als Duyck zegt, dat het aan 
plakkaten niet ontbrak, maar wel aan het onderhouden daarvan, en dat de Staten 
daar zelf niet genoeg voor waakten. Ook gaven de Staten Generaal in dat zelfde 
jaar, aan de Munstersche gezanten, die over de schending van hun grondgebied 
door de vrijbuitende soldaten kwamen klagen , niet onduidelijk te kennen , dat zij 
niets liever wenschten, dan hun volk uit die landen te houden, indien de Munster- 
schen maar een middel wisten om er den vijand eveneens te weeren , en te beletten , 
dat deze aan de republiek van de zijde van Munster schade toebragt. (Journael 
van Duyck, V Boek, 8 en 9 December 1600.) 

1) Toen Graaf Willem Lodewijk in 1594 op last van de Staten Generaal twee 
Friesche vendelen designeerde om Philips van Nassau op den voorgenomen togt 
naar Frankrijk te vergezellen , maakten de Kapiteins zwarigheid ti claeghende dat sij 
geen middel en saegen haer volck daerwaerts te krijgen, die sij vreesden dat meest 
verloopen souden, omdat se alles gehuwelijckt waeren ende meest arm ende naeckt i» . 
(Journael van Duyck, Il Boek, 12 October 1594.) 

2) ld. I Boek, 29 Julij 1591. 



cxa 

opgedragen ^) , die ook het opzigt had over de eet- en drinkwaren , 
welke aan het leger te velde werden geleverd, terwijl in de onder- 
scheidene vestingen en forten zoogenaamde commiezen van de vivres 
— meestal commiezen van vivres en ammunitie — aangesteld wer- 
den , die de hun toevertrouwde voorraad moesten bewaren , uitdeelen 
en verantwoorden ^). Tot het transport van 's lands vivres en 
munitie werden afzonderlijke conducteurs benoemd, die in last had- 
den, t/de vivres ende ammunitiën gade te slaen, dselve te condui- 
seren, ende te brengen ter plaetsen daer hem bij onsv (den Raad 
van State) ff ofte den Ontvanger ende ordinaris commisen van onsent- 
wegen belast zal zijn; oock goede toesicht te nemen dat die op de 
tochten ofte anderssins niet verruckt ende verpluckt wordden, maer 
in goede zekere bewaringe moegen blijven ^/ ^). 

Het toezigt over het geheel was opgedragen aan een Generaal 
van de vivres, ook wel genoemd //Generale Commissaris of Super- 
intendent van de vivres en eetwaren van 't leger als andersints// *). 

In het onderhoud van het leger te velde of van belegeringskam- 
pen werd hoofdzakelijk voorzien door het toelaten van eene menigte 
zoetelaars, die door vrijdom van belasting en ondersteuning van de 
regering in staat gesteld werden, den noodigen voorraad aan te 
voeren. Dan werd het zoogenaamde vrijleger geproclameerd en de 
legerplaats van de gewone accijnsheffing vrijgesteld, terwijl de zoe- 
telaars nog verschillende andere voorregten genoten '^). De in den 



1) Zie de (kommissie van Harten v. Sypestein. (Commissieboek van den Baad 
van State van 1588—1591, bl. 70.) 

2) ld., bl. 114 en 122. 

3) Zie de Commissie voor Frans Geurtz als Conducteur extra ordinaris van de 
vivres en de ammunitiën van den 7den Augustus 1589. (ld. , bl. 107.) 

4) Militaris instructiën en ordonnantiën , bl. 39. — Op den Staat van Oorlog 
van 1595 (Rijks Archief) is de Heer de Gryse vermeld als -i' Generaal van de Vivres /^. 

B) Bij het plakkaat van den 268ten Augustus 1586, beroerende den toevoer van 
de Proviande in 't leger van Sijne Excellentie wordt gepubliceerd : » dat een yegelyck 
die sal begeeren tot noot ende onderhout des voorsz. Legers, toete voeren eenige 
Waren, koopmanschappen, midts hebbende behoorlijck Paspoort daertoe dienende 
van de Generael van de Vivres, liberlijck ende vr^el^ck met de selve sal mogen 



cxx 

omtrek gelegen steden werden door de Staten Generaal aangeschre- 
ven , den toevoer van levensmiddelen enz. zooveel mogelijk te be- 
vorderen ') , waarna de vereischte publicatiën dpor de stedelijke 
regeringen werden gedaan ^). Aan de zoetelaars was in de kampen 
eene bepaalde plaats aangewezen, waar zij hunne markt moesten 
houden. Voorts waren er enkele soldaten bij de kompagnieën, die 
de vergunning verkregen om //te zoetelen//. 

In 1599 werd hun aantal op één per vendel beperkt ^), terwijl 
om misbruiken voor te komen , aan de korporaals , de constabels , 
enz., verboden was het bedrijf van zoetelaar uit te oefenen ^). Ten 
gevolge eindelijk van de uitmuntende krijgstucht, die Maurits van 
lieverlede bij zijne troepen invoerde, was in zijne legerkampen nim- 
mer gebrek, daar de landlieden uit den omtrek dagelijks daarheen 
trokken en in volkomen veiligheid hunne waren ter markt kouden 
brengen. 

De Provoost-Generaal van het leger of de geweldige provoosten 
waren belast met de prijsbepaling van de aangebragte vivres, die 



passeren ende repasseren, sonder dat hem aen sijn Persoon, Victualie, Waren of 
koopmanschappen gedaen sal worden eenich beletsel, hinder of empeschement , om. 
eenige Rechten van Imposten, Thollen ofte passeer-geit, of andersins gheprocedeert 
Bal worden tegens sijn Persoon, Waren, Koopmanschappen, Peerden, Wagens, 
Karren ende Schepen, bij arrest ofte executie, om wettelijcke ofte andere schulden, 
gheduyrende den tijdt hij den voorsz. Leger frequenteeren sal. (Groot Placcaet- 
boek, II, bl. 361.) 

1) Zie onder anderen Resol. St. Gen., 18 Junij 1591. 

2) ir Burgemeester , Scheepenen und Raadt der Stadt Zutphen, Doentho weten 
vuijt befell van Sine Excell. an Cantzler und Raeden deses fürstendoms gescliiet 
dat dieselve Sein Ex. frij Leeger tho holden gemeinet. Waer nha sich ein jeder 
die den Leger thofuir begert tho doen sich sullen hebben tho richten. (Publi- 
catiënboek der Stad Zutphen, 30 Junij 1595. Sted. Archief.) 

3) <r Ordonneren mede, dat voortaen onder elcke Cornette ofte Vendel maer 
een Soetelaer, soldaet wesende, en sal mogen wesen, ende daertoe schriftelijck be- 
scheet van den Ritmeester ofte Capiteyn sal hebben, op pene dat de goederen die 
bij den anderen soldaten ofte hare vrouwen te koop ghestelt oft verkocht sullen 
worden, verbeurt sullen wesen. (Plakkaat van den 4den Februarij 1599.) 

4) Groot Placcaetboek , II, bl. 333. 



CXXI 

op straffe van verbeurdverklaring niet vóór dat die taxatie had plaats 
gehad, verkocht mogten worden '). De voorname voeding van den 
soldaat in die dagen was brood, spek, haring, stokvisch, kaas en 
bier *'). Het onderhouden van het leger op lange marschen was in 
die dagen tengevolge van het gemis eener geregeld ingerigte inten- 
dance dikwijls hoogst bezwaarlijk. De togt, dien Maurits in 1602 
ondernam om het fel bestookte Ostende te ontzetten, mislukte ge- 
heel en al, alleen door de onmogelijkheid waarin hij verkeerde, om 
zijne troepen de noodige vivres te verschaffen '). 

De wapens, welke de manschappen noodig hadden, werden door 
henzelven betaald. Waren zij er bij hunne indiensttreding niet 
van voorzien , dan werden ze hun door de kapiteins geleverd , die 
ze uit de landsmagazijnen tegen betaling ontvingen, en den prijs 
later bij gedeelten van de soldij kortten. De Commies van amu- 



1) Estant Ie Camp assis, Ie M' des Quartiers enseignera audict prevost ane 
place du marché la ou Ie dict prevost fera dresser Ie gibet de justice et ou deveront 
estre amenez tous vivres venans au Camp, pour illecq avecq Tadvis du general des 
vivres estre prisez par luy et ses Commis aux emoluments accoustuines devant que 
les pouvoir vendre, sur peine de Confiscation d'iceulx vivres*'. (Instructie voor den 
Provoost Generaal. — Commissieboek van Leic. , bl. 74 verso.) 

9 Gevende hem volcoemen macht ende sunderl. bevel omme 

de tauxatie ende settinge van proviande die den Crijgsluyden volgen, in den leger 
ofl elders mochte toegevoert worden, te doen, tnzf (Commissie voor Coenraet 
Lindtworm als geweldige provoost, van den Bden Februarij 1590. — Commissieboek 
van den Raad van State van 1588 — 1591, bl. 107 verso.) 

2) Het bier behoorde in die dagen tot de eerste behoeften van het leger. Op 
eene lijst van de wagens, die in 1606 de troepen te velde volgden (Militaris In- 
atructiën en ordonnantiën, bl. 27), vinden wij vermeld 120 wagens vom het bier 
te voeren*. Tot de voeding, waarop de soldaat bij inkwartiering of anderszins aan- 
spraak mogt maken, behoort altijd een of twee potten bier, terwijl in verscheidene 
brieven van 1591, waarin de groote ellende wordt beschreven, door het leger van 
Parma in de Betuwe geleden, opzettelijk als bewijs daarvoor medegedeeld wordt, 
dat de soldaten geen bier hadden, maar genoodzaakt waren, water te drinken. 
(Register van ingekomen brieven, 1591, bl. 357 en 358 verso. Rijks Archief.) 

3) Hoogst merkwaardige bijzonderheden daaromtrent vindt men bij Duyck in 
bet VII Boek, den 17den Junij en volgende dagen. 



CXXII 

nitie of zijne conducteurs deden aan den tresorier opgave van de 
wapens en andere oorlogsbenoodigdheden , die aan de kapiteins 
waren afgegeven, om de kosten bij de maandelijksche betaling 
der tractementen te verrekenen ^). 

De kleeding der manschappen was eveneens voor hunne eigen 
rekening. Ofschoon wij daaromtrent nergens bepaalde voorschriften 
gevonden hebben, blijkt het toch, dat de kommandanten der kom* 
pagnieën zich in die dagen ook met de levering der kleeding be- 
moeiden, en dat de gelden daarvoor ook door eene korting op de 
soldijen gevonden werden -). 

Later werd ook dit punt nader geregeld en het opzigt over het 



1) Item quand il sera question de faire distribution de picques, lances, demy 
lances, harnas pour pietons, harquebutes et aultres parties a aulcuns bandes, soit 
de pied ou de cheval, pour riens perdre, et garder lé prouffit du pais, les conduc- 
teurs par charge des officiers de Tartillerie y furniront par bonne specification par 
escript ce qu^ils bailleront au Tresorier des guerres ou a son commis, lesquels 
seront tenuz faire debvoir de Ie rabattre au persones ou clercqs des bendes au 
premier payement#. (Instruction et ordonnanoc advisée, — in het Instructieboek op 
het Rijks Archief.) 

In de Commissie voor den Ritmeester de Lespine, waarbij hem gelast wordt, 
zijne vaan ruiters van 75 op 120 paarden te versterken, wordt gezegd: #Ende 
zullen hem Ritm' daertoe gelevert worden alzulcke wapenen als hij zal verzoucken. 
Mits dat die weerde vande selve hem op drye eerste betalinghen weder zullen 
worden gecort*'. (Commissieboek van den Raad van State van 1588 — 1591, bl. 
136.) — Zie ook de Resol. van den Raad van State, 16 Februarij 1591. 

2) /'De Staten van Hollandt, gesien hebbende het versoeck bij den Ritmeester 
Hartman Sleuyer, ende onder sijn handt schriftelijck den Staten overgelevert , ten 
eynde de oncosten van de casacken, voor de Officieren en Ruyteren van sijne 
compagnie gemaeckt, op vijf maenden betalinghs afgetogen souden mogen werden; 
hebben de Staten belooft, ende beloven bij desen, dat op de vijf eerste maenden 
betalinghs, die tot behoef van de voornoemde compagnie Ruyteren binnen Hollandt 
gedaen sal werden, t'elcker betalinge een gerecht vijfde-part innegehouden sal 
werden, van 't gunt aen 't maecken ende leveren van de voornoemde casacken 
als noch resteert te betalen , ende dat tot behoef van den geenen , die de voorsz. 
casacken sullen hebben doen leveren, enz. #. (Resol. der Staten van Holland, 
11 Januarij 1691.) 



CXXIII 



verstrekken der kleeding en het behoorlijk afhouden der kortingen 
aan commissarissen opgedragen O- 

De vaandels werden door den Staat gegeven en ten koste van de 
Generaliteitskas vernieuwd ^). 



Wij hebben in de voorgaande bladzijden met breede trekken eene 
schets trachten te geven van het leger zoo als het zamengesteld 
was op het oogenblik toen de merkwaardige veldtogten begonnen, 
die in het voor ons liggend Journaal uitvoerig omschreven worden. 
Die bladzijden evenwel geven ook niet meer dan een omtrek. Wij 
hebben het ligchaam doen kennen, maar niet gesproken van den 
geest, die het bezielde en er leven aan gaf. Om in dit opzigt een 
eenigzins afgewerkt geheel te leveren, zouden wij het beeld moeten 
teekenen van ' zoo menig heldenfiguur uit dat roemrijke tijdperk 
onzer historie, van hen, die dat leger tegen den vijand aanvoerden. 
Zonder hunne uitstekende krijgsmanshoedanigheden toch zou ook 
de beste legerorganisatie geen waarborg hebben opgeleverd in den 
strijd tegen eene krijgsmagt, die tot de voortreffelijkste van Europa 
gerekend werd te behooren en onder de bevelen stond van een der 
grootste veldheeren van zijnen tijd. Wij hebbeu het leger in zijne 
onderdeden geschetst, maar wie zou het daaruit alleen kunnen 
leeren kennen zoo als het werkelijk was? Immers hoe onvolko- 
men blijft het beeld der Staatsche ruiterij als wij haar ons denken 
zonder hare ritmeesters als een Etmont, een Dubois, en boven 
alles zonder de beide Bacxen, van wier fabelachtige stoutheid de 
historie van alle tijden maar schaars eene wedergade aanbiedt? Wie 



1) trD&i de Commis9arissen gelast worden regaard te nemen oft de Gapiteynen 
de Cortinghe doen voor de kleedinge , oock de kleedinge aan hare soldaten eifective- 
Ijjck geven, ende den Eaedt van Staten adviseren van *t ghebreck dat sij daerinne 
vinden*'. (Groot Placcaetboek , II, bl. 356, 22 October 1639.) 

2) #Tot ordonnantie voor tweemael veertig golden voor twee vendels, d'een 
▼oor Capiteyn Cant, ende d'ander voor Capiteyn Prop, alsoo d^oude versleten 8jjn«^. 
(Besol. van den Baad van State, 22 Maart 1591.) 



CXXIV 

zou meencD de waarde der Nederlandsche Infanterie te kunnen be- 
oordeelen, indien hij niet wist hoe ze werd aangevoerd door mannen 
als een Frederik van Dorp, wiens diensttijd van nagenoeg eene 
halve eeuw bijna geen jaar oplevert, dat niet door eenig heldenfeit 
is gekenmerkt? Maar bovenal, hoe zou het mogelijk zijn, dat leger 
werkelijk met juistheid te teekenen zonder overal de heldengestalte 
op den voorgrond te doen treden van den vierentwintigjarigen veld- 
heer, wiens bezielende adem leven gaf aan het geheel, wiens krijgs- 
mansgenie het in al zijne deelen doortintelde; — ^ of zonder telkens 
te gewagen van dien anderen telg uit het Huis van Nassau, Graaf 
Willem Lodewijk, den grooten Stadhouder van Friesland, wiens 
helder oordeel, gerijpt door grondige studie, hem tot den onschat- 
baren raadsman van zijn doorluchtigen bloedverwant maakte, en 
wiens eenvoudigheid en nederigheid hem te vreden deden zijn met 
eene tweede plaats op het oorlogstooneel , waarop hij in andere 
omstandigheden met schitterenden uitslag eene eerste rol had kunnen 
vervullen. 

Doch eene zoodanig uitgewerkte schets, hoe verleidelijk ook, 
zou ons veel verder voeren dan de grenzen , binnen welke wij ons 
in deze inleiding moesten beperken. Bovendien , een groot gedeelte 
daarvan wordt reeds elders gevonden, en de inhoud der volgende 
bladzijden levert ruimen stof op om breeder uit te werken , hetgeen 
wij hier met betrekking tot het leger der Republiek slechts in 
hoofdtrekken hebben kunnen aangeven. 



T 



J OÜRN A EL 



VAN TGENE DAEGELIJCKX GEPASSEERT IS IN DEN OORIOGE DER 

STAETEN GENERAEL TEGENS DE SPANGIAERDEN ENDE ANDERE 

YIANDEN VANDE VEREENTCHDE NEDERLANDEN, 



ONDXR TBEtEYT TAN DEN 



iX)OBLUCHTIGEN END£ H00CU6£B00K£N VORST 
MAÜRITS 6RABVB VAN NASSAU ETC. 



BE8CBITEN BU 



ANTHONIS DUYCK 

DIE IN HEEST ALLE DE BELEGERINGEN PRESENT GEWEEST IS ENDE 
8VLCX DAGELIJCX GEANNOTEERT HEEFT. 



EERSTE BOUGK. 



BAERINNE MEEST VERVAT IS ALLE TGEENE IN DE TOCHTEN ENDE 

! BELEGERINGEN VAN STEDEN ENDE STERCKTEN VAN DE STAETEN 

WEGEN GEDAEN GEPASSEERT 18 TSEDERT DE MAYMAENT ANNO 

1591 TOTTEN LESTEN DECEMBRIS 1593 TOE INCLÜYS. 

HOUDENDE NOCHTANS MEEST AL NIET DAN DE 

NAECKTE EFFECTEN VANÜE NOTABELSTE 

GESCHIEDENISSEN. 



JOÜRNAEL 



VAH TUKB DABGBLIJCRX GBPASSBERT IS IN DEN OORLOGE DER STAETBN GBNERABL TEGENS DE 
SPANGIABRDBN BNDB ANDERE VIANDEN VANDE YBRBBNIGIIDB NEDERLANDEN. 



CORTE VOOR-REEDEIV. 

De Staeten Generael der Vereenichde Nederlanden aenmerekende den 
eenparigen loop van fortuyne die Alexander de Farnese Hartoge van Parma 
cnde Gouverneur generael van wegen den Coning van Spangien in dese 
Nederlanden gehadt hadde van sijnder aencomptsle aen de regieringe tol- 
len jaere 1588 toe; mede lellende dal dselve forluync tsedert dien jaere 
begonst Ie veranderen ende aff te gaen, doordien hij met Vranckrijck vast 
veel werckx kreech, ende nu haer voelende vuyle swaericheyden ende 
mutinaiien daerinne sij gevallen waeren bijde faclien die vuyle regieringe 
Tanden Graeve van Leycestcr geresen waeren, hebben goei gevonden oick 
de fortuyne te tenteren ende te sien wat die in beuren regarde soude 
vermoegen, ende hoe verre God almachlich die soude toelaeten. Ende 
dien volgende versamelt hebbende eenigen redelijcken hoop volcx hebben 
die onder tbeleyt van Sijn Ex*** Graeff Maurils, gesonden naer Bredae, 
daer sy des avonts in een schip vol turffs in 'Icasleel gedaen brengen bad- 
den ontrent 80 mannen gecommandeert bij Hopman Charles de Ilerauguiere, 
dwelcke haer des nachts meester van tselve casteel gemaeckt hebbende, 

ende Sijn Ex*" melte anderen den iiij" martij 1S90 daer binnen gelaeten, 
I. 1 



— 2 — 

siju sij alsoe meester Yande stadt ende casteel geworden , daer de Italianen 
met grooter confusie vuyt liepen. Hiernaer verstaende dat den GracTe 
van Egmont met een goet deel toIcx in Vranckrijck geslaegen was hebben 
inde Maymaent weder een deel van haer volck onder beleyt als boven 
gesonden naer Nieumegen, die begonnen hebben te maècken seeckere 
groote schantse genaemt Knotsenburch tegen de stadt over vast op twaeter , 
ende oiok soe lange daer gelegen tot dat dselve in tlaeste van Augustus 
opgemaeckt was ende naer behoiren voorsien. Terstont daernaer hebtien 
sij een deel van haer volck gesonden naer seeckere twee schantsen die den 
vianl in tlant van Cleeff bij Wesel hadde, op beyde de sijden vanden 
Rijn, om daer over altoes te mogen passeren, dwelcke sijluyden verovert 
hebben inde maent van September daer aen ende aldaer becommen wel 8 
stucken batterie ende eenige veltstucken. Ende soe tselve volck van die 
victorie wederquam ende den viant weder in Vranckrijck getoogen was 
om de faute van den Graeve van Egmont te repareren, is Sijn Ex*** met 
eenich volck geruckt voor thuys te Hemert bij Hoesden, ende heeft tselve 
bij compositie gekregen den xxvij" Septembris, ende den xxix" daer aen 
veroevert de schantse vanden Elshout mede bij Huesden ende die gedaen 
slichten. Daernaer gecommen sijnde voor de schantse van Creveceur, ende 
thuys te Heel, heeft hij die mede bij compositie veroevert inden beginne 
vande maent van October ende niet lange daernaer als opden xij*" Octo- 
ber bij appoinctement gekregen de schantse van der Heyde (bij den viant 
daer gcmaeckt tsedert het overgaen van Bredae)ende den xvij" daeraen de 
stadt Steenbergen *. In alle welcke plaetse de Staeten mede becomaien 



» Het nnt van de ▼eroveriugen dezer sterkten blijkt uit de woorden, waarmede Willem 
Lodewijk, die aan zijnen yader Jan van Naasaa mededeelt: «und dadurch die stadt Heoszden 
(so der feindt mit gerürten heosern und schantzen dermaszen umbgeben batte das aie gleichsamb 
belegert waren und nicbts weder mit stareken convoy hinein gebracbt kböndte werden) gantz frey 
gemacbt und bergegen des feindts stadt Herzogenbuscb scbier in dieselbe nott gesetzt. Baldt damacli 
ist S. 6. fur ein ander scbantz , so der feindt zwiscben Breda and dem Mebr an dem Canal gd^ 
damit alle zuforb ausz Hollandt möcbte gewebrt werden, gerückt, dieselbe gleicbfals mit glück 
erobert, und fiirter uff Steenbergen strax zugezogoi, damit die Scbiffart zwiscben Dordrecht und 
Seblandt aucb befreict werden möcbte, wie dan zu boffen es solle derselb Ortt, die weil S. G. 18 
cartaanen bey sicb, nit gegen halden'. (Brief van Willem Lodewijk aan Jan van Nassau, van 
den 12den October 1590 (ouden stijl}. — Archief van Z. M.) 



— 3 — 

hebben een merckelijcke quanlileyt van geschut soe van heele als halve 
canons, mette affuyten ende andere gereetschap daer loe dienende daer- 
mede de Staeten niet weynich versterckt sijn, soe om datse te vooren 
Diet veel geschuts (twelke sij inde voorgaende jaeren meest verloorcn 
hadden) om eenige batterie te maecken en hadden, als oick om datse de 
maniere ofte faetsoen niet en hadden, daernaer men alle afTuyten ende 
andere gereetschap maecken moste, twelcke haere werckluyden vuyt desc 
veroverden affuyten lichlelijcken geleert hebben. Sijn Ex'** soude apparen- 
telijck met dese tocht noch wel meer plaetsen veroevert hebben , ten waere 
hij langerhant gepractiseert hadde een aenslach op de stadt Duynkercken , 
dwelcke meynende vuyt te voeren is in t' eynde vande maent van Octo- 
ber daerwaerts geruckt, ende alle sijn volck 'tscheep gebracht hebbende 
lot Oosteynde toe, is van daer te voet voorts geloogen naer Duynkercken 
nemende den pas voorbij Nieupoort, al waer inde duynen gesien sijnde 
bij eenen boer, is den selven boer voor haer tot Duynkercken gecommen 
ende heeft die vande stadt van de comptste vander Staeten volck gead- 
valeert, daer door die van binnen al inde waepenen waeren eer Sijn 
Ex* daer quam, in vougen dat hij niet geraden en vont daer yet aen te 
grijpen, maer is wederomme getoogen, ende heeft alle sijn volck doen 
hibemeren. Geduyrende desen winter hebben de voorn. Staeten haer 
▼olck alles in ordre doen brengen om mette eerste gelegentheyt weder yet 
te mogen aen grijpen , voorts aUe het veroverde geschut prepareren om 
daermede eenige plaetsen te mogen beschieten, oick ponten ende andere 
gereetschap van block ende voorwaegens doen maecken om tselve te lande 
Ie mogen brengen soe wel als te waeter. Van geUjcken hebbense mecle 
Terscheyden alliantien gemaeckt metten Coning van Vranckrijck ende Na- 
vaire, om hen in de begonnen oirlogen legen Spangien te stijven, ende 
daertoe hem seeckere merckelijcke quantileyt van penninghen gelcent. 
Alles om soe te meer den macht van den Hartoge van Parma van haercn 
hak te weeren ende middel te mogen hebben oick yet vuyt te rechten, 
te meer soe de Coninginne van Engelant niet alleen daermede wel te 
vreden was maer oick selffs heml. daer toe versocht hadde. Door dese 



~ 4 — 

cleyne evenementen de Staeten generael voornl geleert hebbende dat sij 
de meeste hulpe cnde middel van haer selven nemen mosten om haer te 
helpen, ten cynde sij niet weder en vielen inde swacricheyden daerinne 
sij ten tijde vanden Hartoge van Alencon ende daernaer ten tijde van 
den Graeve van Leycester geweest waeren, hebben begonnen vaste middelen 
te raemen om niet alleen haer crijsvolck ordinarie te mogen onderhou- 
den, maer oick om te mogen vervallen de extra-ordinaris oosten vanden 
leger, ende te dien fijnen geconsenteert de somme van SOOOOO gulden 
(int begin van den jaere) voor de extraordinaris oncoslen vanden loopenden 
jaere 1591 ende voorts ordre gestelt dat een goet deel van dien soude 
gelevert werden in cruyt ende scharpen, met andere toebehoiren van tge- 
schut, dat oick een goet deel van dien daegelijckx inden leger soude aen 
gelde gesonden werden , om daer aff de daegelijcxe voorvallende behouf- 
ten te betaelen, ende insonderheyt den soldaeten die mette schuppe ofte 
andersins eenige wercken ofte arbeyt in tleger souden doen, ten eynde 
men die mette reede betaelinge tot sulcx te beter soude mogen gebren- 
gen, tsij om schantsen te maecken, quartieren te verseeckeren , ofte ap- 
prochen voor eenige steden ofte sterckten te doen. Ende ten laesten 
hebben geordonneert dat de reste van tvoors. consent soude verstreckt 
werden aen innecoop van deelen balcken ende schuyten (om een scheep- 
brugge daer aff te maecken ende oick inde beddingen van tgeschut ende 
andere approchen te mogen gebruyckt werden) ende tot betaelinge van 
schiphuyren, wagenhuyren, ende peerdenhuyre , ofte eenige andere extra- 
ordinaris lasten. Ende sulcx alle mogelijcke ordre gestelt hebbende op 
haer crijsvolcke, ende den Treyn van de Artelerie, ende vande vivres, 
hebben Sijn Ex"* voerders het vuytvoeren vande saecke bevoelen ende te 
dien eyndc hem Generael del campo gecontinueert , ende alle andere 
officieren vander oorlooge gelast hem te obedieren, Ende hebben hiermede 
verwacht de socle tijt om dan haer macht, tot yet te doen, te velde te 
doen brengen, daerloe sij de proufiijlelijcxste achten de exploicten op 
Zutphen ende Deventer, om datse voor den viant die in Vranckrijck was 
verde vande bant waeren, ende voor haere saecke ende stant seer veel 



— 5 — 

imporleerden. Wat daer op voordcr vuyt gevoert is, hoe ende met wat 
middelen, sal hiernaer in tjournael niet alleen van dese plaetsen, maer 
van veele anderen ten genougen verclaert werden , die alles meest soe 
affgeloopen sijn, dat niet alleen de Staeten generaal voornt. , maer oick 
alle innegeselenen van de Vereenichde Nederlanden God almachtich van 
sijn gegeven ende verleende victorien sonderling hebben te dancken, want 
bet wonderlijcke wercken sijn die Hij thaeren voordeel met sijn starcke 
arm in corten tijden gewrocht heeft, ende heml. die te vooren bijnaest 
?an benautheyt versmacht waeren, weder ruymte gegeven om haeren 
adem te verhaelen, ende haer saecke tegen beuren viant te verseeckeren , 
jae middel gegeven om andere monarchen heerlijcken te mogen assisteren 
als vuyt volgende deduclien verstaen sal konnen werden. 



VAN DE BELEGERINGE VAN ZÜTPHEN. 



Sijne Ex*** l>evel gegeven hebbende aen alle oversten ende capiteynen van 
Crijsvolcke, omme hem met heur onderhebbende soldaeten te laeten vinden 
tegens den xxiiij"" may 1591 * ontrent de stadt Rhenen, inde landen 
van Utrecht, vuytbesondert tvolck dat vuyt Vrieslant ende vande Vèluwe 
conunen soude, wien loopplaets gegeven was ontvent Hattem op Veluwe, 
is den xxij" may vuyten Haege naer Utrecht verloogen, ende den xxiiij" 
van Utrecht naer Rhenen, alwaer ten selven daege arriveerden opden avont 
xix vendelen voetknechten ende viij vaen ruyteren vuyte quartieren van 
Brabant, Heusden, Warmen etc. Voorts was bevel gegeven aen den Colon- 
nel Francois Vere *, ende den Graeve van Valckesteyn *, omme mette 
ruyteren ende knechten van tquartier Zutphen ende Overyssel de stadt te 
berennen tusschen den xxiij" ende xxiiij*" des nachts, twclck bij hemluyden 
gedaen werdende is den selven nacht tfort, gelegen over twaeter tegens 
de stadt over met een ruse militaire inne genomen bij negen soldaeten, 
de vijff gecleet in vrouwe cleederen ende de vier in boere cleederen bren- 
gende in tselve fort salaede ende andere eetwaeren te coope, ende alles in 



' Bij alle in dit werk Toorkomende data is, wanneer het tegenovergestelde niet uitdrakkclijk 
wordt aangegeven, de nieuwe stijl gebruikt. 

* Sir Francis Vere, de opperbevelhebber over het Engelsche hnlpkorps. 

* Johan Philips Graaf ?an Valckesteyn, Heer tot Oversteyn en Bruck, was O verste- Luitenant 
van den Graaf van Nieuwenaar, van wien hij commissie had ontvangen den lOden Maart 1589, 
ouden stijl. (Commissieboek van den Baad van State, van 1588 — 1591, ingevoegd tusschen bl. 70 
en 71.) — Ka den dood van den Graaf van Kieuwenaar kreeg hij voorloopig commissie om te 
kommandeeren over het krijgsvolk in het k^-artier van Zutphen, terwijl hem tevens de kompagnie 
van den overleden Graaf gegeven werd. (ld., bl. 99.) — Zie over zijne begrafenis en zyne nage- 
laten schulden de Ingekomen brieven van de St. Gen. van 1 Julij 1591 en 31 Julij 1591. (Rijks Arcb.) 



Übrt sijade, hebben hem daer van lichtelijck meester gemaeckt, overmits 
daer niet dan xiij mannen inne waeren, daer aff sij eenen, die de schilt- 
vacht hielt, doot geslaegcn hebbende, hebben de andere xij gevangen 
genomen. 

Den xxv*' may Sijne Ex'** gedaen marcheren hebbende meest alle het 
Tolck de Veluwe over naer Zutphen, is sclffs met sijn treyn naer Arnhem 
gevaeren, ende aldaer middachmael gedaen, voorts ten selven daege ontrent 
Zutphen geconmien, daer oick dien nacht arriveerde tvoors. volck soe te 
paerde als te voet, mitsgaeders tregement van Graeve Willem van Nassau % 
met X vendelen knechten, van den Oversten Groenevelt * met negen ven- 
delen knechten, ende van den Oversten Dorp ' met vijff vendelen knechten. 

Den xxYJ" passeerde men met twee ponten verscheyden ruyteren vande 
westsijde opde oostsijde vande IJsele die aladvenant sij over quaemen de 
stadt vande lantsijde met d' anderen diese herent hadden naerder besloo- 
len. Ten selven daege werde de brugge begonnen te slaen, een halff 
quartier mijls boven de.stadt, met pleyten tot dien eynde bestelt, dwelcke 
soe naerstich op gemaeckt werde datse den xxvij*" voor negen vuyren al 
gemaeckt was, in vougen dat ten selven daege passeerde alle het voet 
volck, die de stad terstont naerder ende naerder beslooten, ende bleeff 
Sijne Ex*^* leggen opde oostsijde vande brugge ende de suytsijde vande 
stadt met sijn guarde een vendel knechten vanden gouverneur vanden 
Briele ^ ende het regement van Gracff Philps van Nassau ', met vj ven- 
delen voetknechlcn. In tsclve quartier laegen noch sevcn vaen ruyteren. 



> Willem Lodewijk, Graaf van Nassaa, Stadhouder van Friesland. 

* FlorU van Groenevelt was den 298ten December 1590 aangesteld tot Overste ter repartitie van 
Utrecht; hg was een zwager van Herangière, die met zijne zuster Maria van Groenevelt gehuwd was. 

* De hier bedoelde is Willem van Dorp, die, even als verscheiden andere leden van zijn beroemd 
geslacht, tot de beste kr^gsbevelliebbers van dien tyd gerekend kan worden. Hg behoorde tot de 
veibonden edelen, nam deel aan de inneming van Brielle, verliet later de krQgsdienst en werd 
Bayaw van Delfland en Schout van Delft. In 1589 vinden w\j hem echter weder op een staat van 
bet krijgsvolk vermeld. U\j werd den dden July 1592 voor Steenwijk doodeiyk gekwetst en stierf 
twee dagen later. 

* De toenmalige Gonvemenr van den Briel, eene van de pandsteden, die aan Elisabeth by het 
tractaat van 1585 waren ingeruimd, was Milord Borris. 

* Philips van Nassau, de broeder van Graaf Willem Lodewijk. Hij was de derde zoon van Jan 
XI (de Oude) en Ëlisabeth Gravin van Lcuchtenberg , ec den Istcn December 15G6 te Dillenburg geboren. 
In 1387 was hij tot Gouverneur van Gorkum benoemd. Hy stierf den 2dcn September 1595 ten 
gerolge van eene wond, die h\j in het ruitergevecht aan de Lippe bekomen had. Zie aangaande zijn 
karakter Duyck's Journael, II Bock, den 2den September 1595. 



— 8 — 

te wccteii de vacn van Sijn Ex***, Voisin % Paul» Bacx, Mareelis Bacx *, 
Chinsky % Etmont * ende Lepini *. Tusschen Syne Ex*** ende de stadt 
lach Sijn G. Graeff Willem van Nassau met tVriesche regement van de 
voors. X vendelen. Tusschen tVriesche regement ende de maladerie, ge- 
naempt Magdalene, opde suytoostsijde van de stadt lach den Oversten 
Dorp met vijff vendelen knechten. Opde oostsijde vande stadt aen de 
voors. maladerie, ten wedersijde van de Berckel lach tregement vande 
Engelschcn met xiiij vendelen voetknechten , van Brederoode • met vij 
vendelen knechten, ende van Groenevelt met ix vendelen knechten, heb- 
bende bij hemluyden x vaen ruyteren, te weeten den Graeve van Valcke- 



* Deze ?aan ruiten was eigenlek die ▼au den Prins van Espinoy, die haar niet in persoon 
aaDToerde, maar het hevel daarover opgedragen had aan Pierre de Voisin. Na het overlgden van 
den Prins van Espinoy werd de vaan den Sisten September 1594 aan den tienjarigen Frederik 
Hendrik gegeven ; Voisin was in het vorige jaar gestorven. (Commissiehoek van den fiaad teh 
State, van 1591—1599. hl. 90 verso.) 

' De bi'sle en volledigste herigten aangaande deze heide hroeders. de heroemdste, ruiter-kapi- 
teinen, die de Staten ooit in hunne dienst gehad hebben, worden gevonden in eene mededeeling 
van den Kolonel van Emdcn . opgenomen in de Kronyk van het Historische Genootschap te Utrecht 
1859, bl. 173 en volgg. Nadere opgaven omtrent het geslacht Bacx vindt men in dezelfde Krooyk 
1800, bL 220 en volgg. 

* Burcbart van Kinsky of Chynsky was Ritmeester over eene vaan van 200 ruiters. (Staet 
van het Crijchsvolck tegen woordich in dienste van de Vcreenichde Provintiën wesende, van 1587; — 
id., van 1588 en 1689. — Kijks irchicf, M. S.) -— H^ stierf den 8sten September 1595 tenge- 
volge van de wonden , die hij zes dagen te voren in het noodlottige ruitergevecht aan de Lippe 
hekomen had. Zijne vaan werd drie maanden later aan Wessel van Boctselaer g^even. (Commis- 
siehoek van den Raad van SUte, 1591—99, hl. 114.) 

" Sir V^illiam Edmond was een soldaat van fortuin, van Schotsche afkomst. Den lOden Jon^ 
1.ÓS9 werd hem het oprigten eener kompagnie van 60 lanciers opgedragen. (Commissiehoek van 
den Raad van State, van 1588 — 1591, bl. 85 verso.) Hij was b^ nagenoeg alle krijgsondememingen 
tegenwoordig; den Uden Junij 1599 volgde b^ Murray op als Kolonel van de Schotsche hulptroe- 
pen (ld., van 1591 — 1599, bl. 214), behoorde in 1G02 tot de verdedigers van Ostende, en sneuvelde 
in 1606 hg het verdedigen van Rijnbcrk. 

• Philippe de Lespine voerde sedert 1586 het bevel over eene kompagnie harqnebusiers. 
(Commissiehoek van Leicestcr, bl. 6.) In Januarij 1593 stierf hy aan de gevolgen eener wond, hem 
door een neef van Potlis, vermoedel^k in een tweegevecht, toegebragt. 

• rioris van Brederode, Heer van Cloetingen, zoon van Reinoud IV, den twee en twintigsten 
heer van Brederode en van Maria van Doome , komt reeds voor op een • Staet int corte van het 
voetvolck ende peertvoick» van den 19den Augustus 1579, als bevelhebber over een vendel. In 
1586 de krygsdien.^t verlaten hebbende (Commissiehoek van Leicestcr, bl. 81), maakte h\j in 1588 
deel uit van het gezantschap naar Christiaan IV van Denemarken. In het volgende jaar werd h\j 
weder by het leger aangesteld in den rang van Overste-Colonnel. (Zie hiervoren de Inleiding, bl. LI.) 

iH(j stierf in 4^99 \e Heusden, ali Gouverneur van die vesting en van de onderhoorige forten. 



— 9 — 
steyo, Sleyer ', Baelen *, Barchon ', Dubois *, Putlis •, Sidney, Vere, 



' Uardtman Sleyer werd in Maart 1590 Ritmeester over de vaan Daitsche roiters van wfjlen Chn8« 
toffel Wttlff. (Ck>mmissieboek van den Kaad van State van J 688— 1591, bl. 111.) Reeds in November 
1591 werd hij gecasseerd en ging tot de Spanjaarden over, die hem later ook nit hunne dienst 
ontsloegen.) Zie ook over hem den brief van Fr. Schwartz aan Oldenbarnevelt van den 268teQ 
Jnnij, bij Bor. XXX, bl. 700.) 

^ Godard van Balen, de oude vos, zoo als van Reyd hem noemt, was een der beste Rit- 
meesters van het Staatsche leger. Op den • Staet van tcrychsvolck » van 1585 komt hfj reeds als 
Bitme^ter voor; sedert 24 Augustus 1588 voerde h^ eene vaan Duitsche ruiters aan. (Commissieboek 
van den Raad van State, van 1588—1591, bl. 27.) Den 12dcn Mei 1597 werd hg op zgn ver- 
loek uit de dienst ontslagen en zijne vaan aan Godert van Batenburg gegeven. (Commissieboek 
id., van 1591 — 1599, bl. 143.) Binnen de twee jaren evenwel (24 April 1599) werd hem opge- 
dra^n eene kompagnie van honderd curassiers te ligten en aan te voeren. (Id., bl. 207.) Met deze 
ruiters redde hg in het volgende jaar het geschut bg Nieuwpoort. 

' Guillaume de Preit, gezegd Barchon, Seigneur de Noumany, was een van de trouwste aan- 
hangers van Willem van Oranje. By den togt over de Maas had h\) het bevel over het geschut 
des Prinsen, en in 1571 werd hg door dezen aangesteld tot zgnen Gouverneur en Algemeenen 
Stedehouder in het prinsdom Oranje. (La Fise, Tableau de Thistoire des Prinoes et Principaute 
dOraage, pag. 384.) Later kwam hij weder hier te hmde terug, en werd hem in 1586 door 
Ldcester opgedragen, «pour en absence du conté de Meurs, Gouverneur de la ville, villes et pays 
de Utrecht, commander aux gens de guerre y estans en gamison de quelque nation ils soyent an- 
gloise ou aultre. (Commissieboek van Leic. , pag. 108.) In 1595 presideerde hij , bigkens den Staat 
vao Oorl(^, «de saken van Justicia in den crgchsrade int leger», en den 4den Augustus van het 
Tolsrende jaar stierf hij, na als Vice-Maréchal de Camp met een korps kavalerie een inval gedaan 
te hebben in Brabant, op welken togt hij 22 dorpen verbrandde. Daaronder was ook het dorp 
FWums , waar de toren , op welke de inwoners gevlugt waren , in brand werd gestoken. Eene 
Truuw wierp zich met haar kind van boven neer , • et l'horreur de tel spectacle » , zegt La Pise 
(p^. 644) • frapa tellement Tesprit de Barchon , qu*il luy fut present jusques k sa mort survenue 
tost après*. Duyck zegt ook, dat hij « (sedert den laesten tocht bg hem in Waesbrabant beleyt, 
ende dat de menschen te Fleru also van den toom sprongen, met een gestadige frenesie over 't af- 
springen van een vrouwe gequelt was. « (Journael, III Boek, 4 Augustus 1596.) 

^ Wemer van den Honte, gezegd Dubois, Heer van Est, een waardige krijgsmakker van de 
Baexen, wordt reeds in 1575 vermeld. In 1589 werd hem het bevel over eene kompagnie lanciers 
gegeiren. Hij woonde de meeste gevechten van zijnen tijd bij, en werd in 1607 in den Tielerwaard 
door vijandelijke stroopers, aan welke hij zich niet wilde overgeven, doodgeschoten. 

De sententie van zijn moordenaar Creurt Geurtsz is te vinden in • Notitie van 't geene Inden 
Crijchsrade der Vereenichde Nederlanden Remarcquabels gepassecrt is zedert den Jaere 1597 • , bl. 
39. (Eigendom van het Friesche genootschap van geschied- , oudheid- en taalkunde. — Zie het 
32stc verslag, bl. 376, N^ 31.) 

• Dito Gans Vrijbeer van Potlits werd in Maart 1690 bevelhebber over de vaan ruiters 
van den overleden Maarten Schenk, dien hij een half jaar vroeger (21 Augustus 1589) ook als 
SQperintendent over de forteres van 's Graven weert (de Schenkenschans) was opgevolgd. 

Ug stierf aan zgne wonden den 24sten October 1593, binnen Groningen, waar hy in krijgsge- 
vangenschap was. Twee da>^n later werd hg te Leeuwarden begraven. ZQue vaan werd aan Jurien 
CoDtkr gegeven. (Commissieboek van den Raad van State, 1591— 99« hl 71.) 



— 10 — 

Parker eade Pauli \ Over de berckel opde noortoostsijde van de stadt 
lach tregement van Balfour ' met x vendelen voetknechten , aen de noort- 
sijde vande sladt naer d'ijsele toe was tquartier gemaeckt voor den ' 
Graeve van Solms met het Zeeusche regement van viij vendelen voetknech- 
ten , die doen noch niet gearriveert en was. Opde westsijde vande brugge 
lach den drost van tSallant ^ met vier vendelen voetknechten te weeten 
tvendel van Sijn Ex*^* in Overijssel, hopman Wijmbergen, Coen van Steen- 
wijck ende Camphuys. 

Den xxviij" werden opde suytsijde vande stadt de loopgraeven bij schoe- 
nen daege gegraeven soe dicht onder de stadt, dat men van daer met 
musquetten de defensien vande walle vande stadt beletten conde, sooder 
dat die vande stadt daer tegens groeten weer met schieten deeden, ab 
niet dan twee schooten met een valckonet schietende, ende eenige met 
musquetten, sonder oick vande onsen meer als vier ofte vijff te treffen, 
daer onder was den lieutenant vanden Gaptn. Assuerus van tyriesche 
regement. Doch ten selven daege opden achtcrnoen den Grave van Valcke- 



^ De vier laatstgenoemde vanen behoorden tot de miterQ van het Engelsche holpkorpa. 

* Bartel Balfonr, bevelhebber over de Schotsche kompagnieën , welke de Staten in hunne dienst 
hadden, was sedert vele jaren reeds hier in het land. In Janaar|j 1594 werd hij ten gevolge van 
oneenigheden over de betaling, nit zQne betrekking ontskgen. 

* George Everhard, Graaf van Solms, heer tot Munzenberg en Somervelt, was de tweede 
zoon van Emestns van Hohen Sohns and Lich. H|j was geboren den SOsten July 1668, en tmd reeds 
op z\jn v^ftiende jaar in dienst van de Staten van Zeeland. In 1588 werd hg Overste en Kolonel 
over v\jf kompagnieën paarden , en kort daarna • Overste over alle het crygsvolck j<^nwoordich in 
Zeelandt zgnde, ofte datter noch naermaels zal werden gezonden*. Hij woonde meest alle togten 
en belegeringen by. Na de overgave van Hulst, waarvan hg sedert 1591 Gonvemeur was, ontnamen 
de Staten van Zeeland hem het opperbevel over hunne troepen, waarop de Generale Staten hem den 
29sten Jun^ 1597 tot Overste- Kolonel aanstelden. (Commissieboek van den Raad van State, 
1591 — ^99, bl. 150.) In 1602 naar Duitschland gereisd zgnde om 2400 ruiters te ligten, stierf hQ 
in datzelfde jaar te Arensberg in Westfalen. H\j was in 1594 gehuwd met Sabina, dochter van 
Lamoraal van Egmont. 

" De Drost van Salland was regtens voorzitter van de Ridderschap en steden, representerende 
de Staten van Overgssel. De hierbedoelde Drost was Jonkheer Gerard van Warmelo, die in 1584, 
nit een voorgedragen drietal, ter vervanging van Eggerik Ripperda, door Willem I was gekozen en 
aangesteld ; hij deed den 27sten Julij van datzelfde jaar z^nen eed , en heeft den lande voortdurend 
groote diensten, ook als krygsbcvelhebbcr , bewezen. Hg voerde hot bevel over het krggsvolk in 
Overijssel, en was bovendien Kapitein over een vendel voetknechten van 150 man, en Ritmeester 
ov3r eene vaan van 100 Duitsche ruiters. (Commissieboek van den Raad van State, van 1591 — 1599, 
bl. 16 verso en 65 verso.) Hij stierf in 1610 en werd als Drost van Salland opgevolgd door Hendrik 
Bentinck tot Werkeren. Van de Spaanschc tijde was ook een Drost van Salland aangesteld , welk 
ambt in dien tijd (van 1580 tot 1621 of daaromtrent) bekleed werd door Otto van Ëgmond. 



— 11 — 

steyn aengeseyt sijnde, dat eeaige vande stadt opde noortoostsijde vuyl' 
gefallen waeren, ende dat den Colonnel Vere daer henen gegaen ^'asomme 
tegens hemluyden te schermuisen , is hij te paerde geseeten, ende den 
grooten wech naer de stadt toe gereeden, niet wcetende dat Vere ter 
sijden aff in tvelt was, ende siende aldaer een soldaet vande stadt die 
hem wal verre bloot gegeven hadde is in volle carrriere daer naer geloo- 
pen, ende denselven soe naer gecommen ende innegeloopen , dat hij twee 
ofte driemael metter hant naer hem greep , ende sulex commende in seeckere 
embuscade treften vijflT musquettiers gelijcken op hem aflf, nochtans sonder 
hem te raecken, waerover hij den anderen bijden arm greep, meynende 
hem gevanckelijcken wech te leyden , doch seecker musquettier aldaer mede 
sijnde, schoot hem in twederkeeren door thooft, soe dat hij terstont dool 
vanden paerde viel, ende is daechs daer naer vervoert naer Arnhem omme 
aldaer begraeven te werden. 

Den xxix" was Sijne Ex*** besich met de bedden te doen maecken, 
daarmen het geschut planten soude. Ende werden doen des morgens ge- 
schooten den captn. Graevesteyn % onder tvries regement, die inde loop- 
graeven te paerde sittende, hem te seer bloot gaff, van welcke schoote hij 
ten selven daege starff. 

Ten selven daegen trocken de soldaeten van Sijne Ex*** in vollen tocht- 
oorde, naer de loopgraeven ende de bedden toe daermen het geschut 
planten soude, sonder dat die vande stadt oick hem daer tegens met 
schieten ofte andersins sonderlinge setten, ende en quaemen die vande 
stadt dien dach niet vuyt omme te schermutseren , als sij te vooren ge- 
daen hadden. Des nachts tusschen den xxix*" ende xxx*" werde het ge- 
schut inde batterien gebracht ende in tsuyden vande stadt tegens de 
laeste cortine naer twesten toe werden geplant ses heelen ende vier halve 
canons, in tsuy twesten tegens den houck, ende om te flanqueren de 
selve cortine, werden geplant drie heele ende drie halve canons, opde 
middelwaert vande riviere, gelegen ten suytwesten vande stadt, werden 
noch geplant drie heele ende seven halve canons, omme te beschieten de 
weslcortine naer de suythoucke toe, ende oick omme te flanqueren opde 
suytcortine, aen welcke twee cortinen de stadt een hooge muyr hadde, 
ende hadde de suytcortine een buyten leggende nieuwe op geworpen walle 
Tan tamelijcke defensie, dien t'affwerpen vande muyre niet letten en kon- 



' Met dezen Graevesteyn bedoelt de Schrijver den Frieschen hopman Douwc van Grovestins, 
door Bor eveneens verkeerdelyk Doroe van Grovcsteyn genoemJ. (NcJ. Hist., XXVIII, hl. 562.) 



— 12 — 

de, soe die van binnen geresolveert hadden geweest te vechten. Ten selven 
nachte namp den Golonnel Vere inne de molewerflf gelegen opde noort- 
west sijde vande stadl tusschen de sladt ende dlJsele vast aen tbolwerck 
vande waeterpoort vande sladt , in welck innemen ontrent ses Engelschcn 
geschooten werde, ende werde aende selve moclewcrff mede geplant twee 
halve canons (28 in als) ommc opde waeterpoort ende tvoorsz bolwerck te 
schieten, ende oick te flancqueren de west cortine vande stadt, daer mede 
geraempt was bresche te schieten, ende de stadt alderswackxt was, als 
aldaer niet hebbende dan alleen een oude muyr. 

Den XXX" may vrouch begonst men metle voorsz achtentwintich stiicken 
te schieten, ende werden geschoolen drie voleen, waemaer Zijn Ez*** een 
trompetter sondt om de stadt op te eyschcn, den welcken voor antwoort 
gegeven werde, dalmen een halff vuyre soude ophouden van schieten, 
ende sij souden hem antwoort geven, t Halff vuyre werde vertrocken tot 
een vuyre, daerover Sijn Ex*^* nochmael sont off sij den Ilcerc van Dort 
wilden hooren spreccken, antwoorden die van binnen, dat men noch een 
weynich vertoeven soude. Eyntelijcken hebben den trompet voor antwoort 
geseyt, dat Sijne Ex'** twee capiteynen inde stadt senden soude, sij wil- 
den weder twee vuyt senden, omme met Sijne Ex*** te spreecken, twel- 
cken achtervolgende in de stadt gegaen sijn, den ritmr Risoires * ende 
den captn Lennep, ende is vuijt gecommen Deckma met een Fourneau 
captn van voetknechten , seggende dat sij de stadt wel wilden stellen in 
handen van Sijn Ex***, mits dat men heml. vergunde tijt van ses daegen, 
omme Verdougo hier van te verwittigen. Soe sij ontset kregen soude het 
accoort off sijn , soe niet souden sij vuyt trekken , gelijck sij daer inne 
gecommen waeren: twelck Sijn Ex'** geheel affsloech, ende naer veel pro- 
poosten sontse weder naerde stadt, hen gevende noch een vuyre van bc- 
raet, om daer t'eynde hem bescheyt te scggen, off sij de stadt terstont 
wilden geven in sijne handen dan niet, daer bij vougcnde dat de sleute- 
len daer stonden (meyncnde het geschut) om mode inde stad te commen. 
Eyntelijcken naer dat tvuyre wel tot twee vuyren verlengt was, sijn dselve 
twee gecommitteerden weder gecommen, ende hebhen met Sijn Ex'** ge- 
handelt, dat de stadt van dien dacge hem soude overgeleverl werden, 
ende dat de soldaeten souden vuyt treckcn met vliegende vendel, slaende 



' Lamorael van der Noot, Heer van Risoires yoerde het bevel over de vaan ruiters van Prins 
MauriU. Den Isten Febroar^ 1599 werd hem die vaan ^gcven. (Commissieboek van den Raad 
v»n Stite, vao 1691«-1599» hL 196.) 



— 18 — 

trom, bernende lonten ende met pack ende sack, sonder anders gerecher- 
cheert te werden, ende sijn de gecommitteerden voorts inde tente van 
Sijn Ex*^ gegaen haer middachmael eeten. Onder anderen was noch ge- 
stipuleert dat den Gouverneur genaempt Louckema, ende de capiteynen 
souden mogen blijven noch drie daegen inde stadt omme heure saecken 
Ie beter te bestellen ende haer goederen packen \ Welck accoort alsoe 
gemaeckt is door een sonderlinge schrick die van binnen was ende twijfflel 
vande stadt niet te mogen houden, gecauseert bijde weynichte van tvolck, 
als egeen ses hondert mannen soe te paerde als te voet ten vollen sterck 
sijnde, mitsgaeders oick gebreck van cruyt omme twelcke sij haer geschut 
niet en konden gebruycken, alles soe sij seyden. Dan is te vermoeden, 
dat sijluyden groote rovers opde Veïuvve ende tlant van Utrecht geweest 
sijnde, niet anders gcsocht en hebben dan haeren buyt te salveren. Niete- 
min hoe dattet is, hebben de gecommitteerden weder in stadt commende 
ons voick innegelaeten , ende sij sijn alles vuytgetrocken vuytgesondert 
Deckema, ende de huysvrouwe van Louckema, sonder dat de walle aen 
de suylcortine eenichsins beschaedicht was, ofte oick de muyre aldaer ofte 
aende westsijde doorgeschooten was. Ende de stadt over sijnde, werde 
daerinne bevonden een halve canon, een drieling van een canon, ende 
5CS valckonnetten , met noch seven tonnen bospolvers. Vuyte stadt sijn 
vanden viant getrocken omtrent tsestich carabiner ruyteren sonder vaen, 
ontrent vierhondert tseventich voetknechten , ende veel soldaetenvrouwen , 
met noch twee paepen, ende drie monicken alles in twaerlijck gecleet *, 
ende en is dien dach niemant inde stadt gecommen , dan alleen tvendel 
vande garde van Sijn Ex**' , omme sulcx de pilgagie te verhinderen , niet 
tegenstaende de soldaeten vande burgers in heur accoort in t'alderminste 
niet vermaent en hadden. Doch Sijne Ex*** wcetende hoeseer de stadt 
bedurven, ende de burgers verarmt waeren, en heeft hemluyden niet 
voorder willen laeten bederven, ende was de stadt inder waerheit soe 
verdestrucert , datmen niet seggen en conde dit is noch een heel huys, 
Sijne Ex*^ ten sclven daege inde stadt commende, en heeft oick aldaer 
egeen alteratie van kercksmijten ' ofte anders gehengt gedaen te werden, 



^ De capitulatie is in liaar geheel opgenomen in het Memoriën- en Resolutieboek der stad 
Zntphen, berustende in het Stedelijk Archief aldaar. Zij is ook te vinden in het Register van inge- 
komen brieven van 1591 op het R^jks Archief, bl. 144. 

* In wereldl^k gewaad. 

' Plunderen van de Katholyke kerken. 



— 14 — 

seggende dat op alles metter tijt ordre soude gestelt leerden. Geduyrende 
de handelinge yan t'appoincteren is in tleger gecommen den Graeve van 
Solms met 8 vendelen knechten. 

Den lesten may des smorgens sijn d'vuyt gecommenen van Zutphen voor 
Deventer gecommen, meynende daer inne te commen. Dan en hebben 
die van Deventer sulcx niet gehengt, maer ter contrarie vuyt gesonden 
gecommitteerden, die ontrent ij* vande beste soldaeten (vuyt Zutphen ge- 
commen) vuyten hoop genomen hebben, ende die inde stadt gelaeten, 
omme daer mede heure 14 vendelen die heel swack waeren te verstercken, 
laetende de reste loopen soe meenigen man soe meenigen wech, sonder 
oick yemant van alle de hopluyden inne te laeten, dan alleen Louckema. 

Ten selven daege heeft Sijne Ex*** weder alle tgeschut doen tscheepe 
brengen , ende sijn leger op trecken naer Deventer. Te weeten den Graeve 
van Solms mettet Zeusche regement ende den Oversten Dorp met vier 
vendelen ende den Drost van Tsallant oick met vier vendelen, over de 
westsijde van dlJsele, ende Sijne Ex**' mettet voorder volck d'óostsijde 
van dlJsele, laetende binnen Zutphen, den captn Duvenvoorde met sijn 
compagnie ende met tytel als provisonel gouverneur, met noch de com- 
pagnien van Wijnbergen , Luyt van Bunschooten , ende den jongen Brienen 
van tregement van Groenevelt. 

De viant vernemende de compsle van Sijne Ex*** heeft verlaeten thuys 
van Nieubeeck * daer hy langen tijt, omme te beter te struyckroven ge- 
legen hadde. Ende dit is tgeene gepasseert is inde belegeringe van Zutphen. 



VANDE BELEGERINGE VAN DEVENTER. 

Sijne Ex*** als voorseyt is den lesten may op treckende naer Deventer, 
heeft de brugge voor Zutphen gedaen opnemen ende aen stukken neerder 
drijven naer Deventer met alle het geschut munitieschepon , vivresschee- 
pen ende soetelaersscheepen , ende opden avont omtrent Deventer com- 
mende heeft in alder ijl aldaer doen maecken de brugge ontrent een 



» Het huis Nyenbeek, Nybeek of Nieuwbeek lag een half uur ten N. O. van Voorst aan de 
Voorsterbeek. Het is bekend als de gevangenis van Reinoud III, Hertog van Gelderland, en wenl 
in 1383 aan Willem van Steenbergen in leen gegeven, in wiens geslacht het tot 1779 bleef. 



— 15 — 

quartier mijls boven de stadt, weicke brugge ten selven avont al weder 
^emaeckt was, datmen daer overtrecken conde. Den yiant heeft den selven 
nacht noch verloopen ende verlaeten beydc de forten leggende opde 
Yeluwesche sijde recht over de stadt, t'een ront ommc beslooten, ende 
Tan tamelijcke defensie, ende het ander van buyten tamelijcken voorsien, 
doch naer de stadt sijde oopen ende ongerampareert \ Sijne Ex*^* is 
met alle sijn volck blijven leggen opde oostsijde vande brugge, ende den 
Graeve van Solms mette sijne opde westsijde vande stadt opde Veluwe. 

Den eersten ende tweeden Junij is niet besonders vuyt gerecht, dan de 
stadt mette ruyteren alleen beslooten gehouden soe veel doenlijk was, daer- 
tegens die vande stadt seeckere lichte schermutsinge deden. Ende Sijne 
Ex^ beraetslaechde hem dien tijt geduyrende off hij de stadt soude aen- 
tasten ende in wat vougen, tsij met ge welt, ofte ala longue, ofte dat hij, 
dien laetende, op een ander soude trecken. De redenen van sijn beraet- 
slaeginge waeren dat men wiste de stadt tamelijcken wel gefortificeert te 
sijne, ende voorsien van polver ende oick tamelijcken van vivres. Oick dat 
graeff Harman Van den Rerch ' daer inne commendeerde met 14 vendelen 
knechten, maeckende mette versterckinge omtrent duysent mannen, be- 
neffens noch ontrent xl lanciers ende soe veel carabijns, hem houdende 
io alles off sij geresolveert waeren de stadt te behouden. Doch, alle difli- 
culteyten overwegen, werde goet gevonden de stadt aen te grijpen tsij met 
gewelt ofte ala longue, naer dat haer de occasie soude toedraegen. 

Dien volgende heeft Sijne Ex*** den iii" Junij de stadt gedoen besetten 
ende besluyten. Te weeten hij met Sijn G. Graeff Willem van Nassau ende 
tregement van Graeff Philps blijvende op de oostsijde van de brugge (die 
ten selven daege een groote musquetschoot naerder de stadt geleyt werde) 
en houdende bij hem ses vaen ruyteren te weeten de sijne, Barchon, 
beide de Baxen, Chinsky ende Etmont, mette garde ende tvendel van den 
Gouverneur vande Briele ende van den heer van Famars ', daermede be- 



* Niet van borstweringen (remparts) voorzien. 

* Herman van den Berg was een van de zestien kinderen van Willem IV, Graaf van den Berg 
en van Maria, de zuster van Prins Willem van Oranje. Hy was Stadhouder van Gelderland voor 
den Koning van Spanje, die hem in 1696 met de Geldersche leenen beleende. 

* Charles de Lévin, Seigneur de Famars, was een van de onderteekenaars van het compromis, 
e& maakte in 1670 en 1672 den oorlog met Prins Willem van Oranje mede. H(j was Gouverneur 
van Heusden en werd in het jaar 1686 tot Generaal der artillerie aangesteld. (Gommissieboek van 
Leif., bl. S7 verso.) H\j sneuvelde in 1692 voor Ootmarsum en werd als Generaal der* artillerie 
door Jan Pieter van der Does opgevolgd. 



— 16 — 

sluytende de geheele suytsijde ?ande stadl. Op de westsyde vande stadt 
sijn gebleven drie vendelen voetknechten vanden drossart van tsallant. Opde 
noortsijde vande stadt aen dlJselc heeft den Colonnel Vere met xiiij ven- 
delen engelschen ende vier vaen ruy teren (te weeten de sijne, Sidney^ 
Parcker ende Pauli) sijn quartier begreepen, hebbende bij hem den Colonnel 
Groenevelt mei seven vendelen ende den Colonnel Balfour met thien ven- 
delen Sehotten mitsgaeders noch seven vaen ruy teren te weeten, Valckc- 
steyn, Sleyer, Balen, Pullis, Dubois, Voisin, ende Lepini. Opde selve syde 
aende galgenberch lach de Graeve van Solms met acht vendelen voetknechten 
ende Brederode met seven vendelen. Aende oostsijde aen de maladerie 
leyt den Oversten Dorp met vier vendelen. In vougen dat opde suytsijde 
vande stadt bij Sijne Ex*" sijn xix vendelen voetknechten ende opde noort- 
sijde xlvj, maeckende met d'anderen te saemen wel omtrent ix duysent 
voetknechten ende de ruytcren maecken in alles xvij vaen, wel monterende 
tot XV* goede vuijtgelezen ende vechtende paerden. 

Den iiij " Junij werde niet lK?sonders gedaen dan de quartieren perli- 
nentelijcken beslaegen. Doch deden die van de stadt een vuytval met on- 
trent L paerden ende quaemen bijnaest tot tquarticr van Sijne Ex*** toe. 
Daer tegens de ruyteren van Barchon, Etmont, Sijne Ex*^ ende Marcelis 
Bacx mede vuytcommende vervolchden d'andere met sulcken aenloop, dat 
sij onvoordachtelijcken hen worpen in seeckerc embuscade van musquettiers^ 
die met meenichte op hen schooien , mitsgaeders oick seeckere groff stucken 
vuyte stadt, die veel quaets onder Ivolck van Sijne Ex*** deden. Want daer 
wel bleven vier ruyters doot ende eenen gevangen, ende wel twaelff paerden 
doot ende noch soe veel gequest, ende onder anderen werden mede door 
thooft doot geschooten de lieutenant vanden ritmr. Etmont. Ende soude 
de viant noch veel meerder schaede hebben mogen doen. soe haere mus- 
qnettiers hadden blijven staen, dan die mede beginnende naer de stadt te 
loopen , ende over dese sijde de retraicte geslaegen wordende , is alle voorder 
schaede voorhoet. 

Ten selven daege maeckten alle de quartieren seeckere Iranchecn, daer 
mede sij henluyden tegens een schielijckcn aenloop beschantsten. Tusschen 
de iiij*" ende v*" des nachts werden voorbij de stadt gebracht seeckere 
quantiteit van pleyten , omme beneden de stadt mede een brugge te slaen , 
daer op die van de stadt schietende egeen sonderlinge schaede en deden , 
als niet dan eenen man doot schietende, en eenen anderen quetsende. 

Den v*° werden alomme de begonslen trancheen ende wallingen vol- 
maeckt , ende begonstmen de brugge beneden de stadt , een quartier 



— 17 — 

mijk Tan dien ie slaen, die oick ten selven daege soude Yolmaeckt ge- 
weest hebben, bij soe verre daer pleyten genouch waeren geweest, waer- 
door men snachts daernaer weder eenige jachten ende ponten moste doen 
affdrijven, omme de brugge te vobnaecken, 't weick gedaen is, ende is 
doea weder een man geschooten. Ten selven nacht heeft Sijne Ex*** op 
de suytsijde van de stadt seeckere approchen doen doen, recht over de 
havenpoorte , ende heeft soe opde bleyckerie als in de waetermoelen buyten 
de sladt aen de selve sijde leggende, gelogeert ses vendelen voetknechten , 
Ie weeten 't vendel vanden gouverneur vanden Briele , ende vijff andere soe 
TTiesche als van tregement van GraefF Philps, ende dat soe dicht onder 
de sladt, dat sij met musquetten de defensien van de muyren konnen 
beletten, maeckende haer loopgraeven soe diep dat die van de stadt haer 
niet en konnen krencken. Noch heeft Sijne Ex*** twee vendelen van den 
Drost van tSallant in sijn quartier getrocken, beneffens noch 't vendel 
Tan den heere van Famars, ende heeft alleen een vendel gelaeten in 't 
fort opde westsijde van de stadt. 

Den yj" heeft 't volck van Sijne Ex*** haere loopgraeven verdiept, ende 
geprepareert omme haer beter daer inne te mogen onthouden. Ten selven 
daege is de brugge over de noortsijde van de stadt volmaeckt geworden, in 
Tougen dat men de stadt kan rontsomme begaen ende berijden. Die geene 
die gelogeert sijn opde noortsijde , van de stadt, hebben ten selven daege ge- 
maeckt seeckere schantskens ende loopgraeven omme vuytet engelsche quar- 
tier te mogen vrijelijcken commen in tquartier van den Graeve van Solms , 
lusschen welcker quarlieren gemaeckt sijn drie forten, dienende de forten 
omme te beletten datter niemant vuyt ofte inne de stadt en soude mogen 
commen, ende de loopgraeven om malcanderen vrij te mogen helpen. Gelijcke 
loopgraeven sijn ten selven daege begonnen van 't quartier van den Graeve 
Tan Solms naer tquartier van Dorp, ofte naer de berchpoorte toe. Noch heb- 
ben de soldaeten opde suytsijde van de stadt bij schoenen daege begonnen 
Ie graeven inde conterscherpe * van de stadt ende sulcx te beletten dat 
de viant niet meer vuyt de poorte aen dier sijde staende conde conmien, 
jae hebben innegeloopen de grachten van seecker steenen huysken staende 



' Het woord contre-scharpe wordt door Dnyck altijd roor • bedekte weg* gebezigd, £00 als 
tnmweof in z^nen tgd algemeen gebruikelijk was. Van Meteren zegt in zijne verklaring Tan de 
• TTeemde krijgbsche vocabnlen», die in zijn werk voorkomen: «r contrescharpe is een buyten-weer 
om de gracbten te besebermen , so gemaeckt dat men bet volnk daer acbter kan bergen , ende voor 
Kboyns nedergaende, om tsdve vande walle, en van bem selven te mogen beschermen». 
L 2 



— 18 — 

vast aende berchpoorle, daer de vianl gelogeerl was, waer door de vianl 
tselve huysken heeft moeten iu brant sleecken ende naer de stadt verloopen. 
Ten selven daege sijn geweesl omtrent drie hondert paerden van tregement van 
Verdougo, lot ontrent een niijle over dese sijde van der Schoelenborch *, 
hebbende eick paert voor op een saxken met polver, omnie tselve inde 
stadt te brengen, dan en sijn omtrent de stadt niet gecommen, maer 
weder naer der Schoelenborch gekeert, sonder dat men weet waeromme 
ofte wat advertissement sij mogen gehadt hebben. Doch hadden sij naer- 
der gecommen, sij souden werck gevonden hebben, omme redenen dat 
aen die sijde daer sij souden hebben moeten commen , alle daechs ende 
alle nachts, drie cornetten paerden waecken, behalven het voetvolck. 
Hiervuyt staet wel te vermoeden , datter soe veel polvers in de stadt niet 
,en is, als de gevanghenen wel willen seggen, maer dat daerinne, ten 
minsten vrese van gebreck is, in sonderheyt soe sij desen dach, niet met 
groff geschut geschooten en hebben, als sij bevoorens gedaen hadden, 
ende wel hadden bequaemelijcken mogen doen, overmits tvolck van Sijn 
Ex^^ in vollen tochtoorden naer de loopgraeven trocken , ende die geene 
die daer inne waeren in gelijcke oorder weder daer vuyt toogen. 

Den vij" werden die van de stadt soe cort gehouden dat niemant ter 
poorten vuyt en mochte, overmits die van de suytsijde eene lange loop- 
graeve geextendeert hadden bij de haven van de stadt heene tot te berch- 
poorte toe, voor welcke poorte in seeckere waetermoelen ende verbrant 
huysken aldaer Sijne Ex**" gedaen logeren hadde vier vendelep voetknech- 
ten, ende in de lange loopgraeve vier anderen, ende hadde oick de wech 
van de selve poorte die heel steenich was met houweelen doen ophouden 
ende doorgraeven , daer tegens die van stadt alleen schooien twee schoo- 
ien met groff geschut sonder yemant te raecken, ende den ganschen dacli 
en dede de vianl anders niet dan met roers ende musquetten van de 
muyr schieten, daer tegens die van buyten weder met musquetten schoo- 
ten. Van gelijcken die van de noortsijde arbeyden ende groeven alles naer 
't oosten toe om vrijelijck te commen naer 't quarlier van den oversten 
Dorp, ende hadden dese twee daegen ende nachten alsoe veel gedaen 
datter egeen wech, berch , ofte velt meer en was, daer over men naer 
de' stadt soude hebben mogen commen, dat niet doorgegraeven ende aff- 
gesneden was, vuytbesondert een ofte twee passen, daer de quartieren op 
geleyl ende gefortifieert waeren, soe wel tegen die van buyten als die 



1 Het Ilias de Schoelenborg lag ten zuiden van Ommen, aan de Begge. 



— 19 — 

Tan binnen, beneflens dien extendeerden die van de selve sijde heur 
graeren naerder de stadt, omme die van de stadt oick van die sijde 
moyte te maecken. Ten selven daege begonst men van de suytsijde Ie 
graeven, recht aciuer de lange loopgraeff omme de bedden van tgeschut 
te maecken , ende sulcx de heele cortine aen die sijde , te vt^eeten van de 
Riviere aff totte berchpoorte toe, te beschieten en aff te werpen, is van 
gelijcken geraempt eenich geschut in twesten over de riviere te stellen, 
omme te beschieten de suytwesthoucke van de stadt, ende voorts te 
flancqueeren de heele suyt cortine, mitsgaeders de santpoorte, ende dien 
volgende sijn ten selven daege opde Veluwesche sijde op lant getrocken drie 
heele ende vijff halve canons , ontrent de brugge boven de stadt gelegen. 
Ten selven daege werde oick eenich volck gelogeert in tweede fort over 
de stadt leggende, twelck naer de stadt sijde open was, ende eenichstns 
innegedolven , ende opgeworpen werde tegens de stadt, omme vrij daerinne 
te mogen sijn. 

Den viij" werden alle approches van alle oorden naerde stadt toe ge- 
daen ende de bedden gedresseert omme tgeschut te setten, te weeten tot 
Ihien stucken opde westsijde van de stadt over twaeter, ende tot achthien 
stucken opde suytsijde, oick aen twaeter, ende werden ten selven daege 
opden morgen alle de bedden gemaeckt, die vande stadt tselve siende 
ende met schieten niet belettende. Immers opde middach werden inde 
batterie van de thien stucken staende over twaeter gebracht ses stucken, 
daer tegens die van de stadt niet dan drie schooten met een valckonet en 
schooien sonder yemanden te raecken, des nachts daer aen volgende wer- 
den alle het geschut inde batterien op sijn bedden gebracht. Tenselven 
daege werde gesappeert op de suytsijde vande stadt naer de haeven toe, 
io meyninge die bedeckt opde haeven te brengen, ende seeckere brugge daer 
te maken, dan bleeff tselve werck daer steecken. 

Den ix" des morgens voor sonne opganck begonst het geschut te schieten , 
ende schoot men seven voleen, waer naer men de stadt op eyschte, dan 
gaff Graeff Harman voor antwort, dat hij een soldaet was, dat hij de 
stadt voor den Coning hiel, ende daerinne sterven wilde, daerop de bat- 
terie deste heftiger begonst te speelen omme bresche te maecken ten 
wedersijde van seecker rondeel staende aen de suytwestsijde van de stadt, 
ende voorts van trondeel aff totte sandpoorte toe, in vougen dat sij voor 
de kloeke thien vuyren geschooten hadden over de drie en twintich hon- 
dert schooten, ende doen begonstmen slappelijcken ende allemet te schie- 
ten lot ontrent drie vuyren toe, ten welcken tijde quaemen tien vendelen 



— 20 — 

Engelschen (die de poincle versocht hadden) ende ses vendelen Schollen, 
omme aen den storm te gaen. Doen begonst d'artellerie te haesler te 
schieten, ende in sonderheyt soe de ponte affdreeff met de brugge, die 
men in de mont van de haeven (leggende opde suytsijde van de sladt) 
wilde brengen , omme daer over te stormen , want doen lieten die van 
binnen beur bravelijck opde bresche vinden schietende met musquetten, 
naer de geenen die de brugge aen brachten met sulcke furie , dat men 
nauwelijcx hoiren ofte sicn konden, ende schooien oick eenige die de 
brugge aen brachten dool, soe bootsgellen als soldaeten. Daer werden 
door den arm geschooten den brugm Corn. Maes , ende noch door Ibeen 
geschooten ende in den arm gequest captn. Teeus scheepscaptn. , die vuyle 
ponte met een aeck aen tlant voer, ende bracht de coorde aen lant, daer 
mede men de pont ende brugge inde haeven tooch, niet tegenstaende tge- 
schut van buyten soe furieuselijck opde bresche schoot als het konde. 
Daernaer begonsten de Engelschen te marscheren naer den storm ende 
waeren al wel dertich mannen over de brugge aen de bresche , dan soe 
sij niet wel vervolcht en werden keerden weder te rugge, ende niet kon- 
nende commen opde brugge (die wel vijff voelen te corte was) sprongen 
in twaeter, eenigcn hen soo salverende inde ponte, ende anderen daer 
doot geschooten wordende , waermede , ende omde cortheyt van de brug- 
ges wille, de soldaeten verschrickt sijnde (soe het scheen) niet aen en 
konsten, omme twelcke te remedieren de capiteynen ende officieren hen 
voor gingen, ende in sonderheyt twee vendeldraegers , (d'eene van Met- 
kercken * , die de voortocht hadde , ende d'ander van captn. Lambert * 
liepen met beur vendelen naer de brugge toe, alwaer de captn. Lambert 
doot geschooten werde, doch liep de vendrich van Melkercken over de 
brugge met tvendel inde slinckerhant ende inde rechterhant een coutelas, 



' Nicolaas van Meetkerken , Oyente Laitenant van den Kolonel Oroenevelt, ter repartitie van 
Utrecht, die bij dezen storm doodelijk gekwetst werd, was een van de vier zonen van den gewezen 
President van Vlaanderen, Adolf van Meetkerken, die als hoofdaanlegger van den aanslag der Lei- 
cestersche partij op Leiden, in 1687 naar Engeland gevlagt was. Hoezeer hij nog geen dertig jaren 
end was toen h\j sneuvelde, had hij zich reeds zeer onderscheiden en als Luitenant deelgenomen aan 
de expeditie der Engelschen naar Portugal in 1587. Zijn oudste broeder Anthonis was den 7den 
October 1586 in het beleg van de schans bfj Zutphen gesneuveld. Hunne beide jongere broeders 
Balduin en Adolf dienden mede in het leger der Staten. 

* Charles Lambert, die als Luitenant van Héraugière deel nam aan de verrassing van Breda, 
was tot Sergeant Kligoor van die vesting benoemd. In 1593 werd hem tevens het bevel gegeven 
over eene kompagnie van 150 voetknechten. Later werd h\j Gouverneur van Njmegen, welke be- 
trekking hy tot zijnen dood bekleedde. 



— 21 — 

ende degens de bresche op houdende sijn vendel boven de bresche, daer 
op ende over siende, dan soe hij van nieinant gevolcht en werde, spronck 
weder te rugge ende viel soe van boven needer sonder anders gequetst te 
sijne, dan door den val, ende quam soe met sijn vendel, mitsgaeders 
Ivendel van captn. Lanibert (dat bij een anderen opgenomen ende oick 
over de brugge gebracht werde) voeder bij den gantschen hoop. tSedert 
en quaemen die van buyten niet weder over de brugge, dan bleven schie- 
tende achter ende ter sijde de brugge, omme die te beschermen. De 
meeste soldaelen die daer bleven ofte gequetst werden waeren vande cona- 
pagnie van Vere, daer waeren dooden ontrent twintich, ende wel tsestich 
gequetsten, daeronder Metkercken mede was geschooten in thooft met 
groote pericule van sijn leven, ende sijn broeder geschooten door tlijf, 
ende noch verscheyden engelsche lieutenants ende officiers, die haer cou- 
ragie toonden. Geduyrende desen aenval toonden die van binnen haer 
lustich opde bresche, die beschermende, sonder daer aff te wijeken, ofte 
te vertreen, niet tegenstaende alle tgeschut gestadelijcken op henluyden 
schoot ende haer veel schaede dede, twelckmen gemackelijcken sien konde. 
Daernaer bleefiF tgeschut dapper schietende totdat tvolck terugge getrocken 
ende den avont geconunen was , want doen begonst men wederom lant- 
saem te schieten ende de nacht geduyrende te beletten het toe maecken 
van de bresche, ende bleven de musquettiers van buyten achter de brugge 
leggen schietende omme de brugge te bewaeren. Geduyrende desen aenval 
werpen die van binnen verscheyden peckhoupen , omme de brugge te bran- 
den, dan en wirpense totte brugge toe niet. Wert geseyt dat de dooden 
van binnen wel waeren hondert vijftich ende wel hondert gequetst, die 
meest gequetst werden vande steenen vanden muyre , ende vande huysen , 
overmits seer veel huysen, dicht aen de bresche leggende, gansch ter 
needer geschooten werden. Dien dach en schooten die van binnen niet 
meer aLs seven schooten met een valckonet naer tvolck van buyten sonder 
nochtans groote schaede. Doch gelijckmen vermoet hadde dalter van bin- 
nen gebreck van polvcr was, soe is tselve bevonden waerachtig, want die 
van binnen desen dach veel polvers gespilt hebbende, ende vresende dat 
sij de preparatien vanden anderden dach mitsgaeders de storm niet en 
souden konnen affslaen, hebben des nachts geroupen offer egeen captn. 
aen de brugge en was , om met graeff Harman te spreecken , ende heml. 
geantwoordt sijnde jae, heeft graeff Harman den selven geseyt, dat hij bij 
Sijne Ex'*' gaen soude ende hem aenseggen, dat hij twee capt. wilde inde 
stadt senden, hij souder weeder twee vuytsenden omme met Sijn Ex'^' te 



— 22 — 

spreecken, Iwelck Sijn Ex*'* aengenomen heeft. Hier moet gelet werden 
dattet niet geraemt en was desen dach storm te doen, dan alleen de 
bresche te besichtigen ende daer onder te logeren soe het doenlijck was, 
doch d'Engelschcn meynende de bresche bequaem genouch te sijn, liepen 
aen als voorseyt is, d'andere vendelen vande Engelschen stonden achter de 
batterie in slachtordre , achter heml. stonden de ses vendelen Schotten , 
daeraen volchden eenige Vriesche vendelen, dan naer den afllocht Irocken 
de Vriesen weder in haer quartier, ende oick de Schotten, ende bleven 
d'Engelschcn ontrent de brugge ende bresche. 

Den x" omtrent halfif vijff vuyren heeft Sijn Ex"* inde stadt gesonden 
Van der Noot ende hopman Lennep, daer tegens vuyle stadt gecommen 
sijn Captn. Nicoly ende Captn Brasselet, die met Sijn Ex"' hebben begonst 
te handelen, ende omtrent ses vuyren gevallen d'accoorl, te weeten: dat 
sij van dien daege alles vuyttrecken souden, met pack, sack, vliegende 
vendelen, slaende trom ende bernende lonten, ende voorts de stadt leveren 
in handen van Sijn Ex"*. Doch hadden eerst geproponeert dat sij Sijn Ex"* 
wel wilden eene poorle laeten, mits dat sij tot des anderen daegs hadden 
mogen blijven inde stadt, twelck Sijn Ex*** niet en wilde consenteren, dan 
indien eenige capiteynen een dag ofte twee wilden blijven, dat liet hij 
gaerne toe. 't Accoort dus gemaeckt, dede Sijn Ex*" Graeff Harman bidden 
omme bij hem te commen middach celen, twelck Graeff Harman nochtans 
niet en dede, hem excuserende op sijn quetsuur, alsoo hij daegs te voeren 
geweest was omtrent de bresche bij een huys met twee edelluyden, welck 
huys ter neder geschootcn wordende, ende beide de Edelluyden doot, is hij 
in thooft ende aensicht seer gequetst, niet sonder pcricule van sijn een ooge 
te verliesen, een ander huys corts dacrnaer mede ter neder vallende, ver- 
plette xxxij musquetticrs die daer inne waeren, sonder dalter een vuyt 
quam. Des nachts aen de defensie vande brugge bleef mede doot een Vries 
Captn. genaempt Aluwe. Des achternoens ontrent drie vuyren quam Graeff 
Harman vuyte stadt omme Sijn Ex*^* aen te spreecken, ende werde geleyl 
tusschen Graeff Willem, ende den Graeve van Solms, versclschapt voorts 
met Louckama ende meer anderen soo van sijne als vande Capiteynen ende 
edelluyden van Sijn Ex***, ende was ontrent een groot halff vuyre inde tente 
bij Sijn Ex***. Middeler tijt begonsten die van de stadt vuyt te trecken, ende 
voerden haere vrouwen kinderen ende bagaige vuyt met xx waegens, die 
Sijn Ex*** haer gedaen bestellen hadden, behalven noch eenige waegens 
die sij selffs hadden., ende was daer te verwonderen de meenichte van 
kinderen die vuyt gevoert werden, ende hoe gepackt die opde waegens 



— 23 — 

laegen in vougen dat sommige waegens op hadden 17 of 18 kinderen. 

Door nacr trocken vuyt ontrent xl carabins, daer naer volchden 14 ven- 
delen voetknechten, maeckende ontrent sevendalff honderl mannen, ende 
len lesten volchden een vaen lanciers van ontrent xl lancien, beleyt bij 
deo lieutenant, overmits den ritm. geschooten was, daer naer quam bij 
hemluydcn Graeff Harman met eenige andere capiteynen ende trock soe 
mede wech, ende werden bij drie vaenen ruyters, te weeten Bax, Chinsky 
ende Etmont geleyt een mijle buytcn het leger, ende gingen de waegenen 
mede naer der Schoelenborch. Eer de viant uyt de stadt trock was daer- 
inne gelaeten de compagnie van de guarde van Sijn Ex"* doch daer naer 
trocken inde stadt de compagnie van Sijn Ex"® in Overijssel, Lennep ende 
Coen van Steenwijck, ende quam opde avont de garde weder vuyt. Daer 
werden in de stadt bevonden soe cleyn als groot xxvj metaelc stucken, 
ende daeronder een heele cartauwe; van polver werde gevonden ontrent 
twee hondert pont *. De bresche die was tamelijcken, ende indien de 
brugge over de mont vande haven geleyt lang genouch geweest hadde, 
ende ons volck met macht daerop aengcdrongen, sij souden apparentelijck 
de stadt geemporteerd hebben, doch niet sonder verlies van volck, over- 
mits die vande stadt achter de Santpoorte de straete opgedolven, ende 
geretrancheert hadden, daeraff sij d'onsen commende aenden storm en 
opde bresche sijnde grootelijckx beschaedigt souden hebben, doch niet 
konnen beletten d'inneneminge vande stadt, overmits de huysen soe seer 
ter needergeschooten waeren^ datmen daer door lichtelijcken inde binnenste 
straeten mochte commen. 

Doch Godt almachtig heeft ons bij dit middel de victorie gegeven ende 
ons volck ende oick de viant ende de borgcren van binnen gespaert ' welcke 
horgeren appoinctement gelooft ende gehouden werde als die van Zutphen, 
niet tegenslaende de soldaeten van hcmluyden niet en spraecken. Noch 
hadden de soldaeten van binnen veel bedden ende cussens inde bresche 



' Het grootste gedeelte van het veroverde geschut hleef in de stad, terwijl er uitgevoerd 
werden «een heele cartouw van 6600 pont, noch een nootslange wegende 9000 pont. Item 2 velt- 
stucken wegende een yder 1700 pont. Noch drye coperen caraeren wegende yeder 80 pont met noch 
etlijcke haecken ende veel kocgelen ... en ses groote clocken wegende omtrent negenthien duyaent 
pont.. (Pesol. Staten Generaal, 2 Octoher 1691.) 

' «Vom den Stateschcn mogen umbtrent 26 personen doot und 110 gewnndt sein, darvon der 
méhrer deil mit der half Gottes widdemmht aufkommen sullen». (Brief van G. Frinck aan 
E. Stenvcren, Baadshecr van Jan den Oude van Nassau; — 4 JunQ 1591. Oude Styi. — Archief 
nn Z. M.) 



— 24 — 

gebracht ende oick groote gaeten inde straeten gedolven , d'aerde daer yuyt 
gehaelt ende aende bresche gebracht. Ten sclven daege opden avont sijn 
inde stadt getoogen Sijn Ex*^, de Raede van Staete, ende die van sijnen 
Raede ende aldaer gebleven, is mede inde stadt gebracht den Gaptn. Met- 
kercken ende sijn broeder, omme beeter haer gemack te hebben, dan is 
des anderen daechs de Gaptn. vande quetsuer gestorven, ende leyt inde 
groote kercke tot Deventer begraeven. Van geUjcken is des anderen daechs 
gestorven Corn Maes voornt. 

Den xj" xij" ende xiij" is anders niet gedaen dan begonnen ordre inde 
stadt te stellen, ende voorts te beraetslagen waer men tvoorders aen vatten 
wilde, eenige van opinie sijnde den leger naer Nimegen te brengen, ende 
anderen naer Groeninge. D*opinie van Nimegen werde gefundeert opde 
oportuniteyt ende faciiiteyt van t'exploict, die van Groningen opde impor- 
tancie vande saecke, sijnde altoos Sijn Ex^*' meest geinclineert omme alhier 
tquartier te suyveren * overmits de vrese die onder de viant is, ende dat 
de gelegenlheyt sulcx is dat sij geen schielijck secours en hebben te ver- 
wachten, eyntelijcken gegaen inde opinie van Groeninge ende geresolveert 
datmen tselve in alderhaest soude aenvatlen waerover den xiiij*" meest alle 
de scheepen sijn begonnen neder te drijven naer Gampen, ende heeft men 
begonnen alle preparalien te maecken om opden xv" daeraen volgende 
metten heelen leger op te rucken, ten welcken fynen tgeschut mede neder 
gesonden is. Ende om alle aenslagen vanden viant te voorhoeden werde 
den Oversten Dorp gesonden met sijn regement naer de schantse van 
van Sgraevenweert ' om die ende oick Knodsenburch wel te besetten, 
ende mette vendelen die hem nog bij geschickt souden werden, hem daer- 
waerts te laeten vinden, daer den viant thooft soude mogen heene hebben. 



* Het is niet oQmogeljjk, dat Boyck met deze woorden wil te kennen geven, dat Maurits ge- 
stemd was voor de belegering van Steenwijk. Onze schrijvers maken daarvan wel geen gewag, 
maar zoowel Campama als Camero en Coloma zeggen het bepaald, dat Maurits voornemens was 
die plaats te berennen, maar daarvan teruggehouden werd door de maatregelen van Verdago, die 
zich in de nabijheid verschanst had. — » Hecho esto .... entr6 el Conde Mauricio en Frisa , con 
intento de sitiar & Ëstennyque: pero avisado de que el Coronel Verdugo se havia atrincherado alli 
cerca con qnatro mil hombres, pasdal Pays de Groninguen*. (Coloma, Lib. IV, p. 124.) 

* Deze naam werd toenmaals algemeen gegeven aan de schans, die in Mei 1586 door Maarten 
Schenk op het eilandje 's Graven weert gebouwd werd en later naar hem de Schenkenschans is genoemd. 
Eerst had zij den naam van «de Brü», en ook wel dien vau «Vossenhol* gedragen. (Geschichte 
der Familie Schenk von Nydeggen, insbesondere des Kriegsobristen Martin Schenk von Nydeggen, 
bl. 222.) — » llqual Forte chiamavano communemente Scheinchescant , e anche di Brilla , quaai 
occhiali, per esser posto a cavaliero di due finmi, Rheno e Vaal. (Campana, Bella guerra di 
Fiandra, II, pag. 133.) 



— 26 — 

Den xv" is theele leger opgeruckt des smorgens vrouch, ende dien dach 
eommen logeren tot over de oostsijde van SwoUe, ende is tgeschut tot 
Campen vuyte ponten in scheepen gedaen, omme over de Suydersee door 
Iwadt naer Groeninger Diep te mogen gebracht werden, ende voorts ordre 
geschidtt dat de vivres voorbij Swarte Sluys tot ontrent Swolle gecommen 
sijn, omme de soldaeten vivres dien avont vuyt te deelen. 

Den xvj*" is tleger voorts getoogen naer Meppel, alwaer ten selven daege 
arriveerde de avantgarde, ende bataille \ dan overmits de ongemaecktheyt 
fan den wech, daer over veel tijts verlooren werde, en konste de arriere 
garde niet arriveeren die tot Rouveen bleeflF, mits welcken men den xvij*" 
geheel heeft verwacht tot Meppel, om gelijckelijcken bij den anderen te 
wesen, ende de soldaeten wat te doen refraischeren , ende sijn de vivres 
door Swartesluys naer Meppel gebracht. Hier moet gelet werden dat alle 
daegen de ordre veranderde in vougen dat die d^avantgarde den eenen 
dach beleyt hadde, des anderen daechs beleyde de arrieregarde , ende 
d'arrieregarde verandert inde bataille. Van gelijcken moet gelet werden, 
dat de viant al van den xvj" verliep van der Schoelenborch ende van 
dhuys de Richtere % die daernaer bevoolen sijn bij d'innewoonderen van 
Sallant geslecht te werden, ende oversulcx begonst te slechten. 

Den xviij" is tleger gelijck op geruckt naer Groeningen. 



VANDE BELEGERIiVGE VAN GROENINGE ENDE DE 
SCHANTSEN DAERONTRENT. 

Sijn Ex'^ den xx" Junij 1891 gecommen sijnde tot Suytlaren, heeft des 
anderen daegs begonst de stadl te besluyten van de suytoostsijde, logerende 
lusschen Helpen ende de stadl selffs in persoen, met sijn genaede GraefF 
Willem, bij haer hebbende xiiij engelsche vendelen, 10 schotse, 8 van 
tregement van den Graeve van Solms, 7 van tregement van Brederode, 
7 van tregement van Groenevelt, 6 van tregement van Graeff Philps, een 
van Sijn Ex''* ende een van Famars, met 18 kornetten ruyteren, te weeten 
Sijn Ex***, Voisin, Barchon, beyde de Baxen, Chinsky, Etmont, Dubois, 



Het hoofdkorps. 

Het htdfl Rechteren lag ten westen Tan Ommen, boven Dalfsen aan de Vecht. 



^x 



— 26 ~ 

Lespini, Sleyer, Balen ende Putlis met drie cngelsche. Op de oostsijde van 
de stadt aen de brugge die over twaeter naer DelfiFssijl loopende leyl leg- 
gen vijff vendelen Vriesche voetknechlen , dwelke mede besetien een fort 
leggende opde noortoostsijde van de stadt. Aen deselve noortooslsijde in 
Iclooster te Solwcrt leggen nog S vendelen Vriesen. Ten selven daege was 
de viant verloopen seeckere cleyne schantse leggende vast aen Groeningen, 
mitsgaeders de schantse van Auwerdersijl , ende van Noorthorn, van 
welcke sijde ten selven daege noch 9 Vriesche compagnien begonsten te 
marcheren beneffens alle de scheepen het Groeninger Diep op. 

Den xxj" quaemen alle de scheepen het Groeninger Diep op tot dicht 
onder de stadt ende bijnaest binnenschoots, ende loogeerden alle de negen 
compagnien ten wedersijde nan twaeter tot bewaernisse van de scheepen, 
wesende over de twee hondert. Ten selven daege tijdinge gecommen sijnde 
dat de Prince van Parma met ettlijck volck den Rijn gepasseert was, heb- 
ben die van tquartier van Sijn Ex^'* ontrent Helpen begonnen te maecken 
verscheyden cleine schantsen om den viant te keeren, ende heeft de viant 
oick verscheyden schooten vuyte stadt met groff geschut geschooten, ende onder 
anderen oick eenige paerden van Sijn G. Graeff Willems staUen geschooten. 

Den xxij*" heeft Sijn Ex*^ op de suytsijde de schantsen doen voorts op- 
maecken, sonder yet besonders anders, ende is ten selven daege begonst 
seeckere tranchee ontrent de scheepen, doch niet seer gevordcrt. Dan 
alsoe van den aenbegin Verdougo hem met ontrent iOOO mannen hadde 
Haeten engaigeren ende besluyten, dicht onder de stadt, in vougen dat hij 
l)lijvende buyten de grachten, al evenwel de sladt mochte rontsomme 
begaen ende tegens stormen bewaeren, sonder dat nochtans die vande 
sladt hen in laelen wilden, soe is begonst swaericheyt gemaeckt te wor- 
den, off men de sladt met gewelt soude aantasten dan niet, in sonderheyt 
soe deselve vuyter naeluyre, (als leggende meest al in marasche) sterck is, 
daer en boven wel bebout met stercke dicke wallen, hoewel sonder flanc- 
quen, ende noch den viant hebbende onder haer geschut, bereyt om ons 
tstormen te beletten, op welck poinct dien dach gepasseert is. 

Den xxiij" heeft men slappelijcken gevoordert het opmaecken vande 
voorsz. tranchee aen de noortsijde , ende al evenwel geconsulleert op tvoorsz. 
poinct, daer bij gcvoucht werde, de quaelheyt vande wegen, ende de 
landen, die quaelijcken de waegens consten verdraegen, maeckende mits- 
dien een groot naerdencken van tgeschut te mogen niet dan met groole 
pericule aen brengen. Eyntelijcken alle difficulteyten overwogen, is men 
geweecken in die sententie dattet beter waere de stadt te benauwen, dan 



— 27 — 

^ met ge welt aen Ie tasten, ende dien volgende sijn den volgende nacht 
gebonden drie kornetten paerdcn, met 50 waegens, soe op als bij hebbende 
ofltreut seven hondert ' musquettiers , beleyl alles bij sijn Genaede Graeff 
Wiilem^ om te besichtigen de pas naer Delffsijl, de wegen te doen espla- 
nereij ende de plaetse te berennen, omme dat gedaen metten geheele leger 
derwaerts te volgen. 

Den xxiüj"* is niet besonders gedaen, dan ordre begonst gestelt te wer- 
dea op tvcrtreck van het leger, ende voorts doen neder waerts naer de 
sebaatse vande Soutcamp daelen de schepen mettet geschut die gecommen 
waei-en totte schantse van Auwerdersijl toe ontrent een groote mijl vande 
sladt. Sijn voorls ten selven daege terugge gevaeren het meestendeel 
Tande scheepen die voor de stadt laegen ende insonderheyt de geene die 
in slant5 betaebnge waeren. 

Den xxv"* is Sijn Ex*^* met alle tvolck vande suytsijde van de stadt 
g^ecommen opde noortsijde, om soe metten heelen leger te vertrecken. 
Ten selven daege deden de vianl onder de stadt leggende een vuytval opde 
oostsijde naer de hooge brugge toe , in intentie een groot deel vande 
' bagagie aff te werpen. Dan werden bij de onse soe wel gerepousseert 
dalter ontrent twintich van de hueren doot bleven ende onder anderen 
den Gapt. Fourneau, die vuyt Zutphen ende Deventer gecommen was. 

Den xxvj*" is Sijn Ex"" des morgens met alle het leger opgetrocken naer 
DeUTsijI, alwaer van dien daege d'avantgardé noch arriveerde, ende bleeff 
de bataille ende arrieregarde ontrent den Dam. Ten selven daege trocken 
voorts alle de scheepen van de stadt aff naer de Soutcamp toe, ende soe 
ïoorts gelijckelijcken naer twat omme dat over naer Delffsijl te vaeren. 
Ten selven daege trokken mede van Groeningen weder te rugge negen 
vendelen knechten, dwelcke ten selven daege besetten thuys te Winsem % 
do schantse van Auwertsijl, ende trocken een groot deel voorts voor de 
>chantse van den Opslach ' om die te besetten ende benauwen, overmits 
de riant daer noch inne was met vijff stucken geschuts. 

Den xxvij*" quaemen de bataille ende arrieregarde mede voor Delffsijl. 
Delffsijl is een schantze leggende opde noortsijde vande sijlen ofte waeteren, 
die vuyle Eems, ofte Eemder diep naer Groeningen toe loopen, hebbende 
vier Iwlwercken , ende een cleyn vuylerwerck leggende ten suyden buyten 



* Het huia te Winsnm, het stamhuis 7an de Kipperda's van Winsuin, lag ten Zuidoosten van 
bet dorp van dien naam. 

' Het fort den Opslag lag op de grenzen van Friesland en de Ommelanden , ongeveer vier 
miniitpo gaans ten Oosten van Mnnnckez^I. 



— 28 — 

tfort op de eerste sijl ofte sluys, is voorts van een bequaeme groote ende 
sterkte met goede wijde grachten, dacrinne leggende twee vendelen voet- 
knechten taemelijcken voorsien van geschut vivres ende admunitie van oir- 
looge, soomen verstondt. Ten selven daege begonst men het fort te 
besluyten aen allen oorden ende de quarlieren te maecken, ende is Sijn 
Ex*'* met sijn guarde, ende tregement van Graeff Philps met ses vendelen 
gelogeert te Vuytwierda bij hem hebbende ses vaen ruyteren, te weeten 
de sijne, Voisin, beide de Baxen, Lespini ende Baelen. Een weynich op- 
waerder treckende naer den Dam toe lach tquartier van Brederode met 
seven vendelen voetknechten , ten Westen van DeliTsijl op twaeter dat naer 
Groeningen loopt, lach tregement van Graeff Willem met seven vendelen 
voetknechten , ende dandere drie laegen binnen den Dam. Tusschen tquar- 
tier van Graeff Willem ende Brederode, in seecker gehucht huysen, laegen 
noch thien vaen ruyters. Opde noortsijde van de schantse tusschen Sijn 
Ex*^' ende de schantse lach Francois Vere met xiiij vendelen Engelschen, 
ende recht achter hem den Oversten Groenevelt met seven vendelen knech- 
ten, ende beoosten van de Engelschen naer twaeter toe, lach tregement 
van Balfour met thien vendelen, vast op twaeter lach tvendel vanden Here 
van Famars. Desen daege werde anders niet gedaen dan de quartieren voor- 
sien met hutten ende andersins. Opde suytsijde van tfort, in tdorp te Fere- 
sum ^ lach tregement vanden Graeve van Solms met acht vendelen knechten. 

Den xxviij" begonsten onse soldaeten haere loopgraeven te maecken ende 
het fort te naerderen, datse mette musquetten malcanderen beschieten 
konden. Ten selven daege opden naernoen arriveerden alle de scheepen 
in de Eems die over twat geloopen waeren, wel in tgetal van 160, ende 
quaemen leggen vast aen lant opde noortsijde van tfort. 

Den xxix'" was het den geheelen dach soe quaeden weer van regen ende 
van wint dat men niet besonders doen en konde. Immers begonnen sijnde 
eenich geschut op lant geset te werden , hadde men daer aff om tweerswille 
moeten ophouden. Niettemin maeckten de soldaeten noch eenige graeven 
soe veel doenlijck was. 

Den lesten Junij werde gansch doorgebracht met maecken van loopgrae- 
ven, ende ophaelen van geschut vuyte scheepen op lant. Ten selven daege 
begonst men mede op te werpen de plaetse daer men tgeschut van mey- 
ninge was te stellen. 

Den eersten Julij werden voorts opgeworpen de plaetse totte batterie, 

* Farmfluiii. 



— 29 — 

ende aDe gereetschap gemacckt omme dien nacht de bedden te leggen, 
ende dien of den nacht daeraen volgende het geschut te planten, te wee- 
teo xxvj stucken opde oostsijde van tfort, en seven over de sijl opde 
süTtoostsijde. Doch soe eenigen vuyt onse loopgraeven riepen wat sij doch 
vilden, ende off sijt noch niet en wilden opgeven, aengesien alle tgeschut 
al te lande was, (sonder dat nochtans sulck roupen met kennisse van Sijn 
Eï* geschieden) hebben die van tfort weder geroupen, soemen gijselaers 
\iilde innesenden, sij souden eenige vuyt senden om te sien off tgeschut 
oick op lant was, ende voorts om met Sijn Ex*** te spreecken, twelcke 
Sijn Ex*** aengeseyt sijnde heeft binnen tfort gesonden den Graeve van 
Solms, daer tegen weder vuyt gecommen sijn twee lieutenanten ende 
een vendrich, die tgeschut gesien hebbende bij Sijne Ex"* gebracht sijn. 
Dan soe sij seyden egeen speciale last te hebben omme met Sijn Ex*** te 
appoincteren, ten waere men heml. tijt vergunde omme Verdougo daer van 
te verwittigen, is bij Sijn Ex**" den eenen weder in de schantse gesonden, 
omme resolute verclaeringe te brengen off sijt wilden overgeven sonder 
eenich voorder dilay dan niet, dwelcke in tfort gecommen sijnde, ende tot 
opden avont aldaer gebleven, (disputerende soemen vermoet van tgeene sij 
Ie doen hadden) is eynlelijck weder vuyt gecommen brengende in gescrifte 
seeckere conditien, te weeten, indien men hen wilde laeten vuyttrecken 
met tvliegende vendel, bernende lonten, pack sack etc. dat sij dan des 
anderen daeges tfort in handen van Sijn Ex*** souden leveren, welcke con- 
ditien Sijne Ex*** heml. geheelijck accordeerde, om dattet avont was, ende 
mitsdien ongeraden dat sij van dien avont vuyt trecken souden, alleenlijck 
daer bij vougende dat d*overloopers ende verraeders van Geertruydenberge 
daerinne niet begreepen en souden sijn *. 

Den ij*" Julij is de viant des morgens ontrent negen vuyren in confor- 
mité van de conditien vuyt tfort getoogen, te weeten twee vendelen voet- 
knechten starck ontrent 330 mannen, doch bij haar hebbende wel 400 soe 
m)uwen als kinderen, ende sijn bij Sijne Ex*** gedaen convoyeren naer 
Groeningen. Daer naer sijn in de schantse getoogen twee Vriesche vende- 
len ende heeft men begonst ordre te stellen opde houdenisse vande selve 
sdiantse. Inde schantse sijn gevonden vijff metale stucken een halve canon 



' Volgeos het plakkaat van de Generale Staten van den 17den April 1589 (Groot placcaat- 
Wk, II, bl. 417), werden de zoogenoemde Bergverkoopers , die in dat jaar de vesting Geer- 
tndden1)erg aan de Spanjaarden hadden overgeleverd, overal waar E\j in handen vielen, zonder genade 
opgehingen. Zy werden ook nitdrukkeltik van alle capitnlatién nitgedoten* 



— 30 — 

daer onder, met een geborsten slange die de brouck aff was, ende noch 
ses ijsere golelingen, noch 1400 pont polvers, ende ij lasten koorens, 
sijnde de schantse van binnen wel betimmert ende genouch houbaer tegen 
ge welt, in vougen dat die van binnen haer groote vrese ende lascheté bij 
t'overgeven van 4ien betoont hebben , insonderheyt soe de wallen hooch 
ende dyck genouch waeren, ten minsten aen dien oorde, daer men ge- 
raempt hadden heml. te beschieten. Immers indien God almachtich haere 
harten niet verslaegen en hadde , soude men mogelijck bij experientie l)evon- 
den hebben, dat men met 4000 ofte ÖOOO schooien niet veel geproufliteert 
en soude hebben; jae mogelijck genootdruckt geweest sijn het geschut op 
andere plaetsen te planten, omdat voor de schantse aen die sijde lach een 
hooge vaste wal, dienende voor contrescharpe , die belet soude hebben 
datmen van de walle niet dan de parapet en soude hebben konnen be- 
schieten. 

Den iij" heeft men weder begonst op tvertreck te beraetslaegen ende 
waermen het voorder soude aengrijpen, ende is goet gevonden datmen 
gaen ende aengrijpen soude het fort vanden Opslach gelegen op een vuyt- 
waeteringe genaemt de Niesijl, leggende een halff mijl van 'tGroeninger 
Diep innewarts bewesten van Noorthoren ende beoosten van Viesvliet , 
welck fort men estimeerde heel starck ende naer twelcke te vooren ge- 
Irocken waeren eenige Vriesche compagnien die opde suytsijde van Iforl 
laegen. Dienvolgende is den iiij" het gansche leger te lande derwerts 
getoogen, ende de scheepen nederwarts gedaelt omme over twat in tgroe- 
ninger Diep te commen. Ten selven daege sijn acht van de Vriesche 
compagnien, die opde suytsijde laegen naer de noortsijde getoogen. 

Den V*" arriveerde een deel van de scheepen des avonts voor Oost- 
merhorn, ende trocken dvoorsz acht vendelen voor tfort tot ontrent een 
groote musquetschoot naer, ende brachten met hen vier stucken geschut, 
te weeten twee halve ende twee heele canons, die sij in een dijck, recht 
naer tfort loopende, planten. 

Den vj" begonslen de Vriesen met dselve vier stucken te schieten hoe 
wel met weynich prouffijts, soe om redenen dat de stucken in den dijck 
stonden, ende mitsdien quaelijcken het fort raeeken condeu, als oick dat 
die wel 500 treden te verre van tfort stonden, ende de connestabels oick 
niet wel en schooten. Des morgens dede de Overste Lieutenant vande 
Vriesen (meynende den viant met sijn schieten al vervaert te hebben) 
tfort op eyschen met een tromslaeger, dan creech voor antwoort dat sijt 
noch niet opgeven wilden, ende dat sij sulcx niet en soude konnen ver- 



— 31 — 

dcdigen. Ten selven daege quaemen alle de scheepen inde waleringe 
Tande ^'iesijl, ende quam oick Sijii Ex*** met tVriese regementt dat voor 
Delffsijl geweest hadde, al voorden noen, mede voor tfort, doende het 
Tolck alleenskens volgen. Alhier gecommen sijnde dcde bij sijn trompetter 
hel fort opeyschen, daerop twee vuyte schantse quaemen, die metten 
Graeve van Solms spraecken, dewelcke met veel redenen haer poochde te 
induceren ende vermaenen dat sijt overgeven souden. Dan en begeerden 
daer toe niet te verstaen, seggcnde dat sij sulcx niet en souden konnen 
verdedigen , nemaer dat sij sulcx doende al even wel souden gehangen ofte 
gedoodt werden vande beuren, dat sij daeromme liever met eeren inde 
schantse wilden sterven, oick dat sij noch niet gewelt genouch en saegen, 
ende sijn daer op weder heen gegaen. Sijne Ex'** sulcx verstaen hebbende 
stelde ordre dat tvolck voort quam ende dede de Vriese batterie , die egeen 
prouffijt en dede, ophouden tot datmen meer geschuts soude geplant 
hebben, ende naerder de schants, daertoe men des nachts meynde de 
plaatse te prepareren. Dan soe die van binnen saegen arriveren alle de 
resle vande scheepen ende op den achternoen , alle tplatte lant rontsomme 
bedecken met volck soe te paerde als te voet, hebben sij bestaen te vresen, 
ende hebben opden avont selffs versocht datmen yemant inde schantse 
wilde senden, sij wilden weder twee aen Sijn Ex"* vuyl senden, twelck 
heml. bij den Graeve van Solms geconsenteert is, ende hebben dien vol- 
gende vuylgesonden een Lieutenant ende een vendrich, dweicke seyden 
dat die van binnen te vreden waeren aen te gaen het appoinctement 
twelck heml. des morgens gepresenleert was, dan soe sij bij Sijne Ex*'* 
quaemen en wilde dselve heml. dat niet consenteren, seggende dat sij 
d'occasie, als hetgeen gepresenteerd werde, mochten waergenomen hebben, 
daeromme indien sij nu wilden vuyttrecken dat sij dat doen mochten met 
een stock alleen inde bant \ sonder waepenen ofte bagagie, en soe sij 
dat niet doen en wilden, dat sij dan niet weder bij hem en souden 
commen, maer dat sij haer fort souden bewaeren, hij wilde het be- 
vechten; ende dat hij soe lieff de laet als de daet hadde, met welck 
aotwoort sy weder naer tfort gekeert sijn. Omtrent een vuyT daernaer 
hebben wederommc een tambourin vuyt tfort gesonden, doende acnseggcn 
dat sij tgepresenleerde van Sijne Ex**" accepteerden , mits dat men d'officiers 
toeliet haer sijdgeweer. Daerop eyntelijck met Sijn G. Graeff Willem in 



* Het uittrekken met een stok in de hand , in plaats Yan een geweer , was eene vernederende 
lieptling, die na en dan in de capitulatiën van den tijd aangetroffen wordt. 



— 32 — 

absentie van Sijn Ex**" verdraegen is, dat sij op sanderen daechs sonder 
waepenen niet een stock inde hant vuyt trecken souden, dat de vendrechs 
heur vendelen vuyt tfort draegen ende Sijn Ex'** overgeven souden, ende 
dat alle officiers haer sijdgeweer mede draegen souden, tot dat sij bij 
Sijne Ex'*' souden commen , in wiens macht het staen soude haer tgeweer 
te doen affnemen ofte behouden, vuytgeseyt d'overloopers. 

Den vij" des morgens Sijne Ex*** gecommen sijnde voor tfort, hebben 
die van binnen begonnen vuyt te trecken, d'eerste waeren de vendrech 
van Verdougo met ontrent tsestich van de compagnie, welcke vendrech 
in tfort commandeerde, sonder nochtans bij hem te hebben sijn vendel, 
overmits Verdougo dat tot Groeningen behouden hadde. Noch trocken vuyt 
twee compagnien, die haer vendelen leverden aen Sijn Ex***, weicke com- 
pagnien niet dan Lieutenanten bij haer en hadden, wesende met die vande 
compagnie van Verdougo ontrent ISO mannen, aen de officiers van de 
wèlcke Sijne Ex*** vergunde tsijdgeweer, ende sijn desen, met ontrent 60 
vrouwen, gerenvoyeert naer Groeningen ende een Vriesche compagnie is in 
tfort getoogen, in twelcke boven de waepenen bevonden sijn twee halve 
canons ende noch drie metaele veltstucken, ontrent 4000 pont polvers, 
4 lasten rogge, 11 tonnen meel ende 9 tonnen stockvis. De redenen 
waeromme dit fort sulcx overgegeven werde sijn desen, dattet niet houbaer 
was tegen tgewelt van soe veel canons als Sijn Ex*** met voert, dat de 
soldaeten daeromme wilden appoincteren , mitsgaeders oick dat haer terstont 
ontbroocken soude hebben den dranck, overmits sy niet dan sout ofte 
brack waeter ontrent en hebben, ende dat sij onversien van bier waeren. 
De reste vanden dach heeft men beraetslaecht waermen voorder gaen soude, 
ende is goet gevonden eerst noch te gaen naer I Jmetille * , twelck een schantse 
is gelegen tusschen Suythorn ende Midwold op 't nieuwe Diep omtrent 
een mijl van Groeningen, en sijn sulcx met theele leger derwaerts ge- 
togen op den viij*" Julij nemende Sijn Ex*** sijn quartier te Suythorn ende 
ten oosten van hem tregement van Graeff Philps, noch voorder ten oosten 
tregement van de Schotten, ten noortoosten vande schantse lach Groene- 
velt ende achter hem de Engelschen, ten suyden van tfort laegen de 
Vriesen met thien vendelen, tregement van Brederode lach te Northom, 
de cavalerie lach te Suythorn, Northorn ende Groot Auwert. 

Den ix*" werde het fort opgeeyscht van wegen Sijn Ex***, dan gaven 
die van binnen voor antwoort dat sij sulcx met eeren niet doen en con- 



1 Emetil of EnumatiL 



— 38 — 

sleo Dochte oick sulcx begeerden te doen, daer over den geheelen dach 
leemployeert werde met d'approchen te doen in weicke wel 60 soe officiers 
ais soldaeten gequetst werden daervan oick eenige storven. Ten selven 
daege werde het geschut ontbooden, ende oick des nachts daer gebracht. 

Den x*" naerderde men de loopgraeven, ende werde het geschut te 
knde gebracht, ende voorts geprepareert de beddinge tot het geschut^ 
twdck oick des nachts daerinne gebracht werde, ende voorts alle gereet- 
schap gemaeckt omme des anderen daechs smorgens de batterie te beginnen. 

Den xj*" ontrent vier vuyren begonst men te schieten met xij stucken 
te weeten twee heele ende thien halve canons, ende beschooten het fort 
aende noortsijde, omme aen beyde de bolwercken van die sijde de flanc- 
qoen aff te nemen, staende de ses stucken opde noortsijde, ende d'andere 
ses opde noortwestsijde, met welck geschut men schoot drie voleen, daer- 
naer dede Sijn Ex*'* weder tfort op eyschen, ende werde den trompet 
Toor antwoort gegeven, dat men eenige inde schantse soude schicken sij 
wilden weder eenigen vuyt schicken omme met Sijne Ex*** te handelen, 
daerop twee inde schantse geschickt sijnde, ende d^anderen bij Sijn Ex*** 
gecommen, hebben eyntelijcken geappoincteert , dat alle de soldaeten son- 
der geweer souden vuyt trecken vuytgeseyt d'officiers die haer sijdgeweer 
souden mogen draegen , dat de lieutenant van capt. Hessels (gouverneur 
Tan tfort) soude blijven in handen van Sijn Ex*** onmie te doen los gaen 
seeckere soetelaers , een waegenaer ende noch eenige soldaeten gevangen 
tot Groeningen, ende dat sij voorts tfort Sijne Ex*** souden overleveren, 
daertegens men heml. soude tleven schencken ende tot Groeningen doen 
convoyeren, welck appoinctement al voor ses vuyren gemaeckt was, ende 
sijn in conformité van dien vuyt getoogen ende naer Groeningen gecon- 
voyeerl ontrent acht vuyren. In tfort sijn gevonden twee gootelingen, 
seven last kooren, ende twee lasten mout, ende weynich andere vivres, 
ende ontrent 400 pont polvers. De redenen van overgeven waeren dat 
tfort niet houbaer was tegen gewelt , want meest alle de schooien ^dwers 
door de wallen gingen, doch hielden het tottet geschut toe, door expres 
l)evd van Verdougo, omme Sijn Ex*** te retarderen soe veel het mogelijck 
waere, opdat hij sijn tijt consumerende met dese schoone armeye anders 
niet en soude vuyt rechten. Ten selven daege heeft men noch goet ge- 
Tonden (naerdemael men daer nu inne was ende mede door moste) dat 
men mede aengrijpen soude de schantse van Luttelbiert * , gelegen een half 



Letterbert 
I. 



— 34 — 

mijlken van IJmelil, treckende ten suytoosten, op tselve waeter, welcke 
schantse cleyn is, ende overmits die meest in marasche leyt, tamelijcken 
houbaer, doch daeromme te meer aen te grijpen dattet de leste in dit 
quartier was. Ende dien volgende sijn ten selven daege derwaerts geruckt 
die van tvriesche regement, met eltelijcke vendelen vuyt d'andere rege- 
menten, omme dselve schantse te besluylen, blijvende al evenwel alle 
d*andere regementen ende ruyteren op haer voorige plaetsen. Dede mede 
Sijn Ex*^ derwaerts gaen een trompetter omme tfort op te eyschen, dao 
kreech voor antwoort dat sij eerst het geschut sien wilden, mitswelcke men 
ten selven avont langs twaeter derwaerts dede brengen ses stucken twee heele 
ende vier halve canons. Des nachts daeraen volgende werden d'approchcs 
(overmits de duysterheyt) l)equaenielijcken gemaekt, ende opgeworpen de 
plaetsen totte batterie, diemen niet dan aen eene sijde en conde stellen. 
Den xij*" werden de loopgraeven voorts volmaeckt ende geleyt de bed- 
den , omme het geschut te planten , ende werde daernaer ontrent de mid- 
dach het geschut inde batterie (die seer naer het waeter lach) gebracht , 
met twelcke men ontrent vijff vuyren des naernoens begonst te schieten, 
ende werden geschooten vier voleen, ende daernaer weder opgeeyscht, 
daerop die van binnen gedeputeerden vuyt souden omme met Sijne Ex'^' 
te appoincteren , ende is haer vergunt t'appoinctement van die van Urne- 
tille, te weeten dat de soldaeten met een stock, ende d'ofliciers met haer 
sijdgeweer souden moeten vuyt gaen, doch daernaer vergunde Sijne Ex*^* 
oick de soldaeten op haer bidden ende een voetval diese hem deden mede 
het sijdgeweer, ende sijn ten selveu daege opden avont noch vuytgetoogen 
ende naer Groeningen geconvoyeert , wesende tusschen de 60 ende 70 
mannen. Daernaer sijn de Vriesen inde schantse getoogen, sonder noch- 
tans daerinne eenich geschut ofte voorraet van ammunitie van oirloge ofte 
vivres te vinden. Ten selven daege heeft men het geschut begonst weder- 
omme naer de scheepen met schuyten te brengen, welcke scheepen geble- 
ven waeren (mits de ondiepte) een cleyne halff mijle beneden den Opslach , 
ende werde met groote moeylen affgebracht ende des anderen daechs 
vrouch gescheept, naer dat twee stucken t'eenc aen den Opslach ende 
t'andere bijde scheepen al inde gront gelegen hadden. De waepenen bijde 
viant inden Opslach gelaeten bleven voor de Vriesen , die in Imetil waeren 
werden bij Sijn Ex**' de Engelschen geschoncken ende die van Luttelbiert 
bleven voor de Vriesen. — In elck van dese schanlsen sijn gevonden ge- 
weest eenige overloopers, die gevangen ende metter dool gestraft sijn werden. 



— 35 — 

VAN TVERTRECK VAN TLEGER NAER DE BETUWE. 

Den xiij*" Julij , naer dat bevoorens op tverlreck beraetslaecht was , brack 
bel heele leger des morgens vrouch op , ende begonsten te vertrecken naer 
Sieenwijck, om de sladt te beleggen. Ten selven daege vertrocken de 
scheepen, omme over tWat naer Blocksijl te commen, ende consumeerde 
soe in trecken als vaeren den xiiij". 

Den XV" arriveerde alle de scheepen te Blocksijl, ende bleven aldaer 
verwachtende bevel van Sijn Ex*^, die ten selven daege des avonts was 
Kecommen, met alle tleger, ontrent Steen wijck. Dan soe hij doende was 
omme de quartieren te begrijpen, quaemen bij hem ettelijcke soldaeten, 
Tuytgesonden bij hopman Gerrit de Jonge \ gouverneur van Knotsenburch 
hem aendienende dat de Prince van Parma tfort van Knotsenburch hadde 
doen berennen ende besluyten ende dat hij alle sijn volck volgens dede 
over de Wael schepen, omme tfort aen te grijpen, ende dat hij te dien 
f>Tie selffs binnen Nimegen was, ende oick negen stucken geschuts over 
de Waele gedaen brengen hadde. tWelck Sijne Ex*** verstaende, heeft ge- 
resolveert derwaerts te gaen , ende opdat Verdougo egeen moeyte in Vries- 
hnl en maeckte , heeft Graeff Willem met tvriesche regement naer Vries- 
lant gesonden. 

Denxvj" trock tleger buylen Steen wijck omme, om naer Swol te commen. 

Den xvij" kregen de scheepen lot Blocksijl leggende bevel van Sijn Ex*** 
omme op te trecken naer Gampen, ende soe voorts naer Deventer, achter- 
ïolgende twelcke dselve dien dach meest al quaemen aen de schantse te 
Kooien % boven Campen. Ten selven daege quam Sijn Ex**' met alle het 
leger rontsommc Swol. 

Den xviij" quam tleger voor Deventer, omme aldaer de IJsele te pas- 
seren, quaemen mede aldaer meest al de scheepen, vande welcke een 
groot deel dien dach noch voorts seylde naer Zutphen. 



* Gerrit de Jonge, een der beste hoplieden van het Staatsche leger, was den SOsten October 
ió88 tot Kapitein over een vendel van 130 hoofden aangesteld (Coromissieboek van den Raad van 
Stitevan 1588—1591, bl, 52); den 238ten July 1590 was hem het bevel gegeven over het •fort 
^ Leot tegen Nieumegen • (ld., bl. 123); later werd hy gouverneur van 's Graven weert. 11 ^ 
stierf den 4den October 1596, waarop zijne kompaguie aan zgnen zoon Diederik de Jonge gegeven 
^ (Gommissieboek van den Raad van State van 1591 — 1599, bl. 135), en de Overste van 
DoTcnvoorde in z\jue plaats tut Gouverneur van 's Graven weert werd benoemd. 

* De Koterscbans, Coterschans of Katerschans, lag bij de buurtschap Kote, aan den IJssel, 
ooder Zwollerkerspel. — I)e plaats waar deze schans gelegen heeft, is thans tot wandeling aangelegd. 



^ 



— 36 — 

Den xix" trock tieger over een scheepbrugge voor Deventer opde riviere 
gemaeckt, ende quam dien dach logeren ontrent Loenen. Ten selven 
daege vertrocken de reste van de scheepen , ende quaemen een deel voor 
Doesborch, ende een deel voor Middachten. 

Den XX" quam tieger vast voor Arnhem, ende de scheepen en konsten 
dien dach mits tquaede weer, ende den contrarie wint niet voorder com- 
men , beneffens datter soe quaede ordre gehouden werde opde treckpaerden 
(die tieger in tgetal van 130 volchden) bijde geenen die daer de commis- 
sie off hadden, datter dien dach, niet een paert bijde scheepen en quam. 

Den xxj" moste het leger voor Arnhem stille blijven leggen, overmits 
de scheepen mette schipbrugge noch niet gecommen en waeren, dwelcke 
met paerden dien dach opgebracht werden tot IJseloort, ende quaemen 
soe tot Arnhem. 

Den xxij" werde de scheepbrugge recht voor Arnhem over den Rijn 
geslaegen des morgens' heel vrouch, ende daernaer ontrent halff negen 
vuyren begonst 't volck over den Rijn te trecken, te weeten 17 vendelen 
Engelschen sterck ontrent 1600 mannen, tregement van Groenevelt met 
7 vendelen, sterck ontrent 6S0 man, tregement van Ralfour met 10 ven- 
delen, sterck ontrent 900 mannen, tregement van graeff Philps met 6 
vendelen, daeronder de guarde van Sijn Ex*** ende 't vendel van Famaers, 
sterck ontrent 700 mannen, tregement van Brederode met 7 vendelen, 
sterck over de 600 mannen. Ten lesten passeerde noch tregement vanden 
Graeve van Solms, met 8 vendelen, sterck ontrent 1000 mannen, beneffens 
noch de compagnie van Gats, die inde schantse opde suytsijde vande brugge 
geleyt werde sterck ontrent 100 mannen, ende noch seeckere 200 Schol ten, 
die des avonts arriveerden, om de compagnie van tregement van Balfour 
te verstercken, beloopende alle de infanterie ontrent 8750 mannen. Ten 
selven daege passeerden noch 16 vaen ruyters, ende de seventhiende te 
weeten die van Dubois bleeff binnen Arnhem, die metten anderen sterck 
sijn ontrent 1400 goede weerbaere paerden. Dese trocken alles met mal- 
kanderen op seecker eylandeken leggende tegen over de stadt, ende be- 
grepen aldaer haer quartier in tcort bij malcanderen, elcx al advenant 
sij over de brugge gepasseert waeren, ende logeerden alle de ruyters aen 
den oever vanden Rijn, ende de reste van dien dach werde doorgebracht 
met hutten te maeckcn ende hen te accomoderen, insonderheyt soe het 
oick desen dach als meer voorgaende daegen seer geregent hadde. Ten 
selven daege arriveerden in tieger twee bootsgesellen die daechs te vooren 
vuyt de schantse van Knodsenburch quaemen, voor tijdinge brengende 



— 37 — 

dat sij daer binneo noch wel gemoet waeren, ende de schantse hoopten 
ie honwen, soe het eenichsins doenlijk waere, seggende mede dat die 
Tan binnen noch egeen gebreck en hadden , ende in last te hebben , binnen 
Arnhem des nachts ten thien vuyren drie schooten te doen schieten, ende 
daer naer een vier vanden thooren te thoenen, ende soe daer eenich ontset 
TOor handen waer, noch een gelijck vier te thoenen op den middernacht, 
eodc noch een ander des morgens een vuyre voor den dach. Ten selven 
daege des morgens begonst de viant met 9 stucken op tfort te schieten, 
ende schoot ontrent 985 schooten, ende daer naer quam met een groot 
gedpiys ende veel volck aen, als off hij hadde willen stormen, dan en 
was haer meyninge anders niet dan de gracht met tackbossen te vullen. 
Die vande schantse hadden alle haer vendelen inne gehaelt, ter wijle men 
met groff geschut schoot , ende beduchtende dat de viant met gewelt naer 
den storm mochte commen , hadden seeckere vijff ofte ses stucken geschuts 
derwaerls gedresseert, ende alle haer roers ende musquettiers last gegeven 
daer op te chargeren soe haest alsmen de vendelen op steecken soude, 
ende soe de viant aen quam als voorsz. is, staecken sij hare vendelen op 
ende chargeerde soe met tgroff geschut als met roers ende musquetten, 
soe furieuselijck opden viant datter wel twee hondert doot bleven ende 
seer vele gequetst werden , waerop de viant weder aff tooch. Terstont daer 
naer demonteerden die van binnen noch drie stucken geschuts vanden 
viant. Opde voorsz. aenloop bleven onder anderen oick eenige Capiteynen 
en cheff vanden viant, ende daechs te vooren was noch geschooten Octavio 
Tan Mansfelt * van alle twelcke Sijn Ex*^* goede kennisse creech van eenige 
oTerloopers vanden viant ende eenige spyen ende anderen die vuyt Nymegen 
quaemen. 

Den xxiij" werde tleger van Sijn Ex*** rontsomme geretrancheert, tegens 
d'opinie van veelen, die achten noodich te wesen om de schantse te ont- 
setten aende Waele te commen, omme dselve met eenich volck gepasseert 
sijnde, de viant sijn vivres te mogen couperen, in welcken gevalle de 
mnt van honger soude moeten vergaen, ende dese meenden datde viant 
bij naest van God almachtich ons gegeven was, met occasie hen te mogen 
Tcrderven sonder slaen. Dan Sijn Ex'** ander gevoelen hebbende heeft goet 
gevonden hier te blijven, ende metter tijt te sien wat d'occasie soude 



^ OctaTios van Mangfelt was de tweede zoon van Graaf Pieter Ernst van Mansfelt, die in 
dokhiDigen overmoed herhaalde malen op de loopgraaf borstweringen heen en weder wandelde en de 
^uetting uittartte, op hem te vuren. Bij eene zoodanige gelegenheid werd hij met een mnsketkogel 
^r liet hoofd geschoten. (Camero, lab, IX, pag. 258.) 



-38- , 

preseuteren. Insonderheyt soe hij onderrecht was, dat de viant sterck was 
over de SOOO voetknechten ende 58 cometten ruyteren, maeckeade over 
de 2100 paerden, ende datde Prince van Parraa selffs tot Nimegen was 
dickwils int leger overvaerende. Ten selven daege quam weder in ons 
leger een riiyter die om kuntschap vuylgetoogen was, ende bracht voor 
tijdinge dat hij dvoorsz. drie gedemonteerde slucken weder over de Waal 
naer Nimegen hadde sien brengen. Desen dach des avonts werden tot eea 
signal voor die van de schantse, als voorsz. is, geschooten drie schooten, 
ende daer naer een vier van den tooren getoont, ende des nachts noch 
twee vieren, achtervolgende de last van de vuytgecoramen hootsgesellen. 
Ten selven nacht trock Sijn Ex**" vuyt met 1000 man te voet ende ontrent 
300 paerden, ende maeckte inde Betuwe, ontrent de plaetse daer de 
viant sijn wachte stelde, een embuscade, in de welcke hij verborch de 
duysent soldaeten, voor sendende twee vaenen ruyteren, ende d'andere bij 
hem houdende meynende den viant soe vuyt te locken. Dan aLsoe naer 
lang verlouven niemant vuyt en quam, brack hij de embuscade weder 
op, in intentie naer tquartier weder ie gaen. Maer eltelijcken tijl voort 
gemarcheert sijnde, veitoende hem den viant van achteren met 6 kornetten 
rujteren, te weeten de vaen ruyteren van sijn altese, daer over comman- 
deerde Petro Francisco de NiselK (die mede in affwesen van den Marquis 
Del Guasto als Generael over de cavalerie commandeerde) noch de vaen 
ruyteren van Don Alfonse d'Avalos, bastertbroeder (gelegilimeert) van den 
Marquis Del Guasto. Item de vaen ruyteren van Jeronimo Caraffa, beleyt 
bij Conté Decio de Manfredi, lieutenant van de compagnie, noch de vaen 
ruyteren van Paradille, noch de vaen ruyteren van Antonio Guaja, ende 
de vaen ruyteren van Beajo de Capitiura, hebbende achter haer noch vier 
vaen ruyteren (daer onder Coradin mede was) heml. van achteren lant- 
saemelijck volgende. Ons volck dat sicnde hebben geroupen Arm Arm, 
ende daer op begonst de viant thooft te bieden, ende 't voet volck hebben 
al haer macht achter seeckere boomen heen geloopen, omme weder naer 
haer embuscade te commen, waerop onse ruyteren die de viant chargeer- 
den de wijck ofte vlucht genomen hebben, om den viant inde embuscade 
te locken, ende deden soe veel dat de viant overtrock seeckere enge 
bruggesken, daer nauwelijcx twee paerden thevens over en mochten, waer 
naer onse ruyteren weder keerden ende den viant ihooft booden. Dan 
den viant gewaer werdende tvoelvolck dat naer de embuscade met een 
groot geluyt liep, ende vresende dat men hen den pas couperen soude 
nam de vlucht, daérop onse ruyteren hen seer heftig tegen hen innelieten, 



— 39 — 

inTOugen dat de viant niet konnende repasseren Ibruggesken, meest geslae- 
gen ofte gevangen werde, te weeten de ses voorsz. compagnien, sonder 
dat de vier achterste eenige schaede leeden. De dooden van den viant 
\raeren ontrent 50 ofte 60, de gevangenen waeren wel 150, ende de 
paerden diemen kreech waeren wel 250. Onder de gevangenen waeren 
dvoorsz. Petro Francisco de Niselli, ende sijn cornet met noch ontrent 50 
ruyleren van de selve compagnie. Noch was gevangen dvoorsz. Don Al- 
fonso d'Avalos, ende sijn kornet. Noch dvoorsz. Conté Decio de Manfred, 
eüde sijn kornett. Noch dvoorsz. Paradille, met noch eenen capt. Jaquemo, 
eelman van sijn Allese, ende veel ander adelborsten. De voorsz. Paradille, 
bebl)ende drie schooten door llijff, is des achternoens binnen Arnhem 
gestorven, ende alle d'anderen sijn binnen Arnhem in bewaeringe geleyt. 
Van d'onsen sijn niet dan twee ruyteren vermist, ende ontrent ses ofte 
seven gequetsl, waer vuyt men des te meer Gods wacht kan bespoeren, 
die ons soe licht el ijck sulcken victorie gegeven heeft, die ons soe in paer- 
den versterckt ende den viant soe seer swackt. Van desen rencontre sijn 
becommen drie vaenen, die in handen van Sijn Ex*^ gelevert sijn, te 
weeten de vaene van den Prince van Parma, de vaene van Davalos, ende 
de vaene van Pradille. 

Den XXV" werde in sviants leger gesien een seer groote brant als oflF sij 
aöe haere hutten gebrant hadden, daer op men van onse sijde seer doende 
was, omme te weeten wat het mochte wesen, ende werde bij eenigen 
gebootschapt dat de viant weder over de Waele scheepte, in intentie sijn 
leger op te breecken. Doch en konst men tselve niet volcommentlijcken 
geloven, om dat eenige meenden dat de viant dat dede om ons volck in 
een attrap, ofte embuscade te brengen, mits twelcke men goet vont beter 
Gontschap te verwachten. Ten selven daege arriveerde in ons leger, de 
Overste Dorp met ses vendelen voetknechten sterck ontrent 650 man, ende 
nam sijn quartier bewesten van den Graeve van Solms. Ten selven daege 
arriveerde noch in tleger de Generale Staeten. 

Den xxyj*" des morgens quaemen verscheyden advertentien dat de viant 
over de Waele scheepte ende door trock, ende dat hij des daechs te 
Tooren al sijn geschut al gepasseert ende overgebracht hadde, dat mede 
hij de heele nacht geaibeyt ende volck over gesonden hadde, hebbende 
hem in front , daer hij most overvaeren ^ geretrancheert. 



' Het bl^kt hier, zoo als ook reeds door Bosscha (Neêrlands heldendaden te land, I, 298) 
V» opgemerkt, dat van Meteren dwaalt, wanneer 'hij by dezen overtogt van Parma over de Waal, 



/ — 40 — 

Ten selven daege ontrent de middach quamen noch in tieger iOO En- 
gelschen gecommen vuyten Brielle, ende ontrent 50 soldaeten van de 
compagnie van Hopman Assendelft. Ende soe d'advertentten van tvertreck 
van den viant al even wel continueerden, soe is Sijn Ex*** ten selven 
daege vuyten leger op geloogen met ontrent 3000 voetknechten behalve 
d^officiers, ende ruym 1200 paerden, in intentie noch eenige reste vanden 
viant, die noch niet gepasseert souden sijn, te slaen, laetende tvoorder 
volck, ende den Oversten Dorp, metten ritmeester Chinschy ende Etmont 
in tieger, om dat te bewaeren ende goede ordre op als te houden, ende 
sijn vuyt getoogen naer Huyssen, omme van daer de brede wech naer 
sviant leger te hebben, dan soe sij onderwech affdrayden, omme te com- 
men naer de pas daer de viant mochte over scheepen, hebben bevonden, 
dat daer noch een grachte lach, die mits thooge waeter, dvoetvolck seer 
qualijcken soude hebben konnen passeren, mits twelcke Sijn Ex^ daer 
door gereeden sijnde, ende ontrent de tranchee, die sij op haer pas ge- 
maeckt hadden, gecommen sijnde, heeft eltelijcke ruyleren voorts geson- 
den, omme te degen alles te besien, die soe naer gecommen sijn, dat sij 
de wacht van de trancheen, toegeroupen hebben, ende oick het volck sien 
passeren. Dan overmits sij niet dan ruyteren en waeren, ende men niet 
gewisselijck en wist hoe sterck de viant noch over dese sijde was, sijn sij 
weder bij Sijne Ex*^ gecommen, die daer naer vuytgesonden hebbende, 
eenige, om in Enotsenburch te geraecken, is met alle tvolck van dien 
nacht weder in tieger gecommen. Ten selven daege. is de Gouverneur 
vanden Briel mede in tieger gecommen. 

Den xxvij" ontrent acht vuyren, sijn in tieger bij Sijne Ex"* gecommen 
drie soldaeten die in Enotsenburch geweest hadden , annuncierende , dat de 
viant meestal over was, ende dien morgenstond sijn wachten, rontsomme 
het fort, opgebroocken hadde. Sijn mede gecommen twee boeren, die 
vuyte Oeije quaemen, ende tselve seyden. Sijn noch gecommen brieven 
van Gerrit de Jonge Gouverneur van Enotsenburch van den selven inne- 
hout, ende verscheyden soldaeten, die daerinne belegert waeren geweest. 
Daerop Sijne Ex*** ontrent thien vuyren weder vuytgetoogen is met gelijck 
getal van volck als den voorleden nacht, in intentie in tfort te comroen, 



een van zijne kr^gskundige meesterstukken, van bruggen over de rivier spreekt. Trouwens zoowel 
CarDero als Campana vermelden zeer doidelyk de overvaart, en de laatste (II, pag. 134) geeft zelfs 
in bijzonderlieden aan, hoe de verschillende troepenaldeelingen bf) den overtogt in de ponten inge- 
deeld w^weo. 



— 41 — 

ende twee ofte drie stucken daer vuyt te rucken, ende daennede de 
tranchee van den Tiant aen te tasten, om noch eenige reste te mogen 
daen. Dan gecommen sijnde ontrent halff wech, is hij in tseecker bericht 
dat de viant al wech was, ende datter niet een meer op dese sijde en 
was, mits twelcke hij tvolck te voet dede blijven ontrent Eist, ende is 
mefle cavalerie voorts naer tfort gereden, met eenige vande Staten Gene- 
rael die bij hem waeren. In tfort gecommen sijnde, heeft eenige schooten, 
door de huysen van Nimegen gedaen schieten, daer tegens die van Nime- 
gen weder eenige schooten schooten. Ter selver tijt was de hertoge van 
Pairma selffs binnen de stadt, in vouge dat Sijne Ex*** ende hij alleen mette 
breete van de Wael van malcanderen gescheyden waeren. Daernaer is 
Sijne Ex*** met alle het volck opden avont weder in tleger gecommen. Men 
mach God Almachtich wel bedancken dat hij dese onse saeke , soe heeft 
doen verloopcn , dat een hertoch van Parma , wien nauwelijcx eenige steden 
ofte oontinente provinciën hebben konnen tegenstaen , ende die daeromme 
de devise vanden Grooten Alexander usurpeerde, nu met groote schande 
ende schaede moet vluchten alleen van een fort van Knotsenburch. 

Den xxviij*" en is in ons leger niet gedaen dan gerust, maer de viant, 
die een meerder vrese hadde, pretexerende nietcmin sijn reyse naer Vranck- 
rijck te moeten haesten, is met alle sijn volck, vuytgeseyt seven vendelen, 
ende noch eenige die inde stadt waeren, opgetoogen naer Moock, ende de 
Maesecant toe, blijvende nochtans sijn Altese inde stadt, ende behoudende 
dvoorsz. seven vendelen buyten de Hoenderpoorte van de stadt. Ten selven 
daege quam advertentie in tleger dat de viant met groote moeyte aen die 
van Nimegen aen hiel, omme thien vendelen knechten ende een kornette 
niyters inde stadt in gamisoen te laeten, met beur consentement , ende 
dat die vande stadt quaelijcken daertoe wilden verstaen. 

Den xxix" Julij heeft Sijn Ex"* een reveue generael doen doen van ons 
leger, ende alle de regementen aen enckele vendels over de brugge doen 
Irecken, ende tellen. Onder dwelcke eerst overgetoogen is tregement van 
Graeff Philps met seven vendelen, daer onder gereeckent de guarde van 
Sijn Ex*", ende de compagnien van Milord Borris ende de heer van 
Famars. Ende is tselve regement sterck bevonden ontrent 880 mannen. 
Daer naer passeerde tregement van Balfour met thien vendelen, ende is 
slerck bevonden ontrent 1275 mannen. Daer naer passeerde tregement 
vanden Graeve van Solms met negen vendelen, daer onder begrepen het 
vendel van Kals voorsz., ende is sterck bevonden ontrent 1238 mannen. 
?loch passeerde het regement van Brederode met seven vendden e&de is 



— 42 — 

stcrck bevonden ontrent 790 mannen. Noch passeerde het regement van 
Dorp met ses vendelen, ende is slerck bevonden ontrent 655 mannen. 
Noch passeerde het regement van Vuylrecht ofte Groenevelt met se ven 
vendelen, slerck ontrent 690 mannen. Ende ten leste passeerde noch het 
regement vande Engelschen met seventhicn vendelen, sterck ontrent 1420 
mannen. In vouge dat alle het voetvolck beloopt te saemen noch ontrent 
6945 mannen. Twelck noch een groot getal is, gemerckt den langen tijt 
die tleger te velde gelegen, ende de grooten ende quaeden wech diet ge- 
marcheert heeft. Ten selven daege sijn noch gepasseert ende getelt de 
sevenlhien kornellen ruyleren ende is bevonden, de compagnie van Sijne 
Ex*** slerck 93 paerden., Voisin 95 paerden, Barchon 100 paerden, Sleyer 
139 paerden, Putlis 94 paerden. Balen 117 paerden, Chinsky 78 paerden, 
Pauls Bax 85 paerden, Marcelis Bax 90 paerden, Du Bois 107 paerden, 
Etmont 102 paerden, Vuchtenbrouck * 100 paerden, L'espini 79 paerden, 
Sitnei 55 paerden, Vere 60 paerden, Parker 75 paerden, ende Pouli 66 
paerden, bedraegende in alles ontrent 1535 paerden, behalven noch eenige ^ 
gedevaliseerden , ende absenten oft^e vuytgesonden onder Sleyer, Balen, 
Putlis, Pauls Bax, TEspini ende anderen leggende. Men soude eenichsins 
mogen verwonderen, waeromme 't voetvolck nu slercker bevonden werdt 
dan opden xxij" deser, maer den geenen die verstaet hoe seer een tocht 
swacker is als een reveue, om de meenichte vande moeskoppers ' ende 
achterblijvers, ofte te laet commers wille, die en sal hem daer van niet 
verwonderen, ende aengaende de paerden, sijn daeromme meerder, omdat 
sij mette paerden vanden viant becommen, etlelijcke compagnien geheel 
versterckt hebben, in vougen dat indien d'absenlen present waeren geweest 
men soude bevonden hebben over de 1600 paerden. In somma is ons 
geheele leger desen dach noch sterck bevonden, soe te paerde als te voet 
ontrent 8480 mannen, maer inder waerheyt wel 19000 met soutelaers, 
vrouwen ende jongens. Naer dat dese reveue geschiet was is elcx weder 
in sijn quartier getoogen. Ten selven daege sijn vuyt tleger vertoogen 



* Joban van Hncbtenbroeck , was na bet sneavelen van den Graaf van Valckensteyn tot Rit- 
meester over diens vaan aangesteld. (Commissieboek van den Kaad van State van 1591 — 1598, bl. 9.) 
Hij verliet de dienst in het laatst van 1593 (ld., bl. 72), en werd in 1567 Buri;jemeester van 
Dtrecht. Twee jaren later trad b\j echter weder in krijgsdienst, werd den 2Ssten December 1599 
Kapitein over een vendel voetknecbten (ld. , bl. 237 verso) , en in Januarij 1600 Kolonel over het 
regement van Utrecht. (Jonrcael van Dnyck, V Boek.) Den 22sten December 1601 sneuvelde 
hij binnen Oostende. 

4 Boover», vrfjbmters. 



— 43 — 

ontrent hondert boolsgesellen , die ettelijcke daegen van te vooren Yuyt 
Zeelant gecornmen waeren, om weder naer haere schepen te keeren, ende 
haer in zee te begeeven, omme redenen datmen verstont dat die van 
Duynkercken in zee waeren. 

Den XXX" en heeft men in ons leger niet besonders gedaen dan alleen 
geconsulleert ende beraetslaecht wattmen best aeogrijpen soude ende off 
tbeler waere hier Ie verwachten ofte elwaerts te gaen, daerinne nochtans 
niet besonders geresolveert en is, maer best gevonden alsnoch eerst te sien 
wat de viant beginnen soude, dwelck noch in persoen binnen Nimegen 
Mas, ende hebbende sijn volck soe opde maescante als ontrent Duffel ende 
daer ontrent leggen ende oick noch eenige vendelen vast aende stadt, 
sooder dat men nochtans konde weeten, off sijn meeninge was tselve volck 
binnen de stadt te brengen dan niet, hoewel nochtans binnen de stadt 
niet en waeren dan drie vendelen knechten van t'oude garnisoen, te 
weeten den heere van Geleyn , Snaeter ende Jan van Wiert met beur com- 
pagnien. Ten selvcn daege sijn alle de gevangen ruyteren op haer rantsoen 
vuytgegaen. Ende is noch een gevangen commissaris vanden viant (ofte 
oommis van eenige betaelinge aen tvolck) in tleger gebracht, die gevangen 
ende gehaelt was bij eenigen onse ruyteren vast bij Ruremonde. 

Den lesten Julij des smorgens de ruyteren jongens vuytrijdende om 
Yoeragie, hebben ettelijcke vrijbuyters vanden viant leggende in embuscade 
seecker getal vande voeragiepaerden gekreegen dan gesonden sijnde aen 
Eaotsenburch om de passagie te beletten, ende ettelijcke ruyteren uyt- 
rijdende, sijn d'meestedeel van die weder gekregen, ende eenige vanden 
viant gevangen. 

Den 1" Augusti en heeft men niet besonders in tleger gedaen dan opden 
naemoen met groote pompe begraeven den Graeve van Valckesteyn, al 
voor Zutphen geschooten, ende kreech men tijdinge dat den Prince van 
Parma noch den lesten binnen Nimegen was. 

Den ij" Augusti en dede men oick niet, maer quam advertentie dat 
tvolck van den viant meest al dien dach des smorgens vuyt Nimegen ver- 
trocken was, ende daerinne niet gelaeten en hadde, dan het oude gar- 
nisoen, dat mede de reste van tvolck al over de Maese was, item dat hij 
sijn ^elerie al aen de Maes hadde doen brengen om op te scheepen. 
Ten selven daege werde geintercipicert verscheyden brieven meest familier- 
lijck vöfyt sviants leger geschreven, meestal innehoudende van tvertreck 
van Parma naer Vranckrijck, ende dat de Coning van Spangien sulcx 
wilde hebben. Item was daeronder een liste van oplichtinge die den .Coning 



— 44 — 

Yan Spangien in Duytslant dede doen, te weeten 4800 paarden , ende 4S 
vendelen voetknechten , met parlinenie benaeminge vande Ritmeesteren 
ende Gapiteynen, ende heure loopplaelsen , welcke brieven toegeschickt sijn 
den ambassadeur van Vranckrijck, om sijn meester daer aiF te verwittigen. 
Ten selven daege werde genouch de resolutie beslooten, omme naer Nimegen 
te gaen mettet leger, soe de viant hem wat verder vande stadt begaff. 

Den iij*" Augusti vertrocken de Generale Staeten weder vuyten leger 
naer den Haege , ende toogen ten selven daege vuyten leger verscheyden 
ruyteren van verscheyden compagnien, omme den viant soe in Brabant 
als andersins eenigen affbrueck te gaen doen. Ten selven daege quam 
noch in tleger Robert Sitney gouverneur van Vlissingen met 2 vendelen 
knechten. Voorts regende het continuelijck bijnaest dien geheelen dach, 
ende de nacht daeraen volgende , twelck de soldaeten ende ruyteren seer 
moeyelijck was , omdat meest al haere hutten sulcken meenichte van waeter 
niet en conde affkeeren. D'advertentien van tgeheel vertreck van den 
viant waeren noch seer twijffelachtich , overmits men verstout dat wel 
tleger meest vertrock, dan dat den Prins noch tot Nimegen selffs was. 

Den iiij'"* en is niet besonders geschiet dan gecontinuecrt dat den Prins 
van Parma noch selflfs tot Nimegen was. Ende hebben de ruyteren seer 
begonnen te claegen over de continuelle regen , seggende dat sij nootelijcken 
souden moeten refraicheren ende haer paerden onder dack brengen , ofte 
het soude geschaepen sijn dat sijse wel alles van sieckten mochten verliesen. 

Den V*" is tijdinge gecommen dat den Prins van Parma op dien dach 
smorgens vuyt Nimegen vertrocken was, over den wech naer Venlo, dat 
hij inde stadt niet gelaeten en hadde dan het oude garnisoen, dat mede 
veelen die oirsaeck waeren geweest van de revolte van de stadt haer goet 
packten, om mede door te gaen, als vresende van de burgeren selffs doot 
geslaegen te worden. Doch waeren noch eenige vendelen knechten voor 
de stadt blijven leggen, sonder dat men wiste eygentlijck te wat fynen, 
ende oft was om de stadt te bewaeren ènde daer voor te blijven, ofte 
om naer Vrieslant te gaen met Verdugo. De dachten van de ruyteren 
overmits de meenichfuldigen regen, hebben meer ende meer gecontinuecrt. 
Ten selven daege is tvendel van Pottey in tleger gecommen. 

Den vj" is gecontinuecrt de tijdinge van tvertreck van Parma, ende 
voorts van nieus gecommen advertentie, dat de vendelen knechten noch 
voor de stadt gebleven, mede vertrocken ende Parma gevolcht waeren, 
dat oick Verdougo, sonder eenige assistentie tegens die van Vrieslant te 
hébben konnen obtineren, mede vertrocken was. Desen dach heeftet noch 



— 45 — 

seer gereegent, ende heeft men mitsdien begonnen te consulteren op t ver- 
treek van de ruyleren. Daer op geresolveert is dat de ruyteren souden 
verdeylt werden , over de dorpen vande Betuwe , . omnie ettelijcke daegen 
onder dack te mogen wesen. Dat mede den geheelen leger metten eersten 
soude vertrecken naer de Waele toe, in intentie (soe de gelegenlheyt vanden 
tijl ende saecken sulckx gelijde) over de Waele met een brugge te trecken 
ende de stadt Nimegen met gewelt aen te tasten. 

Den vij*"* hebben de ruyteren begonnen vuyten leger te vertrecken, naer 
haer gedestineerde plaetsen, omme voor ettelijcke daegen aldaer te refrais- 
cheren, tot datmen (indien de saecke sulckx gedroech) over de Waele soude 
trecken, in welcken gevalle sij weder alles in tleger soude moeten commen. 

Den viij" is alle het voetvolck op getoogen naer Hoesden * twelck een 
groot dorp inde Betuwe is gelegen aen den Rijn. Ende sijn alle de sche- 
pen nederwarts de Lecke aff gevaeren naer Dordrecht toe , omme van daer 
weder de Waele op te vaeren naer Hijen ' toe. 

Den ix" sijn een groot deel vande scheepen, die des nachts voor bij 
Dordrecht geseylt waeren gecommen tot ontrent Bonmiele, maer d'andere 
die noch inde Lecke waeren, en hebben mits den stereken contrarie wint 
niet konnen commen tot Dordrecht. 

Den x*° sijn een groot deel scheepen die voor waeren gecommen ontrent 
Hijen aen den nieuwen dwersdijck, ende d'anderen sijn voor bij Dordrecht 
gecommen, sonder veel prouffijts in topseylen te doen, mits den gestadigen 
contrarie wint. 

Den xj*" xij" ende xiij*' hebben de scheepen mettet schut ende scheep- 
brugge moeten oppaerden, twelck mits den stereken contrariewint lanck- 
saen werck was. Ten selven daege sijn noch eenige scheepen te Hijen 
gearriveert. Alle dese ende noch eenige volgende daegen bleeiF tleger bin- 
nen Hoesden , niet anders gewachtende , omme voorts naer stadt te trecken , 
dan het geschut ende scheepbiugge, niettegenstaende dat eenigen, met 
weynich redenen Sijn Ex*** poochden te ontraeden de stadt aen te tasten. 

Den xiiij*" quam continuatie vande tijdinge die daechs te vooren gecom- 
men was , van dat des viants leger noch ontrent Venlo ende inde Vogedie • 
lach, gedistribueert over de dorpen ende huysen aldaer, mits welcke eeni- 



' Met dit Hoesden bedoelt Duyck het dorp Opheusden aan den linker oever van den Beneden 
p, ten Zuidwesten van Wageningen. 

* Het dorp Hein op den regter Waaloever, even boven Oodcwaard. 
' Be voogdy van Gelder. 



— 46 — 

gen , die bij Sijn Ex*** veel vermochten , hem des te meer ontrieden de stadt 
aen te tasten, meest al met slechte en eensdeels onwaerachtige redenen. 

Den XV*" quam tgeschut scheepbrugge ende de resle vande scheepen 
boven Thiel, dan was de hefticheyt van terstont naer de stadt te gaen al 
veel vercoelt, soe om de voorsz. tijdinge, als ontraeden, ak oick dat die 
van Dordrecht, die dit exploict meest roerde, nochte die van HoUant, die 
veel in desen vermochten, niemant in tleger bij Sijn Ex*** en hadden, die 
tbeleggen ende aengrijpen van de stadt seer aen dreven. 

Den xvj*" quam tgeschut, scheepbrugge ende alle de resterende scheepen 
inde vloole bij Hijen, ende bleeff nietemin tgeheele leger te Hoesden. 

Den xvij" en werde niet besonders gedaen, dan dat de Advocaet van 
Hollant in tleger quam ende eenige vuyren met Sijn Ex*** gesproocken 
hebbende, is ten selven daege weder verlrocken, naer dat hij soe veel 
gedaen hadde datter resolutie genomen was de stadt Nimegen aen te grijpen. 

Den xviij*" en is niet besonders geschiet, dan dat op den avont de 
scheepen te Hijen leggende bevel gedaan werde, dat sij naer Nimegen op 
seylen souden, achtervolgende twelcke de scheepen hebben begonnen op te 
seylen, sonder nochtans veel te voorderen omme de slappicheyt vanden 
wints wille, die niet genouch en was de schepen tegen de stroom op te 
drijven. 

Den xix*" Augusti quaemen alle de scheepen, het geschut ende scheep- 
brugge tot boven Oisterholt, ontrent een halff mijl beneden de stadt IVi- 
megen, sonder dat al even wel tleger hem noch vervoerde, soe omme 
dvoorsz. difficulteijten wille als dattet gestaedelijcken regende. 

Den XX*' en geschieden niet besonders, overmits Sijne Ex**' naer Arnhem 
vertrock opden lantsdach aldaer. Doch die van Nimegen door de compste 
vande scheepen wel seeckerlijck vermoedende dattet beur gelden soude, 
hebben met groote naersticheyt in de stadt gehaelt meest alle tgewas dat 
noch buylen stondt, ende voorts door gcsleecken den dijck die opde west- 
sijde van de stadt lach, omme sulcx twaeler vande reviere, die heel hooch 
was, inne te laeten loopen over seecker laech lant gelegen tusschen den 
selven dijck ende de hoochte ofte geberchte leggende ten suyden van de 
stadt, ende in dier vougen te beletten datmen hel geschut vande westsijde 
niet bequaemelijck opde hoochte en soude konnen brengen. Hebben noch 
ten selven daege eenige schooien naer de schanlse geschooten, daer tegens 
die vande schanlse weder eenige schooien inde stadt schooien. Ten selven 
daege quam lijdinge dal Verdougo daechs te voorcn ontrent Nimegen ge- 
weest was met ontrent 1000 mannen, om die inde stadt te brengen, soe 



— 47 — 

die Tan binnen sulcx begeerde. Dan overmits die van binnen sulcx niet 
begeerde is hij metlet volck weder vertrocken, twelck men vermeet dat 
hij daeromme gedaen heeft, om dat hij wel verseeckert was dat die van 
binnen egeen garnisoen en souden inne nemen, ende dat hij (als lieutenant 
generael met Floyon, of Barlemont van den Prince van Parma) in toecom- 
mende tijden geexcuseert soude sijn , soe het quaelijcken mette stadt ginck , 
ofte dat die bij ons verovert werde. Ten selven daegen hebben meer ende 
meer voor geworpen gewerden dvoorsz difficulteyten , in vougen datmen 
weder begonst in twijfel te trecken, off het beter was tleger te doen 
refraischeren , ende daer naer weder te versaemeien, ofte nu voorts te 
trecken, twelck met groote hefticheyt bij verscheyden gedreven werde, 
ende hier toe holp veel seeckere loopende tijdinge die daer quam, dat 
sTiants leger noch alles ontrent Goch lach. 

Den xxj" sijn dvoorsz difficulteyten met groote hefticheyt weder te berde 
gecommen , ende hebben soe veel vermoegen , datmen contrarie tvoorgaende 
resolutie naiq, van theelc leger op te breecken, omme voor ettelijcken tijt 
te refraischeren, ende alsdan weder bij een te brengen. Waerinne noch 
suicke naersticheyt gedaen werde dat ten selven daege meest alle de 
palenten vuytgegeven werden, omme te vertrecken. Werden mede alle de 
vivres scheepen ende soutelaers van voor Nimegen weder te rugge ont- 
booden omme aen den dwarsdijck bij Hijen, weder te commen, in intentie 
dat des nachts daer aen alle d'andere scheepen met ammunitie ende ge- 
schut soude afdal»len, in vougen dat elck een hem bereyde omme naer 
sijn gainisoen te ti'ecken. Ten selven daege quam weder in tleger den 
Advocaet van HoUant, met wiens compste dvoorsz resolutie van opbreecken 
weder in twijffel gelrocken is, met suicke redenen dat Sijn Ex*^* weder- 
onime begonnen heeft te vacilleren, ende daeromme te meer, dat de gede- 
puteerden van Gelderlanl opdcn avont oick in tleger quaemen, ende sulck 
opbreecken holpen tegenstaen, waer door oick geschiede dat noch ten sel- 
ven daege alle Capileynen ende Ritmeesteren belast werde noch op s'ande- 
ren daechs niet te vertrecken, maer naerder bevel daerinne te verwachten, 
mitsgaeders de Scheepen die nog ontrent Nimegen waeren van niet neder- 
waerts te commen, voor ende alleer heml. mede daer toe naerder bevel 
gedaen werde. Werde noch geresolveert dat men alle dselve difficulteyten 
met huere redenen, mitsgaeders de redenen ter contrarie soude overscrij- 
^en aen den Raede van Staele, omme haer eynlelijcke meeninge daer aff 
te versteen, welcke irresolutie meest toequam door ettelijcken die het lang 
te velde leggen begonst te verdrieten, mitsgaeders datmen niet sulckx 



-^ 48 — 

gedient en was van spyen ende kuntschappen vande eygen gdegentheyt 
Tan sviants leger als het wel behoort hadde. 

Den xxij*° sijn dvoorsz. brieven aen den Raede van Staete affgevaerdicht , 
omme haer meyninge hierinne te verstaen, dwelcke overmerckende de 
generaele inclinatie die daer was onder meest alle de crijshoofTden , omme 
te vertrecken ende refraischeren , hebben daertoe mede verstaen , soe om 
de regenachtige dispositie van den hemels wille, als om te sien off men 
soe den viant soude konnen deverteren ende vande stadt afflocken, mits 
met particuliere fortsen en eenige andere oirden yetwes vuytrechtende. 
Daer over men voorts gereetschap gemaekt heeft omme des anderen daechs 
te vertrecken. 

Den xxiij^ hebben alle de ruyteren ende knechten begonnen te ver- 
trecken elck naer haer gedestineerde plaetsen, onmie te refraischeren, ende 
sijn de scheepen die aen den dwersdijck waeren de reviere affgevaeren 
naer Gornichem, ende voorts bevel gedaen aen de scheepen die noch 
boven ontrent Nimegen waeren, omme van gelijcken te rugg^ te commen. 
Ten selven daege ginck Sijn Ex*^ naer tvertreck van alle het volck van 
Hoesden slaepen tot Arnhem, onmie van daer over Vuytrecht naer den 
Haege te commen, daer hij gecommen is den xxviij""* vande selve maent, 
ende hiermede eyndichde dese voorn, leger. 



VAN DEN TOCHT IN TLANT VAN WAES IN VLAENDEREN. 

Tleger opgebroocken sijnde als voorsz. is ende het volck weder verdeylt 
door de garnisoenen, is den viant al evenwel met een deel volckx blijven 
leggen inde voochdie ende ontrent Ruermonde. Sulcx datmen om hem te 
vertrecken sont eenige ruyteren ende voetknechten naer Lingen, onrmfie 
aldaer te slaen ofte verstroyen seeckere twaelff hondert duytsche ruyteren 
ende thien vendelen voetknechten, die daer versaemeiden ende haer loop- 
plaetse hadden voor ende ten dienste van den Goning van Spangien. Dan 
dselve vernomen hebbende de compste van d'onsen, sijn voor haere aen- 
compste verloopen ende verstroyt, waer door ons volck weder in garnisoen 
gekeert sijn, sonder yet vuyt te rechten, dan alleen afgehaelt hebbende 
seeckeren grooten buyt van alderhande beesten. Dan soomen sach dat de 



— 49 — 

Yttnt ooick daeromme hen noch niet en beweechden, om op te breecken 
Tuyte voochdie ende plaetsen daerontrent, soe is goet gevonden hen wat 
naerder te besoucken ende een inval te doen in Vlaenderen, omme des 
fiants macht daermede te distraheren, ofte ten minsten te beletten dat 
hij naer Vranckrijck niet gaen en soude, ende daerop vuyt gegeven sijnde 
bevel aen verscheyden vendelen voetknechten ende oick eenigen te paert 
omme haer daer op gereet te houden ten gestelden daege, welck was den 
xiiij*' Septembris A" 1391 voor thoUantse ende een deel Engelsch voet- 
volck, is Sijne Ex"* ten selven daege vuyten Haege vertrocken ende met 
alle sijn treyn gecommen tot Dordrecht voor welcke stadt ten selven daege 
arriveerde in scheepen meest al het hollants voetvolck op dese tocht gedesti- 
neert, ende een deel vande engelschen, ende overmits den stereken wint 
Ueeff aldaer stille leggen, den xV", vuytgesondert eenige scheepen met 
amunitie geladen, dwelcke dien dach over den Biesbos naer Willemstadt 
liepen, overmits het met dien wint seer hooch vloeyde. 

Den xvj" vertrock Sijne Ex*^ naer Willemstadt, ende quaemen ten welven 
daege alle de scheepen over den Biesbos naer Willemstadt ende bleven 
aldaer leggen tot des anderen daechs. 

Den xvij" de scheepen met Sijne Ex*** van Willemstadt vertrocken sijnde , 
qoaemen tot voor Catshouck. 

Den xviij*" quaemen de scheepen in tgetal wel 22S voor Armuyden, 
ende des avonts tot aen den nattaers voor den Hont, ende des nachts 
voorts vaerende >oeren de Hont op tusschen t'eylant van der Goes ende 
Vlaenderen tot voor bij Gruyningen toe, daer sij inde morgenstont gearri- 
veert sijnde, haer aen de Vlaemsche custe begaven ende streecken, ende 
setten haer volck op lant te Galfstaert beneden Wilsenoort, daer een schantse 
ladi die bij den viant bewaert werde. Ten selven nacht was ordre gegeven 
dat de stadt Hulst gelegen in tlant van Waes beslooten werden bij de 
garnisoenen van Axele, ende een deel van de Seeusche compagnien die te 
dien fyne naer der Neuse te waeter gesonden waeren. D'aencompste van 
Sijn Ex*** aldaer vernomen sijnde, heeft de viant verlaeten seecker steenen 
huys, aldaer leggende, daer hij op geweest hadde ende trock op Wilsen- 
oort, maer de huysluyden vluchten meest met alle tgeene sij mede krijgen 
mochten naer Hulst, abandonerende de reste. 

Den XX" tvolck aldus op lant geset sijnde, heeft Sijne Ex**' terstont 
loen op eyschen de schantse van Wikenoort, daer op vuyt quam een 
vendrich, wiens hopman ende compagnie te Hulst lach, die op dese 
1. 4 



— 30 — 

schantse commandeerde met ontrent dertich soldaeten, deweicken bij Sijne 
Ex^' aengeseyt sijnde, dat sij souden mogen Yuyttrecken met haer geweer 
ende bagagie, ende dat men haer tscheep in Brabant soude bestellen, dan 
dat sij binnen Hulst niet en souden mogen commen , heeft daer Tan rap- 
port gedaen aen sijne soldaeten ende daernaer weder vuytgecommen sijnde, 
ende verstaende dat Sijne Ex^ heml. naer Hulst niet en wilde laeten 
trecken, heeft t'appoinctement in dier vougen aengegaen des morgens tus- 
schen acht ende negen vuyren, ende sijn vuyle schantse tscheep gegaan 
ontrent halff elDf vuyren, daer naer is Sijne Ex*** met alle het voldt Ie 
weeten tregement van GraeiF Philps met 7 vendelen, tregement van Bre- 
derode met 7 vendelen, tregement van Balfour met 10 vendelen, ende 
het Regement vande Engelschen mede met 10 vendelen voetknechten, 
beneffens noch eenige Seeusche compagnien voorts te lande naer Hulst 
vertrocken, in welcken tocht eenige boeren huysen, daer inne de boeren 
poochden te resisteren verbrant sijn. Ten selven daege vertrock t'mees- 
tendeel van de scheepen van Wilsenoort paer het Saftinger gat, ende 
daerinne gecommen sijnde bleven daer leggen. Noch quaemen ten selven 
daegen inde tsestich scheepen gelaeden met ruyteren van Bergen opden 
Zoom, ende arriveerde ontrent Wilsenoort, alwaer sij haer paerden te 
lande stelden, omme naer Sijn Ex^^ te moge rijden, dan en consten mits 
den avont in tleger niet commen, twelck ons volck niet sonder schaede 
en quam, want eenige ruyteren van den Prince van Parma (daerond^ 
verscheyden van den vaen carabijns van sijn guarde waéren) in tlant van 
Waes leggende, ende, mits Sijn Ex*^ egeen ruyteren bij hem en hadde, 
daer blijvende, deden sulcke excursien dat men quaelijcken van d'een tot 
d*andere plaetse conde conounen sonder groote pericule, in vougen, dat sij 
eenige gevangen kroegen ende veel quetsten, ende onder anderen de 
sergiant major van Axel, die daer naer sterff. Hulst is een cleyn steedeken 
gelegen in tlant van Waes, tamelijcken sterck ende gefortifieert, hebbende 
in t'oosten buyten de poort leggende een starck bollwerck van aerden, 
niet dan met een brugge aen de stadt raeckende, van tamelijcke groote. 
Ten noortwesten een steenen rondeel aen de stadt vast, met een opwerp 
van aerden daer voor, dienende tot bewaeringe van de Hulster haven, die 
aldaer in stadt compt. Tusschen beyde dese boUwercken leyt noch een 
aerde punte, dienende tot flancque van de wallen. Ten westen leyt van 
gelijcken een punte van aerden, dienende mede voor flancque van de walle 
vuytsteeckende, ende van bequaeme groote, daerop oick een molen staet, 



— 51 — 

ende treckende naer t'oosten daer inne een poorte, ten suytwesten vande 
stadt, op den wech naer Gendt, leyt een schantsken genaempt Vreest niet, 
ontrent een groote musquetschoot yande stadl , ende ontrent twee musquet- 
schooien wijder Tan daen lach een schantse genaempt de Magdelene. Opde 
Hulster haven laegen van gelijcken verscheyden schantsen, alles bij den 
viant bewaert. Binnen de sladt liet men vliegen seven vendelen, hoewel men 
geoouch onderrigt was, datter nau twee hondert soldaeten inne en waeren. 
Den xx** begreep Sijne Ex**' de quartieren voor de stadt, ende de En- 
gelschen met 10 vendelen werden geleyt opde ooslsijde naer den dijck toe. 
Ten noort oosten de Schotten met 10 vendelen, achter heml. bet treckende 
ten noorden Graeff Philps met 7 vendelen, de guarde daer onder gereec- 
keol, alwaer Sijne Ex*** mede sijn quartier namp, ende den Grave van 
Hohenlohe, dicht onder de stadt in seecker huys aldaer gelegen ten noor- 
den. Aen de noortwest sijde werde de haven met daegelijcxce wacht beset 
van de Schotten ende Graeff Philps. West vande stadt lach Brederode 
met 7 vendelen, ende suytwest den Graeve van Solms met 14 vendelen. 
Ten selven daege des morgens arriveerden in tleger ses vaen ruyteren, te 
weeten de vaen van Sijn Ex*** van beyde de Baxen, van Ghinsky, Etmont 
ende Pouli, dwelcke terstondt de ruyteren vanden viant, alomme in tlant 
leggende vervolchden ende kregen oick eenige van heml. gevangen meest 
vande garde vande carabijns vanden Ilertoch van Parma, ende onder 
anderen oick den Gometdraeger mette vaene ofte tgene datse in plaetse 
van een vaene droegen, in vougen dat sij daermede alle des viants ruyte- 
ren veijaechden. Ende overmits tgeheele lant van Waes, onder egeen 
contributie en sat^ heeft tselve als een proye voor de ruyteren ende 
knechten geweest, die dese ende eenige naervolgende daegen tgeheele lant 
gephmderl ende soe veel boeren gevangen gekregen hebben, ende soe veel 
beesten gehaelt, dattet nauwelijcx om tellen ofte estimeren is. De ruyteren 
weder conmiende hebben beur quartier bij Sijn Ex*** begreepen. Ten sel- 
ven daege werden eenige schantsen opde Hulster haven gelegen bij appoinc- 
tement opgedraegen, dan niet voor scanderen daechs overgegeven. Ten 
selven daege werde doorgesteecken den dijck voor Hulst, omme een deel 
van tplatte lant te inonderen, ende daermede te maecken dat de viant 
heml. te quaelijcken soude konnen secoureren. Ten selven daege quaemen 
meest alle de scheepen van Saftingen tot ontrent Hulst, ende eenigen tot 
aen den dijck. Oick werde seer vuyt Antwerpen ende de schantse van 
Callo ende Oordam ^mitsgaeders opde Schelde geschooten. Dan verstout 



— 52 — 

men naerderhant dattet geschiet was omdat de jonge Prince van Parma 
gegaen was, naer Gallo ende Oordam, omme die te besien, tot wiens eere 
sij soo schooten. 

Den xxj" continueerden het roven ende beuytèn op tlant van Waes, 
ende werde voorts overgegeven de schantse van Magdelene, mits dat sij 
vuyt souden mogen trecken met haer geweer, waer naer men opeyschte 
de schantse Vreest niet, dan gaven voor antwoort dat sij niet anders doen 
en wilden als de stadt doen soude. Ten selven daege werden noch bij 
den admirael van Zeelant opgeeyscht tfort van Kieldrecht, wesende een 
eylant gelegen besuyden vande stadt naer Antwerpen toe, dan gaven voor 
antwoort dat sij meerder macht sien wilden. Daerop den admirael te 
lande dede brengen een gootelinge ende schoot daermede ettelijcke schoo* 
ten op hen, sonder dat sij daeromme tselve fort wilden opgeven, twelck 
siende den admirael vertrock, sonder yet vuyt te rechten. Ten sdyen 
daege arriveerden in tleger eenige van den Raede van Staete beneSens 
de gedeputeerden van Zeelant. 

Den xxij*" arriveerden alle de scheepen met geschut ontrent Hulst, door 
't Saftingcr gat, ende begonst men twee schantsen op te werpen, d'eene 
aen den dwersdijck ten suyden vande stadt ende d*andere in tvelt wat 
meer ten westen, omme te beter den viant te keeren, soe hij quam om 
de stadt te ontsetten. Ontrent den avont werde in een ponte gedaen drie 
halve canons om die aen lant te brengen ende Vreest niet te beschieten, 
mitsgaeders twee veltstucken , omme inde schantse aenden dwersdijck te 
brengen. Dan overmits men het geschut met groote difficulteyt wel ander- 
halff vuyre gaens, om moste brengen, en werden dien nacht voor Vreest 
niet, maer twee halve canons gebracht, de derde van den dijck, die heel 
enge was, in twaeter gevallen sijnde, die des anderen daechs met groote 
moeyten daer weder vuyt gehaelt werde. De twee veltstucken bleven aen 
den dijck staen. Ten selven daege werde geschooten den lieutenant die 
in Vreest niet commandeerde, waer door sij van binnen begonsten te 
muytineren d'een het wiUende houden ende d'andere overgeven. Des 
nachts werde opgeworpen een batterie tegens de oostsijde vande stadt, 
besuyden het boUwerk aldaer gelegen, groot, omme vijfthien ofte sesthien 
stucken inne te setten. Ten selven nacht werde de twee l)alve canons 
veor Vreest niet geplant. Ten selven daege werde het accoort gemaeckt 
opde contributie van die van tlant van Waes, omme daermede de roove- 
rijen ende excursien te doen cesseeren. 



— 53 — 

Den xxiij** werde vrouch verbol gcdaen dal niemant meer vuylen quar- 
tiere soade loopen om Ie pilgeren in llanl Tan Waes op Hjffslraffe , doch 
brachten de geene die des nachls vuyl geweest hadden noch verscheyden 
gevangen ende beuylen. Des morgens vrouch dede de Graeve van Sohns 
Dochmael opeyschen Vreest niet , hemluyden aenseggendc dat hij soude 
beginnen te schieten , ende alsdan hen egeen genade doen , daerop eenige 
riepen datt den lambourin te rugge gaen souden, ofte sij wilden schieten, 
anderen riepen dat hij aencommen soude. Ejntelijcken werde geaccordeert 
dat sij de schantse souden overgeven mits vuytlreckende met haer geweer, 
ende te mogen gaen naer Antwerpen daerop sij de schantse pverga- 
fen ende trocken daer vuyt ontrent 56 soldaeten. Daer naer dede men 
het geschut dat opde schantse gestelt was opde stadt schieten eenige 
schooien , ende sont Sijne Ex^ een lambourin omme de stadt op te eyschen , 
daerop de soldaeten riepen , dat hij afF blijven soude , ende de burgeren 
dal bij aencommen soude. Aengecommen sijnde, eischte de stadt op 
van wege Sijn Ex*** daerop hem geseyl werde, dal hij wat vertoonen 
soude, sij wilden hem antwoorl geven, dan begonsten terslont binnen 
aboe te remoeren, dat een vande soldaeten, hen geboot te verlrecken, off 
hij wilde schieten, waer vuyt 'men vermoede dat sij van binnen tweedrach- 
tich moslen sijn. Ten selven daege werde alle preparatie gemaeckt om 
de stadt te beschieten, ende werden te dien fijnen verscheyden gabions 
gemaeckt ende naer de stadt ende de opgeworpen batterie gebracht, ten 
selven dage werde noch opgeworpen twee schantsen dienende tot beset 
ende bewaeringe van tleger d'eene buyten den dijck op seeckere vuytsteec- 
kende gorse gelegen aen den houck van den dwersdijck voorsz. ende d*an- 
dere mede in 't velt ten suyden vande stadt tusschen dvoorsz. veltschantse 
ende de stadt. Desen nacht volgende werde de begonste batterie voorts 
opgeworpen ende daerinne gestelt verscheyden gabions, mitsgaeders aldaer 
gebracht de materialen omme de beddingen aff Ie maccken. Werden mede 
len selven nachte op llanl noch gebracht 17 stucken geschuts te weelen 
8 heele ende 9 halve canons omme die inde ballórie aen de oostsijde te 
gebruycken. Dit geschut werde met seer groole moeyle ende swaericheyt 
aen lant gebracht, overmits de scheepen daerinne het geladen was, seer 
verre van lant mosten blijven, ende men hel eerst vuyte scheepen in 
ponten mosle stellen, ende daer naer met groole moeyle, op Ihooge water 
alleen aff ende aen lant brengen. 

Den xxiiij" Sepl^ werde groole gereetschap gemaeckt omme hel geschut 
dal op lant was soe naer de stadt ende de balterie te brengen alsmcn 



— 54 — 

konnen soude, omme des nachts daernaer Iselve inde balterie te stellen. 
Dan soe in tleger advertentie quam dat de viant hem ontrent Antwerpen 
versamelde, ende hem versach \an schuyten ende scheepen, omme over 
de riYiere in tlant van Waes te passeren, dacht Sijne Ex^^' dat sijn victorie 
meest inde verhaesteginge v^as gelegen, ende dede daeromme de stadt 
nochmael opeyschen bij een trompette, daerop die vande stadt hem ten 
antwoort gaven, dat hij over twee vuyren wedercommen soude ende mei 
hem brengen vier gijselaers, twee voor de soldaeten ende twee voor de 
burgeren. Sij wilden alsdan weder eenigen vuyt schicken om met Sijne 
Ex*** te parlamenteren. Achtervolgende welcke inde stadt geschickt wer- 
den Risoirt, Swoveseele, Plouck ende Maerten Drooch, scheepscapiteynen, 
daerop vuyte stadt quaemen twee vendrichs van wegen tgarnisoen, den 
burgemeester van Hulst, ende den burgemeester van Hulster Ambacht, 
met haere beyde greffiers, van wegen de stadt ende de gemeente. Ende 
bij Sijne Ex^^*' gecommen sijnde begeerden de soldaeten te mogen vuyt 
trecken met vliegende vendelen, slaende trommelen, mitsgaeders alle haer 
geweer ende bagagie, ende dat indien mette burgeren verdraegen konsi 
werden, ende anders niet. Daerop bij Sijne Ex"* egeen swaericheyt ge- 
maeckt en werde, maer werde heml. geconsenlcert. De gedeputeerde van 
de burgers voorsz, eyschten veel poincten , te weeten vrij exercitie van de 
religie Gatholicke in haer groote kercken, onbeswaert te blijven van gar- 
nisoene, ende verscheyden andere poincten, daerop Sijne Ex*** seyde dat 
hij heml. wilde tracteren, als andere steeden die haer onder de gehoor- 
saemheyt van de generaliteyt l)egeven hadde, dat men niemant in sijn 
conscientie en soude ondersoucken , dat hij de stadt niet en begeerde te 
overvallen met garnisoen, dan alleen tegen den noot voorsien met Neder- 
lantsche soldaeten , ende dat sijl. ten behouve vande generaliteyt sou- 
den moeten 4)etaelen gereet voor een rantsoen 30000 gulden. Twelckc 
de gedeputeerde verslaende, en maeckten in egeen poincten sonderlinge 
swaericheyt, dan alleen in tpoinct van 20000 L. daertegen allegerende de 
groote armoede vande stadt ende gemeente, seggende heml. niet mogelijck 
te wesen te furneren alleen 2000 L. Doch soc dselve somme gerefereerl 
was ter discretie van Sijne Ex'**, seyde dselve naer lang debat dat indien 
sij de stadt wilden overgeven ende haer wel draegen, soe wilde hij be- 
toonen dat hij niet gecommen en was om de stadt te bederven , maer te 
bevrijden vande tirannie mitswelcke hij heml. de geheele somme quijtschoud. 
Daer op dselve gedeputeerde met Sijn Ex*** met groote blijschap appoinc- 
teerden, dat tgarnisoen op des anderen daechs smorgcus soude vuyt trecken, 



— 55 — 

in Tougeo als vooreo, ende dan de stadt in handen van Sijn Ex^*^ stellen, 
«Bes op rapport aen de soldaeten ende burgeren te doen, ende soe sij 
daermede te vreden >¥aeren, soude sij den selven avont gijselaers in ban- 
den van Sijne Ex^*^ senden tot volbrenginge van t'appoinctement. Daer 
naer mettet appoinctement inde stadt gegaen sijnde, werde tselve gead- 
voyecrt, ende aU gijselaers weder vuyt gesonden dvoorsz. twee vendriebs 
ende burgemeesters. Uesen nacbt vierden ' die van Antwerpen seer gelijck 
sij oick de twee voorleeden nacbten gedaen badden, ende scbooten oick 
eenige scbooten, dan die van de stadt en vierden niet weder, gelijck sij 
te voorea gedaen badden, boewei sij aen Sijne Ex^* verclaerden, niet 
geweeten te bebben waertoe die van Antwerpen vierden, overmits niemant 
iode stadt geoommen en was, niet tegenstaende beuren gouverneur Jero- 
nimo Scribani tot Antwerpen was, in wiens plaetse inde stadt comman- 
deerde Capteyn Castille. 

Den XXV** ontrent acbt vuyren begonst den viant vuyt te trecken ende 
trocken vuyt ontrent 50 ruyteren, ende ses vendelen voetknecbten sterck 
oDtrent 940 man, ende dat overmits eenigen voor de belegeringe vuytge- 
getrocken waeren om een convoy te doen, die mits de belegeringe inde 
stadt niet commen en konde. Noch trocken vuyt ontrent 31 waegens alles 
geladen met vrouwen, kinderen endebagagie, die met beml. trecken souden 
tot Borcht toe, ende dan weder commen. Ontrent negen vuyren quam 
Sijne Ex^ inde stadt, inde welcke bevonden werden 7 metaele stucxkens, 
ende 7 ijsere gootelingen ontrent 2000 pont polvers , ende seer veel looden 
tot musquetten ende roers. Op den avont trocken inde stadt de compagnie 
Tanden Graeve van Solms (wien tgouvemement vande stadt gedefereert 
was) mette compagnien van Frederick van Dorp * ende Capteyn Ingen- 
hoYen, sterck sijnde ruym 400 man. Van dese victorie mach men God 
almachlicb wel dancken, soe om d'importantie vande saecke, als de sterckte 



* Vieren — eem vuur ontsteken. 

* De Oyerste Frederik vaa Dorp wns een van de nitstekendste bevelhebbers van het Staatsche leger. 
Zyn leven was eene aaneenschakeling van kr|jgsbedry ven. Op een eA tinntig jarigen leeftijd streed 
hij mede bg Heiligerlee en Jemmingen ; daarna sloot hij zich aan bij de Watergeuzen , en was vier 
jaren later bij de verovering en verdediging van den Briel. In de volgende jaren treffen wy hem 
aan in den slag bfj Rocmerswaal (1674); bij het ontzet van Leiden met zijn neef Boisot; b^ de 
verdediging van Zierikzee onder z^n oom Arent van Dorp (1575); bij de verdediging van Maastricht 
(1579); bg de verovering van Aalst (1582); bij de verdediging van Brussel en de overvalling van 
liefkeoshoek (1585) enz. Hy is later (1593) tot Sergeant-Majoor- Generaal van Zeeland benoemd; 
in 1596 werd bf) tot ridder geslagen door Hendrik IV, wien hSj met tien vendelen ter hulp gezonden 



— 56 — 

vande stadt, die lM)\en dvoorsz. gelegentheyt noch ses propere caUcn 
hadde, als ook de groote diiSculteyt die daer Mas om (geschut aen lant 
Ie brengen, die soe groot was, dat veele van tsucces bcgonslen te twijfelen. 
Ten selven daege werde alle tgeschut weder inde ponten gedaen om daer 
vuyt inde scheepen weder overgeset te werden. Noch vertrocken ten selven 
daege vuyten leger Milord Borris ende Sidney, met den Overste Vere, 
spe men vermoet om eenich meerder volck te doen marcheren, naer 
eenigen anderen aenslach, ofte Nimegen, daer men geheelijcken t'ooge op 
hadde. Des avonts triumpheerde men inde stadt met schieten ende anders 
van blijschap. In dese geheele belegeringe en sijn van ons volck maer 
drie geschooten, ende eenige gequets vuyte stadt, doch in tloopen ende 
pilgeren sijn noch eenigen vande boeren doot geslaegen ende gequetst. 

Den xxvj*" was last gegeven aen alle de scheepen dat sij haer vuyt het 
Saftinger gat begeven, ende naer Calffstaert vervougen souden, overmits 
Sijn Ex*** in meyninge was des anderen daechs op te breecken, dan mits 
den stereken oostenwint, en konsten de scheepen niet alleen niet Ie rugge 
commen, maer oick twee ponten met geschut en konslen van lant niet 
commen, ende dat om dattet met dien wint niet hooch genouch vloeijen 
en konde, waer door alle de scheepen ende het leger mosten blijven leggen. 

Den xxvij** continueerende dvoorsz. wint moste het geschut ende alle de 
scheepen mede blijven leggen. Desen dach quaemen int leger noch eenige 
vanden Raede van Staete, omme met Sijn Ex*** op alles te resolveren. 

Den xxviij" ende xxix" continueerde het voorsz. weer ende wint. 

Den XXX*" begonst de wint te verslappen, sulcx dattet daeromme wat hooger 
vloeyde, waerdoor meest alle de scheepen los quaemen ende begaven haer 
voor een deel naer het Diep, dan overmits tgat soe heel quaet is, raeckten 
veelen weder aenden gront, in vougen dat sij niet vuyt commen en konden, 
quaemen nietemin eenigen door, die oick het Saflinger gat vuyt quaemen 
ende voeren naer de Calffstaert toe. Ten selven daege quam tgeschut 
mede los ende van lant ende werde soe doen, als daechs daeraen vuyte 
ponten weder tscheepe gedaen. Des nachts daer aen volgende quam meest 
al de reste vande scheepen los, dan en voeren niet verder sonder weder 
op lant te raecken. 



was, bij welke gelegenheid hij zich zeer onderscheidde bij het innemen van La Fère; hij de roem- 
rijke verdediging van Ostcnde voerde hij anderhalf jaar het opperbevel, werd later Generaal der 
artillerie, Goiivemcnr van Tholen en eindigde zyn veelbewogen leven (1612) in den ouderdom van 
65 jaar. 



— 57 — 

Den j*" Octobris vertrock alle het leger nacr de Galffstaert, in ineyuinge 
aldaer weder te imbarckeren. Ten selven daege raeckten noch eenige 
scheepen vuytet gat ende anderen en konden mcltet morgen tije niet los 
oommen, waerover men ontrent middach sach de periculen daerinne men 
was, want de viant verspiet hebbende het vertreck van Sijn Ex^^ ende 
dattet laech waeler was, vertoende hem aenden dwersdijck daer ons volck 
te voorea geschanst hadden, ende liepen van daer over het slick naer 
eenige scheepen toe^ die op drooch saeten, ende staecken den brant 
daerinïie, in vougen dat sij wel verbranden 13 scheepen, ende souden noch 
alle de reste verbrant hebben ten waere men daerinne voorsien hadde. In 
desen was een groot misverstant gebruyckt, want de oorloochscheepen 
meest al wech gevaeren waeren, vuytgesondert een ofle twee dwelcke ter 
stonden aen keerden naer de scheepen toe, dan mits den slappen wint 
ende dattet waeter noch niet en wies, en konden niet in tijts genouch 
commen, mits Iwclcke sij haere jachten met bootsgesellen gelaeden, der- 
werls sonden, welcke bootsgesellen haer terstont wierpen hier in t'een 
ende daer in t'ander schip, met haer roers omme dselve te bewaeren, 
ende een vande jachten op hebbende een gootelinge, dede seer wel sijn 
devoir ia schieten. Middeler tijt arriveerden noch eenige andere jachten 
mede met bootsgesellen, die te saemen de resterende scheepen wesende 
wel 26 in tgctal preserveerden. Hierbij gevoucht dat dvoorsz. twee oor- 
ioochsscheepen metter tijt mede naerder qnaemen ende den viant meer 
met haer geschut incommodeerden, gelijcken oick deden die vande stadt, 
waerdoor de reste vande scheepen gepreserveert bleeff tot dattet waeter 
wies, ende sij wech commen konden. Hadde in desen bijden Almirael 
vande vloote ordre geschickt geweest dat een oorloochschip ofle drie ofte 
Tier jachten, om hooch boven de scheepen gebleven hadde, soe waere 
dit inconvenient geprecaveert geweest. Nietemin de bootsgesellen naer dat 
sij ontrent den viant quaemen deden seer wel haer devoir, met schieten 
ende met hem alT te keeren vande hoop, niettegenstaende sij weynich 
waeren te reeckenen bijden viant die heel sterck was. Hierinne meriteerde 
die vanden viants sijde egeen cleyne eere, als doende Igeene sij trachten, 
ende onse bootsgesellen oick, die met cleyn getal, soe veel scheepen van 
soe veel vianden preserveerden. Ten selven daege embarqueerde weder 
.alle de cavalerie ende vertrock naer Bergen opden Zoom. Noch werden 
ten selven daege gescheept alle de voetknechten ende voeren weder nacr 
Zeelant ende quaemen ten selven avont voor Rammekens. 

Den ij" werde Sijnc E-V** met groote cerc ende pompc lot Middel- 



— 58 — 

borch inn^ehaelt eode bleeff aldaer dien dach , ende trocken voorts een 
deel Tande scheepen naer Dordrecht ende onder anderen het geschut. 

Den iij^" trocken noch eenige scheepen naer Dordrecht, ende quam Sijne 
Ex*^ te Vere omme van daer de veeren over te commen naer den Haege. 
Ten selven daege werde alle het geschut tot Dordrecht vuyt de scheepen 
in ponten geset. 

Den iüj*'' quam de reste vande scheepen tot Dordrecht ende bleven alles 
aldaer leggen. 

Den V*" quam Sijn Ex*** in den Haege omme naerder te beraeden opden 
aenstaenden aenslach, blijvende de soldaeten inde scheepen voor Dordrecht 
leggen. 



VANDE BELEGERINGE VAN NlEüiMEGEN. 

Siende de Staeten Generael ende Sijne Ex"** dat den viant soe seer 
geempescheert was, dat hij nauwelijckx middel hadde eenige sonderlinge 
fortse te wege te brengen, ende willende de gepresenteerde occasie waer- 
nemen, hielen alle het voetvolck in scheepen omme den viant egeen naer- 
dencken te geven, in meyninge de selve te gebruycken, daer them oirbaer- 
lijcxt ende best gelegen dochte, ende naer dat sij geresolvéert waeren aen 
te grijpen de stadt Nieumegen, hebben opden xiij*" Octobris van Dordrecht 
doen vertrecken een groot deel vande scheepen ende het geschut naer 
Gornichem, dan en konsten tot daer mits den contrarie wint niet commen. 

Den ix" vertrock Sijne Ex*** vuyten Haege ende quam tot Gornichem, 
ende de scheepen die van Dordrecht vertrocken waeren quaemen van 
gelijcken aldaer mettet geschut ende scheepbrugge. 

Den x" bleven meest alle de scheepen ende Sijne Ex*** stille leggen tot 
Gornichem, vuytgeseyt de scheepbrugge ende het geschut twelck tot Wou- 
drichem toe gebracht werde. 

Den xj*" werde alle het voetvolck tot Gornichem vuyte scheepen geset 
ende begonsten te marcheren naer Bommel, te weeten het regement van 
Graeff Philps met 8 vendelen, het regement van Balfour met 10 ven- 
delen, het regement vande Engelschen met 9 vendelen, het regement van 
Zeelant met 7 vendelen, ende het regement van Brederode met 7 vende- 
len voetknechten, inaeckende te saemen 58 vendelen. 



— 59 — 

Ten seiven daege werde de scheepbrugge ende eenigc scheepea mede 
opgebracht ende mits den contrarie wint gepaert % ende quaemen tot 
Bommel toe , ende het leger quam tot Varik ende te Ophcmert. 

Ontrent den avont werde het geschut met de voordere scheepen gebracht 
bofen Lovesteyn, ende de scheepen daer de soldaeten inne opgecommen 
vaaren, werden meest al affgedanckt ende werden terugge gesonden. 

Den xij** vertrock Sijne Ex*^ naer Thiel, ende quaemen de scheepen 
eade scheepbrugge mits de wint tamelijcken goet was, tot boven deVoorne 
bij tleger. Ten seiven daege vrouch ginge de resterende scheepen mettet 
geschut tseyl van Loevesteyn ende quaemen tot ontrent Opijnen. Ten 
sehen daege werde bij Sijne Ex*** vuyt de Voorne noch gelicht een vendel 
voetknechten. 

Den xiij*" vertrocken de voorsz. scheepen mette scheepbrugge ende quae- 
men tot ontrent Hijen. Van gelijcken vertrock het leger ende quam mede 
tot Hijen, blijvende Sijne Ex^^* tot Thiel. De achterste scheepen eerst 
verwacht hebbende eenige scheepen die tot Opijnen toe niet en hadden 
konnen commen , mede voorts vaerende en quaemen niet voorder dan 
boven de Voorne, soe om *t voorsz. verwachten als oick dat de wint soe 
shp was dat men daer mede tegen de stroom quaelijcken seylen konde. 
Tleger tot Hijen commende vont aldaer 8 vendelen van het Vuytrechtsche 
regement ende de niyteren vuyt Brabant gecommén, te weeten 6 vaenen, 
die aUes tot Hoosden aen den nieuwen dwersdijck laegen. 

Den xiiij'" vertrock alle het leger naer Nimegen mette scheepen ende 
scheepbrugge, ende vonden aldaer het Vriesche regement, ende het Noort- 
laDtsche regement met noch eenige vendelen van andere regementen, 
beoeffens noch eUT vaen ruyteren. Voor Nimegen gecommén sijnde 
begoDst men ten seiven daege aldaer te leggen de scheepbrugge tegen over 
een steenen huys gelegen in trijck van Nimegen heel naer onder de stad, 
genaempt Lennepcnkamer , waer op die vande stadt soe veel schooien dat 
si) eenigen doot schooten, ende voorts Sijn Ex*^* bedwongen de brugge 
nederwaerts te laeten drijven, omme dselve laeger ende voorder vande 
stadt te leggen , dan mits twaeter daer veel wijder was , en mocht de 
hrogge, bij gebreck van scheepen daer toe bequaem niet overlengen, ende 
üet men mitsdien dat tot des anderen daechs. 

Den XV*" werde de brugge geleyt tegen over thuysken van Bronchorst, 
dan mits tgebreck van scheepen bleeff onvolmaeckt ende en konstc tvolck 



* Met paarden getrokken. 



— 60 — 

mitsdien niet over. Ten selven daege quaemen de laeste scheepen ende 
het geschut die boven Hijen des nachts gelegen hadden tot legen over 
Loenen, aen welcke Sijne Ex*** des avonts schickie omme te hebben aDe 
de aecken die sij bij hen mochten hebben, ende gedient hadden omme de 
treckpaerden over te scheepen, die hem des nachts toegeschickt werden, 
mette compste van de welcken de brugge van den selven nacht noch 
volmaeckt werdc lang 840 gemeene treden, ofte 970 passen, daerinne 
leggende 56 schuyten, jachten ende aecken. Ten selven daege toonde hem 
op tgeberchte van Nimegen twee vaenen ruyteren van den viant, dan 
werden bij die vande stadt niet innegelaeten, 

Den xvj" des morgens vrouch passeerde Sijne Ex"* ende alle het voick 
over de brugge, te weeten het regement van GraefF Philps met 8 vende- 
len, het regement van Balfour met 10 vendelen, het regement van Noort- 
hoUant met 7 vendelen , het regement van Vere ofte de Engelschen met 
16 vendelen, het regement van Vuytrecht met 8 vendelen, het regement 
van Vrieslant met 8 vendelen, het regement van Brederode met 8 vende- 
len, ende het regement van Zeelant met 7 vendelen, maeckende te saemen 
79 vendelen voetknechten, wesende in alles stare ontrent 8500 man. Noch 
trocken over de brugge de 17 vaenen ruyteren, maeckende ontrent 1600 
vechtende paerden, ende over gecommen sijnde trocken alles achter de 
stadt op de heye, ende stelden hem aldaer in slachoorde, daer sij bleven 
totten avont toe, ende quaemen alsdoen weder alles logeren ontrent de 
brugge, besettende de stadt met wachten. Terwijle tvolck alsoe in slach- 
oorde stont, besach men vast alle de ad vennen, omme daer naer de quar- 
tieren te maecken. Die vande stadt middeler tijt hielden haere poorten 
open, ende toonden haer buyten de poorten, doch binnen de musquet 
schoot vande stadt, ende schooten nietemin seer met grof geschut, sonder 
eenich prouffijt te doen, waer legens die van Knotsenborch , weder alte 
te met in de stadt ende door de huyscn schooten '. 

Den xvij*" worden eenige aecken ende bakken ende deelen op waegens 
gestelt, ende gebracht achter de stadt om, omme daermede een brugge 
te leggen, over seecker waeterken ' vuyte Oeije commende loopen ende 
recht boven de stadt met een sluysken vuytwaeterende inde Waele, omme 
daermede te facili teren de aen ende aflf compste vande scheepen die 



* Uier verwast de schrijver naar zQne volgende blad^yde en wel naar de zinsnede hierachUr 
vermeld op bladz. 61 regel 25 en volgg. 

• Oeycwacter oflc Meer. 



— 61 — 

boven de stadt laegen, te weeten drie oirloch scheepen, 5 ponten ende 
ettelijcke jachten van sGraevenvaert geconunen. Ten selven daege werden 
de quartieren gemaeckt ende bleeff tregement van NoorthoUant met 6 vaen 
rnyteren opde vvestsijde vande stadt ontrent de brugge, ende Sijn Ex'** 
met alle het voorder volck ende ruyteren begreep sijn quartier opde oost- 
sijde vande stadt opde Hoenderberch , ende de suylsijde werde alleen met 
wichten beset ende bewaert. Desen dach schooten die vande stadt eenige 
sdiooten aiet groiF geschut, sonder nochtans merckelijcke schaede. Ten 
sdven daege vrerde de capteyn Rollé op een temeraire schermutsinge 
(droncken sijnde) geschooten. Noch begonst men op te iverpen de plaetsen 
totte batterie inde Betuwesche sijde, welcke beraemt was, aende noort- 
oost sijde vande stadt , te weeten dat men van over waeter beschieten soude 
seeckere muyr aenden voet van tvalckhoff, van trondeel aen tveer aff, 
totten houck toorn toe, ende vuyten Oeye, de hoender poorte mette 
muyre totten selven houck toorn toe. De redene waeromme men het daer 
b^reep was, om dat de Waele soe laech was, dat men om den houck 
droodi voets gaen konde tott aenden lappen toorn ende de kaye toe, 
eode mitsdien seer bequaem aen de bresche commen. Des nachts volgende 
dede Sijne Ex^ drie velt stucken te lande achter de stadt om brengen 
Daer den Hoenderberch toe, ende om bequaemer tgeschut inde Oeye te 
krijgen dede des nachts noch voor bij de stadt tegen stroom op trecken 
ses ponten met geschut, ende vier dannloopers met ammunitie, daer op 
die vande stadt seer schooten, sonder andere schaede te doen, als alF te 
schieten een oor van een stuck geschuts, ende een mast van een pont. 
Des daechs te vooren was de stadt gedaen op eyschen, dan gaven die van 
binnen voor antwoort dat sij meerder gewelt sien wilden, eer sij de stadt 
konden over geven. Desen nacht soe retrancheerde Sijn Ex^'* hem opden 
Hoenderberch soe sterck dat hij buyten vrese was. 

Den xviij" en dede men niet besonders dan volmaecken de brugge die 
0¥er t'Oeyewaeter geleyt werde, om redenen dat die elcke reyse te corte 
bevonden werde, twelck toe quam om dat die vande stadt tsluysken buy- 
ten de Hoenderpoorte leggende geslooten hadde, daer door twaeter soe 
seer rees, dat de brugge telcken reyse drijvende werde. Ten selven daege 
werde inde Betuwe 5 halve canons op lant gestelt ende achter de schantse 
Tan Enotsenburch om gebracht tot achter den dijck toe, omme des nachts 
gebracht te worden inde batterie die boven de schantse inde Betuwe op 
geworpen was. Des nachts werde tsluysken voorsz. aen stucken geslaegen, 
sulcx dat t'Oeyewaeter weder begonst off Ie loopen. Ten selven nacht 



— 62 — 

werde de galgenberch ten suytwesten vande stadt leggende innegenomen 
ende geretrancheert, waernaer daer ses vendelen voelknechten quaemen 
logeren. Noch werden eenige loopgraven op geworpen tusschen den Gal- 
genberch ende de Hoenderberch, waermede men belette dat de vianl niet 
meer buyten de poorten en konde commen. Voeren noch voorbij de stadt 
opwaerts eenige scheepen met swalpen ende deelen gelaeden, sonder dat 
die vande. stadt hem eenige schaede met haer schieten deden. Noch 
werde opgeworpen twee plaetsen totte batterie inde Oeije, ende de gabions 
daer geset. 

Den xix" werden de balterien inde Oeije voorts gemaeckt ende de ga- 
bions gcvult, mitsgaeders de batterien inde Betuwe, inde welcke oick 
tgeschut gebracht werde. Voorts werde noch eenige quantiteyt van tonnen 
met cruyt, op waegens achter Knotsenborch om gebracht, omme boven 
de stadt weder in scheepen gedaen, ende daernaer gevouchelijck vuytge- 
levert te werden. Ten selven daege arbeyden die vande stadt seer aen de 
noortsijde vande Hoenderpoorte , overmits sij nu genouch saegen datment 
aldaer meende aen te grijpen. Van gelijcken delffden sij een gracht in de 
voet vanden Valckhoff, van boven aflf lot onderen toe recht achter trondeel 
aen tveer, omme sulcx t'oopen vande stadt met tselve rondeel vande be- 
raemde bresche aff te retrancheren , waer vuyt men vermoede, dat sij een 
deel van de huysen achter iVaIckhoff inde valeye staende, meenden te 
abandonneren, indien men aldaer een storm aen bracht. Die van Knot- 
senburch schooten altemet naer de geenen die van binnen aen de Hoender- 
poorte arbeyden, dan en lieten daer omme haer wercken niet. Ten selven 
daege quam oick eenich volck inde Oeye logeren, die haer loopgraeven 
naer de stadt begonsten te maecken. Noch quaemen in tleger de Raeden 
van Staete. Voorts sond Sijn Ex*** een trompetter aen de stadt om die 
nochmael op te eyschen dien voor antwoort gegeven werde, dat hij op 
s*anderen daechs te negen vuyren weder soude commen, ende men soude 
hem antwoort geven. Des nachts werde voorts de batterien opgeworpen 
inde Betuwe. 

Den xx'" werden de batterien volmaeckt te weeten inde Oeije tot xvij 
stucken geschuts, ende inde Betuwe tot 19 stucken. omme bresche opde 
voorsz. plaetse ende oost vande stadt te schieten. Werde nietemin de trom- 
petter gesonden aende stadt om antwoort, dien geseyt werde dat Sijn Ex**" 
inde stadt soude schicken eenigen omme te handelen, ende sij souden 
weder vuyt schicken gijselaars daer tegens, twelck bij den trompetter niet 
al te recht gerapporteert sijnde, sijn inde stadt gesonden Risoirt, de Heere 



— 63 — 

van Meynerswijck ende Gaptn. Lambert, ende sijn weder vuyt gecommen 
deo Vendrich van Gilvijn ende de Lieutenant yan Snaeter ende een van wegen 
de burgers, dwelcke bij Sijne Ex^*' commende, heeft men haer gevraecht 
haar meyninge, daerop sij verclaerden egeen last nochte commissie te 
hebben, dan dat men handelen soude mette geenen die in stadt waeren, 
daer Sijae Ex^^* op seyde tselve te wesen ongehoort ende tegen de reputatie 
Tan sijn leger, dat hij oick sijn volck egeen last gegeven en hadde. Waer- 
naer hij henol. dede wech leyen ende goede ehiere aendoen, ende sont 
den trompet nochmael aende stadt, dat sij commissie voor haer volck omme 
te handelen souden vuyt senden, ofte sijn gijselaers (mits weder hebbende 
de hueren) weder souden vuyt senden. Dan naerdat sij hem wel twee 
vuyren opgehouden hadden ende het opden avont ginck, seyden dat sij te 
saemen spreecken ende opden anderen dach noch twee burgemeesters vuyt- 
senden souden met commissie, twelck Sijn Ex*'* verstaende, gaff last dat 
men alle het geschut des nachts inde batterien soude brengen, omme op 
morgen vrouch te moogen schieten, ende sondt de trompette weder aende 
stadt omme sijn gijselaers weder te hebben, dan en lieten die vande stadt 
de gijselaers niet gaen, maer sonden noch twee gedeputeerden aen Sijn 
ïs^ hem biddende op te willen houden met schieten, tot smorgens ten 
negen vuyren toe, ende sij souden vrouch senden eenigen met last omme 
te handelen. Des nachts werde alle het geschut geplant ende bereyt omme 
te schieten, werde noch een cleyn schantsken gemaeckt ten westen vande 
stadt tusschen tquartier van NoorthoUant ende de stadt, ende een loop- 
graeve ten oosten vande stadt tusschen de Opburgsche ^ moeien ende de 
stadt. Ten selven nacht vertoonden hen eenige paerden vanden viant opde 
heyde, daerover een alarm inden leger quam, dan werde mits beur ver- 
treek terstont geslist. 

Den xxj*" quaemen noch vuyte stadt drie gedeputeeeden , daer onder den 
burgemeester Vlaeming, met commissie op hen ende de anderen onmie 
met Sijn Ex*^ te mogen handelen, ende commende in communicatie ver- 
sochten veel poincten, te weeten generaele abolitie ofte remis van alle 
Toorgaende acten, voorts een kercke voorde papiste religie, noch seecker 
aendeel inde convoijen, omme te vervallen alle de schaeden vande stadt, 
noch dat sij voorde oude schulden op dese tijt niet en souden moegen ge- 
molesteert werden. Item dat men heml. laeten genieten soude de vrijheyt 



* Dit woord, in het manuscript gedeeltelijk doorgehaald en overgeschreren, U daardoor eenigzint 
ondmdelQk geworden. WaQrsch\jnl{jk zal men «Uhhergsche molen» moeten lezen. 



— 64 — 

van haer privilegiën, ende dat sij met garnisoen niet en souden werden 
beswaert, met noch eenige andere pointen. Daerop heml. vergundt werde 
de generaele vergevinge, met t'onderhout van haere privilegiën, dan werde 
alle de reste alFgeslaegen , ende daer voor geslelt dat sij getracteert souden 
worden als andere steeden onder de gehoorsacmheyt vande generaliteyt 
staende, mits dat men de stadt tot geliefle ende vereysch vanden noot 
soude voorsien van garnisoen, ende belangende de soldaeten dat sij vuyt 
trecken souden , als sij daer inne gecommen waeren ^ met vendelen , waepenen 
ende begagie. Welck accoort inde stadt gedraegen sijnde werde geappro- 
beert, dan overmits den avont te seer verloopen was, werde bedongen dat 
sij op morgen vuyt trecken souden, ende Sijn Ex'** soude tsijnder vcr- 
seeckering 800 man mogen inde stadt op *t Valchoff senden. Twelcke 
achtervolgende trocken des avonts inde stadt de^guarde van Sijn Ex*'*, de 
compagnie van GraefF Philps, ende de compagnie van Milord Borris. 

Opden achternoen werde vuyt de Graeve seeckere schooten met groff ge- 
schut geschooten, soe men vermoet, om te beteyckenen dat ter ontset voor 
handen was, maer twas te laet, ende oick hadde men advertentie dat 
Verdougo daer was met ontrent thien vaen ruyteren, ende 2S00 oft 2300 
voetknechten. Ten selven dacge quam in tleger den Graeve van Hoohenloo, 
mitsgaeders de vaen ruyteren vanden ritmeester Donck \ 

Den xxij*" ontrent acht vu^xen begonst de viant vuyt te trecken, ende 
trocken vuyt drie vendelen, te weeten tvendel vanden heer van Geleyn, 
van Snaeter ende van Weert, sterck ontrent 500 man, ende waeren bij 
Sijn Ex*** geaccomodeert met 50 waegenen, omme haer vrouwen, kind€;ren 
ende bagagie op te laedcn , ende werden naer de Graeve laten trecken , waer- 
naer Sijn Ex*** mette sijncn inde stadt quam, ende alder verstout men dat 
de burgers melte soldaeten oneens waeren geweest, twelck oirsaccke was, 
dat men de stadt soe creech, die inder waarheyt heel sterck is, ende 
mogelijck niet dan met groot verlies van volck en soude hebben konnen 
gekregen werden, mits welcke men God te meer behoort te loven, wiens 
werck dit alleen is, gemerckt de sterckte vande stadt sulcx was, dat men 
met cleyn volck ons lichtelijck daer vuyt conde gehouden hebben. Ten 



^ De Ritmeester Jolian v&n Donck was sedert verscheidene jaren in dienst van den staat. (Zie 
de Inleiding, bl. cxy in de aanteekening.) Met de kompagnie van 100 karabiniers, die hem in 
1692 gegeven werd (Commissieboek van den Raad van State van 1591 — 1599, bl. 14), nam hij in 
1597 deel aan het gevecht by Turnhout; hQ werd daarb|j zwaar gekwetst en overleed kort daarop 
aan de gevolgen z^ner wonden. Z\|ne vaan ruiters werd aan Thomas van Stakenbroek gegeven, 
(ld., bl. 129.) 



— 65 — 

sdfen daege Irock alle onse ruylerije, mils tgebreck van yoeragie weder 
inde batterie. Inde stadt werde bevonden een dubble canon, drie halve 
eanoDs, een slange, ende xxj cleyne stucken alles van metael, ende noch 
il ofte 13 cleyne ijsere stucken, ende ontrent 8000 pont pulvers toe- 
commende de stadt, soe sij seyden, ende eenige lasten rogge toecommende 
den Ck>ning. De stadt was van binnen noch tamelijcken bewoent, doch 
de hoysen boven veel door geschooten ende geruineert. Belangende het 
poinct vande oude schulden was geseyt dat 'men sien soude, ak men inde 
stadt quaai, te maecken dat sij die op termijnen betaelden. Ten selven 
daege quaemen meest alle de scheepen aen de kaeye vande stadt, ende 
werde het geschut weder inde ponten gedaen ende mede aen de stadt ge- 
bracht. Des avonds schooten die van Knotsenburch ende de oorlooch- 
sdieepen seer van triumphe. 

Den xxiij*' en werde niet besonders gedaen, dan gedelibereert opde ge- 
kgeotheyt ven tleeger, te weeten off men dat opbreécken, ofte noch te 
telde houden soude, ende op wat exploict, daer inne voorgeslaegen werden 
Steenviijck ende sHertogenbosch. In t^een werde geconsidereert de sterckte 
Tande plaetse, de laecheyt ende natticheyt van tlant twelck veel daegen 
scheen te vereyschen, dat dese laeten tijt niet en mocht lijen. In dat van 
sHertogenbosch werde geconsidereert dat Verdougo binnen de Graeff was 
met tamelijcken macht, in vougen dat hij ons vertreck vernemende soe 
haest daer sonde konnen wesen als wij, ende off inde stadt conmien off 
onder de stadt hem logeren, ofte ten minste te rugge blijvende, ons leger 
grotelijcx incommoderen, ende misdien maecken dat men veel daegen tottet 
exploict behouven soude, twelck de aenstaende winter mogelijck niet en 
sonde lijden, beneffens dattet niet geraetsaen en was, alle de voorleden 
netenen met een honteuse retraicte te besmetten. Bleeff nietemin tleger 
geheel leggen daer het lach, sonder dat op tvoorgaende yet geresolveert 
verde. Ten selven daege werde de oude magistraet binnen Nieumegen ge- 
continueert totte ordinaris verkiesdach toe, twelck is den ij" Januarij alle 
jaers, ende deden de burgemeesters beuren behoirlijcken eedt dienvolgende 
in handen van Sijn Ex^** ende de Raeden van Staete. De redene waeronmie 
dit geschiede is , omme daer mede te eviteren alle wederwraeck , die moge- 
lijck de vuytgeweeckenen in magistraet commende souden gebruycken. 

Den xxiiij*" hebben de reste vanden magistraet, soe raeden als andere 

officiers vande stadt den eedt van getrouwicheyt gedaen, ende is alle het 

ToetTolck vande stadt opgetrocken, ende weder gepasseert over de brugge 

inde Betuwe, ende voorts gedelibereert wat men doen soude, tleger op- 

1. 6 



— 66 — 

breecken, ofte noch yet aengrijpen. Dan en konste dien daeh noch mei 
gearresteert werden. Ten selven daege werden de stucken vanden Overste 
Schenck (die bijnaest twee jaeren van te vooren een aenslach op Nieumeg^i 
hebbende ende misluckende , ende voor de stadt verdroncken sijnde^ naer 
sijn doot gequartiert werde, de stucken ter stadt vuyt gehangen, eade 
naederhant affgenomen ende inde peeckel geleyt, opdat hij langer duyroa 
soude) weder bij een geleyt in een kiste, omme daer naer begraeven te 
mogen werden, ende in een huys, alle man ten thoon gestelt. 

Den xxv*" Octobris werde de resolutie genomen dat men tleger qpbreedcen 
soude, ende begonst men de patenten te depescheren op alle oompagnien. 
Ten selven daege werden de drie halve canons inde stadt gevonden daer 
vuyt genomen ende bij de batterie vande Generaliteyt gevoucht, om rede- 
nen dat dselve bij den Prince van Parma daer gelaeten waeren, ende de 
stadt niet thoe en quaemen. Ten selven daege geboot Sijne Ex*^ dat men 
alle de ketenen vande stadt (daermede alle straeten soe cleyn als groot 
voorsien waeren) affnemen ende vuyten wech brengen soude, ofte hij soude 
se doen affnemen ende wechvoeren, achtervolgende twelcke men begonst 
die alomme aff te nemen. Werde mede last gegeven, datmen de twee 
halve canons in Enotsenburch staende mede scheepen ende nederwa^ts 
brengen soude, soe om dselve, die seer verloopen waeren, te doen repa- 
reren, als om datse daer nu niet van noode waeren. Van gelijcken ver- 
wachte men een halve canon vuyt Sgraevenwaert die tvoorleden jaer daer 
gebleven was. Ten selven daege arriveerden tot Nieumegen die van de 
Almiraliteyt van SuythoUant, omme op tstuck vande convoyen ende licen- 
ten, in dese stadt te heffen, ordre te stellen. 

Den xxvj*' Octobris werde tlichaem vanden Oversten Schenck met groote 
pompe begraeven, gedraegen bij vier ritmeesteren ende gevolcht bij Sijn 
£x*^ ende noch ses graeven, mitsgaeders alle de Oversten ritmeesteren 
ende capteynen hier sijnde, ende werde geaert in de groote kercke recht 
voor thoochoutaer. Noch werde alle de burgeren den behoirlijcken eedt 
affgenomen op tValckhoff. Voorts werde de twee halve canons vuyt Enot- 
senburch gescheept, mitsgaeders die van Sgraeven weert ende daer naer 
voeren de ponten nederwaerts naer Oosterhout, omme des anderen daechs 
voort naer Dordrecht te vaeren. Voorts werde ordre geschickt dat de reste 
van tvolck naer beur garnisoenen raeckte. 

Den xxvij^ Octobris vertrock Sijn Ex^* van Nimegen naer Rheenen , omme 
soe over Vuytrecht naer den Haege te commen. Vertrocken van gelijcken alle 
de reste vande scheepen naer Gomichem, onmie haere goederen ter gedes- 



— 67 — 

tineerde plaetsen te ontlaeden, ende naer huys te gaen. Ten sehen daege 
irriTcerde alie het geschut tot Dordrecht omme aldaer op gescheept te werden. 

Den Mviij~, xxix" ende xxx~ was Sijn Ex'"* te Utrecht ende Leyden, 
oide quam den lesten Octobris inden Haege. 

fade maent November werde den Ritmeester Schleyer gecasseert, met de 
gdiede vaene leggende tot Nieumegen om verscheydenongehoorsaemheyden, 
bij den selven Ritmeester tegens den Raedt van Staete ende Sijn Ex^ ge- 
pleecht ende insonderheyt, omdat dselve noyt eedt op sijn conmiissie als 
ritmeester en hadde willen doen, ende evenwel de vaene nu ettelijcke 
jaeren beleyt hadde. 

fa dese tijt waeren bij den Eeyser verscheyden gesanten gecommiteert 
om eenige pays tusschen dese vereenichde Nederlanden ende den Goning 
Tan Spangien te middelen. Dwelcke in tlaeste deses jaers tot Bruyssel bij 
den Prince van Parma sijnde, ende met hem gesprooken hebbende, hebben 
Tersocht pasport om in Hollant mede te mogen commen, twelck haer 
ODtseyt is tot verscheyden maelen, om redenen dat men achte dat haer 
legatien alhier egeen vrucht en souden konnen doen, maer datse alleen 
streckte om ons voor een tijt in slaepe te wiegen, opdat den Goning van 
Vranckrijck sulcx in twit blijvende, te bequaemer bij den Spangiaert soude 
mogen onderdruckt werden. Opdat dan tselve niet en soude geschieden 
heeft men oick hemluyden aengescreven dat sij eerst in Vranckrijck ende 
Engelant mosten trecken, ende sien wat conditien van pays aldaer waeren 
te beconunen. Ende middeler tijt werde alhier beraetslaecht , off men den 
Goning van Vranckrijck eenich voetvolck soude te hulpe senden, volgende 
sijn versouck ofte niet. Item off men den hartoch van Bouillon (die Aste- 
nay mgenomen hadde, ende daer weder belegert was vanden Hertoge van 
Lorreyne) eenige ruyteren soude te hulpe senden. Twelcke alle beyde 
salcx geresolveert sijnde, te weeten den Goning te assisteeren met 20 
vendelen voetknechten , ende den hertoge van Bouillon met ses vaenen 
niyteren, heeft men alle gereetschap daer toe laeten maecken, decapteynen 
Tcrcoosen ende hem sulcx aengeseyt. Tot tbeleyt van tvoetvolck naer den 
Goning werde gecommiteert Graeve Philps van Nassau, ende onder hem 
den Colonnel Balfour over de Schotten, ende over tpaertvolck naer Sedain 
te senden werde geconunitteert den heer van Barchon. Ende met dese 
nieuwe beginselen van oirloge, ende de toerustinge van dien werde door* 
gebracht de reste van dit jaer 1891 '. 



. . Daneben haben wir nicht mnbgehen mngen , E. L. freandlichen zuerkennen zu geben , 



ANNO 1592. 



Int beginsel van den jaere 1599 werde de toenistinge ende secours naer 
Vranckrijck dapper gevoordert ende aengedreven insonderheyt bij die van 
HoIIant ende Seelant. In vougen dat den xsV Januari] tot Rotterdam, 
Schiedam ende Delffshaven, bij een quaemen thien vendelen Schotten, 
mitsgaeders de vendelen van den Graeve Philps van Nassau, Jan van 
Egmont, Sax, Lijnen, ende Villers, daerbij haer vervougen soude de 
compagnie vande guarde van Sijne Ex*** als de wint soude dienen dvoorsz. 
15 compagnien werden in scheepen geleyt, omme sulcx opden wint te 
wachten, ende de garde lach inden Haege, ende quam oick eyntelijck te 
Delishaven. Dit volck bleeff aldus inde scheepen bij malcanderen totten 
ix*" Februarij toe, sonder dat sij oyt eenige goede wint konden verkrijgen, 
ten welcken daege sij (overmits de sieckten die seer onder hen bestonden 
te ontsteecken) weder vuyte scheepen gescheyden sijn, ende sijn verdeelt 
door de steeden van Dordrecht, Delft, Leyden, Rotterdam, Schiedam, de 
Goude, ende den Haege omme te verluchten ende te refiraischeren ende 
den bequaemen wint te verwachten. In Zeelant laegen den selven tijt mede 
vier compagnien veerdich omme naer Vranckrijck mette anderen te gaen. 

Den v" Februarij vertrock Sijn Ex*** vuyten Haege naer Utrecht, Over- 
ijssel ende Gelderlant, omme soe tot Nieumegen opden landtdach (die de 
Gelderschen aldaer geleyt hadden) te weesen, die men den xvij*' Februarij 
begonst te houden, op tpoinct wat en hoe veel de Gelderschen voortaen 
souden contribueren tot onderstant vande gemeene saecken, alwaer veel 
swaericheyden gedebatteert, maer weynich tot nut geresolveert werde. 



ImnBSsen die Herm Generale Staten geresolvort sein sechs hmidert Deatscher Renter, onder dreyen 
HitbineiBtem and ein Regement 1600 Dentacher Knecht atarck alle vor vier monadt Lang^ an so 
nemmen, tmdt in Dienst sn gebraachen, derogestalt das sie alle so woU zu faesz als zn Pferde gegen 
den frneling gereidt sein soHen. (Brief van Maurita aan Jan den Ooden, van den 18den November 
1691. ^ Archief van Z. M.) 



— 69 — 

« 

Tot Nieumegen sijnde werde beraempt een exploict te doen op thuys 
te Batenborch daer den viant iolach , tot welcken eynde Yuyt Sgraevenweert 
tot Nimegen gebracht werden drie stucken gesehuts, dan mits thooge 
waeter ende den vorst bleeff tsehe te rugge. 

Den xxij*" Februari) ginck tvoorsz. volck weder tseheep om naer Vrank- 
rijck te gaen maer commende ontrent den Briele mosten aldaer mits den 
wiot draeyde, ende contrarie vieK blijven leggen, alwaer sij bleven totten 
Hviij** des achternoens ten twee vuyren toe, ten welcken daege alle de 
sdieepen met tvoorsz. volck ten Maese vuyt liepen, ende quaemen den 
eersten Maert te Diepen aen lant (wesende de vier Zeeusche compagnien 
aldaer eenen dach te vooren gecommen) alwaer sij met groote verlangen 
gewacht sijnde seer feestelijcken ontfangen sijn. Te meer omdat den 
Prince van Parma over ettelijcken tijt aldaer mede gecommen was om 
Roan te ontsetten, ende te dien fynen al ettelijcke cleyne steeden den 
Cooing affgenomen hadde. Dan hoerende de compste van ons volck, heeft 
hem gehaest te vertrecken over de Somme, tsij door vrese van den selve, 
ofte dat hij sulcx al te vooren door tgebreck van vivres ende vouraige ge- 
resolveert was, ofte om den Gonings volck oick te doen scheyden. 

Den xxvij*" Februarij vertrock Sijn Ex*"* van Nimegen naer Thiel, Bommel 
ende Heusden, ende quam den lesten derselver tot Breda. 

In tbeginsel van dese maent gecommen sijnde de tijdinge dat de hertoge 
Tan Lorreynen sijn beleg van Astenay obgebroocken hadde, sijn de voorsz. 
ses vaenen ruyteren derwaerts gedestineert, in tlant gebleven. 

In tbeginsel vande maent van Maerte hadde Sijn Ex*^ ontrent Breda doen 
commen verscheyden ruyteren ende voetknechten in meyninge daer mede 
een exploict te doen, om den Prince van Parma soe weder vuyt Vranckrijck 
te doen commen, ofte te dwingen ten minsten een gedeelte van sijn volck 
te rogge te schicken. 

Ten selven fynen vertrock de Graeve van Sohns den xj*" Marty des avonts 
Toyt tlant van Walcheren , met veel scheepen volck ende ander gereetschap, 
meynende te overvallen de stadt Sluys in Vlaenderen , dan overmits seeckere 
disordre, en luckte tselve niet, sulcx dat hij weder te rugge moste. 

Den xiiij" Marty vertrock Sijn Ex*** vuyt Breda , sterck ontrent vier duysent 
man soe te paert als te voet, ende nemende sijn tocht op Turnhout ver- 
trock des anderen daechs naer Westerloo, ende voorts rechts door naer 
Maestricht, alwaer sij quaemen tusschen den xvij**" ende xviij*" des nachts 
meynende de stadt te beclimmen. Dan doordien de ladderen te cort 
^aereo, ende het soe duyster was dat de cavalerie het voetvolck naulijckx 



— 70 — 

wijcketi conde, isser eenige dlsordre gecommen, daer door die van binneii 
het gewaer werde, ende den alarm terstont dapper maeckten, twelck Sijn 
Ex*** siende dede hel volck weder aff trecken, daer op die van linnen 
dapper met groff geschut schooten derwaerls sij tmeeste gerucht hoorden, 
ende troffen eenigen die sij doot schooten, treckende Sijn Ex^* met alle 
tvolck weder naer Breda toe, ende aldaer tvolck gelicentieert hebbende 
naer heure gamisoenen is den xxiiij Marty weder inden Haege gecommen. 

De gesanten vanden Keyser pasport ontseyt sijnde als voorsz. is, hebben 
door faaer importuyn aenhouden verkregen dat eene van heml. inden Haege 
soude mogen commen, omme te verstaen de redenen waeromme men haer 
legatie niét en wilde admitteren, daêrop sij al in Februario gesonden heb- 
bende den Baron van Reyd, ende hij nu lange tijt inden Haege gewacht 
hebbende opde vergaderinge der Staeten Generael van dese geünieerde 
Nederlanden, is hij opden xxvij" Marty in volle vergaederinge vande 
Staeten Generael gehoort, wesende een deel van sijn propositie dat sijn 
metgesanten mochten herwaerts commen ende gehoort werden. Daerop 
hem egeen besonder bescheet voor die tijt gegeven en is maer genomen 
rapport elcx aen haer principaelen. 

In dese maent van Maerte sijn verscheyden commissien om volck aen 
te nemen vuyt gegeven, te weeten van vier vendelen pionniers elcx van 
50 coppen. Noch commissie aen Sijn Ex**" om sijn vaen ruyteren te ver- 
stercken met 50 lancien, ende sulckx brengen op 170 lancien, noch com- 
missie aen den Graeve van Hohenloe van 100 lancien, noch gelijck commissie 
aen Graeff Philps van Nassau van 100 lancien, ende de compagnie van 
Donck die maer van 48 paerden was, versterckt op hondert. 

Inden beginne van April is noch commissie vuytgegeven aen Elcke 
Oensta Vries om een vaen ruyteren van hondert lancien op te rechten, 
mitsgaeders commissie aenden Soene van Dierick Vijch * om een vendel 
voetknechten op te lichten van 150 hooffden. Sijn voorts bij die van 
HoUant vuytgesonden brieven aen alle Gapiteynen op haer repartitie staende. 



* Diederik YQgh. Heer tot Soelen, Amptman ^an Thiel en de Neder Betuwe, kroeg in Jannar^ 
1689 lyne aanstelling tot Kapitein over een vendel voetknechten van 300 man. (Conunissieboek van 
den Raad van State, van 1588 — 1591, bl. 91. — Zie ook bet Ëedboek op den 3den February 1859; 
Rgks Arcb.) Deze kompagnie, die alle anderen verreweg in sterkte overtrof, werd in April 1592 
op lyn verzoek in tweeën verdeeld, en bet eene gedeelte ter sterkte van 150 hoofden werd gegeven 
aan s^nen aoon Jonker Joost Vijgh (Commissieboek id., van 1591 — 1599, bl. 16 verso), die in 
X598 by het beleg van Geertruidenberg sneuvelde. Dat is het vendel, waarvan Duyck hierboven 
•preekt. 



— 71 — 

omme haer te Tersterckea aditervolgende de lij^n bij hen oyergesonden. 
Van gelijcken heeft Sijn Ex"" een acte gegeven aen Joncheer Gerrit van 
Warmeloe drost van tsallant, omme 100 paerden carabijns aen te nemen 
met conditie dat hij die tegens het volgende jaer soude moeten brengen 
op Umciers. Voorts is alle gereetschap gemaeckt van geschut, affuyten, 
erayt ende scherp, omme tselve met een seer groot apparaet, ende meer 
dan inden voorleden jaere, weder te velde te mogen brengen, daer toe 
oidc alle saecken haer sonderling aen lieten sien. 

Den jg** Aprilis werde den Baron van Beydt weder inde Generaele Staeten 
geleyt, ende hem gegeven antwoorde op sijn voorgaende propositie. Te 
weeten datde Heer^i Staeten nu lang genouch bemerckt hadden, datter 
egeen pays en waere te maeoken, dat alle handelinge van pays altoes dese 
landen seer schaedelijck waeren geweest, ende dat men onder dien altoes 
getradit hadde dese landen te overvallen, allegeerende daertoe alle de 
exempelen, ende insonderheyt vande laeste voorgaende handelinge binnen 
Oosteynde, te welcken tijde men de groote vloot scheepen opde landen sont 
beo^fens dat men nu soe diep inde onderhandelinge met Engelant ende 
Vrandorijck was, dat men sonder haer ende anderen die bij ons interest 
souden lijden, niet alleen geen pays maecken, maer oick van pays niet 
handelen en mochte. Waeromme de Staeten oick de legatie tot nochtoe 
met en hebben konnen admitteren ofte verlooffen onune te kommen , nochte 
alsnoch niet en mogen. Twelck hem gegeven sijnde bij gescrifte is gebeeden 
getrou rapport van desen aen sijn meester te doen. Voorts hebben de 
Staeten hem doen schencken een goude keetinge van ISOOgulden, hebbende 
twee aenhangende goude penningen, d*eene van t'ontset van Leyden ende 
d'ander vande Spaensche vloot, die hem gepresenteert is den xiij*". 

Dan is bij hem gerefuseert, in vougen dat de Staeten Generael (om hem 
eenichsins te vereeren) hem hebben gedaen defroijeren, ende nam soe aen 
de Staeten Gonerael als de Raeden van Staete sijn adieu den xsvü]*" ende 
b soe yertrocken. 

Den xviij" April vertrock Sijn Ex^ vuyten Haege met eenige vande 
Raeden van Staete in Zeelant, omme te besUchten de swaericheyt die sij 
hyden maeckten in consenteren totte extraordinaris oncosten vanden toe- 
commenden veltleger deses jaers, mitsgaeders dat sij trachten thaeren 
particuliere proufiijten te trecken eenige contributien vuyt Vlaenderen, be- 
neffens noch eenige andere swaericheden op tstuck vande Almiraliteyt ende 
anders bij heml. gemaeckt. Ende op t*aenhouden van Sijn Ex^ is aldaer 
geconsenteert inde voorsz. extraordinaris oncosten, maer en consten d'andere 



— 72 — 

poincten niet eyntelijcken affgedaen werden, ende quam alsoe Sijn Ex^ 
weder inden Haege den iij*" May. 

Den xviij^ Aprilis quaemen de hertogen van Parnia ende de Mayenne 
met al haer yolck wederomme te Neufchastel omme Rouen eyntelijcken te 
ontsetten, ende deden soe veel dat sij den xxij*" daer eenige waegens met 
vivres inne brachten, dan daer naer innegenomen hebbende Gaudebeck, is 
den Goning met aUe sijn macht gecommen ende heeft heml. den pas van 
achteren beslooten, alwaer oick getallen sijn verscheyden schertmutsingen, 
op een van weicke den Hertoge Tan Parma door sijn arm geschooten is, 
ende is voorts aldaer benout geweest eenige daegen, totten x*'' May toe ten 
welcken daege hij over de reviere gepasseert is omme te konnen commen 
naer Parijs ende alsoe hem ende sijn leger te salveren dan den Goning is 
soe geweldelijck op de laeste gevallen dat hij een groot deel van dien ge- 
daegen heeft, ende gekregen wel 4000 paerden soe dienst ab waegen 
paerden ende meest alle de bagagie ende seer veel muyien met coflTeren 
gelaeden waerdich wesende alle de bagagie ende peerden, over de 150000 
ducaeten, ende heeft den Goning hem voorts vervolcht van achteren op 
den wech naer Parijs. 



VAN TBELEG VAN STEENWIJGK. 

In tbeginsel vande maent van Meye begonst men alle gereetschap te 
maecken omme weder te velde te trecken in t'aennemen van scheepen, 
vuytsenden van 'patenten ende gereetmaeckinge van tgeschut ende alles dat 
tot een leger behouft. 

Den Hij" May overvielen de garnisoenen van Bergen op den Soom 
thuysken te Sgravenwesel vast bij Antwerpen. 

Den xix" May vertrock Sijn Ex*** vuylen Haege naer Utrecht alwaer hij 
ettelijcke daegen bleeff ende middeler tijt begonst het volck te marcheren, 
te weeten die tscheep waeren mette scheepen van anununitie naer Amsterdam 
ende de reste naer de Veluwe. 

Den xxiij*" vertrock Sijne Ex*** vuyt Utrecht naer Harderwijck ende quam 
van daer den xxiiij" tot Swol, ende ettelijcken scheepen met soldaeten tot 
Hasselt. 

Den xxv~ quaemen tot Swol seer veel ruytercn ende knechten die ten 
selven daege aldaer haer rendevous hadden. 



— 78 — 

Den xxyj*" verlrock Sijn Ex*** met alle het volck te paerde ende te voete 
▼an Swol, nemende mettet volck den pas door Swartesluys, ende sendende 
alle de carriage door Geelmuyden, doende dselve aldaer twaeter passeeren 
oide soe commende voorbij VoUenhoven, ende quaeraen sulcx des avonts 
logeren te Colderveen. Ten selven daege quam Graeve Willem van Nassau 
mei 21 vendelen Vriesche voetknechten logeren lot Ooslerwold. Ten selven 
daege quam een deel vande scheepen met vivres ende ammunitie gelaeden 
tot BloxieL 

Den xxvij" quam Sijn Ex*** met alle sijn volck opde heije lusschen 
Steenwijck ende Havelt stellende aldaer alle sijn volck in slachtordre, 
ende vont aldaer den Graeve Willem voorsz. met sijn voetknechten, dan 
overmits het te laete was dien avont te quartieren voorde sladt, is met 
alle het volck gaen logeren in t'oosleynde van Havelt, naerdat hij met 
eltelijcke paerden de sladt hadde geweest besichtigen. Tee selven daege 
arriveerden noch meer scheepen te Bloxiel. 

Den xxviij*" trock Sijn Ex*** met alle het voetvolck vuyt Havelt op ende 
ginck logeren opde hoochten hesuyden vande sladt, bij hem hebbende 21 
vendelen Vriesen, 10 Engelschen, 8 van Groenevelt, 7 van Brederode ende 
acht van Dorp, laetende de ruyterien tot 16 vaenen toe binnen Havelt vande 
welcke 2 vaenen alleen in sijn quartier werckten. Ten selven daege 
begonst het leger vande voetknechten sich te retrancheren tegen die vande 
sladt, ende quaemen veel schuyten in de vaert van Steenwijck, tot opde 
schoote van een canon naer aen de sladt , lot bewaernisse vande welcken 
ten westen ende noortwesten vande stadt gesonden werden de regementen 
van Brederode ende Dorp. Brederode legerende hesuyden de vaert ende 
Dorp benoorden. Ten selven daege schooien die vande sladt eenige schoo- 
ien met grooff geschut ende verthoonden haer buyten de vestingen dan 
niet voorder commende dan op ofte aen haer conlrescharpe. 

Den xxix*" heeft men een brugge over de vaert gemaeckt, ontrent de 
schoote van een valckonet vande stadt overmits die van binnen den ouden 
l^rugge (die al wat te naer lach) den xxvij*" des nachts verbrandt hadden. 
Voorts volmaeckle men de voorsz. transcheen, arriveerden noch meer 
schuyten, ordonneerde men de quartieren vande cavalerie, ende besichtichde 
men de stadt. Ten selven daege quam in tleger den heere van Famars, 
eode hielde die van 'binnen haer seer stille , sonder veel te schieten , dan 
alleen vier ofte vijff schooien met een valckonet, niet tegenstaende eenigen 
van 't volck van Sijn Ex*** de stadt geheel naer quaemen ende met groote 
hoopen tcooren onder stadt liepen snijden omme hutten aff te maecken, 



1 



— 74 — 



sonder datmen weet waeromme sij soe stille waeren, ten waere sij sulcx 
deden om haer cniyt te spaeren. Inde stadt waeren tusschen de 800 eode 
900 soldaeten soe men konst verstaen, ende 80 carabijnen. Middelertijd 
van desen tocht van Sijn Ex*** werde het geschut vuyt Dordrecht in pon- 
ten te scheepe gedaen ende gebracht voor bij Arnhem de Isele aff naer 
€ampen ende arriveerde aldaer te saemen opden xxviij*"* ende xxix**. Die 
van Vrieslant hadden te Bloxiel gesonden 7 stucken geschuts ende Ter- 
wachteden noch 4. (Was van gelijcken van heurent wegen te Bloxid een 
tamelijcke competentie van cruyt ende scherp.) Desen daege doorde 
aencompste vande schuyten begonst het leger beter te hebben van vivres 
ende insonderheyt van bier, daer aff sij twee daegen groot gebreck gehadt 
hadden, overmits alle boeren vande dorpen daer men passeerde, ende oidt 
rontom Steenwijck al eenige daegen yante vooren verloopen ende gansch 
met al haer beesten ende haeven (door bevel vande overicheyt soe men 
vermoet) opgeruympt waeren. Voorts was het desen dach een seer grooten 
doorgaenden regen die tvolck van oirloge seer incommodeerde. Ontrent 
den avont trocken vuyter stadt ontrent 40 carabijn ruyteren met twee ge- 
deckte waegens, langes de wech die ten noortoosten door de marasche 
vuyte stadt leydt, sonder dat men weet off dselve in den nacht weder 
inne gecommen sijn. Desen wech en was noch niet beslooten, eensdeels 
dat men meende dat dselve mits sijn leechte niet en was om gebruycken, 
ende eensdeels dat men mits den marasche over beyde sijden leggende 
daer quaelijcken bij conmien conde, ten waere men die wel twee mijlen 
inde hoochte onderginck, welcke marasche mede oirsaecke waeren dat men 
de stadt in t'oosten ende noorden niet en besloot met volcke ofte leger, 
maer werde ten oosten alleen met ruyteren wacht beset. 

Den XXX*" continueerde den regen die des anderen daechs ende voor- 
gaende nachts gevallen was seer hardt ende veel waerdoor bijnaest alle de 
wegen onbruyckelijck werden, daer over men seer veel horden ende ander 
rijs daer inne moste werpen om die te repareren insonderheyt den wech 
naer de verlaeten ende Giethorn. Ten selven daege trocken alle* de ruyte- 
ren logeren te Giethorn, om alsoe naerder bij de bant te wesen ende 
beter vourage te hebben. Des achter noens omtrent halff twee vuyren 
quaemen die vande stadt met ontrent 50 paerden ende 100 voetknechten 
vuyt ende lieten haer aensien als off sij een vuytval hadden willen doen, 
ende overvielen twee soldaeten te voet die haer onverdachtelijck te naer 
aen de stadt begeven hadden, daer aff den eenen gevangen ende den 
anderen ter doot toe gequetst werde, doch en quaemen sij soe wijt vande 



— 75 — 

stadt niet 9 off men const haer met een musquet inlengen vande stadt aff, 
daer over het ongeraeden was voor de onsen haer te advanceren. Nietemin 
quaemen eenige carabijns van Marcelis Bax, die tegens hen schertmutseer- 
den, cnde >verden oick eenige van heml. gequetst sonder nochtans een 
yemant doot te blijven. Doch quam daer naer bevel omme te vertrecken 
(overmits het alte schaedelijck voor de onsen was soe naer onder de stadt 
haer te begeven) daer over sij te rugge trocken elcx op haar wacht, son- 
der dat die vande stadt dselve oyt dorsten volgen, jae sonder dat de onsen 
vertrocken schooten alle de voelknechten haer musquetten inde lucht aff, 
te kennen gevende dat sij niet en sochten dan d'onse in haer geschut te 
trecken. Eyntelijcken siende die vande stadt dat d'onse niet te naer en 
quaemen trocken weder inde stadt, naerdat sij wel twee vuyren vuyt 
geweest hadden. Ten selven dacge werden seer veel cleyne schantscorffen 
gemaecki om des nachts te mogen approcheren twelck oick soe wel ge- 
exploicleert werde dat men aen de oostsijde vande stadt op den houck 
vanden berch een tranchee maeckte ende logeerde 5 vendelen knechten 
ontrent twee steenworp vande stadt, daer die van binnen den ganschen 
nacht op schooten sonder nochtans merckelijcke schaede te doen. Van 
gelijcken werde geapprocheert ten westen op twee oirden noch wel soe 
naer onder de stadt, daer die van binnen niet op en schooten, als off sij 
van dat wercken niet gewaer en hadden geworden. Met dese trancheen 
werde belet dat die van binnen niet meer vuyte stadt en mochten, nochte 
oick meer breeckcn aen de Westpoorte, die sij te vooren den cap heel 
affgebroocken hadden ende van meyninge waeren totte wallen toe te 
slechten. Werde noch ten selven daege ordre gestelt om veel horden te 
doen maecken tot bereydinge van den wech. 

Den lesten werden alle de waegcns last gegeven rijs ende stroe te haelen 
omme den wech naer de verlacten ofte scheepen te maecken, die men 
mits den regen niet meer gebruycken en conde, ende schooten die vande 
stadt seer veel vuyt de stadt met musquetten. Immers quaemen inde 
morgen stont op d*oostsijde met eenige paerden vuyt meynende de onsen 
voyte trancheen te jaegen, dan werden soe met musquetten gegroet dat 
sij weeder te nigge trocken ende begonsten het gat, dat sij besijden de 
poorle in de walle gemaeckt hadden, omdat haer poorten gevult waeren, 
weder toe te werpen. Ten selven daege in den morgen stont quaemen 
twee waegens in de stadt door de maraschen, dan werde op den middach 
den weg in t'oosten vande stadt met 8 vendelen Vriesen beset ende daer 
door den inne ende vuytcompste langes dien wech benomen, sonder dat 



n 



_ 76 — 

die van binnen yet wes besonder deden dan eenige schooien, sonder 
schaede te doen, schieten. Des nachts daer aen brachten de Vriesen haer 
loopgraeven tot bijnaest een boochschoot aen de oost poorte, ende de 
Engelschen de haeren suydewaert vuyt tot heel naer aen de grachten. 
Van gelijcken werden de loopgracTcn in twesten vande stadt genaerdert. 
Ten selven daege op den avont viel een stuck wals yande stadt aff bewes- 
ten de Suyt (Oeninger) poorte, ende soe men yermoet berste een stu<^ 
vande twee metaelen stuckcn die inde stadt waeren (om dat een stuck 
metaels buyten de stadt gevonden werde). Van voorsz. 3 metaele stucken 
en schoot het grootste niet dan 6 pont ijsers. Beneffens waeren noch in 
de stadt eenige ijsere stucxkens. 

Den eersten Junij quaemen elff vande Vriesche stucken in tleger 9 van 
J J. batterie ', ende 2 van thien pont ijsers. Werden terstont dvoorsz. 
3 stucken te lande gedaen. Allé tgeschut vuyt HoUant quam te Bloxiel. 
Opden avont quam een vuyte contrescharpe vande stadt loopen, recht op 
de loopgraeve vande Engelschen die ten suy toosten heel naer bijde stadt 
lach, tsij omme tvendel te nemen ofte de loopgraeve te recognosceren , 
immers liep tot aen de loopgraeve toe, ende sloech met een haeck naer 
tvendel daer hij een stuck aff creech, ende quam niet tegenstaende alle 
het schieten weder inde stadt. Des nachts werde een loopgraeve gemaeckt 
vast bij de Oeninger poorte ten suyden vande stadt heel naer de contrescharpe 
bij de Engelschen, item genaerdert de loopgraeven ten westen vande stadt 
bij de Vriesen ende oick bij tregement van Brederode, item gesterckt ende 
geretrancheert op den wech naer Steenwijckerwolt, daer tregement van Dorp 
lach. Noch werde ten selven nachte aen de westsijde vande stadt inde tran- 
cheen gebracht dvoorsz. twee stucken van thien pont ijsers, omme daermede 
schaedeloes te schieten seeckeren waetermoelen buyten de Woltpoorte staende 
ende maelende, daermede die van binnen waeter inde grachten maelden. 

Den ij" Junij schoot men mette voorsz. 2 stucken ontrent 40 schooten, 
eenigen opde voorsz. waetermoelen ende oick eenigen door de huysen vande 
stadt, ende werde de moeien schaedeloos geschooten. Ten selven daege 
werde alle het geschut te Bloxiel in praemen geset om naer tleger te bren- 
gen, ende werde alle tVriesche geschut ' op tlant ende sijn affuyten geset, 
ende gebracht op den wech ter sijden de vaert ofte Aa. Noch quam tenselven 



> Deze Qitdrakkiiig beteekent: 9 stokken ^an batterie (belegeringskanons) , namelijk drie heele 
en zes halve kartoawen. 

* Hier is in het manoscript en marge aangeteekend: | f (drie hede en zes halve kartoawen.) 



— 77 — 

daege in tieger de compagnie vanden Heere yan Famars haer logerende bij 
tregement van Brederode. Des nachts te yooren ende ten selven daeges werde 
qigeworpen een fort benoorden de groote wech yande Oostpoorte in tvlacke 
Telt, omme soe den toeganck inde stadt te besluyten ende voorts te naerde- 
ren den wech vanden galgenberch. Des selven daeges, gelijck oick van 
te Tooren, trocken alle de vendels opde oostsijde vande stadt opde wacht 
Irij daech in vollen tochtorden, daervan wel eenige maer niet besonders ge- 
qoetst werden. Des nachts werde inde loopgraeven gequetst in sijn been 
Francois Vere, ende sijn broeder in sijn arm, met noch een lieutenant doot. 
Den iij** Junij werde ten noorden van tvoorsz. schantsken naer den 
galgenberch toe een schantsken geleyt, doch noch niet commende aenden 
wech vanden galchcnberch. Item werde beoosten het quartier van Dorp 
ende benoorden de stadt noch een schansken opgeworpen, naer den galgen- 
berch toe; maer oick noch aen den wech niet commende. Noch werden 
ten sdven nacht de loopgraeven alomme genaerdert ende van t'oosten ende 
vesten naer tsuyden verlengt. Ten selven daege quam alle tgeschut vande 
generaliteyt in tieger met alle sijn toebehoiren. Van gelijcken quaemen 
in tieger de Raeden van Staete, ende overmits noodich bevonden was ten 
oosten vande Oeningerpoorte op te werpen een catte, is dselve aenbestelt 
met seeckere conditien M' Joost, ingenieur van Vrieslant * voor 1600 
gulden, mits datse binnen ses daegen moste gemaeckt wesen, daeraff den 
Tierden den eersten daech loopen soude. Achtervolgende twelcke dselve 
catte des nachts daeraen begonnen is. 

Den iiij'" heeft men dapper begonnen te arbeyden aende catte voornt. 
ende oick genaerdert ende verlengt de loopgraeven in tsuyden, ende ge- 
sicrckt een loopgraeve voor de catte, onmie de arbeyders te mogen be- 
schermen. Ten selven daege werde alle het geschut vande generaliteyt te 
hnde gestelt, tot 36 stucken van batterie alles op sijn affuyten. Daeronder 
waeren 13 heele canons ende 23 halven, beneffens waeren noch te lande 
gestelt 3 veltstucken ende 3 mortiers, welcke alles opde rijde gestelt werde 
opde wech van twaeter. Ten selven daege vertrock den Raedt van Staete 
weder vuyten leger naer Bloxiel. Des avonts werde in t'optrecken vande 
wadit naer de trancheen gequetst den vendrich van Brienen. 



' Meester Joos Mattheeiuz. ontying sQne oommissie ftU Ingenienr in Friesland den 7den Angost. 
1586. (Commistieboek van Leicester, bl. lOt ▼erso.) Bor (XXIV, bl.627) noemt hem «Mr. Joost 
Mattheosz. yan Aelst, anders genaemt Viego Kasse-mat, tanderen tyde geweest en gebruikt bfj den 
Orenten Sonoy». 



1 



— 78 — 

Den T^ werde seer gearbeyt aende catte ende oick genaerdert de tran- 
cheen ende yerlengt naerde Oeningerpoorte, ende schooien die van binnen 
niet besonders dan met musquetten vuyter stadt, insonderheyt des avonts 
in t* optrecken vande wacht, ende overmits onse ruyterie te Giethoorn aUe 
te mael lach, heeft sijn Ex^ ontrent sijn tente laeten rechten twee hooge 
yierbouten^ omme daer mede te baecken de ruyteren indien het noot 
mocht wesen. Voorts heeft men begonnen te mineren tot twee plaetsen, 
d'eene recht voor de catte naer de Oeningerpoorte ende d'andere beneden 
ontrent het bolwerck vande Geestpoorte, weicke twee mijnen men meent 
te trecken onder de contrescherpe door tot aende grachte, ende daer naer 
oick ist noot over de grachten inde walle. Op den avont qnam ons volck 
op de wech vanden galgenberch in t'noortoosten vande stadt, daer op die 
van binnen vuyt haer contrescherpe een vuytval deden, heel starck, 
meynende degeenen die daer noch onbeschanst waeren te slaen. Dan soe 
de Vriesen ende Engelschen inde trancheen aende Oostpoort leggende haer 
op maeckten als off sij mede een aenloop wilden doen ende soe die van 
binnen de pas van weder te mogen commen, affsnijden, sijn die van 
binnen weder gekeert sonder yet besonders vuyt te rechten, daerover des 
volgenden nachts de selven berch beschanst werde. Ende naerdien eenige 
advertentien in tleger gecommen waeren, dat den viant wel een aenslach 
mochte maecken, om onse ruyteren, die alles tot Giethoorn sonder eenich 
voetvolck laegen, op een nacht op te lichten, is ten selven daege tselve 
quartier geretrancheert, eenige bruggen opde avenuën gebroocken, ende daer 
laeten commen ontrent 100 schutten van Bloxiel om de w^acht te houden. 

Den vj«" heeft den Oversten Dorp volck noch een fortken gemaeckt over 
de westsijde vanden galgenberch, in tvelt omme sulcx te beletten datter 
niemant vuyt noch inne en soude mogen commen. Ten selven daege 
werde aUe tgeschutt gebracht op de horden in tquartier van Brederode, 
bewesten de stadt, tot een musquet schoot naer de stadt. Voorts werde 
mette voorsz. twee stucxkens van thien pont ettelijcke schooien door de 
stadt ende huysen geschooten. Des nachts hingen die vande .stadt eenen 
op, aen de roede van een moolen heel hooch, opdat men hem soude 
konnen sien, ende men vermoei datiet een spye was van onsen tweeen 
in de stadt sijnde. 

Den vij*"" werden des middernach daechs 3S stucken geschuts voor bij 
de stadt gevoert langes de suytsijde, ende gebracht ten suyt oosten vande 



stangen om vunnignalen mede te geren. 



— 79 — 

stadt tot een musquetschoot naer de stadt: te weeten 8 heele, 15 
IialTe canons ende 9 veltstucken , met welcke twee yeltstucken men noch 
ten sehen daege vuyt de trancheen schoot eenige scheuten opde stadt 
moden staende besuyden vande capelle, omdat men meende dat sij die 
toebereyt hadden om musquettiers bij noot inne te logeren. Men schoot 
oick eenige scheuten door de huysen. Ten selven daege, omdat men 
saeh dat de catte quahjck hooch genouch wesen soude, omme te commen* 
deren o^er de wallen, heeft men dselve yan nieus den mr. aenbesteet, 
ooune noch yijff voeten hooger te maecken dan tvoorgaend besteck, twelcke 
hij belooffde op donderdach toecommende op te leveren. Des nachts 
daer aen werde te westsijde vande stadt geplant (boven de voorsz. 3 
stucken van thien pont) eenentwintich stucken batterie, te weeten thien 
schietende recht naer t'oosten ende 11 schietende naer t'noortoosten, omme 
bresche te maecken op seecker halfif bolwerck leggende achter de heyligeest 
kerdce ^ In tsuytoosten vande stadt, werde noch gestelt een veltstuck 
ontrent iOO passen besuyden dselve batterie, maer om dattet bedorven 
was en rechte tselve niet vuyt. 

Den viij*" werden seer genaerdert de loopgraeven soe in t'oosten als 
westen vande stadt, ende verhoocht de catte. 

Den ix^ werde beoosten vande stadt opgeworpen twee batterien ende 
Tolmaeckt in troosten vande stadt, d'eene van thien stucken schietende 
in t'noortwesten, ende d'ander van 14 stucken schietende in t'noorden, 
mnme daermede te oepenen de suytsijde van een Ravelijn leggende voorde 
Oostpoorte, ende voorts de cortine vande wal streckende besuyden tselve 
raTelijn, opdat de catte taemelijcken hooch sijnde in beyde de breschen 
sonde mogen commenderen. Ten selven daege werden eenige schooten 
opde stadt ende door de huysen geschooten, ende des nachts werde inde 
batterie aen de oostsijde ende in tnoort westen schietende geplant 10 stuc- 
ken te weeten 4 heele ende 6 halve canons, ende voorts seer gearbeyt 
aen de catte, ende aende oostsijde recht voor tvoorsz. ravelijn gegraeven 
tot in de contrescharpe. Desen ende eenige daegen van te vooren brack 
de viant seer veel huysen aen de walle de daecken aff, omme te voorhoe- 
den onse vierwerck. Ten selven daege quam een boer vuyte stadt over- 
loopen ende bracht tijdinge, datse van binnen niet stercker en waeren dan 



* Uierm 18 weder in marge ungeteekend ^ i i l, waarmede de echrtlTer lieeft wDlena andui- 
4ai dat Tan de 10 eente rtakken 4 heele en 6 halre kanona en van de 11 laaieten, 4 heele en 7 
Inln kauMa waien. 



1 



— 80 — 

ontrent 700 soldaeten, dat mede de Duylschen met de Waelen niet seer 
wel eens en waeren, ende dat die van binnen van beyden sijde haere 
walle tegen de catte affdolven ende retrancheerden 

Den x" werden ettelijcke schooten met onse veltstucken 'opde stadt 
geschooten, des nachts te vooren was den viant op wech sterck ontrent 
300 mannen, ende meynden inde stad te commen dan gecommen sijnde 
Tan CouYOorden tot op een mijle naer aen ons leger, sijn sonder oirsaecke 
verschrickt geworden ende wech geloopen. Ten selven daege des middaechs 
is eenen commen loopen vuyte contrescharpe vande stadt bewesten de 
Oenigerpoorte, ende aengeloopen tot op onse loopgraeven, heeft aldaer aff- 
geruckt het vendel van hopman Wederspan Vries Captn., ende is daer 
mede in de stadt geloopen. Ondertusschen schieten die vande stadt soe 
seer met musquetten ende roers vuyt datter niemand boven kijcken en 
konde, ende soe die t vendel genomen hadde wederkeerde naer de stadt, 
vielen noch ontrent 20 soldaeten vuyte contrescharpe omme hem te secon- 
deren waert noot. Voorts werde toebereyt de batterie opde suytoostsijde , 
ende gemaeckt de beddinge, ende daerinne gevoert een deel cruyt, 
scherpen ende waeter. Des nachts daeraen werde inde selve batterie aen 
de suytoostsijde gebracht H stucken te weeten 4 heele ende 7 halve 
kanons, ende noch achter de catte gebracht 3 stucken. 

Den xj" quam de vaen ruy teren van Wermeloe in tleger, ende werde 
de catte gebracht bijnaest tot sijne hoochste en daerop gestelt dvoorsz. 
3 stucken, te weeten 9 drielingen ende ^ canon, ende voorts soe daer als 
in andere batterien gebracht eenich cruyt ende scherp. Ten selven daege 
werde te lande gedaen het opperste deel van den lijmstang * ofte van 
den toorn van Johan van Gornput, welcken toorn was van hout, de stan- 



* Be benaming van «de l^mstang», die Dujck overal voor den toren van Compnt bezigt, 
hebben wfl bfl geen andere schrijvers gevonden. Van Meteren (XVI, fol. 302 verso) geeft er den 
naam van «Lijmstaende ofte K^ck in den pot* aan; Bor (XXIX, bl. 627) noemt hem «Schroe- 
venburg*, hoogstwaarschijniyk een naam, dien de toren van het krijgsvolk gekregen heeft naar de 
vele schroeven, waarmede de sparren bevestigd waren. I!et bouwen van dien toren was een lieve- 
lingsdenkbeeld van Willem Lodew^k, door hem aan de Ouden ontleend. Van Bejd, z^n vertrouwde 
raadsman, is dan ook de eenige schr^ver, die er nog met cene zekere voldoening van spreekt (IX, 
bl. S17.) Reeds in het jaar 1590 was de toren vervaardigd, want in een brief van den 12den 
November van dat jaar door 6. Frinck aan Graaf Jan de Oude geschreven (Arch. van Z. M.) 
lezen w\j: 

*Mein gnediger Her Graff Wilhelm hat durch huif von Capitein Corput een wunderlich grosz 
werck von holtzercn dennen baicken und sparren uber 100 grosser schuch hoch nnd nmbtrent 87 
fusz in vierkant lassen verferdigen luub ein vestung damit zu uberhögen. Es werden ungefiehrlioh 



cappe S. 



eerste solder 10. 



-- 81 — 

gen Ier sijden van vueren balcken de binten in tcruys, ende recht eens- 
deek door gesaechde houten ende eensdeels sparren wesende over de 
hondert voeten hooch, van binnen ge- 
bonnen als in dese figuer * , hooch in alles 
10 solderingen, van welcken nochtans 
alhier niet dan drie mette cappe hooch 
5 voeten gerechten sijn te weeten het 
opperste eynde. Desen toorn werde daer 
naer van binnen becleet met eycke planc- 
ken, vier op malcanderen geschroeft (ge- 
lijck mede alle de binten gescroeft wer- 
den) om tegen den musquet schoot vrij 
te mogen wesen, ende als sij allemael 
opgerecht is soe staet het onderste op 
rollen, onome die van een stadt aff te mogen rechten ende alsdan op eenen 
nacht aen te brengen. Tgereetschap ende houtwerck tot desen toorn te 
lande gedaen sijnde werde opgevoert ende gebracht achter de catte, dan 
en conde mits den groolen regen, die bijnaest den heele dach viel, niet 
gerecht werde, insonderheyt oick gelet dat den volgenden nacht men ge- 
heel besicli was mette catte voorsz. aen te vollen ende effenen. Van 
gelijcken werde des nachts de trancheen aen tquartier van Brederoode ge- 
naerdert ten noorden, ende schoot men mette twee veltstucken ettelijcke 
schooten door de huysen vande stadl. 
Den xij" regende het seer veel tot Ihien vuyren toe ende begonst doen 




tweede solder 10. 



4000 Khratiben darza gebraucht nnd hangt eins am anderen. Wan sclion etzliche sparren in stücken 
geschossen werden, bo bldbt es doch an einander hangen und kan derentwegen nicht Men. An 
jeder adtts ist ein starcker balck und zwischen zweyen balcken seint 7 sparren, Jeder spar ist 
Tom anderen nmbtrent 5 schuch und seint mit 4 anderen Sparren Creutzweisz an ein ander geschraubt, 
QBd seint 10 boden nnd Jeder ist 10 schuch hoch, und kommen verfolgende auf ein ander, nnd 
Bof emen deden boden seint ront umbher umbtriot 6 fusz breide mit dannen brederen belegt, nmb 
touf zn gaen nnd zu staen. Auf den allerhochsten sol es vur ein mosqaet schuszfrey gemacht 
verden , und darauf sullen umbtrent 25 von den besten und behertzten soldaten verordent werden , 
nmb den feindt von den Wehren abzuhalten. Gott gebe das etwas fürtreflichs und fruchtbarlichf 
dunit moge auszgericht werden». De Spanjaarden schrgvers hechten niet veel gewigt aan dezen 
toren. Nadat Camero het oprigten daarvan heeft vermeld , zegt hy later eenvoudig : • Pero viendo 
el daüo que la torre de madera les ha9ia con su artilleria derivaron lo alto della, matando la mayor 
parte de los mosqueteros, con lo qual quedo ynutil*. (Guerras de Flandes, pag. 278) 
' De hierby gevoegde afbeelding is een fac-simile van die in het manuscript. 

I. 6 



~ 82 — 

wat op te claeren, ende alsdoen begonst men den lijmstang voorsz. Ie 
rechten, te weeten de drie bovenste solderingen mette cappe ende werde 
oick gerecht hooch ontrent 35 voeten, ende achter de catte gerecht sijnde 
werde met sparren ende andere gereetschap bij ontrent 80 mannen gelicht 
ende gedraegen aen de oostsijde vande catte in de loopgraeve, waernaer de 
sijde naer de stadt toe met deelen geblint werde, ende soude men dvoorsz. 
eycken plancken boven brengen, om dselve dicht te maecken. Dan over 
mits die van binnen, daer op eenige schooten met groff geschut deden, 
en dorffde niemant meer daer op dimmen, niet tegenstaende den toorn 
niet geraeckt en werde, ende staet te letten dat die van binnen de eerste 
vier schooten met keysteen schooten, ende de laesten met geslaegen ijser. 
Ten selven daege werde de beddinge opde catte volmaeckt, ende voorts 
alle gereetschap gemaeckt omme op des anderen daechs te schieten. 
Schooten van gelijcken onse veltstucken ettelijcke schooten inde stadt. Des 
nachts werde Gijstelle overste Lieutenant van Brederode door den arm 
geschooten. 

Den xiij** des morgens een weynich naer vier vuyren begonst men te 
schieten opde stadt met 4S stucken batterie ende 4 veltstucken, daer aff 
21 bresche schooten aen den houck van tbolwerck leggende voor de Heili- 
geestpoorte, ende soe voorts op de west cortine totte Wollpoorte toe, mits- 
gaeders den suythouck van t'ra velijn leggende voorde selve Woltpoorte, ende 
secondeerden hier op de twee stucken van 10 pont staende in t westen. 
Van gelijcken werde geschooten met 21 stucken batterie op de suytsijde 
van tVavelijn leggende voor de Oostpoorte ende de cortine vande walle 
ten suyden vande stadt aif streckende omme soe die van binnen de defentie 
van tVa velijn te benemen ende soe daer meester van te werden, ende 
desen secondeerden twee veltstucken een lutsken ' achter aff in tvelt staende. 
Opde catte stonden drie stucken, dwelcke dan aen d'een sijde ende dan 
aen d^andere sijde langs de wallen schooten, naer beyde de breschen toe. 
Met alle dese stucken schoot men in de manieren voorsz. drie voleen, ende 
daernaer dede Sijn Ex*^" de stadt opeyschen, daer die van binnen op 
antwoorden, de stadt te wiUen houden voor God ende den Goning, waer 
naer men seer heflich begonst te schieten met alle de stucken, dan soe 
het naemaels scheen met weynich prouffijts, overmits men met over de 
8000 schooten niet veel meer van dien dach vuyt en rechte dan alleen de 



Een weinig* 



— 88 — 

parapet affschieten, sonder de walle, insonderheyt aen tVa velijn voor de 
Oostpoorte, groote schaede te konnen doen ofte bresche te schieten be- 
qoaem om te mogen stormen. De redene was, dat dselve walle heel vol 
rijs gearbeyt was, waerdoor die niet storten en wilde, ende aen de west- 
sijde, hoewel se wat beter storte, ende conste noch al even wel tselve 
egeen bequaeme bresche maecken, twelcke Sijn Ex*^ siende dede op den 
achlemoen ontrent 4 vuyren het schieten ophouden , ende niet dan altemet 
een schoote schieten totten avont toe, omme te sien offmen soude konnen 
commen totte sappe. Geduerende tschieten voorsz. werde de lijmstang 
Yoorsz. van binnen met plancken becleet ende daer musquettiers op ge- 
logeert om den viant daer ontrent vande walle te houden, welcke mus- 
quettiers oick veel quaets inde stadt deden. Ondertusschen schoot men 
oick met vierwerck inde stadt doch sonder groot proufTijt. Sijn Ex*** hadde 
op tbegin van tschieten in tleger ontbooden alle de ruyterijen, dwelcke 
oick quaemen, ende werden in tsuyt oosten vande stadt alle gaeder bij 
sqoaederen in slach ordre gestelt ende bleven soe houden tot opden avont 
loe, ende trockeu doen weder naer haer quartier, laetende de behoirlijcke 
wacht van vijff vaenen in tleger. Opde voornoen soe onse geschut begonst 
te speelen, soe heeft Francois Vere hem laeten draegen in een stoele in 
alle dè batterien, omme die te besien. Opden achternoen ontrent i vuyren 
werde tvoetvolck in verscheyden slachordenen vuyt gevoert ende rontomme 
de stadt gestelt, als off men hadde willen een aenloop doen, dan quaemen 
opden avont weder in tquartier, sonder dat men dien volgenden nacht 
yel besonders vuyt rechte, dan alleen begonst men te mineren in de loop- 
graeven aende oostsijde vande stadt, omme soe inde grachten te commen 
ende die te vullen, ende groeff men mede eenige loopgraeven naerder de 
stadt, omme vuyte selve rijs over te mogen werpen inde grachten soe aen 
tvoorsz. ravelijn aende Oostpoorte als aende poincte vande Geestpoorte. Ten 
seWcn daege werde noch door de caecken geschooten de Captn. Taillant, 
Lieutenant vanden Heere van Famars, ende noch doot geschooten twee 
Sergianten. 

Den xiiij*" ginck men mette voorsz. graevinge voorts, omme door de 
contrescharpe te commen, ende werde soe veel gedaen dat men aende 
oostsijde van t'oostra velijn door de contrescharpe quam tot aende grachte, 
ende werde doen bevonden dat de viant meest in sijn grachten gearbeyt 
hadde ende die gediept, ende de aerden van dien opgeworpen achter de 
palUsade staende beneden in t'opclimmen vande walle, welcke aerde sij 
mede verhoochden met sacskens ende manden met aerde gevült, ommé 



'n 



— 84 — 

daer achter te mogen logeren, als men de contrescharpe soude gewonnen 
hebben. Des nachts werde dselve delvinge seer gecontinueert ende ge* 
maeckt dat men aldaer tot noch twee plaetsen, mitsgaeders aende poincte 
yan tHeyligeest bolwerck quam door de contrescharpe tot opde grachten. 
Werden noch eenige schooten soe bij daege als des nachts opde stadt ge- 
schooten, mitsgaeders eenige musquetschooten vuyte lijmstang. Noch werde 
in tleger toegemaeckt verscheyden instrumenten om bedecktelijck ende 
seecker te mogen gaen aende sappe, ende bewaert te wesen voor twerpea 
van steenen. Ten selven daege quam Graeff Johan van Nassau den jongen ' 
metten jongen Heere van Winnenburch ' in tleger. 

Den xv*^ ginck men mette voorsz. graevinge alomme voort ende begonst 
men, soe aen troost bolwerck, als Heyligeest poincte de aerde vuyte contre- 
scharpe in de grachten te werpen met schoppen, omme soe te prepareren 
den wech totte de bedeckinge, die men onder inde grachte van meyninge 
was te doen, omme vrijelijck a Ia Sappe te mogen gaen, ende om vuyte 
grachten te doen vertrecken den viant die achter sijn pallisade goet hielt, 
heeft men aen de oostsijde van tvoorsz. oost ravelijn doen opwerpen inde 
contrescharpe een batterie, omme twee halve canons te mogen setten, 
ende daer mede den viant van daer te^ helpen soe aen tbolwerck als aen 
de suyt cortine, opdat men, hij verdreven sijnde, te beter soude konnen 
toe maecken alle de gereetschap die noodich soude mogen wesen, omme 
te gaen a Ia sappe. Ten selven daege heeft men door de contrescharpe 
al voorts gegraeven naer de oost poorte toe, omme soe aen dselve poorte 
te mogen commen, ende die te doen springen soe het noot waere. Voorts 
schoot men voor den middach eenige vierballen in de stadt, daeraff den 
brant wel ontstack, dan werde geblust niet tegenstaende verscheydene 
schooien met grooff geschut in den selven brant gedaen. Ontrent den 
middach viel de viant met ettelijcke soldaeten vuyt aen de westsijde vande 
stadt, omme ons volck te beletten meer in haere contrescharpe te graeven 
ofte aldaer de grachten te vullen, ende dede soe veel, dat sij twee van 
onse soldaeten werckende doot sloegen, daer over wederomme eenige groff* 
schooten door de stadt gingen. Ten selven daege waerender drie van 



^ Jan de Jonge, broeder Yan Willem Iiodew(jk (1561—1623.) Er waren nn vier zonen Yin 
Jan den Oude in 't leger voor Steenwp. (Groen van Prinaterer, Arch., 2de Serie, I, p. 198.) 

* De baron van Winemberg en zfln zoon, neven van Graaf Jan de Onde, waren Ambassadeors 
van den Keurvorst van de Paltï. In een brief van den Franschen gezant te Londen, van den 
15den Augustus 1692 , aan Jan den Ouden , Graaf van Massau gesebreven , wordt van hnn verblfff 
daar ter stede met grooten lof gesproken. (Arch. van Z. M.) 



— 85 ~ 

ti^ment van Brederode die door de grachten tegen de wallen aen de 
vestsijde vande stadt opliepen omme die te besichtigen vande welcken 
tvee ongequetst weder affquaemen. Des nachts te vooren waeren ettelijcke 
persoenen inde stadt gecommen soe men vermoede, omdat inde marasche 
teo noorden yande stadt eenige schoenen gevonden waeren met eenige 
vitte broeden, daer door men desen nacht de schiltwachten heel dicht in 
rmarasche stelde. Ten selven nacht ginck menmette graevinge seer voort, 
ende deden die vande stadt noch twee vuytvallen, sonder yet vuyt te 
rechten dan alleen eenigen te quetsen, gelijck sij meest alle nachts deden 
Noch werde ten selven nachte geleyt een brugge over de Aa heel dicht 
bij de stadt aen de loopgraeven van Brederode, daer in t*maecken eenige 
timmerluyden gequetst werden door tschieten vande stadt, welcke brugge 
aao'derhant oirsaeck vande doot van Olthoff ende anderen was. 

Den xvj*" ginck men mette graevinge voort ende met tvullen vande 
grachten hoe wel tselve, als met weynich persoenen gedaen wordende, 
lancksaem voort ginck. Werde voorts ten westen vande stadt, tusschen 
de voorsz. stucxkens van thien pont ende batterie aldaer staende noch op- 
geworpen plaetse omme noch thien stucken batterie te mogen stellen, ende 
dan met alle de stucken te beschieten de Woltpoort inde suytwest houck. 
Werden voorts inde stadt eenige groffscheuten geschooten. Des nachts daer 
aen deden die van binnen een camisade op ons volck in tquartier van 
Brederode inde loopgraeven leggende, ende quaemen met een goeden hoop 
Tuyle Woltpoorte, over de brugge des nachts te vooren bij ons volck over 
de Aa gemaeckt ende vielen soe inde loopgraeven, daer Gaptn. Olthoff de 
wacht hadde met sijn vendel ende achter hen de compagnie vanden Heere 
van Famars, ende viel den viant met sulcken furie aen dat sij inde loop- 
graeven doot sloegen den voorn. Gapt., sijn Lieutenant, Sergeant ende noch 
wel 25 van sijn soldaeten, ende noch vande compagnie van Famars beyde 
de Sergeanten met 8 soldaeten ende noch van beyde de compagnien wel 
70 soldaeten gequetst, ende soe den alarm in tquartier aenginck, namp 
den viant de vlucht naer de stadt toe, alleen een vande beuren doot opde 
plaetse laetende. Dese faute quam voor een groot deel toe door de slappe 
wacht die ons volck, soe dicht onder de stadt, inde loopgraeven hielden, 
wacromme veelen lang te vooren voorsien hadden, dat sulcx geboiren 
mochte, ende dat den viant sulcx niet alleen bij nacht maer oick wel bij 
daege doen conde, soe hij alleen de couragie gehadt hadde om een paer 
hondert mannen vuyt te setten. Desen nacht omme te beeter te verhoe- 
den, dat niemant van Oosterwolt over tmarasche inde stadt commen 



— 86 ~ 

mochte, is een vaen ruyteren opde wacht getrocken opde noortsijde Yande 
stadt naer Ooslerwolt toe. 

Den xvij~ ginck men met tdelven ende toevuUen, toemaeckinge van 
batlerie ende gereetschappe, onune te mogen sapperen voorts, ende omme 
den viant te beter te doen vertrecken vuyte voorsz. oostbolwerck , heeft 
men geraeden gevonden het ander deel vande lijmstang te rechten, te 
vrelcken fyne men dien dach begonst op Ie voeren ende aen de ooslsijde 
vande stadt te brengen, in een cleyn schantsken (tot bewaernisse van 
twerck opgeworpen) alle de materialen ende spanselen tot werck dienende. 
Des nachts werden drie stucken geschuts gebracht aen de pointe van 
t'oostbol werck : te weeten 3 halve canons ende een veltstuck, omme aldaer 
gestelt te werden ende te beschieten het retranchement bij die van binnen 
gemaeckt buyten in t*affgaen van haere wallen, mitsgaeders de halve maene 
die sij daegelijckx maeckten buyten de Oostpoort, omme te beletten, dat 
men al graevende inde contrescharpe ten noorden vande stadt gelegen niet 
commen en soude. 

Den xviij*'' ginck men met tvoorsz. delven ende vullen voorts, ende hadde 
men het soe breet gebracht, datter over de dertich persoenen alleen in 
t'oosten t'effens aerde overwerpen. Werde voorts geprepareert de plaetse 
totte voorsz. drie stucken. In den morgenstont werden in de stadt vierballen 
geschooten ende maeckten op een oort oick eenigen brant, doch werde 
terstont geblust. Ten selven daege werde in tleger gebracht een gevangen 
ruyter van Gouvoerden, dwelcke seyde datter over ettelijcke daegen een 
vendrich vuyte stadt gecommen was, ende hadde secours van volck ge- 
eyscht ende verkregen tot 500 mannen toe, mette welcke hij nu eenige 
daegen hadde leggen swerven rontomme door t*marasche, souckende de 
occasie om binnen te mogen commen, dan en hadde die tot noch toe niet 
connen vinden. Seyde mede dat ontrent 40 ruyteren melte selve q> wech 
waeren, omme hemluyden te convoyeren vande welcken hij gevangen een 
is, beneffens noch eenen die dootgeslaegen was, ende dat een deel van 
onse ruyteren de resterende paerden naer reedt die eenige burgeren vuyt 
Vrieslant naer tleger commende gevangen wech leyden. Ten selven daege 
werden voorts op gevoert eenige stucken tolten lijmstang. Ende in stadt 
gesonden een tambourijn, omme te vernemen naer eenige gevangenen. 
Daer op Anthoni de Gochel ^ Gouverneur vande stadt liet weeten 3 soldae- 



> Aotbomo Coqoel was Laitenant- Kolonel van het regiment Walen van de la Motte « Hombre 
de gran pradenda y soldado muy esperimentado en la gnerra» (Carnero IX, 276). 



— 87 — 

ten te hebben vande compagnie van Famars, ende dat hij te Treden was 
die te laeten gaen op haer quartier, in gevalle Sijn Ex^' vrilde beloven 
ooder sijn hant oick mette soldaeten vande stadt quartier te houden '. 
Koch werden op den achternoen eenige vierballen geschooten naer twerck, 
twelcke die vande stadt benoorden de Oostpoorte buylen de stadt maeck- 
ten, doch sonder eenich prouffijt, ende gingen die van binnen even dapper 
met haer wercken voort. 

Den xix" ginck men noch mettet delven, graeven ende vullen voort, 
ende begonst men de beddinge te maecken totte voorsz. drie stuxkens, 
omme daarmede te beletten tvoorsz. werck buyten de Oostpoorte, ende 
werden in de morgenstont ontrent tselve ravelijn noch een heele ende een 
halve canon gebracht ende gestelt dat die twee souden beschieten het 
halve maenken leggende benoorden vande Oostpoorte, ende d*andere twee 
Iwerck dat besuyden tselve ravelijn inde voete vande walle gemaeckt was, 
ende werde dese beddinge soe benaersticht dat men des achternoens mette 
stucken soude hebben konnen schieten, ten waere het met tmenichvuldige 
regenen belet hadde gewerden. Ten selven daege quaemen eenige gevan- 
genen vuyte stadt los, ende seyden aldaer verstaen te hebben dat inde 
stadt geschooten was Graeff Lodewijck vanden Berch out ontrent 18 jaeren, 
ende begraeven al op den voorleeden Dinsdach. Noch begonst men den 
lijmstang te rechten beoosten de stadt. Des nachts soe ons volck al 
naerder groeff, maeckte de viant een gerucht al off hij vuyt vallen wilde, 
Tuyte tvoorsz. halve maene ende dat gecesseert sijnde werde terstont daer 
naer bevonden dat sij dselve halve maene (daer sij wel vier daegen aan 
gearbeyt hadden) gansch verlaeten hadden, waerdoor ons volck, dselve 
innegenomen ende als een loopgraeve voor beur gehouden hebben. Dese 
halve maene lach recht in t*noortoosten vande stadt. De geenen die 
daerinne geweest waeren hebben haer schuyte, daer mede sij over de 
gracht voeren nederwaerts laeten daelen, ende hebben in t*noorden vande 
stadt een ander halve maene begonnen op te werpen. Des selven nachts 
hracht den viant een loos alarme in t'marasch, al off sij een boode hadden 
willen vuyt brengen, dan sijn soe men vermoet wedergekeert naer de stadt 
met haer boode. 

Den XX" is men mettet rechten van den lijmstang voortgegaen ende 
hadde dselve onder (mits sijn breete) ses wielen, te weeten over elcke sijde 



* ' Kwartierhoaden » — de krfjgsgeyangenen bewaren en uitwisselen of .tegen lospr^s (in den 
Rgel eene maand soldQ) rrfjlaten* 



1 



88 ^ 




tweede solder. 



eerste solder. 




tbinnensie. 



drie, ende werde viercant beslooten, gelijck het bovenste, dan hadde oiit* 
sijn breede dubbele binten als 
in dese flgure te sien is, totte 
sevende solderinge toe, we- 
sende cicke solderinge hooch 
boven den anderen ihien voe- 
ten. Dese wielen liepen over 
plancken onderleyt met balcken 
om vast te mogen loopen ende 
effen. De plancken waeren ge- 
maeckt als sleeden (die men 
den eenen achter den anderen 
mochte leggen , ende weder 
van achteren opnemen ende voor brengen. Tbinnenste van desen lijmstang 
mits sijn brede, werde van binnen gebonnen, ende gestoent met gelijcke 
sparren ende binten, als inde forme hierbij gestelt, in vouge dat tusschen 
het buytenste ende binnenste bleeff een solderinge ront om gaende van S 
voeten breete, ende in tmidden, te weeten binnen het binnenste bleeft 
een groot viercant gat oopen Dese lijmstang wilde men rechten tot seven 
solderen toe boven den anderen. Ten selven daege groeven die van binnen 
sterck aen de nieuwe halve maene buyten de stadt ten noorden inde 
contrescharpe, ende groeff ons voick seer derwaerts, omme alsoe, de stadt 
dicht heen omgraeven sijnde, te beletten datier egeen secours inne en 
soude mogen conmien, twelck men verstout noch desen voorleden nacht 
in t'marasch ontrent een groole mijle vande sladt geweest te sijne. Noch 
werde desen dach bij Sijne Ex*** gedispuleert, off men se nochmael soude 
opeyschen dan niet, ende waeren eenige van meyninge, dat die van 
binnen opgeeyscht sijnde, mogelijck souden beginnen te handelen, tgeene 
sij eerst niet en souden hebben willen ofte durven doen. Dese conjeclure 
werde daer vuyt genomen, dat een dach ofte twee van te vooren, den 
tromslaeger van Brederode naer de stadt commende om eenige gevangenen 
los te eyschen, alle de vianden die daer aen de walle de wacht hadden, 
boven op de walle gingen staen met grooter confusie, daer sij naerderhant 
bijde overicheyt met gewelt aff gedreven werden, ende hier vuyt vermoede 
men dat sij wel van opeyschen soude willen hoorcn. Nietemin en begeerde 
Sijne Ex*'* sulcx niet te doen, als voor hem genomen hebbende die vande 
stadt egeen appoinctement te doen, dan mits dat sij mosten naer Brabant 
trecken, ende in ettelijcke tijt niet weder over dese sijde vanden Rhijn 



— 89 — 

dienen, omme welcke conditie te becommen, hij beter achte dat sij vuyt 
haer selven quaemen als dat men se opeyscliten. Werde voorts seer ge- 
arbeyt om den lijmstang te rechten die men dien dach bracht totte vijfde 
solderinge toe, daer naer die vande stadt eenige schooten met een kleyn 
stucxken schooten, doch sonder raecken, ende schoot ons volck altemet 
eens in stadt door de huysen. Ten selven daege werde de grachte aen- 
bcsleet gevult te werden twee voeten boven waeter, in de breete van thien 
\oeten van binnen, ende over elcke sijde met een strijckweer vrij tegen 
de musquet, ende hooch seven voeten. Dese vullinge soude geschieden 
tegen de poincte van t'oostbolwerck , ende tegen de Oeningerpoorte , omme 
alsoe ter selver plaetsen vrijelijck te mogen commen a Ia sappe ende 
mijne. Des nachts quam daer een vuyte stadt, door tmarasch, ende niet 
legenstaende hij vande onsen gevolcht werde quam hij wech. Men ver- 
moet dattet eenen was die met brieven aen Verdougo ginck. Ten selven 
Dacht riepen eenige vuyler stadt wat moecht ghij soe seer graeven, wij 
suUen ten laesten noch wel een goet appoinctement krijgen. 

Den xxj" ginck men met tgraeven ende vullen even dapper voort, ende 
maeckten de Engelschen cleyne vierballen die sij mette hant op de Oenin- 
gerpoorte wierpen ende quam daer door den brant in seecker stroe ende 
ruychten aldaer sijnde ende brande wel een vuyre lang. Van gelijcken 
wierpen sij den brant op eltelijcke oorden vande walle die met stroe ende 
mist verhoocht waeren ende maeckten daer mede den brant inne. Wierpen 
mede gelijck vier in beur retranchement twelcke besuyden het oostbol - 
wcrck lach, daer den brant mede inne quam ende branden ettelijcken tijt 
seer, dan werde ten laesten geblust. Naer desen brant werden ettelijcke 
schooten geschooten met groff geschut. Des nachts werde een mijle vande 
stadt een boeren huys aen brant gesteecken, daer tegen die vande stadt 
weder van haeren thoorn driemael vierden. Men vermoet dat dit vier- 
leecken alleen diende omme te bethoenen dat den boode vanden voorleden 
Dacht overgecommen was. Ten selven nacht wierp de viant ten suyden 
vuyte stadt in onse loopgraevcn ettelijcke potten met vierwerck daermede 
sij eenige soldaeten aldaer leggende aen taengesicht ende lijff heel ver- 
branden, en sommigen oick de clcderen van tlijff doch buyten doots peri- 
cule. Ten selven nacht werden (gelijck bijnaest alle nachten) eenige sol- 
daeten geschooten. 

Den xxij" continueerde men metten vullen ende delven voorsz., ende 
werde de lijmstang geheel gerechlet lot seven solderen toe, ende voorts 
windtaesen inde aerde geslaegen omme die voort te winden. Noch werden 



— 90 — 

de twee stucken, te vooren gestelt omme de noort halve maene te be- 
schieten, gekeert ende gestelt tegen de poincte van t'oostbolwerck. Noch 
werden gelijcke vierballen als boven geworpen aen seeckere schantskonrea 
staende ten westen van Oeningerpoorte opde walle, die daer door oick den 
brant ontfingen ende branden geheel claer. Men schoot oick eenige vier- 
wercken inde stadt, dan sonder prouffijt. Van gelijcken schoot men eenige 
schooien met tgeschut inde stadt. Des avonts werde inde loopgraeven ge- 
schooten hopman Willem Willems, sijnde wat beschonken ende ongewapent % 
dan werde levent in tleger gebracht hebbende een dangereuse schoot door 
tschouderblat tot aenden arm toe. Des nachts werde een deel vanden 
wech geesplaneert daer men de lijmstang over aenvoeren soude. Te desen 
daege werde een lydeken gevonden des nachts bij die van binnen vuylge- 
worpen wesende heel ineptelijck gemaeckt'. Voorts viel desen geheelen 
dach seer veel regen, die alle de wegen volwaeters ende onbruckbaer maeckte, 
ende belette dat men dien dach niet besonders wercken en konde. Staet 
daeromme alhier te letten dat door het te seer weeck weder alle de 
wercken veel slapper voort gingen , als sij anders wel souden gedaen hebben 
Den xxiij" ginck men mettet vullen op alle drie de oorden voorts te 
weeten aen de Geestpoincle, bij Oeningerpoorte ende oostbolwerck , ende 
werde dien dach soe veel gedaen datmen quam logeren inde punte van 
tselve ooslbolwerck. Men graeffde van gelijcken langes de contrescharpe 
vande Oeningerpoorte ten oosten op, ende van t'oostl^olwercken ten suyden 
neder ende over de andere sijde ten noortoosten neder. Die van binnen 
hadden des nachts een stucxken opde walle gebracht ten suyden van tvoorsi:. 
bolwerck, omme daer mede te mogen beschieten den toeganck die de 
onsen op 't voorsz. oostbolwerck maeckten ende schooien desen dach daer 
mede ettelijfcke schooten, dan werde terstont met ons geschut sulcx belet. 
Noch begonst men de lijmstang aen de twee bovenste solderingen te be- 
decken ende vrijen tegen de musquet, met plancken tusschen beyde met 
aerde gevult. Noch viel het desen dach continueüjck tot des achternoens 
te vier vuyren toe sulcken groeten regen, al hadde het waeter met backen 
gestort, waer door belet werde, dat men dien dach niet en konst beginnen 
te mineren. 



* 'Ongewapend* komt meestal, zoo ook hier, in den zin van •ongeharnast* voor. 

* In de Doncaniana (Kon. Bibl.) komt dit Uedeken met het daartegen vervaardigde antwoord, 
waarvan Dayck op bl. 93 spreekt, voor, onder het opschrift: «Chanson gettee hors Steenwyc par 
Tennemy y assige Fan 1592. Et la responcei^. 



— 91 — 

Den xxiiy ginck men mettet graeven in . vougen voorsz. voort , ende in 
tfoorder vullen vande grachten, ende begonst men in toostbolwerck te 
mineren, ende quam men daer inne dien dach ontrent een roede diepte. 
Niddelertijt schoot men altemet eens met groiT geschut om de walle vrij 
(e houden. Ende wasser doen eenen die boven vande walle affhaelde een 
spielse die een vanden viant vuyte bant geruckt werde. Van gelijcken 
haalde een ander twee sacken vande walle aff bij die van binnen voor 
bÜDde boven inde walle gevult , om tusschen beyden door te mogen schieten. 
Opde naernoen begonst men met 4 stucken inde contrescharpe staende te 
beschieten de fundementen vande Oostpoorte noch van steen sijnde, ende 
werden dselve met ontrent 50 schooten wech geschooten, ende meende 
meo de aerde daerop leggende mede te doen vallen, dan overmits de mijne 
in ibolwerck sijnde, door het droenen seer groote last leedt, ende scheen 
Ie willen inne storten, heeft men tselve schieten voorder moeten laeten. 
Dese batlerie was heel naer de stadt als niet dan de grachte tusschen 
beyden hebbende, ende oick niet genouch geblint nochte bewaert, waer 
door aldaer geschooten werden 3 connestabels ende S bootsgesellen met 
een soldaet. Ten selven daege sondt den Gouverneur een tambourijn langes 
de Woltpoorle ende Woltwech vuyte, omme naer eenige gevangenen te 
iFernemen soe sijn bescheet hiel, hoewel sij wel wisten dat wij geen ge- 
hangenen en hadden, sulcx datmen vermoet dat hij alleen gecommen 
was onome te hooren wat in tleger omginck, daerdoor hij oick terstont 
wederonmie gesonden is. Dese confirmeerde de doot van Graeff Lodewijck, 
ende seyde mede doot te wesen de Captn. Blondel. Des nachts is men 
mette mijne in t'oostbolwerck seer voortgegaen ende die wel inne gedolven 
tot twee roeden toe , ende schooten die van binnen wederomme met haer 
sUicxken, op de suytwal staende, eenige schooten in flancque naer den toe- 
ganck totte mijne in t'oostbolwerck , doch werden soe seer met mus- 
qoetten gegroet dat sij tselve stucs^ken niet meer gebmycken en konsten. 
Ten desen daege storff vande quetsuere op eergisteren ontfangen, Captn. 
Wiflem WiUemsz. 

Den XXV*" ginck men mettet mineren, toevuUen van grachten, ende 
delven in de contrescharpe seer voort , ende werde de graevinge , inde contre- 
scharpe vande Oeningerpoorte begonnen, gebracht, aende graevinge van 
l'ooslbolwerck , ende oick seer verlengt inde contrescharpe ten noorden 
vande stadt naer de haven toe. Des morgens vrouch vertrock vuytet leger 
den Drossart van tSallant met sijn compagnie paerden naer Swolle , over- 
nüts den viant aldaer ende onder Hasselt seer veel beesten gehaelt hadde, 



— 92 — 

om welcke zoorder te beletten hij daer gesonden werde. Des morgens 
werde beneffens eenige soldaeten noch een constabel geschooten. Op den 
achternoen werde de hjmstang wel 80 passen naerder de stadt gebracht 
eensdeeb gewonnen ende eensdeels geschoven, ende werden alsdan eenige 
groffschooten opde stadt geschooten. Opden avont vertrocken vuyttet leger 
ontrent 400 paerden, onrnie te trecken op de straete van Groeningen ende 
Couvoorden, ende sien off sij aldaer eenigen viant konsten vuytlocken, ende 
alsoe eenige gevangenen ofte buyt krijgen. Op den avont begonst het 
weder te regenen, ende regende bijnaest de heele nacht, tot groot beletsel 
van twercken. Ten selven nacht viel de viant vuyt en kreech een sentinelle 
perdue die ten noorden vande stadt opde contrescharpe lach, waerdoor 
men vermoet dat sij kennisse van t*mineren in t'oostbolwerck gekregen 
hebben. Desen nacht verliet de viant de feusse braye, ofte retranchement 
twelck sij besuyden het oostbolwerck achter de pallisade gemaeckt had- 
den, dan quaemen des anderen daer weder inne. Noch werde op den 
selven nacht in de schouderen geschooten de vendrech van den Heere van 
Famars. Ten selven daege quam in tleger de vaen ruyteren van Elcke 
Oenstae, sterck 90 lancien. 

Den xxvj" ginck men mettet graeven vullen ende mineren voorts, dan 
werde een groot deel belet door den regen, die dien dach viel. Desen 
dach werde de lijmstang eenige passen naerder .de stadt gebracht , daer 
die van de stadt met twee cleyne stucxkens in de straeten gestelt naer 
schooten, doch sonder raecken. Des nachts vielen die van binnen ontrent 
60 mannen vuyt, in meyninge (soe men vermoet) om een boode vuyt te 
schicken, dan werden te rugge gedreven. Voorts werde dien nacht de lijm- 
stange tot ontrent 500 treeden naer de stadt gebracht, ende begonst men 
de kelders in de mijne te maecken. 

Den xxvij" ginck men mettet vullen ende graeven voorts ende werde 
de mijne bijnaest met sijn kelders volmaeckt. Voorts schooten die vande 
stadt met kettingen ende ijsers dwers door de lijmstang tot meermaelen 
toe raeckende verscheyden binten , ende onder anderen oick een houckbint 
dwers door snijdende, sonder nochtans yemant sonderling te quetsen, dan 
alleen ons volck daer aff jaegende. Daerop ons volck weder verscheyden 
schooten in stadt schooten, ende onder anderen oick op den thoorn vande 
stadt, daer eenige musquettiers vuyt geschooten hadden, naer ons volck grae- 
vende benoorden van de stadt in de contrescharpe, waer door sulcx belet 
werde. Ten selven daege begonst men op te werpen een batterie tot twee 
heele canons bewesten de Oeningerpoorte, omme daermede aff te schieten 



— 93 — 

tsteenwerck van de selve poorte staende gansch buyten de waUe , ende sulcx 
toe te vullen de gracht, ende aldaer mede piaetse te maecken, omme te 
eommen a Ia sappe, werde noch opgeworpen een ander batterie bewesten 
de Toorsz. tot twee ijsere scheepstucken omme neder te schieten in tretran- 
chement dat de viant aen het Geestbolwerck hadde, mits men die laech 
steDen kan, ende werden twee veltstucken gestelt benoorden het oostbol- 
werck, omme daermede des vijants walle aen die sijde te beschieten ende 
de delvers inde contrescharpe te favoriseren. Noch werde in de stadt 
geworpen tot tweemael toe een antwoorde gemaeckt bij Trillo, op tlijdeken 
bij die vande stadt vuytgeworpen. Voorts regende het dien dach seer, 
tot groote verachteringe van ons wercken, welcke bij hen selven niet alte 
seer voort en ginck. Des nachts werde opde noortsijde vande stadt bij ons 
volck een alarme gemaeckt, als off den viant daer geweest waer, dan 
daer en quam niet aff. Desen alarm was daeromme te heftiger omdat 
men advertentie hadde, dat de viant op wech was om eenich volck ende 
cruyt in de stadt te brengen (ende oick eenigen tot Havelt toe geweest 
waeren) dan sijn sonder yet te doen weder gekeert. 

Den xxviij" werde de mine onder het oostbolwerck met de voorsz. 
batterie geheel geprepareert ende inde batterie cruyt ende coegels gebracht, 
ende ginck men mettet vullen ende graeven voort, ende werden bij die 
Taode stadt seer veel schooten geschooten op den lijmstang, ende oick 
daerop ter doot gewont twee soldaeten, daerdoor men genouch verstout 
dat dese lijmstang een onnut werck was voor een stadt daer t'minste 
geschut inne was, ende alleen veel menschen soude om den hals brengen. 
Hier tegens schoot men weder eenige schooten inde stadt van de catle. 
Des avonts quam de jonge Graeve van Betfort in tleger. Des nachts wierp 
de viant van t'oostbolwerck een waegen met vier wielen vuyt, gebonden 
met veel peckreepen werck ende andere materie, op hebbende eenige 
musquet loopen, gelaeden met scherp, dwelcke in t'nedervallen van den 
waegen aff gingen. Dese waegen en dede anders geenen schaede dan 
een soldaet doot schietende ende noch eenen quetsende, ende de derde 
onder de waegen gevallen gewaepent sijnde, ontquamt ongeschent. Des 
nachts werde het geschut inde voorsz. batterien gebracht. 

Den xxix" Junij begonst men mette voorsz. 9 canons, ende de stucken 
▼an de catte te schieten op de Oeningerpoorte de welcke men cortelijck 
lotte waeter toe affschoot, ende werde bevonden dat de viant onder de 
selve poorte bijnaest geHjcx waeters een groote corps de guarde hadde, 
wel om te logeren bij noot 100 man, ende nu alleen beset met 14 oft 



_ 94 — 

iS man. Dit corps de guarde ontdeckt sijnde, mosten die daerinne wae- 
ren Iselve verloopen om tgeschuts willen verlaetende aldaer eenigen die 
geschooten waeren. Noch werde geschooten met 1 ijser stucxken bene- 
den op tretranchement dat de viant aen den voet van tGeeslbolwerck 
gemaeckt hadde, daer vuyt sij belet hadden dat men aen dat oirt de 
grachte niet en conste vullen , overmits die van binnen de rijs bij naest soe 
haest vuyte grachten haelden, als die van buyten die inneworpen. Dan 
nu beschooten sijnde verlieten sij tselve retranchement , waer door al- 
daer aen de Oeningerpoorte terstont de grachten gevult werden ende 
noch dien nacht op beyde de selve plaetscn begonnen te mineren in heuren 
walle. Noch werde benoorden t'oostbolwerck geschooten mette voorsz. 9 
veltstucxkens, langes de strijckweren vanden viant, omme ons volck in 
tdelven inde contrescharpe aldaer te favoriseren. Noch werde altemet met 
eenige stucken vuyte batterien geschooten door de stadt ende op den toom. 
De mine onder t'oostbolwerck was volmaeckt, dan werde nu bij de Inge- 
nieurs (die te vooren dien aengedreven hadden) gesustineert , dat die 
tspringende meer schaede dan prouffijt soude doen, overmits datse de 
hoochte van tbolwerck (die men meest van doen hadde) gansch wech 
nemen soude. Die vande stadt, soe het scheen, verbaest sijnde, alsoe 
alle haere grachten verlooren te hebben, ofte eenich ander heymelijck 
ongemack inde stadt hebbende, sonden opden achternoen ontrent 4 vuyren 
een tambourijn vuyt met een briefif aen Sijn Ex**' , houdende dat de Gouver- 
neur, Capteynen, garnisoen ende burgers van Steenwijck wel te vreden 
waeren met Sijn Ex*** in appoinctement te. treden, bij alsoe verre het 
dselve gelieffde heml. eenige gratieuse conditien te presenteren. Daerop 
geantwoort is, dat sij eenigen souden vuyt schicken, om te handelen, men 
soude daer tegens weder anderen inde stadt schicken, elck middeler tijt 
sijn beste doende als te vooren. Voorts schooten die van binnen eenige 
schooten opde lijmstang. Des nachts sonden die van binnen andere brieven 
aen Sijn Ex"*, houdende dattet hem wilde gelieven sijn gijselaers tegens 
6 vuyren des morgens voorde poorle te senden, daerop geantwoort werde 
dat men sulcx doen soude. Ten selven nacht werde bij die vande stadt 
seer geviert, ende oick ontrent Havelt bij den viant een tegenvier gemaeckt, 
waer vuyt men genouch verstout datter noch eenige vianden, door de 
marasche laegen ende swerffden om inde stadt te commen. Ten desen daege 
wasser een soldaet vande onsen, die tot meer maelen bij t'oostbolwerck op- 
dam daeraff haelende een helbaert, een vierpanne, eenich ijserwerck, ende 
eenige schoppen. Noch regende het ende was seer weeck weder. 



— 95 ~ 

Den lesten deser werden naer de stadt gesonden Pieter van Dorp, 
Assuerus, ende Buck Gapteynen, daer tegens weder Tuyt quaemen David 
du Val, Bemart van Mombeeck ende van Sanden (soen vanden Drost van 
flarderwijck) Gapteynen, dweick gebracht sijnde bij Sijn £x*^ ende ge- 
Traecht wat sij versochten, hebben verclaert gecommen te sijn, onune Tan 
Sijn Ex*'* te Terstaen wat conditien dsel?e heml. wilde presenteren, daer 
bij vougeode dat sij begeeren souden t'appoinctement van Deventer, daer 
tegens Sijn Ex^' met veele redenen verclaerde sulcx niet te konnen ge- 
schieden, ende dede bij gescrifte stellen eenige articulen, te weeten dat 
sij met haere bagagie vuyttrecken mochten, verlaetende vendels waepens 
ende paerden, ende belovende binnen een jaer niet te dienen, endelaetende 
tot assurancie in handen 3 Gapiteynen tot dat sij alles over den Rijn sou- 
den wesen, wdcke articulen binnen gedraegen sijn bij Mombeeck voorsz. 
ende nüddeler tijt dede elck sijn beste, te weten ons volck in t'mineren 
ende schieten ende sij mede in tschieten, ende werde alsdoen van ons 
Tolck aen de mijne geschooten Gaptn. Schaekel, Sergiant Major van tVriesch 
regement. Naer den middach quam Mombeeck weder, ende bracht voor 
antwoort dat soe Sijn Ex'^ niet van meyninge en was dvoorsz. articulen te 
verlichten, ende insonderheyt het articule van niet te 'dienen, dat sij niet 
en consten handelen, daer men wederomme op verclaert heeft, dat sij in 
allen gevalle mosten beloven in een balff jaer aen dese sijde van den Rhijn 
niet te dienen, twelck dvoorsz. Mombeecke weder inde stadt gerapporleert 
hebbende, ende weder gecommen sijnde, verclaerden te wesen in eedt ende 
dienste van den Goning, ende dat sij sulcx doen mosten ende aldaer die- 
nen daert hem belieffde, ende dat sij luyden niet en vermochten in pre- 
judicie van haer meester, haar dienst te limiteren, versouckende dat Sijn 
Ex*'* dat wilde verlichten, dan soe Sijn Ex*'* daer toe niet en wilde ver- 
slaen, maer eer van meyninge soude wesen alle de andere articulen te 
laeten glissen , soe sijn sij gelijckelijck sonder yet te doen weder naer stadt 
gegaen, ende sijn de onsen weder vuyt de stadt gecommen. Ten selven 
daegc quam den Raedt van Staete in tleger. Voorts belaste Sijne Ex*** 16 
tonnen polvers te leveren aen Bouviers batterie. Desen nacht regende het 
seer, ende vierden die van de stadt tot drie verscheyden plaetsen. Op 
den naer middernacht quaemen eenigen van buyten om met pulver in de 
stadt te conmien sterck ontrent 2S0 mannen, in drie hoopen door t'mara- 
sche naer de stadt toe , vande wekken eenigen geslaegen ende verdroncken 
sijn tottet getal van 40, ende veelen tot 80 toe gevangen, ende de reste 
quam in stadt, ofte werden verdreven. Dese waeren te saemen gecommen 



1 



-^96 — 

yan Groeningen ende Gouvoerden, wesende gekoosen ende genomen vuyt 
alle vendelen ende waeren van daechs te vooren commen maFcheren van 
Suytlaren, ende gecommen sijnde ontrent destadt sijn ondeckt, daarop den 
alarm aenheffende sijn de laeste ende die den troup niet wel gevolcht en 
hadden inde vlucht gecommen, loopende soe menigen man soe meenigen 
wech , ende onderschept sijnde ende vervolcht bij de ruyterie van de wacht, 
sijn in vougen als vooren verslaegen. Men en weet niet seccker hoe reel 
datter inde stadt gecommen sijn, doch men vermoet een tamelijck getal, 
maer niet al te veel , omdat eene van de guyden die vooraen gingen gevangen 
is, ende dat men meent dat^den anderen doot is. Immers en konnen 
inde stadt over 60 ofte 70 niet gecommen sijn, ende hebben weynich 
cruyt inne gebracht, omdat die voor gingen daer van ongeladen waeren 
ende alleen gingen om den wech te ondecken. Dit volck hadde bij hem 
ontrent 60 leeren sacken met pulver, d'een inne hebbende 12 ende d'an- 
der H ofte IS pont pulvers, twelck sij meest inde alarm aflf geworpen 
hebben. Dese hadden mede des daechs ontmoet 36 schutten dienaerCou- 
voerden gingen, ende wel 4 nachten ontrent de stadt geswerft hadden, 
sonder daer te hebben konnen inne commen. 

Den eersten Julij sijn dvoorsz. gevangenen meest innegebracht ende hier 
ende daar achlerhaelt, heeft men voorts eenigc schooien geschooten opt 
Geestbolwerck ende door de stadl. Op den achlernoen sondt den Gouver- 
neur van Sleenwijck een tambourijn vuyt met brieven, houdende dat hij 
vuyt eenige soldaeten des nachts inde stadt geconmien verstaen hadde, dat 
Sijn Ex*** eenige soldaeten naer de stadt gedestineert gevangen hadde, 
versocht derhalven dat sij volgende het quartier met een maent gagie 
mochten los ende inde stadt gelacten werden. De sotticheyt van dit ver- 
souck geeft te kennen dat hij nootelijck met Sijn Ex*** wilde gecken, ofte 
occasie sochte om weder in onderhandelinge te commen, doch dede Sijn 
Ex*** hier op antwoorden ak sulcx merilecrde, te weeten dat hij meer 
gevangenen hadde als sij met alle het geit van Steenwijck souden konnen 
lossen, te weeten over de 120 ende dat de rest e van tvolck gemassachreert 
was, dat hij wel weet dat volck die ongcwaepcnt met amunitie van oirlogc 
in een belegerde stadt trachten te commen egeen quartier en mcriteren, 
nietemin indien Verdougo daeromme scrijft sal hij thoenen sulcken rede- 
lijcheyt, dat men hem sal hebben te bedancken. Ten selvcn daege ende 
des nachts daer acn werde alle het cruyt inde mijnen gebracht, te weeten 
inde mijne van t*Oostbolwercke ende die aen tGeeslbolwerck , vande welcken 
de een in t'Oostbolwerck ten selven nacht oick gevult werde, ende toege- 



~ 97 — 

stopl naer behoiren. Dit toestoppen doeht veelen te precipitant Ie sijn.) 
aengesien men den viant daermede occasie gaff omme alle het cruyt te 
mogen krijgen indien sij daer tegens contreminecrden ende de onse ondcc- 
ten. Desen avont werden eenige schooten op tGeestbolwerck geschooten» 
Den ij*" Julij werden des morgens eenige schooten geschooten van de 
caUe, Toorts regende het totten middach toe seer. INaer middach begonst 
men mette iwee canons beneden de Ocningerpoorte staende, seer te schie- 
ten opde sclve poorte ende oick op de walle ende legen den avont begonst 
men dapper meest met alle de stucken te schieten, soe opt Oostbolwerck 
als Ocningerpoorte ende Gcestpuncte, eensdeels omme weder aff te schie- 
ten dat de viant van te voorcn gereparcert hadde, als om den viant den 
olamie te geven ende te beletten dat sij naer de mijnen niet en graeven 
en souden. Ten desen daege waeren eenige aen de walle van de Geestpoorte 
daer deselve beschooten was, omme te sien hoe men die soude mogen 
beciimmen, ende rapporteerden tamelijcken wel tselve te konnen geschieden, 
ende werden niettemin noch eenige schooten daerop geschooten. Van ge- 
lijckoa liep een Engels tot op t'Oostbolwerck met een roer, daer over 
schietende naer de corps de guarde daer inne leggende. Voorts werde 
mellc ColonneUen geresolveert hoe men op des anderen daechs de mijnen 
doen springen ende tvolck aenleyden souden. Werden voorts meenichte 
Tan ladders ende ander gereetschap totten storm in de loopgraeven gebracl^t 
om bij nacht aen de walle te rechten, ende voorts alle gereetschap gemaeckt 
omme des anderen daechs te stormen, ende bevel gegeven aen den O vers - 
sten Dorp omme alle sijn volck des nachts in tquartier van Brederode in 
de loopgraeven te brengen laetende alleen sijn quartier beset. Noch werde 
des nachts de mijne aen tGeestbolwerck gestopt ende bereyt om te mogen 
springen. In de mijne aen t'Oostbolwerck waeren 30 tonnen cruyt, ende 
in die aen de Geestpoincte 12 tonnen. Noch liepen de Engelsen tweemael 
opde walle van de Oeningerpoortc , ende tot meermaelen opt Oostbolwerck. 
Des nachts meyndc men dat den viant contremineerde , dan overmits den 
geenen die in de mijne noch was egeen alarme en maeckte bleeff dat 
aldaer, doch werde naer bevonden, dat sij de aerde boven aff gehaelt, 
ende aen een halve maene die sij achter maeckten gebracht hadden. Des 
nachts trock alle het volck vuyt haere quartieren inde loopgraeven laetende 
de quartieren alleen beset, ende trocken de 20 vendelen Vriesen aen de 
bresche van t'Oostbolwerck , ende de regemenlen van Brederode, Dorp, 
ende Groenevelt aen de bresche vande Geestpoincte, ende de Engelschen 
aen de Ocningerpoorte, ende waeren eenige van Noorlhollant ende Vrieslant 
I. 7 



— 98 — 

met een werpbruggc in t'noorden van de stadt, omme die in de grachten 
te mogen werpen, endo opt theeste van den storm oick aldaer de stadt te 
beclimmen, daer toe aldaer ende op andere meer plaetsen seer Teel ladders 
gesonden waeren. Een gelijcke werpbrugge was tusschen de Geestpoincte 
ende de Wollpoorte, omme mede op sijn oversienste geworpen te mogen 
werden. 

Den üj** Jnlij meende men des morgens vrouch te 3 vuyren beyde de 
mijnen te doen springen, ende aan den storm te gaen, dan soe beTonden 
was dat d'Engelschen seer quaelijcken noeh op commen conden, ende dat 
de bresche aldaer niet seer redelijck en was, heeft men te 3 vuyren daerop 
begonnen te schieten mette drie stucken van de. catte ende de twee heele 
canons, die bewesten van de catte opde grachte stonden, ende daer op 
geschooten hebbende eenige schooten, mitsgaeders opde Geestpoincte ende 
Oostbolwercke, heeft men tusschen 8 ende 9 vuyren eerst doen springen 
de mijne in t'Oostbolwerck naer dat men aldaer een valschen alanne ge* 
maeckt hadde. Doch soe de viant hem niet seer en vertoende is de mijne 
aengesteecken, ende heeft seer wel geopereert, ende de bresche la^r 
gemaeckt, sonder dat men nochtans sien konde dat de viant eepige groote 
schaede leet. Daernaer schoot men seer met groffschut. Eyntelijck werde 
noch aengesteecken de mijne in de Geestpoincte, die gansch geen effect 
tegens den viant en dede maer werp de aerde geheel over ons eygen volck, 
in vougen dat soe vande slach ak aerde over de 100 in onmacht vielen, 
ende wel 8 doot geslaegen werden ende veel gequetst ende onder anderea 
Hopman Wabbeen tbeen aen stucken. Met dit springen ende werpen van de 
aerde werde de bresche weder soe steyl gemaeckt, datse geheel onbequaem 
was te stormen, in plaetse daer se te vooren geheel bequaem was. Daer 
was bij Sijn Ex'** ordre gestelt dat men terstont naer de mijne gesprongen, 
den aenval soude doen aen de Geestpoincte ende het Oostbolwerck, ende 
dat hij een trompet soude senden aen de Engelschen ende oick daer de 
werpbruggen waeren, onune mede te beginnen, te weeten de Engelschen 
eerst ende een weynich daer naer oick in t'noorden ende westen van de 
stadt met de werpbruggen. Den aenval werde wel begonnen aen t*Oost- 
bohverck, ende seer met roers ende musquetten geschooten, doch noeyt in 
tgroot ende melte pyckiers getreft ofte gesonseert. Hier en tusschen werde 
Sijne Ex**' , in de batterie , van de vier stucken voor de Oostpoorte gestelt 
sijnde, in de kaeckc ofte slincker koene geschooten, met een loot dat sijn 
crachte verlooren hadde, twelcke hem inde kaecke wel in sloech dan en 
ginck niet door, maer bleeff daerinne, oepenende de kaecke van binnen 



— 99 — 

alleen een w^-nich daer de slach opde tanden gecommcn was. Waer over 
SIjn Ex*** gereden sijnde naer tquarUer met intentie daltet beter ware te 
logeren als te stormen, is vergeeten den trompet aen de Engelschen ofle 
werpbruggen te senden in vougen dat die niet met allen vuyt en rechten 
maer haer bijnaest geheel stille, hielden. Men drcychde wel een aenvai 
aen de Geestpoincte , dan en conste mette steylte niet geschieden. Den 
Oversten Dorp die een vande eerste aenvallenden alhier wacren, werde door 
hel dick van sij» been geschooten, dat de pijpe aen stucken was. Eynte- 
lijcken naer lange schieten met roers endc musquetten te weeten van wel 
drie vuyrea lang, ende eenige particuliere aenvallen bij thicn ofte twintich 
teffens gedaen aen t'Oostbolwerck , endc eenige bij de Engelschen, sondcr 
nochtans in tgroot te stormen, werde goet gevonden in de walle voorts te 
gaen logeren, waer over de Vriesen gingen logeren in de bresche van 
fOostbolwerck , endc de Engelschen in t'hol van de Oeningerpoortc , omme 
alsoe des nachts aen de Geestpoincte de saecken mede te mogen prepareren 
ende de bresche bequaem maecken. De soldaeten mosten met gcwelt bijnaest 
van den storm gehouden werden, twelck nacrderhant bleeck, dattet voor 
ons volck goet was, insonderheyt aen t'Ooslbolwerck. In desen gedreychden 
aenvai spilden wij eenich volck, als aen t'Oostbolwerck w^el 39 dooden 
hebbende, ende seer veel gequetst, ende onder anderen Hopman Eysinga 
in tbeen geschooten, Michiel' Haeck Hopman in thooft met een musquet 
gequetst, Hopman Pieter van Lieuwerdcn geschooten recht boven sijn man- 
delijckheyt door het dunne vande buycke, ende werde Hopman Quyrijn 
de Blau met een steenwerp gequetst. Vande Engelschen werde Gaptn. 
Lambert in den arm gequetst, doch alleen een vlecsch wonde. Den Co- 
Ionnel Vere hadde hem niet tegenstaende hij noch niet gcnesen en was 
beten brengen aende bresche, omme te commanderen. Aen de Geest- 
poincte werden mede verscheyden gequetst, endc alomme meest officiers, 
bc gequetsten waeren in alles al over de 230 mannen, ende van dien veel 
met steenen gequetst. Die van binnen en gingen hier niet vrij want ons 
geschut soe dicht ende wel op hemluyden schoot, dat sij selffs naerderhaut 
bekent hebben dien dach over de 100 dooden gehadt te hebben ende veel 
gequetst. Op den avont werde de Geestcapelle ter neder geschooten, ende 
die vande stadt noch eenige schooien, op de lijmstang, daer cJenige 
mosquettiers inne waeren, doende, sijn de twee bovenste solderingen van 
dien innegestort. Die van binnen hier mede geheel gcswackt sijnde, ende 
Tresende mits de logeringe voorsz. meerder gcwelt, sonden op den avont 
een tromslaeger vuyl , met oen brieff, houdende dat ons volck van buyton 



— 100 — 

geroupen hadden, dat sij noch wel goet appoinctement souden krijgen , 
mits twclcke sij luyden desen acn Sijn Ex*** screven omme Ie wéelen off 
dselve tot sulcx geinclineert was, in welcken gevalle sij met hem souden 
handelen. Desen tromslaeger werde sijn briefT aff genomen ende terstont 
weder in 'stadt gesonden. Sijn Ex'** antwoorde hier op dat hij van sukk 
roupen niet en wiste, nochte daer toe last gegeven hadde, ende oversulcx 
dat niet en gelooffde, niettemin dat sijl. vuyte laeste handeling sijne 
meyninge genouch verstaen hadden, ende indien sij daerinne wilde con- 
senteren, mochten ecnige van de hunnen vuytsenden. Daer sij weder op 
lieten wecten , dat men op des anderen daechs gijselaers soude senden , sij 
souden heure selve gedeputeerden wedersenden. Des nachts hier aen ginck 
ons volck logeeren tot boven op de walle van t'Oostbolwerck , ende planten 
aldaer twee vendelen, prepareerden mede de bresche aen de Geestpoincte , 
ende maeckten die bequaem om te stormen. 

Den iiij"* Julij des morgens trocken inde stadt Pieter van Dorp, Adelaer, 
ende Assuerus Capiteynen, ende quaemen vuyt dvoorsz. drie gedeputeerden, 
denwelcken ^gegeven sijn dese poincten te weeten dat sij alleen souden 
vuyttrecken met haer bagagie, verlaetende waepenen, vendels ende paerden, 
ende beloovende in een halff jaer over dese sijde vande Rhijn niet te 
dienen, welcke poincten eerst bij Monbeeck in de stadt gedraegen sijnde, 
ende naerderhant noch eens bij Du Wal, is eyntelijcken op den avont 
t'accoort gemaeckt in deser vougen, te weeten dat sij op s'anderen daechs 
souden vuyt trecken verlaetende waepenen vendels ende paerden ende 
sweeren in een halfif jaer over dese sijde van den Rhijn niet te dienen, 
wel verstaende dat Sijn Ex*** vuyt gratuiteyt alle de soldaeten haer rappier 
ende poingart schonck, ende naerderhant oick alle officiers ende ruyteren 
haere paerden. Tegens dit appoinctement was heel hardt geweest Van 
Santen voornt., omdat hij niet dan IS seldaeten van sijne compagnie 
daerinne en hadde ende dat sijn vendel op een andere plaetse lach, dan 
most evenwel daer aen. Daer werde groote instantie gedaen , om een Jesuit 
die men meende dat in de stadt was, die weleer bij de Goninginne van 
Schotlant geweest hadde , dan verclaerden die van binnen wel een Jesuit 
te hebben , doch van dien niet te weeten , ende werde desen Jesuit , indien 
hij bij de Goninginne van Schotlant mochte geweest hebben, vuytet ac- 
coort geslooten. Noch was geaccordeert , overmits men verstout dat den 
lesten Junij wel 110 soldaeten van verscheyden compagnien' daerinne ge- 
commen waeren, dat die weder souden mogen gaen naer haer vendels, 
sonder over den Rhijn te trecken, welck appoinctement oick in de stadt 



— 101 — 

geagreeerl is. Men verslont ak nu voor seecker dalter geduyrende de be- 
fegeringe twee mael volck inne was gecommen, te weeten daechs naer de 
groote batterie wesende den xiiij'" Junij metten Capiteyn Van Sanden 
voornt. ontrent 170 mannen, ende den lesten des nachts dvoorn. 110 
metten Capiteyn Twijckel. Men verstont mede dat den iij'" deser over de 
iOO dooden in de stadt geweest waeren ende daeronder den Capiteyn 
Hessel, een Lieutenant ende twee Vendrechs, ende noch seer veel gequetst, 
ende soe voor als naer wel 350 gequetst off doot. Voorts werde ten selven 
avont bestant van de waepenen vercondicht blijvende elck op sijn wacht. 
Den V* Julij ontrent acht vuyren trocken in de stadt de compagnien 
van den Colonnel Brederode, ende 'Wevert (dewelcke commandeert de 
compagnie van Sijn Ex*** in Overijssel), beseltende de wachten ende vcr- 
samelende de waepens, ende op den middach begonsten die van de stadt 
foyt te trecken, ende trocken vuyt 560 soldaeten ongequetst ende ontrent 
SOO gequetst, ende 70 paerden soe ruyteren ak officiers ende waeren 
haer vergunt 100 waegenen, omme haere gequctsten ende vrouwen ende 
bagagie te vervoeren tot Couvoorden toe. Daer waeren seer veel vrouwen 
ende kinderen. Noch blevender veel soldaeten inde stadt dwelcke op dese 
sijde sochten te dienen. Alleer den Gouverneur ende Capiteynen vuyt 
toogen hebben sij geswooren in een halff jaer over dese sijde van den 
Bhijn niet te dienen, ende een scriftelijcke acte ondcrteyckent , ende heeft 
men de soldaeten mede sulcx doen beloven. Noch belooffddcn de Capiteynen 
terstont met haer volck over den Rhijn te trecken, ènde Sijn Ex*** met 
den Commissaris Claes de Wael, die hemluyden tot daer toe geleyden 
soude, te laeten weeten de naemen van de geenen die niet over den Rhijn 
eo trocken. Hier naer quam Sijn Ex*** in de stadt, alwaer hem beneffens 
de waepenen behandicht werden 10 vendelen bij den viant gelaeten, met 
noch het vendel van Hopman Wederspan, te vooren bij den viant gekregen 
ende in stadt gebracht. In de stadt werden bevonden twee cleyne metaele 
stucxkens ende twee ijsere stucxkens, gansch geen pulver, niaer ontrent 
20 lasten rogge in voorraedt, ende werden door de stadt gedaen opraepen 
ende bij een brengen alle de coegels ofte scherpen daerinne geschooten, 
wesende heel veel. Men sach mede dat sij van binnen seer gearbeyt 
hadden, ende de aerde vuyltet Oostbolwerck meest vuyt gehaelt, daer in 
de laechte een pallissade door geslaegen, ende noch tselve met een achter- 
wal ofte halve maen van de stadt aff gesneden, in vougen dattet met een 
acnioop, oft innevallen niet en konste gekregen werden. Maer als men 
tgeschut opde walle daer ons volck op lach gestelt hadde, en hadden alle 



— 102 — 

iseUe \¥erck, dat nieu ende licht was, niet met allen kannen h^pea^ 
nochte beletten de stadt sonder moeyte te krijgen. Noch hadden sij ront- 
omme verdickt haer wallen, doch aen de Oeningerpoorte geen retranche- 
ment gemaeckt, nochte mits de laechte van de stadt achter de selve walle 
konnen maecken. Daer was oick weynidi gearbeyt aen de Geestpoincte, 
in yougen dat als men daer ofte aen de Oeningerpoorte op de walle ge- 
weest hadde, aldaer geen besondere resistentie ofte defensie meer en was, 
twelcke alles de oirsaecke was dat de viant hier vuyt alsoe scheyde. De 
stadt was van binnen soe geheel gebroocken, (Hitramponneert ende door- 
schooten datter niet een huys heel inne en was, ende dattet een miserie 
was te sien een soe desolaten plaetse. De soldaeten van binnen seiffs hadden alles 
affgebroocken wal sij konden ende "aen de wallen gebracht ende daer inne 
geworpen , ende daerenboven en wasser niet een huys in de stadt dat niet tot 
meermaelen doorscbooten en was, ende veel geheel affgevallen, ende de 
daecken inne gestort. Voorts hiel men dien dach soe veel als men mocht 
de soldaeten vuyt stadt, omme alle voorder excessen te voorhoeden. Teo 
selven daege sterff van de quetsuer den Golonnel Dorp, ende opden avont 
vertrock Sijn Ex'** weder in tleger. 

Den vj» was men meest stille, ende dede men het geschut schoen 
maecken , ende trock men dat vuyle batterien op tvelt om wech te brengen , 
ende begonst men weder bijeen te brengen ende vergaederen de balcken, 
deelen, sparren, ladders ende swalpen, om weder tscheep te brengen. Noch 
gingen vuyt meest alle gevangenen den j** dezer gevangen op 8 naer die 
voor tVantsoen bleven sitten. Ten selven daege quam weder in tleger de 
vaen ruyteren van den Drost van Sallant. Ende werde voorts geresolveert, 
dat de compagnien voetknechten die de meeste schaede geleden hadden, 
souden vuyten leger vertrecken ende ververscht werden. 

Den vij" vertrocken dien volgende vuyten leger, de compagnien van 
Wabbeen, Hedding, Famars, Honthorst, Eysinga, ende 1 Engelsche com- 
pagnie. Werde noch een deel van tgeschut aen twaeter gebracht. Noch 
werde den Oversten Dorp binnen Steenwijck met groote eere begraeven. 
Voorts werden aenbesteet, om weder op gemaeckt te worden, alle grachten, 
wallen ende breschien van de stadt, om sulcx die weder in defensie te 
brengen, ende voorts bescreven eenige boeren, omme alle de loopgraeven 
om de stadt te commen slechten, ende toe te werpen. In t'vuyttrecken 
van den viant vuyte stadt werden eenige overloopers gekregen ende van 
dien te desen daege een gehangen. 

Den viij'''' vertrocken noch vuyten leger de compagnie van Marnix ende 



— 103 — 

eoi Ebgelsche compagnie. Voorts begonst men de grachten te ledigen, de 
breschien te repareren, ende weder op te maecken ende de borstweringe 
te repareren, soe aende Woltpoorte, als van daer aff voorbij de Oeninger 
poorte tottet Oostbolwerck toe, begonsten mede eenige boeren, te dien 
fjne geoonmien, de loopgraeven toe te werpen ende te slechten, werde 
noch Tuytgesonden naer Vuytrecht ende Vrieslant om meer waegens te 
huyren ende in tleger te doen commen, omme die in de voorder tocht te 
gebruycken, quaemen oick weder eenige waegens die metten viant naer 
Coovoorden gegaen waeren.* Des nachts ende des anderen daechs regende 
net seer. 

Den ix^ ginck men mettet arbeyen alomme voort, ende quaemen alle 
de waegens van Gouvoerden weder in tleger. Quam noch de compagnie 
van Otto van Poelgeest in de stadt Steenwijck ende verlrock de compagnie 
van Gistelle vuytet leger. Op den avont quam noch in tleger een deel 
van de compagnie Yan Nicola De Leur. Voorts regende het seer, werde 
Dodi een deel van tgeschut weder in de praemen geset. 

Den X** ende xj" ginck men met t'arbeyen als boven voorts, reedt Sijn 
Ex*** den xj*' op de jachte, ende werde een deel van tgeschut ende 
sdieepen, met twaeter dat de dien fynen opgehouden was, weder te rugge 
afgebracht tot Bloxiel toe. Des nachts had men een valschen alarm, die 
bijnaest sonder aucteur begonnen was. Ten selven dacge werde noch een 
overkM>per gehangen, ende de anderen bij Sijn Ex"* gepardonneert sijnde, 
sijn den x*" met eenige der voorsz. acht gevangenen vuytgegaen ende naer 
Qnivoorden getrocken. 

Den xij** quam een tambourijn van Goevoerden in tleger met brieven 
van Graeff Frederick van den Berge, daer hij bij versocht pasport om met 
eenige paerden tlichaem van sijn broeder Graeff Lodewijck op Ulst te mogen 
senden, mits gaeders een trompet om tvolck vuyt Steenwijck gecommen 
Ie beleyen naer den Rijn. Ten selven daege werde Hans den trompetter 
ten fynen voorsz. naer Gouvoerden gesonden. Voorts quaemen in Steenwijck 
de compagnien van Beresteyn ende Rijswijck. Noch ginck men mette 
wercken rontsomme de stadt seer voorts. 

Den xiij*" ginck men met twercken voorsz. voort ende reedt Sijn Ex*^* 
op de jachte, ende quaemen ontrent 100 Vriesche waegens van nieus in 
tleger, ende werde de reste van tgeschut weder in praemen geset. 

Den xiiij" ginck men mettet wercken voorts , reedt Sijn Ex"' weder op de 
jacht, ende trocken ontrent 200 ruy teren vuytet leger, omme op de strade van 
GroUe te gaen ende advantagie te soucken. Noch arriveerden in tleger de 



— 104 ^ 

^ompngnicn van Ilolsteijn, Dnvenvoorden cnde Jaques Meur^ ende werde 
tiaeste geschut tot Bioxiel gebracht. 

Den XV'* ginck men nieltet wercken voort ende quam de compagnie vaa 
Stieten in tleger. Voorts trocken de 31 vendelen Vrieschcn in tvelt onune 
een waepenschouwe te doen, ende stelden alle haer pieeken in drie slacb- 
ordenen ende alle musquettiers ende schutten ra verscheyde vleugelen, 
vesende in alles noch sterck ontrent 2700 mannen, ende quaemen daer 
naer weder in tquartier \ 

Den xvi*" des morgens vrouch ontrent 9 vuyren vertroek den Heere van 
Faniars met eenige Ingenieurs, geconvoyeert bij 8 cornetten paerden op 
de straede van Gouvoerden, omme den wech te besien, ende hoe verre 
men het geschut te waeler sonde konnen brengen, ende wat middel datter 
dan soude sijn omme tgeschut ende andere amunitic voorts te krijgen ende 
op alle de gelegentheyt goet regard te nemen. Noch qnaemen iu tleger 
verscheyden treckpaerden ende eenige wacgens. Den xvij'" des morgens 
vrouch quaemen in tleger 43 Vuytrechtsche waegcns ende noch een 
Engelsche compagnie, ende trock het regement van Vuytrccht, sterck 7 
vendelen in tvelt omme een waepenschonwe te doen ende stelde haer in 
een breet slachordre, sterck ontrent 700 mannen. Voorts ginck men mette 
werken om de stadt seer voort, soe desen ak de voorgaende daegen ende 
begonsten nu heel toe 'te schieten, overmits de borstweringen rontsomme 
meest opgeset waeren ende men de drie breschien van onderen op nu al 
tamelijck gehoocht ende opgebout hadde, doch de grachten heel te ledigen 
sal seer lange tijt van doen hebben, vuyte welcken nochtans genomen 
werdt de aerden daer men mede bout. Ten sclven daege werde seer ge- 
disputeert off men voorder soude trecken ofte obbreecken, daertoe veel 
oirsaecke gaven de resolutie bij de Generaele Staeten genomen ' ende de 
advertentie van de vergaederinge van den viant in Brabant, doch tegen 
alle desen stont Sijn Ex*** seer, niet anders begeerende dan voorts Ic 
vaeren, 

Den xviij*" werden gedaen een waepenschouwinge van alle de voetknecbten, 
dwelcke alles bij een quaemen ende iiaer in slachordrcn stelden ende de 



* In een paket, getiteld: • Verscheide slach- en togtordres, 1592, 1595 en IGOl, genummerd 
^11 (Gr. Will. Lod., N° 69)*, op het Rijks Archief, vindt men de sterkte, indeeling en opstelUng 
van de Friesche troepen, bij gelegenheid van deze wapenschouwing en van die op den ISden Juljjy 
aangegeven. 

* Zie omtrent deze Resolutie van de Staten Generaal de hierachter gevoegde b|)lage. 



— 105 — 

Vriesche fendelen maeckten drie slachordren ofte bataillons, elck van 7 
Tendelen, daeraff t'eerste hadde 76 man in Ihooft ende IS in de lengte 
hdibende alles de piecken in t'midden ende de musquetten ende schutten 
op de sijde, welck bataillon metle overschietende ende officiers sterck was 
ontrent 950 mannen, het tweede bataiUon hadde 68 man in thooil ende 
13 in de lengte, sterck mette officiers ende overschietende ontrent 9S5 
mannen, het derde hadde 58 man in thooit ende 13 in de lengte, sterck 
mette officiers ende overschietende ontrent 750 mannen, het vierde bataiUon 
maeckten de 10 vendelen Engekchen, hebbende 90 in thooit ende 11 in 
de lengte, sterck mette officiers ontrent 1030 mannen, het vijSde bataillon 
maeckten de 9 vendelen van tNoorthoUants regement (daerover, mits de 
doot van Dorpe bij provisie commendeerde den Gapiteyn Duvenvoorde) 89 
in thooft 19 in lengte, sterck mette offiiciers ende overschietende ontrent 
1040 mannen, het seste bataillon maeckten 7 vendelen van tregement van 
Groenevelt , 70 in thooft 9 in lengte, sterck met officiers ende over- 
schietende ontrent 700 mannen, ende het sevende bataillon maeckten 5 
vendelen van tregement van Brederode, hebbende 51 mannen in thooft 
ende 9 in de lengte, sterck mette officiers ende overschietende ontrent 
500 mannen, wesende alle deselve sterck in alles ontrent 5875 mannen, 
behalve eenige gequetsten ende noch eenige die in tquartier van Noort- 
hollant om tselve te bewaeren, gebleven waeren. Dese regementen naer 
dat sij haer verscheydentlijcke geexerceert hadden in tdraijen, wennen afT 
ende aentrecken van de bataillons sonder haer ordre te breecken, trocken 
op den middach elcx weder naer haer quartier. Ten selven daege quaemen 
te Giethoorn noch vier vendelen knechten als van Vijch, Pruyt ende 
Schaeff voor tregement van Brederode ende Willem Thoniszoon voor trege- 
ment van Groenevelt, dan overmits men op het vertreck stont, werde 
gelast tot Giethoorn te blijven tottet leger vertrecken soude. Op den achter- 
noen begonst het wat te regenen ende vertrocken de Raedèn van Staete 
weder naer Bloxiel. Op den avont quam den Heere van Famars mette 
ruyteren weder ende bracht voor tijdinge dat den wech geheel goet was 
tot Couvoerden toe, dat men mede tgeschut in praemen conste opbrengen, 
soo hooch als men wilde, dat oick de gelegentheyt van de plaetse voor 
CouvQerden heel goet is om een leger te moegen slaen, doch dat denSvech, 
tsij te lande ofte te waeter soe verre is van beneden op tot Couvoerden 
toe, dat men die in een dach niet wel en soude mogen overvacrcn ende 
oick sulcx is, dat, mits naerte van Goer, Enschede ende Oldenseel alle 
gaende ofte commende scheepen ofte waegens met een groote escorte souden 



— 106 — 

moeten een nacht ende een dach geconvoyeert werden, welcke convofen 
aUe daegen soe om vivres als ammunitie van oirlogen souden te doen sijn 
ende sulcx ons leger soe soude matteren, dat men noch behoirlijcke ap- 
prochen, nochte andere exploicten van oirloge wel bequaemelijcken soude 
konnen doen. 

Den xix*" monsterde men meest alle de waegens van tleger, ende werden 
bevonden 197 Vriesche waegens ende 98 soe Vuytrechtsche als Hollantsche, 
noch werde gedelibereert op tgeene men voorder aen soude grijpen , eenigea 
om redenen voors. verstaende, dat men behoort op GroUe ofte eenige 
andere bequaeme plaetsen te gaen, daer men de vivres beter soude konnen 
krijgen, anderen ter contrarie drivende dat men op Couvoerden behoirde 
te gaen als hemluyden best gelegen sijnde ende daer meer proufftjts bij 
weetende dan bij t' winnen van de anderen^ daertoe oick tendeerden eenige 
secrete houdinge van den Drost van Couvoerden Ens genaempt. Eyntelijcken 
werde geresolveert dat men altoes voort naer Swolle trecken soude ende 
middeler tijt mette Raeden van Staete naerder adviseren ende dien vol- 
gende werden geordonneert, dat men op morgen vrouch soude begin- 
nen te vertrecken, insonderheyt soe de wercken van de stadt nu eenidi- 
sins in defensie waeren ende begonst men ten selven daege alle preparatie 
tottet vertreck te maecken. Ende hiermede eyndichde het beleg van Steen- 
wijck, daerinne dat alleen meest te bemercken was, dat men in soe langen 
beleg niemant vuyter stadt gevangen gekregen en hadde, ofte datter 
niemant van haer tot ons overgeloopen en was. 



VAN TBELEG VAN COEVOORDEN. 

Volgende de voorgaende resolutie begonst het leger den xx*" Julij des 
morgens vrouch te vertrecken ende quaemen alle de voetknechten logeren 
tusschen Sint-Jans camp ende Vollenhoven, blijvende de cavalerie tot 
Giethoorn in haer olde logysen tot des anderen daechs. Ondertusscben 
was Sijn Ex*** tot VoUenhove bij de Raeden van Staete, omme met hem- 
luyden te advyseren op het vertreck ende aengrijpen van het leger.. Ten 
selven daege quaemen eenige waegens tot Swol ende meest alle de scheepen 
mettet geschut tot voor Geelmuyden. 

Den xxj" quam alle het leger soe te voet als te paerde tusschen Hasselt 
ende Swol, ende Sijn Ex^^* metten raedt binnen Swol, alwaer sij vonden 



— 107 — 

den Raedtsheer Botley, met bevel van de Goningiime van Engelant op den 
Heene Francois Vere, omme in der ijl met 17 vendelen van haere knechten 
na^ Engelant te commen op peyne van geen voorder betaelinge te becom- 
mm, twelck wederomme geen cleyne swaericheyt en maeckte op de saecke 
van tvertreck van deger, beneffens noch eenige andere desordren, ende 
onder dien dat tleger niet soe i^el van gelde voorsien en werde, als dat 
wd behoiren goude tot vervallinge van soe groete extraordinaris oncosten, 
daerover Sijne Ex^ noch wederomme brede communicatien hiel metten 
Rieden van Staete ende den voorn. Heere Vere, omme te sien off men de 
Eogelsdien niet bij d'eene ofte ander middel en soude konnen ophouden; 
middelertijt quaemen noch eenige waegens vuyt Overijssel ende van de 
Velowe tot SwoUe. 

Den xxij** lach het leger stille « ende Sijn Ex^ tot Swol, ende begonst 
men de v^aegens vuyt te deelen aen de commissen van de artelerye , vivres 
ende ammunitie van oirloge omme eenich goet te lande te brengen, ende 
naer lange deliberatien mette Raeden van Staete ende de voorn. Vere ge- 
houden, werde eyntelijcken geresolveert, dat men mettet leger voorts naer 
Goevoerden trecken soude ende soe veel de Engelschen aengaet, dat sij 
soaden in gamtsoen geleyt werden, sonder haar voorder met eenige factie 
van oirloge te vermengen, volgende de brieven van de Coninginne, onmie 
aboe op t'eerste bevel bereyt te wesen, belooffde niettemin de Heere Vere, 
dat indien den viant over Rhijn quam om ons leger op te lichten dat hij 
alsdan met alle sijn volck in der ijl weder bij ons commen soude ^ Men 
Termoet dat dit te rugge ontbieden in Engelant gepractiseert is bij eenige 



^ In den brief Tan EÜsabeth Tan den laten JnlQ, waarin zfj 2500 man van bet bnlpkorps opvordert 
omaiar firetagne te worden gezonden (ReeoL der St. Gen., 21 Joiy 1592), komen de woorden voor: 
• aar oes nouTeUes qai nous sont arrivécfl de devers endroitz de la reddition de Steenweek, pourvea 
VM vostre armee se pnisse bonnement dissonldre et qae noz gens qni yons y ont senri sen pnissent 
fibrement retonmer, nous avons absolmnent promis aa Roy, et resoloment arreste de luyjenyoier 
deux mflk einoq eens bommes , on environ de nos forces par dela • , etc. Hoewel mt den gébeelen 
loderen inbond van dien brief en evenxeer uit de propositie, welke Bodley te dier gélegenbeid aan 
^ Staten Generaal deed, ten dDidel^jkste bl^kt, dat Elisabeth bepaaldel^k de afzending barer troe- 
pen naar Bretagne verlangde , klampten de Staten Generaal zicb met diplomatieke bebendigbeid ge- 
bed alleen aan de bovengemelde woorden vast, en bet antwoord, dat zQ den 25sten Jniy aan de 
Koningin zonden, was dgeniyk niet veel meer dan eene zeer uitvoerige dankbetuiging, dat bet Hare 
Mijcstdt bad bebaagd tot bet ontbieden barer troepen nit deze gewesten niet dan onder de door 
Ittsr gestelde voorwaarde te besluiten, *nous aiant faict paroistre en cela, et par tout aillenrs Ie 
▼nj soing maternel quelle porte pour lasseuranoe de nostre estat». — Op grond daarvan kon dan 
ook Vere voorloopig z^jn vertrek uitstellen tot dat er nader antwoord van de Kpningin zon ge- 
zgn. 



— 100 — 

geroupen hadden, dat sij noch wel goet appoinctement souden krijgen, 
mits twelcke sij luyden desen aen Sijn Ex*** screven omme te wëeten off 
dselve tot sulcx geinclineert was, in welcken gevalle sij met hem souden 
handelen. Dcscn tromslacger werde sijn brieff aff genomen ende terstont 
weder in "sladt gesonden. Sijn Ex'** antwoorde hier op dat hij van sulck 
roupen niet en wiste, nochte daer toe last gegeven hadde, ende oversulcx 
dat niet en gelooffde, niettemin dat sijl. vuyte laeste handeling sijne 
meyninge genouch verstaen hadden, ende indien sij daerinne wilde con- 
senteren, mochten eenigc van de hunnen vuytsenden. Daer sij weder op 
lieten weeten, dat men op des anderen daechs gijselaers soude senden, sij 
souden heure selve gedeputeerden wedersenden. Des nachts hier aen ginck 
ons volck logeeren tot boven op de walle van t*Oostbolwerck , ende planten 
aldaer twee vendelen, prepareerden mede de bresche aen de Geestpoincte , 
ende maeckten die bequaem om te stormen. 

Den iiij" Julij des morgens trocken inde stadt Pieter van Dorp, Adelaer, 
ende Assuerus Capiteynen, ende quaemen vuyt dvoorsz. drie gedeputeerden , 
denwelcken ^gegeven sijn dese poincten te weeten dat sij alleen souden 
vuyttrecken met haer bagagie, verlaetende waepenen, vendels ende paerden, 
ende beloovende in een halff jaer over dese sijde vande Rhijn niet te 
dienen, welcke poincten eerst bij Monbeeck in de stadt gedraegen sijnde, 
ende naerderhant noch eens bij Du Wal, is eyntelijcken op den avont 
t'accoort gemaeckt in deser vougen, te weeten dat sij op s'anderen daechs 
souden vuyt trecken verlaetende waepenen vendels ende paerden ende 
sweeren in een halff jaer over dese sijde van den Rhijn niet te dienen, 
wel verstaende dat Sijn Ex*** vuyt gratuiteyt alle de soldaeten haer rappier 
ende poingart schonck, ende naerderhant oick alle officiers ende ruyteren 
haere paerden. Tegens dit appoinctement was heel hardt geweest Van 
Santen voornt., omdat hij niet dan 19 seldaeten van sijne compagnie 
daerinne en hadde ende dat sijn vendel op een andere plaetse lach, dan 
most evenwel daer aen. Daer werde groote instantie gedaen , om een Jesuit 
die men meende dat in de stadt was, die weleer bij de Coninginne van 
Schotlant geweest hadde , dan verclaerden die van binnen wel een Jesuit 
te hebben, doch van dien niet te weeten, ende werde desen Jesuit, indien 
hij bij de Coninginne van Schotlant mochte geweest hebben, vuytet ac- 
coort geslooten. Noch was geaccordcert , overmits men verstout dat den 
lesten Junij wel 110 soldaeten van verscheyden compagnien' daerinne ge- 
commen waercn, dat die weder souden mogen gaen naer haer vendels, 
sonder over den Rhijn te trecken, welck appoinctement oick in de stadt 



r 



— 101 



geagreeert is. Men versloni als nu voor seecker dalter geduyrende de be- 
legeringe twee mael volck inne was gecommen, te weetcn daechs naer de 
groote batterie wesende den xiiij'° Junij meiten Capiteyn Van Sanden 
▼oornt. ontrent 170 mannen, ende den lesten des nachts d voorn. 110 
metten Capiteyn Twijckel. Men verstont mede dat den iij'" deser over de 
100 dooden in de stadt geweest waeren ende daeronder den Capiteyn 
Hessel, een Lieutenant ende twee Vendrechs, ende noch seer veel gequetst, 
ende soe voor als naer wel 350 gequetst off doot. Voorts werde ten selven 
avont bestant van de waepenen vercondicht blijvende elck op sijn wacht. 
Deo ▼•■ Julij ontrent acht vuyren trocken in de stadt de compagnien 
van den Colonnel Brederode, ende "Wevert (dewelcke commandeert de 
compagnie van Sijn Ex*** in Overijssel), beseltende de wachten ende ver- 
samelende de waepens, ende op den middach begonsten die van de stadt 
vuyt te trecken, ende trocken vuyt 560 soldaeten ongequetst ende ontrent 
SOO gequetst, ende 70 paerden soe ruyteren als ofiiciers ende waeren 
haer vergunt 100 waegenen, omme haere gequetsten ende vrouwen ende 
bagagie te vervoeren tot Couvoorden toe. Daer waeren seer veel vrouwen 
ende kinderen. Noch blevender veel soldaeten inde stadt dwelcke op dese 
sijde sochten te dienen. Alleer den Gouverneur ende Gapiteynen vuyt 
toogen hebben sij geswooren in een halff jaer over dese sijde van den 
Bhijn niet te dienen, ende een scriftelijcke acte onderteyckent , ende heeft 
men de soldaeten mede sulcx doen beloven. Noch belooffdden de Gapiteynen 
terstont met haer volck over den Rhijn te trecken, ènde Sijn Ex*** met 
den Commissaris Glaes de Wael, die hemluyden tot daer toe geleyden 
soude, te laeten weeten de naemen van de geenen die niet over den Rhijn 
en trocken. Hier naer quam Sijn Ex"' in de stadt, alwaer 'hem bencffens 
de waepenen behandicht werden 10 vendelen bij den viant gelaeten, met 
noch het vendel van Hopman Wederspan, te vooren bij den viant gekregen 
ende in stadt gebracht. In de stadt werden bevonden twee clcyne metaele 
stuexkens ende twee ijsere stucxkens, gansch geen pulver, maer ontrent 
30 lasten rogge in voorraedt, ende werden door de stadt gedaen opraepen 
ende bij een breugen alle de coegels ofte scherpen daerinne geschooten, 
wesende heel veel. Men sach mede dat sij van binnen seer gearbeyt 
hadden, ende de aerde vuyttet Oostbolwerck meest vuyt gchaelt, daer in 
de laechte een pallissade door geslaegen, ende noch tselve met een achter- 
wal ofte halve maen van de stadt aff gesneden, in vougen datlet met een 
aenloop, oft innevallcn niet en konste gekregen werden. Maer als men 
tgeschut opde walle daer ons volck op lach gestelt hadde, en hadden alle 



— 102 — 

tselve werdc, dat nieu endc licht was, niet met allen konnen helpco^ 
nochte beletten de stadt sonder moeyte te krijgen. Noch hadden sij ront- 
omme verdickt haer wallen, doch aen de Oeningerpoorte geen retranche- 
ment gemaeckt, nochte mits de laechte van de stadt achter de selve walle 
konnen maecken. Daer was oick weynidi gearbeyt aen de Geestpoincte, 
in vougen dat als men daer ofte aen de Oeningerpoorte op de walle ge- 
weest hadde, aldaer geen besondere resistentie ofte defensie meer en was, 
twelcke alles de oirsaecke was dat de viant hier vuyt alsoe scheyde. De 
stadt was van binnen soe geheel gebroocken, ontramponneert ende door- 
schooten datter niet een huys heel inne en was, ende dattet een miserie 
was te sien een soe desolaten plaetse. De soldaeten van binnen sdffs hadden alles 
affgebroodcen wat sij konden ende ^aen de wallen gebracht ende daer inne 
geworpen , ende daerenboven en wasser niet een huys in de stadt dat niet tot 
meermaelen doorschooten en was, ende veel geheel affgevallen, ende de 
daecken inne gestort. Voorts hiel men dien dach soe veel als men mocht 
de soldaeten vuyt stadt, omme alle voorder excessen te voorhoeden. Ten 
selveiï daege sterff van de quetsuer den Golonnel Dorp, ende opden avont 
vertrock Sijn Ex*** weder in tleger. 

Den vj« was men meest stille, ende dede men het geschut schoen 
maecken, ende trock men dat vuyte batterien op tvelt om wech te brengen, 
ende begonst men weder bijeen te brengen ende vergaederen de balcken, 
deelen, sparren, ladders ende swalpen, om weder tscheep te brengen. INoch 
gingen vuyt meest alle gevangenen den j** dezer gevangen op 8 naer die 
voor t'rantsoen bleven sitten. Ten selven daege quam weder in tleger de 
vaen ruyteren van den Drost van Sallant. Ende wcrde voorts geresolveert, 
dat de compagnien voetknechten die de meeste schaede geleden hadden, 
souden vuyten leger vertrecken ende ververscht werden. 

Den vij" vertrocken dien volgende vuyten leger, de compagnien van 
Wabbeen, Hedding, Famars, Honthorst, Eysinga, ende 1 Engelsche com- 
pagnie. Werde noch een deel van tgeschut aen twaeter gebracht. Noch 
werde den Oversten Dorp binnen Steenwijck met groote eere begraeven. 
Voorts werden aenbesteet, om weder op gemaeckt te worden, alle grachten, 
wallen ende breschien van de stadt, om sulcx die weder in defensie te 
brengen, ende voorts bescreven eenige boeren, omme alle de loopgraeven 
om de stadt te commen slechten, ende toe te werpen. In t'vuyttrecken 
van den viant vuyte stadt werden eenige overloopers gekregen ende van 
dien te desen daege een gehangen. 

Den viij" vertrocken noch vuyten leger de compagnie van Marnix ende 



— 103 — 

een Eogekche compagnie. Voorts begonst men de grachten te ledigen, de 
breschien te repareren, ende weder op te maecken ende de borstweringe 
te repareren, soe aende Woltpoorte, als van daer aff voorbij de Oeninger 
poorte tottet Oostbolwerck toe, begonsten mede eenige boeren, te dien 
fjrne geoommen, de loopgraeven toe te werpen ende te slechten, werde 
noch Tuytgesonden naer Vuytreclit ende Vrieslant om meer waegens te 
hoyren ende in tleger te doen conmien, omme die in de voorder tocht te 
gebruycken, quaemen oick weder eenige waegens die metten viant naer 
Coovoorden gegaen waeren.- Des nachts ende des anderen daechs regende 
het seer. 

Den ix*" ginck men mettet arbeyen alomme voort, ende quaemen alle 
de waegens van Couvoerden weder in tleger. Quam noch de compagnie 
van Otto van Poelgeest in de stadt Steenwijck ende verlrock de compagnie 
van Gistelle vuytet leger. Op den avont quam noch in tleger een deel 
van de compagnie van Nicola De Leur. Voorts regende het seer, werde 
oodi een deel van tgeschut weder in de praemen geset. 

Den r~ ende xj" ginck men met t'arbeyen als boven voorts, reedt Sijn 
Ex* den xj" op de jachte^ ende werde een deel van tgeschut ende 
scheepen, met twaeter dat de dien fynen opgehouden was, weder te rugge 
afgebracht tot Bloxiel toe. Des nachts had men een valschen alarm, die 
bijnaest sonder aucteur begonnen was. Ten selven daege werde noch een 
overlooper gehangen, ende de anderen bij Sijn Ex^** gepardonneert sijnde, 
sijn den x*' met eenige der voorsz. acht gevangenen vuytgegaen ende naer 
Couvoorden getrocken. 

Den xij*" quam een tambourijn van Coevoerden in tleger met brieven 
van Graeff Frederick van den Berge, daer hij bij versocht pasport om met 
eenige paerden tlichaem van sijn broeder Graeff Lodewijck op Ulst te mogen 
senden, mits gaeders een trompet om tvolck vuyt Steenwijck geconmien 
te beleyen naer den Rijn. Ten selven daege werde Hans den trompetter 
ten fynen voorsz. naer Gouvoerden gesonden. Voorts quaemen in Steenwijck 
de compagnien van Beresteyn ende Rijswijck. Noch ginck men mette 
wercken rontsomme de stadt seer voorts. 

Den xiij*" ginck men met twercken voorsz. voort ende reedt Sijn Ex*** 
op de jachte, ende quaemen ontrent 100 Vriesche waegens van nieus in 
tleger, ende werde de reste van tgeschut weder in praemen gesel. 

Den xiiij" ginck men mettet wercken voorts, reedt Sijn Ex"' weder op de 
jacht, ende trocken ontrent 900 ruyleren vuytet leger, omme op de strade van 
GroUe te gaen ende advantagie te soucken. Noch arriveerden in tleger de 



1 



— 104 ^ 

^ampngnien van Holsteijn, Dnvenvoorden ende Jaques Meur^ code werde 
tiaeste geschut tot Bloxiel gebracht. 

Den XV'* ginck men meltet wercken voort ende quam de compagnie vao 
Stieten in tleger. Voorts trocken de 21 vendelen Vrieschen in tvelt omme 
een waepenschouwe te doen, ende stelden alle haer piecken in drie slacb- 
ordenen ende alle musquettiers ende schutten in verscheyde vleugelen, 
wesende in alles noch sterck ontrent 3700 mannen, ende quaemen daer 
naer weder in tquartier '. 

Den xvi*" des morgens vrouch ontrent 9 vuyren vertrock den Heere vaD 
Famars met eenige Ingenieurs, geconvoyeert bij 8 cornetten paerden op 
de straede van Gouvoerden, omme den wech te besien, ende hoe verre 
men het geschut te waeter soude konnen brengen, ende wat middel datter 
dan soude »ijn omme tgeschut ende andere amunitio voorts te krijgen ende 
op alle de gelegentheyt goet regard te nemen. Noch qnaemen in tleger 
vcrscheyden treckpaerden ende eenige waegens. Den xvij" des morgens 
vrouch quaemen in tleger 49 Vuytrechtschc waegens ende noch een 
Engelsche compagnie, ende trock het regement van Vuytrecht, sterck 7 
vendelen in tvdt omme een waepenschouwe te doen ende stelde haer in 
een breet slachordre, sterck ontrent 700 mannen. Voorts ginck men mette 
werken om de stadt seer voort, soe desen als de voorgaende daegen ende 
begonsten nu heel toe 'te schieten, overmits de borstweringen rontsomme 
meest opgeset waeren ende men de drie breschien van onderen op nu al 
tamelijck gehoocht ende opgebout hadde, doch de grachten heel te ledigen 
sal seer lange tijt van doen hebben, vuyte welckcn nochtans genomen 
werdt de aerden daer men mede bout. Ten selven daege werde seer ge- 
dbpuleert off men voorder soude trecken ofte obbrcecken, daertoe veel 
oirsaecke gaven de resolutie bij de Generaele Staeten genomen ' ende de 
advertentie van de vergaederinge van den viant in Brabant, doch tegen 
alle desen stont Sijn £x^* seer, niet anders begeerende dan voorts te 
vaeren. 

Den xviij^ werden gedaen een waepenschouwinge van alle de voetknecblen, 
dwelcke alles bij een quaemen ende haer in slachordren stelden ende de 



* In een paket, getiteld: • Verscheide slach- en togtordres, 1692^ 1595 en 1601, genummerd 
^11 (Gr. Will. Lod., N^ 69)*, op het Ryks Archief, vindt men de sterkte, indeeling en opstelling 
van de Friesche troepen, bij gelegenheid van deze wapenschouwing en van die op den ISden Julij> 
aangegeven. 

* Zie omtrent deze Bcsolutic van de Staten Generaal de hierachter gevoegde b()lags. 



— 105 — 

Vriesche vendelen maeckten drie slachordren ofte bataillons, elck van 7 
vendelen, daeraff t'eerste hadde 76 man in thooft ende 19 in de lengte 
hebbende alles de piecken in t'midden ende de musquetten ende schutten 
op de sijde, welck bataillon mette overschietende ende officiers sterck was 
ontrent 950 mannen, het tweede bataillon hadde 68 man in thooft ende 
ld in de lengte, sterck mette officiers ende overschietende ontrent 9S5 
mannen, het derde hadde 58 man in thooft ende 13 in de lengte, sterck 
mette officiers ende overschietende ontrent 750 mannen , het vierde bataillon 
maeckten de 10 vendelen Engekchen, hebbende 90 in thooft ende 11 in 
de lengte, sterck mette officiers ontrent 1030 mannen, het vijfMe bataillon 
maeckten de 9 vendelen van tNoorthollants regemcnt (daerover, mits de 
doot van Dorpe bij provisie commendeerde den Gapileyn Duvenvoorde) 89 
in thooft 12 in lengte, sterck mette offiiciers ende overschietende ontrent 
1040 mannen, het seste bataillon maeckten 7 vendelen van tregement van 
Groenevelt , 70 in thooft 9 in lengte, sterck met officiers ende over- 
schietende ontrent 700 mannen, ende het sevende bataillon maeckten 5 
vendelen van tregement van Brederode, hebbende 51 mannen in thooft 
ende 9 in de lengte, sterck mette officiers ende overschietende ontrent 
500 mannen, wesende alle deselve sterck in alles ontrent 5875 mannen , 
behalve eenige gequetsten ende noch eenige die in tquartier van Noort- 
hollant om tselve te bewaeren, gebleven waeren. Dese regementen naer 
dat sij haer verscheydentlijcke geexerceert hadden in tdraijen, wennen afT 
ende aentrecken van de bataillons sonder haer ordre te breecken, trocken 
op den middach elcx weder naer haer quartier. Ten selven daege quaemen 
te Giethoorn noch vier vendelen knechten als van Vijch, Pruyt ende 
SchaefF voor tregement van Brederode ende Willem Thoniszoon voor trege- 
ment van Groenevelt, dan overmits men op het vertreck stont, werde 
gelast tot Giethoorn te blijven tottet leger vertrecken soude. Op den achter- 
noen begonst het wat te regenen ende vertrocken de Raedèn van Staete 
weder naer Bloxiel. Op den avont quam den Heere van Famars mette 
ruyteren weder ende bracht voor tijdinge dat den wcch geheel goet was 
tot Cou voerden toe, dat men mede tgeschut in praemen conste opbrengen, 
soo hooch als men wilde, dat oick de gelegentheyt van de plaetse voor 
CouvQerden heel goet is om een leger te moegen slaen, doch dat den Svech, 
tsij te lande ofte te waeter soe verre is van beneden op tot Couvocrden 
toe, dat men die in een dach niet wel en soude mogen overvacrcn ende 
oick sulcx is, dat, mits nacrte van Goer, Enschede ende Oldenseel alle 
gaende ofte commende scheepen ofle waegens met een groote escorte souden 



— 114 — 

men mede tijdinge dat den viant een aenslach gehadt hadde op Oetmaers- < 
sen op gisteren, doch was gefailleert, te weelen, quaemen eenige paerden 
aenrijden, voer haer drijvende eenige soldaelen te voet gebonden als ge- 
vangenen, waer noch 2 vaenen ruyleren van verde op volchden, ende 
commende ontrent de poorte, begonst een Sergiant op de wacht sijnde 
suspitie te krijgen ende dede de poorte sluyten, daerop de viant haer 
bloot gevende begonst totten wacht inne te drucken, dan werden te rugge 
gedreven, laetende vier vande beuren doot ende drie gevangen met 4 
paerden, ende vande onsen blevender 3 doot. Noch kreeg men tijdinge 
dat Verdougo naer Brabant was om assistentie, voorders maeckte men de 
batterie toe, anders was het stille ende werde seer weynich geschooten. 
Des nachts bracht men 3 heele canons in de batterie aen de oude kercke 
ende begonst men een ander batterie tot 5 halve canons bewesten den 
wech van Emblichen. 

Den V*' werde seer aen beyde de batterien gearbeyt, soe om die te 
prepareren, als oick om te verseeckeren tegens tschieten vande catten 
van thuys. Des achternoens ons volck gepeylt hebbende de diepte vande 
grachten van tvleck ende die niet seer diep bevindende sijn door de grach- 
ten ende over den wal in tvleck gevallei\ ontrent 1 00 sterck , daerover den 
viant die in tvleck was de vluchte namp, dan quaemen die van thuys soe 
geweldich aff ende schooten soe bloot op ons volck, die haer quaelijcken 
bedecken konden dat sij daer weder vuyt mosten, laetende ses ofte 8 
dooden leggen, ende hebbende noch eenige gequetst. In desen aenloop 
was bevoolen alleen te loopen tot aende wallen van tvleck ende daer te 
blijven ende die als k)opgraeven te bewaeren, dan waeren de soldaeten 
voorts in tvlecke gedruckt ende weder vuytwijckende verlieten oick de 
wallend Ondertusschen schooten die van thuys eenige schooten met groff 
geschut, des nachts plante men de drie halve canons in de batterie aen 
den wech van Emblichem ende braecken die van thuys noch een stuck 
van haeren toorn. 

Den V]'* was het geheel stille , sonder veel schieten ende sont men vrouch 
een convoy naer Swol van ontrent 400 waegens behalven de soetelaers, 
geconvoyeert bij de vaenen ruy teren van den Heere van Putlis, Drost van 



t In een brief, die eenige dagen later door Graaf Willem Lodewfjk uit het leger voor Koerer- 
den werd geschreven, worden eeoige bijzonderheden omtrent dezen aanval op het vlek Coeverden 
medegedeeld, waarop de schr\jveT laat volgen: «volgents aber hatt der feindt den flecken gantz ab- 
gebrent nnd nicht mehr soo starck wie znvor darinnen gewachet, und ist dieses nohn das nennte 
mahl das derselbige flecken bei diesen kriegen ist abgebrent worden*. (Archief van Z. M.) 



— 115 — 

tSallant ende de Heere Sidney, doch en sijn de ruyteren van Puüis niel 
voorder gegaen dan tot Ommen toe ende doen weder gekeert. Des nachts 
werde seer groote approchen gedaen aende suytpoorte van tvleck ende 
braedcen die van binnen noch een deel van haeren toom. Des nachts 
(pam daer eenich volck aende noortoostsijde door de marasche in de 
stadt, dan en waeren over de 8 oft 9 niet. 

Den vij*'' des morgens vrouch schoot den viant seer met grooff geschut 
eode ontrent 10 vuyren overvielen die van buyten het vleck, twelcke sij kre- 
gen sonder eenige moeyten soe om faveur van haer geschut ak oick om 
een katken dat te dien fynen opgeworpen was op den wech van Emblichem. 
Ondertusschen begonst ons volck met dvoorsz. ses stucken, soe nu, soe 
dan altemet een schoote te schieten op thuys, den toorn, de poorte van 
tbuys, de catten ende andere plaetsen daer die van binnen geschut had- 
den ofte haer bloot gaven, waerdoor terstont te wege gebracht werde, 
dat de viant met sijn geschut niet meer en schoot, maer hem om leech 
hiele soe veel hij conde. Men bevont voorts dat hij tvleck seer geslecht 
faadde ende een halve maene geworpen voor de poorte van tcasteel aen 
de ?lecksijde, aenden welcken hij desen dacli noch seer arbeyde; naer 
dese halve maen werden oick eenige schooten geschooten. Op den naer- 
noen hielen die van thuys haer heel stille, sonder veel te schieten, niet- 
t^enstaende ons volck dapper aende wallen van 'tvleck innewaerts graeff- 
den. Voorts creech men noch tijdinge in tleger datter 9000 Spangiaerden 
de Maese gepasseert waeren met 4 cornette paerden, omme herwaerts tot 
onlset van Coevoerden te commen. 

Den vlij"* Augusti vertrocken des morgens vrouch vuyten leger 5 vaenen 
rayteren omme tconvoy tot Ommen te rencontreren ende soe in bewaerder 
hant overtebrengen. Voorts schoot ons volck des morgens vrouch eenige 
sebooten op den thoorn van thuys, dwelcke oick ontrent den middaege ter 
neder viel ende voorts eenig schooten hier en daer, des achternoens begonst 
men alle de ses stucken op t'nieuhuys te schieten, twelcke oick een vuyre 
daemaer gansch ter neder viel, blijvende het oude tiuys als achterwaerts 
staende ende laeger sijnde staen. Op den avont quaemen de waegens die 
naer Swol geweest waeren meest weder in tquartier ende leger, doch 
eenigen soe lantswaegens als soetelaers op de heyde breeckende, bleven 
staen, daerinne egeen cleyne disordre en geschieden, overmits de ruyteren 
van tconvoy soe snel voort reden , dat de waegens die best gespannen 
waeren, quaelijcken konden volgen alles tot groot ondienst van tleger ende 
een affkeer van de soetelaers. 



1 



— 116 — 



Den ix" schoot men voor den noen eenige schooien hier ende daer op 
tfort, daer legens die van binnen weder eenige schooien vuyl schooien 
ende oick op den naernoen, daerovcr des avonls eenigen lot 5 toe yande 
onsen dool geschoolen werden, groeven ons volck middelerlijl seer omme 
Ihuys te naerderen ende quaemen door Ivleck desen nacht lot aen den 
voel vanden conlrescharpe , maeckten mede een loopgraeve naer de halve 
maene ofte ravelijn toe, leggende voor de brugge van Ihuys, maeckten 
noch eenige bruggen over de grachten van Ivleck om ons volck daerinne 
graevende lichtelijck te mogen secoureren, indien die van binnen daarop 
wilden vuytvallen. Op desen dach werden bij de vianl becommen eenig 
karren ende waegens met vivres gelaeden, die op de heyde gebroocken 
waeren ende daer de soetelaers met haer peerden affgereden waeren. 

Den X*" ginck men metlel delven ende graeven seer voort om op de 
grachten van Ihuys te mogen commen ende begonsten die van binnen nu 
wat meer met musquellen ende roers vuyl te schieten, dan sij te vooren 
gedaen hadden. Terslont naer den middach deden die van binnen een 
vuytval in de loopgraeven tamelijcken sterck, dan overmits sij die al te 
bevreesdelijck beleyden, gaven sij ons volck, die niet veel aldaer om suicke 
vreese en waeren, lyt omme te rugge te Irecken, sonder merckelijcke 
schaede ende soe sij meynden te volgen wasser van achteren suicke ordre 
geslelt, dat sij met schieten vande roers ende musquetten op de selve loop- 
graeve flanquerende lerugge gedreven werden met groot verlies van de 
beuren, ende wedergecommen sijnde in tVavelijn ofte halve maene leggende 
voor de brugge van tfort en dorsten niet dan een alleen t'effens over de 
brugge loopen. In desen vuytval en verlooren wij niet dan cenen man 
ende de vianl al wech gehaelt hebbende dat sij conslen, hebben noch vijff 
doodcn laeten leggen. Desen dach werden noch aen Sijne Ex^'* gebracht 
seeckere brieven van Don Alphonso Davalos geinlercipieerl , bij de welcken 
hij grootelijcx claechde, dat men hem soe weynich machts gaff omme yet 
goets toilet ontset van Coevoerden vuyl te rechten, overmits de 7 vaenen 
ruyteren hem vuyl Brabant gesonden nauwelijcx sterck waeren i 50 paerden , 
noch niet heel wel gewaepent ende dat t'voelvolck weynich ende onge- 
waepent waeren. Des avonls in t'optrecken' vande wacht naer de loop- 
graeven toe, tweicke bij daege geschiede, schooien die van binnen eenige 
schooien onder tvolck, van dewelcke sij twee dool schooien ende een seer 
quetsten, des nachts dede die van binnen weder een vuytval in de contre- 
scharpe van haer ravelijn, tegens den welcken de onsen goei hielden ende 
staecken lange met piecken naer malcanderen ende sloegen met stocken 



— 117 ~ 

oide wierpen met sleenen sonder nochtans merckelijck verlies van de onsen. 

Den xi"" Augusli ginck men mettet graeven voort ende dede men eenige 
iHiiggen maecken omme te paerde naer de loopgraeven toe te mogen 
oommen met weynich pericule. Desen dach quam men in de contrescharpe 
ende des avonts tot aende grachte, die men bevont heel wijt te wesen, 
des achternoens schoot men eenige schooten op thuys , des nachts begonst 
men in de lengte bij de gracht heenen te delven ende brocht men ver- 
scheyden schantskorven in t'vleck mette welcke men aldaer begonst een 
groote batterie op te werpen, noch dreychden die van binnen een groote 
sortye te doen ende schooten wel 200 soe roers ak musquetten aflf, dan 
en dorsten niet voortkommen. 

Den xij" ginck men mettet graeven ende delven alomme voort ende 
begonst men in tsuytoosten in de marasche een schantsken op te werpen 
omme daermede die van binnen den vuyt ende inneganck te voet door 
de marasche in Toosten te beletten soe veel doenlijck was, noch schoot 
men eenige schooten. Op den naernoen sondt Graeflf Willem met een trom- 
slaeger in Coevoorden een copie van den voorn, brieff van Don Alphonso 
Davalos op t'aencommen van welcken tambourijn alle die van binnen aen 
dal oirt op de borstweringe quaemen staen, soe wel mans als vrouwen, 
daerdoor men vermoet dat t'commandement binnen niet heel goet en is, 
ofte dat sij niet ongaerne opgeeyscht waeren. Ten selven daegen quaemen 
acht vendelen van tVegement van Groenevelt alhier in quartier bij Sijne 
Ex*^, laetende beneden aende scheyde van t'waeter (te weeten daer de 
Vecht vuyt t'Graeffschap Benthem commende, loopt in de Vecht van Coe- 
Toerden) een vendel ende tregement van Brederode met 8 vendelen tot 
bewaeringe vande praemen ende de 17 vaenen ruyteren aldaer leggende. 
Ten selven daege trocken noch vuyt ontrent 120 ruyteren van verscheyde 
compagnien omme voor Groeninge de beesten ende ossen te haelen Des 
nachts werde begonnen door te steecken een damme leggende voor de 
Noortpoorte van Coevoerden omme also twaeter vuyte grachten aff te laeten 
in de oude grachte van t'vlcck, dan alsoe die oude grachte seer vervuylt 
was ende men daerdoor vreesden twaeter in de loopgraeven te krijgen 
ende ginck sulcx niet voort, maer begonst men d'selve oude grachte aen 
een sijde te openen ende te diepen om twaeter schot te geven ende voorts 
alle preparatie gemaeckt om tselve metten eersten aff te trecken. Voorts 
ginck men mette batterie in tvleck voort, noch deden die van binnen 
snachls een vuylval, doch sonder groote schaede, overmits daer maer een 
^ande onsen en bleeff. 



1 



^ 118 — 

Den xiij~ ginck men mettet graeven ende delven seer voort ende werde 
noch eenige schooien gesebooten op t*oude huys, van twelcke een deel ter 
needer viel. Hier staet te letten daltet nu veel daegen soe schoenen 
droegen weder geweest is, dat al hadden wij van God Almachtich ge- 
wenscht, men geen schoender weeder en soude hebben konnen weaschen 
om een plaetse bijnaest rontsomme in t*marasche, als dese is, te belegeren. 
Voorts werde gereetschap gemaeckt omme op morgen een convoy naer 
Swol te senden, overmits tbier in tieger begonst te failleren. Ende soe 
ons volck altijt naerder ende naerder graeffde ende oick trachten in troosten 
te oommen op de grachte vanden houcke van tvlecke aff, wierp den 
viant des nachts daertegen een halve maene op, daer sij met gewelt aen 
arbeyden. Voorts begonst twaeter vuyle oude grachte van tvleck aff te 
loopen, onmie plaetse te maecken tottet twaeter, twelcke men vuyte 
grachten van tfort wilde trecken. Noch werden dien nacht 13 schooien 
met geschut door Ihuys geschooten, drie ten thien vuyren, 3 ten elffen, 
3 tèn twaelffen ende 3 ten een vuyren in den nacht, twelcke gedaen 
werden om die van binnen wacker Ie houden, die oick seer met roers 
ende musquetten vuytschooten. 

Den xiiij*' ginck men mettet delven op veel plaetsen voort, vuylgesejt 
tegen het ravdijn aen, daer men mits haer meenichfufdige vuytvallen niet 
wercken en dorst sonder meer verseeckert te sijn, mits twelcke men daer 
ter sijden aen een kleyn schantsken begreep om musquettiers inne te leggen 
ende alsoe bet vuytvallen te beletten; die van binnen arbeyden seer aen 
tvoors. halve maenken in t*oosten van Ifort. Noch ginck des morgens 
vrouch een groole menichte van waegens naer Swol omme eetwaeren te 
haelen, geconvoyeert bij 5 vaenen ruyteren als: Putlis, Barchon, du Bois, 
Votsin ende Lespini. Ten selven daege quaemeu ons volck naer Groeningen 
gegaen weder ende brachten met hem 58 gevangenen vanden viant met 
den Abt van Auwert ende den Ofliciael vande Omlanden Crijt ende 
hadden vanden viant wel 80 doolgeslaegen ende noch wel 30 gequctst, 
noch arbeyden die van binnen seer aen tVavelijn, ende werde meest alle 
het waeter vuyte oude grachte van tvleck getrocken. Op den avont schoot 
men eenige groffschooten op thuys ende des nachts oick eenigen, desen 
nacht werde in de loopgraeven een alarme gemaeckt sonder oi^saecke. 

Den xv~ ginck men mettet graeven ende delven voort ende schooten 
die van binnen veel schooten met twee stncxkens benoorden vuytel fort, 
omme met Ischieten te bedecken haer volck die in groote menichte aen 
de halve maene aldaer arbeyden gelijck sij mede deden aen travelijn, 



— 119 — 

I 

leggende ten suyden. Men begonst mede een catte in tvleck op te werpen 
ten westen van thuys, omme daer vuyt te beter de suyt ende west bol- 
wercken te beschieten, des avonts werde veel schantskorven gebracht op 
den wech van Üaelhem omme daermede de approchen te doen. 

Den XV]*" ginck men mettet graeven ende delven voort ende begonst 
men aen t'west bolwerck de aerde vast in de grachten te werpen, die van 
binnen schooten eenige schooten met haer stucxkens vuyt ende ons volck 
weder op tfort. Des morgens trocken 5 vaenen ruyteren vuyten leger 
omme het convoy te bejegenen, twelcke des avonts in tleger quam, met 
brengende een affuyte tot een canon , eenige raders ende noch den metaelen 
mortier om vier te werpen ende alle de waegens met vivres, ende werde 
voorts alle gereetschap gemaeckt omme de 5 heele canons in tvleck té 
brengen in twesten van tfort. 

Den xvij" ginck men mettet graeven ende delven voort, soe in t*noorden 
naer t'oosten toe, als in tsuyden naer t'oosten toe, daerinne de marasche 
leggende in t'ooslen een groote difficulteyt gaff, want dselve belettende 
dat men van achter niet aencommen en konde, moste men nootelijck 
alleen door de contrescbarpe graeven, omme rontsomme te commen ende 
tfort te besluyten, welck graeven door de contrescbarpe, beneffens seer 
groote periculen, oick langsaem werck was. Ondertusschen en reste de 
viant oick niet maer arbeyde seer aende halve maene, leggende in t'oosten 
ende het ravelijn leggende in tsuyden ten oosten voor de brugge. Men 
ginck mede met t*opmaecken vande cleyne catte in tsuyden seer voort. 
Desen dach ontrent den middach werde doergesteecken een retenue ofte 
damme die twaeter in de grachten hielt , daerdoor twaeter begonst aff te 
loepen ende liep desen dach ende volgende nacht wel 1^ voet aff, noch 
gingen desen dach vuyt t'meestedeel vande gevangenen voer Groeningen 
gekreegen metten Abt van Auwert ende Officiael voors. ende overmits 
tlaeste convoy seer weynich broot maer meest bier ende andere provisien 
gebracht hadden, werden desen nacht noch weder vuyt gesonden een 
groot deel waegens om broot te haelen geconvoyeert bij twee vaenen ruy- 
teren. Ten selven nacht werde de 5 heele canons in tvleck gebracht ende 
geplant. 

Den xviij*" Augusti ginck men mettet graeven ende delven voort ende 
insonderheyt in t' noorden naer troosten toe, daer men tot een steenwerp 
toe quam aen tvoorsz. halve maenken, aen t welck den viant seer arbeyde, 
noch liep eenich waeter vuyte grachte aff ende men begonst in t'westen 
over de poincte van tbolwerck een mijne te maecken omme dopr dselve 



1 



— 120 — 

de gracht aldaer te mogen vullen, voorts ginck men mettet wercken aen 
de catte voort, des nachts werde noch een andere damme doorgesteecken , 
daerdoor twaeter mede seer affliep. 

Den xix** liep het waeter seer door de voorsz. plaetsen aff ende met 
suicke cracht dat de canallen daer door het liep met sant ende slick Tcr- 
vuylt werden, die men daeromme van nieus moste diepen. Desen dadi 
werde bevonden twaeter van de grachten tot eenige plaetsen niet dan 
anderhalve voet diep ende tot andere dieper, maer generalijcken was het 
rontsonmie wel 3 voeten affgeloopen ' , twelcke den viant gewaer werdende 
stack selffs boven tfort door het revierken commende vuytet marasche van 
Toosten, omme alsoe weder waeter in de grachten te krijgen, alwaert 
niet soe veel, ten minsten versch. Dit revierken hadden die van binnen 
te vooren selffs gestopt omme t'marasche te meer te mogen inunderen. 
De onse suick doorsteecken weder gewaer werdende, hebben t'^elve revier- 
ken boven tfort weder gedampt ende twaeter door een sloote geleyt in een 
ander canal, onrnie alsocLbuyten om ende van thuys aff te mogen commen 
beneden tfort weder in sijn behoirlijck canal, in meyninge hiermede te 
meer waeter vuyte grachte te doen affloopen ende Igeene daer blijven 
sonde te doen stille staen ende sulcx mits theete weder te doen stincken. 
Desen dach werden veel schantskorven gcvoert in l'noordwesten van tfort, 
omme aldaer een catte te maecken, daer men wel met 200 man aen 
arbeyde, noch ginck men mettet graeven ende delven seer voort, werden 
oick eenige schooten met groff geschut op thuys geschooten, noch werde 
een batterie in tsuytwesten op de voet vande gracht gemaeckt, omme 
aldaer eenige halve canons te setten ende den viant daermede vuyte fausse 
breye te verdrijven, noch creech men tijdinge dat sij op eergisteren nacht 
vuytgesonden hadden 3 persoenen omme ontset, ten welcken fynen men 
gelooft dat sij doen ende den volgenden nacht seer geviert hadden, men 
creech mede tijdinge dat den viant op wech was omme ons convoy aff te 
werpen wel met 400 paerden ende/soe veel voetknechten , daerdoor tconvoy 
tot Swol desen dach bleeff ende werden verscheydcn peerden vuytgesonden 
omme seeckere contschap van den viant Ie krijgen. Men creech voorts 
tijdinge dat ons volck te Ooetmaerssen leggende, hoerende dat den viant 



> Hier heeft het manascript de volgende aanteekening : «dat dit meeten geschiede met stocxkens 
van gdQcke lengte daer onder loot aen gedaen was ende boven papier iugcstcecken , die men b de 
grachten wierp ende door tpapier dat boven bleeff sacb men hoe diep de gracht was ». 



I 



— 121 — 

naer IconToy vuyl Oldenseel vertrocken was, vuytgevallen was ende hadden 
Teel beesten om Oldenseel gehaelt ende tot Oetmaerssen gebracht. 

Den XX*" liep Iwaeter seer aff ende ginck men mettet graeven ende del- 
ven seer voorts, mitsgaeders mette catte, voorts trocken vuyten leger 5 
Yaenen niyteren omme tconvoy tot Swol te bejegenen ende soe verseeckert 
OTcr te brengen, twelcke geschiet is ende is tconvoy ontrent den avont in 
Üeger geanriveert met alle de waegens met vivres ende andere admunitie 
van oirloge. 

Den xxj^ Augusti ginck men alomme mettet wercken voort meest soe 
stille datter nauwelijck een schoote geschooten en werde , dan op den avont. 

Den xxij*" heel vrouch trocken wederomme eenige waegens naer Swol 
om vivres ende ander admunitie van oirloge, geconvoyeert bij drie vaenen 
ruyteren, voorts ginck men mettet graeven ende delven alomme seer voort 
eode mette catte. Die van tfort staecken desen dach wederomme op opt 
Doort bolwerck twee vendelen, niettegenstaende sij nu eenige daegen geen 
vendelen gethoent en hadden. Voorts werden toebereyt de batterijen op 
de grachte tot ses stucken ende des achternoens eenige coegels derwaerts 
gebracht, des nachts werden twee halve canons vuyte batterie van den 
wech van Emlichem gehaelt ende een stucke weges terugge gebracht. 

Den xxiij*" ginck men mettet graeven ende delven alomme ende melte 
catte seer voort, werden mede de batterie in twesten van tfort totte 3 
heele canons wel een halff mans lengte verhoecht, werde voorts in de 
selve batterie ende de batterien op de gracht eenich pulver gebracht, des 
nachl5 werden de 3 halvö canons geplant op den voet vande gracht , de twee 
omme teschieten op de brugge ende eensdeels te flanqueren in travelijn voor 
de brugge leggende en het derde om den viant vuyte voet van sijn wal, daer 
bij achter de palissade in formc van fausse breye lach te verdrijven ende 
sulcx te beter de gracht te mogen vullen, twelcke in twesten begonnen 
werde met een groote comniodileyt , overmits twaeter soe laech affgelaeten 
was, dat de grachte aldaer bijnaest geheel drooch lach. Den selven nacht 
werde noch een fort gemaeckt in t*noortoosten van tfort omme tselve te 
beter te besluyten, werden mede noch een schantse geworpen in tsuyden 
op den wech van Emlichem, omme sulcx alle ontset te beter te mogen aff- 
keeren ende beletten. 

Den xxiiij" Augusti ginck men mettet graeven ende delven seer voort 
ende quam men soe naer aen t'ravelijn voorn*, dat ons volck ende den 
viant malcanderen mette aerde over tlijflf conden werpen , in een tranchee 
die beneden t Va velijn recht op de brugge aen liep, in welcke tranchee den 



\ 

\ 



/ 

/ 

/ _ 122 — 

viant des nachts, meynende een vuytval Ie doen al geweest hadde, maer 
was weder wech geweecken. Men was mede op een halve spietse lengte 
naer aen t'halve maenken, leggende in t'oosten. Ontrent 9 vuyren dede 
Sijn Ex^ tfort aen t'ravelijn opeyschen, daer den Sergiant in fraye- 
lijn leggende op antwoorde, dat men niet meer aen onse sijde wercken en 
soude, men soude mede aen sijne sijde niet wercken, tot dat hij stjn 
Genaede Graeff Frederick van den Berge soude gesproocken hebben ende 
daerop gegaen sijnde in tfort, heeft Graef Frederick selffs over de walle 
geantwoort, dat men noch een maent ofte twee daervoor leggen soude, 
middelertijt souden die van binnen haer beraeden wat sij doen soaden, 
waer naer men met wercken alomme weder voortginck ende begonst men 
mette voors. 3 halve canons eenige schooten op de brugge te schieten 
ende d'ander halve canon om op de pallisade te schieten werde reede ge- 
gestelt, mitsgaeders volmaeckt de batterie totte 3 heele canons, op de 
welcke terstont een canon geruckt ende daermede op tfort eenige schooten 
geschooten werde. Voorts werde last gegeven, dat men met tvullen van 
de gracht soe veel doenlijck was voort vaeren soude , ende dat M'. Jan 
Bouvier alle sijn vierwerck gereet maecken soude ; noch werde met een 
steen in thooft gequetst den raetsheer Gamminga. Desen dach heel vrouch 
reden 6 vaenen ruyteren vuyt, omme t'convoy van Swol te bejegenen, 
welcke des avonts met alle de waegenen behouden overquam, medebren- 
gende twee metaelen veltstucken ende 2 ijsere stucken, omme die op de 
pallisaede ende fausse breye te gebruycken. Ontrent den middach begonst 
men met 5 stucken te schieten, 5 heele ende 2 halve canons, te weeten 
mette halven op de brugge en de ravelijn ende de drie heelen hier ende 
daer op tfort; des achternoens werden eenige constabels geschooten in de 
batterien op de grachte ende oick voor inde borst geschooten den Heere 
van Keenenborch. Die van binnen staecken naer den noen noch 5 vende- 
len op ende sulcx lieten vliegen 5 vendelen , men ginck met vullen van 
de grachte in t'noortwesten van tfort seer voort in vougen , dat men soe 
dien dach als naest volgenden nacht de galerije wel IS voeten in de grachte 
vuyt lengde. Dese galerie werde gemaeckt in forme van een mijne boven 
ende besijden becleet met plancken, hebbende over beyde sijde een dexsel 
van aerde in de grachte geworpen, daer de gallerie tusschen doore ge- 
maeckt werde. 

Den XXV*" ginck men mettet graeven ende delven alomme seer voort, 
mitsgaeders oick mettet vullen vande gracht ende vuylsteecken vande 
galerie, dan die van binnen een nieu schietgat in een houck gemaeckt 



1 



— 123 ^ 

hebbende schooien een schoot met een stucxken op de galerie, dat sij die 
wel acht voeten inne schooten ende twerck verachterden, doch schootea 
de onsen terstont soe dapper in t'schietgat voornt, dal sij t'selve stuck 
demonteerden ofte den viant daer sulcken vrese gaven dat hij daermede 
niel meer en dorste schieten, waernaer de galerie weder gemaeckt ende 
voorts aengelengt werde in vougen dal men desen dach wel S5 voeten in 
de gracht quam. Voorts werden eenige schooten op de brugge geschoo- 
len ende daermede soe veel vuyt gerecht de valbrugge affgeschooten werde, 
in vougen dat men over de brugge niet meer gaen en konde sonder eerst 
vermaeckt te sijne. Op den achter noen ontrent 6 vuyren ,ons volck ge- 
graeven sijnde tegen de poincte van het ravelijn quaemen aen de contre- 
scharpe van t'fort ende aen seeckere hameye daer staende, dien sij terstont 
blinden, werpende aerde daertegens, omme haer daer vast te maecken 
ende in defensie te brengen, groeven mede in troosten in de contrescharpe 
van tfort omme alsoe van de brugge ende ravelijn van tfort aff te snijden 
seeckere twee halve maenkens leggende t'een in t'oosten, daer hiervooren 
aff verhaelt staet ende t'ander recht achter de hameye in t'oosten ten 
soyde, daer tegens den viant vier ofte vijffmael vuytviel omme ons volck 
van daer te verdrijven ofte ten minsten de hameye voor t'ravelijn te ver- 
branden, tot welcken eynde sij brandende peckrepen daeraen wierpen, 
dan werde bij de onsen wederstaen ende belet dat niet dan een deel van 
de hameye en verbrande, in vougen dat sij haer daer achter slerck maek- 
ten. Des nachts quam men op de voet vande grachte van t'ravelijn ende 
stelde aldaer schantskorven vande welcken eenigen in t'stellen in de gracht 
vielen, daer door de viant presumeerde (soe men vermoet) dat men de 
grachten vulde ende dat men op de voet geschut brengen wilde, waer- 
door ende dat sij vreesden affgesneden te werden van de voors. twee halve 
maenkens, verliepen sij desen nacht soe het ravelijn als dselve halve maen- 
kens, ende weecken allegaeder op tfort, brandende een deel van de 
brugge aflf, voorts staecken sij een vier op haer catte op, daer tegens 
weder een vier van buyten gesien werde , twelcke men vermoet van een 
viiylgesonden boode te sijn. Noch werde een schantsken opgeworpen in 
l'marasche in t'oosten van tfort, om van buyten oick tfort te besluyten, 
alle de andere wercken gingen seer voort ende werde de galerie soe seer 
verlengt dat se desen nacht over de 40 voeten in de gracht quaemen, 
noch schoot men desen dach ende oick nacht eenige vierballen in tfort, 
sonder groote operatie, dan dat daerdoor in den nacht eenige hutten 
branden, maer werde haast gelest. 



1 



— 124 — 

Den XXV]" Augusti ginck men met tgraeven ende delven alomme door 
de contrescharpen ende de verloopen ravelijn ende halve maenen seer 
voorl, mitsgaeders met de calte ende t' vullen vande grachte. Men schoot 
mede eenige schooten op de fausse breye ende palissaede , omme daer 
mede te favoriseren t'vullen van de gracht ende vuytsteecken van de 
galerie, men schoot oick eenige schooten op tfort ende doort huys, noch 
werde desen dach een reveue generael gedaen van alle, de cavalerie, 
dwelck in presente vechtende ruyteren van de 18 vaenen ruyteren sterck 
bevonden sijn over de 1400 paerden, bchalven 70 van Baelens ruyteren 
tot Oetmaerssen, 50 van Potlis tot sHerenberge ende 50 van M. Bacx tot 
Bergen op den Soem. Omtrent den middach is tfort nochmael gesommeert 
omme haer over te geven, dan gaff Graeff Frederick voor anlwoort, dat 
men de wallen als thuys affschieten soude, ende dan een storm ofle twee 
aenbrengen ende dat hij daer naer tijts genouch hebben soude omme een 
tambourijn vuyt te senden om een appoinctement. Ten selven daege omme 
graeffden haer ons volck in de contrescharpe van thuys in sulcker vougen 
dat men daer rontsomme gaen conde. Voorts werden geschooten eenige 
vierballen sonder effect ende werde de viant met ons schieten gedreven 
vuyte voet van sijn grachte, daer hij bij forme van fausse breye lach, 
noch reden eenige ruyteren vuyt tleger naer Groeningen omme advantagie 
aldaer te vinden ende eenige omme den wech van Oldenseel te becommen. 
Des nachts werde seer op tfort geviert, twelcke op de catte hooge opge- 
steecken werde. Werde mede seer gegraeven omme de loopgraeven in de 
contrescharpe heel breet te maecken, werde mede noch een viercant bij 
forme van een schantsken opgeworpen recht voor de poincte van t'ravelijn, 
op den wech van Emblichem omme ons volck te verseeckeren ende den 
viant die tot ontset soude mogen commen aflteweeren. 

Den xxvij*" Augusti ginck men mettet graeven in de loopgraeven, tvuUen 
vande gracht (die desen dach wech 60 voeten lange gemaeckt werde) 
ende t'verhoegen vande catte seer voort ende schooten die van binnen 
eenige schooten op de gaelderie, daerdoor sij de onsen eenichsins bc- 
letten, doch werde heml. sulcx terstont door ons schieten belet. Des 
nachts vierde die van tfort seer, werde van buyten daer tegens weder een 
vier gemaeckt sonder dat men weet wat tselve beduyde. 

Den xxviij" ginck men met t' vullen vande gracht, breden ende ver- 
seeckeren vande loopgraeven ende verhoogen vande catte seer voort ende 
middeler tijt werden eenige schooten vande onsen geschooten. Voorts 
werde gedelibereert om een convoy naer Swol te senden om noch eenich 



r 



125 — 



geschut herwaerts te brengen, daerop op den naernoen vuyten leger ver- 
Irocken seer veel waegenen, geconvoyeert bij vijff vaenen ruyieren met 
alle de treckpaerden wel tot 800 toe in den leger sijnde. Voorts werde 
hel een betrocken weder ende begonst op den avont oick wat te regenen, 
men schoot desen dach eenige vierballen, doch sonder effect, eensdeels 
offldat men meent dat de ballen niet wel getempert en sijn, overmits 
dselve al te vrouch branden ende dickwils geconsumeert sijn eerse neder 
comnien ende eensdeels omdat den mr. geen propositie en hielt om die 
te werpen, d'eene reyse die te corte werpende, ende d*andere reyse over. 
Des nachts de viant een stuck geschuts verplant hebbende ende in flancque 
daermede konnende schieten op de gaelerie oft mijne, belettede door sijn 
schieten twercken aen deselve voor die geheele nacht, in dewelcke die van 
binnen driemael achter den anderen vierteeckenen opstaecken ende werde 
daerlegens weder in t'marasche geviert. 

Den xxix" Augusti des morgens vrouch werde een van onse stucken 
verplant ende in t' noorden gestelt, daerdoor tschieten van t'stuck van den 
viant staende in t'noorden van t'suytwest bolwerck belet werde , mits welcken 
twercken aende galerie weder voort ginck, werden noch eenige schooten 
op tfort hier ende dacr geschooten. Noch werde seer gearbeyt aen de 
catle ende omme de loopgraeven heel breet te maecken, voorts regende 
het desen dach seer ende werden gehoort eenige gevangenen, die des 
anderen daechs gevangen ende voor Oldenseel gecommen waeren ende 
daeronder eenigen bevoorens vuyt Coevoerden gecommen, die verclaerden 
dat opt tfort niet meerder als dranck soude van noode sijn door gebreck 
vau waeter, door dien op thuys maer eenen put en was, houdende seer 
weynich waeters ende dat daerentegen op thuys waeren ontrent 700 sol- 
daeten, behalve wijff ende kinderen, doch dat van andere provisie tfort 
tamelijcken voorsien was, dat mede de hoope van ontset cleyn was. Desen 
nacht en werde aende galerie om tschieten van die van binnen niet 
gearbeyt. 

Den XXX" Augusti ginck men met tbreden van loopgraeven, verhoogen 
Tande catte ende vullen vande grachte seer voort, oick reden vuyten 
leger alle de voordere vaenen ruyteren omme te bejegenen het convoy dat 
dien dach van Swol scheyde, medebrengende thien stucken geschuts, te 
weeten 5 halve ende S heele canons met noch een groote menichte van 
waegens gelaeden met admunitie tot t'voorsz. geschut noodich, met welck 
geschut ende waegens sij dien dach tol Ommen quaemen. Voorts werden 
eenige schooten op tfort ende de suytkatte van dien gedaen ende was 



— 126 — 

l'weer heel buydich ende seer regenende, was mede Sijn Ex*** wat siecke- 
lijck, des nachts arbeyde men weder aende galerie ende werde noch een 
batterie op de gracht van tfort gemaeckt in tnoorden tot twee stucken om 
den viant oick aldaer vuyte fausse breye te verdrijven, 

Den lesten Augusti ginck men mette voorsz. wercken seer voort ende 
insonderheyt de catte ende tVuUen vande grachte, voorts schoot men 
eenige schooten op tTort ende het was seer regenich ende windrich weer, 
twelcke in desen oirde, daert leech lant ende vol marasche is, ende in de 
loopgraeven seer onbequaem ende moeijelijck weer is. Voorts quaemen 
meest alle de waegens van tconvoy weder in tleger mette ammunitie ende 
tgeschut in truylerquartier aen de scheyde van de Vecht. Werde mede 
de galerie verlengt ende gebracht tot aende pallisade van tfort ende des 
nachts aende walle. Ten selven daege begonst de viant aff te snijden 
het westbohverck , daer de vullingc vande gracht ende de galerie op de 
eene sijde aen quam, daer vuyt men vermoede dat sij tselve bij noot wel 
souden mogen abandonneren, noch creech men desen dach pertinente tijdinge 
dat de viant op Vrijdach voerleeden voor Berck over den Rijn gecommen 
was , beleyt bij Graeff Gaerl van Mansfelt ende Mon Dragon ^ , ende de 
Spangtaerden met den Golonnel Emanuel de Woga , dat mede sij gemonstert 
hadden voor Enmierick ende sterck bevonden waeren 4500 mannen, doch 
dat daer onder wel waeren 300 man alleen vuyt Emmerick die als passe- 
volanten monster passeerden naer de monsteringe werden sij betaelt. Men 
vermoede dat sij vervoucht bij tvolck van Verdugo wel mochten trachten 
om Goevoerden eenich ontset te doen oil aengrijpende een ander plaetse 
ons soucken te diverteren. Hierinne werde bij Sijn Ex*^* voorsien, dwelck 
alle de schantskens om Goevoerden gemaeckt seer dede verstercken, dede 
mede de loopgraeven soe sterck tegen die van buyten als van binnen 
maecken, ordineerde mede dat de cavalerie met tregement van Brederode 
souden connen logeren ontrent thuys ter Scheere, weesende niet wijt yan 
sijn quartier, beschreeff mede de Heer Vere omme mettet Engelsche rege- 
ment weder in tleger te commen. 

Den eersten Septembris ginck men mettet graeven, delven ende verhoo- 
gen vande catte alomme voort, men begonst mede de trancheen op te 
worpen aen thuys ter Scheere, daer de cavalerie ende tregement van Bre- 
derode leggen souden. Men verst ont mede dat de Graeve van Hohenloe 
tot Swol was wachtende aldaer eenige soldaeten van tregement van Stol- 



Deae twee trockm van den RUn wederomme. 



— 127 — 

beiden * ende twee vaenen ruyieren omme met dselve herwaerts in t'leger 

te commeo, dat mede Graef Philps (die met tWoIck vao Vranckrijck we- 

deromme gecommeu was) met 19 vendelen knechten marcheerde naer 

sGraeTen weert om aldaer naerder bevel te verwachten. Ontrent negen 

Toyren voer noen nam ons voick de walle vanden viant door de galerie 

in ende begonsten te sapperen, in vougen dat sij desen dach wel een 

spietse lengte daerinne graeffden ende de aerde onderstoenden ende bevon- 

den dat thout daerinne gearbeyt niet heel door en ginck, maer alleen een 

s{Hetse diep in de walle lach, dat mede de aerde seer gul ende bol was 

eode mitsdien seer bequaem om te mineren ende sapperen. Op t'inneloo- 

pen vande walle voornt. schooten die van binnen seer naer de onsen soe 

met twee stucxkens als met roers ende musquetten ende insonderbeyt daer 

de galerie cesseerde laetende sijn oepen om aende walle te mogen com- 

men, dan de onsen schooten mette roers ende musquetten, mitsgaeders 

met tgroff geschut soe dapper wederomme dat sij niet aUeen en faciliteer- 

den de onsen om in de walle te commen, maer deden oick soe veel dat 

de viant meest verveerdelijck schoot ende sulcx niet dan een ofte twee 

van de onsen en quetsten, sonder yemant doot te schieten. Noch werden 

veel vierballen in tfort geworpen, doch sonder eflect. Ontrent den mid 

dach werde tfort derdemael opgeeyscht ende gaff Graeff Frederick voor 

antwoort (heel droncken sijnde) dat hij tfort begeerde te houden voor den 

Coning totten lesten man ende druppel van sijn bloet toe, dat men Sijn 

£x*^ ende Genaede soude goeden nacht seggen. Ontrent elff vuyren be- 

gonst het heel sterck te regenen ende regende totten avont toe, daerdoor 

men van wercken most ophouden, behalven de sappe die langsaem voort 

giock. Op den avont werden in tquartier van Sijn Ex*^' gebracht de 10 

stucken batterie van Swol gecommen ende creech Sijn Ex^ tijdinge, dat 

den Gracve van Hohenloe met sijn vaen ruyteren ende tregement van 

Stolberch (voor soe veel tselve bij een was) tot Onmien gecommen was. 

Des nachts werde seer in tgraeffschap van Benthem geviert met branden 

van een huys ofte schuyre, daertegens die van binnen weder een vier op- 

staecken, — voorts werden aenden voet vande catte noch geplant de 9 

ijsere stucken, die te vooren van Swol gebracht waeren ende een halve 



* De Overste Effern, Heer van Stolberg, had van de Staten Generaal reeds v^r de verovering 
Tm Steenwijk commissio ontvangen tot het ligten voor den tijd van drie maanden van tien vendelen 
voetvolk, ieder van 200 man, die op den Isten Angustns Onder de wapens moesten syn. (Resol. 
m de St. Gen., 20 Mei 1692. — Van Reyd, IX, hl 330.) 



1 



— ]28 — 



canon om den viant oick aen die sijde yuyte fausse breye te houden , daer 
die van binnen noch dien nacht innequaemen , Haer houdende off sij een 
halfF maenken leggende op de eene sijde vande galerie tot bewaeringe 
van dien wilden affloopen maer en quaemen niet aen, dan vraechden 
alleen wat men daer maeckte ende hielen haer voorts op tfort heel stille. 

Den ij" ginck men met t'arbeijen alomme seer voort ende oick mette 
sappe ende werden eenige schooten mette heele canons geschooten op 
tfort. Voorts reden Sijn Ex**' ende Graeff Willem met eenige ruyteren 
selffs den Graeve van Hohenloe tegen, die ontrent 12 vuyren in tleger 
quam met sijn vaen ruyteren ende tregement van Stolbergen met 7 ven- 
delen voetknechten sterck ontrent 800 mannen ende gingen logeren in de 
nieuwe tranchee, begonnen aen thuys ter Schere. Ten selven daege werden 
de twee ijsere stucken vanden voet vande catte genomen ende geplant 
in t'noortoosten omme den viant aldaer mede vuyle fausse breye te houden, 
voorts creech men seeckere tijdinge, dat de avantgarde van den viant ge- 
commen was al op gisteren te Gildehuysen bij Benthem ende dat op huyden 
de bataille ende de arriere garde daer wesen soude, dat mede des nachts 
5 cornetten paerden van den avantgarde tvier voors. ontrent Emlichem 
gemaeckt hadden, werde mede verstaen dat de viant van tvolck over Rijn 
versch gecommen niet stercker en was dan ontrent 3500 voetknechten 
ende ontrent 400 paerden, dat Verdougo hem daerbij vougen soude met 
ontrent 1500 man te voet ende 400 paerden, ende dat Graeff Harmen van 
den Berch vuyt Groeningen noch aldaer brengen soude 800 man te voet 
ende 40 peerden, dewelcke men meynde dat gedestineert waeren om Coe- 
voerden te ontsetlen, daer doen seer weynich apparentie toe scheen te 
wesen, overmits op dat volck in tleger al gecoockt was, ende men niet 
van meyninge en was om haeren twille op te breecken, maer haer thooft 
te bieden soe sij quaemen. Noch creech men tijdinge vande Engelschen 
dat die tot Swol vergaederden om mede herwaerts te commen, des nachts 
regende het seer ende vierden die van binnen seer, daertegens weder van 
buyten geviert werde. 

Den iij" Septembris regende het vanden morgen aen tot middach toe 
soe seer, dat men van alle wercken vuytgeseyt de sappe, moste ophouden 
ende oick weder doorsteecken den dam aen thuys ter Schere te vooren 
geslaegen, om twaeter quyt te werden. Naer den middach begonst den 
wint noortoost te wayen ende tweder heel claer te werden daerdoor men 
begonst oick mette catte ende tverstercken vande loopgraeven voort te 
gaen ende de sappe meerder ende meerder te voorderen. Des avonts tri- 



— 129 — 

lunpheerde die van tfort heel ende trocken met tvliegende vendel om de 
vallen eode schooien drie t'salven, des nachts werde weder van buy^en 
eode binnen seer geviert. 

Den iüj" Septembris verlrocken vuyten leger seer veel waegenen om 

vivres te haelen ende gingen naer Meppel toe, om aldaer de vivres te 

baelen, geconvoijeert bij een vaen ruyteren twelcke het eerste convoy 

was, dat naer Meppel gedaen i^erde, om vrij ende seecker te mogen gaen, 

welcken weg bij Sijne Ex'*" tol noch toe oepen ende ongebruyckl gelaeten 

vas, om die alleen te gebruycken als den viant soe naer soude commen, 

dat hij de convoyen op Swol eenichsins soude konnen beletten, overmits 

hel den viant niet mogeltjck en is op dien wech te commen, ten waere hij 

door de Boer lange om ende voorbij thuys te Wedde, eerst naer Groen ingen 

tooch , om van daer op den wech van Meppel te commen om de maraschc 

vUle leggende op de noortsijde van Hardenberch ende Ommen. Voorts 

was het seer goei weder, waerdoor men met tgraeven ende delven alomme 

seer voorlginck, met oick tverhoogen vande catte, noch werde seer ver- 

sterckt tschantsken leggende op den wech van Emlichem, daerinne oick 

opgeworpen werde een batterie lot de twee metaelen veltstucken omme 

die aldaer tegen den viant, soe hij wilde commen, te gebruycken. Op 

den morgenslont ontrent 8 vuyren liepen drie van onse soldaeten op de 

poincte van t'weslbolwerck om t'selve te besichtigen, ende daerop sijnde 

begonnen te roupen val aen, val aen, twelcke die van binnen siende maeck- 

len een seer groeten alarme ende quaemen met haer vendels op deselve 

poincle loopen, daer de onsen seer veel schooien mette 5 heele canons 

naer deden. Dit oploopen werde daer mede gefaciliteert , dal men een 

deel vande poincte vande wal gesappeert ende onderstut, hadde laeten 

vatten, overmits de aerde van dien soe gul was dat men vreesde dat die 

al evenwel van selfFs eens vaUen ende dan ons volck schaede doen soude. 

De soldaeten quaemen ongequetst weder afF ende seyden dat de viant de 

poincle vuyt gedolven ende eerst met een pallisaede, ende daernaer met 

een halve maene affgesneden hadden , in alle schijn als t^oostbolwerck te 

Steenwijck affgesneden was. Hiernaer verleende hem den viant met 5 

coraellen paerden ontrent een halff mijlken vanden leger, daerop weder 

eenige paerden vuy treden, om hem te decouvreren, die bevonden dat hij 

^eder afftooch, — men creech voorls tijdinge dat de viant op gisteren 

nacrnoen hem verthoenl hadde voor Oetmaerscn met ontrent 800 paerden 

eode 28 vendelen voetknechten , dat hij oick in l'marcheren was om her- 

waerU Ie commen, waerdoor men de wachten alonune verstercktc, nielte- 

I. 9 



— 180 — 

genstaende die des naclits meerder geweest waeren als te vooren, werden 
mede de twee metaelen Teltstucken gebracht in de schantse op den wech 
van Emiichem leggende, noch werden in de nieuwe tranchee ofte Iquar- 
tier vande cavalerie aen thuys ter Schere leggende gebracht twee halve 
canons met cruyt ende scherp, om den viant daermede aff te keeren, soe 
hij derwaerts wilde. Van gelijcken werden in t'suytoosten ende suyden 
van t'qartier van Sijn Ex*'* gestelt S stuckcn geschuts , 2 halven ende 3 
heele canons omme te flancqueren over tgeheelc velt, liggende tusschen 
den wech van Emiichem ende tselve quartier ende oick nederwaerts , scheyde 
men mede vuyt alle de wercken (vuytgeseyt de sappe, tVerstercken van 
tschantsken op den wech van Emiichem ende van tquartier vande cava- 
lerie voorn, daer mede laegen tregement van Brederode ende van Stol- 
bergen) omme de soldaeten alomme op haer waepenen te doen passen ende 
werden alle saecken daer naer gestelt om den viant thooft te bieden , soe 
hij quaeoL Voorts schoot men eenige vierballen in tfort , maei^ sonder 
effect. Op den naernoen werde noch een schantsken opgeworpen ten halff- 
wegen vande schantse, leggende op den weg van Emiichem ende tquartier 
van Sijne Ex***, twelcke oick dien avont opgemaeckt werde. Werde noch 
een ganck gemaeckt vande schantse op den wech van Emiichem tot aen 
tschantsken , ' leggende beoosten vanden selven wech , wesende deselve 
ganck over beyde sijden een mans lengte hooch bescbantst, omme vrijelijck 
malcanderen te mogen succurreren, werden mede een loopgraeve gemaeckt 
van tschantsken leggende in t'oosten van tfort in t'marasche totte loop- 
graeve leggende in de contrescharpe , om oick den een den anderen 
te mogen succurreren. Des naernoens begonst men weder aende catte te 
wercken ende ginck oos volck logeren boven in den affgevallen walle ende 
in de voet vande borstweringe van dien, daer sij haer vast maeckten, 
werpende de aerden van boven neder. Voorts creech men tijdinge dat de 
viant sterck stijff 400Q man te voele ende ontrent 1000 paerden des nachts 
gelogeert hadde te ülsen ende des morgens tusschen 7 ende 8 vuyren ge- 
commen was tot Emiichem, logerende de peerden in het dorp ende tvoet- 
volck buyten het dorp over dese sijde, egeen sonderlinge bagagie bij haer 
hebbende, nochte vrouwen, noch oick hutten maeckende, dat mede sij 
vuytgesonden hadden tot twee maelen toe verscheyden ruyteren omme te 
decouvreren den wech ende wat ons volck deden, welcke ruyteren tot een 
halff vuyre gaens aen tleger gecommen sijn ende van Sijn Ex'*' selffs 
ende den Graeve van Hohenloe verscheydentlijck gesien , dan en attenteerden 
niet besonders , hierdoor vermoede men , dat sij des nachts wel een cami- 



— 131 — 

sade ofte aenloop mochten doen, daerdoor alomme de wachten verdubbelt 
eade rerslerckt sijn, dan en is doen noch sulcx niet gevolcht. Noch creech 
loen tijdinge dal bij tseWe volck vanden viant niemant en was dan Mon 
Dragon, dan dat Graeff Carel * ende Verdougo verwacht werden met 300 
mannen ende 4 veltstucken van Oldenseel, dat mede Graeff Harman van 
den Berge van Groeningen verwacht werde met 4 vendelen Jcncchten , die 
desen dach oick over de Boertange trock, om hem bij haer te vervougen, 
ir^den mede geseyt dat de viant alomme neerstich ondervraechde off ons 
vdk geen gereetschap en maeckten om op te breecken, waervuyt men 
rermoet haer meyninge geweest te sijn, dat Sijn Ex^*' alleen op tgeruchte 
van haer compste soude gaen loopen, maer de tijden van dien sijn ver- 
andert. Des nachts vierde de viant seer te Emlichem ende oick te Lair 
ende werde van thuys daer weder tegen geviert, sonder datter yet anders 
besonders vuytgerecht werde. 

Den V*" ginck men melte sappe, tVerhoogen vande catte ende tver- 
slercken van t'ruyterquartier seer voort, soe om die van binnen meerder te 
benauwen als ons beter tegen den viant te mogen defenderen. Die van tfort 
arbeyden seer aende poincte daer ons volck boven inne lach, met op- 
werpen van aerdcn ende werpen van steenen, voorts regende het seer ende 
bleeff de viant tot Emlichem leggen, sonder yet te doen, dan sont alleen 
5 cornetlen peerden om den wech te besichtigen , naer t*quartier toe daer 
ons volck gelegen hadden aende scheyde vanden Vecht, sont mede on- 
trent 100 paerden vuyt op den wech naer Coevoerden, dwelcke aenrijdende 
op 13 peerden van de onsen aldaer op de wacht staende, naemen dselve 
de vlucht naer fóchantsken toe, die alleen eenige peerden vanden viant 
vokhden, dan soe weder eenige schutten vuyt tschantsken vuytvielen, weeck 
den viant oick wederomme, hier werde een peert vande onsen geschooten. 
Desen dach viel noch een stick vande walle aff, ondersappeert sijnde, 
desen dach werde gekregen een dienaer van Joncheer Johan van Steenwijck 
met een brieffken van Verdougo, daer vuyt bleeck, dat hij eenige corres- 
pondentie met Verdougo gehouden hadde ende bekende de dienaer seeckere 
ad?ertissementen die sijn M*" aen Verdougo door hem bij monde hadde 
bieten doen, waerdoor Sijn Ex**' terstont te peert vuytschickte om hem te 
haelen op thuys te Ruynen. Desen Jan van Steenwijck was eygenaer van 
ihuys ter Schere, daer Sijne EV' gelegen hadde ende at alle daechs aen 
Sijnc Ex*"* taefelc ende hiel hem al off hij onse sijde gansch toegedaen was 



*• Fait falsum. 



1 



— 132 — 

geweest, ende onder dat decksel hadde al van voor Steenwijck begonne» 
te negocieren tusschen Sijn Ex^* ende den Drost van Coe voerden. Des 
nachts quam den viant op t*velt, leggende benoorden Lairwolt met eenich 
volck te voet ende te paerde ende met eenige waegens, dan was van selfls 
weder gekeert. Men vermoet dat op de waegens gelaeden waeren scherpen 
ofte cruyt, des nachts vierden die van thuys seer, doch en vierden den 
viant van buyten niet. 

Den vi*° ginch men met t'verhoogen vande catte ende de sappe seer 
voort ende verdiepte men meest alle de grachten leggende buyten om de 
loopgraeven ende de trancheen van tfort; voorts werde Jan van Steenwijck 
voornt. gevangen ende quaemen de Engelschen des avonts tot Dadem, 
snachts werde bij die van thuys seer geviert ende maeckte deu viant 
seer veel alarmen in tschantsken op den wech van Emlichem, daer door 
t'volck in t quarlier van Sijn Ex*^ meest al den nacht in de waepenen 
stonden. 

Den vii*" des morgens vrouch ontrent anderhalff vuyr voor den dach, 
bracht de viant met meest alle sijn leger soe te paert als te voet een groote 
camisade aen op tquartier vande ruyteren Brederode ende Stolbergen, 
treffende eerst op t'oirt daer Stolbcrgen lach , daernaer op t'oirt daer Brede- 
rode lach ende ten derden in t* westen recht achter het ruylcr qiiartier, 
daer weynich volck lach, dan werden met een clouckmoedicheyt alomme 
affgekeert, ende niettegenstaende eenige van hen in t\»e$ten.al op ende 
over de tranchee waeren, soe werden se noch affgeslaegen, door aenloopea 
van Hopman Schaeff mette sijnen ende het secours dat, mits den groolen 
alarme, haer vuyt t'quartier van Sijn Ex*^* gedaen werde. Men schoot mctte 
twee halve canons in dat quartier slaonde seer op den viant die hem in 
t'acn vallen seer couragieus thoenden In t'noorlwestcn stont noch een goeden 
hoop volckx, om aldaer mede een acnloop te doen, dan bleeff terugge, 
tsij omdat de anderen quaelijcken gevaeren waeren, oile omdat sij aldaer 
meer werkx vonden dan sij meenden. Desen aenloop duyrde een groot vuyre, 
hebbende alle de vianden elck een wil hemde over haer clederen soe te 
paert als te voet ende deden met t'kriecken vanden dach haeren afftochl 
in tamelijcke goede ordre, alleen beleyt bij Verdougo \ Tregemcnt staende 



< Volgens Coloma, die eene uitvoerige beschrijving van dezen aanval en van de redenen der 
mislukking geeft, bestond de voorhoede uit duizend van du dapperste manschappen, die nit de rcr- 
schillende korpsen opzettelijk daartoe uitgezucht waren ; na hen volgde de overige infanterie, ter- 
wijl de kavallerie in reserve bleef, en in hinderlaag opgesteld werd in een boschje nabij de loopgra- 
ven. (Guerras de Flandes, Lib. V, p. 184.) 



I — 133 — 

I iD tnoortwesten hadde men naer alle apparentie met de cavalerie wel 
1 konnen vermeestert hebben , dan Sijn Ex*'' alleen trachtende sijn tranchee 
; te bewaeren en wilde sulcx niet gclijden, gclijck hij mede niet en wilde 
lijden dat ons volck te secr den viant te pecrt vervolchde, waerdoor de 
Tiaiit te meer sonder swaericheyt afflooch. Den viant liet hier naer alle 
appiirentie over de 200 dooden (163 bij ons begraeven) daer aff ontrent 
70 soe aen als in tquartier laegen ende de anderen in tvelt met ontrent 
40 peerden (57) meest met tgroff geschut geschooten , maer hadde hij den 
dach verwacht soe soude het hem wel wat harder affgeloopen hebben. Van 
de oïtëeu en bleven maer o doot ende eenige gequetst ende daeronder 
Graeff Willem van Nassau, die voor ter scham door h3t dunne vanden 
bayck geschooten werde, doch soe men hoopt sonder pencule. Dese vic- 
torie hoewel cleyn van verlies voor den viant, was heel groot voor ons, 
overoiits den viant hierdoor benoomen werde de hoope van Coevoerden te 
ondellen. Geduyrende desen aenloop i)egonsten die van tfort mede seer te 
schieten, tweicke haer hacst met ons geschut belet werde. Terstont naer 
dese victorie quaemen noch in tleger Francois Vere met 9 vendelen Engel- 
sche voetknechlen ende de compagnie peerden van Graeff Philps van Nassau 
ende gingen logeren in tquartier aen thuys ter Schere, noch trock vuytet 
kger het ij^* convoy naer Meppel geconvoyeert bij de vaen ruyteren van 
Dtt Bois, werde oick aen den voet vande catte gebracht 3 heele canons 
om dien volgenden nacht daerop te brengen, dan en conste mits de groote 
hoochte vande catte ende de swaerte vande stucken niet geschieden. 
Toorts vierden se van binnen seer daer die van buyten weder tegens 
Tierden. 

Den Vlij** Septembris arbeyde men seer aende trancheen om die te 
Tcrstercken ende de grachten van dien te diepen, men ginck mede mette 
sappe seer voort ende men begonst in tsuyden van t' westbol werck te mine- 
ren dan en waeren maer 5 voet diep gecommen, soe sij een mine van die 
Tan binnen ontdeckten, daerdoor die van binnen schielijcken vuyt vielen 
ende sloegen een van onse mineurs doot, vielen voorts in de sappe ende 
dreven de onsen voor een deel daer vuyt, begrepen voorts wel 8 ofte 9 
Toeten van dien ende begonsten een halff maencken daer te maecken , omme 
in faveur van dien weder te mogen commen in de fausse breye naer de 
brugge toe. Hierop werden wel eenige schooien gedaen met een halve 
canon staende op de voet vande grachte, doch sonder groot effect, totdat 
t'sluck verset was, tweicke niet dan des nachts en geschiede ende doe 
mosten se daer weder vuyt. Desen nochtans niettegenstaende ginck men 



1 



— 184 



mette voordere sappe voorts ende begonst men des aehternoens een andere 
mijne wat naerder de poincte. Voorts werde met gewelt van arbcyt de 2 
heele canons op de catte gebracht ende gestelt ende quam teerste ccHivoy 
naer Meppel gegaen, wederomme, twelck een groote verlichtinge niaeckte, 
overmits tbroot in t'leger al heel gebrack. Noch quam een lambourijn van- 
den viant in tleger, vraegende naer tlichaem van een vrijheere genaempt 
Don Johan de Vibanga^ die den voorleden dach gebleven was, dan werde 
in rieger opgehouden omdat Graeff Philps op wech was tot sijn compste. 
Men verstout voorts dat den viant see^ veel rijsbossen maeckte, soe men 
vermoet om noch een aenloop te doen ende daemiede de grachten vande 
trancheen te vullen, daerdoor des nachts theele leger in de waepenen was, 
ende om tquartier vande ruyteren te beter te bewaeren werde des 
avonts achter thuys ter Schere over twaeter een wagenborch geslaegen om 
daermede te beletten dat den viant aldaer door twaeter (twelcke guejahel 
was) geen inval in dat quartier en dede, twelcke aldaer niet geretrancheert | 
en was , omdat Sijn Ex*^ niet en wiste dattct guejabel was , voor dal hem I 
desen dach sulcx geseyt werde. Des nachts vierden die van binnen seer, 
daer tegens die van buyten weder vierden. 

Den ix** Septembris des morgens vrouch hieff sich een groote alarme 
aen in tquartier van Sijn Ex*** sonder oirsaecke ende quam daeromroe 
omdat de Engelschen leggende in t'quartier vande ruyteren, ende des 
morgens vande wacht affgaende haer roers aflschooten, daerdoor men 
in t*quartier van Sijn Ex*** den alarme sloech. Een weynich hiernaer 
wasser een tweede alarme, die daeromme toequam, omdat den viant met 
10 ofte 12 peerden quam besien den wech van Emlichcii naer Coevoerden 
niet wijt van ons schantsken daer leggende, daerop die van ischantsken 2 
schooten met haer veltstucken deden, daerdeur sij wederomme toogen. 
Voorts werden gebracht twee halve canons aen een hooge batterie bij 
forme van een catte gemaeckt in tsuyden van tfort. Op den achternoen 
besichtichde Sijn Ex*** t'felt leggende besuyden sijn quartier ende bevont 
den gront tamelijcken hart ende alleen hier ende daer een quaede slacht 
daerdoor hij opt feit des nachts veel ruyteren dede op de wacht commen 
ende voorts den heelen nacht alle tleger in de waepenen houden, dan eo 
quam den viant niet aen, soe men vermoei door den groolen gestaedigen 
regen die desen dach ende nacht viel. Desen nacht vierden die van bin- 
nen seer, dan en werde van buyten daer niet Mcder tegen geviert, voorts 



^ Garnero noemt hem Don Jnan de Vivanco. 






— 135 — 

werde desen nacht wel een grooten alarme gemaeckt in t'ruyterquarlier, 
doch sonder oirsaecke als alleen om twee ofte drie paerden willen geschie- 
deode. Desen dach werde gerelrancheert het ruyterquartier legen het 
waeter aen, daer te vooren een wagenborch gestaen hadde, ende werde 
DOch een stuck van tbolwerck laeten vallen, twelcke gesappeert sijnde, 
niet langer en consle opgehouden werden. 

Den x"" Septenibris regende het vanden morgen aen totte noene toe 
seer ende sont men noch een convoy vuyt om bier ende broot te haelen, 
tiKclcke mils den wech naer Meppel te seer gebroocken was door de 
groole convoye, nu naer Steenwijck ginck gcconvoyeert mette vaenen ruy- 
teren van Voisin ende Wermeloe, daeraff Wermelo met gegaen sijnde tot 
oDlrent 2 mijlen weechs, is des avonts wederomme gekeert, daer voeren 
noch eenige schuiten te voet mede. Voorts versterckte men de trancheen 
alomme seer ende repareerde men de oude wallen van tvlecke om den 
viant in allen gevalle beter te keeren. Men ginck mede mette sappe seer 
Yoort gelijck oick mette mijne, die desen dach wel totte 80 voeten diep 
gemaeckt werde, ontrent den middach werde tfort nochmael opgeeyscht, 
dan gaff Graeff Frederick voor antwoort, dat hijt houden wilde, soe lange 
bij cruyt ende loot hadde, maer den trompetter daerop wech gegaen 
sijnde, werde bij den Spangiaert Major ^ weder terugge geroupen ende 
gewacht ofif daer yemant was die Spaens spreecken conde, ende geantwoort 
sijnde jae, seyde dat hij de bevelhebberen bijeen ontbieden soude ende 
haere meyninge op de conditien verstaen, die sij daer naer Sijn Ex*** 
oversenden souden, dat hij trompetter te dien fynen op morgen vrouch 
weder commen wilde. Hier slaet te letten hoe seer dat Graeff Frederick 
aldaer, hoe wel Gouverneur, commandeert, aengesien het in de macht van 
een Spangiaert staet om de conditien te doen concipiëren. Dit antwoort 
Sijne Ex^'" gebracht sijnde, heeft dsclve terstont den trompetter weder aen 
tfort gcschickt, hem doende aenseggen, dat sij terstont souden antwoorden 
ofte anders en soude hij naer beur niet konnen wachten, maer moste sijn 
bföle evenwel doen, daer sij weder op antwoorden dat hij soe haest alle 
haer officiers niet en conste bijeen krijgen, maer mosten wachten tot ^P 
morgen. Des achternons viel daer noch een stuck vande walle van ' 
werek, ondersappeert sijnde, ter neder, daerop eenige schooten "^^^ ^^ 
geschut gedaen werden. Men sach mede dat sij met groote v/i^* ansneden 
tselve bolwerck, daerop oick een schoole ofte twee geda^ werde, noch 



» Dit is even als eenige regelen lager waarschynlyk eene schrijflfo^ ^^^'^ ' Sergeant-Major < 



— 136 ~ 

werde gemaeckt de beddinge totte 3 haWe canons te stellen op de cleyne 
catte in tsuyden, om die des nachts daerop te brengen. 

Ten selven daege quaemen vier van onse soldaeten vuyt des viants leger,! 
die ettelijcke daegen daer verborgen geweest hadden ende seyden dat deaj 
viant in sijn leger op gisteren middach een alarme gehadt hadde ende op: 
huyden wederomme, dat sij des voorleden nachts op wech geweest hadden 
met veel tackbosschen , sonder dat sij wisten te wat fynen, maer waeren 
door den grooten regen gekeert. Des nachts werden de 3 halve eanoos 
gebracht op de cleyne catte, op de voor middernacht dede den viant S] 
schooten met seeckere 3 stucken, die hij in sijn leger hadde ende vierden 
die van binnen seer ende die van buyten oick, voorts was ons volck den 
naer middernacht meest in de waepenen ende maeckten eenige van onse 
paerden een alarme in tviants leger, die sij oick alles in de wapenen \ 
vonden. i 

Den xi*" Septembris vrouch wasser een alarme in truyler quartier sonder | 
oirsaecke ende quam bij , omdat men in Iquartier van Sijn Ex*'* seer •; 
schoot smorgens naer de dianen alleen om de roers te ontlaeden, twelcke \ 
sij beneden niet sien en konden mits den grooten nevel. Ontrent 8 vuyren 
verthoende hem den viant op wech van Emiichem in een bosken (sijnde 
ontrent een valkonet schoole van ons schantsken op den selven wech leg- 
gende) met een tamelijcken hoop voetvolckx, hebbende achter haer op de 
heyde wat veerder aff, vier troupen ruyleren van 8 ofte 10 kornetten 
paerden \ Hier tegen dede Sijne Ex*** de wachten wel beselten ende 7 
vendelen Engelschen besuyden sijn quartier op tvelt commen met 7 vaenen 
ruyteren, doende middelertijt, volgende tvoorgaende bespreek sijn trompet- 
ter aen tfort gaen omme haer antwoort te weelen, dan die van binnen 
willende sien wat haer secours vuytrechlen soude, stelden tselve noch vuyt 
totten middach toe. Ontrent den middach vertrock den viant wederomme 
naer Emiichem sonder yet vuyt Ie rechten ende schooten ons volck eenige 
, schooten op tfort ende onder anderen oick twee vande catte (twelcke 
N^rste was) den middach gepasseert sijnde slaecken die van tfort haer 
tr^ette ende seyde aenden wacht dat sij met Sijn Ex*** begeerden te 



Verdago was, Maurits uit zfjne yerschannngen te lokken, waartoe hg hem als 
Het doel tW^Kchal deed uitdagen. — » Otra dia ... . se presente con toda la gente gnnto 
het ware met trom^^ide su quartel, llamandole con la mayor partc de las trompetas k batalia; 
a Coevorden en frenW\^a escaramu9a, como lo desseava Verdngo, por ver si Ie podia sacar 
pero ni la dio ni travó ni^^ (Coloma, Guerras de Flandes, V, p. 186.) 
de sus puestos, y pelear 



— 137 — 

parlamenteren, daerop Sijn Ex^ derwaerls sonl ende sonden die van binnen 
eenen brieff vuyt, houdende dat indien men hen wilde tijt geven ende 
pasport om eenigen aen Verdougo te senden, die sij wel wisten dat niet 
Törre en was, omme sijne meyninge te mogen verstaen, dat sij, die ver- 
staen hebbende, thuys wel wilden overleveren, mits vuytreckende met alle 
haer waepenen ende bagagie, arlelerie, amunitie van oirloge, vivres ende 
alle andere goederen ende daertoe geaccomodeert sijnde van waegenen ende 
peerden, daerop Sijne Ex**" volgende den raedt van Graeff Willem voor 
aatwcM>rdt dede seggen, geresolveert te sijn haer egeen tijt te vergunnen 
om met Verdougo te spreecken, maer soe sij op de andere articulen be- 
geerden te handelen met Sijn Ex'**, dat sij volmachtigen vuytsenden sou- 
den , hij wilde weder • gijselaers insenden , daerinne sij bewillicht hebben 
ende hebben dien volgende vuylgesonden Everard van Ens, Drost, ende 
Cristoflel de Vasquis Gapitein ende Alonso de Martenay, commanderende 
over de ruyteren daerinne sijnde te voet, daertegens weder innegingen 
Johan van Egmont, Risoirt ende P. van Dorp Capiteyn. Ende naer aflf 
ende aengaen werden op den nacht verdraegen in deser vouge: dat Gapi- 
teynen, Soldaeten ende alle andere persoenen souden mogen vuyttrecken 
met haer vendelen vliegende, waepenen, brandende lonten, bagagie, peer- 
den ende alle andere goederen haer toebehoirende ende gaen daert haer 
believen soude, dat sij daertoe sullen geaccomodeert werden van waegenen 
ende dat sij in tfort alleen sullen moeten laeten de artillerie ende amunitie 
van oirloge fende vivres. Des nachts en vierden die van tfort niet, doch 
was ons volck de gansche naer middernacht in de waepenen. 

Den xij*" Septembris vrouch werde t'appoinctement bij Vasquis binnen 
gebracht ende geapprobeert ende voorts bestelt dat sij op den achternoen 
vö^t trecken soude. De redenen waeromme Sijn Ex"' heml. soe schoenen 
appoinctement gaff, waeren dese dat hij seer groote eere dachte te wesen 
soe een plaetse te krijgen onder de oogen vanden viant die om dselve 
te ontsetten gecommen was ende dat t'minste inconvenient hem daervan 
soude hebben mogen frusteren, daltet laet op tjaer was ende gescheepen 
in desen houck niet veel meer vuyt te richten ende dat de wegen hoe 
langer hoe quaeder waeren ende alle daechs meer swaericheyt in de vivres 
maeckten, die in tleger seer dier ende noch dickwils niet te becommen 
waeren. Naerdat dit appoictement sulcx geapprobeert was quam Graeff 
Philps tot Daelem met 10 vendelen voetknechlen ende daeronder een 
Tan tregement van Stolberch. De 9 bleven te Daelem leggen, daer op den 
achternoen noch bijquam de vaen ruyteren van Donck ende op den avont 



^ 



— 138 — 

noch 3 compagnien te voet. Hier en tusschen werde alle preparatie ge- 
maeckt om vuyt te trecken, de brugge gemaeckt, de poorte geoepent ende 
ontrent 60 waegenen derwaerls gesonden , trocken mede in tvelt i 3 ven- 
delen Vriesche soldaeten , die haer in 2 slachtordren stelden ende 7 ven- 
delen van tNoorthoUantsche regement , die haer buyten tschantsken op 
den wech van Emlichem mede in slachordre stelden , omme alle in- 
convenienten te voorhoeden. Op den avont ontrent 5 vuyren trock den 
viant van thuys aff met 6 vendelen sterck ontrent 500 man die gaaa kon- 
den, noch voerde hij vuyt seer veel vrouwen, kinderen ende bagagie ende 
eenige gequetsten , niaer hij liet in thuys noch wel 60 siecken ende gequet- 
sten, die meest vanden bloetganck sieck waeren, die Sijn Ex^*' belooft 
heeft op morgen, als de waegens die nu mede gingen, weder commen 
souden, mede te doen wech voeren. De plaetse werde bevonden heel 
sterck met 5 bolwercken, inne hebbende 8 metaelen ende een ijsere stucx- 
kens, t'groofste van 10 pont- ijsers, amunitie van oirloge en werde egeen 
gevonden, dan wel 52 lasten rogge, meest den Drost toecommcnde, werde 
mede bevonden dat sij de poincte van 'twest bolwerck met een andere 
poiucte van binnen aflgesneden hadden ende de aerde tusschen beyden wel 
anderhalff manslengte vuytgehaelt, twelcke op een storm groote moeyte 
soude hebben mogen maecken , niettemin consle met sijn engte seer haest 
gevult werde, de bolwercken hadden sij al heel van binnen vuytgeholt 
ende de aerde aende oorstweringe gebracht ende opgeworpen. In ifort 
trock alleen de compagnie van Graeff Willem ende begonst»men terstont 
de loopgraeven in de contrescharpe toe te werpen, tvolck die vuyttrocken 
naemen den wech van Emlichem die te dien fynen geoepent was ende 
werden geconvoyeert bij de vaen ruylercn van Sijn Ex*^* een halff mijle 
wcechs verre. Ten selven daege op den morgenslont verlrock Verdougo 
met sijn volck van Emmelichem op ende quam des avonts logeren lot 
Vellhuysen ende werde in t'optrecken in sijn achtertocht bij eenige onse 
ruyteren een alarme gemaeckt. 

Den xiij" Septembris lach men stille in tlcger ende de viant mede tot 
Velthuysen ende werden eenige boeren bescreven omde loopgraeven toe te 
werpen , werde oick tgeschut vuyte batterien affgeset om wech te mogen 
gebracht werden. 

Den xiiij*'' lach men mede stille tot groote verachleringe van tleger ende 
costen van tlant, overmits de boeren noch niet gecommen en waeren ende 
men hen ontsach de loopgraeven ende schantsen bij de soldaeten om geit 
te doen ter neder w erpen , naemen voorts de Engelschen weder verloff om 



— 139 — 

vuytea leger te vertrecken, trock noch op tfort van Coeverden bij provisie 
de compagnien van Joncheer Gaspar van Eusem, Pietcr van Lieuwaerden 
ende Assuerus, Capileynen ende verlrocken de Engelschen vuyt den leger 
oaer Swol, geconvoyeert niet ontrent 30 . aerden van Baclen ende gingen 
mede noch eenige waegcns om niette ;?aerden vederomme te commen. 
Voorts quam het convoye van Steenwijck wederomnie in tleger met broot 
ende bier, welcke om de groote armoede enc^e gebreck van broot seer wel 
te passé quam. 

Den XV" lach men mede stille ende begonst men een weynich aende 
galerie te breecken, omme die ende c^e aeroe weder vuyle grachten te 
krijgen, dan ginck slappelijcken voo^t, n begonst mede een weynich 
te breecken aende catte, die acnbest? wf/ a "gebroocken te werden, 
noch quaemen van Daelem in tleger e- . e in tquartier vande ruyteren , 
daer de Engelschen gelegen hadden, vijff vendelen van tregement van 
Graeff Philps sterck ontrent 550 mannen ende tregement vanden Heere 
van Lockeren met 6 vendelen, sterck ontrent 500 man. Den viant lach 
stille tot Velthuysen, ende des nachts regende het seer veel. 

Den xvj" ëeptembris begonst men met alle naersticheyt te arbeyen aen 
t'affwerpen ende slechten vande loopgraeven, twelcke overmits de boeren 
niet en quaemen, den soldaeten aenbesteet werde ende ginck daeromme 
wel voort. Voorts werde de rest vande bagagie vanden viant ende Graeff 
Frederick vuyt Goevoerden naer Velthuysen gebracht, ende op den avont 
quaemen de Vtaegenen naer Swol gegaen wederomme met broot ende bier 
geconvoyeert bij ontrent 50 ruyteren van Baelen, — quaemen noch in 
tleger een deel waegenen met broot ende bier van Steenwijck, die van 
tlaesle convoy derwaerts terugge gebleven waeren. Desen dach ende vol- 
gende nacht regende het seer exessivelijck. 

Den xvij"" ginck men mettet affwerpen alomnie voort ende gingen veel 
waegens naer Steenwijck geconvoyeert bij de vaenen van TEspioi ende 
Donck, daeraff Donck naer garnisoen tooch, den viant bleeff noch tot 
Velthuysen ende werden op den achternoen 14 van hem gevangen ontrent 
Gramsbergen. 

Den xviij" ginck men mettet affwerpen alomme seer voort, in vougen 
dat dien dach de grachte meest leech was ende de poincte.wel twee mans 
lengte weder opgebout, werden noch de borstweringe ende catten op thuys 
gerepareert, werde mede tgeschut op vijff stucken naer tscheep gedaen, 
op den achternoen begonst den viant van Velthuysen te vertrecken naer 
Oldenseel. 



— 140 — 

Den xix*" ginck men mette wereken voort ende vertrock de compagnie 
van Graeff Philps naer haer garnisoen, quaemen noch eenige waegens met 
vivres van Swoll in tleger. 

Den XX", xxj", xxij'" ende xxiij*' slechte men voorts de eerste vande 
wereken sonders anders yet vuyt Ie rechten dan dat eenige ruyterea van 
Warmeloe den xx*" tot Swol quaemen ende de vaen van Pouli den xxj** 
ende dat de resterende stucken gescheept werden ende dat den xxij*" 
t'convoy van Steenwijck in tleger quam ende den xxiij'" tconvoy van Swol 
ende dat men resolveerde op overmorgen metten leger te vertrecken. 

Den xxiiij" quaemen in tleger ontrent 150 man tot supplement van 
eenige vendels van Slolbergen regement ende werde alle ordre gestelt om 
op morgen Ie vertrecken ende de wegen gemaackt, trock noch ten selven 
daege naer Steenwijck de vaen ruyteren van Eylke Onsta met veel waegens 
met bagagie, derwaerts medeleydende den persoen van Jan van Steenwijck. 

Den XXV*" Septembris des morgens heel vrouch brack het leger op ende 
begonst te vertrecken, leydende de avantgarde (bestaende van 8 vaenen 
ruyteren ende de regementen van Graeff Philps ende Lockeren) den Graeve 
van Hohenloe. De bataille bestont vande regementen van Brederode, 
Groenevelt, Duvenvoorde ende .Stolberch, de arriere garde wesende de 3 
Vriesche regementen (19 vendelen) ende 9 'vaen ruyteren werde beleyt bij 
Graeff Willem van Nassau, de carroye was tusschen de avantgarde ende 
bataille ende quaemen alsoe in goede ordre des avonts tot Ommen, alwaer 
mede te waeter affquam alle het geschut geleyt in praemen. Ten selven 
daege quaemen tot Swol de gedeputeerden van de Heeren Staeten Generael 
omme met Sijn Ex*'* ende de Raeden van Staete te resolveren op t'voorder 
aengrijpen ende breecken vanden leger. De gedeputeerden waeren den 
Advocaet Barnevelt, Hendrick van Brienen, van der Beecke ende den 
Greflier Aertssens; men kreech voorts tijdinge dat den viant tot Eepe 
noch lach. 

Den xxvj*" quam tgeheele leger tusschen Swol ende Hasselt logeren op 
den dijck ende tgeschut op t'Swarte Waeter om vuyte praemen verscheept 
te werden. Voorts quam Sijn Ex*^ met den Graeve van Hohenloe ende 
Graeff Willem tot Swol ende begonsten metten Raede van Staete ende de 
Gedeputeerden voornt. te disputeren op t'voorder aengrijpen ofte breecken 
vanden leger. Ende hiermede eyndichde het swaere ende costelijcke beleg 
van Coevoerden, daer in der waerheyt geen drie hondert mannen voor 
geschooten ofte doot geslaegen en sijn, maer bovendien wel 1200 cranck 
ofte gequetst gewerden, soe om de couwe ende vuylnisse, die sij hier 



— 141 — 

hebben moeien verdraegen als om de groote dierte van broot ende bier, 
daerdoor de soldaeten meest waeter droncken ende dickwils in eenige 
daegen geen brool en prouffden , in welcke belegeringe men mede meer 
als in alle anderen heeft mogen sien wat cracht de spaede heeft ende dat 
mette selven kan gebroocken ende overwonnen werden, dat anders alle 
oirlochsinstrumenten wederstaet. 



TOCHT NAER DEN RIJN. 

Den xxvij" Septembris vergaederden men wederomme een resolutie op 
tgunt voors. is te nemen, daerinne egeen cleyne swaericheyt en was ge- 
legen omdat de winter naer op de hant was ende de meenichfuldigen regen 
de wegen seer gebroocken ende bedorven hadde, dat mede ons leger mits 
de siecken ende de dooden desen soomer seer geswackt was ende beneffens 
dat den viant hem bleeff onthoudende op de grensen van Munster ontrent 
Eepe, om te sien wat wij voorder souden willen aengrijpen ende daernaer 
oick raedt te nemen. Bij de voors. swaericheyden liepen noch eenige 
anderen, als dat alle de waegens van tleger meest bedorven ende de 
paerden affgereden waeren ende de soldaeten mits de dierte van tvoorige 
leger heel arm ende ongecleet omdat haere cleederen mits de vochticheyt 
^an t' weder meest verrot ende vergaen waeren. Tusschen desen quam 
ten selven daege tot Swol den Ambassadeur vanden Goning van Vranck- 
rijck, versouckende van wegen Sijn Meester dat tleger in Vlaenderen 
mochte gebracht werden, daertoe aenwendende seeckere advantagieuse 
middelen van Sijn Meester, als te weeten dat dselve met een groeten 
ruytertocht hem wel soude verlhoenen in Artois omme tselve voor een 
deel aff te branden ende soe den viant meer moeyten op den hals maecken. 
Ten selven daege quaemen d'regementen van Graeff Philps, Lockeren, 
Brederode ende Stolberch besuydcn de stadt Swol op den wech van Deventer 
tot verseeckeringe vande paerden buyten de stadt weydende, ende quam 
bij tregement van Stolberch noch de compagnie van Draeper sterck 160 
man, behalven de 4S die te vooren in tleger geweest hadden. Op den 
avonl werde de resolutie genocmen, dat men met tvolck voorbij Deventer, 
Zutpben, Doetichem ende 's Heerenberge reysen soude naer den Rhijn, 
om die ontrent sGraevenweert te passeren, ende alsoe sien wat de occasie 
soude voordelijck thoenen, tsij om den viant te beletten over Rhijn te 



— 142 — 

commen Qfte de stadt Graciï (dacr niet dan 500 man in garnisoen lach) 
ofte sHertogcnbosch acn te lasten, ofte oick den Harloch van Parma te 
Spae te verneslelen ofte soc de viant heel over Rhijn tooch weder te 
keeren ende yet op Goer ofte Enschede aen te grijpen alles naer den tijt 
ende de gelcgentheyt soude mogen lijden. Voorts vergaederden de Gede- 
puteerden vandc Heeren Staetcn Generael met eenigcn viiyt den Raede 
van Staete omme ter neder te leggen het different tusschen die van Over- 
ijssel ende Vrieslant gercscn om de besettinge van Coevoerden, dan en 
konste noch desen nochtc oick eenige volgende daegcn niet affgedaen werden 
om theftich drijven van beyde de partijen wille *. 

Den xxviij**" Septembris begonst men alle preparatie te maecken om te 
vertrecken, \^erde tgeschul tscheepe gedaen met alle de amunitien van 
oirloge ende vivres ende quam te dien eynde alle tvolck rontsomme de 
stadt Swol in de voorburgen logeren. 

Den xxix*" ende xxx" Seplembris wei'de voorts alle preparatie gemaeckl 
om te vertreckcn den eersten der volgender maent Octobris, dan mits de 
contrarien wint, dwelcke belette dat de scheepen vuyt tgat van Swol niet 
commen en konden, werde tselve voorder vuylgcstelt. 

Den eersten Octobris trocken de scheepen met t geschut ende amunitie 
die gelaeden waeren vuyt tgat van Swol ende quaemen eenige scheepen 
met vivres die daechs te vooren vuytgeloopen waeren in de IJsele tot voor 
de Cootensche schantse. 

Den ij" Octobris vertrock het heele leger van Swol ende quam logeren 
tot Wijhe ende Olst ende volthdcn de scheepen die in de reviere waeren. 

Den lij" Octobris quam Sijn Ex''* meltel leger tot boven Deventer dicht 
bij de stadt ende quaemen de scheepen ende ponten met geschut ende 
amunitie van oirloge tot Camper. Voorts vertrock den Raedt van Staete 
vuyt Swol ende quam tot Devo.Jer; desen dach regende het seer. 

Den iiij" trock het leger voort door Zutphen ende ginck logeren buyten 
de stadt aenden Galgenberch ende quam tgeschut ende voordere scheepen 



' Zoowel Friesland als OTcrijssel beweerden rcgt te hebben op het bezetten van Coeverden, een 
strijd , die tot langdurige en hevige debatten aanleiding gaf. ])c aanspraken van Overijssel zijn nit- 
eengezet in de t Corte deductie des gneden rechts ende wettigen titels zoo die latitschap van Overijs- 
sel ende bysondere die drie sted*ïn Deventer, Campen ende Swolle hebben opden huyse Borch ende 
stadt van Coevoerden», welke door Lamberth ter Cuelen, Burgemeester van Zwol aan de Staten 
Generaal werd overgeleverd. (Bcsol. der Staten Gen , van den Isten Sept. 1592) l)e befaandeliag 
van deze tamelijk ingewikkelde kwestie, die met eene soort van transactie tusschen Friesland en 
Overyssel eindigde, vindt men uitvoerig beschreven bij Bor XXIX, bl. 041 en volgg. Zie ook Gr. 
v. Pr. Archives, 2«« Série, T. I, pag. 236. 



— 148 — 

tol ontrent Wijhe. Desen dach ende volgende nacht regende het excessi- 
?dijck seer met groolen wint , waerdoor de wegen van de Twente geheel 
gebroocken werden ende het lant met waeter bedeckt, twelcke belette dat 
men noch op Goer, noch op Enschede gevouchelijck yct vuylrechten conde, 
ten waere het weeder geheel veranderden ende drooger werde. 

Den V*" Octobris vertrock Sijn Ex'^' mettet leger naer Doetichem ende 
qaam logeren tot Hengel ende tHelIem, voorts quaemen eenige scheepen 
lot Deventer, dan bleeff Igeschut mits den grooten contrarien wint te rugge. 
Voorts kreech men seeckere tijdingen dat den viant weder over Rhijn 
tpock ende al 9 regementen ende eenige ruyteren over waeren. Ten sel- 
ven daege ontboot Sijn Ex^*" in haest alle de treckpaerden naer Doesborch 
soc men vermoei om yetwes in haeste vuyt te rechten , dan de occasie 
van dien verandert sijnde sondt d'selve op des anderen daechs wederomme. 
Ten selven daege quam den viant met twee vaen ruyteren tusschen Deven- 
ter ende Swol ontrent Olst, om eenige avantagie aldaer te vinden op 
den geenen die tleger souden mogen volgen dan niet vindende keerden 
wederomme. Desen dach ende volgenden nacht regende ende wayde het 
seer, twelck een groote swaericheyt voor ons leger maaeckte omdat de wegen 
atomme soe seer gebroocken werde. Voorts trockcn de compagnien peer- 
den van Vere ende Sidney binnen Doesborch om aldaer te blijven. 

Den vj" bleeff tleger stille leggen, gelick mede meest alle de scheepen 
om t'quaede regenachtige weder ende grooten contrarien wint, op den 
naernoen vertrock den Raedt van State ende quam tot Zutphen, desen 
dach ende nacht regende het seer 

Den vij*" Octobris vertrock Sijn Ex*^* mettet leger ende quam logeren 
tol bij Zevenaer ende de dorpen beneden naer IJseloort toe leggende ende 
in l'optrecken kreech hij advertentie dat den viant met 3 vaen ruyteren 
vuyt GroUe getrocken was, waerdoor men vreesde dat hij yet op den hin- 
dertocht mochte attenleren omme waertcgens te voorsien Sijn Ex*** achter 
den hindertocht dede marcheren 7 vaenen niyteren, doch den viant en 
verthoende hem niet. Ten selven daege quam tgeschut (mits dat de treck- 
paerden weder gecommen waeren) tot Zutphen, desen dach ende nacht 
regende het doen niet seer veel. Voorts quam desen dach een scheep- 
brugge vuyt Hollant gebracht 'om over den Rhijn te slaen tot 'sGraeven- 
weerl. 

Den viij" Octobris bleeff tleger te Zevenaer ende daerontrent leggen ende 
vertrock den Raedt van Staete vuyt Zutphen ende quam tot Arnhem. Desen 
dach regende het seer ende quam $ijn Ex*^* met Graeff Willem van Nassau 



1 



— 144 



ende Graeflf Philps met eenige Golonnellen ende Gapiteynen op den avont 
mede tot Arnhem, omme mette Raeden van State te resolveren op tbreec- 
ken Tan tleger, mits het gestaedige quaede weder ende dat den Hartoch 
van Parma van Spae verloogen was. 

Den ix*" Octobris was het tameüjcken goet weder ende vergaederde men 
om te resolveren op tvertreck van tleger, daerinne naer alle difficulleyten 
bij Sijn Ex'** voorgeslaegen , overgewegen, geresolveert werde dat men tleger 
noch eenige daegen sal bijeen houden om den viant in suspens te houden, 
ten eyndc hij naer Vranckrijck niet en trocke om soe met ons leger den 
Coning van Vranckrijck te behelpen, volgende t'aenhouden van sijn Ambas- 
sadeur Busenval, alles nochtans op het wel believen vande Heeren Stae- 
ten Generael, ten welken eynde een post aen heml. gesonden werde, 
omme haere meyninge te verstaen. Op den achternoen verlrock Sijn Ex**" 
weder naer tleger, twelcke ontrent Zevenaer stille bleeff leggen. Men 
creech voorts tijdinge dat den viant weder in tlant te Benthem gecom 
men was. 

Den x" Octobris bleeff tleger stille leggen, trock Sijn Ex*^' op de jacht 
ende quaemen de ponten met tgeschut ende scheepen vast de IJsele op 
ende begonst op den achternoen noch seer te regenen ende quam Sijn Ex^'* 
metten Graeve van Hohenloe ende 5 vaen ruyteren voor Emmerick ende 
sonden een trompetter aende stadt, henl. doende aenseggen dat Sijnc Ex*** 
verstaen hadde, dat sij den predicant vuytgejaecht ende de Jesuiten inne- 
genomen hadden, twelcke hij soe niet en begeerde te laeten passeren, dat 
sij daeromme metter daet de Jesuiten weder vuytjaegen ende den predicant 
innehaelen souden, ofte hij wiste wat hij mette stadt te doen hadde, ver- 
souckende antwoort vanden Magistraet, dewelcke versochtcn tijt lot des 
volgenden daechs middach. Dit aenseggen aen die van Emmerick geschiede 
ten aenhouden vanden Graeve van Hohenloe, die op heml. een oude 
wrock hadde, nieltegenstacnde sij een Cleeffsche stadt ende sulcx neutrael 
waeren. Op den avont quam tgeschut ende de scheepen tot IJseloort, des 
nachts vertrock Graeff Philps vuyten leger seer haestelijck met 6 vendelen 
voetknechten ende 2 vaen ruyteren, sondcr trommel ofte trompet te 
roeren, men vermoede dattet was om te voorcommen eenige practicquen 
vanden viant op Nimegen te vooren ondeckt ofte om ecnich exploict 
op eenich stadt van t'overquartier van Geldcrlandt te doen ende namenl- 
lijck Gelder. 

Den xj" bleeff tleger stille leggen ende regende het seer. Ontrent den 
middach quam in tleger den Maerschalck van Gleeff met antwoordt van 



r 



— 145 



die fan Enunerick * , seggende datlet een neutrale stadt was , leggende op 
rijcxbodem, daer Sijne Ex^ niet en hadde te gebieden, dat sij daeromme 
in de selve doen mochten wat hem gelieffde, sonder dat Sijn Ex^^' heml. 
damone behoirde eenich letsel te doen, dan mits dat Sijn Ex*^* op de 
jadit was en sprack den Maerschalck hem selffs niet, doch werde hem 
erenwel geseyt, dat die van Emmerick haer de Jesuiten souden quyt 
maecken ofte men en soude het daerbij niet laeten. Des achternoens be- 
gonst het geschut den Rhijn optegaen naer sGraey en weert om van daer 
gebracht te werden, waer men het begeeren soude, voorts creech men 
tijdinge dat den viant met sijn voorder volck was commen logeren tot 
Stadtlo bij Nahuys in tlant ter Munster, hebbende Oldenseel ende Groll 
vd gamlzoens gelaeten. 

Den xij" Octobris was het schoen weder ende bleeff het leger stille 
leggen. 

Den xiij^ Octobris was het mede schoen weder ende bleeff het leger 
stille leggen, voorts creech men loopende tijdinge dat de viant op wech 
geweest was om Oetmaersen te beleggen ende weder te krijgen, doch dat 
sijn volck hadde begonnen te mutineren, daer door tselve terugge gebleven 
is ende dat in deselve mutinatie 6 ofte 7 vendelen vanden steng geruckt 
waeren ende tvolck verloopen was ende dat de anderen den pas naer den 
Rhijn naemen om .die weder te passeren ende dat Verdougo bij hem niet 
en hadde behouden dan alleen eenige Spangiaerden ende eenige ruyteren. 
Dese tijdinge werde bij die van Twente ende Overijssel gestroyt om ons 
leger weder derwaerts te locken, niettegenstaende alle de voors. difficul- 
tèjten. 

Den xiiij*" Octobris werde des morgens vrouch een omslach binnen Arn- 
hem gedaen dat alle ruyteren ende soldaeten in stadt sijnde terstont haer 
souden vervougen naer tleger, twelcke den selven morgen optrock naer 
Emmerick ende gingen logeren in de heeter boven de stadt om den viant 
die over Rijn wilde te keeren. Voorts quam den post vande Staeten 
Gcnerael wederomme brengende voor antwoordt dat dselve Staeten Generael 
het stelden in de discretie van Sijn Ex*^ ende den Raede van Staete off 
sjjt leger opbreecken solden ofte niet naer dat de gelegentheyt haer ge- 
draegen solde, welcke brieven ten selven daege voornt gesonden werden 



* Hertog Willem vul Gnlik en Kleef was in het yooijaar yan 1592 geetoiren, na eene regering 
na drie en v$ftig jaar, van welke hy evenwel de laatste zee en twintig jaren kranksinnig was ge- 
«wt. Zfjn zoon Johan Willem (1592 — ^1610) verkeerde in denzelfden toestand, en ten gevolge daar- 
na werd bet land door eenen Kaad bestuurd, die geheel en al de Katholyke party was toegedaan. 
I 10 



n 



— 146 — 

aen Sijn Ex^ met versouck dat dseWe tot Arnhem wilde commen omme 
daerop te resolveren ofte convoy senden dat den Raedt bij hem quaeme 
naerdat hij tgeraeden vont. Ten selven daege creech men tijdinge dat den 
aenslach die Graeff Philps op de stadt Gelder gepractiseert hadde ende 
daeronmie hij in haeste, als voorseyt is, vuyt tleger getrocken was, ge- 
iailgeert was. Het regende desen dach seer excessivelijck ende des nachts 
trock tleger van daer voort naer Rees, hebbende ontrent een paer vuyren 
gerust. 

Den XV" quam tleger voor tot Bijsselijek om den viant te besoucken 
ende trooken oick eenige oorlochsscheepen den Rhijn op ende quaemen 
ontrent Rees, voorts creech men tijdinge dat de oirlochscheepen die voor 
Berck laegen gemutineert waeren ende haer Overicbeyt gevangen hielden, 
welcke tijdingen in der nacht noch met een poste naer Sijn Ex^ toege- 
schickt werden met brieven vanden Raede van Staete, dat aengesien de 
gelegentheyt vanden viant nu sulcx was dat Sijne Ex^^* in tleger Uijven 
ende op alle voervallende occasien letten soude ende soot van noode was 
dat den Raedt wel bij hem commen soude. Voorts was het desen dach 
schoen weder, tvoors. reysen van Sijn Ex*^ in sulcker haest gesdiiede onadat 
hi^ tijdinge hadde dat den viant de ponten hadde doen bestellen om den 
x^" deser te passeren, doch waeren door Graeff Harman op thuys te Dkt 
sijnde gewaerschout ende trocken sulcx weder naer Eepe toe. Voorts was 
den wech daer tleger getoogen was soe quaet ende ongebruyckelijck dattet 
een miserie was die te gebruycken. 

Den xv)*" Octobris bleeff tleger tot Bisselijck stille leggen ende regende 
het dien dach seer ende lieten die van Wesel vivres om geit volg0n< soe 
veele men begeerde. 

Den xvij'" quam tleger met Sijn Ex^^ wederomme naer Emmerick ende 
ginc k>geren in de heeter boven de stadt, op den achternoen begonst het 
te regenen ende viel al tamelijcken veel waeters, middelertijt bleeff den 
viant tot Eepe. 

Den xviij*" bleeff tleger stille leggen in de heeter ende quam Sijn Ex^ 
geconvoijeert met 3 vaen ruyteren naer Arnhem om met den Raedt van 
Staete te resolveren op tvertreck ofte breecken vanden leger, doordien de 
soldaeten mettet quaede weder ende veel trecken heel gematteert waeren 
ende quaemen met hen Graeven Willem ende Philps van Nassau, ende 
Ueeff. den Graeve van H<^en!oe in tleger om te conuBanderen ende op 
alles ordre te houden, ende quam Sijn Ex*** contrarie de brieven vanden 
xv*^ daeronune selffs omdat men verstout dat t*mutineren vanden viant 



r 



— 147 — 

ontrent Oetmaersen niet en vervolchde, nochte soe breet waer en was ab 
de brieven hielden ende dat t'mutineren tot Berck ende op de oirlooch- 
schepen niet met suicken desordre geschiede, dat men hoopen mochte yet 
op heml. te konnen prouflfyteren insonderheyt soe de winter voerhanden 
was. Op den avont begonstet wat te regenen. 

Den xix*" ^ Octobris vergaederde men voornoens ende achternoens omme 
op de gelegentheyt van tieger te beraetslaegen , daerinne des avonts gere- 
solveert werde dat men tieger breecken sonde niettegenstaende alle de 
intercessien van die van Overijssel, Gelderlandt ende Zutphen, die seer 
gaerne tieger wederomme in de Twente naer Geler ofte Oldenseel oft in 
tiant van Zutphen naer GroIIe gehadt hadden, sonder innetesien dat 
Iwceder ende den gestaedigen regen sulcx niet en geleedt, dat de winter 
voor de handt was, dat de wegen onbruyckelijck waeren, dat den viant 
noch met veel volcx bij de Twente lach ende dat de voorsz. plaetsen seer 
wel met garnisoen voorsien waeren, ende insonderheyt dat ons volck soe 
gematteert was dat bijnaest de een helft van dien onbequaem waeren te 
vechten ende dat men tot een beleg weder veel waegens sonde behouven, 
daertoe sijluyden weynich raets wisten ende niet dan met lancksaemheyt 
souden connen becomftien werden, niettemin, indien naderhant sich eenige 
goede occasie Ihoende, sonde men op haer intercessie letten. Achtervol- 
gende de voorsz. resolutie begonst men de repaerlitie vande garnisoenen 
te maecken ende de patenten te scrijven ende vuyt te geven. Ten sélven 
daege quam tgeheele leger weder te rugge ende logeerden in haer oude 
qnartiéren beneden Zevenaer naer IJseloirt toe. 

Den XX*" Octobris leverde men vast de patenten vuyt aende Capiteyiien 
cride begonsten eenige te vertrecken, te weeten de 8 vaenen ruytereii die 
in Brabant' in garnisoen souden leggen, dwelcke de pas door de Betuwe 
naemen, werden mede lot Campen scheepen bestelt voor de Vriesche 
compagnien tegens Saterdach toecommende ende voorts alle gereetschap 
gemaeckt om op morgen soe het doenlijck was tieger te breecken ende 
(p^m te dien fynen den Graeve van Hohenloe tot Arnhem. Op den naer- 
noen begonst het te regenen. 

Den xxj" werden voorts alle de patenten vuytgegeven ende brack hel 
gansche leger van malcanderen ende trocken alles in garnisoen , werde 
mede last gegeven om Igeschut de Waele aflf te doen drijven naer Dor- 
drecht ende op den achlernoen verlrock Sijn Ex"* vuyt Arnhem om te gaen 
slaepen tol Eede ende van daer te beginnen de wolvenjacht die hij op de 
Velowe vermeynde te doen, daertoe hij de boeren hadde doen versaemeien. 



— 148 — 

Den xxij* verlrock den Raedt van Staele vuyt Arnhem ende quam lol 
Ulrechl ende yan daer des anderen daeebs voorllreckende quam den xxiiij" 
derselver maenl in den Hage. Ende Sijn Ex^ mils den groolen geslaedigen 
regen hem belelle yel besonders in de \¥olvejacht voornl. vuyl Ie rechleo 
quam des naeslleslen derselver weder in den Haege vergeselschapl mei 
mijn vrouwe de Prineesse ende sijn halve broeder ende suslers, die hem 
lol Ulreehl toe legen gelogen waeren. Ende hiermede eyhde dWoorsz. 
lochl, die hoewel mei een goede meyninge begonnen nochlans geen 
prouffijl ofte voordeel en dede, maer Ier conlrarie diende alleen om de 
soldaelen Ie malleeren, gelijck oick geschiede, overmils dselve meer sol< 
daelen sieck ende cranck maeckle dan een van beyde de legers ofte bele- 
geringen van desen jaere gedaen hadde, waervuyl men des Ie claerder 
bemerckle mei wallen onverslanl eenigen Irachlen lleger in sulcken quaeden 
saisoene noch langer bij malcanderen Ie doen houden ofte Iselve voor 
eenige jplaelsen vande Twenle ie engaigeren. 



ANDERE GESCmEDENISSEN. 

Den xvij'" Oclobris sloech den Herloge van Bouillon op hel leger vanden 
Hertoge van Lorreyne, leggende voor Beaumonl, daer veel dooden bleven 
ende seer veel gevangens gekregen werde mei 8 slucken geschuls ende 
veel andere admunilie ende provisie van oirloge, ende overviel terslont 
daemaer Allingy, daer seer veel saedelpeerden gekregen werden. 

In llaesle van Oclober werde bij die vande liege in Vranckrijck bij 
nachl innegenomen hel casleel van Ponl de TArche op de Seyne in Nor- 
mandie, leggende vier mijlen boven Roan, mei verslandl van binnen ende 
door slappe loesichl van Madame de RouUel, Vrouwe vanden Gouverneur 
desselffs casteels die Ie Rouan gevangen sadl ende in plaelse vanden 
welcken haer geschoncken was den jongen Baron de la Ghaslie gevangen 
om haer man daerlegen Ie lossen, dan mellen selven Baron haer Ie verre 
vergeten hebbende is sij tcasleel ende hem Ie saemen quyl geworden. 
Die vande sladl van Pont de Larche sulcx gewaer werdende , hebben 
terslont een vande arcken vande brugge vast aen t'casleel affgebroocken 
ende haer tegen het casleel soe op de brugge als in de sladl geforlifieert, 
leggende den Goning als doen noch in de abdie van Ghelle op de Marne 
boven Paris om die te forlifieren, dwelcke weynich daegen daemaer vol- 



r 



— 149 



eominelijcken gefortifieert was ende werde Mons' de la Nouë daerinne 
Goorerneur gestelt. 

In dese selve tijt nam Mons' Desdiguieres in Piemont inne de stadt ende 
vdleye de la Perosa, Lucerne, de Mirandole ende eenige andere daerbij 
leggende plaetsen ende begonst daer vuyt te roYen door geheel Piedmont 
tot Mylano toe, krijgende groote toeval yan volck ende treckende contri- 
tatie Tan tgeheele lant aldaer. 

Ontrent dese tijt ende terstont naer dat ons leger voor Arnhem opge^ 
broocken was, heeft Gerrit de Jonge, Gouyerneur yan sGraeyenweert 
(volgende de mondelinge last hem bij Sijn Ex^*' gegeyen in presentie yan 
Graeff Willem yan Nassau) die yande stadt Emmerick yoomt. ontbooden^ 
dat sij haer de Jesuiten yolgende het yersouck yan Sijne Ex^* (hier boyen 
Terbadt) quyt maecken souden ofte hij en soude met heml. egeen ge- 
woenlijck nabuyrschap meer konnen onderhouden, maer ter contrarie haer 
beesten ende goederen doen royen ende haelen ter tijt toe sij de Jesuiten 
souden quyt sijn; ende soe hem bij den rechter aldaer een trotsich ant- 
woort ontbooden werde, heeft hij genomen ontrent 100 soldaeten yoerende 
met h«n een lange schuyte op een waegen ende heeft yuyte heeter aldaer 
gehaelt ontrent 150 beesten, meest ossen ende eenige koeijen ende die 
doen brengen op sGraeyenweert ende soe eenige bergers die yeryolchden 
daegende oyer haer ongeluck, heeft hij geseyt dattet Jesuiten ossen waeren 
ende dat hij anders niet en wiste, ende eenige yande yetste ende beste 
Tan dien gedaen slachten hebbende in presentie yan deselye bergers, heeft 
eyntelijck heml. beyoolen weder te keeren naer Emmerick ende te wege 
te brengen dat de Jesuiten binnen yier daegen mochten yuyte stadt ende 
wech gesonden werden , twelcke gedaen hij haer belooSde de resterende 
beesten, wesende noch oyer de 18S costeloes ende schadeloos te doen 
vederomme geyen, dan de bergers tot Emmerick commende ende sulcx 
niet kennende te wege brengen sijn weder op sGraeyenweert gekommen 
ende hebben haer beesten gerantsonneert yoor 1800 gulden, welcke pen- 
ningen de Gapiteynen ende soldaetea aldaer gedeelt hebben. Waemaer den 
selven Gouyerneur yernomen hebbende op wat huysen den Vorst yan Gleeff 
selffs eenige beesten hadde gaende, heeft oick ontrent SO yan deseWe 
doen haelen ende slachten, twelcke yernomen hebbende de Vorstelijcke 
Raeden tot Dusseldorp yergaedeil, «hebben een seer harden brieif aenden 
foom. Gouyerneur gescreyen, willende weeten met wat tytel hij heml. 
sulcx berooflde, daerop d'selve Gouyerneur aen heml. weder een geslooten 
brieff sondt, daerinne niet anders gescreyen en was dan met groote lettren: 



1 



150 



Jesuitén vuyt. Deselve Raeden siende dat sij egeen ander antwoorde en 
kregen, hebben twee Gedeputeerden aen hem gesonden ten tynea ^ 
boven, dwelcke bij hem gecommen ende sulcx hem vraegende, mitsgae^ers 
off hij dit dede door laste van Sijn Ex^^' ofte der Staeten, heeft verclacat 
tselve te doen vuyt sijn eygen auctoriteyt ende daervan oick niet te sullen 
ophouden ter tijt toe de Jesuyten daer vuyt souden sijn, nems\er d*inne- 
gesetenen van Emmerick noch veel meer te sullen beroven ende insonder- 
heyt de huysen vanden Vorst ende die van sijne Raeden, die de Jesuitén 
daerinne gestelt hebben, vougende daerbij dat hij dat dede omdat de 
Jesuitén den Heere Prince van Orangien, vaeder van Sijne voors. Ex*** ge- 
daen vermoorden hadden, alle twelcke de Gedeputeerden bij gescrifte ge- 
stelt hebbende ende versocht bestant van acht daegen om haer rapport te 
mogen doen, ende dat haer vergunt sijnde, sijn vertrocken, waernaer de 
vorstelijcke raeden noch hebbende doen versoucken thien daegen stilstaat om 
te beter alle dingen te mogen doen ende ordonneren, is hem tselve oick 
vergunt. Eyntelijck geraeden vindende de Jesuitén te laeten gaen, hebben 
dselve bij haer opperste tot Goden residerende doen te rugge ontbieden 
ende om bequaemelijck wech te mogen trecken ende sonder schaede, 
hebben op den xxiiij Novembris vanden voorn. Gouverneur versocht $i|n 
paspoort om vuyt Emmerick onbeschaedicbt te mogen vertrecken , dan heeft 
den Gouverneur voomt. naerder sijn meyninge verclaerende hemL een pas- 
port gegeven om vuyt theele lant van Cleve te mogen vertrecken. Dien- 
volgende hebben sij haer schoole verlaeten ende sijn den xxvij'* der selver 
maent naer Goelen vertrocken ende sijn d'oude meesters weder over de 
schoole aldaer gestelt. Dese saecke is seeckerlijck van grooter consequentiie 
doordien die van Emmerick in tlant van Gleve leggende onder onse re- 
gieringe niet en staen, nochte met ons t'minste te doen hebben, dwelcke 
oick licbtelijck (in een ander lant) groote occasie tot een nieu oirloge soude 
mogen geven, mogelijck met geen groot onrecht, doch overmits de swac- 
heyt van tlant van Gleeff , de indispositie ofte gecheyt van haeren Vorst ende 
dattet haer al te schaedelijck soude wesen metten Staeten der Vereenicbde 
Nederlanden (die sij nu al veel begonnen te respecteren ende te ontsien) 
in oirloge te commen ofte wesen, maer hem beter is mette selve neutrael 
te blijven, soe is dit aldus voor dese tijt gepasseert. 

In t'beginsel van November ontscttc den Gouverneur van Aegues Mortes 
de stadt van ViUemur leggende 3 mijlen van Thoulouse in Vranckrijck 
ende soc veel van Moutauban (dwelcke den Hertoge van Jojeusen met eenige 
Spangiaerts vuyten naeme vande ligue belegert ende totten vuytersten ge- 



r 



— 151 — 



ItndA eode benaot hadden) ende stoech Toarts Ibeele leger op, hebbende 
eerst met ontrent 100 paerden (die des nachts over de andere sijde tande 
tewe gepasseert waeren) een heete schernnitsinge begonnen ende daernaer 
OKt sijn heele macht sulcx daerop gedruckt, datter bij de 90G0 vanden 
Tiant op tvelt doot bleyen ende ontrent 800 yerdroncken ende onder d'an • 
deren UcYen oick doot den Hertoge van Jojeuse selfis, hem meynende te 
saiYeren met een schuyte ende den Generael yande Spangjaerts die in 
Üeger aldaer waeren, de reste salveerde haer mette vlucht ende kreech 
den Goovemear voomt. 7 stucken geschuts ende alle de bagagie. 

In dese sdve tijt sloech den Hertoge van Espemom in Provence eenich 
kMl vande ligue ontrent 700 mannen doot. 

Ikxk ix^ Novembris vertrock den Hertoge van Parma vuyt Bruessel om 
naer Vranckrijck te gaen, doende sijn volde aBes derwaerts aen marcheren 
om hem te volgen, dan kranck wordende bleeff tot Atredtit in Artois 
leggen ende sijn volck alomme op de frontiere van Vranckrijck. Ende soe 
sijn Tolck vast a Ia file marcheerden trocken eenige van onse ruyteren 
Tajt Breda ende Bergen op den Soem op, meynende eenige van sijn volck 
aen te treffen, dan missende de ruyteren, hebben ontrent Leeuwen in 
Brabant aengetroflen eenich voetvolck van Patten ende een deel van dien 
gedaegen. Van gelijcke eenige ruyteren vuyt Nimegen getrocken hebben 
oick eenich voetvolck gemoet ende eenige geslaegen in t*Overquartier. 

Den xxvHj" Novembris werde gecasseert den Oversten Stolberch, soe 
omdat hij hem in eenige picke met Sijn Ex^ op den voorleden tocht ge- 
steeeken hadde, ak oick omdat' hij naederhant monsteringe geweygert 
hadde, werden mede gecasseert noch 9 Gapiteynen van tselve regement 
ende geordonneert dat de andere seven Gapiteynen (die in dienste bleven) 
tfoidc vanden voorsz. drie gecasseerde compagnien souden in dienste 
fiemen, soe verre sij dienen wilden, twelcke oick mede daeronune geschie- 
de om tlant te verlichten' vanden betaelinge vanden hooge ampten van 
tsdve regement, die wel 1000 gulden ter maent bedroegen, overmits 
dselve niet aengenoemen en waeren langer dan voor drie maenden, die 
no al geexpireert waeren. 

h tlaeste van dese maent Novembris nam den Gouverneur van Lillebonne 
bij nacht ende met eschellade inne tfort van Fecan leggende in Gaux tus- 
scheo Diepe ende Havere de Grace ende dat ten behouve vanden Goning^ 
niettegenstaende hij te vooren ligueux ende naerderhant neuter hadde 
geweest. 

In desdve maent creech den Goning van Yranckrijek noch inne Glinville 



1 



152 



ende eenige andere iplaetsen in Gastinois ende dwong S regementen knech- 
ten yande ligue niet wijt van Orleans haer waepenen te Terlaeten ende 
met een stock in de hant Tuyt te gaen , blijvende haer Gapiteynen gevangen. 

In deselve tijt starff binnen Poictiers van siekte den Graeve van Brissac, 
een yande meeste liguisten in Vranckrijck. 

Tusschen den iij'" ende iiij** Decembris des nachts ten een yuyren is 
binnen de stadt yan Atrecht in Artois gestorven Alexander Fernese, Har* 
toch van Parma ende Plaisance naerdat hij tsedert October anno 1578 dé 
Nederlanden vuyten naeme vanden Coning van Hispanien als Gouyemeiir 
Generael geregiert ende in dier qualiteyt d*oorlogen tegen de Staten Ge- 
nerael der Vereenichde Nederlandsche Provintien bij continuatie tot dien 
daege toe beleyt hadde, sijnde naer lange ende voorspoedige regieringe in 
t'midden van sijn ongeluck ende arbeyt gestorven. Seeckerlijck de saecke 
wel inne gesien heeft hij vanden voorsz. jaere 1S78 totten August maent 
vanden jaere 1588 toe een sonderlinge loop van fortuyne ende voorspoet 
gehadt, hoewel niet soe seer door sijn eygen clouckdaedicheyt, als wet 
door de conjuncturen van tijden, in dewelcke hij begonst te regieren 
ende door de actiën ende comportementen selffs vanden geenen, die 
sijn vianden gemeynt waeren ende schoenen te wesen, daerinne hij noch- 
tans sonderling te prijsen is, omdat hij de tijden soe wel heeft w^eeten 
waer te nemen, want doen hij aende regeeringe quam, te weeten naer 
t*aflsterven van Don Johan d'Austria den 1'*" Octob. stonden de saecken 
der Staeten Generael in sonderlinge troublen, d'een heere den anderen 
jalousie draegende ende elcke provintie tsijne meer als tgenerael drijvende, 
twelcke meest toequam om de verscheydentheyt van de religie. Immers 
begonsten die van Hollant, Zeelant ende den Prince van Orangien eerst 
versch ende van nieus mette anderen te verdraegen, omdat d'andere pro- 
vintien altemael, tsedert de pacificatie tot Gent met Don Johan voors. een 
accoort sonder innewilleginge van heml. gemaeckt ende aengegaen hadden, 
daertegen sijl. protesterende haer vande anderen eenigen tijt affgehouden 
hadden. Oick quam terstont naer den aenvanck van sijn regeringe de 
beroerte tot Atrecht, daer de Gatolyckcn de overhant kregen ende haer 
metten voorn. Hartoge versoenden. De twisten tot Gent ende het veran- 
deren van de religie naemen de malcontenten voor pretext om haer over- 
lang geconcipieerde quaetwillicheyt ende haet vuyttevoeren , begonnen te 
muytineren, naemen Meenen inne ende vielen de Generaliteyt aff, waer- 
door de voorn. Hartoge niet weynich in sterckte ende macht toenam. 
Hierdoor, hoewel op andere schijnen, begonnen die van Artois ende Hene- 



r 



— 168 — 

gouwen te beswijcken ende in plaetse Tan met gesaemenderhant den 
Yoom. Hartoge te helpen keeren, begonsten haer stille te houden ende 
nst Teel swaericheyt ende disputen in de regieringe op te T^orpen, 
tweicke bemerckende die Tan Hollant ende Zeelant ènde hoe swaeken 
dcToir daer gedaen Teerde om den Tiant te keeren, hebben bijnaest in 
deselTe tijt de naerder Unie Tan Utrecht opgerecht ende den 83** Januarij 
1579 beslooten tusschen haer, het Torstendom Gelder ende graeffschap 
Zutpben , die Tan Utrecht , OTcrijssel ende ten lesten oick die Tan Vries- 
lant, welcke unie (hoewel d^experientie ende tgeene geTolcht is, bethoent 
heeft, dat se t*eenich middel Tan heml. behoudenisse is geweest) nochtans 
bij de andere proTintien ten quaetsten geduyt, groot miscontentement ge- 
geTen ende de Toorgaende generale Terbontenisse naerdeelich te wesen, 
Terstaen is, tweicke niet Treemt en is, want Tcrsch gereconcilieerde Tian- 
den lichtelijcker tot naerdeel als Toordeel alle ding nemen. Hierdoor 
begonsten de andere proTintien meest elcx haer dingen alleen te doen, 
willende elcx de meester wesen op haer macht trotsende, tweicke waeme- 
rorade den Toom. Hartoge T/in Parma heeft Maestricht, een stadt op de 
Maese Tan grooter importantie in *t jaar 1579, seer hart belegert, den 
welcken om dsebe oirsaecke geen tijdelijck noch behoirlijck secours ge- 
daen en werde, daer door sij te gront gingen. Ende hoewel den Heere 
Tan Lalain sulcx bcToolen was, soe was nochtans dat hem al ToUe laet 
bdast, beneffens dat hij selffs niet al te iJTcrich sijnde, gans slappelijck 
de behoirlijcke proTisie dede, hierbij gCToucht de quaetwillicheyt Tanden 
GraeTc Tan Egmont, die in plaetse Tan naer Maestricht te trecken, Brus- 
sel Toor den Hartoge Tan Parma socht innetenemen. Ende onmie noch 
meerder twist tusschen de proTintien te Tcrwecken ende heml. te beter in 
slaepe te wiege, ten eynde sij op haer behoirlijcke defensie niet achten en 
souden, nochte dcToir doen haer Tiant te resisteren, heeft den TOom. 
Hartoge met seer groeten iJTcr ende hefticheyt in den Toors. jaere de Tre- 
dehandelinge tot Coelen doen driJTen, hoewel de meyninge noyt tot Trede 
en was geweest, als Tuyte conditien genouch blijcken mochte, waerdoor 
Artois ende Henegouwen in den selTcn jaere gansch Tan generaliteyt aff- 
weecken, Terdroegen haer metten Hartoge Toornt, ende werden Tianden 
▼an haer bontgenooten selffs, met welcke middelen hij Tan daege te daege 
meer ende meer toenam. Soude men hier Tcrclaeren hoe hij Groeningen 
(in den jaere 1580) Breda (1581) met meer andere steden gekregen heeft, 
men soude bevinden dat de Staeten Generael selSs met hare geassocieerde 
oirsaecke Tan beur eygen bederff waeren, door dien den geenen die sij 



1 



— 154 — 

steden eiide provintien vertrouden ofte in importante plaetsen in liberale 
geyanokenisse bielden, meest dsehe selffs aenden Toorn. Hartoge gewent 
ende bem tbuys gebradit bebben. Soude men oick in tparticulier gaen 
ondersoucken wat voordeel de Staeten gebadt bebben mette meenichfuldige 
Teranderinge van regieringe, soe vandai Arcbiduc Mattbias, als insond^* 
beyt vanden Hartoge van Anjou ende boe dese de landen eerst (in 
t'eynde vanden jaere 1578) in baer meesten noot verliet ende eyntelijcken 
(in den jaere 1S85) in mine bracbt, men soude moeten bekennen dat de 
Staeten Generael dier tijt bijnaest al siende bUnt v^aeren, souckende lang- 
saem ende twijffelaohtiob van anderen, dat sij baer selven seedcer ende 
baestich konden geven. Soude men mede verclaeren wat resistentie den 
Hertoge voornt. (in den jaere 1883) te Duynkercken, te Wijnoexberge ende 
te Brugge gesebiet is, soe soude men immers moeten bekennen dat hij 
alle dselve plaetsen verovert beeft meest door de actiën vanden Hartoge 
van Anjou ende den Prinoe van Gbimay, Gouverneur van Vlaenderen 
vuyten naeme vande Staeten selffs, die daermede oirsaecke sijn geweest 
van tgeheele verlies van Vlaenderen ende Brabant. Tot alle desen sloedi 
den Staeten nocb dit ongeluck dat den Heere Prince van Orangien in den 
jaere 1584 door toedoen vanden voorn. Hartoge van Parma werde geassa- 
sineert ende vermoert, waerdoor egeen cleyne verslaegentbeyt ende desor- 
dren onder de proviotien en quam, want bebalven dat men niet sulcx en 
diligenteerde als de saecke wél vereyscbte om den viant te resisteren ende 
bem vande Sehelde beneden Antwerpen aff te weeren, soe badde men 
oick soe veel te doen met verscbeyden Gouverneurs ende Commandeurs 
te waet^ ende te lande, eer men se onder nieuwen eedt ofte devoir te 
doen konde brengen, dat sulcx niet wel geschieden en konste, twéldce 
eensdeeb de oirsaecke is waeromme Dermonde, Gent (1584) Bruessel, 
Mecbelen ende Antwerpen (1885) in t'eynde verlooren gingen. Hierbij 
gevoucht dat totte voorsz. desordren noch dat sloecb, dat die van Nteume- 
gen (in den jaere 1585) van selffs vande Generaliteyt affweecken ende baer 
totten Hartoge voornt. begaeven, hoewel tot haere bederffenisse als t'eynde 
tsedert geleert beeft. Bebalven dat de Staeten nocb blijvende in baer 
ouden doen, eerst in Vranckrijck ende naer in Engelant om assistentie met 
opdraeginge van baer landen liepen ende niiddelertijt baer saecken te 
slappelijcker beleyden, altoes van anderen verwachtende tgeene sij van 
baer selven beboirden te nemen, gaende middelertijt den voorn. Hertoge 
in alle voorspoet voort, seer wel sijn saison waernemende. Ende alhoewel 
de handeiinge met Engelant ende t*overcommen vanden Graeve van Ley- 



— 155 — 

oester de gemoeden der steeden ende leeden, diet noeb mette Gene- 
raliteyt hielden, niet veynich en verquickte, maer herteger m^eekte, 
soe heeft nochtans den tijt terstont daernaer geopenbaert, dat men de 
meeste macht ende assistentie Tan hemselven ende niet van anderen moet 
soucken, ja al was bet in tgeheel al veel de Goninginne van Engelant met 
der Staeten saecken te brouilleren ende soe in oirloge tegen den Goning 
Tan Spangien te brengen, soe en heeftet nochtans deoselven Staeten als 
doen noch in t'deel ende particulier niet sukken voordeel gedaen abt wel 
mochte, doordien den Hertoge voornt. noch sonder vuyterlijok gewelt in 
aUe voorspoet voort ginck, krijgende buyten hoope de steden vanden fiirfieve 
ende Venlo op de Maese ende eenige plaetsen in Stift Coelen (1S86) met 
de stadl Deventer, de schantse over Zutphen ende de stadt delder (1 987) , 
waerdoor de simulteyten niet weynich en reesen tusschen den voorn. Graeve 
van Leycester ende den Staeten tot groot naerdeel vande regieringe, dieoick 
niet weynich oirsaecke en gaeven tottet verlies vander Sluys in Vlaen- 
deren (1587). Hierbij gevoucht dat tot desen tijde tpe den voorn. Hertoge 
noyt in tvelt thooft gebooden ofte eenich sonderling wederstant gedaen 
was, daerdoor men den gestaedigen voortganck van sijn victorien atteen 
soude hebben kunnen ofte gedacht te stutten ofte beletten, soe veel min 
voordeel op hem soucken te krijgen. Alles om den voorn. Hertoge sonder 
groote sijne moeyten tot sijne periode van victorie ende eere te helpen, 
daertoe hij oick gecommen is geweest in tbegin van Augustus in den jaere 
1588, ten tijde als haer de schrickelijcke ende machtige Spaensche vloote 
begonst op te doen aende kusten van Engelant, want gelijck de eer- 
giericheyt geen maet en heeft, soe heeft oick den voorn. Hertoge t'gouver- 
nement der Nederlanden te cleyne geweest ende niet mogen versaedigen, 
maer heeft getracht ende hem innegebeelt de croene van Engelant op 
thooft te hebben, in welcke tijt sijn fortuyne haer begonst te keeren ende 
te bethoonen dat hij meer met geluck als wijsheyt totte voors. periode ge- 
commen was, overmits hij seer langen tijt in Vlaenderen ende naement- 
lijcken te Duynkercken seer groote preparatien ende toerustinge gemaeckt 
ende met groote vehementie aengedreven hadde, om met dselve Spaensche 
vloote in Engelant inne te vallen ende sijn belooflde croene te aenvaerden , 
sonder eens gelet te hebben, dat hem de vuytcompste vuyt Vlaenderen 
soude mogen benomen werden, welcke onvoordacheyt hij heeft moeten be- 
taelen, overmits seer weynich HoUantsche ende Zeeusche oirloocbschepen 
hem sukx in tgat van Duynkercken gehouden hebben, dat hij niet een 
schip van soe groote lange toerustinge daer vuyt en heeft weeten Ie brengen, 



1 



— 156 — 



ten tijden d'voors. vloete voor Galais geanckert lach, waerdoor hij van 
sijn hoope totte croene van Engelant affgestooten is ende dvoors. schricke- 
lijcke vloote eensdeek te niete gecommen ende verdweenen is, welck on- 
geluck hem hier overgecommen daermede niet opgehouden e^ heeft, maer 
soe hij terstont daernaer Bergen op den Zoem belegert hadde, heeft hij 
met weynich eere weder daervan moeten trecken ende hem ten laesten 
veel dieper in de moeyte ende arbeyt moeten steecken dan hij oit gevreest 
was, want in tlaeste vanden voorsz. jaere 1S88 op den 25 Decembris ^ heeft 
den Goning van Vranckrijck , den Hertoge van Guyse ende sijn broeder den 
Cardinael doen ombrengen, waer de oirlogen in Vranckrijck mede niet 
weynich en ontstaecken ende door de hanthavinge des Gonings van Hispa- 
nien aendie vande ligue in Vranckrijck oick tegen Hispaniep begonsten, 
twelcke ten laetsten oirsaeke gaff om den Goning van Vranckrijck soe wel 
als Engelant in der Staeten partije te brengen ende hem oick met haere 
saecken te verwerren ende soe de regieringe vanden voors. Hertoge des 
te verwerder ende beswaerder te maecken , in sulcker vougen dat hij tsedert 
seer weynich voorspoets heeft gehadt van eenige importantie sijnde. Want 
Wachtendonck heeft hij door de verveertheyt vanden Gouverneur ende 
Gapiteynen sonder noot gekregen in tlaetste vanden jaere 1588, ten welc- 
ken tijden de Staeten niet weynich te doen en hadden mette mutinatie 
van meest al haer soldaeten, waerdoor oick in April 1S89 aenden voorn. 
Hertoge Geertruydenberge om geit vercoft is bij den geenen die in der 
Staeten eedt waeren ende haer nu al over de 220,000 gulden affgednickt 
hadden. « De huysen Hemert ende Hedel heeft Graeff Gaerel van Mansfelt 
voor den voorn. Hertoge verovert, maer te vergeeffs belegert het eylant 
van der Voorne ende getracht vuyte Bommelerwaert bij Braeckel over de 
Waele te passeeren, immers heeft eensdeels muytinatie vande sijnen 
selffs daer vuyt weder moeten scheyden. Gorts daernaer heeft den voorn. 
Hertoge oick de stadt Heusden belegert, die niet weynich en impor- 
teerde, maer met oneere moeten verlaeten. In den beginne vanden jaere 
1590 heeft hij Rijnberck op den Rijn gelegen naer lange belegeringe ver- 
oevert om datter den Staeten dochte ongelegen te wesen om een stadt soe 
verre vande hant gelegen t'elcken haer macht in de waechschaele vande 
fortuyne te setten, om dselve te revictailgeren als te vooren eenige maelen 
geschiet was, wesende de eenige plaetse ende de eerste nochtans om de 
welcken de Staeten haer volck in tvelt gebracht, den viant in vollen slach- 
ordre thooft gebooden ende sulcx de stadt met gewelt ende vechtender hant 
naer eenige nedertaege vanden viant gerevictailgeert hadden, maer hier- 



r 



— 157 — 

tegen is hem op den 4 Maerte daeraen bij overvallinge de stadt ende 
casteel tan Breda affgenoemen, wesende yan seer grooter importantie , omme 
wdcke &ute te repareren hij den voorn. Graeve Carel van Mansfelt sont 
om de stadt weder te belegeren, maer te Tergeeffs. Immers naer dat 
dseWe alle sijn craebt gebaert hadde op een cleyn schantsken yan Noordam, 
leggende op thooft yan Sevenbergen, heeft hij met schanden weder aff 
moeien trecken ende hem contenteren met t'maecken van een nieuwe scfaantse 
ter Heyde, daertoe hij ^ over de drie maenden met sijn leger stille bleeff 
leggen. Hierinne staet insonderheyt de veranderinge der fortuyne te letten, 
oyermits daer yoor een molshoop heeft moeten steuyten tgewelt vanden 
geenen, die onlancx te vooren niet alleen geen steden hoe sterck die wae- 
ren, maer geen coningrijcken en achte sijn macht te mogen wederstaen. 
Ontrent dselve tijt kreech sijn volck een seer groote nederlaege in Vranck- 
rijck onder tbeleyt vanden Graeve van Egmont, die daer selffs verslaegen 
werde. In den soemer vanden selven jaere trock der Staeten volck (nu 
b^innende moet te scheppen) onder tbeleyt vanden Graeve Haurits van 
Nassau, sijnde niet dan drie ende twintich jaeren out te velde ende maeck- 
ten een stercke scfaantse tegen over Nieumegen aende Betusche sijde, son- 
der dat den voors. Graeff Garel te dien fynen daer met sijn gewelt geson- 
den tselve konde beletten , omdat de Staeten nu begonnen oick in tvdt 
den viant te verwachten, sonder hem plaetse te maecken als wel te vooren 
geschiet was, met alle welcke toevallinge den voorn. Uertoge mede heeft 
moeten beginnen te smaecken naer soe lange voorspoet t*ongeluck ende 
verweeringe ende verachteringe die tselve in de regieringe brengt, hoewel 
tselve noch niet te estimeren en is, bij tgeene hem in den jaere 1891 
ende 1599 overviel. Want de Generaele Staeten der Vereenichde Neder- 
landen voorn, bemerckende dat den voors. Hertoge mette Fransche oirlogen 
DU genouch bemoeyt ende becommert was ende daeromme tegen den win- 
ter in den jaere 1890 in Vranckrijck met sijn macht getrocken was ende 
hoewel hij Paris ontset, doch met seer groote schaede in den jaere 1891 
wedergekeert was, hebben alle haer macht versaemelt ende mette selve 
onder tbeleyt vanden Graeve Maurits voornt. verovert Zutpben, Deventer 
ende verscheyden forten van groeter importantie in Groeningerlant, als in 
tvoorgaende receuil en annotatien volcommelijck bescreven is, omme vriens 
Toorspoet te beletten den voorn. Hertoge selfis met alle sijn gewelt geoom- 
inen is voor de schantse van Knotsenburch tegen over Nieumegen van de- 
ivelcke hij door de aencompste des voors. Graeven van Nassau naer tverlies 
van ettdijcke vanden sijnen niet alleen met schanden heeft moeten ver- 



1 



— 1&8 — 

(reeken Hiadr heeft olck niet komieii beletten, off den sdvén Graeve van 
Nassau heeft n()Ch in den selven jaere met gewelt ende naer belegeringe 
gekregen ende terovert de stadt Hulst in Vlaenderen ende de sladc Nieu- 
megen toors. ende voorts in den jaere 1 899 met vuyterlijck gewelt de sfadt 
van Steenwijek ende het stercke fort ende thnys van Goevoerden , plaetsen 
die gerenooieert waeren imprenabel te wesen, alles ak hier boven tsijnder 
plaeCse gededuceert is, niettegenstaende den voorn. Hertoge om Goevoer- 
den te ontsetten een groot deel van sijn gewelt derwaerts gescbickt hadde, 
êtd naer eenige moeyten te vergeéfis gedaen , selffs tfort hebben konnen 
sien overgaen. Den Hertoge voomt. hadde wel in den beginne vanden 
selvet^ jaere die van Rouan m Vranckrijek gesocht te ontsetten ende door 
des Gonings van Vranckrijek macht sonder yet te doen te rugge moeten 
treekeili, maer daemaér vervattende de saecke seer schielijcken met sijn 
derde intocht in Vranckrijek oick in Aprilt ontset, doch met sulcken ver- 
Mes Vandé sijnen, dat hij niet als de victorieüse maer als de vluchtende 
wederomme vras gecommeh, ende daerop gekregen hebbende dvoors. seer 
gi'ooee oügëluèken, énde de vierde i^yse meynende in Vranckrijek t^ tree- 
ken met seer groote pompe, is als boven binnen Atrecht gestorven. Daer- 
ittne mede wel claerlijcken kan bemerckt werden dat den voorn ffértoge 
niét ved doueker ofte verstandiger is geweest, om sijn verovei'de forten 
ebde steedeii ten tijde van sijn veiHrerde saecke te bewaeren, ddn de 
Staeten fienerael te vooizen tsedert den jare 1878 totten jaere 1S88 toe 
gefeest hadden. Ende dat de Staeten Generael nu gecommen sijnde tot 
bekentenisse vadde meeste al^sistentie van haer selven te moeten versoucken 
ende nemen ende snlcx ih twerck stellende niet minder en hebben kbtinen 
waernemen de ^soen vande verwertheyt vanden saecke vanden vooni. 
Heiige, ab hij te vooren vande haere gedaen hadde. Niettemin is 
des vöors; Hertbgé eere daeromme noch groot voor de naercommelingen 
gebleven, onldat hij gelüclrigér voor sijn Goüing geoorloocht hadde dan 
sijn- voorsaeten ende noch f meestedeel van sijn victorien voor sijn naer- 
volgei^ gelaelen , omme mette vruchten van dien hem te mogen bé- 
Hel^ïl. De oirsaecke sijns doots en is niet seecker, overmits bij des 
fifvonts gégeeten hebbende ende van egeen andere sieckten, als sijn oude 
indhpósitie, weétende, was den ij*" deser maent gaen slaepen ende werde 
dfes' likchts tèii tween vuyten gevonden sonder kennisse ende vuylen ver- 
^tlhidè, in welcke gesteltheyt sonder eenige beetemissse hij lach tot des 
vWgeüden nacht ten een vuyren toe ende sterff alsoe sonder eenige redenen 
ofte propoosten te konnen^ voeren. Den iiij* Decembris des morgens ontrient 



r 



159 — 



duen Tuyreo werde hij bij de ehirurgijns geopent ende bevonden dat de 
kogueD heel waeterachtich waeren, de lever gelijck een spongie, de darmen 
bedorven ende swarUchticb ende tharte gaeff maer heel cieyii, werde 
daemaer geleyt in de cappe yan een capucien (volgende sijn begeerte, 
oaer sijn doot met sijn eygen hant gescreven bevonden) ende gebraefat bij 
de ridders yanden gulden Vliese in de Kercke yan S* Vas, draegende die 
van sijn huysgesin ontrent 3S0 flambeaux ende daer ettelijcke daegen voor 
den voldce verthoent sijnde, werde in een ooffer gedaen end^ getrans- 
porteert naer Bruessel, om voorts naer Italien gebracht te tvarden. Sijn 
doot bracht eenige veranderinge mede, want tvolck dat naer Vranckrijck 
gedestineert was, werde gecontremandeert ende bleeff tgouverftemeiit bij 
Graeff Pieter Erntst van Mansfelt ende den Raede van Staete bij provisie 
ende tot naerder ordonnantie vanden Goning toe, volgende den last die 
dsdve Mansfelt was hebbende. Seeckerlijck hij en const voor den Goning 
niet gelegender sterven dan in de winter ende op sulcken tijt ak men om 
veranderinge te maecken niet vuyt rechten en kan. 

In tbegin yan dese maent van December sijnde Graeff Philps van Nassau 
met eenige ruyteren ende knechten vertrocken vuyt Nieumegen om seeckere 
executie van wegen de Graevinne van Meurs te doen in Erkelant, ende 
vernomen hebbende dat niet wijt van Aken lach het overste vendel van 
tregement van Arenberch sijnde yergeselschapt met verscheyden officiers 
van andere vendelen is in der ijl derwaerts geruckt ende heeft t'mesten- 
deel van dien verslaegen ende eenigen gevangen ende het overste vendel 
gekregen. 

In dese selve maent overviel den Hertoge van Bouillon de stadt Dung 
opte Maese gelegen, doende aen de hooge stadt twee poorten achter den 
anderen met petarts springen ende soe eenige vande sijnen in stadt 
coDunen, die seeckeren tijt vochten tegen de gamisoenen van binnen 
(welcken tsedert den slach vanden eerste petart haer meestal in de 
waepenen gestelt hadden) tot dat hij selffs mette reste van sijn volck de 
muyren geeschaladeert hebbende, heml. te huipe quam ende sulcx meester 
vande stadt werde. 

Den xxiij*'' ofte xxiiij'" Decembris quam den Hertoge van Longeville voor 
Sint Valerij op de Somme ende creech tselve voor den Goning weder inne, 
naerdat die vande ligue tvolck dat sij derwaerts geschickt hadden, daer 
niet inne hadden konnen brengen vermits eenige Seeusche oirloochscheepen 
die op de Somme gecommen waeren ende sulcx beletten. 

Ontrent dees tijt creech Mons' Desdiguieres in Piemont inne Gavor met 



— 160 — 

eenige andere plaetsen van t'marquisaetscfaap van Salusse ende den Hertoge 
van Esperoon overviel Antibe in Preventie, kreeeh mede inne de haeven 
ofte port van Nize sonder de stadt ofte casteel te konnen krijgen. In 
Üeste van dese maent ereech Desdiguieres noch inne de stadt ViUe Frandie 
gelegen op de Pau boven Turijn niet wijt van Saluze. 

Hiermede eyndede het jaer van 1S93 in den weicken niet weynich 
geschiedenissen ende veranderingen gevallen en sijn, laetende het aen- 
staende jaer in aensien seer vol groote troublen ende moeyten, soe in dese 
landen als in Vranckrijck te meer, soe niet schielijcken gedbponeert en 
werde aende Coning van Spangien sijde op tgouvemement vande Neder- 
landen diet met hem noch waeren houdende. 



ANNO 4593. 



Ia tbegin van desen jaere en geschiede niet yeel besonders, dan dat 
Sijne Ex^ gestaedelijcken in den Haege resideerde, daer hem den ix**" 
Januarij quaemen besoucken de twee soenen vanden Graeve van Benthem. 
In dese selve maent werde bij de Staeten van HoUant verdraegen om van 
haerenlwegen in de Generaliteyt weder te consenteren haer quote in de 
somme van 900000 gulden extraordinarie tot vervallinge vande costen van 
den toecommenden leger ende voorts geresolveerl dat men tsuperintendent- 
coUegie vande Almiralitcyt bij de Staeten Generael soude doen casseren 
[oTermits tselve tot noch toe niet bequaemelijck en hadde konnen in train 
gebracht werden) mits dal den Almirael als raedt neffens Sijn Ex*^ mette 
andere raeden de saecken de Almiraliteyt aengaendc in tieger soude doen 
bestellen ende vuytrechten, dat mede die vanden Raede neffens Sijn Ex'*' 
souden voortaen compareren ende de stemme hebben in tcoUegie vande 
finantie van HoUant. 

Op den ix"* Januarij 1593 hebben de Staeten van Hollant op tversouck 
bij de Edelen vande selve landen aen beur gedaen, geconsenteert , ende 
dseke Edelen, ende die uyte Edelen huysen van dien gesproten sijn, 
mitsgaeders alle andere Edelen in de voorn, landen wonende ende daer 
gehilickt ende gegoet, ende derselver naercommelingen, geoctroyeert, dat se 
uyt geene saecken, breucken ofte delicten, hoedanich die souden mogen 
wesen, uytgeseit van lese ma* tegen de hooge overicheyt sullen mogen 
verbeuren meer als heur lijff ende eens de somme van tachtich gulden, 
met last op de officieren ende justicieren heur dien vrijdom te laeten 
genieten. 

Ontrent den xüij" deser maent Januarius vertrock Graeff Philps vuyt 

Nieumegen hebbende vuyt alle de omleggende garnisoenen bijeen geruckt 

il vaenen ruyteren, de sijne, die vanden Graeve van Hohenloe, Potlis, 

Barchon, du Bois, Drossart van Sallant, Vuchtenbrouck , Voisin, Vere, 

L 11 



1 



— 162 — 

Sidney ende Parcker met ontrent 1000 mannen te voet, om een inval in 
tlant van Luxemborch te doen ende sijn alsoe door tlant van Gulick recht 
derwaeris gegaen, totten welcken op de wecli hen noch vervougen souden 
de compagnie van Sijne Ex*^% van Kinsky, van Etmont, Donck ende FEs- 
pini, dwelcke vertreckende vuyt Breda ende Heusden den pas genomen 
hebben naer Wals Brabant met eenige voetknechten ende hebben aldaer 
Hannuye oyervallen ende daerinne gekregen gevangen Gapiteyn du Wal, 
die vuyt Steenwijck gecommen was metten ruyteren vuyt Steenwijck dien 
meest haere peerden gekregen werden ende moste Gockel het in themde 
ontvluchten, welcke gevangenen ende peerden sij mette voetknechten weder 
sendende naer Breda sijn de ruyteren voorts geruckt naer Graeff Philps 
ende sijn soe met hem innegetoogen in tlant van Lutsemborch ende ge- 
commen voor Sint Vit, alwaer sij twee poorten achter den anderen met 
petarts deden springen ende sloegen daernaer een schotdeur, die gedaen 
vallen was aen stucken, dan soe daer noch een derde poorte was en 
konden die niet op krijgen ende mosten sulcx wederonmie aff trecken, naer- 
dat sij daer ses vande beuren doot gelaeten hadden ende daeronder een 
Sergiant, waernaer des nachts die vande stadt volck innekrijgende, sijn sij 
voorts innegetoogen ende hebben alomme tlant sonder groote resistentie 
geplundert ende sulckx gecommen tot voor de stadt Lutsemborch toe ende 
hebben daeronmie her naer de vuytplunderinge noch affgebrant 34 dorpen, 
ende alsoe wederkeerende is den viant hemluyden gevolcht ende in seecker 
dorp nedergeslaegen sijnde, sijn ontrent 50 paerden vanden viant voor vuyt 
gecommen om de onsen te besichtigen ende hebben aldaer gevangen ge- 
kregen den Cornet van Ghinsky met eenige 7 ofte 8 ruyteren, die van 
egeen viant weelende, wat te breet vuyt tdorp waeren gaen wandelen, 
daerover ons volck in alarme quamen ende beter op haer hoede waeren, 
ende sijn soe weder terugge geconunen boven door tStifl Coelen ende voorbij 
thuys te Karpen ende akoe in t'overquartier Gelder wpder van malkanderen 
gescheyden ontrent den x" Februarij ende akoe elckx naer haer garnisoen 
getoogen, bij haer hebbende tamelijcken buyt van clederen, lijnwaet ende 
anders ende ontrent 1000 cleyne Ardennoische peerdekens ende eenige ge- 
vangenen ende gijselaers ofte borgen voor eenige branschat, niet ver- 
loren hebbende op dien tocht dan alleen ontrent H mannen doot ende 
eenigen gequetst, blivende mede tot Linnich in tlant te Gulick gequetst den 
Bitmeester TEspini, sijnde" vande eenigen van ons eygen volck (te weelen 
den neeif van Potlis) om seéckere particuliere querelle gequetst, die oick 
daernaer storff bij toevallen van een coortse. Naer alle twelcke de viant die 



r 



— 163 — 

ons Yolck vervolcht hadde coimnende logeren in tbreet op den boer in 

thot Tan Luyck, sijn vuyt Bergen op den Zoom ende Breda opgeruckt 7 

Taenen ruyteren ende den xviij*" Februari] vertoogen om den viant te ver- 

ncslelen dan den vianl daervan adverCentie gekregen hebbende sijn ver- 

loogen alleer ons Yolck aldaer konden commen, mits twelcke de onsen 

sooder yel Ie doen den xxiv*" Februari] weder gekeert si]n. 

; In t'eynde van dese maent Januarius werde alle gereetschap gemaeckt 

|(un weder te velde te gaen ende gescreven aen verscheyden Capiteynen 

ihaer compagnien te verstereken tot hooger getal ^ Voorts groote gerect- 

1 schap gemaeckt van block ende voorwaegens, affuyten, raeden, manden, 

schoppen, spaeden ende bijlen ende tgeschut dat verloopen ofte anders 

onclaer was, gerepareert ende toebereyt met last om alle tselve tegen halff 

Haert gereet te hebben ende voorts gedaen aennemen SOO bootsgesellen 

oflune bij tgeschut te gebruycken, dan den grooten snee die in Martio 

viel ende den vorst die daerop volchde verlengde alle de voornemen die 

men konde aenwenden. 

Graeff Carel van Mansfelt in tbegin deser maent gecommen sijnde met 
een tamelijcken hoop ruyter ende knechten in Artois ende aldaer gebleven 
i Sijnde ettelijcke daegen is den lesten Januari] in Vranckrijck in de Tyra- 
sche * innegetoogen om met sijn volck te verseeckeren ende favoriseren de 
I Tergaederinge die die vande ligue tot Paris geleyt hadden ende hielden 
omme een Coning te verkiesen, daerinne si] niet en konden verdraegen 
noch malcanderen verstaen ende over La Fere ten laesten treckende naer 
Compiegne hadde onder wege een aenslach op Noyon die hem geluckte, 
vant hij bij schoonen daege innenemende de ravelijn vande stadt, creech 
dselve bij appoinctement. 

In dese maent Januario dede Graeff Pieter Ernst van Mansfelt, bij pro- 
vl<iie Gouverneur Generael aen des Gonings sijde, publiceren een placcaet 
daerbij hij dede breecken de quarlieren ende opseggen de contributien met 
Terbot van egeen contributie meer aender Staeten sijde te betaelen ofte 
met haer volck quartier te houden, daer tegens de Staeten Generael weder 
een placcaet deden vuylgaen, verbiedende egeen quartier meer te houden 
Tanden eersten April toecommende aff, verclaerende daerbij alle persoenen 
woenende ten platten landen die de contributien souden weygeren te be- 



De Staten van Holland besloten alle kompagnieën , die ter bonner repartitie stonden, tot 150 
te yersterken. (Resol. yan den Raad van State, 28 Febr. 1693.) 
Thierracbe, een landstreek in Ficardie, ten O. van VermaDdois. 



1 



— 164 — 



taelen voor viant , hem abandonnerende totten rooff ende brant van haer 
Yolck van oirloge. 

In t'eynde Tan dese maent plunderden die van Oldenseel ende Lingeo 
?ast vuyt meest alle de dorpen van Twente tsij om tbreecken ?ande quar- 
tieren Yoornt. ofte dat sij niet en meenden daer lange te blijven en daer- 
omme haer selven wilden van beuyt voorsien. 

Den xiij** Februarij quam den jongen Graeve van Gulemborch tot Leyden, 
om daer te studeren, dwelcke met groote moeyten van sijn vader affge- 
toogen werde. 

Den xviij Februarij quam in den Haege de Gravinne van Swartzenborch 
onrnie van wegen den jongen Palsgraeff op den Rijn te middelen thuwelijdc 
tusschen hem ende Loyse van Nassau , dochter vanden Prince van Orangien 
H. M. die hij geteelt hadde bij Gharlotte de Bourbon (dochter vanden 
Hartoge van Monpensier) wesende de outste van dien bedde. 

Den xiiij"* Februarij naemen de garnisoenen van Bergen op den Zoem 
in Brabant inne het huyskcn te Westmael leggende op de heye van Brabant 
tusschen Antwerpen ende Hoochstraeten ende besettent met garnisoen. 

In dese maent Februario quam een vloot scheepen vuyt Zeelant die tot 
Bordeaux om wijnen geweest waeren onder Engelant ende door tquaede 
toesien vanden stierman van een oirlochschip dat voor seylde ende een 
lanteerne opvoerde, liep tselve oirlochschip met noch meer andere scheepen 
op den vuytsteeck van tportlant alwaer aen stucken stieten 3 oorloch- 
schepen ende thien coopvaerdersscheepen alles met wijnen gelaeden, daer- 
aff tvolck ende geschut meest gesalveert werde, dan de waeren bedorven. 

Den xviij*" Martij werde in de vergaederinge vande Staeten van Hollant 
geresolveert dat men M' Sebastiaen van Loosen soude nemen vuyten Raede 
van Staete ende dat in sijn plaetse gestelt soude werden Johan Pauli. 

Ten selven daege creech Gapiteyn Louys Laurens de compagnie ruyteren 
vanden afgestorven Ritmeester FEspini. 



GEERTRÜYDENBERCH. 

Ende alsoe men verstout den tijt seer gelegen te wesen om in Brabant 
wat vuyt te rechten, terwijle den viant in Vranckrijck soude sijn, soe heeft 
men tegen het eynde van dese maent vast alle ding aen doen bestellen 
onmie wat vuyt te rechten ende den xxj" vuytgegeven de patenten aen 



r 



165 — 



I ruyteren ende knechten omme haer tegen den xxix"* deser te laeten vinden 

I tol Heusden voor de ruyteren ende ontrent Willemstadt voor tvoetvolck. 
Den xxvij" Martij is Sijne Ex*** vuyten Haege vertoogen naer Rotterdam 

, om alsoe voorts te trecken naer Geertruydenberge , daer hij des anderen 
daechs morgens vrouch ontrent gecommen is, hem met vier vendelen 
Toetknechten laetende aensetten aende creecke vander Drumelen ende 
TOOt aldaer den Gouverneur van Breda die met 5 vendelen voetknechten 

I eode 4 vaenen ruyteren de stadt aenden Medesche sijde al des nachts te 
Tooren beset hadde, gelijck mede den Golonnel Brederode beset hadde het 
quartier van Raemsdonck ende de Lange Straete ende heeft doen de stadt 

I Daerder doen besetten, daer men seyde vuyt te wesen eenige soldaeten 
om den Heere Waterdijck^ te gaen haelen, mitsgaeders alle de vrijbuyters, 
die den xxviij'" daeraen noch naemen eenige scheepen beneden Willemstadt 
ende brachten de gevangenen naer Woude. 

Op den selven xxviij'" werde de stadt mede vande waetersijde met 
oorloochscheepen naerder beset ende beslooten. Voorts quaemen voor Dort 
17 vendelen voetknechten ende werden aldaer gescheept vijff heele ende 
rijff halve canons met 3 veltstucken om in tleger te brengen ende te be- 
schieten seeckere schantse die die vande stadt hielden op den Steelhooffsen- 

; dijde een valckonnetschoot vande stadt , sonder de welcke te hebben men 

I quaelijcken de stadt konde approcheren. Des nachts voeren naer tleger 
Graeff Philps met eenige scheepen met ammonitie gelaeden ende werde de 
stadt noch met wachten omset. 

Den xxix" trocken d'voorsz. 17 compagnien mettet voorsz. geschut naer 
Üeger, deermede quaemen 4 Seeusche compagnien met excuse datter niet 
meer vuyt Zeelant en mochten commen , werde voorts tot Dort geprepareert 
ende gemaeckt veel schantskorven ende ontrent 10000 stucken van sparren 
met ijsere pennen doorslaegen om tlaege lant tegen den Biesbosch aen aff 
te pallissaderen ende bewaeren datter met een laech waeter niemant te 
voet ofte paert lichtelijck soude konnen innecommen , van welcke preparatie 
des nachts een deel naer tleger gesonden werden. Te desen daege werde 
besichtet, waer men best de quartieren soude leggen. 

Den xxx*" quaemen noch naer tleger 7 vendelen knechten met eenige 
schantskorveu ende noch een deel vande pallissade, voorts begonst men de 



* Dismas de Berge, Heer yan Waterd^jck, de bevelhebber van Oeertroidenberg, beyond zich in 
Spuje (Coioma, pag. 213); gednreDde zpe afwezendheid yoerde de Heer van Mazieres, Lnitenaat- 
Kokmel yan Waranbon , het bevel over het garnizoen , dat uit 700 Bonrgondiërs en 300 Walen 
^etod, alle onde en geoefende soldaten. 



^ 



— 166 — 

quariieren te ordonneren ende de approchen te maecken , daerop die vande 
stadt ende schantse voorsz. eenige schooten schooien. Werden voorts van 
Breda 3 halve canons gebracht op den Steelhovensendijck ende aende sijde 
van Raemsdonck te lande gedaen 7 stucken, alles om dvoorsz. schantse te 
beschieten. 

Den lesten des morgens begonst men de quartieren te begrijpen, blij- 
vende den Graeve van Hohenloe mette regementen van Brederode ende 
Loockeren, sterck iO vendelen knechten ende de ruyteren van Heusden in 
Raemsdonck, Graeve Philps met sijn regement sterck 10 vendelen op den 
Steelhovensendijck daer thoff van Steelhove plach te staen ende bewesten 
vande stadt ende een valckonet schoet van dien op de Medesche wech, 
de regementen vanden jonge Graeve Hendrick Frederick (dien tregemenl 
van NoorthoUant toegevoucht was) van Balfour ende Groenevelt sterck 29 
vendelen ende ten noortwesten aende wactersijdc de Seeusche vendelen, 
een van Overijssel ende 3 van Hollant, weicke quartieren alsoe begreepen 
sijnde, begonst men dselve in diligentie te beschantsen ende bleven de 
ruyteren van Breda ende Bergen op ten Zoem leggen ter Meede. Desen 
daege des morgens iverde in de stadt laeten gaen seeckeren tromslaeger 
dien die vande stadt vuytgesonden hadden, om eenige gevangenen los te 
hebben die tot Breda saeten, maer was den tambourijn tot Willemstadt 
aengehouden geweest. Metten tambourijn werde gesonden een trompetter 
van Sijn Ex^^ , aenseggende dat men de gevangenen op haer rantsoen wel 
wilde laeten gaen, maer dat sij niet weder in de stadt van Geertruyden- 
berch die nu belegert was mochten commen, daerop Qlons' de Masieres 
commanderende in de stadt rescribcerde acn Sijn Ex*** dat hij hen daerran 
bedanckte, dat hij van gelijcken bereyt was te doen ende hoopte dat Sijn 
Ex*"* hem de eere sonde doen ende commen hem wat naerder bcsoucken. 
Die vande stadt schooten eenige schocten naer ons volck docnse de voorsz. 
quartieren begreepen, doch sonder merckelijck prouflijt, van gelijcken 
schooten die vande schantse eenige maelen. Ten sclven daege prepareerden 
die vande sijde van Raemsdonck twee batterien op tCloosterlant tegenover 
de schantse ende begonsten van die sijde te approcheren, noch werde ge- 
prepareert een batterie tot 2 stucken van Bredae gecommen op den Steel- 
hovensendijck omme van die sijde te beschieten het schantsken, twelcke 
viercant ende met vier cleyne bolwercken lach op den voorsz. dijck, daer 
dVaetercn ^ voorbij Geertruydenbcrge oploopcnde naer Oosterhout toe in 

' BoDge. 



r 



— 167 — 



een oommeo ende heel naer aenden voorsz. dijck omdrayen, raeckende 
de schantse mette eene sijde tot aen twaeter toe. Dan die vande schantse 
dat siende begonsten in alle diligentie haer contrescharpe om de schantse 
aende lantsijde leggende te terhoogen om haer tegon het schieten te 
waepenen. Te desen daege quaemen in Raemsdock 13 vaenen ruyteren 
myCmi quartiere van Gelderlant ende Zutphen. Des nachts werden op 
tCloosterlant voors. geplant 8 stucken geschuts ende op den SteelhoofFsen 
dijck 3 stucken ende ginck eenich Yolck logeren op tlandeken dat men 
LijntdoDck noempt ende oick eenigen op tGasthuyslant besuyden vande 
stadt, welcke landekens alle beyde eylanden sijn beslooten in tvoors. wae- 
tar Toerbij de stadt oploopende ende de heele suytsijde vande stadt be- 
dedLcnde. 

Den eersten April begonst men mette voors. stucken op de schantse 
voorn, te schieten dan en deden de 5 stucken van tCloosterlant egeen 
sonderling proufiijt ende daerenboven vielen haer overgaende ofte do(Nrgaende 
coegels alles ons eygen volck leggende aende Medesche wech, daerdoor 
men terstont met schieten ophieli ende de 3 stucken staende op den dijck 
en oonsten mits de contrescharpe oick egeen sonderling effect baeren, 
mits twekke men niet alleen ophielt van schieten, maer men en eyschte 
oidc het fort niet op, doch schoot men altemet mette voors. 3 stucken om 
twercken vanden viant te beletten. Voorts quaemen noch in tleger eenige 
oompagnien voetknechten vuyt NoorthoUant. Ten selven daege verde vol- 
maeckt de brugge over twaeter dat naer Oosterhout loopt met turiEM^huy- 
ten ende praemen om vuyt beyde de legers tot malcanderen over lant te 
mogen conmien, te weeten van vuyt Raemsdonck bewesten de stadt. Ten 
selven daege werde in Lijndonck S vande onsen met een schoot geschoo* 
ten, 3 doot ende 3 gequetst, daer onder verloor Gornelis van Driel, Eel- 
man vande artillerie sijn been. Sijn Ex'^ dede ten selve daege sijn tenten 
spannen bewesten vande stadt aende Medesche wech, daer de regementen 
van Graeff Hendrick, Balfour ende Groenevelt laegen om aldaer sijn quar- 
tier te houden. Des nachts werde ten noortwesten vande stadt een groot 
approche gedaen ende een schantsken geslaegen ontrent een musquet schoot 
tan tbolwerck leggende voor de nieuwe poorte ende niet wijt vanden 
slacbboom aldaer staende, van waer tlant voorts hooch is totte stadt ende 
contrescharpe toe, welcke contrescharpe Sijn Ex^' socht te winnen, om 
akoe langes dien sijn loopgraeve te maecken ende te conmien aenden Steel- 
hovensen dijck ende de schantse daerop leggende vande stadt afllescheyden, 
overmits het niet wel raoegeUjck en was anders tselvc te konnen doen om 



^ 



— 168 — 

twaeter, twelcke ^ande sijde van Raemsdonck de aencompste aenden dijck 
belette ende de marasche die ?an t westen oick de aencompste belette, 
daeromme dattet niet wel doenlijck en was daerop te comoien dan door 
ende langs de contrescharpe, hoewel noch dit voornemen te Yergeeffs was 
Die vande stadt oick yermoedende tgeene geschiede, waeren des nachts 
tweemael buyten de stadt tot aenden drayboom toe, maeckende tweemael 
met schieten onder ons volck alarme, dan en dorsten niet voorder oom- 
men, ende al haddense voorder gecommen soe en soudense niet vuytge- 
recht hebben, overmits de onsen wel 1000 man sterck aldaer waeren om 
de approdie te doen ende twerck te beschermen. 

Den ij*' Aprilis ginck men alomme mettet retrancheren vande quartieren 
voorts ende schooten die vande stadt altemet een schoete vuyt, voorts 
ginck Sijn Ex*** logeren onder de 3 regementen aende Medesche wech 
ende was in tleger gecommen den Almirael Nassau met eenige beloften 
dat die van Zeelant noch 3 vendelen knechten seynden souden. Op den 
achternoen ontrent een vuyren dede die vande stadt een vuytval wel met 
iSO man ten noortwesten vande stadt naer tvoors. schantsken toe, alle 
haer geschut gestelt hebbende om haer volck te bevrijden ende quaemen 
de vuytgevallene tot voorbij den slachboom toe seer furieuselijck vuytloo- 
pen, al schietende ende roupende, twelcke siende de onsen die in tschants- 
ken ofte approche waeren vielen daerop oick vuyt tegens den viant op de 
wech schermutserende , op de welcken met tgeschut vande stadt dapper 
geschooten werde, sonder merckelijcke schaede, alleen een soldaet tbeen 
affschietende ende eenige quetsende, daer onder den Gapileyn Reeckema 
van tStichts regement geschooten werde door trechlerbeen recht onder de 
kniede door thooft vanden groeten schinkel, sonder anders den schinckelaen 
stuoken te wesen. Vanden viant werden eenigen wederomme gedraegen 
sonder dat men weet off sij gequetst off doot waeren. Noch werde ge- 
screven aen tlant van Breda ende andere dorpen opde heye om pionniers 
ende waegens te hebben, daerinne de boeren soe willich waeren dat sij 
niet alleen en bestelden de 50 waegens geeyscht, maer beschickten noch 
elcken Gapiteyn een waegen ongeeyscht ende sonden oick gewillichlijck de 
pionniers, dewelcken de trancheen oick aende stadtsijde door tleege lant 
maeckten. Des nachts werde ten suyden vande stadt noch S groote appro- 
chen gedaen, d'een voorder op tGasthuyslant ende d'ander op Lyndonck, 
oick werde noch een approche gedaen ten noortwesten ontrent 960 treden 
naerder dan de voorgaende approche ende daertoe mede een schantsken 
gemaeckt; noch werde 4 heele canons in twee ponten voorbij de stadt 



— 169 — 

gebracht twaeler op dal naer Ooslerhout loopt om dselve te gebruycken op 
tLijDdonck ende Gasthuyslant , daer dapper met musquetten ende groff 
geschut naer geschooten werde, wel 2 vuyren geduy rende, sonder noch- 
tans yemant te quetsen, maer werden alleen 2 schooten door de boorden 
Tan een pont geschooten. Desen nacht wasser brant in de stadt ende 
branden eenige huysen aff, noch werden van tquartier van Sijn Ex*** naer 
den Steelhoflse dijck toe tusschen schantse vanden viant ende de stadt 
geruit meest alle de grachten leggende door tlaege lant om aenden dijck 
te commen, omme daerover te soucken de schantse vande stadt aff te snij- 
den. Voorts ginck GraefT Philps selffs des nachts besichtigen de contre- 
scharpe van tschantsken ende bevont dat dselve van buyten noch bewaert 
waeren met een goede grachte ende dat tfort niet aencommelijck en was 
dan langes die dijeken , wesende tlant ten westen meest onder waeter ende 
hebbende ten oosten het brede waeter ende achter de contrescharpe tus- 
schen tfort noch een groote diepe grachte. 

Den iij*" ginck men alommc met t'opmaecken vande trancheen om de 
qnartieren voort ende oick opde advenuen, noch werde afgeschantst den 
wech naer Gapelle ende sGraevenmoer , aende sijde van Raemsdonck, 
ende voorts opgedolven ende gesterckt alle de advenuen aldaer. Voorts 
schooten die vande stadt eenige schoeten met groff geschut vuyt, sonder 
merckelijcke schaede dan vanden Sergiant van Wingaerden die dool ge- 
schooten werde. Voorts quaemen Pauli ende Cant raeden neffens Sijne 
Ex*^ in tleger, des nachts werde een approche gedaen tot op tboort van 
tGasthuyslant naer tschantsken vanden viant toe ende noch een approche 
op Lijckelant naer den dijck toe, elcx opgeworpen om daer een batterie 
te planten , noch werde een approche gedaen ten suyden vande schantskens 
geoiaeckt ten noort westen ende daerinne te saemen gebracht 3 vendelen. 
Noch werde eenige slooten gevult in tlege lant naer den Steelhooffsen dijck 
loe ende was vande sijde van Sijn Ex'** alle tvolck gereet om opden dijck 
te vallen tusschen de stadt ende tschantsken, dan overmits den Graeve 
van Hohenloe van sijne sijde van Raemsdonck noch niet naer genouch ge- 
approcheert was om bequaemelijck op den dijck te commen ende dat 
men van die sijde de schantskorvcn ende ander gercetschap moste brengen 
ende sulcx niet gereet en was, soe en heeft men dien nacht sulcx niet 
getenteert, maar alleen op tLijckelant ende Gasthuyslant elcx geplant 2 
heele canons. 

Den iiij" Apriiis ginck men mettet retranchercn ende opmaecken van 
dien alomme voort, voorts werden veel schooten van onse sijde op de stadt 



I 



1 



— 170 — 



ende schantse gesebooten ende noch* om pionniers in tlant van Braebant 
gescreven ende alle gereeUchap gemaeckt om des nachts op den dijck te 
yallen met approcheren op tLijckelant opmaeckinge vande bedden tottet 
geschut ende anders dat daertoe noodich was. In de voor middernadit 
quam den Graeve van Hohenloe met veel volckx ende alle gereetschap van 
schantskorven , schappen ende spayen met schuyten ende ponten aenden 
dijck tusschen de stadt ende de schantse om daer te logeren ende vonden 
datter ontrent 30 man op den dijck de wacht hielden, welcke eerst 
weecken ende bij malcanderen sijnde gaeven een charge op tvolck vanden 
GraeflF voorsz. die meest begonnen te verschricken ende terugge te loopen 
(meenende dat den viant stercker was) met sulcke confusie dat veelen 
totten hab toe in twaeter liepen, sonder dat den Graeve van Hohenloe 
dselve oick met gewelt conden weder houden. Hieronder waeren den 
Gapiteyn Greve ende eenige van tStolberchsche regement die in dienste 
gebleven waeren, ende Gapiteyn Hutstpot vande bootsgesellen , ende soude 
de saecke heel quaelijcken affgeloopen hebben, ingevalle den viant sterck 
geweest waer 200 man ofte meer ende innegedruckt hadde, maer den 
viant niet sterck sijnde ende oick op den dijck commende 300 man van 
tquartier van Sijne Ex"*, d'een helft Schotten beleyt bij Balfour ende 
Broek ende d>nder helft van tNoorthoUants regement beleyt bij Jan de 
Wit greepen sij alles moet ende logeerden haer op den dijck, niettegen- 
staende die vande stadt ende schantse gestaedelijck met musquetten, roers 
ende oick grofT geschut schooten, ende maeckten haer aldaer sterck wat 
naerder aende stadt dan tschantsken sonder op dien exploicte een man te 
verliesen, maer alleen eenigen gequetst. Sij maeckten op den dijck twee 
sterckten ofte schantskens , d*een tegen de stadt ende d'ander tegen de 
schantse ende lieten daerinne de 300 man die vuyt tquartier van Sijn 
Ex"* gecommen waeren, die door tlant heel nat daer gccommen, mosten 
dien nacht ende volgende ^dach daer blijven ende den dijck meer ende 
meer verstercken. Voorts werde in twesten ten noorden noch een loop- 
graeve gemaeckt 350 voeten naerder de stadt dan de voorsz. approche te 
vooren gedaen. Desen dach werde noch loegemaeckt een wech naer tquar- 
tier van Graeff Philps toe van tquartier van Sijne Ex'^ aff, loopende door 
tleege lant ende daerop geleyt een cleyn schantsken om oick tleege lant te 
bewaeren. 

Den v** Aprilis des morgens vrouch werde dapper vuyte stadt geschooten 
naer ons volck die op den dijck laegen, daertegens de onsen melte vier 
canons staende op Lijndonck ende tGasthuyslant oick dapper schooten son- 



r 



— 171 — 



der dat met tselve schieten op ons volck eenige sonderlinge schaede ge- 
schiede, maer werden alleen eenigen gequetst. Des achternoens ontrent 
8 vuyren werde het schantsken vanden viant opgeeyscht bij Pauls Bacx 
met een trompetter van Sijn Ex^^ , daerop sij seyden met malcanderen te 
sullen spreecken ende alsdan antwoorden ende met malcanderen gesproocken 
hebbende, seyden dat men haer een Capiteyn binnen schickcn soude, sij 
wilden daertegens twee vuyt schicken om met Sijn Ex*** te spreecken ende 
werde binnen de schantse gesonden den Capiteyn Vernier, daertegens een 
Sergiant ende een edelman vuyt quaemen ende gecommen sijnde bij Sijn 
Ex*^ hielden haer als off Vernier in tfort soude gehandeld hebben, daerop 
Sijn Ex''* hemluyden aen seyde, dat soe sij eenich appoincteinent begeer- 
den te hebben, dat sij souden mogen vuyttrecken waert hem gelieffde, 
mits dat sij binnen Geerlruydenberge niet en trocken ende dat met waepe- 
nen ende bagagie, welck appoinctement sij op huyden mosten aengaen 
ofte dalter morgen egeen appoinctement voor hem wesen soude, met 
welcke verclaeringe den eelman naer de schants toe gesonden is metten 
trompetter, daerop die van tfort een brieff wederomme scrijvende, haer 
excuseerden van dat haer gedeputeerden geen last en hadden ende ver- 
claerden wel te vredcn te wesen de schantse over te leveren, mits met 
alle thaer in de stadt Geertruydenberge treckende, dan Sijn Ex^* nochmael 
verclaert hebbende sulcx niet te sullen lijden, sijn eyntelijck verdraegen 
vuyt te treckcn naer Antwerpen ende daervoor haer Sergiant voorsz. in 
gijselinge te laeten tot des anderen daechs. Des achternoens trocken 300 
mannen van tregement van Graeff Hendrick ende Balfour (om op den dijck 
naer de wacht te gaen) naer tquartier van Raemsdonck om van daer des 
nachts met schuyten over te vaeren naer den dijck ende alsoe drooch op 
de wacht te commen, om te eviteren de groote coude. Des nachts werde 
noch geapprocheert ten noorlwesten wel 350 voeten naer de stadt toe, 
ende voorts beoosten den Steellioffsendijck op tiant aenden dijck leggende 
geworpen een loopgraeve bij forme van een schantsken om te bevrijden de 
passagie vande Donge ende oick alsoe in de breete te approcheren. Noch 
werde opgeworpen een halve maenc aende westsijde vande brugge over 
Iwaeter naer Oosterhout loopcndc leggende tot bevrijdinge vande selve 
brugge ende werden des nachts op tLijndonck geplant, 1 hele ende 2 
halve canons. 

Den vj" Aprilis des morgens ontrent negen vuyren trock den viant vuyt 
tschantsken sterck noch 133 mannen van verscheyden compagnien binnen 
Geertruydenberch sijnde, gecommandeert bij een Capiteyn genaemt Mons' 



— 172 — 

de Ton ende een Vendrech Bourgongons ende werden met ontrent 30 
peerden van Ghinsky geconvoyeert naer Antwerpen. In de schantse werden 
gevonden noch 1000 pont groff pulvers, veel scherpen, 2 gootelingen, Iwe 
bossen, 9 tonnen meels, over de 300 brooden ende eenich bier, vleesch 
ende sout, werden mede bevonden de grachten van tfort heel diep, de 
wallen heel dijck ende de boUwercken massyff, beset met goede contre- 
scharpen, in vougen dattet houbaer was geweest tegen alle ge welt noch 
veel daegen. Tot dit onnodich overgaen, acht men seer veel gedaen te 
hebben dat dese soldaeten waeren van verscheyden compagnien, die oick 
daeromme te minder hebben willen gecommandeert werden. Op den 
avont trock den Gapiteyn Vernier met sijn compagnie in de schantse. Ten 
selven daege werde noch een cleyn schantsken geworpen op den voorsz. 
wech gemaeckt om naer Graeff Philps quartier te gaen naerder aenden 
Steelhoffsendijck. Noch begonst men door de pionniers de trancheen van 
tquartier van Sijn Ex*"* te verstercken ende dicken tegens de advenuen 
aen, om daerinne niet alleen geschut te mogen voeren ende gebruycken, 
maer oick om geschut te mogen wederstaen, soot noot waere. Voorts 
werde gescreven aen veel dorpen om peerden te hebben om op morgen 
de drie halve canons van Breda gecommen, weder naer Breda te brengen. 
Werde mede last gegeven aende ruyteren van Bergen op den Zoem om 
op morgen weder naer Bergen te trecken om alle aenslaegen vanden viant 
op die stadt te voorhoeden; item aende ruyteren van Breda omme weder 
mede naer Breda te gaen. 

Den vij*" Aprilis ginck men alomme met Iverstercken vande trancheen 
voort ende werde een nieuwe tranchee gedolven door tlege lant van tquar- 
tier van Sijn Ex**' aff tot recht op tschantsken aen dat den viant over- 
gegeven hadde, om te beter oick tselve laege natte lant te bewaeren tegen 
alle vuyt ende inneoompste. Noch werde geprepareert een batterie ten 
noortwesten vande stadt op de Medesche wech tot 6 stucken omme van 
die sijde oick de defensien te benemen, daerop die van binnen seer schooten 
ende oick eenigen treften als de jongen van Groenevelt ende een soldaet 
doot. Nocli schooten die van binnen seer naer de scheepen, naer de 
quarlieren ende anders in twilt seer veel schooten, oick om twcrcken te 
beletten, in vougen dat men niet gevouchelijck voorder konde graeven 
sonder eerst haer schieten te beletten. Te desen daegen trocken de ruy- 
teren van Bergen op den Zoem weder naer haer garnisoen ende die van 
Breda mede (vuytgeseyt Edmont die noch snachts de wacht hadde) naer 
Breda met leydende de o halve canons van daer gecommen. Noch quam 



r 



— 173 — 



de compagnie Tande guarde weder in tquartier van Sijn Ex^* ende be- 
gomt men tquartier Tan Graeff Philps weder aff te werpen omme tvoick 
Tan daer naer tquartier van Sijn Ex*** te doen commen. Des nachts werde 
een groote approche op den Steelhoffsen dijck gedaen ende een andere 
ten noortwesten op de Medesche wech, omme metter tijt in de contre- 
scharpe te commen. Werden mede voorbij de stadt gebracht seeckere 
scheepen tot een scheepbrugge , omme daer mede de brugge boven de 
stadt te Tolmaecken, daer die vande stadt dapper naer schooten. Te desen 
daege liet men noch de Donge boven bij Engelant stoppen om tlege lant 
aldaer gansch onder waeter te houden ende tot bewaernisse vanden dam 
ofte stoppinge op d'eene eynde een cleyn schantsken maecken ende op 
d'andere sijde Engelant beschantsen, alles om te beter alle aencomptste van 
buyten te beletten, oick dede men een huys wat leeger leggende be- 
schantsen, twelcke men Schotlant noemde onder de soldaeten. 

Den viij*" ApriUs ginck men alomme met tgraeven ende delven voort 
ende met t'opmaecken vande tranchee door tlaege lant ende om tquartier 
te beter te bewaeren ende tegen alle comptste vanden viant te verstercken, 
werden ontrent i 30 roeden vande tranchee van Sijn Ex*^ quartier leggende 
ten suyden aenbesteet omme gemaeckt te werden 13 voeten hoge ende 
boven op 20 voeten dicke ofte breet , met een parapet daerop hooch 4 
voeten ende beneden dick 6 voeten ende in de bolwercken aldaer gelegen 
geprepareert 3 plaetsen om geschut te stellen, alles om oick des viants 
geschut soe hij eenich mochte brengen op de advenue in tsuyden van tquar- 
tier leggende (daer hij alleen geschut mach brengen) te wederstaen ende 
sulcx tquartier tegen alle gewelt te bewaeren, daer vuyt oick goet te ver- 
staen is, dat Sijn Ex^' gansch gcresolveert is den viant egeen plaetse te 
maecken, maer hem geheel te verwachten ende wederstaen, contrarie 
Igeene voor vier jaeren te vooren geschiet was. Noch quaemen in tquar- 
tier van Sijn Ex**" logeren de 8 vendelen van tregement van Graeff Philps 
ende quam vuyt Zeelant de compagnie vanden Graeve van Solms ende 
nam bij de andere Zeeusche vendelen quartier. Voorts schooten die vande 
stadt seer met geschut, soe om twercken te beletten als naer de schepen 
ende'quartieren, daertegens men van buyten weder eenige schooten schoot. 
Noch werden geprepareert de beddinge totte batterie in t'noortwesten , daer 
men des nachts 3 halve canons innebracht ende men souder oick inne- 
gebracht hebben 3 heele canons, dan overmits neffens het geschut geen 
scherpen tot heelen gesonden waeren ende coode men die niet gebruycken, 
maer werden alleen op tlant gebracht. Te desen daege quaemen Berne- 



1 



— 174 — 

velt ende Pauli in tleger. Des nachts werden de 2 heele canons van 
tLijckelant gehaelt ende bij de andere 2 op tGasthuyslant geplant ende in 
de plaetse van dien 2 veltstucken op tLijckelant gestelt ende voorts pre- 
paratie gemaeckt ommë eenige stucken op den Sleelhoffsen dijck tegen de 
stadt te setten om onder faveur van dien te beter te mogen approcheren. 

Den ix** Aprilis begonst men dapper te schieten vuyte batterie ten noort- 
vresten ende van tGasthuyslant ende Lijndonck om des viants geschat te 
demonteren, twelcke de vianden vernemende, deden al haer geschut (naer- 
dat sij ' noch tweemael ofte driemael geschooten hadden) terugge haelen , 
soe men const bemercken ende hielen haer voorts stille. Met tschieten 
schooten de onsen de stadt coorenmoolen staende in tsuyden op de walle 
aff dat se ter neder viel ende ontstelden de moeien die in tnoortwesten 
staet. Men ginck voorts met het verstercken vande trancheen ende quar- 
tieren alomme seer voort. Te desen daege verlrock Bernevelt weder ende 
begonst men de brugge te leggen tusschen tschantsken bij den viant ver- 
laeten ende het Gloosterlant , nemende den affganck vande brugge langes 
de contrescharpe van tschantsken ende werde dselve geaccommodeert om 
met waegen ende peerden te mogen overrijden. Noch trocken naer Bergen 
op den Soem 4 vaenen ruyteren ende naer Breda 2 ende de 2 ordinaris 
naer Heusden, waeren sülcx tot Bergen 7 vaenen, tot Breda 6, tot Heus- 
den 2 ende in tleger 8. Des nachts approcheerde men op den SteelhoQsen 
dijck tot aende hameije toe ende werden op den selven dijck geplant 
3 halve canons tegen de stadt, noch werde naerder geapprocheert ten 
noortwesten ende oick aldaer noch geplant 3 heele canons ende werden de 
2 veltstucken van tLijckelant weder affgebracht ende in ponten geleyt, 
ende staen nu op tGasthuyslant 4 heele canons ende op tLijndonck een 
heele ende een halve, 3 halven op den Steelhoffsen dijck ende 3 heelen 
met 5 halven in t'noortwesten op de Medesche wech ende men ontboot 
van Dort noch eenige stucken om in tquartier te stellen. 

Den x** Aprilis schoot men mette voors. stucken aen d'een ende andere 
sijde seer ende insonderheyt met 2 op den Stelhoffsen dijck meest om den 
viant te amuseren , de defensien te benemen ende onder het decksel van 
dien te beter in de approchen te delven ende graeven. Des morgens werde 
de brugge voors. volmaeckt ende met tlaege waeter opgeset de sluyse 
leggende aende schantse om tlege lant wat te droegen. Die vande stadt 
schooten ettelijcke maelen vuyt naer Raemsdonck. Men ginck met tver- 
stereken vande trancheen alomme seer voort ende met tprepareren vande 
plaetsen daer men geschut in tquartier van Sijn Ex**" wilde stellen. Voorts 



r 



— 175 



begonst men van des morgens aff de pallisade te slaen van twaeter vanden 
Biesbos aff naer tquartier van Sijn Ex^*" toe mette stucken van sparren met 
ijsere pennen die tot Dordrecht daertoe geaecommodeert ende bereyt 
waeren , omme daermede tgansche quartier aff te paelen. Des nachts werde 
op den Steelboffsen dijck geapprocheert ettelijck roeden door de hameye 
ende op den Medescbe wech genaerdert wel 400 voeten. Ten selven daege 
Tertrock vuytet leger Graeff Johan van Nassau om weder naer den Haege 
te gaen ende van daer naer Duytslant te vertrecken mette Graevinne van 
Swartsenborcb , die haer gereet maeckte om met haer te leyden Jonck- 
ifrou Loyse van Nassau , die men seyt te sullen gaen huwelijcken aenden 
Palsgraeve op den Rijn, welck huwelijck indien het voortgaet onlwijffelijck 
sal maecken een groote alliantie tusschen den selven Palsgraeve ende den 
Coning van Vranckrijck ende oick dese landen ende strecken tot oneere 
ende verachtinge vanden Coning van Spangien , dat de kinderen van een 
Prince bij hem gebannen ende ter doot geexponeert ende gecommen vuyt 
een huwelijck bij hem soe seer geblameert tot sulcke beerlijcke partije 
geraecken. 

Den xj" ginck men mettet verstercken vande trancheen voorn, ende 
mettet stellen vande pallisade alomme seer voort ende schoot men eenige 
schoeten met groff geschut op de stadt , daer tegens die van binnen weder 
2 ofte 5 schooten deden. Voorts quam weder in tleger de vaen ruyteren 
Tan Barchon, bij de andere vijff vaenen in tleger gebleven, daer onder de 
Taen van Parcker , wesende nu te saemen 6 vaenen vande welcke alle dae- 
gen ende nachten een de wacht compt houden voor tquartier van Sijn Ex^ 
aende Mede. Noch arriveerden in tleger 5 heelen ende 7 halve canons, 
omme ses van dien, te weeten 5 halven ende een heele te stellen in tquar- 
tier van Sijne Ex*** in tsuyden op 3 bolwercken flancquerende op den wech 
commende van Breda ende noch S heelen te stellen aen twaeter in tnoort- 
westen van tquartier op seeckere laege catte daertoe gemaeckt, om mettet 
selve te bevrijden theele gorse, leggende aen twaeter vanden Biesbos ende 
oick twaeter selffs ende de 3 andere halve canons om te brengen op tschants- 
len bij den viant verlaeten, om oick daermede de advenue langes den Steel- 
boffsen dijck ende de brugge te bewaeren. Snachts werde noch eenige 
approche gedaen soe op den dijck als wech voors. ende begonstet te wayen 
ende te stormen vuyten noortwesten met eenigen regen. 

Den xij*" ginck men mettet verstercken vande quartieren voort ende het 
stellen vande pallisade, noch werden d voors. 10 stucken aen lant gebracht 
ende continueerden den storm ende wint voors. seer met eenigen regen 



1 



— 176 — 



daerdoor des avonts twaeter excessyvelijck begonst te i¥assen ende Teel 
hooger dan te vooren met groot pericule vande heele quartiereo te doen 
ondervloyen, ingeyalle men de trancheen van dien met gewelt ende arbeyt 
niet gehouden en hadden, daer die al begonst door te sypen, waardoor 
gebeurde dat de compagnie van Niesbet, Schotsman, niet alle te wel op 
haer hoede sijnde in tstoppen vande gaeten in den Steelhoffsen dijck ge- 
maeckt, in haer loopgraeven aende hameije aldaer, bij twaeter schiecke- 
lijeken sijn overvallen ende benert, twelcke gewaer wordende die van 
binnen sijn terstont daerop vuytgevallen ende hebben een deel vande 
Schotten in haer loopgraeven met twaeter geempescheert overvallen ende 
ontrent 8 dootgeslaegen ende 11 gevangen gekregen, daeronder de Lieule- 
nanten van Broek ende Niesbet voornt. met 2 Sergianten ende noch wel 
80 gequetst. Tot dit ongeluck heeft grootelijcx gedaen de onachtsaemheyt 
vande voors. Schotten, die niet een musquet ofte roer veerdich hadden 
om te schieten tegen den viant ende veelen van hemluyden oick egeen 
cruyt. Den Capiteyn Niesbet is doort waeter ontcommen ende was de scricke 
soe groot onder ons volck, dat den Vendrich van Hopman Jan Thoe- 
nissen sijn vendel staende bij de batterie affnam om tselve te salveren 
soet noot waere, dan daerover commende den Graeve van Hohenloe met 
eenige soldaeten van Vernier, dede t'selve vendel met oick tSchotse ven- 
del weder planten ende tvolck asseureren, twelcke den viant vernemende 
trock weder terugge. Geduyrende desen vuytval (die in alles wel ander- 
halff vuyre duyrde eer se ophielt) schooten die vande stadt seer met 
roers ende musquetten vuyt tbolwerck tegen den dijck aenleggende ende 
om beter te schieten liepen tot boven op de parapet toe ende schooten 
oick eenige schooten met groff geschut daer de onsen weder een schoot 
ofte 2 tegen deden, maer en konsten met de stucken staende op tGast- 
huyslant ende Lijndonck niet schieten overmits dselve totte tuyten toe in 
twaeter stonden. Overmits desen vloet most men mede met twercken 
ende verstercken vande trancheen ophouden om dat twaeter over alle het 
lant overliep, ter oirsaecken men de dijeken affgedolven ende doorgesteecken 
hadde tot sterckinge vande quartieren. De reste vanden dach was men 
besich om de trancheen tegen het waeter te stereken ende houbaer te 
maecken om bij de volgende vloet niet overvallen te werden, dan omdat 
den wint te noorden schoot en vloeyde het snachts niet soe hoge op een 
goede voet naer als het des achternoens gedaen hadde. Noch werde des 
nachts 8 vande voorsz. stucken op de Medesche wech gebracht vast bij 
tquartier van Sijn Ex^'' ende 2 heelen gelaeten bij tcatken staende in 



— 177 — 

tnoortwesten van tleger aen twaeter om daerop te mogen gebracht werden. 
Men prepareerde mede de beddinge totte selve twee stucken op tcatken. 
Den storm ende regen bleeff desen nacht continuerende, waerdoor, ende 
om thooge waeter voornt. men niet en konst eenige approchen doen. 

Den xiij" Aprilis continueerden den storm met regen, dan en vloeyde 
niet soe hooch als te vooren. Men sont mede des morgens een tambourijn 
aende stadt ten noortwesten, om van hemluyden te verstaen wat gevan- 
genen sij hadden, daerop wel 18 ofte 14 persoenen quaemen op tbolwerck 
daer leggende staen ende seyden eyntelijck dvoorsz. 11 gevangenen te heb- 
ben ende versocht sijnde dselve op rantsoen te willen laeten gaen, seyden 
sulcx niet behoorlijck te wesen, maer dat Sijn Ex^ daerinne gerust soude 
sijn, dat sij de gevangenen wel tracteren ende wel laeten cureren souden, 
vraegende den tromslaeger driemael oflf hij egeen brieven aen heml. en 
hadde van Sijn Ex*^' ende soe hij antwoorde neen, lieten hen wederomme 
gaen, daer vuyt te vermoeden staet, dat sij niet ongaern opgeeyscht sou- 
den willen wesen. Voorts begonst men weder wat te wercken aen tver- 
stereken vande trancheen, des achternoens schoot men eenige schoeten met 
t'geschut op de stadt, des nachts keerde den viant al vrij naer twesten toe 
ende begonst dapper te regenen, waerdoor men met approcheren niet veel 
vuyt rechten en konde op de Medesche wech ende omdat de loopgraeven 
aenden Stelhoffsendijck noch vol waeters waeren en konst men aldaer oick 
niet vuytrechten. 

Den xiiij*" Aprilis continueerden den storm ende wint ende was het soe 
quaet in tquartier te gaen, dat men naulijcx den wech konde gebruycken) 
waeronmie men oick met wercken nochte approcheren niet en konde voort • 
gaeo. Men schoot altemet eenige schoeten op de stadt ende logeerden die 
van binnen haer aende hameye vanden Steelhooffsendijck , omme de 
approchen daervan te beletten ende retarderen, waer vuyt men sach wat 
^erachteringe het quaet toesien van een vuyre doen kan, want men nu 
langsaemerhant weder sal moeten innewinnen tgeene men te vooren al 
hadde ende wel const behouden. Het regende mede seer bijnaest den ge- 
beden dach. Noch quam de compagnie ruyteren van Sidney weder in 
tleger vuyt Bi*eda, om de dierte vande lijfftochte aldaer, in vougen dat 
lot Breda nu niet meer en bleven dan de 4 ordinaris vaenen. Voorts 
werden in tquartier van Sijne Ex*** gebracht 6 stucken geschuts, theele' 
ende 5 halve canons, omme te gebruycken op de 3 bolwercken in tsuyded 
van tquartier tegen de advenuen aen; des nachts wayde het een seer 
groeten storm met regen ende hagel in sulcker vougen al off de elementen 
I, J2 



^ 



— 178 — 

alles OBtgaen ixraeren geweest ende tegenstonden desen leger, want de 
aerde heel laech sijnde scheen tleger te begeven, het waeter wilde tijger 
overvallen ende onderloopen ende de lucht tormenteerde tselve met storm, 
hagel ende regen, dan God kant beteren alst hem gelieft. Door desm 
storm en conste men dien nacht egeen approche doen. 

Den xv*" Aprilis continueerde het stcxmen, regenen ende hagelen de 
geheelen dach door, wayende den wint vuyten westen, voorts begonst mea 
met tverstercken vande trancheen voort te gaen ende op eenige oorden de 
parapet daerop setten ende de paUisade (die van twaeter vanden Biesbos 
aif buyten de trancheen van tquartier van Sijn Ex^ langes het noorden 
ende westen gesla^gen was tot aenden dijck toe, daer de trancheen in 
vougen als voofen gesterckt werden) mede te slaen in tsuytoosten tot aen- 
de tranchee toe, die door tlaege lant naer den SteUioffsendijck tot ia 
t'marasche toe liep ende oick langes dselve tranchee tottet marasche toe, 
in vougen dat nu theele quartier tegen de aencompste van buyten metle 
selve pallisade buyten de grachten beslooten was, vuytgeseyt alleen ter 
plaetse daer de tranchee soe seer v^dickt werde, om redenen dat de 
grachte aldaer wijt genouch was, welcke pallisade tleger egeen deyne 
bewaeringe en sal doen, om dat dselve sal beletten alle schielijcke aenko- 
pen, die den viant daerop sonde willen ofte soucken te doen ende daer al 
met moeyten overgecommen sijnde, soude haer de grachte tweede belet 
doen. Men schoot noch eenige schoeten op de stadt om haer wercken te 
beletten. Des achternoens gaet Sijn Ex^ besichtigen de wegen van sijn 
quartier naer Raemsdonck, die soe diep waeren, dat men die niet ge- 
bruycken en conde om dselve wat te doen repareren, gaet mede naer 
sGraevenmoer ende Wasbeeck toe, om de advenuen aldaer te doen aff- 
schantsen ende be waeren. Des avonts was het sprinckvloet, ende vloeyde 
twaeter, mits den storm, seer hooch, dat men met vuyterlijcken arbe}t 
de trancheen tegen twaeter houden moste, ofte soude anders het quartier 
ondergevloyt hebben ende vloeyde twaeter soe seer over de sluyse leggende 
in den Stelhoffsendijck dat alle tlege lant tusschen tquartier van Sijn £x*^ 
ende den selven dijck onder vloyde, waeromme men naer de brugge niet 
commen en konde dan langes de Mede ende soe naer Stelhoven ende van 
daer den dijck langes naer de brugge toe. Des nachts wayde het noch 
seer ende regende ettelijcke maelen ende versterckte men een weynidi de 
loopgraeven ten noortwesten. 

Den xv]'" Aprilis ginck men mettet verstercken van trancheen alomme 
seer voort ende t*opsetten vanden parapet. Men schoot oick eenige mae- 



r 



— 179 ~ 



leD op de stadt om haer de defensien te benemen, men bradit mede de 
8 beele canons op tcatken in t*noortwesten van tquartier tegen het waeter 
aen gemaeckt ende men bereydese om des noot sijnde te mogen schieten. 
D» Toornoens wayde het noch seer ende regende altemet eens, maer des 
naernoens begonst den i^int te drayen, naer tsuyden ende te slappen ende 
werde tamdijek weder, dan op den nacht hieff de wint weder aen met 
regen, snee ende hagel, die een groot deel van dien nacht viel. Te 
desen daege begonst men te beschantsen de kercke van Raemsdonck, op 
deweicke meest alle de wegen vande Langestraete haer vnyt oompste. 
hadden, men begonst mede een schantse op te werpen op den wech die 
Toyt dorp Raemsdonck naer Wasbeeck gaet ende dat om te bevr^en tquar- 
tier daer de ruyteren laegen, wesende den wech die ten suyd^n vande 
kat;ke voorsz. affleyt, alles achtervolgende de ordre op gisteren bij Sijn 
Ex^ gegeven om den viant op die twee advenuen te schutten eer hij aen 
tquartier aldaer mach commen ende daertoe beraemde men de schantsen 
heel vast te bouwen ende oick tquartier è Tesproeve du canon te maec- 
ken ende oick de hoffstadt Vuylendonck daer naer te beschantsen. 

Den xvij"" Aprilis ginck men met tverstercken vande trancheen seer 
voort, die nu al heel veel oochs begonnen te krijgen. Voorts trodcen S 
vendelen van tregement van Graeff Philps naer Raemsdonck om te logeren 
ende voorts te volmaecken de schantse aldaer begonnen op den wech van 
Wasbeek ende dese 5 compagnien waeren van Jan van Egmont, Lucas 
Bedding, Jan de Gijselaer, Hans Schaeff ende Draeper. Item trocken vuytet 
qnartier van Raemsdonck 4 vendelen in de kercke om mede de schantse 
aklaer te volmaecken ende daerinne te logeren. Desen dach was het heel 
beeler weer, daeromme men weder gereetschap begonst te maedcen om 
te approeheren ende daertoe de saecken aen te stellen, schietende altemet 
eenige schoeten op de stadt. Des nachts werde wat naeder op de Mede-* 
scben dijck geapprocheert ende gereetschap gemaeckt omme ontrent de 
hameye een groote corps de guarde te maecken. 

Den xviij*' Aprilis was het schoen weer, daeromme tversterdcen vande 
waOen wel voortginck, voorts trocken naer den Haege Mons' de Nassau 
met Bruynincx, omme mette Princesse ende Graevinne van Swartsenbordi 
te beraetslaegen op tvertreck van deselve Graevinne mette halve suster van 
Sijne Ex"* aengesien den viant noch 300 peerden ende 1100 ofte 1900 
man te voet over den Rijn naer Verdougo toe gesonden hadden, die daer- 
omme middel souden hebben yet op de voors. jonckvrouwen te attenderen. 
Des nachts werde de approche op de Medeschen dijde meer bevestidit 



^ 



— 180 — 

ende geacoomodert ende daerontrent veel scbantskorven gebracht omme 
het corps de guarde Toors. te maecken. Waeren oick i ruytereo van Donck 
te voet tot voor de grachten van Shertogenbosch aenden schiltwacht 
roupende, dat sij vuyt Geertruydenberge geswommen waeren ende brieven 
aen den Graeve van Mansfelt hadden, daerop den schiltwacht hem ver- 
maende te verbeyden tot dat den dacb quaem, ende seyde datter dien 
avont twee vuyten Bosch gelaeten waeren met brieven aende gamisoenen 
Tanden Berch, daervuyt sij verblijt souden sijn. Desen dach ontrent den 
middach quam in tleger den Oversten Veer met eenige Engelsche Gapi- 
teynen, dan vertrock terstout daernaer weder, om naer den Haege te 
gaen, sonder dat men weet waeromme hij soe schielijcken quam ende 
weder vertrock. Des avonts ontrent 5 vuyren hebbende Graeff Philps wesen 
eeten bij den Oversten Brederode ende met den Sergiant Major van tleger 
Sinisky, ende den Stalmeester van Sijn Ex^^ gecommen sijnde over de brugge 
is met sijn paert in volle cariere geloopen naer de batterie staende op den 
Stelhofisen dijck ende sijn d'anderen daerop hem gevolcht, maer gecom- 
men aende batterie is den Graeff daer voorbij gereeden tot aende hameye 
toe daer blijvende staen sien ende somtijts sijn paert eens drayende, 
om den welcken te bevrijen tvolck op den dijck ende de eylanden leggende 
dapper met groff geschut, roers ende musquetten schooten om te beletten 
dat den viant niet gevouchelijck oversien ende hem schieten soude, daerop 
oick die van binnen soe dapper schooten met roers ende musquetten al 
o(t gehaegelt hadde, mits twelcke men in veel swaericheyt was om den 
Graeff weder te rugge te krijgen. Eyntelijcken den Sergiant Majoor ende 
Stalmeester voors. soe veel gedaen hebbende dat se den Graeff van tpeert 
tegen sijn danck kregen ende hem willende in de batterie weder inne 
leyden, is den Sergiant Major voors. in sijn rechterbeen tusschen de twee 
enclauwen inne geschooten dat tloot daerinne bleeff leggen ende is metten 
Graeff eyntelijcken daervan gecommen. Om dit accident wille (twelcke 
door de dronckenscap vanden Graeff voors. toegecommen was) heeft men 
van buyten ende van binnen totten nacht toe seer met roers ende mus- 
quetten ende oick geschut geschooten. Ende den Graeve van Hohenloe 
niet weetende watter te doen was, is in der ijl gewaepent derwaerts ge- 
conmien, dan aen Graeff Philps gevraecht hebbende wat hij doen wilde 
ende vanden selven egeen goet bericht krijgende, is weder naer sijn quarüer 
gekeert, niet seer de actie van Graeff Philps prijsende. 

Den xix" Aprilis was het schoen weder, waeromme men met tversterc- 
ken vande trancheen ende opmaecken vande schantsen voors. seer voort- 



r 



— 181 — 

ginck, men opende mede het sluysken in den StelhofTsen dijck, waerdoor 
seer veel waeters vuyt llege lanl liep, onder faveur van twelcke men be- 
gonst te maecken een wech met synckrys omme vande tranchee aff, loo* 
pende door tiege lant te mogen commen aenden Steelhoffsen dijck binnen 
bet schantsken vanden viant verovert , om tvolck die op den dijck moeten 
waecken van soe verre omtrecken te verlossen ende in alle noot schielijcker 
aenden dijck te mogen commen. Men schoot altemet eens op de stadt. 
Des achternoens reedt Sijn Ex*** naer Osterhout ter jacht bij . hem heb- 
bende de ruyteren van Putlis, doch tot Osterhout sijne compagnie gedaen 
commen hebbende, met last dat noch 3 compagnien vuyt Breda souden 
coomien om den wech te veiligen. Des nachts werde volmaeckt het corps 
de guarde op den Medeschen dijck dicht bij de hameye ende daerinne 
Toick gelogeert ende oick daer begonst te prepareren een plaetse om twee 
halve canons te stellen ende mette selve te beletten de incompste in t'ra- 
velijn leggende tegen den Stelhoffsen dijck aen, ende te favoriseren de 
approchen op den selven dijck te doen. Werde mede ordre gegeven om 
de wachten alomme nau te besetten met veel schiltwachten op alle plaet- 
sen ende met jachten op twaeter, om te sien te krijgen yemant die inne 
ofle vuyt soude willen commen, met belastinge van alle nachts sulcx te 
doen. Desen dach quaemen de vaenen van Espinoy, Vere, du Bois ende 
Cchtenbrouck weder in tleger, ende waeren 3 cornetten vanden viant tot 
in tbegin vande Langestraet ende kregen gevangen 3 ruyteren van Graeff 
Philps, die om voeragie reden. 

Den XX" Aprilis was het schoen weder ende vertrock Sijne Ex*** vrouch 
vuytet leger naer Rotterdam omme aldaer adieu te nemen aende Graevinne 
van Swartsenborch sijn moeye ende aen Jonckvrou Louyse sijn halve suster, 
die mette Princesse ende d*andere susters te desen daege tot Dort commen 
souden om gelijcke saecken, want sij van meyninge waeren haer reyse aen 
te nemen naer Duytslant, soe men seyde om te consummeren thuwelijck 
vanden jongen Palsgraeve mette voors. Jonckvrou Louyse. Ten selven daege 
quam in tleger den Graeve van Solms, dan arriverende soe Sijn Ex^ wilde 
vertrecken is mette selve Sijn Ex*'* ende Graeff Philps mede naer Rotterdam 
getoogen. Te desen daege werde een groot deel vanden wal in tsuyden 
van tquartier van Sijne Ex**' met haer behoirlijcke dickte, hoochte ende 
parapet opgelevert als volmaeckt ende de reste naer bijgebracht, werde 
mede seer gearbeyt in tquarlier van Raemsdonck soe aende trancheen 
als schantskens aldaer. Men ginck mede voort metten wech door tIege 
lant, welcke mits de marasicheyt van tlant langsaem werck viel. Men 



1 



182 — 



schoot mede altemet eens op de stadt. Dvoors. 4 vaenen ruyteren op gis- 
teren van Bergen op den Zoem gecommen ende bescreven sijnde om de 
Graevinnen Toors. naer Duytslant te convoyeren , verstaende dat de resolutie 
▼erandert was ende dat se tscheep over Breemen wilden reysen, sijn gaen 
logeren boven Gappelle langes heen in de Langestraete. Des ayonts quam 
Sijn Ex*** mette Princesse ende d'andere Graevinnen logeren lot Dordrecht, 
om soe voerts te commen naer Breda. Des nachts werden 9 halve canons 
in een ponte voorbij de stadt langes het waeter opgebracht tot aen 
tschantsken, leggende op den Stelhoffsen dijck, dat vanden viant verovert 
was, omme in tselve schantsken gebracht te werden, daernaer dat dea 
viant dapper schoot, sonder nochtans merckelijcke schaede te doen, daar 
tegens de onsen weder ettelijcke maelen oick met geschut schooten. Noeb 
werde de approche in t'noortwesten versterckt. 

Den xxj** Aprilis bleeff Sijn Ex*** mette Graevinnen altemael tot Dordrecht- 
daer een heerlijck banquet toebereyt was ende lieten in tleger weeten, dat 
men tegens morgen ten thien vuyren eenige waegenen soude gereet houden 
omme alle de Graevinnen ende Jonckvrouwen mette Princesse tot Breda 
te voeren. Het was schoen weder ende men schoot verscheyden sdioeten 
op de stadt daer tegens Mj weder eenige maelen vuytschooten. Men ginck 
mettet verstercken vande trancheen ende schantsen in Raemsdonck dapper 
voort, werde medt de geheele walle in tsuyden van tquartier van Sijn 
Ex*^ opgelevert met haere behoirlijcke dickte, hoochte ende parapet, werden 
voorts begonnen op te maecken de platte formen, daer men tgeschut in 
de bolwercken o^ stellen soude, men ginck oick met tmaecken vanden 
wech door llege lant voort, noch werden de twee halve canons in de 
schantse op den Stelhoffsen dijck gebracht ende geplant. Des nachts werden 
eenige schantskorven gestelt op de Medesche wech tot flancque ende be- 
waeringe van tvoors. corps de guarde aldaer, gevult, daerover 2 soldaelen 
doot geschooten werden. 

Den xxij*" Aprilis was het schoen weder, daerdoor men te meer met 
t'opmaecken vande schantskens ende verstercken vanden quartiere in Raems- 
donck voortginck. Men arbeyde mede aende platte formen in tquartier 
van Sijne Ex*** ende aenden wech loopcnde door llcge lant. Ontrent 
thien vuyren arriveerde Sijn Ex*** in tleger mette Princesse, de Graevinne 
van Swartsenborch , sijn suster ende halve susters, Graeve Jan van Nassau, 
Graeff Philps ende den Graeve van Solms ende Vere, dwelcke te saemcn 
gingen besichtigen het lege^ ende oick Sinisky die gequetst lach, ende 
middacbmael in tleger gehouden hebbende is des achtemoens naer Breda 



r 



183 



Tcnrcyst met alle de joncvrouwen, hebbende de coetsen van Sijn Ex'** ende 
den Graeve van Hohenloe ende veel andere vraegens geconvoyeert met 9 
vaenen royteren, daeraff de vier maer gingen tot over halff weech ende 
quaemen doen wederomme in Üeger ende d*andere gingen naer Breda, 
alwaer se te saemen met een groote pompe ingehaelt werden, overmits 
noeh d« Prineesse, nochte Joncvrou Louyse met haere susters daer noyt 
geweest en waeren. Des avonts trocken de geenen die op den Stelhoffsen 
dijck waecken souden langes den wech door tlege lant naer de waeht (hoe 
wd den wech noch niet volmaeckt en was) ende quaemen soe op den 
dijck. Des nachts werden aQeen de approchen wat versterckt sonder yet 
meer te doen, soe men vermeet omdat Sijn Ex^* in tieger niet en was, 
dat daeromme te slapper gearbeyt werde. Te desen daege kreech men 
tijdinge dat Graeflf Willem van Nassau met tVriesche volck mede in tvelt 
al was, omme op de Boertang ofte op Slochteren wat vuyt te rechten tot 
benauwinge van Groeningen \ Schooten voorts die vande stadt ettelijcke 
maden vuyt ende oick doot een vrouwe in Raemsdonck, daertegens men 
weder eenige schooten op de stadt schoot, noch brande in Raemsdonck 
een huys met eenige hutten aff. 

Den xxxiij^ Aprilis was het tamelijck weder ende bleef Sijn Ex^ met 
aHe de joncvrouwen tot Breda, voorts schooten die van binnen altemet 
eens vayt, daertegens men van buyten weder altemet schoot. Men ginck 
mette schantskens ende tranchementen in Raemsdonck dapper voort, mits- 
gaeders mette platte formen ende wech voorsz. in tquartier van Sijne Ex***. 
Men maeckte mede aende groote incompsten van tquartier slach ofte 



> Het doel , waarmede Willem Lodew^k in bet begio van April met al de magt, die hg bfjeen 
kon Inrengen, te velde veneheen, was drieledig. Vooreerst de bescherming van zfjn gonvemement, 
dsar Maaaieil, in bet onsekere omtrent d^ plannen van den v^and, in Maart de regimenten van 
Don Gaston Espinola en van Stanley tot ondersteuning van Yerdago derwaarts gezonden bad; ten 
tweede was de krijg, die h\j, boezeer met weinig strijdkrachten, met veel beleid in bet Noorden 
ondcrideld, een beletsel voor den vQand om al zijne beschikbare troepen tot bet ontzet van Geer- 
tmidenberg aan te wenden. « J*espere«, schrijft b^ den Sisten Maart (10 April) aan Manrits, 
'Inentot par mom desseing tailler a Tennemy icy tant de besoigne, que ¥'• Exe« n'aora pas a 
craindre anlcom renforoement de ces qoartiers poar estre empeschee en son entreprinse». (Arch. 
¥an Z. M.) Eindelijk trachtte m zoowel door bet veroveren van onderscheidene forten , die de vijand 
Dog in de Ommelanden bezet bad, als door bet opwerpen van nieuwe schantsen. de stad Gronin- 
gen, welker verovering de Friezen altijd als hoofddoel voor oogen badden, te isoleeren en. baar den 
toeroer af te snfjden. Vooral moest hier de schans by Bellingwol<lerz\)l voor dienen. • Diesse 
schantz*, schrijft bij den 16 (26) April aan zijnen vader, «sol zu gelegener zeitt smiderlich dienen 
zu bescblissen die stadt Groningen nnd abznnehmen den einzigen pasz den sie nbnn noch haben 
aber die Bnirtange*. (Gr. v. Prinsterer, Arehives, 2de Série, T. I, p. 229.) 



1 



_ 184 — 

draybomen onune te beletten alle schielijcke incompste van ruyteren, mea 
begonst oick een weynich te prepareren de loopgraeve op den Stelhoffsen 
dijck om metter tijt daer weder inne te commen. Des achtemoens ontrent 
vijff vuyren quam daer een grooten brant in tquartier van Sijne Ex*^ , 
mette welcke wel 700 hutten verbrant werden meest van tregement van 
NoorthoUant ende eenigen vande Schotten , toegecommen door quaede toe- 
sicht van een arme vrouwe die lijwaet om geit wies in een cleyne hutte, 
dwelcke mette wint ende door de voncken aen brant vloech. In desea 
brant werden seer veel soldaeten waepenen verbrant ende een kint gesengt, 
hoewel niet doot, dan sijn 5 Schotten dopt geslaegen ende eenigen noch 
gequetst gewerden, omdat sij in den brant liepen ende den soldaeten 
metten brant becommert sochten te ontsteelen. Des avonts quaemen de 
Graeven van Hohenloe, Solms ende Philps weder in tleger, omme overal 
ordre op te houden. Naer dep voorsz. brant begonstet te regenen ende 
regende meest al den nacht , in de welcke men de beddinge in de approche 
op de Medesche wech begonst te prepareren ende men in Raemsdonck op 
den dijck naer de stadt toe stelde 9 heele canons die van tGastliuyslant 
gehaelt waeren, werde mede in tquartier aldaer gebracht 1 heele ende 1 
halve canon die op tLijndonck gestaen hadden. 

Den xxiiij*" Aprilis werden verscheyden schoeten vuyt Raemsdondc op 
de stadt gedaen ende oick eenigen mette andere stucken. Het regende 
voorts altemet eens ende bleeff Sijn Ex'^' mette jonckvrouwen tot Breda. 
Men ginck mette wercken in Raemsdonck seer voort, dan aende platte 
formen in tquartier van Sijn Ex^' ende den wech door tiegelant en werde 
niet gedaen, omdat de arbeyers aldaer beur hutten metten brant verlooren 
hadden ende weder andere mosten bouwen om te mogen slaepen. Des 
achtemoens was het beter weder ende tsavonts in optrecken vande wadil 
werde seer bij die vande stadt met roers ende musquetten geschooten, 
sonder dat sij eenich merckelijck prouflijt doen conden. Des nachts werde 
eenige schantskorven alleen gestelt besijden de approche op de Medesche 
wech ende gevult, omme dselve Ie beter te munieren. Noch werden bij 
een jongen in de Langestraete die met duyven ommeginck, so men seyde, 
gevangen een duyvc met 2 brieven om den hals in cijfer gescreven, 
d' welcke den viant hadden laeten vhegen om weder in stadt te commen, 
daer se van daen was, dan is in vougen als vooren gekregen, waeromme 
men terstont begonst te arl)cyen om dselve te ontcijferen ende werde 
Iselve soe vande duyve als vanden inhout vanden brieff secreet gehouden. 
Den XXV" Aprilis advertentie gecommen sijnde dat den viant eenige 



r 



— 185 — 



yersaemelynge maeckte in Brabant, heeft Sijn Ex**" naer Breda ontbooden 
3 vendelen knechten, Steenhuysen ende Appel van t'Noorthollants regement 
ODi die stadt voor ettelijcke daegen beter beset te iaeten. Ontrent negen 
Tuyren quam Sijn Ex*^ mette Princesse ende d'andere joncvrouwen met 
Graeff Johan ende Vere weder in tleger ende aldaer haer middachmael 
gedaen hebbende is de Princesse, de Graevinne van Swartsenborch mette 
zusters ende tbroederken van Sijn Ex^* ende Graeff Jan ende Vere weder 
oaer Dort gereyst ende soe naer den Haege. Desen dach werden veel 
schooien geschooten, omdat die vande stadt eenige schooten deden naer 
de niyteren, die Sijn Ex*^ geconvoyeert hebbende weder over de brugge 
naer haer quartier toogen, ende 3 peerden elcx een been affgeschooten 
badden. Men arbeyde voorts seer in Raemsdonck ende in tquartier van 
Sijae Ex*'* werde seer gearbeyt aende platte formen ende oick den wech 
door tlege lant, om de presentie van sijn persoen wille, die nu heel noo- 
dich was, om de wercken te doen voortgaen daerinne in sijn affwesen 
niet veel gedaen was. Des nachts werden op de Medesche wech geplant 
noch 33 schantskorven om die daernaer te vullen ende daermede de loop- 
graeve te broden ende stereken. 

Den xxvj'" Aprilis was het schoon weder , daeromme men mette wercken 
alomme dapper voortginck, werde voorts op de platte formen voor de 
teote van Sijn Ex^^ een beddinge gemaeckt ende daerop gebracht 1 heele 
ende 1 halve canon ende in de andere 3 bolwercken volde men de platte 
formen dapper aen. Men schoot mede altemet op de stadt. Des achter- 
noens reedt Sijn Ex*'* in Raemsdonck om aldaer naer de wercken te sien. 
Des nachts werden op de Medesche wech noch gestelt SO schantskorven 
(om de loopgraeve te verstercken) ontrent vijftich passen vande gracht, 
leggende om de contrescharpe. Noch quam daer brant in truyterquartier 
in tlogement vanden Ileere van Putlis, alwaer verbranden 19 peerden ende 
een muylpeert, toecommende den voors. Heere ende sijn broeder met noch 
een Duyts Ritmeester die hen waeren conmien besoucken. Desen brant 
quam vuyte hutte van een ruyter, die dselve aen d'eene sijde van tloge- 
ment vanden voors. Heere gebout hadde ende ginck soe schielijck aen 
(overmits de meenichte van tstroey in tlogement sijnde) dat sij nau den 
lijl en hadden haer naeckte lijff te salveren, daerover oick t'meestedeel 
nu haer bagagie verbrande. 

Den xxYij""" Aprilis des morgens werde veel met geschut op de stadt ge- 
schooten omdat die van binnen seer met roers vuytschooten ende arbeyden. 
Voorts reedt Sijn Ex*** naer Raemsdonck om de schautsen aldaer te doen 



1 



186 



Yoortgaen, oyermiU men ymI tijdinge creeeh dat den yiant eenige Ter- 
saeminge ontrent Herentaels maeckte, men ginck met twercken daeromme 
oick dapper alomroe Toort. Men bereyde mede de beddingen in de bol- 
wercken yan tquartier van Sijn Ex^ totte 4 andere stucken, die ten selven 
daege geplant werden, te weeten 9 halve canons op tbolwerdc leggende 
ten oosten vanden Bredaesche wech ende noch 9 op tbolwerck leggende 
ten westen vanden selve wech, ende te vooren was een heele ende een 
halve geplant op tbolwerck, noch voorder van daer ten westen leggende 
recht voor de tente van Sijn Ex'**, dan werde al evenwel aen de platte 
formen gearbeyt om die noch breder aentevullen. Des avonts werde in de 
loopgraeve op de Medesche wech doot geschooten Hopman Aert Hessds, 
sijnde een goet Gapiteyn ende dier tijt daer op de wacht wesende. Het 
regende desen heelen dach ende nacht seer, daeromme men snachts niet 
met allen en dede, dan alleen eenige schantskorven op de Medesche wech 
gestelt vullen. Te desen daege quaemen noch 4 halve canons van Dordrecht 
in tleger. 

Den xiviij"* Aprilis was het wat beter weer, hoewel betrocken locht, 
daerdoor men te meerder met tvoors. wereken voortginck, soe in Raems- 
donck als de platte formen ende deh wech voors. Men schoot oick eenige 
schooten op de stadt met geschut ende seer met musquetten ende om de 
tijdinge vanden viant voors. sondt men naer Heusden de schantse vao 
DoTcren ende de Dussen ende andere plaetsen, daerontrent, omme die te 
voorsien ende repareren ende t^en alle overvallinge te bewaeren, opdat 
ons egeen inconvenient te schielijck en overviele. Men hadde mede tijdinge 
dat Graeff Willem van Nassau in tvelt was, thuys te Wedde verovert hadde 
ende een stercke schantse slouch met alle de soldaeten van Vrieslant op 
de Bellinckwoldersijl, wesende een pas die de stadt Groeninge sondarlinge 
kan benauwen. Men hadde ten selven daege noch affgesteecken om te 
beschantsen een hoochte daerop drie huysen van tdorp Raemsdonck lagen, 
op den wech daer de ruyteren laegen , een stuck weechs achter de schantse 
op den selven wech gemaeckt, twelcke men mede begonst op te maecken, 
daer de Engeken achter naer quaemen logeren als volgen sal, fol. 190 
vso. ^ Noch was den Golonnel Brederode mede naer Heusden getoogen om 
in de stadt alle goede ordre te stellen. Voorts dede Sijn Ex**' een corps 
de guarde maecken in de halve maene leggende aende oostsijde vande 
brugge, om dselve te bewaeren met wacht ende dede noch een ander 



* Zie den Uden Junfj. 



r 



— 187 — 



corps de guarde maecken op den dijck op de westsijde Yande brugge tén 
selTen lynen. Voorts regende het altemet een goede vlaege. Des nachts 
werden ontrent 80 schantskorven gevult die op de noortsijde vanden Me- 
desche wech in tvelt gestelt M^aeren, om daervan een vleugele ofte corps 
de guarde op sijde leggende te maecken ende daermede de approdien 
aldaer te Terseeckeren. Noch werde yersterckt het corps de guarde leg- 
gende op den Stelhofisen dijck tusschen de batterie aldaer ende de hameye 
eode van ter sijden opgemaeckt om tegen het waeter beschut ende be- 
houden te mogen werden ende daemaer mette eerste gelegentheyt de ha- 
mey te naerderen; oick regende het meest al den nacht. 

Den xxix*^ Aprilis regende het den geheelen dach ende nacht, daerdo<Nr 
de wegen alomme seer bedorven. Niettemin ginck men mettet wercken 
foort, insonderheyt in Raemsdonck ende metten wech door tlege lant. 
Men schoot altemet een schoot op de stadt, des nachts meenden de onsen 
weder eenige schantskorven te vullen op de noortsijde vanden Medesche 
wech, dan den viant vuytvallende heeft sulcx belet ende tot 7 schants- 
korven toe onder de voet geruckt, 9 gevult ende 5 ongevult, dan en dede 
anders egeen schaede, omdat de sentinelle perdue geluyt thaerder aen- 
compste maeckte daerdoor de arbeyefs wech liepen tot in tcorp» de guarde 
toe, hierdoor en werden niet dan ontrent 10 korven gevult. 

Den lesten Aprilis regende hel den heelen dach seer, dan werde even- 
wel dapper in Raemsdonck gearbeyt, maer in tquartter van Sijne Ex^' niet 
besonders dan aenden wech door tlege lant ende de platte formen, 
nochtans seer slappelijck, door den regen quaemen de loopgraeven soe vol 
waeters dat men daer horden innne leggen moste om daer inne te mogen 
idijven, waerdoor toequam dat de loopgraeve verhoogt wordende ende al 
evenwel de walle niet, eenigen als te verder bloot moetende gaen gequetst 
werden ende oick den broeder van Gapiteyn Bievry doot geschooten. Die 
vande stadt hadden noch een stuck geschuts van ontrent 16 pont ijsers 
ingedolven in de calte, leggende achter het hoff, daermede sij groote 
schaede deden in ons volck in de voorste approche op de Medesche wech, 
ahemet eenen schietende, sonder dat men sulcx gevouchelijck konde be- 
letten, ten waere men eenige stucken verplante ofte de voorwalle vande 
catte die tselve stuck tegen ons geschut deckte, aflfschoot. Met dit stuck 
werde des nachts noch eenen geschooten. Des avonts doen de wadit op- 
tooch, schooten die vande stadt seer met musquetten ende roers, nochtans 
sonder prouflijt. Te desen daege op den avont quam den Colonnel Brede 
rode weder in tleger, quaemen oick in tleger Bernevelt, Cant ende Aer9- 



^ 



— 188 — 

sens, noch quam Ucheep aen een compagnie Engekchen vuyt Vlissinge 
die men tscheep liet leggen \ Des nachts planten die vande stadt veel 
meyen rontsomme de stadt op de wallen ende schooten op de plantinge 
van elcx seer groote sal?en, ten minsten met 60 roers ofte musquclten, 
werden mede in tleger veel meyen geplant ende over elcx met 90 ofte 30 
roers ofte musquetten geschooten niettegenstaende het ?eel regende. 

Den eersten May begonst men vrouch op de stadt te schieten, soe om 
den Mey te vereeren als naer de voorsz. catte daer t*stuck innestont ende 
begonstet wat beter weer te wesen, daerdoor men te meer met twercken 
alomme voortginck. Bernevelt, Gant ende Aerssens gaen in tqoartier van 
Raemsdonck om de wercken aldaer te besien, den Golonnel Breroede ver- 
treckt naer den Haege. Des nachts werden noch veel vande schantskorven 
op de noortsijde vanden Medesche wech gevult, werden mede noch eenige 
schantskorven gestelt ter sijden vanden houck vanden voorgaende aif , om 
tviercant te beginnen ende alle de voorsz. schantskorven (staende op tgors) 
tot een corps de guarde te approprieren. Des nachts werde in tquartier 
van Sijn Ex}^ mede seer geschooten, omdat de Schotten doen haer meyen 
planten. 



^ De Baad Tan State had, toen van Terscheiden kanten bepaalde tijdingen kwamen omtrent het 
Toomemen van den vfjand om Geertroidenberg te ontzetten , een gedeelte van de Kngelsche garnboe- 
nen, in Vlissingen, Brielle en Ostende liggende, ontboden om voor zes of zeven dagen het leger te 
versterken. (Ree. van den Raad van State, 22 April 1593.} Om de zaak te bespoedigen werden 
Commissarissen naar genoemde vestingen afgezonden. Het volgende uittreksel nit de resolntiën van 
den Kaad van den 248ten April daaraanfolgende moge als een bew^s te meer dienen van de eigen- 
aardige bezwaren, waarmede het legerbestour in die dagen te worstelen had: »Den lieiitenant Gou- 
verneur van den Briel», lezen wQ daar, «antwoordende op het schrijvens van den Ra^e, doet syne 
excuse, dat^, volgens het versoeck vanden Rade, egeen volek en heeft mogen schicken naer den 
Leger , soo hy sulcx niet en mach doen sonder consent ofte bevel van Hare Mijesteyt off vanden 
Gonvemenr; presenterende anders sfjnen dienst. Ende den Commissaris Langley, binnen ontboden, 
is hem afgevraegt z\jn wedervaeren, die in effecte rapporteerden, s^n devoir gedaen te hebben, vol- 
gens den last hem gegeven, om het volck te mogen mede krfjgen, dat h|j den Lieutenant Gouver- 
neur daer toe wel vondt genegen, dan soe hem 't sdve was verboden, en mogt snlcz niet doeo, 
sonder consent Ende soe hg over thien dagen genoechsaem geljjck schrfjvens van Sijne Excellentie 
hadde ontvangen, hadde daerop naer Engelandt geschreven. Daerop eenig bescbeyt ontfiuigen heb- 
bende sal hem in alles geeme willig thoonen, soo veel mogelijck, tot 'sLands dienste. Is hem 
Commissaris belast s\|n rapport in tkorte bg geschrifte te stellen , ende goet gevonden S^ne Excel- 
lentie dobbelt vanden brieff over te senden , ende voorts int korte van hetselve rapport mentie te 
maecken •. 

Den 26stai April ontving de Raad een brief van den Gouverneur van Ostende, waarbg deze zelf 
versterking en munitie aanvraagt omdat de vijand toebereidselen maakt om de stadt te belegeren. 

Later werden twee kompagnieën Engelschen nit Brielle en evenzooved uit Ostende naar het leger 
gezonden. (Resol. van den Raad van State, 7 en 10 Mei 1592.) 



r 



— 189 — 

Den ij** May was het schoen veder daeronune men de wercken in 
Raemsdonck seer avanceerde ende voorts aenmaeckte den wech door Üege 
lant, die nu bijnaest vohnaeckt was Des morgens schooien die vande 
stadt eenige schooien naer een vaen ruyleren commende vande wacht ende 
Ireckende over de brugge, milsgaeders oick naer de geenen die aenden 
wech door tiege lanl voorsz. arbeyden , daerop de onsen wederomme dapper 
schooien, soe om Iselve schieten te beletten als oick om aff te schielen de 
voorwalle vande catte achter ihoff voorsz., daerop men sonderlinge schoot, 
ende overmils veele coegels tegen de walle vande calte opvloegen ende 
dan nootelijcken in thuys van Sijne Ex^ gingen, is daerdoor de heele 
westgevel van tselve huys van binnen innegeslort. Onlrent den middach 
quaemen de Gedeputeerden van Zeelant in tieger omme melle Gedeputeer- 
den van Hollant ende de Staelen Generael Ie delibereren op de versaeme- 
lioge vanden viant, die men vreesde dat naer llant vander Thoolen wel 
commen mochle, daerinne sij resolveerden als hier naer fol. 107 v"" geseyt 
wen*. Des avonls in t'oplrecken vande wacht werde seer dapperlijck ge- 
schooten van binnen ende van buylen sonder merckelijck prouffijt. Des 
oachls werde de approche ofte loopgraeve op den Medeschen dijck ver- 
sierckt ende noch eenige schantskorven geslelt, ende op den Slelhoffsen 
dijck approcheerden de Schollen tot op 35 passen naer aende hameye 
eode vuyt braverie gingen planten een meye aende selve hameye ofte pal- 
lisade, in welcke approche eenen man geschoolen werde. Voorts verseec- 
kerden sij dselve approche soe tegen het hooge waeter dat weder commen 
mochle als die vande stadt. Hierlegens quaemen die vande sladl vuyt met 
ontrent SO mannen , dan en dorsten niet voorder als de hameye commen , 
maer trocken om tschieten vande onsen lerstont weder in haer conlre- 
scharpe, noch werde een man dool geschoolen aenden Medeschen dijck 
meltet stucxken vande stadt staende in de catte. Te desen daege quam 
den Golonnel Stuwaerl, gesanl vanden Goning van Schollant' in tieger. 



' Blads. 194. 

* De Kolonel Williun Staart, afgeraardigde Yan den Koning Tan Schotland, had den IMa 
April zgne geloofsbricFen aan de Staten Generaal en den Raad van State overgegeren. H|j had te 
Toren Duitsciüand beioeht, met het, trouwens geheel mislakte doel, om hetzQ een algemeenen vrede, 
hetzy een verbond tegen Spaige tot stand te brengen. Dit biykt nit de verklaring, die hij den Hém 
7ao|} in de vergadering van den Raad van State aflegde. 

• Ende belangende de saecken in Duytelandt, verklaert dat den Coninek van Schotlandt wesende 
m Benemarcken aldaer hadde voorgestaan, dat eenen pays mogte gemaeckt worden tossehen den 
Cooinck van Spagnien ende andere Coningen, Potentaten ende Repnblicqoen interest hebbende aende 
nligie, maer alioe snlcz niet te wege en koste gebragt worden; dat tot oontremine van desConinez 



1 



190 — 



Den iij** May sdiooleii die Tan binnen seer mettet voorsz. stack, daer 
de onsen dtemet weder op scbooten, voorts was het soel weder, daerdoor 
men dapper met alle de wercken voortginck, insonderheyt in Raemsdondc. 
Troeken voorts logeren in tquartier van Raemsdonck de 900 Engelschen 
onder het bdeet van Gapiteyn Broen. Noch quam de Heer Francois Veere 
in tleger ende vertroeken Bemevelt ende Aerssens weder naer HoUant; op 
desen dach werden 3 vande onsen op de Medesche wech doot geschooten. 
Te desen daege ontrent 10 vuyr^n vertroeken vuyten Haege de Graevinne 
van SwarCsenbooroh ende Jonckvrou Louyse van Nassau met Graeff Jan 
ende haer joncxte susterken geconvoyeert bij de Princesse ende haere andere 
siisters ende ved vrouwen ende jonckvrouwen om oyer Leyden ende Haer- 
lem te trecken op Amsterdam ende van daer tscheepe te gaen naer Duyts- 
lant om op Dillenbordi te consommeren het huwelijck metten jongen 
Palsgraeve, tot vereeringe van welck huwdijdc de Staeten van HoUant 
gaeven 20000 gulden in gereden gelde ende noch twee duysent gulden 
tsiaers erffelijck losbaer den penning sesthien, ingaende vanden dach vande 
consommatie van tselve huwdijck. Ende de Staeten van Zeelant gaven 
noch 20000 gulden. Te desen daege des avonts tusschen negen ende 
thien vuyren deden die van binnen een groeten vuytval op den Stelhoffsen 
êijdi in de approdie vande Schotten daer mits sijne deynicheyt niet dan 
40 ofte 12 persoenen inne en waeren, die haer taemelijcken wel verweer- 



fn Spagmen's imintie totte monarohid noodig wat oene oontreligne gemaeekt wcrde f 8aineDtl§ek 
BMtten prinoen van Dnytikndt, totte weleka hfj Stoart seggenda geBonden te tgiL Seyt dat lig 
deaelTe piinoen seer wel heeft geaffectionneert gevonden; dan bewesen efjnde prindpalljck eenden 
Cheorftint yan Saien, dat deselye de aaecke oick seer toegedaen hem thoonde, maer excuseerde, 
dat die Cheorfbrsten , volgens haren eedt, geen ligne, sonder den Keyser, mogten alleen aengaen; 
iboh dit de ligne, U^vende tnsscfaen den Coninck van Schotlandt ende Denemarcken , hQ altfjt, loo 
wel als die andere prinoen, daertoe aUen holp doen, ende ooek den Coninck van Vranckr|jek in 
s^nen noot hystaen ende metter daad helpen etc Hy heeft daemae bfj geschrifte overgege- 
ven de namen der princen van Doytslandt, aen deweicke hjj hadde gesonden geweest: Den Coninck 
van Denemarcken, den Cheurfnrst van Saxen, van Brandenborgh , de Paltz-graafT, van BmnswQdc, 
van Wirtemberg, van Hessen, van, Mecklenbnrg, van Pomeren, van Dannolt, van Lnaenborch, 
■dminiitrator de Msgdenborg, ende Hertog Jan Casimir*. (Resol. van den Raad van State, 17 
JmiQ 1598.) — 

Zyn instmctie is in haar geheel te vinden in de Resolotiën der Staten Generaal van den Sden 
^idy 1593, en hnn antwoord, in die van den 7den dier maand. Dit laatste dmkt hoofdzakcS^k 
den dank der Staten nit voor de pogmgen, die ^ne Migesteit aanwendt om eene ligne tot stand te 
brengen en de hoop dat hg daarin zal volharden. Met het voorstel van den Koniog, dat h|j de Sehot- 
ten, welke in het leger der Staten dienden, ion kunnen terugroepen, indien hfj ze in z^n land tegen 
de geheime aanslagen der Spanjaarden en Jezmten mogt noodig hebben, konden de Staten Genersal 
Mi evenwel, als ligt begrQpemk is, niet vereenigen. Den 29sten JnQ nam Staart afjn afbefacid. 



— 191 — 

den, Biaer oTenraUen sijade sijn 9 van hemluyden dooi gdslaegen, de 
aoderea sijn terugge geoommen, nemende haer yifi}€k op hei corps de 
gaarde dat voor de batterie lach, waer «ij mede noch vuytweecken op 
de batterie met sulcke confusie dattet in twijffel was off sij de batterie 
mede soaden verlaeten hebben. In dese confusie queet den Capiteya van 
die Schotten genaempt Jan Michel hem tam^ijoke wel ende werde ge- 
qiietst aen sijn arm alleen in tvlees met een teerling, hierop quam terstont 
voort Hopman Pieter van Dorp (die op den selven dijck de wacht hadde) 
met eenige van sijoe soldaeten, dwelcke niet alleen de Schotten en ver- 
seeckerde, maer dreven te saemen doen den viant wederomnae, daerover hij 
Dorp oick gesdiooten werde beneden in den buyck boven de hlaese, blij- 
vende tloot in tlijff, doch dreven den viant weder vuytet voorsz. corps de 
quarde dat een stuck weechs op den dijck voor de batterie lach ende hielden 
ha^ daer vast, ende den Lieutenant van Dorp meynende dat de Schotten 
noch in de vuyterste lo(^graeve hielde ende haer vrillende secoureren fiep 
ODversiens midden onder den viant ende werde gevangen. De dooden op 
desen vuytval waeren 10 aen onse sijde, 9 van Capiteyn Micbel, te weeten 
S corporaeb, een adelborst ende S soldaeten ende een soldaet van Dorp 
ende de gequetsten waeren vande compagnie van Dorp 9 ende van Capiteyn 
Michel 8 , daerond^ een Sergiant. Noch quamen vuyte schantse op den 
dijck een Sergiant met ontrent 30 soldaeten de anderen te hulp, dan 
trock d^i viant weder aff, sonder dat men weet wat scbaede hij geleden 
heeft, die meer sonde geweest hebben, in gevatte de Schott«[i in haer 
vuyterste loopgraeve eenige musquettiers veerdich geiiadt hadden In desen 
vuytval fcNTseerden die vande stadt metten eersten de loopgraeve ende het 
Toorste corps de guarde, dan en quamen tot aende batterie toe niet. Desen 
Dscbt werde noch 3 soldaeten op de Medesche wech doot geschooten, 
Qoch werde in tquartier van Raemsdonck ten suytwesten bij de twee heele 
canons daer staende geidant een halve ende een heele canon, in vougen 
dat aldaer tegen de stadt aen nu stonden 4 stucken. Te desen daege 
werde in de vuyterste schantse op den wech van Waspeek gebracht ende 
geplant 9 halve canons, dominerende op denselven wech ende in de 
schantse, aende kerck van Raemsdonck werde gebracht 8 veltstucken ende 
gestelt om te commanderen langes den vuyterdijck daer aencommende, 
werde mede doorgesteecken den dijck aende huysen van Raemsdonck om 
Toyt twaeter voori)ij Oosterhout oploopende soe veel in tvladce lant te 
laelen dat tusschen den selven dijck ende de kercke van Raemsdonck 
kyt, dat tselve black stonde om alsoe alle heymeiycke do(M*€ompt8teB daer- 



1 



— 192 — 

door te beletten. Te desen daege werde dapper gearbeyl aende tranchee 
die gemaeckt werde vande kercke van Raemsdonck aff totte groote schantse 
toe leggende op den wech van Waspeck ende buyten die tranchee noch 
geslaegen een pallisade van stucken van sparren met ijsere pennen als in 
t'ander qnartier. Een gelijcke pallisade begonst men ten seiven daege te 
slaen van t*noortwesten van tquartier van Raemsdonck aff naer twaeter 
vanden Biesbos toe, omme alle compste buyten om tquartier door tgors t3 
beletten, achter welcke pallisade men mede begonst te maecken een dobble 
loopgraeve ten noort vesten tottet waeter toe, om in tijde van noot dselve 
vol musquettiers te werpen ende de aencompste vanden viant te beter te 
beletten, werde mede de geheelen houck van tselve quartier vanden westen 
aff totten noorden toe opgeset met leedige schantskorven , om tegen de 
stadt aen die sijde te blinden. Te desen daege was de rijswech door tlege 
lant naer den Stelhoffsen dijck toe ioopende meest volmaeckt, dan over- 
mits men seer noodicb achte tsehe geheele leege lant af te trancheren 
totten dijck toe ende men tselve quaelijcken om de leechte wille doen 
conde, soo heeft men beginnen te breyen seer dicke dubble heyninge ofte 
hordinge op de suytsijde vanden rijswech aen stijve hooge staecken,staende 
de hordingen ontrent anderhalve roevoet vanden anderen ende werden een 
manslengte hooch gemaeckt, met eenige vuytsteecken in forme van ron- 
deelen, twelcke gemaeckt sijnde, sal men aerde tusschen dselve hordingen 
in stampen, ende alsoe dselve tegen de musquet ende alle aencompste be* 
vrijden, dienende de rondelen om langes de horden te flancqueren. 

Den iiij" May werde alonune seer gearbeyt ende insonderheyt in Raems- 
donck ende schooten die vande stadt seer veel schooten, daerop men van 
buyten mede eenige schooten dede, voorts vertrock Pauli naer Dordrecht. 
Des avonts in t'optrecken vande wacht dede den Graeve van Hohenloe een 
alarme in sijn quartier maecken ende seer vuyte schantsen vande kercke 
van Raemsdonck ende op den wech van Waspeck schieten al off den viant 
aengecommen hadde, meynende dat die vande stadt in menichte op den 
thoom loopen souden, daerop hij de 3 heele ende 1 halve canon in sijn 
quartier staende, doen aff sien ende stellen hadde, dan en quaemen niet 
dan 6 ofte 8 persoenen op den thoorn , daer hij naer dede schieten dwers 
door den thoorn, waeromme die van binnen haer in der ijl vanden thoorn 
maekten. Voorts om op alle inconvenienten op den Stelhoffsen dijck te 
beter te letten, dede men aldaer in de plaetse van 9 vendelen 3 op de 
wacht trecken. Desen dach regende het altemet een goede vlaege, maer 
des nachts regende het doorgaende totten dach toe, daeromme men op 



-^ 193 -- 

: den Hedesdien dijck niet met alle en dede, roaer op den Stelhoffsen dijck 
werde het eorps der guarde, leggende een stuck i^eechs voor de batterie 
terbreet ende met tstellen ende Tullen van eenige schantskorven aende 
oosUijde versterckt om tselve tegen het vuytvallen te beter te mogen 
beschermen. 

Den V*" May regende het des morgens tot ontrent 9 Tuyren toe seer 
^de daemaer totten achternoen was het goet weder, dan des achternoens 
ODtrent 5 vuyren begonste het te regenen ende continueerden dien dach 
ende gebeden volgende nadite. Niettemin ginck men mette breijen vande 
iiordingen aenden leegen ryswech seer voort ende met twereken in Raems- 

I doDck , tweicke soe aen tquartier als aende schantse om de kercke meest 
fdmaeckt was ende waeren de wallen van tquartier van tsuytoosten aff 
ofer t*oosten ende noorden tottet noortwesten toe gedickt ende sterck ge- 
maeckt tegen een canon, ophebbende goede borstweringe. Van gelijcken 
vas de schantse aende kercke versterckt op de selve sijden. Noch werde 
meest volmaeckt de tranchee loopende vande kercke totte groote schantse, 
daer men den wech achter maeckte ende hoochde om t'innelaeten van 
twaeler voors. Men begonst mede noch een schantsken te maecken tusschen 
het quarüer van Raemsdonck ende de kercke achter den dijck, opdat men 
laDges het gors daer niet tussen inne en quaeme, men prepareerden in de 
schantse om de kercke noch een beddinge op den dijck om daer oick een 
stock te mogen stellen ende men volmaeckte oick noch een beddinge in 
de groote schantse op den wech, om daermede noch meer geschuts te 
{Janten. Men arbeyde voorts seer aende selve schantse ende aende dubble 
tranchee tottet waeter toe, men schoot altemet eenige schooten op de 
stadt, noch ginck de compagnie Engelschen logeren in een schantsken, 
tweick gemaeckt was aende hoffstadt van Engelant, leggende achter het 
qaartier vande ruyteren op een seer lege wech, die door twaeter opt ruy- 
terquartier aenquam. De ruyteren alles waeren gelogeert in de huysen 
staende op den dijck tegen het waeter van Osterhout tusschen de groote 
schantse ende het quartier van Raemsdonck. Ontrent desen tijt galf Sijn 
Ex*"* de plaetse van Voisin (die Ensengie was vande ruyteren van Prince 
Yan Espinoy ende nu gestorven was) aen Gapiteyn Jaspar Bernardt, ge- 
ireest Cornet van sijne compagnie end^ screeif brieven aenden voors. 
Prince ' om sijne agreatie daerinne te hebben. Daerentusschen is d'selve 
dien volgende den xij*" deser maent bij de compagnie gecommen. Te 
desen daege creech men naerder tijdinge vande vergaederinge vanden 
vuuH tot Herentaels, item dat de Princesse met alle de Joncvrouwen noch 
I. 13 



— 194 — 

iK'as tot Amsterdam, ran gelijcken dat Verdugo een ioTal in Vrieslant on- 
trent GoUum gedaen ende aldaer twee ofte drie dorpen vuytgeplundert 
hadde ende eenige boeren ende boerinnen gevangen genoemen, nemendo 
de occasie waer dat Graeff Willem op de Bellingwoldersijl lach om die te 
beschantsen. Quaemen voorts in tleger de compagnien van BoYCtis ende 
Hoveskercken die tscheep bleven leggen. 

Den V]** May regende het des morgens seer tot op den naernoen toe ende 
begonst doen weder wat te droogen, noch schooten die vande stadt alte- 
met eenige maelen vuyt tvoors. stuck in de catte, daerop men van buyteo 
weder dapper schoot. Men versterckte mede meest alle de loopgraeven oio 
dselve te seeckerder te mogen bewaeren. Voorts continueerde de tijdinge 
vanden viant tot Herentaek seer, daerover men begonst te verhaasten dea 
effecte vande resolutie bij die van HoUant ende Zeelant met Sijne Ex*^ 
thaerder compste in den leger genomen, te weeten, dat den Almirad 
Nassau met 10 ofte 11 vendelen voet knechten soude leggen tscheepe on* 
trent Remmerswael om op alle swaericheden , die de versaemelinge vandeo 
viant mochte maecken te letten, ende hem met tselve volck derwaerts te 
begeven, daer den viant het hooft heene mochte hebben. Noch quam 
den Golonnel Balfour weder in tleger. Te desen daege ginck tot Amsterdam 
tscheep Jonckvrou Louyse van Nassau met haer joncxste susterken in Ige- 
sekchap van haer moeye de Graevinne van Swartsenborch ende Graeff 
Johan van Nassau haer neve, nemende haer wech naer Staede op de Elve 
omme met al haer treyn van daer door Brunswijck ende Hesse oaer 
Dillenborch bij haere ohem Graeff Johan te commen, om aldaer te cele- 
breren thuwelijck tusschen haer ende de Palsgraeve bij den Rhijn voors. 

Den vij" ginck men met tverstercken vande quartieren in Raemsdonck 
seer voort ende schoot men altemet eenige schooten op de defensien vande 
stadt, voorts quaemen in tleger 2 vendelen Engelschen vuyt Bergen op den 
Zoem. Ontrent den middach vertrock vuytet leger den Almirael Nassau 
met hem nemende de compagnien van Haveskercken ende Bovetis om met 
die ende anderen die noch vuyt verscheyden plaetsen marcheerden tscheep 
te gaen leggen ontrent Rimmerswael ende volgende voorgaende resolutie op 
alle voorvallende noot te letten. Noch vertrock vuytet leger den Colonnd 
Stuwaert, Gesant vanden Goning van Schotlant naer den Haege om mette 
Heeren Staeten Generael, volgende sijn conmiissie te handelen thaerder eer* 
ster versaemelinge, op de welcke mede lach ende wachte de Heere Franoois 
Vere, omme tot laste vande selve Staeten aen te mogen nemen een groot 
regement Engelschen, daertoe dat scheenen eenige provintien niet ongenegeo 



r 



— 195 — 

te wesen, mits dat tselve geschieden mochte op sulcke voet ende conditie 
dat de Coninginne de Engelschen (aengenomen ende tot soldaeten ge- 
naeckt sijnde) sonder consent der Heeren Staeten Generael niet weder 
UB bier naer Engelant en soude mogen ontbieden, tsij onder pretext 
lan vassallen, onderdaenen ofte andersins. Te desen tijde was mede in 
den Haege geconmien S'. Thomas Morgan, Gouverneur van Bergen op den 
Zoem, die om verscbeyden quaede deportementen ende inobedientien tegen 
ie bevelen vanden Raede van Staete bewesen, van sijn gouvernement 
l^uspendeert was, ter tijt toe hij voor den selven Raede alle dselve 
toobedientien ende deportementen soude verantwoort hebben '. 

Den Vlij*" May trocken de 2 Engelsche compagnien voorts naer tquartier 
van Raemsdonck om daer haer leger te houden, in welck quartier men 
dapper alle de wercken voorderde. Voorts regende het altemet eens. On- 
trent dese tijt maeckte Patric Breux ' sijn compagnie ruyteren tot Oesteynde , 
die hem ontrent drie weecken te vooren gegeven was op de contributien 
van Vlaenderen; noch schoot men altemet eens op de stadt. 

Den ix*' May was het goet weder ende dede Sijn Ex"* alomme aenseg- 
gen, dat den viant voorhanden was, dat daeromme alle het volck in de 
waepenen aende wallen commen souden, twelcke soe geschiede, ende 
^erde dit bij Sijn Ex*** gedaen, om te sien hoe men de trancheen met 
tTolck soude konnen besetten ende wat volck daer over soude schieten 
voor een corps te maecken om daermede de plaetsen daert noot soude 
mogen wesen te secoureren. Dit gedaen reedt Sijn Ex*'* rontomme om 
tselve te besien ende bevont datter niet dan thien compagnien en resteer- 
den tot een corps behalven alle de compagnien die voor de stadt op de 
^dit wesen mosten. Desen dach schooten die vande stadt altemet eens, 
daer de onsen weder tegen schooten. Men ginck voorts mette wercken in 
Baemsdonck seer voort ende insonderheyt beneden aen twaeter. 

Den x** May was het scltoen weder ende schoot men altemet eenige 



' JDe venmtwoording van Morgan werd onToldoeiide bevonden, zoodat hem den SOaten JolQ 
1593, in weerwil Tan hetgeen door Koningin Elisabeth en Prina Maurits te zgner gunste werd in het 
Bidden gehragt, z|jn ontslag als Goavemeur van Bergen-op-Zoom gegeven werd. Later werd hem , 
■Kt het oog op zijne langdurige diensten, nog een vrij aanzienlek tractement toegelegd. Paulus Bacx, 
iKds vroeger tot tydelijk Gouvemeor aangesteld , werd nu definitief met die betrekkmg bekleed , 
*^ bj tot zjjnen dood in 1606 waarnam, waarop zQn broeder Marcelis hem daarin opvolgde. 
Doe stierf in 1617 , en werd vervangen door Willem van Stoutenborg , den zoon van Oldenbar- 
KnH, die zich later door zgne zamenzwering tegen Prins Maurits berucht maakte. 

* Pfttrick Bmce. — Zie omtrent hem de Resol. van den Raad van State, 1593, passim; ^ 
« het Gomm. boek van den Baad van State, bl. 52 verao. 



— 196 — 

schooien, men ginck mette wercken in Raemsdönok ende naer twaelfl 
aldaer seer voort , men prepareerde mede de corps de guarden op d«(| 
Medeschen dijck ende 4^ beddinge aldaer, om des volgende daechs tg^cm 
daerinne te brengen ende te demonteren hel stuck, dat den viant in d| 
catte achter thoff staende hadde. Noch werde aende suytsijde vande halu^ 
maene leggende aende brugge gemaeckt eenige loopgraeven om daerinnd 
schutten te logeren ende daermede de aencompste aende brugge te beletteoj 

Den xj'" May v/as het schoen weder, daerdoor men mette wercketf 
alomme seer voortginck ende werden altemet eenige schooten gescbooteÉ 
ende des nachts in de approchen op verscbeyden plaetsen geplant S stue^ 
ken, een heele ende een halve canon, om daermede tvoorsz. stuck in de 
catte staende te beschieten ende te demonteren. 

Den xij*" May was het schoen weder ende begonst men smorgens vroodi^ 
mette voors. 2 stucken seer te schieten naer tstuck in de catte voors. adHi 
ter thoff staende, twelcke die vande stadt terstont terugge deden treckeo^' 
soe men vermoet, op dattet niet schaedeloes en werde. Desen dach be-' 
gonst men een loopgraeve te maecken ontrent 300 passen bewesten de| 
kercke van Raemsdonck streckende van den dijck aff noortwaerts vuyt t€t^ 
op twaeter toe, daer eenige soetelaers scheepen laegen, hebbende beneden 
aen twaeter een cleyn schantsken om geschut in te stellen ende soude 
men over elcke sijde van dese tranchee maecken verscbeyden papemots- 
kens, om die te garanderen tegen de aencompste. Dese tranchee w^e 
gemaeckt om te beletten datter niemant langes het vuyterlant naer de sttdt 
toe soude mogen commen ende wilde men die van tschantsken weder 
oostwaerts opleyden langes den oever om over tvuyterlant te flanqueren 
ende dan met een rijswerck te waeter inne bouwen. Desen dach begonst 
men heel sterck te beschantsen Yuylendonck wesende een ridderhofistede 
leggende besuyden de groote schantse op de Lange Straete, ontrent 150 
passen daervan, volgende voorgaende beraminge. 

Den xiij" May was bet taemelijck schoen weder, maer tregende op 
den avont wat. Men ginck voorts mette wercken alomme seer voort, soe 
in Raemsdonck als aenden Medeschen dijck, daer men nu wat vrijer ar- 
beyden conste, om dat tstuck in de catte niet gevouchelijck meer speelen 
en conde. Op den middach seylde een oorlocbschip voorbij de stadt de 
Donge oppe, daer die van binnen seer naer schooten, maer en raeckten 
niet dan een cabel. Des avonts bracht men noch voorbij de stadt een 
vlot met masten om tselve boven de brugge te leggen ende sulcx te beter 
de aencompste van dien te beletten, omdat men tijdinge hadde dat den 



r 



— 197 — 

Il eenige schayten medebrachte ende de brugge aen brant steecken 
Naer dii vlot schooteD die vande stadt mede seer sonder mercke- 
[e sdiaede te doen. Te desen daege quam den viant met sijn heele 
logeren tot Turnhout, wesende sterck ontrent 6000 man te voet 
10 cornettea peerden, verwachtende sijn voorder volck ende oick sijn 
UNDDiandeurs , die noch bij tvolck niet en waeren. Men screeff desen dach 
m HoDant noch om veel bootsgesellen om dselve met scbuyten ende jach- 
In wacht te doen houden op de Donge. Des nachts begint men we- 
Ier te approcheren op den Hedeschen dijck om naer de oontrescharpe te 



Den xiiij** May was het tamelijck weder ende ginck men mette wercken 
seer voort, ende overmits men tijdinge hadde, dat den viant van 
Itepinge was op tleger aen te commen ende eenich geschut mede ge- 
Incht hadde, heeft Sijn Ex**' in sijn quartier aende drie bolwercken ge- 
in tsuytwesten (daer hij lange te vooren ses stucken geschuts hadde 
doen planten) de borstweringen doen verstercken ende verdicken tot 22 
«oeten brede toe, om tgeschut aldaer staende tegen de canon te mogen 
bevrijden, beeft noch twee veltstucken doen planten in de tranchee 
lupende door tlege lant naer den rijswech om de aencompste vanden viant 
Ie beter doen beletten. Noch dede Sijn Ex^* opmaecken tvoors. vlot van 
sasten boven de brugge in deser vougen: onder dede hij leggen 61 swaere 
nasten overlanges in twaeter, d'een ontrent 14 voeten vanden anderen 
ade dede de cynden van dien aende sijde naer Osterhout distineren ende 
vesten met een swaere ijsere kettinge, opdatter geen brant in vatten en 
fioude, die op de masten quaelijcken vatten conde, omdat dselve mits haere 
iwierte meest onder waeter laegen ende altoes nat waeren. Noch dede 
hij tsehe vlot aende sijde naer de stadt toe distineren ende hechten met 
ttn cabel. Dwers over dese masten werden geleyt andere masten aen vieren 
besijden ende vast aenden anderen ende van t*eene lant tottet andere 
[ toe, in vougen dat doorgaende vier masten besijden ende aenden anderen 
; hegen, die op de onderste masten gebonden ende gehecht waeren met 
swaere ijsere bouten ende daerop geslaegen een brugge van vier deelen 
: breete om over te mogen gaen ende alle breeckinge te mogen helpen. Dese 
I ooderste masten hadde men aende sijde naer Osterhout meest laeten vuyt- 
steecken omme verst aff te mogen keeren ende steuyten alle vierwercken 
! ofte Tierscheepen tegen de brugge te maecken ende langes twaeter aff- 
conunende. Des nachts werden seer versterckt de approchen aenden Ne- 
deachen we(di. 



— 198 — 

Den XM^ May was het tamelijck weder ende men ginck mette werdcea 
ende t?lot voornt. seer voort ende mettet verdicken vande borstweringeit 
Noch dede Sijn Ex^' de dubble hordinge vanden rijswech affaiaecken tot 
veer voorbij de schantse leggende aenden Stelhoffsen dijck totte suytwest 
hameye van dien toe, om daermede te beletten datter niemant langes het 
laege lant en soude mogen commen op den dijck tusschen de schantse 
voornt. ende den rijswech. 

Den xvj** May was het tamelijck weder ende ginck men mettet ver- 
stereken vande borstweringen ende andere wercken seer voort ende werde 
meest volmaeckt tvlot voornt. ende geleyt aende suyt contrescharpe vande 
sjchantse, daerop de scheepbrugge gelegen hadde, dien doen aende nooit 
contrescharpe vande selve schantse naerder de stadt geleyt werde, io voa- 
gen dat de brugge ende tvlot de breete vande schantse (die tusschen 
beyden lach) vanden anderen laegen. Te desen daege sont men drie drie- 
lingen naer Heusden, omdat men vreesde dat den viant thooft daer heene 
mochte hebben , noch quaemen op den avont in tleger seer veel bootsge- 
sellen om wacht op de Donge met jachten te houden. Men approcheerde 
op de Medesche wech tot aende grachte vande contrescharpe toe. 

Den xvij*' ende xviij" May en gebeurde niet besonders, dan dat men 
met alle de wercken mits het goede weder seer voortginck, daerdoor de 
schantse van Vuylendoncq meest volmaeckt werde ende 4 halve canons 
daerinne geplant , werde mede meest volmaeckt de tranchee van beneden \ 
de kercke van Raemsdonck afloopende naer twaeter toe ende tschantsk^ i 
aen t*eynde van dien , daer mede een heele canon in geplant werde. Noch 
werde meest volmaeckt tschantsken op t*eynde vande dubble loopgraeve, | 
streckende van tquartier van tveer van Raemsdonck aff tottet waeter toe, 
daerinne oick geplant werden 2 heele canons om op twaeter te domineren \ 
ende oick te beschieten het hooft vande stadt. Voorts begonst men een ; 
mijne te maccken in de Medcschen dijck , te weeten een rechte gange 
innegesneden soe laech als men const, die werde boven belcyt met bah- 
kens, elck ontrent een roede vanden anderen, daerop gestelt werden 
mandekens met aerden gevult om de heele gange te blinden ende tegen 
de musquet te vcrseeckeren. Dit werde gedaen om de enckte vanden , 
dijck wille , die niet toe en liet , dat men over d wers gins ende weder ; 
mochte wercken om soe verseeckert te commen aende grachte vande con- i 
trescharpe, om die te mogen vullen. Men schoot altemet eenige schooten ' 
om de defensien vande stadt te benemen. ! 

Den xi\" May was het schoen weder totlen achternoen toe, want hel 



— 199 — 

doen begonst te regenen. Men ginck mettet wercken seer voort ende men 
schoot naer gewoonte altemet eens. Des nachts kregen die vande stadt 9 
aentinellen perdus adelborsten van tSeeus regement, die soe men vermeet 
hemL de mijne geopenbaert hebben. 

Den xic^ May was het schoen weder ende ginck Sijne Ex^'* des morgens 
TTOod) in de mijne en keerde daemaer wederomme, ontrent negen vuyren 
begonnen die vande stadt naer de mijne te schieten daer se tweemael door 
schooten ende beletten daermede den voortganck van dien voor eenige 
daegen, tot dat sulcx gerepareert soude sijn. Men ginck mette wercken 
abmme seer voort ende men versterckte vast alle de approchen om die 
tegen den vuytval te bevrijden. Men volmaeckte noch een schantsken 
beoosten vande tranchee loopende van beneden de kercke van Raemsdonck 
naer twaeter tot op twaeter ende men plante daerinne 9 veltstucken. 
Desen dach werde in tleger gebracht een geintercipieerden brieff vanden 
heere van Waetersdijck gescreven aenden olden Graeve van Mansfelt, hou- 
dende dat men de brugge wel beschieten conste ende met een aenloop wel 
Tolck in de stadt brengen ende weder vuytkrijgen, daertoe designerende het 
Cloosterlant , om vanden Stelhoff daerop te commen, daeromme men tsdiip 
Tan oirloogc den xiij*" voorbij gecommen tusschen den Stelhoff ende het 
Cloosterlant dede leggen. 

Den xxj" May was het schoen weder, waeromme men mettet wercken 
alomme seer voortginck ende oick mettet repareren vande mijne, om 
twelcke te beter te doen men altemet op de stadt schoot. Te desen daege 
quaemen te Turnhout in tleger de Graeven Pieter Ernst van Mansfelt ende 
van Foantes met verscheyden andere hooge officieren vanden leger, dwelcke 
terstont alle het volck deden vuyttrecken op de heyde van Baerle, omme 
een reveue daervan te doen ende bevonden dselve te peert ende te voet 
sterck ontrent 8000 man, daer desen dach noch bij quaemen iO stucken 
geschuts van Antwerpen ende andere plaetsen gecommen, naer dese reveue 
gedaen trock alle tvolck wederomme binnen Turnhout ende op den ach- 
temoen den Graeve van Foantes weder naer Antwerpen, laetende Mansfelt 
metle anderen in tleger blijven. 

Den xxij*°, xxnj^ ende xxiiij*" was het tamelijck weder ende ginck men 
mettet wercken alomme ende verstercken vande mijne seer voort, te meer 
omdat men daegelijcx advertentie kreech dat den viant op tleger van mey- 
ninge was aen te commen, waeromme men sonderling sorchvuldich was, 
tquartier in Raemsdonck beneden aen twaeler te bewaeren, mitsgaeders 
oick aende sijde van Sijn Ex*'* aen twaeter. daer de schepen vande soete- 



n 



— 200 — 

laers eiide anderen laegen , daer men achter de pallisade op de strange ^ 
staende, nooh dede slaen een faordinge mei eenige rondelen ofte flanquen 
ende teynden daeraen leggen eenige groote aeeken ende ponten tisssebai 
sparren in de gront geslaegen gevesticht, om niet scbidijeken wech te mogea 
spoulen , in welcke aeeken men snachts wacht hielt. Aditer dese hordinge 
ende aeeken laegen de oorJiochscheepen op een rije, als van te vooren, tottel 
diep toe. Noch arbeyde men seer aen een cleyne catte, die aende noorlsijde 
vanden Medeschea dijck gemaeckt werde op tvuyterknt, om daer mede te 
domineren m de noortcontrescharpe vande stadt op de noortsijde van travelifn 
leggende voor de veenpoorte, werden noch beoosten vande selve catte geatelt 
ende gevidt verscheyden scbanlskorven, om daer een groot corps de guarde te 
mbecken tot bevrijdinge vande selve catte ende voorcomminge van alle vuytTaUen. 
Den xxy*"" May was het schoen weder sulcx men te meer mettet ver- 
stereken vande cfuartieren in Raemsdondc voortginck, alwaer men tgroote 
quartier altemael i lespreuve du canon maeckte tegen de aencompste van 
buyten ende van gelijoken de sebantse om de kercke aldaer leggende. Hen 
arbeyde mede dapper in tqüartier van Stjn Ex^ aende waetersijde, soe 
aende hordinge als tranchee aldaer ende werde weder gebroocken teatken 
daer de 3 heele canons g^staen hadden ende werde dselve met noeb een 
canon gestelt op verscheyden plaetsen in de tranchee^ osfime effens eerdens 
te flanqueren , over twaeter ende tvuytergors ende om aff te snijden een 
groeten inhouck ten noortwesten van tselve quartier, daer tqüartier vMMJe 
artelerie begint, dede Sijn Ex^ een dvers tranchee vvytwaert maecken 
streckende van sijn quartier tot bijnaest op den vuyterhoudc van tqüartier 
vande artelerie voornt., welcke nieuwe tranchee met veel minder volcx 
const beset werden ak den houck voornt. Noch werde volmaeckt de catte 
benoorden vanden Medescben dijck ende daerop gestelt een bede ende 
3 halve canons. Desen dach begonst den Graeve Mansfelt met sijn leger 
te vertrecken vuyt Turnhout nemende den pas naer Allen ende Gilsen ende 
van daer voorts naer Donge daer de avantgarde quam , blijvende d*anderen 
tot Gilsen. Desen nacht begonst men dapper te approcheren op den Stel- 
hoffsen dijck ende op tgors benoorden den Medescben dijck, alles om io 
de coutrescharpe te commen. Noch hieff in tqüartier van Sijn Ex^"* aen 
een seer groote alarme commende van een sentinelle vande guarde van 
Sijn Ex^ , dwdcke twee persoenen hadde sien commen cruypen tot op de 
grachte toe^ langes den vuyterdijck voor de tente van Sijn Ex*** die men 

« Het ttnad. 



~ 201 ~ 

merderhant vuyte gevangenen verstaen beeft vier Gapiieynen geweest te 
sIjD, vande welcke de twee tot aende grachte toe geweest waeren, hoe- 
wel dat men dier tijt sulcx niet konnende geloven den schiltwaeht tselve 
quaelijcken affnam ende daerover in gevanckenisse wilde werpen. 

Deo xxvj*' May was het schoen weder, da^ door men mette weroken al- 
(mEUDe seer voortginck, insonderheyt soe men alle vuyren meer tijdinge 
rande compste vanden viant kreecb. Opden achternoea trock Sijn Ex'^ 
vuyt met 8 vaen ruy teren naer Osterbout, om alle de advenuen naerder 
te besicbtigen, alwaer hij oorts daernaer vernam dat den viant met sijn 
heele leger derwaerts quam, daeromme hij sijn retraicte begonst te doen 
ende oick die in sulcker Vouge dede dat d'avantcoureurs vanden viant aen 
d'een sijde in tdorp quaemen, soe Sijne Ex*** d*andere sijde vuytreedt ende 
weder naer tquartier quam, ende den Graeve van Mansfelt cpiam ontrent 
vier vuyren met sijn heele leger in tdorp, twelck sterck was tusschen de 
9000 ende 10000 man te peert ende te voet, daeronder gereeckent 10 
vaen niyteren , ses benden van ordonnantie , de vercoopers van Geertruyden- 
berch ende de Bourgons vuyte schantse gecommen ende brocht met hem 
10 stucken gescbuts, heele, halve canons ende veltstucken \ dan werde 
wel middernacht alleer alle de carroye daer binnen gecommen was. Op 
den avont dede hij twee vierteeckenen maecken ende daernaer drie sohooten 
schieten om die vande stadt te verwittigen, dat hij daer was, daertegen 
Sijn Ex^ weder alle tgeschut vande trancheen dede affschieten, niettemin 
vierden die vande stadt terstont daernaer mede op den thoorn om te be- 
thoonen dat sij dvoors. vieren gesien hadden. Desen achternoen vluchten 
meest alle de boeren van Osterhout, Houte ende Mede, vernemende de 
compste vanden viant met al haer bestiael ende huysraedt in ons leger 
om dselve te salveren, alwaer haer niet een hoens ey vercort en werde. 
Des nadits was tvolck in tquartier van Sijn Ex^' altemael in de waepenen 
om den viant te wachten soe hij aen quaeme, twelcke hij niet en dede. 
Nietemin begonst men met alle macht te schantsen op tCloosterlant ten 
ooorlooste vande Donge (wesende twaeter dat voor den berch oploopt) 
tegen den Stelhoff over, om aldaer alle overcompste te beletten, omdat 
men duchte dat den viant trachten soude dat over te commen ende soe 



* YolgeoB Garnero werden er in het laatst van Mei door Manifeld meer dan 16000 man gemons- 
terd: * Finalmente i los nltimos del mes se tomo reseüa de la gente qoe se hallava qne fneron mas 
de doze mill ynfantes y tres mill cavallos con algunas bandas de ordenanfas, y llaego en tres jor- 
ndas se piso a Tista del eampo dd enemigo». (Onerras dviles de Flandes, lab, X, cap. 9, 



~ 202 ~ 

volck over tCloosterlant in de stadt te brengen, volgende de raeminge van 
Waetersdijck voom. ende om op alles te beter te letten ende ordre te 
geven, ginck den Graeve van Hohenloe selffs met 700 man vuyte rege- 
menten van Brederode ende Loockeren daer logeren. 

Den xxvij** May quam den viant met een deel van sijn leger op den 
Stelhoff, daer Graeff Philps te vooren gelegen hadde ende begonst daer 
een schantse te maecken, daeromme men te stereker begonst te arbeyden, 
daer tegen over op tCloosterlant ende aldaer een seer groote tranchee te 
trecken, streckende vande brugge aff voorbij den Stelhoff tottet marasch 
toe, wesende lanck mette flanquen van dien meer dan 3400 roeyvoeten. 
Desen dach quam den Almirael Nassau weder in tleger, met brengende 
noch 900 Engekchen ende drie vendelen knechten te weeten: Vaillant, 
Bovetis ende Haveskercken , daeraff de Engelschen mette geenen die te 
vooren gecommen waeren gelogeert werden in tquartier van Sijn Ex^ tus- 
schen de regementen van Zeelant ende Graeff Philps, bij dewelcke mede 
in tleger quam Francois Vere, om heml. die nu 650 man sterck waeren 
te commenderen. De andere vendelen van Vaillant, Bovetis ende Haves- 
kercken gingen logeren in de schantse van Vuylendonck, leggende besuyden 
de groote schantse op de Langestraet. Noch schoot men vuytet quartier 
van Sijn Ex^' eenige schooten naer des viants schantse op den Stelhoff 
ende eenigen op de stadt. Men kreech oick verscheyden gevangenen van- 
den viant, die alles claechden van tgebreck van vivres, dat in des viants 
leger was, waeromme Sijn Ex^ te desen daege los liet drie gevangenen 
ende liet se met een broot ende een stuck kees onder den arm naer des 
viants leger gaen met pasport van Trillo, hem noemende Charles de Pres, 
bijnaest van desen teneur: laet passeren N. N. soldaeten vanden regemente 
van N. N. naer den leger vanden Coning van Spangien, opdat door haer- 
luyder absentie tverwachte secours van St. Geertruydenberge niet geretar- 
deert en werde, welck pasport heml. belast werde haer overicheyt te 
vcrthoenen, willende Sijn Ex**" daermede te kennen geven, hoe weynich 
dat hij den viant vreesde in tgeene sij voorgenomen hadden te doen, te 
weeten de stadt te ontsetten. Noch quaemen in tleger geintercipieerde 
brieven vanden Graeve van Mansfelt gescreven aenden raedt tot Bruessel, 
houdende dat sijn vivres meest geconsumeert waeren, dat men daeromme 
voorraet daervan moste verschaffen. Des nachts was men gestaedelijck in 
de waepenen in tquartier van Sijn Ex*** , op off den viant aengecommen 
hadde, dan hij en quam niet aen. Men approcheerdc mede seer op den 
Stolhoffscn dijck. daer men de stadt soe naer quam, dat ons volck ginck 



— 203 — 

logeren tot door de hameye, op de selve plaetse daer de Schotten lanck 
te vooren gelegen hadden ende vuytgeslaegen ^aeren, mits den hoogen 
Tloet. Men ginek mede Toort met tverseeckeren yande mijne ende de 
approchen in t'noortwesten , ende tot meerder verseeckertheyt van tCloos- 
teriant, gingen de 8 vendelen van tregement van Brederode aldaer bij den 
Graeve van Hohenloe logeeren. 

Den xsviij"" May iw^as het schoen weder. Men ginck mettet wercken 
alomme seer voort ende insonderheyt mette tranchee tegen over StelhoiF 
over de Donge, daer den Graeve van Hohenloe lach, die oick meest al 
in defensie gebracht werde, waerdoor den viant van sijn desein om aldaer 
te passeren, gansch affgestooten is, soe men const bemercken, omme 
twelcke noch beter Ie beletten, werden op verscheyden plaetsen aldaer ge- 
plant 9 bede canons ende 3 veltstucken, werde mede aldaer ende oick in 
tquartier van Sijn Ex'^* recht voor desselffs tente gemaeckt vier pannen 
seer hooch om daermede signael te geven, daer den viant sonde mogen 
aendrucken. Men begonst noch te verswaeren ende è Tespreuve du canon 
te maecken bet bolwerck leggende in tsuytoosten van tquartier van Sijn 
Ex^, te weeten beoosten den wech loopende door tleege lant, om daer- 
mede tgansche quartier daer achter te bevrijden. Men schoot voorts altemet 
eenige schooten op de stadt, des nachts hadde den viant de begonnen 
schantse aenden Stelhoff verlaeten, ende hiel hem heel in de waepenen, 
sonder dat men eygentlijck weet off het was om yet aen te rechten ofte 
^uyt vrese vande onsen, ofte om te faciliteren het convoy dat sij des 
volgenden morgens vanden Bosch kreegen, geconvoyeert boven de ruyteren 
met 9000 mannen te voet. Men approcheerde oick seer in den StelbofCsen 
dijck ende men ginck mette mijne ende andere approchen op den Mede- 
schen dijck seer voort. 

Den xxix** May was het schoen weder, daerdoor men mettet wercken 
alomme seer voortginck. Des morgens vrouch creech den viant een convoy 
met vivres van tsHcrtogenbosch als voorseyt is, voorts schoot men altemet 
eens op de stadt. Op den achternoen waeren die van Breda vuyt ende 
quaemen naer sviants leger toe ende overvielen een vaen ruyteren, die op 
de Bredaesche wech de wacht hadde ende vervolchden se tot aen tleger 
toe ende.kreegen daervan 39 sadelpeerden ende eenige gevangenen, over- 
mits eenigen haer peerden verlieten ende salveerden haer over de grachte. 
Hierdoor quam den alarme door den ganschen leger vanden viant, maer 
en deden al evenwel de ruyteren van Bredae op den afitocht niet .vervol- 
gen, die niet dan pas a pas haer retraicte deden in verscheyden hoopen. 



~^ 



— 204 — 

Op den avont seylde noch voorbij de stadt de Donge op een oiiiochsehip , 
daer die van binnen seer noiet geschut ende musquetten naer schooien, 
sonder nochtans andere sohaede te doen anders dan van eenen man, die 
sij tbeen affschooten. Dit schip voer terstont door de brugge ende tvlot 
ende ginck leggen hooch op de Donge recht tegen de scbantse ende 
tranchee van Engelant aen, omdat men vermoede off de viant wel eenigen 
pas soude soucken soe hooch door t*marasche ende soe van achteren naer 
tCloosterlant commen, twdcke men met dit oirlochschip hcbtelijck soude 
konnen beletten. Op den acfatemoen quam den viant weder op den Stel- 
hoff ende bronst daer noch meer te schantsen, dan verlietet op den nacht 
weder, waerdoor men Dodi meer vermoede dat hij daer soude trachten 
met gewelt te passeren den eenen dadi ofte den anderen, waeromme men 
te meer sordivuldidi was aldaer goede ordre te houden, om den viant te 
wederstaen. Noch quaemen eenige overloopers vuyt des viants leger, die 
alles van honger ende gebreck seer claechden. Des nachts was den viant 
heel in de waepenen, sonder dat men eygentlijck weet waeronune, men 
approoheerde oick seer aenden Stettioffsen dijck ende men volmaeckte de 
mijne aenden Medeschen dijck om daerdoor te mogen vuUen de gracbie, 
leggende buyten de contrescharpe. 

Den xxx** May was het schoen weder ende braecken die vande stadt de 
Nieuwe poorle in t*noortwesten vande stadt gansch aff, vresende (soe men 
vermoet) eenige schaede, die. de steencn van dien haer souden mogen 
doen. Men ginck voorts met tverslercken van l'uieuwe quartier vanden 
Graeve van Hohenloe op de Donge seer voort, mitsgaeders van tbolwerck 
van Sijn Ex***. Desen dach bradit den viant 9 stucken op den Stelhoff 
ende begonst daermede des achtemoens naer tquartier van Sijn Ex*^ te 
schieten, daertcgen men vuyten selven quartier ende oick vuytet quartier 
vanden Graeve van Hohenloe weder omme schoot, dan baelde den viant 
op den avont sijn geschut weder terugge ende brachtet naer Osterhout 
verlaetende den Stelhoff ende ruckte oick sijn gansche leger tot Osterhout 
in een. Voorts quam een trompetter vanden Graeve Pieter van Mansfelt 
in tleger van Sijn Ex^, vernemende naer seeckere gevangenen, metten 
welcken wederomme gesonden werde een trompetter van Sijn Ex*^ om 
hem te convoyeren. Op den avont werde Hopman Willem Thoniss. van 
tStiehts regement door den cop doot geschooten ende oick noch een werck- 
man in de approche. Des nachts approcheerde men alomme seer ende 
fttaok men de myne door ende begonst men éb gracht vande contreaeharpe 
aM^m NectooheB dijck te vullen. 



— 205 — 

Den lesten May des morgens vrouch kregen eenige ruyteren van PutUs 
48 bagagie ofte treckpeerden vanden viant, die buyten Osterfaoot gingen 
weyden. Corts daernaer kregen de soldaeten van Vernier noch 8 treck- 
peerden, die se mede vuyte weyde hielden, nemende gevangen 8 IMiyt- 
schen , die met anderen dselve bewaerden dan soe bet eene peert niet vel 
volgen en konde, werde tselve bij heml. dootgesteecken ende de anderen 
brachten sij door twaeter daer van. Voorts ginck men mettet werdcen 
alonune seer voort, soe aen tquartier vanden Graeve van Hohenloe, als 
aen tbolwerck in tquartier van Sijn Ex^ . Die vande stadt schooten tot 
meemiaelen met haer gesehut vuyt, daertegen de onsen oick op de stadt 
viredar schooten. Op den naemoen creech uMi 8 Duytschen vanden vismt 
gevangen, die meest in den Strasburchscben crijch gedieiH hadden. Te 
desen daege voor den middach was den Graeve van Hohenloe met ontrent 
150 man te voet ende eenige peerden getrocken in de schantse van Stel- 
hoff ende dede aldaer een mijne ofte springer leggen in een kelder aenden 
wech ende daer naer met eenige ruyteren den viant vuytlocken, die heel 
sierck derwaerts quam, dè onsen te rugge drijvende ende soe den viant 
ontrent de mijne quam ruckte den Hopman Joost Vijch (die sulcx aenge- 
noemen badde) dselve met een coorde ende vierslot los ende dede de mijne 
vrel eene groote operatie, maer geen sonderlinge schade onder den viant, die 
wel eerst verschrickte ende terugge deysde, doch dnickte terstont in vollen 
loop wederom aen, in vougen datter drie vande onsen doot bleven, ende 
den voorn. Hopman Vijch swaerlijck gewont, gevangen met noch een geap- 
poincteert ruyter vanden Graeve van Hohenloe, ende soe den viant ^naerder 
wilde aendrucken schoot men vuytet quartier van Sijn Ek^ ende den 
Graeve van Hohenloe met tgeschut daeronder, waerdoor den viant niet 
naerder en dorst commen. In somma liep desen aenslach soe aff, dat wij 
meer schaede leden als prouffijt deden. Hiernaer trock de Heere Vere 
vuyt met 300 Engebchen om den viant aen een schermutsinge te tredcen 
(niet wel met believen van 6ijn Ex^^) ende hout hem onder de boomen, 
dan siende dat den viant daer heel sterck was, ontbiet meer volcx, daerop 
Sijn Ex^ hem liet weeten, dat hij hem niet te verre engagieren en 
soude, ofte en soude hem egeen ontset doen ende liet al evenwel 
ISO man van t'Noorthollants regement gereet houden mette Gapiteynen 
Mathijs ende Rijswijck om soet noot waere heml. voor retraicte te dienen, 
dan en quam den viant niet aen, omdat hij hem onder ons geschut 
niet en dorste begeven, maer vertrook op den avont weder naer Os* 
terbout, daerover de Heere Vere oick weder in tquartier quam. 'Des 



— 206 — 

Dachts hiel den viant sijn gansche leger in de ivaepenen, meynende (soe 
men yermoet) yet op ons leger aenlerechten ende nam vuyt elcke com- 
pagnie een deel vande beste soldaeten ende eenige ruyteren ende quant 
daermede tusschen Mede ende tquartier van Sijn E\*^ , niet langes de 
wegen maer door tvelt, daerdoor sij meest totte midden toe nat werden. 
Dese werden gesien bij eenige van onse verlooren schilt wachten , die het 
aen tleger quaemen seggen, alwaer men terstont een grooten alarme on- 
trent 43 vuyren maeckte ende bracht men alle het yolck in de waepenen 
ende aende wallen om den viant te ontfangen die nochtans niet aen en 
quam, maer een vuyre voor den dach hem selven verschrickt maeck^ide 
met sulcke confusie wech tooch dat veelen haer waepenen verliefen, die 
des anderen daechs meest bij de onsen gevonden werden ende onder an> 
deren een poictrinael ende custodie vanden Graeve van Solms. Ons volck 
bleeiF in de waepenen totdat mettet affschieten van een stuck geschuts (als 
sijn Ex^^* geduyrende den viant hier gelegen hadde, geobserveert heeft) de 
diane affgeslaegen werde. Desen nacht quam ons volck vanden Stelhoffsea 
dijck in de contrescharpe ende logeeren haer daer ende begonsten haer 
loopgraeven te extenderen in twesten naer de poincte van t'ravelijn ende 
in troosten naer twaeter toe. 

Den eersten Junij verlieten de vianden eenige huysen vanden Houte, 
daer sij een deel van haer volck gelogeert hadde ende maeckten eenigen 
brant in haer quartier sonder dat men weet oft bij ongeluck geschiede 
ofte voor signael gedaen werde. Men ginck middelertijt mette wercken 
alomme seer voort. Des achternoens werde de Gapteyn Hanson, edelman 
van tgeschut door sijn cop dootgeschooten ontrent de mijne. Voorts ginck 
Sijn Ex^ peylen seeckere slooten aenden wech leggende ten suytoosten 
van sijn quartier om de diepte van dien te weeten ende te doen verdiepen 
soot noot waere, terwijlen werden vier Duytschen vanden viant gevangen 
ende sont den viant een tambourijn om den dienaer ende eenich lijwaet 
van Hopman Joost Vijch, twelcke hem gesonden werde. Des nachts appro- 
cheerde men seer in de contrescharpe aenden StelhofTsen dijck ende 
men vulde vast de gracht vande contrescharpe tot twee plaetsen aenden 
Medeschen dijck ende quam den viant met sijn volck wederomme ontrent 
Mede naer tleger van Sijn Ex*^ alwaer men oick daeromme eene ge- 
nerale alarme maeckte ende tvolck in de waepenen aende wallen brachte, 
dan en quam den viant noch niet aen. Die vande stadt vierden seer 
op haer ravelijnen, tsij tot signael ofte om in de grachten te lichten. 
Desen dach (ak men naerderhant verstaen heeft) werde den Gouverneur 



— 207 — 

TADde stadt, genaemt Mons' de Masieres met een Gapiteyn, Mougijn ge- 
naemt ende den biecbvader van haer regement met noch twee andere 
soldaeten doot geschooten, boven vanden toorn vande kercke, (daer sij op- 
waeren) met een groff stuck. 

Den ij*" Junij des morgens vrouch voor den dach hadden die vande 
stadt twee soldaeten daertoe verwillicht, dat sij vuyte stadt swemmen ende 
brieven in sviants leger brengen souden, dwelcke sulcx aengenomen hebnen , 
maer is den eenen alleen overgecommen ende den anderen in de Donge 
verdroncken, daer waerender noch negen vuyte stadt gecommen om henü. 
escorte te doen, dwelcke naerderhant van tGasthuyslant weder naer de 
stadt keerden met nemende van daer een grassnijder van Graeff Philps, 
soe men vermeet om tijdinge te hebben. Die in sviants leger quam bracht 
tijdinge dat Masieres ende Mougijn voors. doot waeren ende Mons' de 
Jisan ^ nu conunandeerde , datter veel gequetsten waeren, datter chirur- 
gijns ende medicamenten ende droogen meest gebreck waeren, datter 
weynlch pulvers was ende dat se niet lange houden en conden, ten waere 
sij ontset werden. Men ginck in tleger met te wercken alonune seer voort, 
des morgens creech men een Italiaen gevangen, dwelcke gaende wandelen 
tot binnen onse schiltwachten quam , meynende dattet van haer volck was. 
Ende omdat ten westen van tquartier van Sijn Ex^^ eenige hooge landen 
laegen, daer over den viant drooch soude konnen aencommen, dede Sijn 
Ex'^* buyten de pallisade noch een gracht daerdoor schieten, om op die 
aenoompste mede meerder dilBculteyt te maecken, te welcken eynde hij 
mede dede opschieten eenige slooten ten suytoosten van tl^er aenden 
l^en wech aldaer, die hij daechs te vooren hadde doen peylen. Men 
schoot altemet eens op de stadt. Op den achternoen sondt den viant in 
tleger het dode lichaem van Hopman Joost Vijch, die des morgens van 
sijn quclsuren gestorven was, wiens doot seer geregretteert werde, om dattet 
een fray soldaet was, die mettertijt een excellent Capiteyn naer alle appa- 
rentie soude geworden hebben ende hier op een sot exploict de mont 
inneschoot. Ontrent den drie vuyren was de grachte vande contrescharpe 
heel gevult aenden Medeschen dijck om in de contrescharpe te mogen 
coomien, twelcke men meynde des nachts te doen, maer den viant wierp 
snachts eenige brandende gepiekte tackbussen over de contrescharpe op de 
rijs, daermede de onsen de grachten gevult hadden, waerdoor dselve voor 



' GRniero noemt hem: » Monsieur de Gesan, Capitan mnjr prudente y buen soldado, como 
k noitro en todo lo qoe ae ofreeto*. (lib. II, cap. 2, pig. 297.) 



1 



— S08 — 

em groot deel wederomme ▼ert>ranl ende belet werde, dat men noch niet 
in de contresdiarpe oommen ^ konde. Desen achternoen ontrent 5 Tuyren 
hadde den viant een groote embuscade gemaeckt tassdien Mede ende ons 
leger ende quaemen daerover met eenige peerden onse vacht forseren 
ende terugge drijven, die noditans een van heml. genaemt Don Pedro 
Spinola, broeder van Don Gaston Spinola, Colonnel, sijn peert doot ge- 
sohooten hebbende, gevangen creec^ ende daermede terugge weeck, rij- 
dende den viant heur naer tot onder ons geschut toe, twelcke op hemluy- 
den affgesohooten werde ende twee van heure peerden doot schoot. Hiernaer 
trook Sijn Et*^ ende de Heere Vere vuyt met ontrent 600 man te voet 
ende hielden op den Medescben wech, scherniutserende alleen eenige my- 
teren tegen den viant, dwelcke gewaer werdende dat den viant achter tge- 
boomte heel sterck van ruyteren was (ende soe men tsedert verstaen heeft 
14 cornetten peerden) hebben dat Sijn Ex**', aengedient die noch SOO man 
vuytet leger ontbooden heeft tot op den Medescben wech, om de retraicte 
te faciliteren soot noot waere, sonder voorder te trecken. Den viant siende 
dat hij ons volok in sijn embuscade niet trecken en conde ende oick onder 
ons geschut niet wiOende oommen, hielt hem lange stille ende trock ten 
lesten weder aff, waernaer de onsen oiok weder in tquartier quaemen met 
Sijn Ex^, de 6raeve van Hohenloe (die daer mede bijgecommen was) Sobns 
ende Philps van Nassau mette Heere Veere ende meer anderen, hebbende 
egeen schaede geleden, maer haer binnen heure advantagie gehouden. Desen 
dach begonst men in de grachte aende advenuen van tquartier van Sijn Ex*** 
te weeten naer de Mede toe, te slaen een pallisade (die aldaer noyt geweest 
en was om de didcte vanden walle wille) om dat quartier aldaer noch meer 
te verseeckeren. Des nachts hielt den viant hem stille ende vierde seer soe 
op den toom van Oosterhout als thuys, soe men vermoet om te bethoenen 
dat de vuytgesonden boode overgecommen was, daertegen die vande stadt 
op haer ravelijnen weder vierden. Voorts approcheerde men seer in de 
oontrescharpe aenden Stelhoffsen dijck, daerinne men een groot corps de 
guarde prepareerde om alle vuytvallen te wederstaen. Op desen dach 
creech den viant weder een convoy van sHartogenbosch , geconvoyeert alsoe 
starck als het andere. 

Den iij" Junij was het tameHjck weder ende ginck men mettet wercken 
alomme ende slaen vande pallisaede seer voort, oick schooten die vande 
stadt eenige schooten vuyt, daer de onsen weder tegen schooten. Des 
morgens vrouch creech men drie soldaeten vanden viant gevangen, die Sijn 
Ex"** verdaerden datter op gisteren een vuyte atadt geoommeo was «ode 



— 209 — 

ia haer leger dvoorsz. tijdinge gebracht hadde, waeromme den Graeve van 
Mansieh van meyninge was eenich cruyt ende chyrurgijns in de stadt te 
schicken met schuyten, die hij in de eanal van Drumeien soude doen 
heden ende akdan over twaetcr trachten daer binnen te brengen, eerst 
haer Tcynsende off sij naer Racmsdonck souden willen ende dan schielijcken 
op de stadt aenseylende, daertoe sij gevangenen (als wel eer bootsgesellen 
geweest sijnde) mede vercoren waeren. Hieromme dede Sijn Ex*** de wach- 
ten te waeter veradverteren wel scherpelijck te ondersoucken ende toe te 
sien. Niet lange hiernaer quaemen over 3 Italiaenen, een Milanees ende 
een GeneTois, seggende op onse sijde te willen dienen. Terstont naer den 
middach quam in tleger een trompet vanden Graeve van Mansfelt, ver- 
soackende den voorsz. Spinola (die doen noch niet bekent en was, macr 
terstont daernaer bekent werde) voor sijn soldie los te hebben, doch werde 
terstont bij Sijn Ex*^ wederom gesonden met last den Graeve van Mans- 
felt te seggen, dat sulck tractement als hij doen soude de ruyteren van 
Louys Laurens, Doncq ende een vanden Graeve van Hohenloe, soe tot 
Herentals Hoochstraeten als in tleger gevangen, dat Sijn Ex'** van gelijcken 
de gevangenen hier sijnde doen soude, met welcke last den trompetter 
in tleger gecommen sijnde, dede den Graeve van Mansfelt terstont ont- 
slaen den ruyter vanden Graeve van Hohenloe. Hier naer quam den 
Ritmeester Edmont met 6 peerden van Breda in tleger stooten, sonder 
vlant op sijn wech gesien te hebben, die copie van seeckere geinter- 
cipieerde brieven bracht, op huyden vuyt des viants leger gescreven bij 
Mens' de la Motte aenden Gouverneur van Atrecht , daeraff de princi • 
paelen tol alle verseeckertheyt te waeter omme naer Sijn Ex*** gesonden 
waeren ende oick des nachts in tleger quaemen, houdende dat Mons' de 
Masieres ende Mougijn voors. doot waeren (ende voerders als hier boven 
den vuytgecommen geseyt heeft) ,. item dat sij den viant soe veel tijts ge- 
gegeven hadden haer te beschantsen ende verseeckeren datter egeen hoope 
tottet ontset en was, ofte oick om polver daerinne te schicken, dat daer- 
onune de stadt haest soude moeten verloorcn gaen ende sijluyden met 
cleyoe eere vertrecken ende dat dit de vuytcompste was vanden eersten 
tocht van haeren nieuwen Gouverneur. Te desen selven daege reedt Ed- 
mont voornt. weder naer Breda. Des nachts ruckte meest al onse caval- 
lerie bijeen om te slaen een regement knechten, dat ter sijde van Ooster- 
hout aff naer den Houte toe gelogeert was, ende om haer escorte te doen 
ende te beletten dat den viant over den Stelhoff haer den wech niet en 
onderginck, werde Bredci-ode met 600 man naer Stelhoff geschickt , die 
I u 



"^ 



— 210 — 

aldaer gesien sijode van onse sentinellen perdue ende gemeynl viant te 
wesen, omdal de sentioellea van desea Tuyttocht niet en wisten, quam 
een vande selve sentinellen naer tleger toe om te seggen dat den viant 
met alle sijn macht marcheerde naer de schantse, daer Vernier inndach 
ende ontmoetende onder wege den Graeve van Hohenloe, die onse voors. 
ruyteren beleyde, seyde tselve hem aen, die terstont verschrickeode oAe 
niet lettende dattet Brederode mochte wesen, die hij selffs voor heenen 
geschickt hadde, tooch met Graeff Philps ende alle de ruyteren wederomme, 
om v^elcke onvoordachticheyt wille het exploict terugge hleeff, dat anders 
wel aengeleyt was. Desen nacht riep Hopman ViUers die vande stadt toe, 
dat haer Gouverneur doot was, vraegende off sij noch de plaetse niet 
overgeven wilde, daer die van binnen op antwoorden de stadt te sullen 
houden soe lange sij leven hebben, ende al waer den Gouverneur ai doot, 
dat sij noch Capiteynen ende brave edelluyden genouch hebben , om haer 
te coQunanderen. Desen nacht werde aende Seeuwsche approche een brieff 
vuyte stadt geworpen in een noesdouck met een steen, houdende dat den 
Gouverneur doot was, datter veel gequetsten ende crancken waeren, datter 
noch maer SOO soldaeten in de stadt waeren ende noch 5000 pd. polvers, 
dat men vrielijck de contrescharpe soude innenemen, datter egeen mijne 
inne en was, maer alleen eenige plancken met nagelen doorslaegen, daerop 
geworpen, om daermede den oploop te beletten, dat men vanden oatfanck 
van desen brieff een signael mette noesdouck soude doen, soe wilde den 
scrijver meerder advertentie doen. Men en const niet seecker vermoeden 
off desen brieff bij een goet vrundt gescreven was ofte bij een bedrieger, 
aengesien men noit te vooren eenige advertentie van hem ontfangen hadde, 
nochte oick daemaer mede niet en ontfinck. 

Den iiij** Junij was het redelijck weder ende ginck men mette wercken 
alomme seer voort, werde opgemaeckt tbolwerck in tquartier van Sijn 
£x^ ende de pallisaede alles geslaegen. Men arbeyde noch seer in tquar- 
tier vanden Graeve van Hohenloe. Omme alle de voors. tijdinge wille sondt 
Sijn Ex^ des achternoens den Hopman Yillers met sijn trompetter aende 
stadt, om hemL haer pericule te verthoenen ende de cleyne hoope van 
ontset, dat sij daeromme de stadt souden overgeven, men soude haer een 
eerlijck appoinctement doen, daerop sij antwoorden eer op malcaoderen 
te willen sterven, dan sulcx te doen, dat sij geen ontset en behouffden, 
maer selff sterck genouch waeren ende soe den Capiteyn ViUers eyntelijck 
wech ginck, naer dat sij verclaert hadden niet anders te willen seggen, 
hebben ze hem wederomme geroupen ende geseyt: segt Sijn Ex^ dat den 



— 211 — 

Goa?erneur begeert dat hij een acte geteyekent met sijn hant aen ons 
sende, houdende dallel onmogelijck is ons te ontsellen, soe willen wij 
öp de saecke letten, twelcke Sijne Ex*** aengeseyt sijnde, heeft aen hend. 
gescreven dat hij geen verclaeringe van haer ontset wilde doen, maer dat 
sij 9, 5, ofte 4 vanden heuren vuytsenden souden, omme met oogen sulcx 
te commen sien ende daernaer weder in stadt te gaen, met welcken brieff 
Villers wedergecommen sijnde aende stadt, en hebben die van binnen die 
niet willen ontfangen, maer geseyt anders beraeden te wesen ende off wel 
Viflers heur vraechden off sij dan met Sijn Ex*^ spotten, hebben verclaert 
neen, maer een faute gedaen te hebben ende die niet te willen vervolgen, 
ten waere men heur brieven van Mansfelt selffs brachte, datter egeen hoop 
van ontset en was, ende hielen daermede op ende begonnen te schieten. 
Hiervuyt oordelde men dat se binnen soe niet gemoet en sijn als sij wel 
scggen ende dat se seer confuselijck haer selven regieren, soe vuyt tgeene 
sij soe licht gehoor gaven, als dat sij altoes spraecken in persona prima 
plarali: wij. Te desen daege creech men tijdinge dat Gockel ende Staudley 
met haer volck getrocken om een convoy te doen voor Creveceur geruckt 
waeren met 3 stucken geschuts , meynende de schantse te emporteren , dat 
oick eenen genaemt Smit, wocnende tot Ravesteyn (ende weleer van onse 
sijde overgeloopen) een aenslach gemaeckt hadde op Bommel op de Gamer- 
sche poorte ende was daeromme met 300 man in de Bommelerweert ge- 
toogen, dan commende voor Bommel bevont datter een nieuwe muyre ge- 
maeckt was, daer hij sijn aenslach meende te doen, waeromme hij terugge 
tooch ende d'anderen van Creveceur mede , sonder op d'een ofte op d'andcr 
yet vuyt te rechten. Men creech mede tijdinge dat alle ding in des viants 
leger seer dier was. Het regende desen nacht seer ende begonst op den 
naermiddernacht seer te stormen, daerdoor twaeter soe hooch vloeyde, 
dat men aenden Medeschen dijck in de contrescharpe noch niet en conde 
gaen logeren ofte eenige voortganck daerinne doen. 

Den v" Junij continueerde den storm vuyten westen met grooten regen, 
daerdoor twaeter seer hooch vloeyde, in vougen dat men niet dan met ge- 
welt ende met versterckinge vande wallen tquartier van Sijn Ex'** en 
conde behouden, maer tquartier daer den Graeve van Hohenloe lach, te 
weeten langes het waeter tegen de Stelhoff over, liep heel onder, soedat 
aDe de soldaeten haer op de trancheen mosten bergen, de loopgraeven 
ende de approche vande Schotten werden te nauwernoot gehouden, naer- 
dat men haer noch een vendel knechten bijgeschickt hadde. Alle de loop- 
graeven aenden Medeschen dijck liepen onder ende schoot twaeter met 



— 212 ~ 

sulcken gewelt in de grachten vande contrescharpen , dat daer vuyt wecii 
spoelde meest alle tgeene men in acht voorgaende daegen daerinne hadde 
konnen werpen, om die te \ullen, waerdoor men wederonmie aldaar seer 
v^rachtert wert. Oick spoelde wech een groot deel van het rijswerck in 
tquartier van Sijn Ex*^ aende schepen gemaeckt, ende dreven alle de 
ponten ende aecken daeraff, die nauwelijcx konden gesalveert werden. 
Noch dreeff een heel schip met rijs tot bijnaest onder de sladt toe ende 
bleeff aldaer aenden gront. Men schoot altemet eens op de stadt mettet 
geschut, maer den viant van buyten hiel hem tot Osterhout stille. Des 
nachts regende het oick seer ende mits den continuerenden storm liep 
tquartier vanden Graeve van Hohenloe voors. weder altemael onder. 

Den vj'* Junij en dede het niet dan stormen ende regenen, daardoor 
wederonmie alle de loopgraeven op den Medeschen dijck ende van tquar- 
tier vanden Graeve van Hohenloe onder vloeyden, sulcx dat men die niet 
dan seer diep door twaeter gebruycken en conde. Daer quaemender 3 
vanden viant overloopen om op dese sijde te dienen ende seyden dat den 
viant nu acht daegen lanck alle nachts in de waepenen geweest was, vuyt 
vreese van eenige escome vande onsen te krijgen. Hiernaer quam een 
tambourijn vanden viant in tleger om Don Pedro Spinola, vraegende daer 
beneffens off men geen quartier mette Spangiaerden wilde houden, daerop 
hem verclaert werde jae, maer niet mette coopluyden van Geertruyden- 
berge ^ ende werde daermede terstont weder wechgesonden. Men creech 
noch verscheyden geintercipieerde brieven meest houdende dattet een sotten 
aenslach voor den Graeve van Mansfelt was dese stadt te willen ontsetten, 
aengesien hij den viant soe veel tijts gegeven hadde haer te fortifiearen, 
dat sij seer groote armoede leden, datter weynich hoop tottet ontset was, 
dat de Geusen met haer spotten ende alle daechs stouter werden ende sij 
alle daechs swacker. Oick hielden eenige brieven dat den Graeff van 
Mansfelt noch 10 stucken geschuts ontbooden hadde, sonder dat men wist, 
waertoc. Men schoot desen dach altemet eens op de stadt. Des nachts 
continueerden den regen ende storm seer. 

Den vij"* Junij regende het altemet eens ende begonst den viant heel 
vrouch met sijn leger te vertrecken van Oosterhout naer de Langestraete 
om tquartier van Raemsdonck van die sijde aentetasten ende soe te trach- 
ten de stadt te ontsetten, twclcke men verslont vuyt eenen vande haeren 
die over quam loopen ende vuytet branden vande hutte naer den Uoute 



De Bergverkoopen. (Zie blads. 29.) 



— 213 — 

toe. Niet lange hiernaer sach men dat se tot Donge in tvoorbij trecken 
eenige huysen branden, ontrent den middaeh quam in tieger een tambou- 
rijn van sHartogenbosch om eenige gevangenen, die terstont weder wech 
gesonden werde. Gorts naer den middaeh quaemen in tieger de Ritmees- 
ters M. Bax, Ghynsky, Edmont ende Rijsoort met 800 peerden vanBredae, 
genomen hebbende den pas door Osterhout, omdat sij gehoort hadden, 
dat den viant vertooch ende vonden in tdorp voornt. noch ontrent SO 
peerden vanden viant, die hemi. siende de vlucht naemen naer haer leger 
dat naer Loen op tSant tooch ende oick alles daer soude gecommen heb- 
ben, ten waere twee van haere stucken gesoncken waeren geweest in 
t'marasch, die veroirsaeckten dat een deel van haer leger most blijven tot 
Donge, tot dat tselfe vuylgelrocken soude sijn. Op den avont was den 
Graeve van Hohenloe met 6 vaenen ruyteren vuytet leger getoogen ende 
hielt daermede bij Sprange in de straete van Loen , wesende de vaene van 
Potlis voor vuyt. Dese kregen wel 30 soldaeten vanden viant die voor 
vuyt quaemen loopen gevangen ende quaemen metten doncker wederom. 
Op den avont reden weder vuytet leger naer Bredae dvoorsz. Ritmeesters 
met haere peerden, ende overmits twaeter seer hooch gevloeyt was ende 
bijnaest ondergeloopen waeren alle de landen vande Meede, soe dede Sijn 
Ex*** een sluysken sluyten, leggende ten westen van sijn quartier in den 
dijck om alle twaeter in tlant te houden. Op den avont ginck noch alle. 
het regement van Brederode weder logeren in haer oude quartier op tveer, 
kelende alleen in tquartier tegen den Stelhoff over eenige squadren tot 
bewaeringe van tgesehut. Ende overmits men begonst te duchten off den 
viant wel op Creveceur ofte Hoesden mocht gaen, soe heeft men des 
nachts naer Hoesden gesonden den Golonnel Brederode met sijne compagnie 
ende die vande Hopluyden Pruyt ende Wingaerden. Men heeft mede naer 
de Voorne gesonden de compagnie vanden Olden Plettenburch ende naer 
Bommel de compagnie van Khael, die alles desen nacht vertrocken. Men 
arbeyde snachts seer om de gracht vande contrescharpe aenden Medeschen 
dijck weder te vullen, om in de contrescharpe te mogen commen. 

Den Vlij" Junij des morgens vrouch vertrocken vuyttet quartier van 
Sijn Ex*^* de resterende drie compagnien van t'regement van Graeff Philps 
Ie weeten de sijne, Berendrecht ende Hooboocken ende gingen logeren 
lusschen de kercke ende het vuyterste fort naer de Lange Straete, daer 
des nachts de Jndere vendelen vuyt gescheydcn waeren. Die vande stadt 
begonsten weder te schieten met een stuck , dat sij in de catte achter 
thoff inne gedolven hadden, schietende daermede in de contrescharpe aen- 



— 214 — 

den Stelhoffsen dijck daerons voick lach, daertegen men weder seer vanden 
Stelhoffsendijck ende den Medeschen dijck op de stadt schoot eode oick 
met een canon, die weder op tLijckelant geplant was. Desen dach tooch 
Sijn Ex*** in tquartier van Raemsdonck om aldaer ordre op alles te stellen 
ende liet ontrent SO peerden vuytrijden om te vernemen wat den viant 
dede, dwelcke wedercommende voor tijdinge brachten, dat den viant tot 
Loen heel stille lach. Voorts quaemen in ons leger ende tquartier van 
Sijn Ex*^ den Golonnel Piron ende de Hopluyden La Gorde ende Maximi- 
liaen die vuyt Zeelant quaemen ende met brachten ontrent 100 musquel- 
tiers vuyt haere respective compagnien \ Desen dach naemen 13 soldae- 
ten van Hopman Hendrick van Brienen (die tleger vanden viant naer Loen 
gevolcht waeren des nachts) 8 sadelpeerden vanden iFiant, die in de weyde 
gedaen waeren ende sloegen eenigen die se bewaerden doot. Desen selven 
dach vertrocken vuytet leger vanden viant den Marquis van Warenbon 
ende den Graeff van Barlemont met meer andere heeren, sterck te saeoien 
ontrent 400 peerden om te rijden naer Antwerpen ende nemende den 
pas naer Turnhout, passeerden voorbij een embuscade van die van Bredae, 
sterck ontrent 159 peerden, die sulc een grooten hoop niet geraden en 
vonden aen te tasten, maer begonsten heml. van achteren ende van verre 
te volgen, tot in het dorp van Turnhout, daer de heeren aen tcasteel aff- 
saeten ende doen hebbense van achteren daerinne gedruckt ende eenen 
grooten alarme in tdorp gemaeckt ende gekregen wel 40 sadelpeerden ende 
SO gevangenen, daeronder eenen genaemt Guypersvan Mechden ende eeneo 
de Salee van Dornick, edelman vanden Graeve van Soria, met seer ved 
brieven, meest houdende vande cleyne apparentie, die daer was om 
de stadt te ontsetten , ende dat sijt noch eens vande sijde vande Lang- 
Straet tenteren souden ende sien wat sij daer souden konnen vuytrechteu, 
dat haer leger om de dierte van vivres wille dagelijcx seer verminderde 
ende de saccke hoe langer hoe ongesicnder werde. In desen aenval bleven 



* By het dreigend naderen van den v^and werd het leger door alle mogelgke middelen ver- 
sterkt, en wij zien h^ deze gelegenheid in verscheidene plaatsen de burgers iu de wapenen komen 
om de vertrekkende garnizoenen te vervangen. Den 29sten April had de Baad van State reeds aan 
de Staten van Zeeland geschreven, «dat die van Hollandt boven allen haren gamisoenen uvt 
Amstehredamme nog hebhen getrocken 900 man ende die gesonden in den nodigsten frontierplaetsen 
van Overijssel, ende datse noch doende sfjn, omme uyt Dordrecht vier hondert Burgers, ende ujt 
Delff, LeydeD ende Rotterdam twee hondert man te lichten, alles om op de frontieren te ge- 
bruycken». (Resol. van den Kaad van State.) In Mei waren de twee Engelsche kompagnieën, die 
uit Bergen op Zoom naar het leger trokken, vervangen door twee honderd burgers nit Dordrecbt 
en twee honderd uit Middelburg. (ld. Resol. van den 2den Mei 1593.) 



— 215 — 

Boede wel 7 ofte 8 van onse ruyteren ende souden wel meer buyts gekregen 
bebben, indien sij alles even hertich waeren geweest ende als geset was, 
sooder schroemen innegedruckt hadden, maer omdat se soe weynich waeren 
en dorsten eenigen (als den Heere van Risoirt die de grootste trouppe 
peerden hadde) niet tottet huys toe forseren, tweicke indien het geschiet 
badde, soudense apparentelijck eenigen vande heeren mede gekregen hebben, 
die noch niet op thuys en waeren. Hiertoe dede veel dat den viant terstont 
(hoewei confuselijck) ontrent 150 lancien bij een brachte, twelck terstont 
ons volck oirsaecke gaff aff te trecken met tgeene sij hadden. Bij dit ex- 
pk>ict waeren van onse sijde M. Bax, Edmont ende Risoirt. Desen dach 
werde gevonden den tweeden man, die den ij" deser metten anderen 
vayte stadt gecommen, doch verdroncken was, onder den welcken eenen 
brieff gevonden werde vanden eersten deser gescreven in tcijfer aenden 
Heere van Watersdijck bij Mons' de Jisan nu in de stadt commanderende, 
houdende vanden doot van Masieres, van tgebreck vande chirurgijns ende 
medicamenten ende andere provisien, dat sij al SSOOO pond polvers ver- 
schooten hadden, dat sij doorgaens maer een vier maecken en souden, 
maer als ons volck in de contrescharpe alomme souden sijn, ende sij in 
groote noot wesen twee vieren, ende alse in de extremiteyt souden sijn 
drie vieren. Hier en tussehen ginck men mettet wercken ende approcheren 
alomme seer voert. Des nachts bracht men de twee heele canons ende 
vdtstucken vuytet quartier tegen den Stelhoff over in tquartier over tveer, 
daer den Graeff van Hohenloe eerst gelegen hadde om dselve te gebruycken 
daert van noode wesen soude. 

Den ix*" Junij schooten die vande stadt mettet stuck vuyte catte voornt. 
weder naer ons volck in de approchen, daertegen de onsen oick dapper 
sehooten. Middelertijt reedt Sijn Ex*** mette vaen ruyteren van du Bois 
naer Osterhout om te besien hoe ende waer den viant gelegen hadde ende 
qnani op den middach wederom, doen oick in tleger quaemen Risoort 
ende Edmont met ontrent 50 peerden van Bredae, medebrengende de ge- 
vangenen Cuypers ende Salee voornt. mette voors. geintercipieerde brieven 
ende eenige caertgens van tleger, wesende soe plomp gemaeckt, dattet 
egeen gelijckenisse ter werelt en hadde ende al off sulcke afileyckeners op 
twintich mijlen naer de plaetse niet gesien en hadden. Desen dach werde 
den Ingenieur Kemp op den Stelhoffsen dijck in sijn arm geschooten ende 
wat gequetst. Men ginck met alle de wercken ende approchen alomme 
seer voort, insonderheyt aenden Medeschen dijck om mede van daer in de 
contrescharpe te commen. noch maeckte men achter de groot schantse 



— 216 — 

vaade Langestraet , daer de huysen staen ende de gront heel hooch U ec 
grachte buyten de grachte Yande tranchce , soedat daer nu dubbie gradiU 
leggen om te beter de aencompste vanden viant te beletten. Desen dn 
quam Vierslot (een vande aucteurs vande verraderie van Geertruydeobetd 
inet hondert peerden tot Gapelle , daertegen den Graeff van Ilohenloe m 
200 peerden vuy treedt dan en vont hem niet, omdat hij alweder verlroeb 
>vas. Noch quaemen weder tot Bredae de ruyteren die in tlant van Bc 
bant onder Diest geweest waeren ende brachten voor buyt mede U 
horenbeesten ende 6 burgers van Diest gevangen. Desen dach begonst m 
in de contrescharpe aenden Stelhoffsen dijck te prepareren plaetse d 
eeuige stucken dicht op de grachte te stellen, om daerover te flanquei 
ende oick soe veel doenlijck de innecompste in t'ravelijn te beletten é 
onveyligen ende de plaetse daernaer te bereyden , om metten eersten c 
gaelderie te mogen beginnen om soe in tVavelijn te commen. 

Den x'" Junij was het goet weder ende schoot men seer mettet gesd» 
soe vanden Stelhoffsen als Medeschen dijck naer tstuck staende in de ei 
achter thof, daer se nu aende andere sijde een stuck innegesneden had^ 
ende schooten daer mede op de contrescharpe van t'ravelijn aenden SI 
hoffsen dijck, twelcl^e nochtans met meenichvuldich schieten haer bt 
werde. Tleger vanden viant begonst desen morgen vrouch te vertred 
van Loen opt Sant ende quaemen naer Waelwijck ende Capeile ende I 
eenigen tot Wasbeeck toe, wesende niet dan een quartier vuyre gi 
vande schantsc vande Langestraete. Den Graeve van Hohenloe verstaa 
de aencompste vanden viant dede een springer leggen in den wech va 
Langestraete met eenige camers vol musquet looden, om dselve thacf 
aencompste aff te trecken ende dede daer achter maecken een tranchedi 
om ons volck daer de wacht te doen houden om den springer kN 
trecken, ende om dan haer retraicte te mogen verseeckert doen, d 
achter haer houden een vaen ruyteren, maer den viant op den ai 
daerwaerts commende, en quam tot op den springer toe niet, tsij 
sijl. yet sulcx vermoeden ofte dat sij haer soe verre niet bloot gevea 
wilden. Op den middach was een persoen vuy te stadt gecommen tot 
tquartier van Raemsdonck, hebbende willen vuytgaen om bij den vian 
commen, dan sulcx niet dervende bestaen, is weder gekeert tot op twa 
toe, daerinne gesprongen ende weder in stadt geswommen. Desen i 
vertrocken vuyt Bredae I)eyde de compagnien vande Baxen ende keei 
weder naer Bergen op den Soem, volgende haer bevel, voorts gindc i 
mettet weroken alomme seer voort, mitsgaeders mettet prepareren vi 



v 



— 217 — 

tvee batterien in de contrescharpe aenden Stelhoffsen dtjck yoors. om te 
mfjsa flaoqiieren op de grachten ten wedersijde van t*ravelijn. Des avonts 
ifiaeiiieD in tleger de compagnien van Barnevelt, Appel ende Steenhuysen, 
nommeiide vuyt Bredae ende gingen logeren in tquartier van Sijn Ex*^*. 
jbch werden bij de onsen op den wech vande Langestraete verbrant eenige 
fed^n om de groote schaentse (die se te naer stonden) te blooten, om 
hd haer te mogen sien, tweicke hoewel het diekwils belast was, nochtans 
lot nodi toe niet geschiet en was. Desen nacht werden eenigen vande 
Mseo Yoor de stadt doot geschooten, daeronder een conducteur vande 
«tderie, genaempt Appoloni. Desen dach quam den Palsgraeff met groo- 
kr staet tot Dillenburch om aldaer te trouwen Jonckvrou Louyse de Nassau, 
Krdcke oick oorts daer naer geschiede, welcke alliantie niet weynich en 
lereerde de naergelaten kinden vanden Heere Prinoe van Orangien ende 
mk seer aengenaem was de Heeren Staeten Generael van dese landen. 
Ika xj** Junij deden die vande stadt des morgens vrouch een roocksig- 
nd op haer toom, sonder dat men weet tot wat eynde. Noch vertrocken 
Itytet quartier van Sijn E\'^ de compagnien van Appel, Bemevelt ende 
teenhuysen naer de groote schantse vande Langestraete ende naemen daer 
Bartier. Men bracht mede in de schantse van Vuylendonck bij de vier 
en daer slaende noch 2 halve canons, genomen vuyte schantse aenden 
teliiofisen dijck, die in tbrengen voorbij de groote schantse vande brugge 
fciden, maer werden bij de bootsgesellen haest weder vuytgehaelt ende 
Tujiendonck gebracht. Ontrent thien vuyren verthoende den viant hem 
deo vuyterdijck loopende van boven Wasbeeck op de kercke van Raem- 
aen, naer denwelcken men 9 schooten vuyte groote schantse dede, 
niet toelengen en mochten, — daernaer quam Sijn Ex'^ selffs in de 
riuiDtse ende dede twee schooten naer de kercke van Wasbeeck (daer den 
iiDt lach) schieten, daeraff alleen den eenen totte kercke toedroech. Des 
idMerDoens quamen alle de Engelschen mede logeren recht achter de 
We schantse tusschen dsclve ende de kercke van Raemsdonck, des 
nMib trock Sijn Ex*^ wederomme naer sijn quartier. Desen dach begonst 
een lange tranchee te maecken streckende van Schotlant aff tottet 
koster Tande Catuysers toe, om daermede aff te sluyten alle de particu- 
aencompste door twaetcr vande Donge ende t'marasche. Des nachts 
men mettet vullen vande grachte vande contrescharpe ende appro- 
alomme seer voort, 
xij"" Junij was het schoen weder, daeromme men mettet wercken 
.seer voortginck, oick mette tranchee van Schotlant (jivesende 



.1 



216 — 



\aude Laugesiraet, daer de huysen staen ende de gronl heel hooch is een 
grachte buyten de grachte Yande tranchee, soedat daer nu dubble grachten 
leggen om te beter de aencompste vanden viant te beletten. Desen dadi 
quam Vierslot (een yande aucteurs vande verraderie van Geertruydenberch) 
met hondert peerden tot Gapelle, daertegen den Graeff van Ilohenloe inel 
200 peerden vuytreedt dan en vont hem niet, omdat hij alweder vertrockeo 
>vas. Noch quaemen weder tot Bredae de ruyteren die in tiant van Bra- 
bant onder Diest geweest waeren ende brachten voor buyt mede 136 
horenbeesten ende 6 burgers van Diest gevangen. Desen dach begonst men 
in de contresdiarpe aenden Steihoffsen dijck te prepareren plaetse om 
eenige stucken dicht op de grachte te stellen, om daerover te flanqueren 
ende oick soe veel doenlijck de innecompste in t'raveiijn te beletten ofte 
onveyligen ende de plaetse daernaer te bereyden, om metten eersten een 
gaelderie te mogen beginnen om soe in tVavelijn Ie commen. 

Den x'° Junij was het goet weder ende schoot men seer mettel geschut , 
soe vanden Steihoffsen als Medeschen dijck naer tstuck staende in de catle 
achter thof , daer se nu aende andere sijde een stuck innegesneden hadden 
ende schooten daer mede op de contrescharpe van tVavelijn aenden Stei- 
hoffsen dijck, twelcl^e nochtans met meenichvuldich schieten haer belet 
werde. TIeger vanden viant begonst desen morgen vrouch te vertrecken 
van Loen opt Sant ende quaemen naer Waelwijck ende Capelle ende oick 
eenigen tot Wasbeeck toe, wesende niet dan een quartier vuyre gaens 
vande schantsc vande Langestraete. Den Graeve van Hohcnloe vcrstaende 
de aencompste vanden viant dede een springer leggen in den wech vande 
Langestraete met eenige camers vol musquet looden, om dselve thaerder 
aencompste aff te trecken ende dede daer achter maecken een trancheeken , 
om ons voick daer de wacht te doen houden om den springer los te 
trecken, ende om dan haer retraicte te mogen verseeckert doen, dede 
achter haer houden een vaeu ruyteren, tnaer den viant op den avont 
daerwaerts commende, en quam tot op den springer toe niet, tsij dat 
sijl. yet sulcx vermoeden ofte dat sij haer soe verre niet bloot geven en 
wilden. Op den middach was een persoen vuyte stadt gecommen tot aen 
tquartier van Raemsdonck, hebbende willen vuytgaen om hij den viant te 
commen , dan sulcx niet dervende bestaen , is weder gekeert tot op twaeter 
toe, daerinne gesprongen ende weder in stadt geswommen. Desen dach 
vertrocken vuyt Bredae l)eyde de compagnien vande Baxen ende keerden 
weder naer Bergen op den Soem, volgende haer bevel, voorts ginck men 
metlet wercken alomme seer voort, mitsgaeders mettet prepareren vande 



— 217 — 

twee batterien in de oontrescharpe aenden Stelhoffsen dijck voors. om te 
mogen flanqaeren op de grachten ten wedersijde van tVavelijn. Des avonts 
qaaemea in tleger de compagnien van Barnevelt, Appel ende Steenhuysen, 
commende vuyt Bredae ende gingen logeren in tquartier van Sijn Ex^'*. 
Noch werden bij de onsen op den vech vande Langestraete verbrant eenige 
huysen om de groote schaentse (die se te naer stonden) te blooten, om 
van haer te mogen sien, twelcke hoewel het dickwils belast was, nochtans 
tot noch toe niet geschiet en was. Desen nacht werden eenigen vande 
onsen voor de stadt doot geschooten, daeronder een conducteur vande 
artelerie, genaempt Appoloni. Desen dach quam den Palsgraeff met groo- 
ter staet tot Dillenburch om aldaer te trouwen Jonckvrou Louyse de Nassau, 
twelcke oick corts daer naer geschiede, welcke alliantie niet weynich en 
vereerde de naergelaten kinden vanden Heere Prince van Orangien ende 
oick seer aengenaem was de Heeren Staeten Generael van dese landen. 
Den xj*'* Junij deden die vande stadt des morgens vrouch een roocksig- 
nael op haer toom, sonder dat men weet tot wat eynde. Noch vertrocken 
vuytet quartier van Sijn Ex'^* de compagnien van Appel, Bernevelt ende 
Steenhuysen naer de groote schantse vande Langestraete ende naemen daer 
quartier. Men bracht mede in de schantse van Vuylendonck bij de vier 
stucken daer staende noch 2 halve canons, genomen vuyte schantse aenden 
Stelhoffsen dijck, die in tbrengen voorbij de groote schantse vande brugge 
affvielen, maer werden bij de bootsgesellen haest weder vuytgehaeit ende 
in Vuylendonck gebracht. Ontrent thien vuyren verthoende den viant hem 
op den vuyterdijck loopende van boven Wasbeeck op de kercke van Raem- 
donck aen, naer denwelcken men S schooten vuyte groote schantse dede, 
die niet toelengen en mochten, — daernaer quam Sijn Ex^^ selffs in de 
schantse ende dede twee schooten naer de kercke van Wasbeeck (daer den 
viant lach) schieten , daeraff alleen den eenen totte kercke toedroech. Des 
achternoens quamen alle de Engelschen mede logeren recht achter de 
groote schantse tusschen dsclve ende de kercke van Raemsdonck, des 
avonts trock Sijn Ex^^ wederomme naer sijn quartier. Desen dach begonst 
inen een lange tranchee te maecken streckende van Schotlant aff tottet 
ciooster vande Gatuysers toe, om daermede aff te sluyten alle de particu- 
liere aencompste door twaeter vande Donge ende t'marasche. Des nachts 
ginck men mettet vullen vande grachte vande oontrescharpe ende appro- 
cheren alomme seer voort. 

Den xij" Junij was het schoen weder, daeromme men mettet wercken 
alomme . seer voortginck , oick mette tranchee van Schotlant (jivesende 



n 



— 218 ~ 

tachterste schanlsken op den legen wech door t'marasch langes de Donge) 
naer tclooster voors. toe. Die vande stadt schooien eenige scheaten mei 
haer geschut, daerop de onsen dapper \i^eder in de stadt schooten. Op 
den voernoen tooch Sijn Ex^ met sijn keucken naer tquartier Yan Raems- 
donck, in meyninge in de groote schantse eenige daegen te blijyen, dan 
werde des naernoens anders van beraet ende quam over twaeter weder 
naer sijn quartier toe, doch hadde eerst met eenige jachten besi<^ticht 
den canal van Wasbeeck ende in tbesichtingen eenich boot^volck aldaar in 
tlaege lant opgeset, om te beter alles te sien ende peylen, twdcke den 
viant siende ende meynende dat daer veel volckx aenquam maeckteo een 
seer grooten alarm in haer leger, dan voeren de jachten terstont weder 
aff. Middelertijt trocken de Graeven van Hohenloe ende Philps van Nassau 
met Francois Vere vuyte schantse met ontrent 300 man halff pickiers ende 
halff mnsquettiers, dvireicke eerst gemaeckt hebbende een grooten roock 
om onbesien vuyt te mogen gaen, sijn gecommen tot ontrent Wasbeeck, 
hebbende doen volgen vier vaenen ruyteren om haer escorte te doen. Dit 
den viant gev^aer virerdende, viel heel sterck vuyt met groote furie ende 
begonst te schermutseren daertegen; naerdat de onsen een tijt lang ge- 
achermutseert hadden, naemen de mnsquettiers den wijck op de pickiers 
ende Tervolcht sijnde bij den viant, ontdeden haer de piecken dan soe 
den viant de piecken sach, dede hij sijn afltocht heel geslooten, sonder 
dat men weet off hij om de piecken wille sijn afltocht dede ofte om een 
schoot, die vuyt Wasbeeck met een stuck aldaer geplant gedaen werde 
naer de jachten, die bij Sijn Ex^ waeren. Nietemin hadde de scher- 
mutsinge geduyrt wel een goet vuyre. Op dese schermutsinge werden 
vande onsen wel 10 soidaeten gequetst ende oick den Graeff van Hohenloe 
selffs kreech een schoot in tdick vantrechterbeen, blijvende tloot in tvleesch. 
Den Graeve Philps van Nassau was op dese schermutsinge ongewaepent, 
doch quam ongequetst daervan. Aenden viants sijde bleven doot (soe men 
naerderhant vuyte gevangenen verstaen heeft) 14 soidaeten met 5 Spaensdie 
Capiteynen ende werden noch 2 Spaensche Gapiteynen seer gequest. Ende- 
iijck dede den Graeff van Hohenloe de onsen oick weder vertrecken naer 
de sdiantse. Des avonts quaemen bij Sijn Ex'** de twee jonge Graeven 
van Nassau, broeders van Graeff Willem, ' metbrengende den tweeden 
soen vanden Graeve van Benthem, ende brachten tijdinge datter vuyt 
Vrieslant volchden 6 vendelen knechten elcx van 150 coppen, daeraff de 



Db Gnvea Srnst en Lodewyk Gimther. 



— 219 — 

fier haest in Üeger souden ^esen. Te desen daege quaemen noch in tleger 
drie stucken geschut, een heele canon vande Generaliteyt , een Fransche 
canon ende een drieling van Gornichem, die des nachts naer Raemsdonck 
gesonden werden. Noch quam in tleger de Heere Botley (willende naer 
Engelant gaen) om oirloff aen Sijn Ex*^ te nemen. Des nachts vierden de 
vianden tot Wasbeeck seer, daertegen die vande stadt niet en vierden, 
maer schooten seer van haer ravelijnen ende bijnaest niet eens vuyter stadt 
ofte vande wallen, aloff daer egeen voick geweest en was, daerdoor men 
vermeet dat se niet seer sterck van volck en sijn. Noch quam ons volck 
benoorden den Medeschen dijck van tgors tegen het ravelijn aen in de 
oontrescharpe ende begonsten daer te logeren ende liepen vier soldaeten 
van Damman tot boven op de oontrescharpe, daer sij niet dan twee schilt- 
wachten en vonden, die terstont begonnen te vluchten ende te roupen, 
daer door die vande stadt seer schooten. Op de oontrescharpe en hadde 
die vande stadt niet geleyt dan plancken met lange naegden doorslaegen. 
Terwijle dit geschiede aenden Medeschen dijck vielen die vande stadt ter 
brantpoorte vuyt ende quaemen langes de oontrescharpe naer den Stelhoffsen 
dijck, meynende de onsen daervuyt te slaen, dan werden soe dapper ont- 
fangen, dat sij weder terugge mosten, geen ander schaede gedaen heb- 
bende, dan alleen een werckman (die heel voor aen lach ende sliep) seven 
steecken gegeven, waernaer seer van buyten ende van binnen geschooten 
werde. 

Den xiij** Junij was het schoen weder ende schooten die van buyten 
seer op de stadt, men ginck mettet wercken alomme seer voort. Men 
begonst benoorden de kercke van Raemsdonck noch een grachtken ende 
trancheeken opteschieten tot beneden aen twaeter toe, ontrent 100 voeten 
voor de tranchee naer twaeter toe toepende om de aencompste des viants 
Ic beter te beletten ende tusschen dselve tranchee ende het walleken (dat 
uiette aerde vuyte grachte commende gemaeckt werde) te houden soe veel 
waeters als men noodich vinden soude om de aencompste te beletten, 
welck waeter met een waetermoelen van Leyden gecommen ende beneden 
aen twaeter gestelt daerinne gemaelen werde. Dit werde daeromme te 
ijveriger gedaen, omdat men meynde dat den viant over tvuyterlant soude. 
trachten aen te commen. Werden mede aende kercke van Raemsdonck 
vuyte sehantse van Engelant gebracht 3 lange veltstucxkens om gestelt te 
werden op het ravelijn buyten de sehantse vande kercke op den dijck 
leggende, ende achter de kercke noch plaetse bereyt om geschut te mogen 
stellen. Op den naernoen ontrent 2 vuyren quaemender 9 vanden viant 



— 220 — 

vuytc stadt door twaeter op tLijckelant ende naemen van daer naer de 
stadt gevangen drie ruyteren, jongens van du Bois, die aldaer gras sneden, 
om door heur, soe men vermoet eenige kennisse vanden viant te krijgen. 
Noch creech ons voick vijff Waeien van tleger vanden viant gevangen, die 
den doot vande 3 Spaensche Gapiteynen voors. verclaerden ende van tquet- 
sen vande 3 anderen. Ontrent den naernoen quam ons volck aenden 
Medeschen dijck oiek in de contrescharpe ende en vonden egeen andere 
tegenwerck dan van piancken met naegelen doorsiaegen, die sij eenigen 
daer aff brachten en begonsten aldaer te logeren. Des achternoens trock 
Sijn Ex'** in tquartier van Raemsdonck in de groote schantse ende Meeff 
des nachts daer, om heler tot alles ordre te mogen geven. Des nachts 
was men alomme seer stille ende bracht ons volck onder dien S halve 
canons vanden Stelhoffsen dijck in de contrescharpe aldaer, om daermede 
te beschieten ende flanqueren de grachten van t'ravelijn voors. ende alsoe 
te vrijer te mogen wercken. Die van Hoesden kregen mede 3 gevan- 
genen vanden viani, die oick vande doot vande voorsz. drie Gapitey- 
nen spraecken ende dat sij meyndenf dat den Graeff van Mansfelt 
binnen een dach ofte twee tenteren soude, tgeene hij van meyninge was 
te doen. 

Den xiiij*" Junij was het schoen weder ende schoot men altemet eens 
op de stadl ende begonst men de voordere suytoost walle van tquartier 
van Sijn Ex^ noch te verdicken ende verswaeren ende ginck men met 
Nalle de wercken seer voort. Des morgens vrouch quaemen aen tleger 
tscheep 4 vendelen Vriesen, sterck ontrent 600 man, die terstont tscheep 
naer Raemsdonck geschickt werden, maer quaemen op den avont weder- 
omme ende gingen logeren in tquartier van Sijn Ex**% daer Graeff Philps 
te vooren gelegen hadde. Die vande stadt schooten desen dach acht grooff 
schooten vuyter .stadt, 5 naer den Stelhoffsen dijck ende 3 naer den Me- 
deschen dijck alles vande catte achter thoff, daertegen de onsen altemet 
wederomme schooten. Des avonts werde swaerlijcken geschooten ende ge- 
quetst den Lieutenant van Hopman Galff. Des nachts plante men de 3 
halve canons in de contrescharpe voors. ende ginck men mettet appro- 
cheren seer voort. 

Den XV" Junij quaemen heel vrouch in ons leger twee overloopers van- 
den viant, seggende dat t'meeste voick vanden viant alles tot Wasbeeck 
quam, dat sij des nachts haer voorder geschut daerwaerts gesonden hadden, 
daeraff 2 groote stucken in t'marasche waeren blijven steecken. Ontrent 9 
vnyren schooien de onsen vuyte groote schantse naer Wasbeeck vier scheuten 



— 221 — 

met tgeschut, sonder dat sij nochtans yemant saegen. daernaer dede den 

Tiant op een hogen boem bij de kercke opsteecken een wit vendel met 

een Bourgons cruys (tsij tot een signaei, ofte om ons te thoenen, dat sij 

daer waeren] daer men weder eenige scheuten naer dede ende eyntelijck 

op den achternoen haelden sij tselve vendel weder aiF sonder datse yet 

meer deden. Desen morgen vrouch begonst men mede te schieten mette 

3 halve canons in de contrescharpe voors. geplant, soe op tVavelijn als 

langes de grachte vande stadt. Voorts werde geordonneert dat de Vriesen 

met een irendel waecken souden in tquartier daer den Graeve van Hohenloe 

gelegen hadde, tegenover den Stelhoff ende met een ander vendel langes 

ende op den rijswech tusschen tquartier van Sijn Ex^ ende den Stel- 

hoffsendijck ende begonnen dien volgende haer wacht te besetten. I>es avonts 

trock SiJD Ex*** mettet meeste deel van sijn guarde in de groote schantse aende 

Langestraet om overal selff bij te wesen ende ordre te geven ende bleeff des 

nachts daer. In tbegin vanden duyster werde voorbij de stadt gebracht 

een ponte met een heele canon, een Franse canon ende een drieling (den 

xij^ deser in tleger gecommen) om die op te brengen ende te planten in 

tquartier vande Engekchen achter de groote schantse aende Langestraet. 

Op dese ponte schooten die vande stadt seer, sonder eenige schaede te 

doen, overmits men in tschantsken recht over twaeter ISO musquettiers 

gdogeert hadde, die soe gestaedelijcken op de stadt schooten, dat die van 

binnen egeen tijt en hadden, wel op haer schieten te passen. Ontrent 10 

vuyren des nachts begonst den viant tot Wasbeeck seer te vieren, daer- 

tegen die vande stadt wederomme twee vieren op haer thoom maeckten, 

om te thoonen haeren noot, soe men vermoet ende dat ons volck alomme 

in de contrescharpe waeren, volgende haer scrijvens. Desen nacht ginck 

een van onse soldaeten in de grachte vande stadt aenden Medeschen dijck 

ende bevondt die totten navel toe diep ende een pallisade in twaeter niet 

seer swaer. Den viant kreech desen nacht oick twee van onse sentinellen 

perdue in de Langestraete ende solden mede gekregen hebben den Vendrich 

vande compagnie voetknechten van Graeff Philps (die hem tsedert de aen-- 

compste vanden viant hadde laeten gebruycken als Gapiteyn vande selve 

sentinellen perdue) ten waere hij hem wel verweert ende over een sloot 

gesalveert hadde. Desen nacht begonst men mede in de contrescharpe 

aenden Stelhoffsen dijck een sluysken te leggen, om twaeter vuyte grachte 

bij noot aff te laeten twelcke men vermoede wel drie voeten te sullen 

konnen doen vallen, ende hoewel de grachte alle getijden weder vol 

Yloeyde, soude nochtans tselve voor 5 ofte 4 vuyren groot voordeel konnen 



1 



— 222 — 



doen. Desen diK^ quam in ons leger den Oversten Frens als gesant Tan 
Gulick ende Gleve om los te hebben seeckere huysluyden, te winter bij 
onse rayteren gevangen op de executie van wegen de Graevinne van Meurs 
aldaer gedaen, omdat den Vorst van Gulick mette selve Graevinne yer- 
draegen was. 

Den xv]~ Junij was het schoen weder ende schoot men vrouch seer op 
de stadt, ende die van binnen schooten mede eenige scheuten; ontrent 
thien vuyren werde een trompetter met Capiteyn Haen aende stadt ge- 
schickt om die op te eyschen, daerop die van binnen voor antwoort ga- 
ven 9 dat Sijn Ex^ selffs haer sulcx niet en soude konnen raeden , dewijk 
haer secours soe naer bij lach, dat sij het niet en souden konnen verant- 
woorden, soe sij de plaetse overgaven, alleer haer secours wech soude 
sijn, ende soe Haen*voornt. daerop repliceerde dat men haeren noot wel 
wiste, dat daeromme Sijn Ex^^ haer de gratie voor de laeste reyse dede 
presenteren, dat sij op haer stuck letten souden, seyden dat men van 
haeren noot niet weeten en konde , dan door een brieff vuyte contrescharpe 
geworpen, die niet waerachtichs inne en hielt, seyde Haen wederonmie 
van sulcken brieff niet te weeten, maer wei van een brieff die den j** deser 
aen Watersdijck gescreven ende over een verdroncken man gevonden was, 
daer die van binnen opseyden van sulcken brieff niet te geloven, tsdve 
twee ofte driemael verhaelende. Eyntelijck presenteerde Haen heml. noch, 
dat soe sij yemant vuytsenden wilden om ons leger te besien ende te 
oordeelen wat apparentie van ontset daer was, soude hij voor deselve 
sauve conduyct verkrijgen van Sijn Ex^, daerop die van binnen niet 
en antwoorden, maer seggende adieu, begonsten soe seer te schieten, 
dat niemant hem verthoonen en dorste, daertegens de onsen soe met 
musquetten als geschut seer weder schooten. Eyntelijck sondt Sijn Ex*** 
den Capiteyn Haen nochmael aen haer om te weeten off sij yemant 
vuyt seynden wilden om tleger te besien, daerop sij antwoorden als 
boven ende dat men baer sulcx alsnoch niet en behoort te vergen 
ende seggende adieu, begonnen weder seer te schieten ende de onsen van 
gelijcken die voorts totten avont toe seer met geschut schooien. Op desen 
naemoen werde in de contrescharpe, daer tsluysken geleyt was bij eenigen 
met een spietse geproeft, hoe naer men door was toilet waeter toe, door 
welck spietsgat het waeter begonst door te breecken, in sulcke menichle 
dattet wel een halve voet affliep vuyte grachte, dan werde eyntelijck we- 
der gehouden ende gestopt, om tsluysken noch laeger te mogen leggen, 
opdat twaeter te beter soude mogen aflloopen ende oick den vk>et gestopt 



^ 228 ^ 

werden. Des avonts trock Sijn Ex^** veder naer de schantse vande Lange- 
straete met t'meestendeel vande guarde, om des nachts daer te blijven 
ende beter ordre op alle voorvallende inconvenienten te geven. Ontrent 
11 vuyren des nachts vielen die vande stadt heel sterck ter brantpoorte 
Tuyt langes de contrescharpe , in meyninge de onsen opteslaen ende quae- 
noen oick totte plaetse toe daer tvoorsz. sluysken lach, te weeten daer 
tvuylerlant vanden dijck ende tLijckelant scheyt ende kregen daer eenen 
gevangen, dan en consten mits de resistentie die de onsen in toorps de 
gnarde deden, niet voorder commen. Middelertijt schooten die van binnen 
seer vuytet ravelijn ende vande wallen met musquetten ende oick eenige 
scheuten met geschut, daertegen de onsen weder dapper met geschut ende 
musquetten schooten ende duyrde dit schieten wel een groot halff vuyre 
ende hielt doen weder op, naerdat den viant sijn retraicte gedaen bedde. 
Vande onsen werden met dit schieten doot geschooten twee soldaeten ^de 
in tquartier van Sijn Ex.^ met een vervloegen cogel een tbeen aff geschoo* 
ten, die mede daer aff storff. Desen dach werde buyten de kercke van 
Raemsdonck, een musquetscheut verre, op den vuyterdijck een corps de 
guarde gemaeckt om aldaer met een squaedre altoes wacht te mogen 
houden. 

Den xvij"* Junij was het tamelijck weder ende quam Sijn Ex*** vrouch 
wederonune in sijn quartier ende werden de drie stucken den xv** des 
avonts voorbij de stadt gebracht, ^stelt ende geplant achter de groote 
schantse aende Langestraet, daer de Engelschen laegen, om mede te mo- 
gen schieten op den wech vande Langestraete ende den vuyterdijck, daer- 
toe de waUe aldaer seer verdickt werde, werde voorts seer geschooten op 
de stadt omdat sij eenige schooten vuyter stadt deden. Den viant hielt 
hem tot Wasbeeck ende Gapelle stille. Op den achtemoen quaemen twee 
peerden vanden viant op de vuyterdijck achter Raemsdonck, soe men ver* 
moet om tvelt te besichtigen, daer men van de kercke van Raemsdonck 
S schooten mettet geschut naer dede, daer door sij wederomme mosten 
keeren ende affrijden. Noch dede men verstercken ende verdicken de 
heele tranchee streckende van tquartier van Sijn Ex*** aff naer den rijs- 
wech. Van gelijcken de tranchee loopende vande kercke van Raems** 
donck totte groote schantse vande Langestraet toe, daer men doorgaens 
een parapet begonst op te setten. Noch werde verhoocht ende gemaeckt 
den wech loopende vande kercke van Raemsdonck langes de groote tran« 
chee naer twaeter toe, om daerover drooch te mogen gaen ende werde 
bewesten van dien ontrent 50 voeten (geworpen een walieken van twee 



1 



— 224 — 

voeten hooch, slreckende vanden dijck tottel waeler toe, om tlaiit dat 
tusschen twaileken ende de tranchee leyt ende voor wech dïent, drooch 
te houden ende van thooge waeter te bevrijden. Desen dach werde in de 
contrescharpe aenden Stelhoflsen dijck noch gebracht een heele canoo, die 
des nachts op de grachle geplant werde tegen den point van tVavelijn aen. 
Des avonts maecktcn die vande stadt op den thoorn drie vieren, om te 
bethoenen haer vuyterste noot, soe men vermeet vuyte brieven den j** 
deser aen Watersdijck gescreven, daertegen den viant tot Wasbeeck een 
vuyre naer date weder twee vieren maeckte. Hiernaer begonstet te regenen 
ende regende meest alle den nacht. Men dede middelertijt een in de 
grachte gaen vanden Stelhoffsen dijck, die tottet ravelijn toe ginck ende 
bevont de grachle alleen totten riem toe diep, de gront wat slickich, 
doch onder hart ende geen pallisade, dan aenden voet van tVa velijn. 
Men ginck mettet graeven ende approcheren in de contrescharpe heel voort. 
Desen nacht braecken . ses vande onsen bij den viant gevangen los ende 
quaemen door t^marasche in ons leger, een vande haeren in t^marasch 
laetende. Hieronder was een vande sentinellen perdue recht te vooren 
gevangen. 

Den xvü]"" Junij schooien die vande stadt noch eenige schooien vuyt 
daer de onsen dapper weder tegen schooien, werde mede aende groole 
schantse gebootschapt dat den viant op de been was, Isij om te vertrecken 
ofte aen te commen, daeromme men vuyte schantse vier schooien naer 
Wasbeeck dede ende vuylsondt verscheyden met sprinckstocken om de 
waerheyt te mogen weelen, die op den avont weder quaemen ende seyden 
datier niet aen en was, maer dat den viant stille lach ende dat hij alleen 
eenige peerden achter naer sGravenmoer in een weyde gedaen hadde. Men 
ginck mettet wercken alomme seer voort ende men verdickle seer de walle 
leggende tusschen de groole schantse ende Vuylendonck , milsgaeders tusschen 
de schantse ende de kercke. Noch bracht Gerrit de Jonge bij absentie 
van Graeff Philps commenderende in Nieumegen gevangen in lleger een 
vercooper van Geerlruydenberge , die des avonts niet wijt van Wasbeeck 
aen een boom gehangen werde opdat den viant hem sien mochte. Noch 
dede men laeger leggen het sluysken in de contrescharpe aenden Stel- 
hoffsen dijck ende alles accomoderen om t waeler te mogen laelen affloopen, 
twelcke oick op den avont oopen gedaen werde , om aff te laelen een deel 
waeters, dat mits den hoogen vloei daerinne geloopen was, welcken hoogen 
vloei quam vanden noortwesten storm, die dien dach wayde ende twaeter 
soe hooch dede vloyen dat tquartier legen den Stelhoff over soe heel 



— 225 — 

«oder liep dat tvolck haer op de tranchee mosten bergen. Desen dacfa 
wCTden wel 3 ofte 4 van onse soldaeten doot geschooten ende eenigen 
gequetst. Werde mede begonnen een gaelderie (sijnde een werck met 
piancken gesteygert ende met eerde alomme bedeckt, daer men onder 
door soude gaen tot aende wallen om te sapperen) (en westen van tVavelijn 
aenden Stelhoffsen dijck ende te dien eynde de gracht aldaer gevult, om 
daerdoor inne tVavelijn te commen. Van gelijcken werde begonnen een 
gaelderie ten westen vande stadt recht op de muyre achter thoff aen, 
legen over seecker viercant steenen toomken wel anderhalve roede in de 
grachte vuytsteeckende , dacromme de grachte aldaer heel enge was ende 
men daerdoor trachte in de muyre ende walle vande stadt te commen om 
te sapperen. Des nachts ginck men metlet graeven ende delven in de con- 
trescharpe seer voort, ende mettet vullen van grachten, dacrover eenigen 
gequetst ende twee doot geschooten werden. Desen dach des avonts ontrent 

7 vuyren staecken die vande stadt een swart viercant laeken ofte vendel op 
in tVavelijn aenden Stelhoffsen dijck, sij tot een signael van haer vuyterste 
noot ofte om te braeveren, ende haelden eyntelijck tselve weder inne. 

Den xix*" Junij was het tamelijck weder ende schooten de onsen allemet 
meltet geschut op de defensien vande stadt. Des morgens quaemense in 
de contrescharpe tusschen den Stelhoffsen ende Medeschen dijck aen mal- 
canderen. Noch kregen 7 soldaeten* van Vernier des nachts vuytgegaen 
eode gelegen in embuscade tusschen Wasbeeck ende sGraevenmoer gevangen 

8 soldaeten vanden viant vuyt haer quartier gegaen om stroe te faaelen, 
vande welcken sij den eenen wesende een Spangjaert doot schooten ende 
braditen de andere 7 met noch 4 Duytschen, dwelcke seyden over te 
commen gevangen in tleger, die niet anders en wisten te seggen dan van 
tgroote verloop van tvolck vuytet leger vanden viant, in vougen dat men 
de nieuwe regementen met gewelt most houden, om de armoede wille. 
Noch quaemen in Raemsdonck over vier Duytschen van tVegement van 
Mansrelt, die mede vande armoede spraecken. Men ginck voorts mettet 
wercken alomme seer voort. Desen achternoen schoot M'. Jan Bovi, vier- 
werckmeestcr eenige brandende pijlen door de blinden vande ravelijnen 
om die aen brant te schieten, dan gingen de pijlen sonder schaede te 
doen alles doore ende en bleeff sijn voornemen niet dan naeckte beuselen, 
verlooren cost ende bovery, mogelijck meer soudende hebben konnen doen, 
soe de blinde van piancken ofte deelen gcmaeckt hadde geweest, alsoe 
^el als van seylen, onder dexel vande welcken die vande stadt in de 
rtYelijnen gingen. Des avonts ontrent M vuyren maeckte den viant tot 

I. 15 



1 



— 226 — 



Wasbeeck .twee vieren lot een signaei, daer die vande stadt niet tegen ea 
Tierden maer vielen terstont daernaer ter brantpoorte vuyt ende quaemen 
langes de contrescharpe toltc approche toe, daer Hopman Jan Thoniss. de 
wacht hadde ende meynden dselve op te slaen, dan werden bij de on&eo 
wederstaen ende terugge gedreven metle assistentie die Hopman Maarten 
Gobbe de onsen (erstont met sijn voick dede. Hieronmie schooten die 
vande stadt ende de onsen seer met musquetten ende groff geschut, ende 
naerdattet een haiff vuyrc geduyrt hadde hielt wederom op/ Op desen 
Yuytval werden 3 vande onsen dootgeslaegen (3 al slaepende ende 1 vech- 
tende) ende drie gevangen (daeraff den eenen gequetst sijnde terstont sterff) 
ende noch S gequetst. Hopman Gobbe creech een schoot deur sijn rus- 
tinge ende steuyte op de clederen ende Hopman Egger werde een oirlap 
van tcasket geschooten sonder anders gequetst te werden, sonder dat men 
oick weet wat ofte hoeveel schaede den viant mach geleden hebben. Men 
ginck oick mettet approcheren ende vullen van grachten ende vuytsteecken 
vande gaelderien seer voort. 

Den xx~ Junij des morgens vrouch quam een deel vanden viant van 
Wasbeeck naer onse schantse toe ende dreeff onse wacht vanden wech 
vande Langestraete terugge tot onder de schantse, die met groot furie 
aende connestabels riepen dat sij mette stucken vier geven souden, oicl 
met sulcke desordre, dat sij selfTs nacr de connestabels schooten, soe men 
vermoet ende oick eenen quetsten ter doot toe, sonder te letten dat veelen 
van hem noch metten viant vechtende waeren. Hierdoor den Gonnestabel 
gedrongen sijnde los te branden schoot een stuck dat met kerdousen ofte 
teerlingen gelaeden was aff daermede hij 9 van ons eygen volck doot 
schoot ende noch twee anderen met een peert quetsten. Men vermoet dat 
den viant mede wel schaede moet geleden hebben, overmits de stucken 
van Vuylendonck dapper onder hem van ter sijden schooten, daerdoor hij 
oick weder afftooch. Nietemin werde daer rontsomme bij de onsen den 
alarm seer geroupen , sonder nochtans trommel te slaen. Desen dach werden 
geprepareert twee batterien (om te beschieten de brugge van tVavelijn 
leggende aenden Stelhoffsen dijck) d'e^ne in t'ooste ende d'ander in twes- 
ten, om in elck een stuck te stellen ende werde op den naemoen in 
die aende oostsijde een stuck gebracht, commende vande oorlochscheepen 
ende op een scheepsaffuyte , ende daernaer noch een veltstuck van de 
geenen die op den rijswech gestaen hadden, op een blockwaegen, wach- 
tende naer de batterie in twesten. Werde mede een batterie begonnen 
in de contrescharpe t'eynden den Medeschen dijck om daer een heele ende 



— 227 — 

hahe canon te stellen ende daermede oick te beschieten de brugge van 
t'raTelijn aldaer ende de heele cortine tusschen de twee ravelijnen. Men 
approchecrde aiomme seer ende oick ten noorden vande stadt, daer men 
op drie piecken lengte naer compt aende hameye voor de nieuwe poorte, 
achter dewelcke den viant een halve inaene gemaeckt hadde. Des achter- 
Doens schootcn die vande stadt vande catte achter thoff eenige scheuten, 
daer de onsen weder seer tegen scbooten, werde mede een soldaet vande 
onsen doot geschooten. Hiernaer quaemen de Heeren Oldenbernevelt, Vos- 
bergen ende Aerssens in tleger, om met Sijn Ex^^ van eenige saecken te 
handelen. Op den avont ginck Sijn Ex*^* naer gewoente met een deel 
vande guarde weder naer de groote schantsc, daer hij dien nacht bleeff 
wandelen ende selffs genouch schilt wacht houden, twelcke te meer ge- 
sdiiede omdat den viant op den middach sijn sentinelle naerder aen tfort 
gcdaen vuytvoeren hadde, naer denwelcken men al eenige schooten gedaen 
doen hadde. Niettemin creech men desen dach tijdinge dat den viant de 
S slucken, die hij tot Wasbecck geplant hadde, weder terugge gedaen 
brengen ende op blockwaegens leggen hadde. Des nachts ten 10 vuyren 
maeckten die vande stadt op haeren toorn twee vieren ende lieten die 
ontrent een halff quartier vuyrs branden ende daemaer die langsamerhant 
Tuytgaen, gelijck een keerse, die in de pijpe brant, om te thoonen, soe 
men vermeet haer vuyterste noot. Hier tegen en vierden die van Wasbeeck 
niet. Voorts ginck men mettet vullen vande grachte ende delven aiomme 
seer voort. 

Den xxj*" Junij des morgens heel vrouch vierden die vande stadt weder- 
omme op haer toorn ak tsavonts te vooren ende creech men in de groote 
sdiantse aende Langestraet een alarme, omdat eenigen vanden viant mey- 
nende onse schiltwachten te overloopen, selffs in voetangelen daer ge- 
steeckeu liepen ende daeromme seer kreeten, twelcke men meynde eerst 
onse wacht te wcsen. Men schoot voorts veel op de stadt met tgeschut 
ende men ginck mettet vullen vande grachte seer voort. Ontrent acht 
Tuyren viel beoosten vande stadt over de walle een soldaet vuyter stadt, 
gedient hebbende weleer onder Hopman Haen, die te vooren van hem 
verloopen ende tot Bergen op den Zoem gecommen, om van daer op 
hasart te loopen ende eyntelijck aenden viant overgeloopen was naer 
Geertruydenberch. Dese hadde dickwils ende noch huyden rontsomme de 
walle geweest, soe hij seyde ende neerstich op alle wercken van binnen 
gelet. Seyde voorts datter in drie maenden niemant in de stadt gecommen 
en was, dan alleen een Lieutenants jongen die twee ofte driemael over 



--- 228 — 

ende weer geswommen was ende de laetstc reyse den ix" deser, geholpen 
bij een schipper over desc sijde in dienst wesende ende met sijn schip op 
twaeter leggende, dien hij anders niet en wist te specificeren, dan dat 
hij wijfT ende kinderen tot Bredae hadde, als hij had hooren seggen 
Desen schipper was metten jongen tot in de stadt geswommen ende den- 
selven nacht met een brieff weder vuyt geswommen, gaende tot een 
teecken dat hij overgecommen was, met een lanterne over sijn schip ende 
des volgende daechs tweemael sijn scyl optreckende ende weder doende 
vallen, seyde mede datter egeen buscruyt meer in de stadt en was eqde 
dat se daeromme niet van meyninge en waeren langer als 5 ofte 6 daegen 
te houden ende altoes eerst desen Sint Jan te laeten passeren, om te sien 
wat secours men haer doen soude, datter ten hoochslen niet meer als 400 
ofle 500 man noch in de stadt was ende veel siecken ende alle daechs 
gequetsten ende dooden , datter onlanx noch een Gapiteyn genaempt Mon- 
court in tVa velijn aenden Stelhoffsen dijck geschooten was, dat in elck 
ravelijn altoes waeckten ontrent 80 mannen ende ontrent 60 in de halve 
maene voor de Nieupoorte, die se te nacht wilden verlaeten, dat die vande 
ravelijnen alle drie daegen ververscht werden, maer dat men op den vol- 
gende nacht daerinne volck ende vivres voor 5 daegen brengen soude ende 
t*eynde dien sien tot een accoort te commen ende in allen gevalle dat sij 
niet van meyninge waeren ons volck in haer wallen te laeten commen, 
maer eer te parlamenteren ende de plaetse over te geven, dat de soldaeten 
meest in de stadt commenderen ende de overicheyt daer weynich (om haer 
jongheyts wille) geobedieert is, datter t'eeten ende drincken noch genouch 
in de stadt was, maer dat se seer fulmineren op den Graeve van Mansfelt, 
die haer niet ontset heeft al op huyden acht daegen als hij bij sijn brie- 
ven metten 'jongen gesonden heml. belooft hadde, behalven dat hij in 
tbegin vande belegeringe heml. oick sulcx gelooft hadde binnen ses weecken 
doen volgende. Seyt noch dat de soldaeten bijnaest alles gemuytineert 
waeren den iiij"* deser, omdat men met Sijn Ex'** gespot hadde, doch 
werden ter neder geset dat tvuyterste signael al gedaen was, dan dat se 
noch vïeren souden, datter weynich medicamenten in de stadt waeren, 
dat se in groote deliberatie op huyden geleyt hadden om den jongen weder 
vuyte stadt te seynden (daerdoor Sijn Ex*** dede naerder ordre stellen om 
te beletten die doorcompste). Noch openbaerde hij dat den viant twee 
casamatten maeckte door sijne wallen tegen over beyde de begonnen gael- 
derien, daer men de grachte vulde, om alsoe è la flueur de Teau die om 
verre te mogen schieten met tpolver dat sij noch hadden (waeromme Sijn 



— 229 — 

Ex*" hem mei Kemp in de loopgraeven sonl om dat naerder te wijsen, 
opdat men daertegen over weder geschut planten mochle ende sulcx be- 
letten ende om den viant te prevenieren, belaste dat men mettet stuck, 
dat aireede ten oosten van t' ravelijn aenden Stelhoffsen dijck geplant was, 
beschieten soude tpoortken, daerdoor men op de brugge van t'ra velijn 
eompt ende oick de brugge selffs om die te breecken). ' Seyde voorts in 
somma dat de soldaeten ende Gapiteynen in stadt heel confuys, met 
waecken gematteert ende gansch gedecouragieert waeren ende dat sij al 
souden getractcert hebben, ten waerc sij vreesden dattet secours dan com- 
men ende sij in ongenaede vallen souden. . Seyde noch dat alle de conne- 
slabels op twee naer al doot geschooten waeren, dat men in de stadt 
anders niet en wist te spreecken van een vuytgeworpen brieff, dan ons 
Tolck haer daeraff toegeroupen hadden ende dat sij op niemanden dan op 
twee soldaeten op tstadthuys bewaert suspitie hadden , dat sij van meyninge 
waeren te nacht wel 300 stcrck een vuytval te doen op de Noorlhollantsche 
vacht, omdat sij saegen dat onsc vier vendelen niet veel staroker als 300 
man op de wacht toogen (twelcke om de dieverien der Gapiteynen wille 
waerachtich was, hoewel de Staeten heml. tot veel meer hooffden betaelen) 
doch dat dit om sijn overcompste wel mochte te rugge blijven, dat op 
den laesten vuytval een out Sergiant gebleven was, die alle de vuytvallen 
gecommandeert hadde. Dit alles verclaerde sulcx den voors. overgecommen 
soldaet. Ontrent den middach begonst men met tstuck staende beoosten 
van tVavelijn voors. (wesende een scheepstuck ende op een scheepsaffuyt) 
te schieten op tpoortken ende de brugge, dan naer drie schooten brack 
de eene asse vande afTuyte, daerdoor men totten avont ophouden moste. 
Op den achternoen schoot Jan Bovy wederomme met sijn vierpijlen door 
de blinde sonder yet vuyt te rechten, als wesende verlooren coste. Des 
avonts werde de wacht op den Stelhoffsen dijck ende in de contrescharpe 
aldaer seer versterckt om tseggen vanden voors. soldaet wille, ende trock 
Sijn Ex'** mettet meeste deel vande guarde weder in de groote schantse 
eode bleeff des nachts naer gewoente aldaer. Des nachts vrouch verlieten 
die vande si^di de hameye leggende buyten die Nieupoorte ten noorden 
vande stadt in conformité van tseggen vanden vuytgecommen soldaet. 
Voorts plante men een halve canon in de plaetse van tveltstuck, daeraff 
daechs te vooren een asse gebroocken was ende werde bewesten het rave- 
lijn aenden Stelhoffsen dijck noch geplant een halve slange, mede om op 
de brugge te schieten. Werde oick aenden Medeschen dijck in de contre- 
scharpe geplant een drieling recht op de poincte van t'ravelijn aen, om te 



— 230 — 

beschieten de pallisade aenden voet van dien staendc, daer den viant wat 
achter geschantst hadde ende noch een hcele canon ten suyden van l'rave- 
lijn aldaer leggende om daermede oick te beschieten de poorte ende brugge 
van tselve ravelijn ende mede de innecompste daerin te beletten. Werde 
mede gevangen een jongen die aengenomen hadden met haer drieo, 
daeraff de andere twee noch niet gecommen en waeren, in brant te 
steecken het quartier van Sijn Ex*** ontrent de scheepen daertoe hij met 
belofte van een nieu cleet ende drie gulden gecoft was, de jongen noch 
niet dan 14 jaeren out sijnde. 

Den xxij** Junij werde des morgens tusschen 2 ende 3 vuyren in twaeter 
vernomen ende gevangen gekregen een Spangjaert vuyt Mailjorquen, die 
aengenomen hadde in de stadt te swemmen met 5 bootsgesellen vanden 
viant, hebbende bij hem een brieff vanden Graeve van Mansfelt met hst 
als hij in de stadt soude gecommen sijn, dat hij alsdan een smoock op 
den toorn vande stadt soude doen maecken, daer tegen men des avonts 
tot Wasbeeck weder twee schooten schieten soude. Desen Maljorquin al 
eenige scheepen voorbij gecommen sijnde, werde eyntelijck gevangen ge- 
kregen ende seyde dat de 3 bootsgesellen het stuck niet dervende be- 
staen, wederom geswommen waeren, omdat haer in twaeter een ver- 
droncken man ontmoet was ende gevracht sijnde, ontkende eerst brieven 
te hebben, die oick over hem naeckt sijnde niet bevonden en waeren, bij 
en hadde niet aen dan alleen linden open boxen, nietemin eyntelijck ge- 
commen sijnde voor Sijn Ex*** die vuytet andere quartier over waeter 
wederom quam ende vresende eenige tourmenten bracht den brieff te 
voorschijn,^ die hij onder de sack van sijn mandelijckheyt verborgen hadde, 
wesende gescreven in tcijfer, houdende dat hij haer bedanckte dat sij tot 
noch toe haer vromelijcken gehouden hadden, begeerende dat sij daerinne 
continueren souden ende hij soude haer soe veel doenlijck seconderen ende 
haer voor heure getrouwicheyt doen recompenseren , dat sij middelertijt 
staet maecken souden van tgeene sij meest behoulTden ende hem daervan 
adverteren, hij soude soe veel doenlijck was haer daervan voorsien, dalse 
niet despereren en wilden al sagen se hem vertrecken ende van haer ver- 
lengen om eenig goet exploict thaeren ])esten te doen. Nietemin hadde 
den Spangiaert last bij monde haer te seggen, dat hij haer binnen 3 ofte 
4 daegen secoureren soude ofte sij mochten haer oirbaer doen, soe hij 
aenquam, soude hij met al sijn gewelt aentreffen op de groote schantse 
vande Langestraete ende daerentusschen met scheepen trachten de pro- 
visien ende volck in de stadt te brengen, dat sij daeromme goet houden 



~ 231 — 

vilden dat Graeff Garel op huyden mette Lorreynen in tieger wesen soude 
(tweicke wij niet en conden gelooven.) Desen Maljorquin was gister avont 
niyt des viants leger gtscheyden ten 8 vuyren, eerst bij den Graeve van 
Mansfelt gebracht bij Don Diego Pimentel. Seyde voorts dat men desen 
dach de twee stucken tot Wasbeeck weder brengen ende planten soude , 
dat mede den viant al gereet hadde 500000 rijsbussen ende 500 gabions 
om in der ijl een platte forme te maecken ende de groote schantse te be- 
schieten, doch dat men in tieger weynich moets tottet ontset hadde. Dese 
prinse was seer veel . overmits men hierdoor verstant de gelegentheyt van svi- 
ants leger ende haer voornemen, daerinne men des te beter soude konnen 
remedieren. Desen morgen vrouch bcgonst men mette voors. stucken op beyde 
de bruggen vande ravelijnen te schieten ende schoot men beyde de poor- 
ten hijnaest tot bresche, soe wel de Bredaesche poorte als Veenpoorte, 
alleer men mettet schieten ophielt, daerdoor t'innecommen in de forten 
heel gedifficiliteert ende voor een deel belet werde, daerdoor oick in den 
beginne van tschieten veel soldaeten met haer geweer vuyte ravelijnen 
liepen in de stadt, als off sij daerinne haer soe sterck niet en wilden lae- 
ten engaigeren. Men beschoot mede seer de pallisade staende aende pointe 
van t* ravelijn aenden Medeschen dijck, daer den viant achter ladi ende 
daeromme dscive quyteren moste. Ontrent 7 vuyren schooten die vande 
stadt mettet stuck vuyte catte achter thoff noch 9 scheuten naerde guarde 
van Sijn Ex*** die vande groote schantse wederquam ende over de scheep- 
bnigge passeerde. Recht voor den middach sont Sijn Ex*** den Gapiteyn 
Haen metten trompetter aende stadt om die nochmael op te eyschen ende 
haer te verthoonen een copie vanden brieff vanden Graeve van Mansfelt, 
die tselve met ^vertooch van haer noot sulcx dede ende naer lange spraeck 
houden over en weder, seyden met malcanderen te moeten spreecken ende 
^el een halff vuyre met malcanderen gesproocken hebbende, gaven voor 
antwoort, dat sij vastelijck betrouden dat Sijn Ex*** soe nobel wel was dal 
hij haere schande ende oneere niet begeeren en soude, dat sij de stadt 
niet overgeven en konden, dewijle haer secours soe naer bij leyt', maer 
begeerden verloff om een in des viants leger te mogen senden (om te 
verstaen wat hoope datter tot haer secours was) ende bestant van wercken 
ende schieten van vier daegen, om daer naer te adviseren, wat sij te 
doen hadden, belangende de copie vanden brieff die en begeerden se niet, 
als sulex suspect houdende, niet konnende geloven, insonderheyt soe nïcn 
lichtelijck veel diergelijck brieven fabriceren ofte ccnige Spangiaerts appos- 



1 



— 232 — 



leren konde sulcx te seggen ende soe Haea haer remonstreerde dat Sïjn 
Ex**' nimmermeer sulcx doen en soude, sijn sij evenwel daerbij verbleven, 
ende Haen gescheyden sijnde schooien naer gewoente seer met musquetten, 
daertegen de onsen wederom seer met geschut ende musquetten schooten. 
Dit alsoe aen Sijn Ex^* gerapporteert sijnde en wilde daertoe niet verstaen, 
haer wel meynende haest anders te sullen doen spreecken. Altoes konst 
men hier vuyt verstaen dat sij van meyninge waeren te parlamen teren, 
aengesien sij alleen tijt versochten om aen Mansfelt te senden ende dat sij 
nu wat naerder beginnen te commen totte saecke als te vooren, niet meer 
seggende dat sij egeen secours en behouven. Desen dach quam mede in 
tleger den Tresorier Valcke vuyt Zeelant , dwelcke gecommuniceert hebbende 
met Sijn Ex"* ende Oldenbarnevelt voornt. vertrocken op den achlemoen 
te saemen met Vosbergen ende Aertssens wederom wech, naerdal op heur 
begeerte de stadt nochmael opgeeyscht was. Desen dach plante den viaot 
wederomme twee stucken geschuts tot Wasbeeck ende schoot op den avoot 
daermede twee scheuten gelijck hij q) tsignael vanden Spangiaert belooft 
hadde te doen, daertegen de onse vuyte schantse weder vier scheuten 
deden. Nietemin verwonderde men hem van tschieten vanden viant, die 
selff egeen rooksignael op den toorn gesien en hadde, waeromme hij voor 
seecker houden moste dat sijn bode in de stadt was gecommen ende daUet 
signael (hoewel bij heml. niet gesien) gedaen ^as. Desen nacht gingen vier 
soldaeten dopr de grachte tot aenden voet van tVavelijn aenden Stel- 
hoffsen dijck, om haer in deselve voet te logeren, ende beginnende met 
schuppen daerinne te wercken, bevonden dat tselve ravelijn onder een 
voet van muyre hadde, daer men te vooren niet eens naer vernomen oft 
op gelet hadde, welcke muyr rontsomme het ravelijn loopt ontrent i 
voeten vuyten waeter, wesende heel sterck ende dick, daerdoor die sol- 
daeten wederomme commen mosten sonder in tVavelijn te connen kommen. 
Evenwel gingen sij gins ende weder door de grachte, sonder vanden viant 
die twee groote vierpannen van t' ravelijn vuytgesteecken hadde om van 
hem te sien) vernomen ofte gesien te werden. Men ginck altoes mettet 
vullen vande grachten alomme seer voort, ende tot meerder bcwacringe 
van truyterquartier maeckte van desen dach een tranchee vande groote 
schantse langes den dijck heen tot halfT wegen tselve quartier toe, daer- 
inne besluytende de huysen staende besuyden van denselven dijck, om 
alsoe te beter alle doorcomptste over t'marasch te beletten ende om die 
vande stadt meerder vrese te doen, dede men des nachts een bootsgeselle, 



— 233 — 

om sijn delictea te voeren gehangen dicht onder de stadt hangen met een 
deelt als vanden Spangiaeit voors. ende die vande stadt toeroupen dattet 
den Spangiaert ivas , die in de stadt meynde te commen. 

Den xKÜj** Junij was het schoen weder ende schoot men vrouch seer 
op de stadt ende op beyde de bruggen vande ravelijnen , omme die te 
ODveyliger te maecken. Men ginck oick mette wercken alomme seer voort 
ende men volmaeckte d voors. begonnen tranchee aen truylerquarticr ende 
men maeckte een walleken achter den rijswech leggende tusschen de groote 
schantse ende Vuylendonck, om die te beter te bewaeren. Men verhoochde 
mede den wech achter de tranchee vande kercke van Raemsdonck aff totlet 
waeter loe, om die oick met een hooch waeler drooch te mogen gebruyc- 
ken. Noch schoot men vuyte groote schantse verscheyden scheuten met 
geschut naer de kercke van Wasbeeck, ende omdat men vreesde dat den 
viant op den Sint Jansnacht wat aengrijpen mochte, als den Spangiaert 
oick ten deele verclaerde, dede den Graeff van Hohenloe een ban omslaen 
ende aenplecken, dat niemant in 24 vuyren soude droncken drincken op 
de verbeurte van lijff ende goet voor de dronckaerts ende soetelaers te 
verbeuren. Sijn Ex*** ontboot mede van Bredae drie vaen ruyteren om 
mette ordinaris compagnie vande wacht oick voor sijn quartier te waecken. 
Dese drie vaenen quaemen des avonts sterck ontrent 850 peerden , ende 
mosten buyten de tranchee op den wech blijven. Noch dede Sijn Ex*** 
in sijn quartier alomme dubble wacht houden ende noch 6 vendelen voet- 
knechten, daerover Duvenvoorde commandeerde, marcheren naer tclooster 
ende aldaer blijven om te secoureren ter plaetse daert noot wesen soude 
ende noch 6 anderen in sijn quartier gereet maecken om op t'eerste com- 
mandement te volgen , oick daer t*noot wesen soude ende ginck selffs mette 
meestedeel van sijn guarde naer de groote schantse toe ende bleeff dien 
nacht aldaer waecken naer gewoonte, ahvaer hij mede alle tvolck dede 
in de waepenen houden, mitsgaeders oick in alle de quartieren van Raems- 
donck ende dede een groot deel van tvolck in de waepenen staen soe in de 
groote schantse als Vuylendonck, die nu wijt ende breet waeren, omdat 
men alle de hutten daervuyt hadde laeten affbreecken vuyt vrese van brant, 
eode dat men wel verstout, dattet onmogelijck soude sijn in de schantse 
te blijven, soe den brant in de hutten gecommen hadde. Men bereyde 
desen dach ende nacht noch een biesbrugge ofte werpbrugge om die tegen 
bet ravelijn aenden Medeschen dijck te gebruycken, daertoe men oick een 
mijne maeckte om die daer door te trecken ende swom een soldaet des 
nachts over tot aenden voet van t*ravelijn, die aldaer aen een vande 



— 234 — 

stercksic paelen vandc pallisade vast maeckt een block ofte catrol ende 
stack een stercke coorde ofle lijn daerdoor ende bracht beyde de eynden 
vande lijn wederomme in de mijne voornt. ende soe liet men de coorde 
in twaeler op de gront sincken om niet gesien te mogen werden. Van 
gelijcken schoot Jan Bovy eenige vierwercken ende ballen op de stadt, 
sonder eenige prouffijt. Men dede des nachts mede seer yeel sentinellen 
perdue vuytvoeren om tlegcr alomme te beter te bewaeren. Die vande 
stadt wierpen des nachts vuyttet ravelijn aenden Stelhofisen dijck seer veel 
brandende peckreepen om de rijsbussen, daermede men de grachte aldaer 
vulde, in brant te steecken, dan en wilde tvier op de rijsbussen mits de 
groenicheyt van trijs niet vatten ofte brant maecken. Hierop schoot men 
seer met miisquetten ende geschut. Desen dach vertrock vuyt Antwerpen 
een convoy vanden viant met 6 stucken geschuls, een scheepbrugge op 
waegens gelaeden ende vijff hondert duysent gulden aen geit om tvoldr 
te betaelen. Hier waeren bij 700 Lorreynoisen ende noch ontrent 1200 
vuyte garnisoenen van Vlaenderen ende Waes ende 7 vaen ruyteren mede 
Lorreinoisen, die alles in tleger noyt geweest en waeren ende noch 4 
vaenen ruyteren te voeren met Waerenbon gegaen ende ten deele tol Turn- 
hout geslaegen ende noch vi^r andere vaenen vuytet leger derwaerts ge- 
sonden. Desen dach quaemen noch van Dordrecht in tleger drie drielingea 
om in tquartier van Raemsdonck te gebruycken. 

Den xxiiij'" Junij sijnde den viant niet aengecommen trocken de ruyte- 
ren van Bredae gecommen weder wech, te meer soe men verstont, dat 
tvoors. convoy op wech was ende van Antwerpen naer tleger quam. tWas 
oick schoen weder ende quam Sijn Ex*** mette guarde weder in sijn quar- 
tier. Middelertijt schoet men seer op de stadt met tgeschut ende schooten 
die van de stadt oick eenige scheuten vuyt. Men creech tijdinge dat den 
viant tot Wasbeeck geheel in de waepenen was, tsij om yet aentegrijpea 
off om hem selven te voorsien tegen alle inconvenienten. Hiernaer werden 
verscheyden scheuten vuyle groote schantse gedaen, hoewel sonder yemant 
te sien. Op den achternoen begonst den viant te schantsen op den vuy- 
terdijcke loopende vande kercke van Raemsdonck naer GapeUe toe, daer 
men seer, (hoe wel verre aff) met geschut naer schoot, ende soe men 
naerderhant verstaen heeft seer veel schaede onder den viant ende grae- 
vers aldaer mode dede, want Mons de Ton, Hopman (die de schantse 
aenden Stelhoffsen dijck overgegeven hadde) werde de cop affgeschooten 
ende noch wel 18 ofte 16 dootgeschooten , in vougen dat se haer werck 
mosten verlaeten ende tselve den volgenden nacht opmaeckeu. Ende soe 



— 235 — 

men doende was aenden Medeschcn dijck om de werp ofte trcckbrugge 
veerdich Ie maecken ende die niet wel schieten en wilde, begonst men 
myte mijne een stuck weechs in de grachte tegen het ravelijn over te 
maecken een blinde, om onder faveur van dien de treek ofte biesbrugge 
(soe die quaem te werren ofte haecken) weder los te mogen maecken ende 
bequaemer te doen schieten, end3 dat alles naer behoiren bestelt sijnde 
werde de biesbrugge geprepareert , in deser vougen, men had horden 
ontrent 7 voeten lang ende 3 voeten breedt, daer van onderen seer veel 
gedroochde biesen tegen gebonden waeren (om op twaeter te mogen drij- 
ven) wel een halve voet dick. Dese horden werden aldus achter den 
anderen geleyt van in de mijne achterwaerts ende aen malcanderen ge- 
bonden, soe veel dat men staet maeckte lengte genouch te hebben om 
de grachte te overreycken. Aan beyde de sijden vande brugge werden 
vande dunste ende langste masten genoemen ende de brugge mede daeraen 
vast gemaeckt tot veel plaetsen, te weeten aen elcke sijde twee masten in 
de lengte, d'een mede achter den anderen ende aen malcanderen vast- 
gemaeckt, hiernaer werden de twee voorste enden vande brugge ende 
mastkens vastgemaeckt aende lijn ofte coorde die aende andere sijde 
vande grachte aende pallisade vast was, door tblock ginck ende in twaeter 
ladi. Dit aldus geprepareert sijnde, dede men des achternoens tusschen 
vier ende vijff vuyren seer schieten met geschut ende musquetten ende 
onder Taveur van dien met een loop de brugge voors. over de grachte 
trecken met de lijn die door tblock ginck, die met gewelt in de mijne 
tngetrocken werde. Terstont liepen eenigen over met de Capiteynen Bievry 
ende Haen om voor in t'ra velijn te gaen logeren, ende soe een van heure 
soldaeten daerop liep ende sach dat den viant van binnen in tVavelijn een 
hooge dwers trenchee ofte walle gemaeckt hadde, daer men hem wel 
achter soude konnen bergen, hebben de twee voors. Capiteynen geraeden 
gevonden tselve ravelijn met een ftirie gansch aff te nemen ende a corps 
perdu daerinne te loopen, voor seeckcr houdende dat alle die daerinne 
souden konnen commen tot aende voors. walle verseeckert ende genouch 
beschermt souden sijn tegen het schieten vande stadt ende dat den viant, 
die in tVavelijn soude wescn soude moeten wijeken oft doot geslaegen 
werden, volgende twelcke seer vaillantelijck daerinne geloopen sijn eerst 
de twee Capiteynen voors. , Bievry voor ende achter hem Haen ende hebben 
terstont haere vendels met alle haer volck doen volgen, ende overliepen 
sulcx tvoors. ravelijn ende dreven den viant, die ontrent dertich man 
sterck daerinne was, daer vuyt, die daer vuyt, commen konden ende 



1 



— 236 — 

sloegen de anderen dooi. Dit siende Hopman Galff, die mede daer 
ontrent de catte de wacht hadde, is oick met sijn volck daerwaerts 
gcloopen ende in tVavelijn gecommen. dan soe men bevont datter al te 
veel volckx in tVavelijn was, moste Calff met sijn volck weder daer vuyt 
loopen ende Iiem in de naeste loopgraeve ende buyten de wal van l' rave- 
lijn begeven. Terstont quam oick met groote haesticheyt daer aenloopen den 
Graeve van Solms ende liep ongewaepent (overmits hij sijn waepen niet 
aende hant en hadde) mede in tVavelijn om op alles beter ordre te mogen 
geven. In dit affnemen bleven ontrent 16 van onse soldaten doot, ende 
werden noch wel 30 mannen gequetst ende GalfT oick met een schamp- 
schoot aenden hals. Vanden viant werden in' tVavelijn doot geslaegen 9 
mannen ende 9 gevangen , de anderen salveerden haer in de stadt , loo- 
pendc tegens de wallen op. Ende werde doen gelet dat indien ons volck 
opt stuck voordacht geweest ende volck bij de hant gehadt hadden , dat sij 
mette selve aenloop oick mogelijck de stadt wel souden gekregen heblien, 
door dien noch die van tVavelijn nochte.oick die vande stadt op sulcx 
niet verdacht en waeren, als men gewaer werde vuyt dien dat sij soe 
weynich schooten metten eersten, in vougen dat eenigen vande onsen al 
in de stadt souden geweest hebben, eerse sulcx te deegen vernomen 
hadden, maer omdat men de gelegentheyt van dien niet en wist ende tot 
sulcx niet bereyt en was, en is het oick niet getenteert. Niet lange hier- 
naer die vande stadt tgunt voors. is gewaer werdende, begonsten van alle 
canten seer met musquetten ende roers te schieten, daer de onsen dapper 
met schieten soe met geschut als musquetten op continueerden, om te 
beletten dat die van binnen niet bequaemelijck over ende in t'ravelijn sou- 
den konnen schieten, ende om tselve te meer ende te dichter te doen 
ende schieten, volchden ende quaemen in de loopgraeven de vendelen van 
Graeve van Solms ende vanden jongen Brienen ende naer oick alle de 
musquettiers vande guarde om door haer dicht schieten tVecht schieten 
vande stadt te beletten ende duurde wel 3 vuyren lang dat men met ge- 
schut, roers ende musquetten soe dicht schoot als oft een hagel geweest 
waere. In tbegin van dit schieten liep den Gouverneur vande stadt Mons 
de Jisan door haesticheyt ongewaepent naer de walle toe ende daer com- 
mende quam een coegel van onse stucken door een stuck muyrs vande 
stadt, met een steen van welcke muyr hij aen thoofl soe seer gequetst 
werde, dat hij daer aff niet lange daernaer sterff. Die vande stadt siende 
het ongewaent affnemen van tVavelijn ende de furie van ons volck ende 
overleggende de periculen daerinne sij waeren ende den gantschen nacht 



— 237 — 

wesen souden, ende dat tbuscruyt heml. haest fallgeren sonde, dat mede 
haer Gouverneur dool was ende dacromme vresende overvallen ende alles 
dootgeslaegen te werden, deden ontrent 7 vuyren driemael een trommel 
op de wal slaen, ende daeromme van schieten opgehouden sijnde, ver- 
sochten met Sijn Ex'*' te mogen spreecken ende te parlamenteren ende 
daertoe gijselaers vuyt te mogen senden, waerop den Graeve van Solms 
in de stadt sont Bievry ende Haen voors. als daer aende hant sijnde, ende 
quacmea vuyt een Capiteyn, een Alphero ' ende den auditeur van tgarni- 
soen, ende bijden Graeve van Solms gebracht sijnde voor Sijn Ex'**, ver- 
daerden te vreden te wesen de stadt overteleveren , mits hebbende een 
eerlijck appoinctement daer Sijn Ex**' op antwoorde, dat se nu te lange 
gebeyl hadden ende daeromme sonder vendelen ende waepen vuyttrecken 
mosten, doch dat hij vuyt courtoisie haer vergunde tsijde geweer meltc 
bagagie ende dat d'oiTiciers die sijne domeynen geadministreert hadden in 
de stadt mosten blijven , tot dat sij van haer administratie aen sijn camer 
vande reeckeningen gereekent souden hebben ende overgelevert alle de 
blaSaerden, chartres ende papieren tot sijne domeynen behoirich onder 
haer sijnde ende dat alle de gevangenen ten weder sijden los gaen souden, 
ende naerdat sij anders van Sijn Ex'** niet en conden gekrijgen, is den 
Alphero daermede naer de stadt toegegaen om tselve den soldaeten te 
proponeren ende doen agreeren, maer quam daer naer wederom brengende 
alleen een versouck, daer bij de soldaeten vuyt gratie versochten dat heml. 
vergunt mochten werden haer vendelen ende waepenen, twelck Sijn Ex*** 
niet en wilde doen, maer sont hem wederom naer de stadt om eyntelijck 
verclaeringe te hebben ende te weeten off sij sulcx doen wilden ofte niet 
ende naer lang verthoeven quam des nachts ontrent 2 vuyren weder, 
versouckende als noch tselve ende naederhant alleen de waepenen, dan en 
wilde Sijn Ex'** daertoe niet verstaen, waeromme sij condescendeerden 
ende bewillichden in de presentatie ende conditien vooren verhaelt, mits 
dat de geestelijcke soe wel als waerlijcken daeronder begrepen mochten 
sijn, twelcke men consenteerden. Spraecken oick eenichsins vande bur- 
geren ende versochten dat de burgemeesteren mede mochten handelen, 
twelcke men oick toeliet ende dat se op morgen vrouch bij Sijn Ex'** 
conimen souden. Geduyrende dese onderhandelingen viel ons volck in 
tquartier van Raemsdonck tweemael vuyt, eens vande kercke aff op den 
vuyterdijck van Raemsdonck, daer den viant een schantsken hadde be- 



Vaandrig (Alférez). 



— 238 — 

gonnen te maecken cnde dreven aldaer de i^^achten een goei stuck ^K^eechs 
te rugge ende de tweedemael vielen sijn G. van Hohenloe, Graeff Phtlps 
met de Heere Vere vuyl langes de groote wech naer Wasbeecke endc 
dreven aldaer den viant mede te rugge (ot in t'dorp van Wasbeeck, daer- 
over den alarm dapper in des viants leger quani ende de trommelen dap- 
per geslaegen werden. Hierop trocken 7 vendelen vuylet quartier van 
Sijn Ex^ naer den GraefT van Ilohenloe toe omdat men meynde off hij 
eentgen noot hadde, dan sulcx niet vindende quaemen in den morgeiistoot 
wederomme. Descn dach quam tvoors. groote convoy van Antwerpen 
loogeren tot Weesmael. 

Den XXV*" was het schoen weder ende maeckten die vande stadt alle 
gereetschap om vuyt te trecken, lieten de gevangenen in de stadt sijnde 
los ende quaemen de burgemeesters vande stadt bij Sijn Ex***, ver- 
souckende, dat sij souden mogen arresteren de goederen vande soldaeten 
die den burgeren yet schuldich sijn, tweicke Sijn Ex'** niet en wilde toe- 
laeten, maer wilde den burgeren wel vergunnen pasport om den viant te 
volgen tot Antwerpen ofte Bruessel om haer schulden aldaer te vervolgen 
ende belooffde Sijn Ex^ den burgeren te sullen tracteren als andere Inge- 
setenen van steeden onder de Generaliteyt staende. De soldaeten vande 
stadt deden des morgens noch versoucken aen Sijn Ex^* dattet hem ge- 
lieven wilden haer heure waepenen vuyt gratie ende courtosie te schencken, 
tweicke Sijn Ex*** dede, ende middclertijt werden den wech geesplaneert 
om mette waegenen wech te mogen commen. Ontrent twaelff vuyreo 
trocken de soldaeten vuytcr stadt vuyt geaccommodeert met 70 van 
onse waegenen, meest met vrouwen ende kinderen gelaeden ende tvoick 
was in tvuyttrecken sterck stijff 600 man ende noch wel 60 cranc- 
ken ende gequetsten, contrarie tseggen van den vuytgevallen soldaet. 
Onder heml. trocken mede den voors. Mailjorquin ende de gevangenen 
in tVavelijn gekregen ende waeren in alles 16 vendelen endc daer- 
mede treckende ter brantpoorte vuyt naemen den wech naer Oster* 
hout, ende niet wijt vande stadt stont Sijn Ex*** om heml. vuyt te sien 
trecken ende naerdat se aldaer alsnoch versocht hadden oick haer vendelen 
te mogen met nemen, ende Sijn Ex*** haer sulex weygerde hebben haerc 
vendelen alles aldaer overgelcvert ende sijn voorts getoogen soe sij seyden 
naer Antwerpen om bij haer Colonnel den Marquis van Warenbon Ie 
commen ende aldaer haer te verdedigen ende te thoenen dattet niet haere 
maer des Graeven van Mansfelt schuit was, die hemluyden niet gesecou- 
reert en hadde. Vuyt dcse troupe werden genomen ende gevangen drie 



r 



— 239 



Terooopers van Geerlruydenberch ende bij den provoost gesel. Recht eer 
den viant vuyttooch was in de stadt getoogen de compagnie vande guarde 
Tan Sijn Ex*^ alleen, die de wachten alonime beselten. In der sladt 
trerde bevonden dat dseive heel dicke stercke wallen hadde ende dat den 
viant anders niet daerinne gearbeyt en hadde, dan eenige wallen wat ver- 
dtckt ende in de ravelijnen tranchementen gemaeckt in forme van poincten 
met hooge dichte paelen tegen het overloopen opgeset, werden mede 
daerinne gevonden 5 heele canons (een van Ihuys van Nassau, een van. 
Vuytrecht ende een van Dordrecht) 1 halve canon, 1 halve slangc, 3 cou- 
leuvrinen (het een cleynder dan het ander) 2 derdelingen ende een valc- 
konet, alles van metael, met noch vier ijsere stucken, doch waeren wel 
de een helft van deselve stucken bij ons geschut ende schieten geraeckt, 
maer alleen twee gansch bedorven. Men vont noch in de stadt ontrent 
50 tonnen souls, 900 pont cruyts ende wel 800 vicrtelen rogge, die ten 
deele bedoi-ven was, om datse in thuys van Sijn Ex*** gelegen hadde, 
twelcke seer doorschooten was ende mitsdien de kalcke ende steen daerop 
gestort ende gestoven. Op desen middach en wist den Graeve van Mans* 
fdt noch niet dat de stadt geaccordeert ende overgegaen was (hoewel se 
nochtans genouch voor sijn oogen ende hem dat siende hadde hij gewilt, 
overginck) maer hadde last gegeven aende geenen die op den vuyterdijck 
in het tranchement aldaer gemaeckt waeckten, wel op den toorn vande 
stadt te letten ende soe men daerop eenich signael van roock dede, dat 
sij daertcgens terstont oick een roocksignael doen soude, dwelcke des achter- 
noens siende op den toorn een grooten roock (die bij eenigen van ons volck 
op den toorn geloopen ende de gereetschap daer vindende~gemaeckt werde) 
begonsten gereetschap te maecken om daertegen wederom te roocken, dan 
kregen terstont ander werck, want boven het gestaedich schieten met ge- 
schut vuyte schantse, viel ons volck vande kercke van Raemsdonck met 
ruyteren ende knechten vuyt sterck ontrent 100 peerden ende 400 man te 
voet om haer in tselve retranchement te besoucken ende deden door twaeter 
marcheren ontrent 300 man om beur den pas van achteren te couperen. 
D'anderen quaemen middelertijt langs den dijck aen schermutserende ende 
fonseerden eynlelijck tvoors. retranchement , daer drie Gapiteynen van 
iVegement van La Motta met ontrent 300 man innelaegen, daeraff de 
achtersten , siende ons volck door twaeter commen , begonsten te vluchten , 
verlaetende de voorsten, die haer wel queeten ende van tvluchten vande 
achtersten niet en wisten, die daeromme te lichtelijker bij de onsen over- 
vallen werden, ende bleven aldaer doot Jacques de Ransy ende noch wel 



— 240 — 

50 man met hem ende werden gevangen de 5 Gapiteynen (met naenien Sint 
Plerremont, Basselee ende Catrys) met noch ontrent 1 3 soldaeten ende bleven 
vande onsen alleen doot 2 man ende 7 ofte 8 gequetst. Middelerüjt schoot 
men seer met grofT geschut naer den viant , die dese te hulpe wilde commen 
ende alsoe beletten dat men de vluchtende niet genouch vervolgen en konde. 
Vuyt dese Gapiteynen verstout men vanden doot van Mons de Ton voors. 
ende dat men noch van t*overgaen vande stadt in haer leger niet en wiste. 
Op den avont trock noch in de stadt de compagnie vanden Oversten van 
Duvenvoorde, die men vermoede dat wel in de stadt vuyten naeme van- 
den jongen heere Graeff Hendrick van Nassau commenderen mochte \ ende 
metten doncker deede men alle tvolck in theele leger aende wallen bren- 
gen, de pickiers elck met een cleyne stroywis boven op de piecke ende 
daernaer werden de trommelen geslaegen, alle de musquetten ende roers 
aflgeschooten ende alle de stroy wissen aen brant gesteecken, daerdoor in 
een corte stout theele leger rontsomme vol vicrteyckeneu stont, Iwelcke 
tot veel reysen geitereert werde, werpende de pickiers haer stroywiskens, 
ak se geheel in brant waeren vande piecken al brandende in de grachte 
ende staecken dan weder versche stroywissen daerop, oick de roers ende 
musquetten begonsten van eenen houck eerst te schieten ende ginck alsoe 
gelijck een blixem rontsomme al oft over een rat gedrayt hadde ende 
duyrde alsoe wel een halff vuyre lang. Daernaer begonst men mettet ge- 
schut te schieten ende deden alle de ooirlochschepen , die vande stadt ende 
in de quartiercn van Raemsdonck ende alle de schantsen oick het selve 
tot een verheuginge vande victorie ons bij God Almachtich gegeven , die 
seer groot was. Onder dit verheugen gebeurde een groot accident, te 
wee ten men hadde de vierpannen aende vier baeckens oick ontsteecken , daer 
afif eenen hing voor de tent van Sijn Ex'** op een bolwerck, daer een 
heele ende halve canon stonden al gelaeden. Achter de heele canon hadde 
Sijn Ex*^ lange gestaen ende nauwelijckx wech gegaen sijnde viel een 
voncke vanden vierpan op tcruyt van tstuck daerdoor het affginck, twelcke 



* Den 18den Jannary 1693 hadden de Staten van Holland aan den jongen Trins Frederik 
Hendrik commissie gegeren als Kolonel over een regiment voetknechten van 20 vendel», op eea 
tractement van 800 gulden in de maand van 32 dagen, «en dit niet tegenstaende dat de Staten wel 
verstaen, dat Sfjn Ezcell. noch in de naeste jaren de voorsz. Staet niet zal actnel^k in persoon 
mogen bedienen. Met snlken verstande nochtans dat de Lnytenant Colonel over de voorsz. com- 
pagnien, in 't geheel of deel, sal wesen een van de edele huysen der voorsz. landen van HoUant en 
Westfirieslant ir. Die betrekking van Luitenant Kolonel was door de voornoemde Staten gegeven ssd 
Jonker Arend van Dnyvenvoorde. 



— 241 — 

soode geweest hebben met pericule vande persoen van Sijn Ex*^% soe hij 
daer nodi achter gestaen hadde om t'overloopen * van het stuck wille. 
Nu en dede het anders egeen quact dan eenichsins versengende den Inge- 
nieur Kemp, die een sluck weechs besijden den mont van tgeschut stont. 
Desc stadl van Geertraydenberch is een soe slercken vasten stadt als in dese 
landen is, waeromme men van onse sijde selffs verwondert was wat heml. 
tot sulcken schielijcken schrick mochte beweecht hebben, ten waer tgebreck 
van pulver, de doot van haer Gouverneur ende bovendien meest t 'eminent 
pericule, dat haer mette gaelderie achter thoflF was genaeckende, omdat 
daer soe veel bresche gcschooten was, dat men over de gaelderie sonder 
dimmen in de stadt soude hebben mogen loopen, immers dat de geenen 
die op deselve gaelderie gestaen hadden , soe hooch met haer voeten souden 
gestaen hebben als die van binnen om de bresche te bewaeren. Hierbij 
gevoucht de desperatie van haer ontset als sijl. alle dien selffs seyden, 
ende dat sijl. den moet al verlooren hadden van dien dach* aen dat den 
Graeff van Mansfelt van Osterhout naer de Langestraete vertooch, omdat 
sij wel bemerckten, dat hij hcml. vande Langestraete niet en soude 
konnen secoureren, dewijle hij sulcx vande sijde van Osterhout (twelcke 
den rechten wech was) niet en hadde konnen doen. Aengaende de eet- 
waeren hadden sij noch middel om lange te houden. In dese belegeringe 
sijn in alles van ons volck wel doot gebleven drie hondert mannen ende 
noch wel 400 gequetst, twelck ons leger niet weynich en verswackte, om- 
dat alle de compagnien door de giericheyt vande Capiteynen soe seer swack 
waeren dat de 66 compagnien voetknechten vande regementen van Graeff 
Philps, Brederode, Loockeren, Balfour, NoorthoUant, Vujtrecht ende Zee- 
lant van eersten aen niet veel stercker en waercn geweest dan ontrent 
6000 mannen, die de Staeten wel tegen 9000 mosten betaelen. Boven 
desen waerender in tlegcr 630 Engelschen ende 600 Vriescn, 700 ruyteren 
ende 1200 bootsgesellen ende andere officiers ende dienaers in slants dienste 
sijnde. In dese belegeringe sijn in alles geschooten op de stadt ontrent 
4000 scheuten met geschut ende tegen den viant van buyten ontrent 500 
scheuten. In deser vougen quam met gewelt weder in handen vande 
Staeten dese stadt, die beur eerst over de 300000 gulden gecost*, naeder- 
hant vande garnisoenen daerinne sijnde vercoft ende schandelijcken aenden 
viant verraeden was, ende om gereet geit overgelevert , hoewel de Staeten 



Terngloopen. 

Dit wert genomen mette bagagie bij heml. In ende naer de mutinatie getrocken ende ontfangen. 
I. 16 



1 



— 242 — 

in dese belegeriage geen cleyoe maer $eer excessiye extraordiaaris costeo 
gedaen eiide soe men seyt het groen ende drooch geemployeert hadden, 
in sulcker vougen dattet een vande heerlijckxste helegeringen is geweest 
die in 100 jaeren gesien ofte gehoort is, daeromme de eere oick van dien 
te grooter is ende de schande vanden Tïant te meerder, die niet alleen 
dese stadt bij hem te vooren met geit gecoft voor sijn oogen heeft sien 
reduceren in den macht vande Staeten, maer oick laeten voorbijgaen soe 
schoene occasie om yet ande)rs geduyrende dese belegeringe aen te grijpen. 
Dit alles dat soe wonderlijck schijnt in onse oogen is vanden Heere der 
Heeren gewrocht, die daeromme sij eere, prijs ende danckbaerheyt in alle 
eeuwen. Desen dach dede men opnemen seeckere tw^ee springers geleyt 
recht voor Vuylendonck op tvell, daer de timmerluyden wat onvoorsichtidi 
mede toegaende, ginck den eenen los ende smeet twee timmerluyden aen 
stucken in de locht. Desen dach op den avont quaemen in tle^r den 
Heere van Brederode ende die van Rotterdam ende Dordrecht om de stadt 
te besien ende noch wel 8000 mannen ende vrouwen ende kinderen van 
alle canten vuyt Hollant om de stadt te besien, wesende alles met sulcke 
groote biyschap gedreven, dattet scheen dat se naer de heerlijcxste ker- 
misse van tlant gingen, alse gingen sien dese geruineerde stadt ende 
tgeweldich l^er ende begraevinge rontsomme, welcke begraevinge seecker 
seer wel haer besiens waerdich was, omdat se soe heerlijck was datter 
bijnaest niet aen en ontbraeck. Desen daeh quam tvoors. groote convoy 
van Antwerpen logeren tot Alfen. 

Den xx^y^ Junij regende het des morgens vrouch een seer groote vlaege 
ende oick des achternoens ende werden in de stadt (als sijnde plaetse van 
tdelict) gehangen de drie vercoopers vande stadt voors. ten cxempele van 
anderen. Den Graeve van Mansfelt nu seecker sijnde dat de stadt over 
was, maeckte alle gereetschap om te vertrecken ende dede sijn canïage 
mettet geschut wech brengen tot Gapelle toe, laetende alleen eenicfa 
voetvolck tot Wasbeeck om de retraicte te doen, daer onse wacht vast 
tegen schermutseerde ende eyntelijck gewaer werdende dat den viant 
nieest wech was, lieten sulcx Sijn Ex^' ende den Graeve van Hohen- 
loe weeten, die met ruyteren ende knechten daerop vuyt quaemen, maer 
eer sij aenquaemen begonsten de achterste vanden viant mede te' ver- 
trecken ende staecken voor voets alle de huysen van Wasbeeck in d^ 
brant, om tvervolch vande onsen te beter te beletten, maer ons volck door 
den brant rijdende ende marcherende volchden den viant totte eerste 
brugge van Gapelle toe, sonder hemL aen eenige schermutsinge weder te 



— 248 — 

koDnen brengen ende commende Sijn Ex*^ ende de Heer Vere wat onvoor- 
sichtich mei weynich volckx lotte tweede brugge, school den viant met 9 
tehstucken daernaer, die daeromme niet voorder commen en conden, maer 
fflosten op den avont sonder yel vuyt te rechten weder afftrecken ende 
brack den viant de brugge achter^ hem aff ende Meeff met een deel van 
sijn Yolck lot Gapelle logeren ende had de reste la eten Irecken, te weeten 
de avantgarde naer Loen op tSant, daer des avonts quam tconvoy van 
Antwerpen voors. Oock de soldaeten die vuyte stadt gecommen waeren 
hadden des nachts gelogeerl tot Dongen ende verstaen hebbende dal den 
Marquys van Warenbon mettel convoy weder tol Loen gecommen was, 
trocken oick daerwaerts ende naemen daertoe de waegenen mede. Voorts 
was hel in tleger stille, daer de luyden in groote meenichle quaemen om 
de stadt ende tleger te sien , elcx mette beste clederen aen , alsoff hel ker- 
misse waere. Desen dach en begonsl men noch egeen wercken aff te werpen 
Dochte oick de grachten te oepenen tol groote costen van llant, dien deken 
dach van tleger veel cost, sonder dat nochtans hiertoe eenige merckelijcke 
redene diende. Men accordeerde niettemin mette geenen die de gaelderien 
aengenoemen hadden elcx voor de somme van 900 gulden ende nu niet 
Tolmaeckl en waeren, waeromme men hcml. voor elcx gaff 850 gulden. 

Den xxvij" Junij regende het seer ende nam den viant mette reste van 
sijn volck den pas naer Waelwijck ende Baertwijck, waeromme Sijn Ex^ 
rresende voor Hoesden naer deselve stadt sont Langvelt, Berendrechl ende 
leerweer met heure vendelen ende naer Woudrichem ende Werckendam 
de vendelen van Bovetis ende Haveskercken. Des morgens dede Sijn Ex^* in 
de stadt predicken ende adl des middachs aldaer. Op den achtemoen om 
Üant van costen te ontheffen dede men seer veel cagerschuyten ' affdancken 
ende oick cleyne schuyten, die men om beter wacht te mogen houden 
hadde moeten hebben ende quam den viant des avonts met sijn convoy 
ende alle sijn volck logeren tol Waelwijck ende Baertwijck voors. 

Den xxviij*" Junij was hel schoen weder ende veranderde Sijn Ex*^ binnen 
de stadt de wel ende om op alle voorvallende saecken te beter te letten 
ende te mogen secoureren hel fort van Creveceur sool noot waere, dede 
men het geschut schoen maecken, om Iselve metten eersten reede te 
hebben ende te mogen daerwaerts senden. Noch begonsl men de waBen 
Tande stadt wat te effenen ende de poorte ende brugge te maecken, 
werden mede naer Bergen op den Zoem gesonden de compagnie knediten 



KagersohmteD , ook wel kaglien genoemd, langwerpig, open zeilielieepjeB, 



— 244 — 

van Hopman Vaillant, ende weder naer tlant vander Tooien den Colonnel 
Piron mette 100 musquettiers, daermede hij, La Goorde ende Maximiliaeo 
gecommen waeren, begonsten noch seer veel oirlochscheepen die voor de sUdt 
op de wacht gelegen hadden te vertrecken naer Zeelant ende HoUant. Men 
begonst oick tgeschut in Raemsdonck aff ende tscheepe te brengen ende voorts 
alle gereetschap te maecken om metten eersten tleger te mogen breecken. 
Op den avont quaemen in de stadt de Princesse Wed* van Orangien met 
haer soen Hendrick Frederick ende den Advocaet Oldenbernevelt , bij ie- 
welcke Sijn Ex^^ in de stadt ginck eeten, ende men creech tijding dat den 
viant naer Oosterwijck getoogen was ende daer met sijn leger logeren soode 
ende dat hij sijn geschut alles naer sllartogenbosch dede brengen. 

Den xxix*" Junij werde noch meer gearbeyt om tgeschut ende admunitie 
van oirloge tscheepe te brengen ende werde geresolveert dat men 36 stuc- 
ken, te weeten 8 heele, 12 halve canons ende 6 veltstucken met haer 
toebehoiren gereet soude houden om te mogen in der haest brengen daert 
noot wesen soude ende dat men de reste weder naer Dordrecht in t*ma* 
gasijn soude seynden, ende werde dienvolgende voort tscheepe gedaen meest 
al het geschut, soe vuytet quartier van Sijn Ex'^ als Raemsdonck. Op den 
achternoen werde tflot vuyte Donge wech gehaelt ende naer Geertniyden- 
berch gebracht, om aldaer gebroocken te werden. Ende tot desen daege 
toe, tot groote coste vande landen gedilayeert sijnde t*affbreecken vande 
wercken, heeft men nu mede in de stadt aenbesteedt de opneeminge vande 
gaelderie, t'reynigen vande grachten ende het opmaecken vande ravelijnen 
mettet vergrooten ende aenbouwen van dien, want men die aende stadt 
vast ende daeraff bolwercken maecken wilde, wel verstaende dat men 
beoosten den Stelhoffsen dijck tegen de diepe Donge aen van nieus liet 
maecken een halff bolwerck om op twaeter ende langes den dijck te 
flanqueren ende dat men t*ravelijn bewesten den dijck leggende bet op 
den houck vande stadt noordewaerts aen dede trecken, mitsgaeders oick 
tVavelijn aenden Medeschen dijck naer twaeter toe wat omtrecken om de 
heele noortsijde vande stadt mede te beschieten ende soe te saemen beter 
op malcanderen te mogen flanqueren. Oick trock desen dach weder vuyt 
de stadt de compagnie vande guarde ende quaemen daerinne de compag- 
nien vande Hopluyden Gijselaer ende Cobbe eode werde geordonneert dat 
den oversten Duvenvoorde in de stadt vuyten naeme vanden jongen Graeff 
Hendrick van Nassau (dien dselve bij testament van sijn vaeder gemaeckt 
was) soude commanderen als gouverneur ende dien volgende sijn compagnie 
mette andere twee daer in |[arnisoen blijven om t allen tijden over de 



— 245 — 

garnisoenen beier gesach Ie hebben, beneffens soe werde dit onder de 
bant alsoe doorsteecken om den Graeve van Hohenloe ende Laurens Plouch , 
die t^anderen lijden de sladt qualijcken geregeert hadden met eenige 
apparente schijn daervuyt te houden ende dat sij geen reden van mis- 
coQtentement en souden hebben, dewijle men daertoe nam de Lieutenant 
randen gcenen die de stadt in ey gendom loequam, M^esende Graeff Hendrick, 
oick onidat men sach wat moeyte den Graeff van Hohenloe maeckte om 
metier tijt Igesach binnen Bredae te krijgen, daeromme men te meer 
vreesde hem ofte yemant vande sijnen in de goederen van Nassau eenige 
gouvernementen ofte bevelen te geven. Voorts werde geordonneert dat 
tSchots regement op den avont naer de Bommelerwaert verreysen soude, 
dan begonnen hebbende te mareheren werden gecontremandeert. Sijn Ex"* 
ende de Princesse aeten des middaechs in tieger, gingen op den achter- 
noen besoucken den Graeve van Hohenloe, die de koortse gekregen hadde 
ende quaemen daernaer weder in tieger eeten ende gingen daernaer alles 
in de stadt slaepen. 

Den lesten Junij vertrocken vuytet leger de vaenen ruyteren van Graeff 
Philps van Nassau, den Prince van Espinoy, Pollis, du Bois ende Huchten- 
brouck naer Hoesden toe, om van daer met te nemen de vaenen van 
Louys Laurens ende Donck ende daermede in de Bommelerweert te rucken 
ende te beletten dat den viant daerinne niet en quaem , met belofte dat men 
hem tSchots regement terstont soude naer senden, twelcke oick geschiede 
ende werde tscheepe gedaen ende hem naer gesonden, alles op tvermoeden 
dat men hadde, dat den viant thooft daer hcenen mochte hebben, maer op 
den avont creech men eerst vaste tijdinge dal den viant tot Bochoven ge- 
(^rnmen was om Creveceur te belegeren, welcke plaetse ingevalle hij over 
6 weecken belegert hadde ende getracht voorts te passeren in de Bommeler 
ende Tielerwaert, soe hadde hij mogelijck de middel gehadt om theele 
beleg van Geertruydenberch te diverteren , dan is door gehenckenisse Godes 
daerinne verblint geweest. Nu omdat den viant tselve wil tenteren werde 
l)evel gegeven t'meeste deel van tieger op morgen vrouch op te trecken 
ende heur naer de Bommelerwaert te spoeijen. Middelertijt dede de Hop- 
man Spronck lot Creveceur in garnisoen leggende de schantse dapper ver- 
slercken ende forlifieren ende legen over dien in de Bommelerweert op- 
werpen een tranchee op den oever van twaeler om daerdoor ons volck der* 
waerts commende defensie te geven ende deed voorts alle saecken aen- 
slellen om den viant te wederstaen. 



— 246 — 
VANDEN TOCHT NAER DE BOMMELERWEERT. 

Den eersten Julij quaemen de voors. 7 vaenen ruyteren inde Bomme* 
lerweert en^e logeerden lol Heel ende Amelroye. Ten selvcn daege trock 
den Viant van Bochoven op naer Engelen ende sloech daer leger ende dede 
een deel van sijn volck logeren aende steenhovens een sluck weechs buyten 
Engelen naer de schantse, die daer lerstonl begonsten Ie schaatsen ende 
haer te verseeckeren. Noch vertrock den Graeve van Hohenloe vrouch vuytet 
leger melte resterende ruyleren naer Hoesden, hem doende aenden Eblioat 
over twaeter setlen om soe verseeckerl over Ic commen. Item gingen van 
Geerlruydenberch Ischeep de regemenlen van Zeelant, Graeff Philps, 
Vuytrecbt ende de Engelschen om naer de Bommelerwaerl Ie seylen, dan 
overmits hel desen dach een seer groole slorm wayde ende seer quael 
weder was en consten se niet wech commen, maer mosten voor de 
stadt blijven, daer mede mosten blijven Ischeep de vier vendelen Vriesen 
die wederom naer Vrieslant gaen souden ende niet legenstaende al haer 
volck in gamisoen lach ende hadden se niet alleen niet meer volcx wiHeo 
senden, maer noch desen weder te rugge ontbooden. Sijn Ex^ alle ding 
ten vuytersten verhaestende ende willende beletten de comptste vanden 
viant in de Bonunelerweert , is desen dach nieltegenslaende den storm mei 
een sdiip voorts gevaeren door de kille naer Gornichem ende tijdelijck 
daer geconamen. In de quarlieren voor Geerlruydenberch bleven in tquar- 
tier van Sijn Ex*^ de reslerende vendelen van het NoorthoUants regemenl 
om tselve te bewaeren, totdat de pallisade opgebroocken ende alle de 
amunitie van oirloge ischeep gedaen soude wesen ende in Raemsdonck 
bleven te selven fynen de regemenlen van Brederode ende Loockeren melte 
vendelen van Bamevell, Sleenhuysen ende Appel, over den welcken alles 
Loockeren commandeerde ende hadde last, als het alles in beur quarlier 
soude affgebroocken sijn dan mede in tquarlier van Sijn Ex*^ te Irecken. 
Noch trock in de schantse aenden Slelhoffsen dijck de compagnie van 
Rijswijck, omdat Vernier mettel regemenl van Graeff Philps verloogen was. 
Desen dach werde een goei deel vande amunitie van oirloge tscheepe gedaen. 

Den ij""* Julij hebbende den viant vrouch geplant buyten Engelen Iwec 
stucken geschuts, begonst daermede te schieten naer Greveceur ende schoot 
veel scheuten sonder prouffijt, daertegen die vande schantse weder altemei 
schooien. Oick quaemen vrouch tot Hedel de thien vendelen Schollen, 
daeraff een deel over de Maese scheepte ende gingen logeren op llant be- 
noorlooslen de Diesc ende begonsten aldaer Ie retrancheren , meynende dat 



— 247 — 

den Yiant aencommen soude, die tselve niet en dorste doen, 9oe omdat 
hïj verwondert was ons volck daer te sien retrancheren, ab oick om dattet 
hem niet wel mogelijck en was over het platte lant approcbe te doen, 
ovennits het meest onder waeter stont door de opsteygeringe vande Diese 
(want die van Greveceur vresende de compste vanden viant ten tijde hij 
oaer Geertniydenberge quam, hadden een damme in de Diese geslaegen 
recht voor de schantse, om alsoe het platte lant te verdrencken) , waerdoor 
oick belet werde dat hij desen nacht volgende sijn meyninge sijn geschut 
niet en conde dicht onder tfort brengen. Eyntelijck quam Sijn Ex^ in 
de schantse mede brengende i stucken vuyt Gomichem ende een vuyt 
Hoosden, die des nachts in de schantse geplant werden om op den vianft 
te schieten. Ende om te beter den viant sijn voornemen te beletten, 
voeren van Geertruydenberch aff dvoors. drie regementen mette Engelschen, 
maer mosten seylen beneden bij Dordrecht omme naer Gornichem. Noch 
voeren de vier Vriese vendelen weder naer Vrieslant, die men aldaer van 
doene hadde omdat den viant Goevoerden hoe langer hoe meer benaude 
vuyte huyse van Gramsberge, ter Glooster ende Ruynen. Noch voer de 
Princesse met haer soen ende de Jonckvrouwen ende den Advocaet Barne- 
velt weder naer den Haege ende werde seer verhaest bet opnemen vande 
pallisade ende tscheepen vande amunitie van oirloge. 

Den iij" Julij vrouch begonst Sijn Ex*** vuyt Creveceur mette drie stuc- 
ken te schieten in tleger vanden viant tot Engelen ende aende steenho- 
Yens, daermede hij seer groote schaede onder heml. dede ende den viant 
in sulcke vrese bracht, dat sij niet en wisten hoe sij schielijcken genouch 
wech conmien souden ende trocken naer Vlijmen, daer sij doen haer leger 
begreepen, laetende op tvelt leggen eenige doode menschen ende pelden 
met tgeschut geschooten ende scheen de vrese soe groot te wesen, dat 
indien men 18 ofte SO stucken gehadt hadde, den viant wel, verlaeteiMle 
tenten ende bagagie, soude verloopen hebben, dan en const tgeschut aldac»* 
soe haest niet gebracht werden , overmits eerst desen dach van Geertruy- 
denberch affvoeren de ponten daerinne waeren de 8 heele ende 18 halve 
canons mette 6 veltstucken die tot Dort toe quaemen. Desen dach werde 
?uyt Raemsdonck meest opgenomen alle de pallisaden ende met t'andere 
houtwerck ende amunitie van oirloge tscheep gedaen ende quaemen op den 
avont de 16 vendelen, in Raemsdonck gebleven, logeren in tquartier van 
Sijn Ex^ om daer te blijven tot dat de grachten vande stadt geoopent 
ende vuyt tselve quartier alle de pallisade mette amunitie van oirloge wech 
soude sijn, daeraen men vast dapper arbeyde. 



_ 248 — 

Den iiij*' Julij quaemen de voors. regementen van Zeelant, VuyIreGht 
ende Graeff Philps mette Engelschen in de Bommelerwaert , daeraff de 
UtrechUche logeren tot Driel met S vaenen ruyteren, tregement van Graeff 
Philps tot Amelroy ende de resterende ruy teren aldaer ende tot Wel, die 
van Zeelant mette Engekchen bleven tot Iledel logeren hij de Scholten, 
daer oick op thuis lach Sijn Ex}^ ende in tdorp den Graeve van Hohenloe. 
Den viant hielt hem tot VUenien gansch stille. Voor Geerlruidenberdi 
ginck men mettet oepenen vande grachten ende opnemen vande pallisaden 
ende tscheepen vande amunitie seer voort, werde mede opgenomen de 
scheephrugge ende gereet gemaeckt om naer de Bommelerwaert gebradit 
te mogen werden. Desen dach quaemen de ponten mette voors. 36 stuckeo 
tot nabij Gornichem. 

Den v" Julij bleeff den viant te Vliemen stille leggen ende Sijn Ex*^ tot 
Hedel ende in de Weert. Voor den Berch werde een groot deel van tgoet 
gescheept ende naer Dordrecht gesonden ende gelast aldaer te blijven ende 
te wachten op naerder bevel, werde niettemin vcrscheydcn compaignien 
in garnisoen gesonden, als Liere tot Sevenbergen, Vernier tot Bredae, 
Boucholt tot Nieumegen, Barnevelt op de Voorne, Hoboocken naer Bergeo 
op den Zoem ende eenige anderen. Noch werden gesonden de vaenen 
ruyteren van Espinoy, Potlis, Barchon, Baelen, du Bois ende Parcker naer 
Overijssel om met tVriesche volck een goet convoy in Goevoerden te doen, 
ende onder tbeleet van Graeff Willem van Nassau, te sien wat voordeel sij 
aldaer op den viant souden konnen becommen, werde oick de compagnie 
van Danmian naer sGraevenweert in garnisoen gesonden. 

Den vj'" Julij bleeff den viant tot Vliemen ende ons volck in de Bomme- 
lerweert stille, sonder dat men vernemen conde wat des viants voornemen 
was, dan dat men wel vermoede dat sijn intentie alleen was eenich gar- 
nisoen binnen sHartogenbosch te brengen, daertoe hij inet brieven ende 
andere perswasien seer arbeydc. Middelertijt trock Sijn Ex^"* tot Hoesden 
doch quam des avouts ^eder in tleger ende ginck men voor den Berch 
mettet oepenen vande grachten ende affwerpen vande quarlieran seer voort 

Den vij*" Julij quaemen in tleger voor Creveceur dvoors. 26 stucken ge- 
schuts ende terstont daernaer oick de scheephrugge, daer, overmits den 
viant hem tot Vliemen stille hielt, tgeschut in de ponten ende de sclieep-* 
brugge stille bleeff leggen. Desen dach was het seer schoen weder ende 
werde tvoorderc geschut van Geertruydenberge aff gebracht naer Dordrecht 
ende weder in t'magazijn gcslelt. Ontrent desc tijt begonsten de Heeren 
Slaeten Generael eerst weder te vergaederen, bij dewelcken Gijlpin (ge- 



— 249 — 

weest Secretaris vanden Raede van Staete van wegen de Goninginne van 
Engelant) werde geadmitteert tot Raedl in tselve eollegie van wegen haere 
Ma^ ende van wegen die van Utrecht (die nu lange tijt niemant in tcol- 
k^ie gehadt hadden) daerinne oick gestelt Aelbrecht Foeck, daermede tcol* 
legie wat versterckt werde. 

Döi Vlij*" Julij was het schoen weder ende hielt de viant hem seer stille. 
Vuyt ons leger werden noch in garnisoen gesonden eenige vendelen knechten 
als Lucas Hedding naer Steenwijck ende Schinckel (die de compagnie van 
Aert Hessels heeft) naer Doesborch. Op den achternoen quam binnen den 
Bosch den Graeve van Mansfelt, dien die vande stadt 3 eerschooten deden. 
Men vermoede dat hij daer binnen tooch om hemluyden te induceren dat 
$ij garaisoen innemen soude. Op den avont begonst men de scheepbrugge 
ofer de Maese te slaen besuytwesten de schantse van Greveceur, lang on- 
trent 840 roevoeten ende leggende op 35 aecken ende schuyten. Oick ver- 
trock vuyten leger naer den Haege Johan Pauli om bij den Staeten Gene- 
rael geeedt te werden om van wegen die van Holland te sitten in den 
Raede van Staete in de plaetse van M' Sebastiaen van Loosen die daer 
vuyt ginck. 

Den ix" Julij werde volmaeckt de voors. scheepbrugge, dan overmits 
men die noch niet en wilde gebruyeken, werde aen elck eynde van dien 
een gat van ontrent 4 roeden oepengelaeten. Op den achternoen begonstet 
seer te regenen ende quaemen vuytet leger vanden viant 3 tambourijns, 
om verscheyden gevangenen, die wel tot 60 toe in ons leger saeten, 
daeraff eenigen bij wisselinge tegen de onsen gelost werden. Desen dach 
waeren binnen den Bosch wel 500 mannen vanden viant over de borgerie 
gebilgetteert om te refraischeren ende bovendien waerender noch wel 1000 
niet haer sijdgeweer in de stadt gecommen, twelcke de borgeren gewaer 
werdende, brachten door haer l)urgemeesteren te wege bij den Graeve 
van Mansfelt dat haer op lijffstraffe gelast werde vuyt te gaen, ende sijn 
dien volgende gedwongen geweest weder vuyt te gaen, die anders haer 
mogeiijck meester vande stadt souden gemaeckt hebben. 

Den X*" Julij regende het seer ende hielt den viant hem tot Vliemen 
ende in den Bosch noch stille, daerover Sijn Ex*'* naer den Staeten Gene- 
rael sont Renier Gant met brieven van credentie, om bij deselve te wege 
te brengen dat Sijn £x*^" eenige andere plaetse soude mogen aentasten, 
ende soe den viant selffs te diverteren ofte naer Overijssel te gaen, soe 
den viant daer heene mochte commen te vertrecken oile noch eens een 
inval in tlant van Waes te doen. Noch verlrock vuyt ons legfer naer Hol- 



— 250 — 

lant den Almirael Duvenvoorde ende gaff Sijn Ex*^ verlofif aende 400 Bi- 
gelschen vuyt Oosteynde ende Vlissingen gecommen om op morgen weder 
naer haer gamisoen te vertrecken. Desen dach tooch la Motta met 4 
vaenen ruyteren yuyt des viants leger naer de Graeve toe ende quam des 
volgenden daechs wederomme, daerdoor men vermoede dat den viant wel 
met sijn heele leger daerwaerts gaen mochte. Noch werden in Ü^r 
ontbooden alle de compagnien knechten, die noch voor Geertruydenberge 
laegen, omdat men verstont dat de grachten vande stadt al meest weder 
geoepent waeren ende een swaere pallisade geslaegen buyten op de contre> 
scharpe naer tVavehjn aenden Stelhoffsen dijck, daer men de gadderie 
liet leggen om tbolwerck daerover te maecken, doch werde gelast dat de 
compagnie van Rijswijck in de schantse aenden Stelhoffsen dijck soude 
blijven ter tijt toe dat alle de bolwercken opgemaeckt souden sijn. 

Den xj** Julij wayde het een verlegen storm, dan was drooeh weder 
ende werden de 400 Engelschen voors. gescheept ende weder naer Vlis- 
singen ende Oosteynde gesonden ende de scheepbrugge die beneden de 
schantse gelegen hadde opgebracht tot ontrent ISO passen boven de Diese, 
die beoosten de schantse in de Maese loopt ende werde aende sijde vanden 
Bommelerweert vastgemaeckt, blijvende over de andere stjde een gat van 
ontrent 4 roeden als boven. 

Den xij** Julij vrouch begonst den viant met sijn heele leger te ver- 
trecken naer Gestel, doende sijn geschut ende waegens met eenich volck 
door de stadt vanden Bosch brengen om haestelijcker de revieren te passe- 
ren, dan overmits die vande stadt de meenichte van tvolck niet dan bij 
partijen en wilden doorlaeten, heeft hij die naer Gestel ende Berlicam 
doen trecken, daer se de bruggen gereet vonden, passeerden ende meest 
desen nacht logeerden. Ende hiermede eynde het gedreychde beleg van 
Greveceur, sijnde een cleyne schantse gelegen op de westhouck vande 
Diese, daer se in de Maese loopt, welcke schantse niet grooter als ontrent 
850 voeten in t*ront sijnde, seeckerlijck tegen ge welt niet houbaer en 
soude geweest hebben, hadde den viant die met gewelt aengetast, tweldte 
hij door de groote confusie vande sijncn ende door het schielijck commen 
van ons volck in de Bommelerwaert , gelaeten heeft, moetende nu door 
thooge waeter ende den grooten regen, die meest alle de wegen bedorven 
hadde met schande daeraff scheyden, wesende al te groote smette voor 
een Gonincklijck leger, eerst een goede stadt niet te hebben konnen ont- 
setten ende daernaer een cleyne molshoop niet te hebben konnen krijgen, 
jae niet derven aentasten. Des avonls werden eenige peerden naer den 



— 251 — 

viant gesoDden óm te weeten waer se thooft heenen hadden, dwelcke baer 
geroldit hebben tot ontrent Gestel ende aldaer S peerden gekregen, daer- 
mede «j wederomme gecommen sijn. Desen dach ende oick nacht regende 
het altemet eens. 

Den xiij** Julij was het schoen weder ende omdat den viant desen dach 
Toort marcheerde naer Oss ende tiant van Ravesteyn, werde Graeff Phiips 
van Nassau met sijn raen ruyteren gesonden naer Nieumegen om alle 
inconvenienten aldaer te voorcommen ende tijdelijdc Sijn Ex*** te adverte- 
ren, soe den viant thooft daerwaerts mochte hebben. Hiertegen quam 
weder in tleger de vaeu ruyteren vanden Heere Robert Sidney, die vuyt 
Bredae quam. Op den avont quaemen in tleger de heeren Leoninus ende 
Teeling vuyten Raede van Staete, om met Sijn Ex*^ vande gdegentheyt 
van tleger te verhandelen ende te voorderen dat een deel van tleger mocht 
geschidct werden naer tlant van Waes om de contributien over lange ge- 
maeckt ende tot noch toe onbetaelt gebleven, d'een metten anderen te 
executeren ofte tlant voors. aff te branden. Den viant ginck desen nacht 
logeren met sijn leger tot Oss. Desen dach hadde Graeff Willem van 
Nassau alle sijn leger, wesende stijff 3000 man te voet ende 8 vaenen 
ruyteren met 6 stucken geschuts tot Meppel bij malcanderen om Goevoer- 
den te gaen victailleren ende eensamentlijck de huysen bij den viant inne- 
genomen weder aff te nemen ende op scanderen daechs te marcheren, dan 
omdat den viant daer sterck was most bijt langer vuytstellen. 

Den xiiij** Julij quam in tleger den Heere van Loockeren met 16 vende- 
len voetknechten , die tot noch toe voor Geertruydenberch gelegen hadden, 
daeraff de 6 vendelen van t'NoorthoUants regement gingen logeren tot 
Rossum ende de 6 vendelen van Loockeren tot Wel ende de 4 van Bre- 
derode tot Amelroy ende de huysen die naer Hoesden nederwaerts staen. 
Desen dach trocken van des viants leger weder aff de Loureinoisen met 
tregement van Graeff Garel van Mansfelt ende eenige peerden, die ten 
deele den xxvj'^ Junij tot Loen bij heml. gecommen waeren ende naemen 
den pas naer Boxtel, daer sij des avonts logeerden om voorts naer Ant- 
werpen te vertrecken, tsij om tlant van binnen te bewaeren ofte om op 
de frontieren van Vranckrijck te gaen. De reste van haer leger quam 
logeren tot Herpen in tlant van Ravesteyn. Desen dach crijgen eenige 
soldaeten vuyt Hoesden ende Greveceur gescheyden ende des viants leger 
Térvolcbt hebbende gevangen 14 soldaeten vanden viant niet wijt van 
tleger, daeraff sij de vier seer gequetst sijnde lieten loopen ende hielden 
de thiene ende brachten die gevangen in tleger. Ontrent dese tijt quam 



— 252 — 

Johan Pauli in den Raede yan Staete in de plaetse van Loosen Yoornt. 

Den XV" JuHj vrouch vertrock den Graeve y*3 Hohenloe naer Ddft om 
aldaer hem met gemack Ie laeten cureren 'ende quaemen daer naer in 
Üeger de voors. thien gevangenen, die seggen dat tvolck op gisteren naer 
Boxtel getoogen op de frontieren gaen souden , dat mede op huyden vuyt 
haer leger naer Vrieslant souden gaen 7 vaenen ruyteren mettet regement 
van Don Philippe de Robeles ende de compagnien van tregement van 
Verdougo, dat oick den Graeve van Mansfelt mette benden van ordonnantie 
ende de oude garnisoenen weder vertrecken soude naer Bruessel, dat de 
Spangjaerts binnen de Graeve in gamisoen leggen souden ende de reste 
van haer leger ontrent de Graeve blijven, ende tegen over de sladt op 
t'rijck * een schantse slaen. Desen dach kregen eenige ruyteren vuyt 
Bredae ende Hoesden noch gevangen 8 soldaeten vanden viant ende S lac- 
kayen, den eenen vanden Graeve van Mansfelt selffs ende den anderen van 
een Italiaen, ende seyden dat desen dach noch niemant Yuytet leger ge- 
scheyden was, doch dat men veel van tvertreck vanden Graeve van Mans- 
felt naer Bruessel mette benden van ordonnantie ende de oude garnisoenen 
sprack, om sijn commissie (soe men seyde) overtegeven aenden Aertshartoge 
Ernest van Ostenrijck, die commen ende Gouverneur Generael wesen 
soude, dat men oick seer sprack van tseynden van eenich volck naer Vries- 
lant. Desen dach vertrock tvoors. volck van Boxtel naer Antwerpen. 

Den xvj*" Julij vertrock vuyt ons leger de compagnie rulleren van Pouli 
naer Bergen op den Zoem om aldaer in garnisoen te wesen ende sijn 
compagnie te verstercken, ende men liet de voors. 2 lackayen wederomme 
vrijgaen naer tleger vanden viant toe. Noch quaemen in ons leger 2 tam- 
bourijns vanden viant om eenige gevangenen, daeraff men eenigen los liet. 
Desen dach vertrock den Graeve van Mansfelt vuytet leger te Herpen, 
nemende den hoogen wech naer Maestricht toe, geconvoyeert bij de benden 
van ordonnantie ende meest alle de andere ruyteren ende oude garni- 
soenen, tweicke Sijn Ex*** bij een trompetter vuyt Nieumegen geadverteert 
werde. Des nachts dede Sijn Ex*^ eenige jachten over den dam vande 
Diese trecken ende daermede roeijen naer den Bosch toe, die onbesien 
quaemen tot aen de hameye vande stadt ende en vonden niemant buyten 
de stadt als sij gemeynt hadden. Desen dach begonst Graeff Willem alle 
apparate te maecken omme voorbij thuys te Ruynen Coevoerden te victail- 
geren ende eensamentlijck thuys inne te nemen, doende den wech daertoe 



Het Byk van Nijmegen. 



— 258 — . 

▼an Meppel aff door t^marasche maecken.ende ivree stucken daerop stellen 
om Toorts te brengen, ende dede ontrent 60 peerden van verscheyden com- 
pagnien naer Ruynen rijden om den Mreeh aff te sien, daer den viant bij 
embuscade op chergeerde ende creech wel 9S ruyteren van dien gevangen, 
daerdoor men te meer gev^aer werde dattet daerover quaelijcken soude 
konoen vallen. 

Den xvij*" Julij vertrocken >uytet leger de Golonnellen Groenevelt ende 
Loockeren alleen voor haer persoen, oick vertrock de compagnie van Aert 
van Brienen naer Nieumegen in garnisoen ende resolveerde Sijn Ex^ (om- 
dat men verstont dattet volck van Graeff Garel van Mansfelt in Artois ge- 
matineert waeren) een tocht in Vlaenderen te doen door tlant van Waes 
met een deel van sijn leger, te weeten met 10 vendelen Schotten, S 
Seeusche ende 6 van Loockeren ende 4 van Brederode, daer bij haer ver- 
vougen souden de compagnien ruyteren van Bredae ende Bergen op den 
Zoem met Louys Laurens ende eenige Zeeusche vendelen te voet onder 
tbeleyt vanden Graeve van Solms om te executeren de contributien van 
tsdve lant over lange gemaeckt ende voorts aen te doen betaelen, tot 
welcken eynde men tvoick op overmorgen tscheep daerwaerts soude seyn- 
den ende soude Sijn Ex^ middelertijt in den Haege gaen om mette 
Heeren Staeten Generael naerder resolutie te nemen op tgeene men 
voorts metten leger soude mogen aengrijpen ende daertoe op morgen ver- 
trecken, met welcke resolutie Teelinck naer den Haege tooch. Voorts soude 
men in de Bommeler weert laeten de 9 Stichtse vendelen , 6 van Noort- 
hoUant, 4 van Graeff Philps ende de 3 Engelsche vendelen van Morgan 
ende Wray mette ruyteren vanden Graeve van Hohenloe, Donck, Huchten- 
brouck, Vere ende Sidney, om den viant te amuseren, ende omdat noch 
beter te doen , sal men op morgen de brugge opnemen ende de ponten 
ende geschut naer de Voorne doen gaen met meest alle de scheepen, 
ivaerloe men vast alle preparatie dede, doende de ponten met geschut van 
beneden boven de brugge leggen voor alle scheepen, om naer gewoente 
voor opgepaert ^ ofte getrocken te werden. * Desen dach tooch den viant, 
die noch tot Herpen lach, sijn leger heel dicht in malcanderen, logerende 
soe beslooten als hij const, om te beter het verloopen van haer volck te 
beletten ende hem te verseeckeren tegen alle aencomptste vande onsen ende 
akoe naer bescheyt van Bruessel te verwachten. Desen dach was het seer 
heet weder. 



Met paarden getrokken. 



^ 



— 254 — 

Den xviij** Julij was hel seer heet weder ende maeckte Sijn EtP^ alk 
preparatie om naer den Haege te gaen, doende sijn bagagie tscheepe doen 
ende wech Yoeren , ende op den naeraoen ginck selfEs in een jachte eaie 
Yoer aif naer Gornichem, daernaer begonst men de brugge te breecken 
ende oplea&n^ï ende gereetM^ap te maecken om die mede wech te bren- 
gen. Oick vertrock de vaen ruyteren van Louys Laurens naer BergOD op 
den Soem, om mette andere ruyteren aldaer tscheepe te gaen. €^ den 
avant vertrocken de regeinenten van Zedant, Brederode ende Loockeren 
voors. naer Louvesteyn, om daer tscheepe te gaen ende voorts aff te vae- 
ren. Om tijt te winnen ende om tlant van costen te ontheffen , werden 
desen avont affgedanckt alle de waegens van tieger tot op 6 naer, die tot 
Heel bleven. Desen daoh hiel den viant hem tot Herpen noch stille wach- 
tende bescheyt, doch op den avont (tsij dat sij bescheyt hadden ofte ver- 
socht waeren bij die van sHartoegenbosch) vertroek Mons' de la Motte met 
15 vendelen knechten naer den Bosch toe ende marcheerden daermede 
den heelen nacht ende hadde alle tgeschut van tieger binnen den Graeve 
doen brengen, laetende aUeen 5 eleyne veltstucken tot Herpen, vuyt welck 
leger seer veel Duytsen verliepen, nemende den pas naer Gennep om naer 
huys te gaen. Graeff Willem aDe sijn gereetschap gemaedct hebbende om 
voorbij Ruynen naer Goevoerden te gaen, soe men meynde, dede, rechl 
soe men beginnen soude te marcheren alle de ruyteren te rugge gaen naer 
Swol, daer aBe de waegens al gelaeden noch waeren (hoe wel men die 
seyde op den wech niet wijt van Meppel te wesen) ende daermede desen 
nacht in der ijl rijden naer Goevoerden, blijvende met sijn voetvolck tot 
Meppdl ende bevoelende den Heere van Potlis ende den Drost van Zallant 
bet eonvoy in der haest te doen, die tselve oick sulcx desen nacht deden, 
dat sy des morgens vrouch met alle het eonvoy voor Goevoerden onver- 
hindert quaemen. 

Den xix*' Julij des morgens quam la Motte voors. met tvoors. vokk 
logeren tot Ortten ende begonnen aldaer te schantsen, vuyt vreese dat ons 
volck aldaer een schantse souden maecken, welcke vrese hem quam omdat 
ons volek den xvj** des nachts met eenige jachten daer geweest hadden, 
waeromme men vermoede dat die vande stadt den viant aldaer ontbooden 
hadden ofte omdat sij van meyninge waeren ende begmmen beoosten de 
Orttense poorte een bolwerck met een catte te maecken ende dat daeromme 
de stadt aldaer soude moeten openleggen tot bewaernisse vande welcken 
sij hem aldaer begeerden. Doch la Motte verstont het heel anders ende 
meynde aldaer een schantse te maecken ende voor den Goning te honden. 



— 255 — 

Hiermede geswackt sijnde die tot Herpen laegen, begoosten haer noch 
dichter in den anderen te trecken ende heel nau te logeren, yresende eens 
opgelicht te werden, omdat sij niet dan 300 ruyteren bij haer en hadden 
eode haer volck dapper van daege te daege verliep. Desen dach dede 
men alle de ponten met geschut ende de scheepen met bootsgeseUen ende 
e^ goet deel vande amunitiescheepen van ons leger optrecken naer Driel. 
Oick vertrocken heel vrouch de 10 vendelen Schotten naer Louvesteyn om 
tot Gornichem gescheept te werden, alwaer ten selven daege oick gescheept 
werden dvoors. regementen van Zeelant, Loockeren ende Brederode ende 
nai^dat beml. amunitie ende vivres voor 4 daegen gelevert waeren, voeren 
se op den naemoen te saemen alF naer Dordrecht om soe naer Zeelant te 
commen. Noch vertrock vrouch vuyt Gornichem Sijn Ex*^ naer der Goude, 
daer hij vande stadt met een banquet ende een vergulden coppe vereert 
werde, ende vertrock daernaer de Veenen door, daer hij alomme met 
groote blijschap vande boeren ontfangen werde ende quam des avoats ïn 
den Haege. Ende omdat men seecker was dat den viant in vougen als 
vooren tot Ortten gecommen was, ende tot Uedel niet dan drie vendelen 
knechten en laegen, dede men op den avont aldaer noch 3 vendelen van 
VStichtse reg^nent ^commen ende voort alomme mette ruyteren goede 
wacht houden ianges den dijck ende werde Sijn Ex^'^ van alle desea ge- 
adverteert bij den Ueere van Barchon (die in affwesen van Sijn Ex'^ in 
tieger commandeerde). Op den avont trocken 200 mannen vanden viaat 
van Ortten weder naer Herpen, vresende naogelijck dat Warenbon te swack 
was ende lieten tot Ortten eenige Spangiaerts met een deel van tregenaenl 
van la Hotte selffs ende tregement vande Yren met eenige Duytsen. Oick 
vertrock la Motte van daer naer Bruessel, laetende Willem Standley (die 
weleer Deventer verraeden hadde) over tvolck aldaer commanderen. Desen 
dach werde bij vier ruyteren van Ghinsky tusschen Ravesteyn ende de 
Graeve in embuseade leggende doot geslaegen 3 Gapiteynen vanden viant, 
die met hem vieren bij den Drost van Ravesteyn te gaste geweest hadden 
ende d'andere twee ontreden het. Oick desen dach des morgens vrouch 
het convoy voors. voor Goevoerden gecommen sijnde, deden de lilO wae- 
gens op Goevoerden gedestineert daerop rijden ende de andere 150 waegens 
op Oetmaerssen gedestineert deden sij voorbij rijden naer Emlichem ende 
lieten bij de waegens van Goevoerden de vaen ruyteren vanden Heere van 
Barchon , om soe haest die ontlaeden souden sijn daermede ^eder naer 
Swol te rijden ende reden de 7 vaenen ruyteren mette andere waegens 
in grooteer haeste over Ulsen naer Oetjaaaensen, daer sij mede oabe- 



1 



— 256 — 



schaediclit quaemen ende doende de waegens terstont ontlaeden, reden 
ten selven daege daermede voeder naer Deventer ende die van Coevoerden 
mede ontlaeden sijnde reden mette ruyteren van Barchon oick voeder naer 
Swol. In deser vougen werde dit convoy beleyt ende onverhindert vuyl- 
gevoert met seer groote haeste, die sij oick veel van doene hadden, want 
den viant vernemende dat se dien pas genomen hadden, quam desen 
avont met alle sijn macht logeren tot Emlichem om tconvoy te slacn, 
maer door tverhaesten vande onsen soe veel te laet, dattet alles al 
weder v^^ech ende vertrocken was. De ruyteren dit convoy gedaen heb- 
bende reden terstont elcx in haer garnisoen in tquartier aldaer, ende hoe- 
wel dit convoy soe seer beneersticht werde, soe bevont men al evenwel dat 
tot Coevoerden noch egeen noot en was, omdat in tfort noch wel 36000 
pond buscruyts was ende andere provisien al advenant, in vougen dat se 
nauwelicx wisten waer dese nieuwe provisie te lae ten , doch waeren wat beter 
van noode binnen Oetmaerssen, die nu te saemen te beter voorsien sijn. 

Den xx" Julij was het heet weder den heelen dach ende ginck den 
viant met sijn schantsen tot Ortten voort tot groot mishaegen vande ge- 
meene burgeren vande stadl, die tselve werck voor ons gemaeckt te werden, 
achten, ofte ten minsten in beur regard niet anders te sullen wesen als 
een casteel ofte dwinger, daeromme sij oick alle de ambachten deden ver- 
gaederen ende in vollen raede besluyten, dat sij daer egeen schantse en 
begeerden, maer tselve souden beletten, twelcfe sij op den avont den 
viant doende aenseggen, moste hij van voordere wercken ophouden ende 
hem genougen alleen met een tranchee tot bewaeringe sijns legers. Onse 
ponten ende scheepen werden op huyden voorts opgepeert tot aendc 
Voorne, om den viant te amuseren, ende gingen aldaer aen tfort van 
Nassau leggen. Oick werde Sijn Ex**' vande comportementen ende swa- 
richeden vanden viant, die mits tverloopen vande sijnen tot Herpen seer 
swack is, geadverteert om daerinne naer sijn goet gelieven te handelen. 
Opden avont begonstet te donderen ende den voor middernacht seer te 
regenen. Desen dach quaemen de scheepen naer Vlaenderen gedestineert 
tot op den Biesbos. 

Den xxj*" Julij was het tamelijck weder, maer begonst des achternoens 
seer te regenen, ende hiel den viant hem tot Ortten ende Herpen stille 
ende ons volck in de Weert ende quaemen de scheepen tot Vlaenderen 
gedestineert tot onder Gats. * 

Den xxij*" Julij was het goet weder ende goede wint om de Maese op 
te seylen, daeronmie oick de scheepbrugge mette voordere amunitiescbee- 



— 257 — 

pen, die naer de peerden gewacht hadden opseylden totte Voorne sonder 
peerden te behouven. Den viant die tot Herpen lach hoe langer hoe 
swacker wendende, mits tverloop van sijn voick ende daerdoor meer ende 
meer beginnende te vresen opgelicht te werden, te meer soe hij kcnnisse 
creech dat ons geschut aende Voorne gecommen was ende de scheep- 
brugge mede ende die van Baetenborch hem adverteerden, dat men de 
brugge begonste te leggen (twelcke nochtans niet waerachtich en was) is 
desen achternoen in grooter haest begonnen te vert^ecken ende gaen loge- 
ren tot Velp ende eenigen soe dicht onder de Graeve, dat se mettet 
geschut vande stadt consten bevrijt werden. Die tot Ortten laegen onder 
tgebict van Standley, hielen haer stille, verwachtende naer bescheyt, soe 
men tijdinge kreech, omdat die van sHartogenbosch eenigen naer Bruessel 
gesonden hadden om te beletten dat men tot Ortten niet schantsen en 
soüde. Op den avont begonstet seer te regenen. Desen dach ende nacht 
bleven de scheepen naer Vlaenderen gedestineert tot Cats stille, wachtende 
dat de cavalerie tot Bergen rede wesen soude, welck wachten heml. soe 
quaelijcken bequam, dat sij in tiant van Waes egeen buyt en kregen, als 
men verstaen sal vuyt tgeene hiernaer volcht. 

Den xxiij"" Julij was het tamelijck weder ende creech men naerder ende 
seeckerder tijdinge van het confuys vertreck vanden viant van Herpen, 
daeromme men tselve met eenige geintercipieerde brieven, mede houdende 
van tvertreck voors. aen Sijn Ex*^* overscreefiF. Desen dach was de cantse- 
ber Leoninus met Thomas Tomassen ende van Santen als gecommitteerden 
van HoUant in Greveceur om de schantse te besien ende op de naerder 
fortificatie van dien te letten ende boe ende waer men tselve best soude 
konnen doen (hoewel daerop niet gevolcht en is) om van alles aen haer 
prineipaelen rapport te doen , ende sijn daernaer te saemen naer Gornichem 
gevaeren. Op den avont begonstet wederomme seer te regenen. Desen 
dach vertrocken dvoors. scheepen van Cats ende naemen den pas naer de 
Calflstaert aen Vlaenderen. 



VANDEN TOCHT IN VLAENDEREN, GEDÜYRENDE MEN IN 
DE BOMMELERWEERT LACH. 

Den xxiiij" Julij was het tamelijck weder ende quaemen ons volck des 
morgens vrouch in Vlaenderen aende Calffstaert aen lant, ende setten al- 
I 17 



~ 258 — 

daer haer peerden ende voetvolck op tiant ende marcheerden na^ Hidst 
toe, daer se haer sterck vonden 28 vendelen voetknechten ende 8 vaenea 
ruyleren, ie weelen de vaenen van Sijn Ex'** , beyde de Baxen, Chinsky, 
Edmoni, Herauguiere, LouysLaurens endePouli, ende daer gerust hebbende 
eenige vuyren, sijn des nachts ontrent 9 vuyren begonnen te marcheren, 
deelende haer volck in twee hoopen ende omdat se de schantse van 
St. Janssteyn , leggende op den grooten wech , ende eenige anderen mosten 
wijeken, hebben de soldaeten tot over de knieden ende somtijts totten 
buyck toe in twaeter moeten marcheren meer als een vuyre lang en weder 
op den wech commende, hebben eenige ruyteren vanden viant ontmoet, 
die op verscheyden plaetsen schilt wacht hielde, dwelcke vernemende ons 
volck hebben alles de vlucht genoemen naer Steecken, daer den jongen 
Dragon met ontrent iOOO man te voet was, dien sij soe verschrickt hebben 
dat hij den selven nacht ontrent 2 vuyren met grooter confusie van daer 
vertrocken is, mette voors. ruyteren, verlaetende Steecken melte drie 
schantsen (want op elck innecommen van tdorp lach een propre schantse 
voor een aenloop ende was bovendien de kercke l)eschantst) , ende hebben 
de voetknechten den wech genomen naer Sinte Niclaes ende Antwerpen 
ende de ruyteren naer Gent. Desen dach brachten eenige ruyteren van 
Doncq in tleger tot Hedel 5 gevangen ruyteren vanden viant, daeronder 
een Gorporael was, die & la picquoree geloopen ^ ende gevangen waeren, 
wesende Luyckenaers ende Bourgongons. Dese confirmeerden tvoors. ver- 
treek van Herpen ende dattet vuyt vrese geschiet was, seggende datse nu 
rontsomme de Graevc laegen ende daer blijven souden, tot dat men sien 
soude wat Sijn Ex*** in de sinne hadde ende waer hij met sijn leger 
heenen wilde. Op den achternoen sondt den Marquis de Warenbon 80 
niyteren tot tegen over de Voorne, om tijdinge te hooren ende te sien 
waer ons volck de brugge mochte geslaegen hebben, ende hoe wel beur 
bij de boeren geseyt werde, dat de brugge noch niet geslaegen en was, 
en hebben sij tselve evenwel niet willen geloven, nochte op den oever 
vande Maese derven commen om sulcx te sien, maer hebben den Schout 
van Lit ende eenige boeren gevangen ende gebonden mede geleyt, om 
naerder verclaeringe daervan te hebben. Die van Ortten houden haer stille 
ende die vaqde stadt gaen mettet opmaecken van haer begonnen bolwerck 
voort, daertoe haelende de aerde van Ortte, daert heel hooge is, alwaer 
op den avont ontrent 10 vuyren veel vieren rontsomme het leger gemaeckt 



^ Op een strooptogt uitgegaan. 



— 259 — 

, ende daemaer seer met roers ^ide musquetten geschooten lot 
maeleD toe achter een, soe men yennoet ter eeren Tan Sint Jaoob, 
Spaogiaerden patroon is. 

xxT*" Julij quam den Graeve Tan Solms yrooch met sijn i^olck in 

ende verstaende dat den viant in vougen als Yooren gevlucht was, 

alle de cayalerie naer gesonden om tvoetTolck te achterhaeten ende 

!D, dan meynende den wech van tvoetvoick te volgen, hebben bij 

k deo wech gevolcht daer de ruyteren heenen gereden waeren ende 

dien eenigen achterhaelt hebbende, hebben die geslaegen ende oick 

gevangen gekregen, de reste is het voorts ontloopen. In dit volgen 

oase ruyteren eenigen buyt gekregen, hoewel heel weynich ende 
weder te rugge getoogen naer Steecken. Middelertijt hebben 
vanden Graeve van Solms alle de huysen doorsocht ende nergens 

sonderlingen buyt gevonden, jae in theele dorp niet dan eene 

I gevonden, om redenen dat de boeren vuytet lant al ettelijcke 

van te voeren gewaerschout waeren ende met alle haer beesten 
moebelen vertrocken, geduyrende ons volck onder Cats was blijven 
, waerdoor ten deele toegecommen is, dat se weynich buyts becom- 
Ubben. Eenige Schotten bij gevalle commende in de kercke, hebben 

9 tonnen cruyts gevonden ende soe veelen daeromme liepen om 
te nemen, is bij ongduck een lont in tcruyt gevallen, twelcke aen- 
e heeft eenigen gansch gequetst ende oick eenigen doot geslaegen, 
tvdek cmtsteeckende met gramschap hebben bijnaest tgansche 
Tan Steecken affgehrant, sonder dat heml. sulcx heeft connen ver- 
ü ofte belet werden ende sijn op den avont wederomme gekeert naer 

Desen dach bleven de legers onder de Graeve tot Ortten ende inde 
Kbrweert stille ende oick tgeschut , scheepen ende scheepbrugge aende 

voor tfi>rt van Nassau. Den Goning van Vranckrijck gedaen bijeen 

\ hebbende binnen St. Denys een groote solemnele vergaederinge 
vanden welstant van sijn lant te handelen, heeft hem tegen de 
^ van alle de werdt bijnaest, verclaert papau ende catholyck roma- 
I ende is op huyden ter misse gegaen met een groote pompe , naer 
[ op de kerckdeure die geslooten was driemael geclopt hadde ende 
rt waeroonme hij daer quam, aleer men se oepenen wikte. Heeft 

terstimt hiemaer seecker bestant voor 3 maenden gemaeckt, in 
Me achter haer sacrament gegaen ende heel ijverich in die superstitie 
fedra^en, Isij dat hij volgende sijns vaeders voetstappen God affgaen 

efie siJD viandeo bedriegen. Nietemin heeft dit gedaen onver- 



n 



— 260 — 

seeckert noch van eenich accoorl met die yande ligue, daeraff t*eyndei 
toenen sal oflf hij hem wel voorsien heeft ofte niet /omdat hij voor t'eerstoi 
niet anders hiermede geproufTiteert heeft als belet de electie van eenea 
anderen Coning, daer die vande ligue scheenen seer toe te arbeyden. 

Den xxvj" Julij verliep den viant in tlant van Waes meest alle de 
schantskens daer leggende ende behiel alleen de schantse van St. Jam; 
Steen, leggende op den grooten wecli, ende noch ^n ander schante- 
ken, leggende op een cleyne >vech, loopende beoosten van Hulst af 
naer den dijk toe, ende soe ons volck te peert ende te voet in tlanl 
trocken om den viant te soucken ende oick eenigen buyt te krijgen, ende 
gecommen sijnde in tdorp van Sinte Nicolaes, sijn vanden Repelmonschei 
wech op de avantgarde vande onsen aengecommen ontrent 80 Lorreynoisen 
te peert gewaepent h la francoise van thooft totte knieden toe ende soe 
se wat onversiens op ons volck gecommen waeren , en hadden se meestal ' 
noch haer casket noch niet op thooft. De vaene van Sijne Ex*^% daerover 
Risoires commandeert , de voorste sijnde ende niet weetende mogelijdc hoe 
sterck den viant was, heeft beginnen alarm te roupen sonder nochtans te 
chargeren, waerdoor den viant tijt kreech hem te waepenen. Den Rit- 
meester Chinsky desen alarm hoorende is met sijn vaen voortgeruckl , ende 
voerbij de vaene van Sijn Ex'^' commen chergeren op den viant, daerovcr 
de ruyteren van Sijn Ex*'* mede begonnen hebbende te chargeren, ende 
hebben alsoe dvoors. ruyteren vanden viant overmant ende verslaegen ende 
ontrent 50 van hcml. gevangen gekregen ende wel GO peerden ende de 
anderen sijn dootgeslacgen ende ontloopen. Dese Lorreynoisen waeren seer 
swaer gewaepent doch slecht ende qualijcken gemonteert van peerden. 
Hier naer den Graeve van Solms wederkerende, heeft belegert ende beset 
de voors. schantse van St. Jans Steen ende de andere schantse ende heeft 
des nachts vuyt Hulst doen brengen S stucken geschuts ende doen planten 
ontrent 600 treden naer aen tfort , om des anderen daechs daermede te schieten. 

Den xxvij*" Julij begonst den Graeff van Solms vrouch mette voors. 2 
stucken te schieten, niet om bresche te maecken, maer hier ende daer 
om de defensien aff te schieten. Ontrent 10 vuyren dede hij de cleyne 
schantse opeyschen, die naer eenige redenen over ende weer de schantse 
overgegeven hebben ende sijn met haer geweer vuytgetoogen. Ende soe 
den Graeve voornl. verstout dat den viant hem begonst te versaemeien tot 
Sinte Nicolaes, dede op den avont opeyschen de schantse van Sint hns 
Steen, die mede begonnen te parlamenteren, ende accordeerden oick vuyt 
te trecken met haer geweer ende bagagie ende trocken dien volgende noch 



— 261 — 

ten selven avont vuyt endc trocken daernaer twee Zeeusche vendelen in 
de schantse. Voor dese schanlse werden op huyden door den arm ge- 
schoolen Hopman Pottei ende Hopman Dominicque door de hant. Hiernaer 
Yerlrock ons volck wederom naer Hulst ende bleven daer leggen. Desen 
dach was het weeck weder ende bleven de legers ondep de Graeve tot 
Ortten ende in de Bommelerwcert met alle de scheepen aende Voorne 
stille ende quam op den avont den Almirael Warraont weder in tieger 
ende ginck logeren aende Voorne. Des nachts regende het seer, 

Den xxviij" Julij hiel den Graeve van Solms sijn volck voor Hulst stille 
öade liepen eenige soldacten om buyt te haelcn hier ende daer, oick dede 
de GraefT meest alle de schantskens affwerpen soe tot Stcecken als anderen 
TOytgeseyl dvoors. 9 schantsen die hij noch hiel. Middelertijt versaemelde 
den vianl sijn macht tot Rcpelmondc ende Sinte Nicolas. Desen dach 
legende het seer ende bleven de legers onder de Graeve tot Ortten ende 
iD de Bommelerwcert stille ende tgeschut ende scheepen aende Voorne. 

Den xxix" Julij hielt den Graeve van Solms hem noch stille voor Hulst 
ende hadde gaerne gesien dat tvolck dat hij bij hem hadde een tocht 
gedaen hadde tot onder Gent, Brugge ende Dendermonde, om tlant 
alomme onder contributie te mogen brengen, daertoe den Colonnel Balfour, 
die alleen bij tvolck vuyt Hollant gecommen was, niet en wilde verstaen, 
seggende alleen om de schantse te winnen daerwaerts gecommen te sijn, 
oick dat den viant sterck was, dat daerommc sulcx wel tot bederffenisse 
van sijn regement mochte strecken, indien 900 ofte 300 van dien geslae- 
gen ofte gevangen werden, gelijck dikwils geschiet daer de soldaeten 
alabandon om buyt loopen *. Hiertoe holp seer veel dat hem docht dat 
den Graeve van Solms niet soe goede (Jrdre gehouden en hadde als hij in 



* Deze expeditie naar het land van Waas was eigenlijk als krygsonderneming van weinig of 
pta. belang; als diversie kan zij moeijelijk aangemerkt worden, daar de beide hoofdlegers in den 
Bommelerwaard en bij Orten werkeloos tegenover elkander lagen; het eenige doel was het doen 
Tsn een strooptogt in Vlaanderen, hoewel ook daartoe, zoo als de uitkomst geleerd heeft, de 
troepeoafdeeling, die de Graaf van Sohns onder zijne bevelen had, U zwak was, zoodra de vgand 
ttnige krijgsmagt van bcteekeuis tegen hem deed oprukken. Dat Prins Maurits dit reeds van den 
leginne af aan heeft ingezien, blijkt uit de Besoliitiën van den Haad van State, waar wij op den 
SSstenJnlij, dns op den dag zelf dat de troepen naar Vlaanderen' afvoeren, lezen.- « Op het aengeven 
TU Sijoe Kxcelientie , te schrijven terstont acn den Graaff van Solms , getrocken met ruyteren en 
bechten nae 't landt van Waes, dat den vijaudt van sijnen aenslag {m^ men verstaet) is geadver- 
teert, ende dat (\ea vijandts peerdcvolck getrocken is naer Vlacnderen, apparentelijck om hem sjjnen 
toelit ende aenslach te voorkomen ende te bclutten, dat hij des verdacht sij, ende de) Landts volck 
(sde macht in geen pericul en stelle , macr liever daer van desistere «. 



— 262 — 

t'eerste wel hadde mogen doen. Desen daoh was het sehoen veder ende 
hielen dvoors. legers haer stille, soe in de Bommelerweert als onder de 
Graeve ende tot Ortten, dan veiminderde des viants voick aile daegeo 
seer, die met groote hoopen verliepen. Op den avont quaemen ontrent 
30 soldaeten vanden Bosch tot Bochoven ende hielen haer daer desen nacht 
ende volgende dach totten avont toe stille ende trocken doen wederomme, 
sonder dat men weet off sij daer om eenigen buyt te krijgen gecomiiieQ 
waeren ofte om waer te nemen ende vuyte gevanckenisse te verlossen de 
gevangen Gapitcynen vanden viant, die noch in tleger waeren, te weeteo 
Basselee ende Gatrijs, daertoe men eenige suspitie creech omdat dselve 
Gapiteynen tot Iledel los gingen. 

Den xxx** Julij gingen de regementen van Balfour, Brederode ende 
Loockeren met alle de cavalerie tot Hulst weder tscheepe met groot mis- 
contentement vanden Graeve van Solms, omdat, se volgende sijn begeerte 
geen tocht door tiant wilden doen, om redenen voors. ende sijn de 
ruyteren gevaeren naer Bergen op den Zoem ende tvoetvolck voorat. 
(laetende den Graeve van Solms mette soldaeten van Zeelant tot Hidst) 
naer IloUant. Desen dach was het tamelijck weder ende hleeff de viant 
onder de Graeve stille leggen, maer vertrocken op den achternoen van 
Ortten Willem Standcley met alle de Spangiaerts aldaer sijnde sterck on- 
trent 500 man ende naemen den pas naer de Graeve toe, om van daer 
met t'ander volck naer Vlaenderen te gaen, daer ons volck innegevallen 
waeren soe sij ' seyden , doch nu al weder vuyt waeren , Iwelck sij niet en 
wisten. Desen geheelen tijt te weeten vanden xx'' deser aff was Sijn Ex* 
in den Haege om mette Heeren Staeten Gencrael te resolveren op tvoorder 
beleyt van tleger daer seer veel swaericheden op vielen, soe omdat dsdw 
Staeten tot noch toe egecn consent totte extraordinaris costen van tleger 
gedraegen en hadden, als oick om datter geen gedeputeerden van Vries- 
lant in die vergaederinghe gecommen waeren om seeckere questie, die 
tusschen Garel Roorda ende Graeff Willem van Nassau geresen was om 
seeckeren brieff bij Roorda wal Ie vrij gescreven die Sijn Genaede in- 
terpreteerde tot injurie. De gelegentheyt van dien was ten deele desen, 
Graeff Johan van Nassau de jonge was al van tvoorleden jaer in HoUaDl 
gecommen ende versocht aendc lleeren Staeten Generael seeckere iwee 
ofte drie hondert duysent Keurvorster gulden, dien hij sustineerde sijn heer 
vaeder ten achteren te wesen aen deselve Staeten, soe vuyt saecken vaa 
sijn diensten als verstreckle penningen aen wijlen H. M. den Prince vaa 
Orangie Willem van Nassau, om op welckc propositie ende versouck te 



— 263 — 

antwoorden de gedeputeerden rapport genomen hadden aen haer princi- 
paelen. Dit rapport in Vrieslant gedaen, soe tscheen en const in dat quar*- 
tier niet veel vruchls baeren, daeromme den Secretaris vande Staeten 
aldaer (tsij vuyt goede aflfectie die hij Graeff Willem heuren Stadhouder toe 
droech ofte ter begeerte vanden selve) screefF aen Roorda ende anderen 
in den Haege gedeputeert, ten eynde sijL een brieflf souden willen aen 
Vrieslant scrijven om heml. tot eenich voordelijck antwoordt te bewegen, 
daerop Roorda antwoordende cerpeert eenige actiën vanden Stadthouder ende 
eyntelijck sustineert dat de versoucken van thuys van Nassau maer een 
labirinthe is, daer geen eynde aen is te sien ende dat tselve niet strecken 
en konde dan om den Vrieschen boer tgelt quyt te maecken ende daernaer 
tot een roofif van haer naerbuyren te exponeren , allegerende daertoe t*exempele 
van Hasselt, daer Graeff Willem belooft hadde tVriesche garnisoen vuyt te 
nemen. Dit is in somma tgeene sijn Genaedc soe hooch opnam dat hij 
Roorda daerover gescholden hadde, die men daeromme in de Staeten 
Generael niet en mocht deputeren ende konsten die van Vrieslant niet wel 
beweecht werden eenen anderen te committeren. Dese actie van Roorda heeft 
ender de hant soe veel menschen naerdencken gegeven, dattet het huys 
van Nassau in veele versoucken metter tijt wel mocht grootelijckx beletten, 
omdat van dien bijnaest egeen eynde is \ Desen dach quaemen in den 
Raede van Staete ende naemen possessie Aelbrecht Foock van wegen die 
van Vuytrecht ende Vitus Gaminga van wegen die van Vrieslant, commende 
in de plaetse van Kempe van Donia, die weder naer Vrieslant ginck. Op 
d€^ avont tvolck vuyt Vlaenderen gecommen sijnde voor Armuyden ende 
den Hopman Gistelles droncken sijnde ende haer willende doen tscheepe 
gaen is onder de regementen van Brederode ende Loockeren eenige be- 
roerte ontstaen, seggende eenige soldaeten dat men hend. haer geit ont- 
hiel ende in veel maenden geen affreeckeninge gegeven en hadde, jae 



' Zie hierorer den brief van Graaf Jan de Oade aan zijnen zoon Jan de Jonge van den 14den 
Febr. 1593, en dien van Graaf Willem Lodewgk aan Graaf Jan de Oade van den 16den Mei 1593 
(Gr. V. Prinsterer, Archives, II Serie, T. I, pag. 223 et 235). De hevige twist tusschen Graaf 
Willem Lodew^k en Roorda, die hoofdzakelijk zijnen oorsprong had in de ontruiming van Hasselt 
ioor het Friesche garnizoen, hetgeen door de partQ van Roorda als een verkorting van het regt 
Taa Friesland werd aangemerkt, is bQ de gel^ktydige schrQvers uitvoerig behandeld. Bij geen hnnner 
mden wg evenwel melding gemaakt, dat, zoo als Duyck hier te kennen geeft, ook de geldelijke 
pretensiën van het huis van Nassau- Dillenburg eene der aanleidingen tot die twist geweest zijn. 
Uitvoeriger bescheiden aangaande deze zaak vindt men op het K^ks- Archief in eene breede memorie 
nn Willem Lodew^jk (Loketkas Holland A.A. 3, n». 5) en in een paket n"". 70, Stukken rakende 
WilL Lod. 1696, n°. ^. 



— 264 — 

quaemen eenigen soe verre, dat sij riepen slaet doot de overicheyt, wij 
willen tgelt hebben dat de Heeren Staeten voor ons betaelt hebben , doch 
sijn eyntelijck met sachte woorden ter neder gestelt ende naerdat hem 
verthoent was dat sij den Heere (dien sij bekenden dat betaelt hadde) den 
tocht niet en mochten weygeren ende te gelegenertijt met heure Capiteyneo 
mochten reeckenen sijn eyntelijck tscheepe gegaen ende voortsgevaeren. De 
meesten ouder desen waeren de vendelen van Marnix, Marquette, Schuo- 
gel ende den jongen Pleltenburch met ecnige anderen. 

Den xxxj" Julij was het tamelijck weder ende Standeley mette Span- 
giaerts voornt. gecommen sijnde bij de Graeve in tleger, is op huyden 
daervuyt vertrocken metten Marquis de Warenbon ende met alle de andere 
Spangiaerts ende cavalerie die in tleger noch waeren ende hebben te sae- 
men den pas genomen naer Bruessel stcrck in alles ontrent 1500 man, 
tsij om naer Vlaenderen ofte Vranckrijck te qaen daer den Coning Dreux 
innegenomen hadde ende sijn leger naer Paris toegebracht ende hem ver- 
claert catholijcke als boven, ende dat sij daeromme vreesden geduyrende de 
treves eenigen inval in Artois, te meer soe Graeff Carel confuselijck vujt 
Vranckrijck vertoogen ende alle sijn volck tol Hesdyn soe seer gemutineert 
waeren, dat se eenige Capiteynen doot geslaegen hadden. Tvoorder volck 
vanden viant tot Ortten ende ons volck in de Bommelerweert ende acn 
Voorne hielen haer stille gaende die vanden Bosch altoes met haer begon- 
nen bolwerck voort, haelende haer eerdt van Ortten, om haer stadl Ie 
verstercken ende de aerde om Ortten laech te maecken, twclcke sij anders 
achten dat metter tijt heml. wel mocht schaedelijck wesen. Op den av^nt 
quaemen eenige scheepen met soldaeten vuyt Vlaenderen gecommen tol onder 
Dordrecht ende bleven daer stille leggen verwachtende de andere scheepen. 

Den j" Augusti bleeff ons volck in de Bommelerweert stille leggen, ge- 
lijck van te vooren niet anders doende dan de boeren haer vruchten als 
appelen , peeren , bonnen , erweeten , garst ende haver aff eetende , blijven 
mede tvoorder volck vanden viant onder de Graeve ende tot Ortten stille. 
Desen dach was het schoen weder ende quaemen alle de voordere schee- 
pen met tvolck vuyt Vlaenderen tol voor Dordrecht ende bleven te sacmen 
aldaer leggen wachten op bescheyt om te wecten, wat sij doen souden 
ende trock den Colonnel Balfour (die op den tocht van Vlaendci-en alleen 
als Colonnel mede geweest was) naer den Haegc om bescheyt te hooren, 
ende eensamenllijck hem tegen Sijn Ex"' ende de Staeten te verdedigen, 
soe den Graeve van Solms over hem mocht geclaechl hebben. Te desen 
daege terslont naer de predicatie vergaederden de Staeten Generael ende 



— 265 — 

om de tijdinge van Vranckrijck vrille ende van Graeff Carel voornt. resol- 
veerden dat men tieger noch te velde houden soude, om daermede sulcx 
aen te grijpen, als de occasie leeren soude ende dat te dien fynen tvolck 
vao Dordrecht naer Hedcl trecken soude ende den Almirael Warmont in 
den Haege commen metten commis vande artellerie, om op den treyn van 
dien naer behoiren te ordonneren, ende omdat die van Zeelant verclaerden 
lettel consent vande extraordinaris oncoslen te draegen, niet gelast te 
wesen, werden naer Zeelant gesonden Meynaertsz Teelinck ende Foeck om 
heuil. tottet selve consent ende continuatie van lleger te induceren. 

Den ij*" Augusti was het tamelijck weder ende vertrock den Almirael 
Warmont (niet wetende vande voors. resolutie) naer Thiel ende Nieumegen; 
tvolck soe vanden viant als van ons hielt hem alomme stille. Desen dach 
gingen de brieven vuyten Haege, om den Almirael ende commis voors. 
aldaer te doen commen ende om tvolck van voor Dordrecht naer Hedel 
in haer oude quartieren te doen vertrecken, oick vertrocken vuyten Haege 
dvoors. drie gedeputeerden naer Zeelant. 

Den iij" Augusti regende het des morgens seer ende was naernoen beter 
weder ende waeren die van Crcveceur vuyt ende haelden 17 koybeesten 
dicht onder de stadt vanden Bosch. Oick vertrock alle het volck dat noch 
onder de Graeve lach, dacraff 4 vendelen bij de Graeve over de Maese 
voeren ende naemen den pas naer Berck * om soe naer Overijssel te gaen 
ende de reste nam den pas naer Bruessel, vanden welcken onderwege aff 
trocken thien vendelen Waelen ende quaemen snachts tot Ortten Men en 
weet niet seeckerlijck off dit vcrtreck vuyt vrese alsoe geschiede, dan off 
se onlboodcn waeren. Desen dach creech men lot Hedel brieven van Sijn 
Ex***, dat men de oude quartieren voor tvolck wederom inruymen soude 
ende doen prepareren om heml. daer weder te logeren, twelcke alsoe ge- 
daen werde ende ginck Louys Laurens met sijn ruyleren van Amelroye 
nederwaerts. aff logeren. Oick vertrocken alle de scheepen van Dordrecht 
naer Gornichem, om soe naer Hedel te commen. Die vanden Bosch ar- 
beyden doorgaens seer aen tvoors. bolwerck ende catte beoosten de Ort- 
lensche poort, daer se nu gestaedick in twerck hielen over de 100 karren 
ende seer veel volckx alloes de aerdcvan Ortten haelende om de plaetse 
daeromtrent heel leech te maecken ende haer stadt tegen de approchen 
van daer te verstercken. 



■ Rijnberk. De naam van deze plaats wordt op velerlei wyzen geschreven: beurteliugs vindt 
men Rhijnberk, Rheinberg, Bcrck, Bergen, Berg enz. 



— 266 — 

Den tiij** Augusti yertrock vrouch van Rossum de compagnie van Hattbijs 
Helt, ' om naer Geertruydenberge in garnisoen te gaen, omdat de st